Author Archives: Frank Stouthart

Nieuwe lector Duurzame Gebouwde Omgeving

Gepubliceerd op

Per 1 september 2023 start Ingrid Janssen als lector Duurzame Gebouwde Omgeving bij Avans Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht. Zij is op dit moment werkzaam als associate professor Real Estate Management aan TIAS School for Business and Society, en lid van de Raad van Commissarissen bij Wooninc. Jacomine Ravensbergen, lid van College van Bestuur van Avans Hogeschool, ziet de komst van Janssen als een uitstekende versterking: “Met haar halen we iemand binnen die echt impact gaat maken op de grote maatschappelijke uitdagingen voor de gebouwde omgeving in Nederland en Europa. De uitdagingen rondom duurzame, toekomstbestendige gebouwde omgeving vragen om een lector die zowel inhoudelijke kennis van de bouw bezit als het vermogen om, in samenwerking met partners uit het werkveld, nieuwe oplossingen te zoeken.”

Anita van Pol, directeur van Avans Academie voor Duurzame Gebouwde Omgeving (ADGO), over de aanstelling: “ADGO is blij met haar komst. Samen met onze docenten zal zij de studenten ook inspireren de toekomst vorm te geven. Onze studenten nemen het stokje van de huidige generatie over en zij dienen de skills te hebben om te zorgen voor een versnelling van de technische en sociale innovaties.”

Kloof tussen overheid en burger verkleinen
Henk Spies, lector van het programma Mind the Gap, dat zich richt op de kloof tussen overheid en burger, kijkt uit naar de verbinding met Janssen. “Zij wil zich richten op een toekomstbestendige aanpak van wonen en wijken. Haar manier van denken, haar netwerk en haar ervaring geeft een impuls aan onze ambitie van interdisciplinair samenwerken rond complexe wijken en aan verbindingen tussen onderzoek, praktijk en onderwijs.” Nina Kramer, onderzoeker bij het lectoraat Duurzame Gebouwde Omgeving, vult daarop aan: “Ik verheug me op de samenwerking met Janssen vanwege de combinatie van vakkennis, positieve houding en vermogen om over de grenzen van eigen expertise heen te kijken.”

Versnellen van de verduurzamingsopgave
Voor Janssen zelf komt de kans om lector bij Avans te worden op het juiste moment: “Ik verheug me enorm op de samenwerking met andere lectoren en onderzoekers binnen het Center of Expertise Veiligheid & Veerkracht. Het multidisciplinaire karakter van het team lectoren spreekt me erg aan. Ook al heb ik een bouwkundige achtergrond, ik ben me erg ervan bewust dat de vraagstukken in de gebouwde omgeving zoals het woningtekort en de verduurzaming vragen om het slim verknopen van kennis uit verschillende disciplines. Zo kunnen er mooie kruisbestuivingen ontstaan.”

Duurzaam én toekomstbestendig
Janssen: “Zelf zou ik het begrip duurzaamheid iets breder willen zien dan gebouwd met duurzame materialen en energiezuinige installaties. Ik spreek graag over toekomstbestendig. Een gebouwde omgeving met oog voor toekomstige generaties, opgewassen tegen klimaatveranderingen en met een menselijke maat. Daar waar het fijn is elkaar te ontmoeten, leefbaar en veilig is.”

Opgave ligt in bestaand stedelijk gebied
Namens de Provincie Noord-Brabant feliciteert Rick van den Berg, programmamanager Wonen, Werken en Leefomgeving, Avans met de komst van Janssen: “Er ligt een gigantische opgave in de bestaande stad. Hoe kunnen we stedelijke gebieden verder verdichten, het woningaanbod divers houden en het voorzieningenniveau op peil houden? Dit is een complexe ontwerpopgave, omdat we tegelijkertijd ook ruimte willen reserveren voor water en groen. Janssen is een expert in haar vakgebied, ze doorziet de belangen in de gebouwde omgeving goed. Een onmisbare kwaliteit voor praktisch relevant onderzoek in het ruimtelijke domein. Ik nodig haar en het lectoraat uit om hier een bijdrage aan te leveren.”

Nieuwe naam voor Installatie Vakbeurs Hardenberg

Installatie Vakbeurs wordt Installatie Vakdagen. De nieuwe naam sluit volgens de organisator beter aan bij de veranderende informatiebehoefte in de ...

Nieuwe algemeen directeur Van Dorp

Martin ten Brummeler is per 1 maart jl. is benoemd als Algemeen Directeur van Van Dorp installatiebedrijven. Ten Brummeler is ...

Warmteservice opent opnieuw drie vestigingen

Warmteservice heeft op 19 december een vestiging in Zutphen geopend. De start van deze vestiging onderstreept de groeiambities van het ...

Nieuwe directeur TKI Bouw en Techniek

Op 1 december 2022 start William van Niekerk als directeur van TKI Bouw en Techniek, het Topconsortium voor Kennis en ...

Onwetendheid over duurzame warmte

Gepubliceerd op

De laatste jaren is er veel te doen over het verduurzamen van woningen. Voor professionals in de branche is het onderwerp steeds meer de norm aan het worden, maar hoe zit dat met de consument? Weten consumenten wat de opties zijn om te verduurzamen en wat de voor- en nadelen van verschillende systemen zijn? Uit onderzoek van Jaga Climate Designers blijkt dat er veel onwetendheid over is. Zo heeft 64% van de ondervraagden geen idee wat er bedoeld wordt met de termen warmteopwekker en afgiftesysteem en wat de verschillen zijn.

Bert Kriekels, Sales Directeur Jaga: “Wij vinden dat verduurzaming voor iedereen toegankelijk moet zijn.” Jaga heeft in samenwerking met Markteffect onderzoek gedaan naar 1.000 woningeigenaren met een eigen koopwoning in Nederland. Uit het onderzoek blijkt dat bijna 75% van de ondervraagden duurzaamheid bij het kopen van een woning belangrijk of erg belangrijk vindt. Ook geeft 69% aan gedeeltelijk of zelf duurzame oplossingen aangebracht te hebben, zoals isolatie, zonnepanelen, HR++ glas of een warmtepomp. Kriekels: “Dat zijn goede ontwikkelingen. Door het nieuws rondom het milieu en de invoering van de warmtepomp, gaat verduurzamen van de woning steeds meer leven bij de consument. De wil om te verduurzamen is er dus steeds meer, maar vaak mist de inhoudelijke kennis over hoe de systemen precies werken en wat alle opties zijn.”

Onderzoeksresultaten
Uit het onderzoek blijkt dat 64% van de respondenten het verschil niet weet tussen een warmteopwekker en een afgiftesysteem. Kriekels: “We kunnen de consumenten niet kwalijk nemen dat ze het verschil niet weten tussen deze twee componenten. Er komen ook steeds meer opties en mogelijkheden bij.” De warmtepomp (74%), de cv-ketel (84%) en hr-ketel (73%) zijn wel bekend bij de consument als mogelijkheden om een woning te verwarmen. Dat is ook niet zo gek als we zien dat de warmteopwekker bij mensen thuis vaak nog een cv-ketel of hr-ketel is. Slechts 6% heeft een warmtepomp in huis. De traditionele radiatoren blijven het meest voorkomende afgiftesysteem, bij 77% bij de woningeigenaren.

Warmteopwekker vs. afgiftesysteem
Kriekels: “Er wordt momenteel gecommuniceerd in de media over warmtepompen als warmteopwekker. Dat is mooi, maar waar volgens ons nog een kans ligt, is dat de consument ook geïnformeerd wordt over het afgiftesysteem dat op een warmteopwekker wordt aangesloten. De kracht van een goed werkend verwarmingssysteem is dat alles op elkaar is afgestemd. Met gewone radiatoren en een warmtepomp krijg je het bijvoorbeeld bijna nooit behaaglijk warm in je woning. Je hebt daarvoor speciale lage temperatuurradiatoren nodig. Ook is isolatie een vereiste als je een warmtepomp in huis hebt.”

Verantwoordelijkheid voor de branche
“We zien dat de consument snel voor een herkenbaar afgiftesysteem kiest, zoals vloerverwarming. Hoewel hier veel duurzame voordelen aan zitten, is het zeker niet altijd de beste oplossing. Zo is het niet alleen lastig om vloerverwarming te plaatsen in een bestaande woning, het systeem werkt ook trager dan radiatoren. Je kan niet snel even de temperatuur aanpassen in huis. Het vervangen van traditionele radiatoren naar lage temperatuurradiatoren in een bestaande woning is een heel eenvoudige aanpassing. Het is de taak van installateurs en fabrikanten om de consument hier nog meer in mee te nemen. We moeten nog meer de voor- en nadelen belichten van alle systemen en helpen om de juiste keuze te maken. Dat is onze verantwoordelijkheid, om het makkelijker en overzichtelijker te maken voor de consument. Zo zorgen we samen voor een duurzamere toekomst.”

Gebouwde omgeving investeert flink in duurzame technieken

Bedrijven hebben in 2022 meer geïnvesteerd in innovatieve milieuvriendelijke technieken die in aanmerking komen voor belastingvoordeel. In de categorie gebouwde ...

Consument verwacht slimme woningen

Uit Amerikaans onderzoek komt naar voren dat consumenten in 2030 in een volledig duurzaam en slim willen wonen. 73 procent ...

Fabrikant warmtepompen zoekt bekendheid onder consumenten

Om met name haar warmtepompen nadrukkelijker onder de aandacht van de consument te brengen, is Daikin dit seizoen als sponsor ...

“Over vijf jaar kiest de consument nog steeds voor een hr-ketel”

De Telegraaf meldde gisteren dat installateurs nog geregeld huisbezitters adviseren om een moderne, zuinige cv-ketel te laten installeren in plaats ...

Productie zonnepanelen staat CO2-reductie in de weg

Gepubliceerd op

Bij de productie van zonnepanelen voor de bouwsector komt te veel CO2 vrij om de klimaatdoelen van 2030 te halen. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau Metabolic in opdracht van Dutch Green Building Council (DGBC). Ook hebben zonnepanelenproducenten nog onvoldoende plannen om milieuvriendelijker te produceren. Terwijl dat wel nodig is, zeker omdat door de woningbouwopgave de vraag naar zonnepanelen naar verwachting blijft stijgen.

Metabolic en DGBC analyseerden in hun onderzoek de CO2-uitstoot van de productie van verschillende materiaalsoorten en producten voor de bouwsector. De meest impactvolle productgroepen werden onder de loep genomen. De toegepaste bouwmaterialen en producten die bij productie het meeste CO2 uitstoten, zijn staal, beton, glas, isolatie en installaties. In die laatste categorie vallen ook de zonnepanelen. Die zijn verantwoordelijk voor 88 procent van de uitstoot in de installatiebranche.

Reductie blijft steken
Met de huidige manier van produceren blijven producenten en leveranciers van staal, beton, installaties, isolatie en glas steken op 48 procent CO2-reductie in 2030, terwijl 60 procent nodig is. “Radicaal anders bouwen én produceren is daarom nodig om de klimaatdoelen te halen”, laat Laetitia Nossek van DGBC weten. “De installatiebranche, met zonnepanelenproducenten voorop, lijkt zich nog niet te realiseren dat er snel actie nodig is.”

Uitdagend
De grotere vraag naar bouwmaterialen door de nieuwbouwopgave, maar ook in toenemende mate de renovatieopgave, staat op gespannen voet met de doelen om de CO2-uitstoot te verminderen. De grote toepassing van zonnepanelen leidt met de huidige productiemethoden tot een verdubbeling van de uitstoot. Waar bij staal, beton en isolatie de verantwoording helder is en de zoektocht naar duurzamere alternatieven gaande is, blijft de installatiebranche achter. De zonnepanelenproducenten zijn het minst duidelijk over de uitstoot die de gebruikte materialen veroorzaken, constateerden de onderzoekers.

Productie is vervuilend
Zonnepanelen zijn uitgerekend noodzakelijk als opwekker van duurzame energie, voor nieuwbouw maar ook zeker bij de bestaande gebouwen. Sinds 2019 is de vraag naar zonnepanelen alleen maar toegenomen, en met de woningbouwopgave van bijna een miljoen woningen tot 2030 blijft deze vraag stijgen. “Zonnepanelen drukken inmiddels heel hard op de CO2-voetafdruk van de gebouwde omgeving”, zegt Nossek.

Nieuwe manier van produceren
De sector moet om, adviseren de onderzoekers. Dat betekent stoppen met de productie van vervuilende materialen en overstappen naar alternatieve producten. Toni Kuhlmann van Metabolic legt uit : “De uitstoot van de productie moet omlaag en we moeten minder nieuwe materialen en installaties toepassen. Naast de energietransitie is een grootschalige transformatie nodig naar een circulaire (bouw)economie: minder materialen gebruiken, bouwmaterialen toepassen die geen CO2 uitstoten bij de productie, en veel meer hergebruiken en/of biobased materialen toepassen.” Nossek besluit: “Zonder circulaire oplossingen heb je ook geen CO2-neutrale bouwkolom", besluit Nossek.

Installatiebranche dringt gebruik van verpakkingen flink terug

Gepubliceerd op

Eén jaar na de presentatie van het Brancheplan Verpakkingen slaagt de installatiebranche er al in om aanzienlijk minder verpakkingen te gebruiken. Bij de 35 deelnemende bedrijven is de hoeveelheid papieren en kartonnen verpakkingen met 10% afgenomen en van plastic verpakkingen met 12%. De deelnemende bedrijven plakken inmiddels 13% minder stickers op verpakkingen en in 16% van de gevallen kiezen ze voor een duurzaam alternatief voor het bedrukken van emballage. Techniek Nederland en de Federatie Elektrotechniek (FEDET) maakten de resultaten in het Bouwhuis in Zoetermeer bekend.

De technieksector presenteerde het Brancheplan Verpakkingen in maart 2022 aan staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat. Doel van het plan is om 20% minder plastic en kartonnen verpakkingen te gebruiken in 2025. Bovendien wil de branche dat de verpakkingen die dan nog worden gebruikt, volledig recyclebaar zijn. Het Brancheplan richt zich op het verduurzamen en verminderen van verpakkingen én op het hoogwaardig hergebruiken van verpakkingsmaterialen.

Voorbeeld voor andere branches
Voorzitter Doekle Terpstra van Techniek Nederland is tevreden over de eerste resultaten. “Het mooie van dit plan is dat de partijen die deelnemen dat niet doen omdat het moet, maar omdat ze er zelf in geloven. Als sector zetten we hiermee een flinke stap op weg naar een circulaire economie. Hopelijk zijn we daarmee ook een voorbeeld voor andere branches.” Terpstra vindt wel dat financiële en facilitaire ondersteuning vanuit de overheid nodig is om het Brancheplan uit te bouwen en nóg meer vaart te geven.

Ultiem voorbeeld van ketensamenwerking
Directeur Anne-Jaap Deinum van FEDET en gastheer van de bijeenkomst ziet de samenwerking binnen het Brancheplan als een belangrijk resultaat. “Dit is een ultiem voorbeeld van optimale ketensamenwerking. Als fabrikanten, groothandel en installateurs elkaar op deze manier weten te vinden is er veel mogelijk. Ik ben ervan overtuigd dat we de doelstellingen gaan halen.”

Onontgonnen gebied
Laurens de Vrijer, programmamanager Circulariteit bij Techniek Nederland, vindt het belangrijk dat de eerste resultaten van het Brancheplan niet zijn behaald met een wetenschappelijke, maar met een praktische benadering. “Dit is nog grotendeels onontgonnen gebied. We leren dus terwijl we bezig zijn.”

Drie werkgroepen
Om de plannen in praktijk te brengen, zijn drie werkgroepen in het leven geroepen: Inkoop, Pilots en Monitoring. De werkgroep Inkoop ontwikkelde inkoopvoorwaarden voor verpakkingen. De werkgroep Pilots ging aan de slag met zes concrete proefprojecten: Kratten, bakken en retourafspraken, QR-codes, Wisselbox, Piepschuim, Zakjes verdunnen en afbreekbaar maken en Afvalloze bouwplaats. De monitoring van het plan is op verzoek van de branche in handen van Rijkswaterstaat. Op basis van de ervaringen in het eerste jaar zijn de doelstellingen van het Brancheplan inmiddels aangescherpt.

Alle Daikin VRV-systemen in Europa nu beschikbaar met gerecycled koudemiddel

Daikin Europe breidt zijn circulaire economie-programma verder uit naar alle VRV-units die in heel Europa worden geproduceerd en verkocht. Dit ...

Water recyclen

Met de Hydraloop is Nederland een interessante innovatie rijker. Het systeem recyclet douche- en badwater en daar profiteren zowel het ...

Technische Unie ontvangt prijs voor recyclen gereedschap

Groothandelsketen Technische Unie heeft de eerste Recycle Power Award ontvangen. Deze prijs wordt vanaf nu jaarlijks uitgereikt aan het bedrijf ...

Ventilatieslangen van gerecyclede plastic flessen

Qlimato, een nieuw bedrijf in Nederland met als specialisme flexibele ventilatieslangen en geluiddempers, introduceert thermisch geïsoleerde ventilatieslangen gemaakt van polyesterwol ...

Van Dorp betrokken bij bouw gemeentehuis Dordrecht

Gepubliceerd op

Het Huis van Stad en Regio in Dordrecht gaat gebouwd worden door aannemingsbedrijf J.P. van Eesteren uit Gouda en installatiebedrijf Van Dorp uit Capelle aan den IJssel. Zij zijn als winnaars uit de bus gekomen bij de Europese aanbesteding. Onlangs tekende wethouder Maarten Burggraaf met deze bedrijven de aannemingsovereenkomst. Het Huis van Stad en Regio is het nieuwe onderkomen van de gemeente Dordrecht, Sociale Dienst Drechtsteden, de Stadsbibliotheek en de VVV.

Belangrijk bij de aanbesteding was dat de aannemers naast een prijs ook kwamen met een duidelijke visie op de bouwmethodiek, de uitvoeringstermijn en de logistiek op en rond de bouwplaats.

Duurzaam gebouw
Het huis is een ontwerp van het Deense architectenbureau Schmidt Hammer Lassen Architects. Dit bureau won in 2020 de architectenprijsvraag. Het is zeer duurzaam ontworpen met energiezuinige installaties, uitstekende isolatie en zonnepanelen op daken en gevels. De constructie van het gebouw bestaat voor een groot deel uit houten balken en kolommen. Het gebouw heeft een groene daktuin en houdt bij zware regen het water een tijdlang vast.

Technische uitdagingen

“Wij hebben als Van Dorp juist op deze aanbesteding ingeschreven omdat dit project helemaal aansluit bij de duurzaamheidsambities die wij als Van Dorp hebben”, legt directeur Vincent de Gier uit. “We zijn daarom trots dat wij als Van Dorp voor alle inwoners van Dordrecht hier ook onze kennis en expertise voor mogen inzetten.”
Marco Peppel, directievoorzitter J.P. van Eesteren deelt die trots: “De technische uitdagingen, zoals de verschillende gevels, het houtbouwdeel en de vereiste bouwsnelheid, doen ons bouwhart sneller kloppen. Complimenten aan Gemeente Dordrecht dat een project als dit werkelijkheid wordt. Dat is in deze tijden allang geen vanzelfsprekendheid meer.”

Duurzaam warmte- en koudesysteem voor nieuwbouw

De gemeente Amsterdam en Eneco hebben een overeenkomst gesloten voor de aanleg van een van de grootste duurzame warmte- en ...

Hoge ambities rond nieuwbouw en verduurzaming zijn realiseerbaar

De ambitie van het kabinet is om tot en met 2030 900.00 nieuwbouwwoningen te realiseren en 1.500.000 bestaande woningen aardgasvrij ...

Nieuwbouw ThermoNoord en Plieger in Groningen

Plieger Groep heeft de eerste paal laten slaan van een nieuw bedrijfspand in Groningen, waarin een Express vestiging van ThermoNoord ...

Grote nieuwbouwklus voor Zeeuwse installateur

Het Zeeuwse installatiebedrijf Synto, sinds november vorig jaar onderdeel van de Unica Groep, heeft een omvangrijke opdracht verkregen van de ...

Zonale ventilatie

Gepubliceerd op

DUCO ziet in zonale ventilatie hét concept voor woningen van de toekomst. Bij zonale ventilatie wordt de woning niet gezien als één geheel maar als een verzameling van zones. De energie-efficiëntie en comfortverbetering van de standaard vraagsturing wordt naar een hoger niveau getild door de ventilatie ook alleen toe te passen waar nodig, aldus de fabrikant. Zonaal ventileren is een logisch gevolg van vraaggestuurd ventileren.

De zonale ventilatiesystemen van DUCO ventileren enkel waar dat nodig is, waardoor ze minstens 30% minder geluid produceren, aldus de fabrikant. Daarnaast besparen ze tot 40% in energiegebruik ten opzichte van traditionele ventilatiesystemen.

DUCO beschikt over verschillende producten die onder de waaier van zonale ventilatie vallen. De fabrikant maakt hierbij geen onderscheid tussen C- en D-systemen en beperkt zich ook niet tot residentiële woningbouw. Voor projectbouw biedt DUCO een collectieve oplossing die zonaal ventileren ondersteunt.

Ventilatie

ENERGIE-EFFICIENTIE WORDT BELANGRIJKER Na jaren van corona, waarin de noodzaak om goed te ventileren in de woon-, werk- en leeromgeving ...

Natuurlijke ventilatie verwarming

Je kunt er als installateur nauwelijks omheen. Het is een onderwerp dat nagenoeg dagelijks langs komt in het (vak)nieuws. Complete ...

Out of the (ventilatie)box

De Trias Energetica klinkt als een samensmelting van vraag, verbruik en een duurzame invulling van de energiebehoefte. Een totaalvisie dus ...

Inzicht in COVID, aerosolen en ventilatie

Maandag 23 mei 2022 geeft professor Lidia Morawska een keynote lezing over binnenlucht en infectieziekte-overdracht tijdens CLIMA 2022 in Ahoy ...

Gebouwde omgeving investeert flink in duurzame technieken

Gepubliceerd op

Bedrijven hebben in 2022 meer geïnvesteerd in innovatieve milieuvriendelijke technieken die in aanmerking komen voor belastingvoordeel. In de categorie gebouwde omgeving is - net als vorig jaar - het grootste bedrag geïnvesteerd: €1.671 miljoen. Deze investeringen zijn in 2022 significant gestegen met 43% en kan mede worden verklaard door de inhaalvraag in de bouw na de coronaperiode. Daarnaast spelen de gestegen bouwkosten als gevolg van hogere grondstofprijzen een rol.

Dit blijkt uit het jaarverslag MIA\Vamil dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) publiceert. Dit jaarverslag geeft een beeld van innovatieve milieuvriendelijke technieken en bedrijfsmiddelen waarin bedrijven in 2022 met fiscaal voordeel van de MIA\Vamil hebben geïnvesteerd en hoeveel er is geïnvesteerd in verschillende branches. Via onder andere de fiscale regelingen Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) maakt de overheid het investeren in vernieuwende milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen extra aantrekkelijk.

Belastingvoordeel bijna verdubbeld
In totaal hebben in 2022 meer dan 11.000 ondernemers aanvragen ingediend. Er is in totaal over een investeringsbedrag van bijna €4 miljard MIA\Vamil aangevraagd. Dit is een stijging van zo’n 15 procent ten opzichte van een jaar eerder (2021: €3,5 miljard). Het totaalbedrag aan belastingvoordeel dat ondernemers naar verwachting via de MIA\Vamil ontvangen, komt in 2022 uit op €229 miljoen euro, bijna een verdubbeling vergeleken met een jaar eerder. Dit netto fiscale voordeel was in 2022 €119 miljoen. Hierbij wordt het per 2022 verhoogde budget (€169 miljoen MIA) volledig benut en wordt daarnaast geput uit de opgebouwde meerjarige budgetreserve van de MIA. Daarbij is het MIA budget per 2023 verder verhoogd.

Groei innovatieve duurzame investeringen
Mogelijke verklaringen voor de groei zijn gestegen grondstofprijzen en de toegenomen belangstelling voor verduurzaming als gevolg van de hoge gasprijzen. Ook zijn de MIA-aftrekpercentages per 2022 verhoogd, waardoor er per investering meer fiscaal voordeel naar ondernemers gaat. Mogelijk heeft dit ondernemers extra gestimuleerd om van de regelingen gebruik te maken. De investeringsbedragen per melding zijn in 2022 fors hoger dan in voorgaande jaren. Dit komt onder meer doordat de grens van €25 miljoen naar €50 miljoen per bedrijfsmiddel en per belastingplichtige in 2022 is verhoogd voor bepaalde technieken op de Milieulijst.

Duurzaam warmte- en koudesysteem voor nieuwbouw

De gemeente Amsterdam en Eneco hebben een overeenkomst gesloten voor de aanleg van een van de grootste duurzame warmte- en ...

Nederlandse installateurs voorop in duurzaamheid

Nederlandse installateurs lijken voorop te lopen met het werken aan projecten waarbij rekening wordt gehouden met duurzaamheid. Dit komt naar ...

Investering voor versnelling energietransitie met hybride warmtepompen

Het Zuid-Hollandse energie-innovatiefonds ENERGIIQ en duurzaam investeerder Fair Capital Partners Impact Investing gaan investeren in HeatTransformers. Het bedrijf is gespecialiseerd ...

Woningcorporaties investeren honderden miljoenen in verduurzaming

Door forse investeringen in woningverbetering zijn woningcorporaties hard op weg om gemiddeld energielabel B in 2021 te bereiken. Dat blijkt ...

Sportclubs winnen premium warmtepomp tijdens Groene Clubweken

Gepubliceerd op

Bijna 400 clubs namen deel aan de Groene Clubweken van KNVB-duurzaamheidspartner Mitsubishi Electric en de KNVB Groene Club. Op basis van de beste motivatie hebben drie clubs een premium warmtepomp t.w.v. € 30.000 gewonnen. Energietrainer John Williams deelde de prijzen uit.

“Steeds meer verenigingen willen verduurzamen maar weten niet hoe te beginnen. Wij adviseren graag zowel met de technische mogelijkheden als op het gebied van subsidies”, vertelt clubexpert Martijn van Leerdam van Mitsubishi Electric. “Dat honderden clubs meegedaan hebben aan de Groene Clubweken bewijst dat het thema verduurzamen leeft. Ik ben supertrots dat ik samen met Energietrainer John Williams de prijzen heb mogen overhandigen aan drie prachtige voetbalverenigingen.”

Clubadvies blijft ook na Groene Clubweken mogelijk
Het doel van de Groene Clubweken was om voetbalverengingen te informeren, inspireren en motiveren aan de slag te gaan met het verduurzamen van het sportcomplex. Daarom organiseerden Mitsubishi Electric en de KNVB onder andere een Webinar met energiebesparende tips en informatie over de diverse subsidiemogelijkheden. Daarnaast ontvingen clubs wekelijks een informatieve nieuwsbrief. Ook stonden de KNVB-verengingsadviseurs en experts van Mitsubishi Electric klaar om clubs persoonlijk te adviseren. Iets wat Mitsubishi Electric blijft doen gezien de vele verzoeken voor een afspraak.

4 miljoen subsidie voor opleiders in de techniek

Er komt minimaal 4 miljoen beschikbaar voor opleiders in de techniek. De subsidieregeling is een initiatief vanuit de overheid voor ...

Branche kiest beste leerling- en praktijkbegeleiders

Ruim 700 praktijkbegeleiders maken kans TopCoach van dit jaar te worden. Ontwikkelingsfonds Wij Techniek (voorheen OTIB) organiseert op woensdag 4 ...

Winnaars beste praktijkbegeleiders in installatiebranche bekend

De praktijkbegeleiders Daan van den Berg (Daan Installatietechniek), Sanjay Bhoendie (Lomans) en Theo van den Elzen (InstallatieWerk Zuid-Oost) zijn uitgeroepen ...

Officieel diploma voor praktijkopleiders voor het eerst uitgereikt

Het Pedagogisch Didactisch Diploma (PDD) is voor het eerst uitgereikt aan nu officieel gediplomeerde praktijkopleiders. De PDD-opleiding leidt vakmensen in ...

Beste Praktijkopleider werkt bij Hoppenbrouwers Techniek

Gepubliceerd op

Martin Kant van Koninklijke Hoppenbrouwers Techniek is uitgeroepen tot ‘Beste Praktijkopleider’. Dit gebeurde tijdens het jaarlijkse ‘Dit is mbo Ambassadeursgala’. De jury was onder de indruk van zijn visie op het vak en zijn betrokkenheid bij studenten. Hij weet studenten te boeien met uitdagende leeropdrachten en vergeet nooit erkenning en waardering te geven. Binnen de praktijkschool van de technisch dienstverlener in Breda staat hij bekend om zijn humor en enthousiasme. De verkiezing werd georganiseerd door het ministerie van OCW en Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).

Al jaren is opleiden en ontwikkelen een belangrijke pijler binnen Hoppenbrouwers Techniek. De technisch dienstverlener zet in op interne opleiding en stimuleert doorstroom van onderaf, zodat mensen vanaf een zo jong mogelijke leeftijd met het bedrijf kunnen meegroeien. De technisch dienstverlener wil meer jongeren enthousiasmeren voor een baan in de techniek en daarom wordt er ook veel geïnvesteerd in snuffelstages en het contact met andere scholen. Inmiddels heeft bijna elke vestiging een eigen praktijkschool waar BBL-leerlingen één avond per week onder begeleiding van ervaren collega’s hun kennis leren toepassen in de praktijk. Hoppenbrouwers Techniek wil in de komende jaren groeien naar minimaal 40 vestigingen en 5.000 medewerkers, waardoor er voor medewerkers een aantrekkelijke loopbaan met veel ontwikkelmogelijkheden binnen de organisatie in het verschiet ligt.

De volgende generatie technici
Zonder goede, praktisch opgeleide medewerkers zou Hoppenbrouwers Techniek niet kunnen bestaan, vindt Ellen Vermeer, HR-directeur bij het installatiebedrijf. “Daarom investeren we continu in ons opleidings- en ontwikkelingsprogramma en breiden we dat steeds verder uit. Onze praktijkbegeleiders hebben daarin een hele belangrijke rol door hun kennis op studenten over te brengen en hen te inspireren. Bovendien vervullen ze vaak een dubbelfunctie, want naast docent zijn ze gewoon de collega die in het technische vak werkzaam zijn. En zijn ook een belangrijk aanspreekpunt voor ouders en scholen.” Ellen is blij met deze erkenning voor Martin en zijn kersverse eretitel ‘Beste Praktijkopleider van het jaar’. Ze vertelt: “Martin is een voorbeeld voor alle praktijkopleiders binnen en buiten onze sector. Door zijn passie voor het vak, Brabantse gezelligheid en toegankelijke houding stappen onze studenten makkelijk op hem af voor vragen of overleg. Dat zorgt ervoor dat de studenten elke week weer graag komen.” Martin kan zelf nauwelijks geloven de eretitel dit jaar te mogen dragen. “Ik kreeg er een brok van in mijn keel. Het motiveert me enorm en ik wil graag een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de volgende generatie technici. Ik begeleid de studenten van begin tot eind en ben blij hen in de tussentijd te zien groeien naar volwassen, vakkundige mensen.”

Technisch dienstverlener
Hoppenbrouwers Techniek is de technische dienstverlener die meer dan 100 jaar geleden als éénmanszaak begon in Udenhout. Nu ontwerpt, installeert en onderhoudt Hoppenbrouwers vanuit 21 vestigingen in Nederland elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties voor bedrijfsleven, industrie, zorginstellingen, scholen en particulieren. In 2022 behaalde het bedrijf een omzet van 313 miljoen euro.

4 miljoen subsidie voor opleiders in de techniek

Er komt minimaal 4 miljoen beschikbaar voor opleiders in de techniek. De subsidieregeling is een initiatief vanuit de overheid voor ...

Branche kiest beste leerling- en praktijkbegeleiders

Ruim 700 praktijkbegeleiders maken kans TopCoach van dit jaar te worden. Ontwikkelingsfonds Wij Techniek (voorheen OTIB) organiseert op woensdag 4 ...

Winnaars beste praktijkbegeleiders in installatiebranche bekend

De praktijkbegeleiders Daan van den Berg (Daan Installatietechniek), Sanjay Bhoendie (Lomans) en Theo van den Elzen (InstallatieWerk Zuid-Oost) zijn uitgeroepen ...

Officieel diploma voor praktijkopleiders voor het eerst uitgereikt

Het Pedagogisch Didactisch Diploma (PDD) is voor het eerst uitgereikt aan nu officieel gediplomeerde praktijkopleiders. De PDD-opleiding leidt vakmensen in ...

Bart van Meurs en Leen van Leeuwen winnen WKO Duurzaamheid Award 2023

Gepubliceerd op

Bart van Meurs en Leen van Leeuwen van Koppert Cress/Division Q zijn de winnaars van de WKO Duurzaamheid Award 2023. De twee ontvingen de onderscheiding voor de manier waarop zij zich inzetten voor hun WKO-systeem en de promotie van bodemenergie in het algemeen. Van Meurs en Van Leeuwen kregen de prijs op donderdag 11 mei uit handen van professor Annelies Huygen tijdens het Nationaal Symposium Bodemenergie in Utrecht.

De uitreiking van de WKO Duurzaamheid Award is een vast onderdeel van het jaarlijkse symposium. Genomineerden voor deze prijs zijn professionals die zich met toewijding inzetten voor hun WKO-systeem en actief bezig zijn met het delen van hun kennis. Het was dit jaar de zevende keer dat de prijs werd uitgereikt. Prof.Dr. Annelies Huygen, hoogleraar Ordening van energiemarkten aan de Universiteit van Utrecht, verzorgde de uitreiking in het a.s.r. hoofdkantoor in Utrecht.

Verduurzaming in de glastuinbouw
Van Meurs en Van Leeuwen, productontwikkelaar en beheerder bij Division Q, het technologiebedrijf van Koppert Cress, zijn geen onbekenden van de WKO Duurzaamheid Award. In 2018 werden de twee ook al eens genomineerd. Het duo maakt op een onderscheidende manier gebruik van bodemenergie, waarbij vooral Van Meurs ook voor innovaties op dit gebied zorgt. Dankzij hen speelt Koppert Cress een prominente rol op het gebied van verduurzaming in de glastuinbouw. Om die reden werden de twee dit jaar opnieuw genomineerd, en mochten zij de prijs dit jaar ook mee naar huis nemen. ‘Van Meurs en Van Leeuwen zijn grote drijvende krachten binnen de toepassing van bodemenergie in de glastuinbouw’, oordeelde de jury.

Volledig emissieloos telen
Op verschillende manieren zetten Van Meurs en Van Leeuwen zich in voor optimale verduurzaming binnen Koppert Cress. Het bedrijf maakt bijvoorbeeld gebruik van Hoge Temperatuur Opslag (HTO) en onttrekt warmte aan alles wat een bijdrage kan leveren, zoals de lucht, het water, de motoren in de koelcel, het kantoor en de kas. Ook geothermie ligt in het vooruitzicht. De volgende stap voor Koppert Cress is om volledig emissieloos te gaan telen.

Samenwerken met Division Q
Van Meurs en Van Leeuwen willen niet alleen hun eigen bedrijf, maar de gehele sector helpen om verder te verduurzamen. Het bedrijf gaat bijvoorbeeld ook samenwerkingen aan met veelbelovende startups. Dat is de reden dat Koppert Cress in 2022 zelfs een aparte divisie oprichtte, waarmee ze ook de rest van de tuinbouwsector wil helpen en inspireren. Deze nieuwe organisatie, Division Q, richt zich onder leiding van Van Meurs op technische innovaties die de hele sector kunnen verduurzamen.

Radboud UMC
Ook de twee andere genomineerden zetten zich actief in voor hun eigen WKO-systeem en voor bodemenergie in het algemeen. Aat Builtjes werkt als strategisch energieadviseur en voorzitter van het WKO-team bij het Radboud Universitair Medisch Centrum (UMC) in Nijmegen. Samen met zijn collega’s zet hij zich in om de campusbrede WKO-installatie van het academisch ziekenhuis optimaal te laten draaien. Daarnaast deelt hij de kennis uit zijn werkzaamheden maar al te graag. Zijn belangrijkste boodschap? “Durf ook buiten je eigen gebouwen en terreinen te kijken.”

Wageningen University & Research
De andere genomineerde is Wim Bruins, coördinator Meet- en Regeltechniek bij Wageningen University & Research. Een reden voor zijn nominatie is de manier waarop hij altijd boven op de laatste innovaties zit, en deze ook in de praktijk weet toe te passen. Het eigen WKO-systeem optimaliseert hij door middel van intensief monitoren en bijsturen op basis van de weersverwachting. Ook het op strategische momenten laden en de overgang naar ‘gasloos’ zet hij zodanig effectief in dat de warmte- en koudebalans na de omzetting van de gebouwen naar warmtepompen bewaakt blijft. Tot slot is Bruins actief bezig met kennisdeling door contacten met andere universiteit en het voorlichten van interne collega’s.

Diederick Hilckmann wint WKO Duurzaamheid Award 2022

Op 19 mei ontving Diederick Hilckmann, beheerder van de werktuigkundige installaties aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, de WKO Duurzaamheid ...

WKO-installatie maakt 100-jarig grachtenpand duurzaam

Een kantoorpand uit 1920 aan de Nieuwe Herengracht in Amsterdam is omgebouwd tot een modern, energiezuinig gebouw. Met behoud van ...

Adri Meijdam wint WKO Duurzaamheid Award

WKO-beheerder en MVO-specialist bij a.s.r. Adri Meijdam heeft de vijfde WKO Duurzaamheid Award gewonnen. Meijdam kreeg deze onderscheiding, die sinds ...

Winnende duurzame woonwijk combineert WKO met booster warmtepomp

Acht teams met medewerkers van installatiebedrijven én studenten hebben in één dag een concreet plan ontwikkeld voor een duurzame woonwijk ...

Vestiging nummer 80 voor Warmteservice

Gepubliceerd op

Warmteservice heeft op 8 mei haar eerste vestiging in Roermond geopend. Deze opening betekent voor het snelgroeiende familiebedrijf ook de tachtigste vestiging in Nederland. Via de vestigingen en de webshop verkoopt Warmteservice producten op het gebied van verwarming, sanitair, installatiemateriaal en duurzame oplossingen.

Voor Warmteservice is het belangrijk om dicht in de buurt van klanten te zijn. Daarom had het bedrijf al zes vestigingen in de provincie Limburg. De start in Roermond betekent de zevende vestiging in de provincie. Warmteservice opent met regelmaat nieuwe vestigingen, verspreid in heel Nederland.

Klanten vóór de opening
De vestiging van Warmteservice in Roermond is gelegen aan Middenhoven 6a, op een industrieterrein met veel gerelateerde bedrijven in andere sectoren die ook aan installateurs leveren. Parkeren kan voor de deur. De broers Dennis en Tim Pelzer, bekend van Warmteservice Heerlen, starten ook in Roermond omdat zij veel vraag zien naar een Warmteservice-vestiging in de gemeente. Dennis Pelzer vertelt: “Twee weken voor de opening hebben we een Warmteservice-bord buiten gezet, waarna er dagelijks mensen voor de deur stonden met de vraag of we al open waren. Dit is de vierde vestiging die ik open, maar zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.” Pelzer schrijft de grote interesse toe aan het ontbreken van een specialistische verkoper voor installatie- en klusbedrijven en handige particulieren. ‘Klanten van Warmteservice uit Roermond en omgeving rijden nu nog naar vestigingen in Weert, Venlo en Sittard. Omdat zij voortaan in Roermond terecht kunnen, besparen zij tot dertig minuten reistijd.’

Gevarieerd assortiment
Dennis en Tim Pelzer gaan niet zelf in de vestiging staan. Die uitdaging ligt in handen van bedrijfsleider Freek Schrooten en een verkoopmedewerker. Het pand van Warmteservice in Roermond heeft een winkeloppervlakte van zo’n honderd vierkante meter en een magazijn van vijfhonderd vierkante meter. De vestiging heeft daarom veel producten op voorraad. Klanten kunnen bij Warmteservice Roermond terecht voor advies over traditionele producten zoals sanitairoplossingen, installatiemateriaal, radiatoren en cv-ketels en duurzame producten zoals warmtepompen, airco’s die kunnen verwarmen en koelen, zonnepanelen en laadstations voor elektrische auto’s.

Warmteservice opent opnieuw drie vestigingen

Warmteservice heeft op 19 december een vestiging in Zutphen geopend. De start van deze vestiging onderstreept de groeiambities van het ...

Snelgroeiende Warmteservice blijft vestigingen openen

Warmteservice heeft op 12 december haar eerste vestiging in de gemeente Zwijndrecht geopend. De start in Zwijndrecht onderstreept de groeiambities ...

Technisch dienstverlener opent elfde vestiging

Hoppenbrouwers Techniek heeft een vestiging op bedrijventerrein Steenakker in Breda geopend. Het is de elfde vestiging van deze technisch dienstverlener ...

Nieuwe vestiging voor Van Dorp bij Nieuwegein

Van Dorp heeft een nieuwe vestiging geopend. Aan de A12 bij Nieuwegein heeft het familiebedrijf de expertises Grootkeukens, Koel- en ...

Installateurs ontzorgen

Gepubliceerd op

Verduurzamingsstart-up hoomie gaat verder als onderdeel van de Plieger Groep. Met deze stap wil de Plieger Groep installateurs zo veel mogelijk ontzorgen. “Installateurs van warmtepompen en zonnepanelen zijn nu vaak veel kostbare tijd kwijt aan het geven van advies, het maken van voorstellen en het inkopen van de producten”, vertelt Paul Willems, algemeen directeur van hoomie. “Hierdoor hebben zij minder tijd over om deze producten te installeren en dat zit de energietransitie in de weg.”

Hoomie speelt in op dit probleem door alle werkzaamheden, met uitzondering van de schouw en de installatie van de producten, van de installateur over te nemen. Willems: “De installateur komt pas in beeld als er een voorlopig voorstel is getekend. Op die manier heeft hij veel meer zekerheid dat een aanvraag ook echt een opdracht wordt.”
Er zijn veel platformen die consumenten adviseren over het verduurzamen van hun woning. Hoomie doet dat met klanten van de installateur zelf. Daarmee verlaagt hoomie de administratieve druk op installateurs, in plaats van dat zij er werk bij krijgen. In principe kan iedere installateur die gecertificeerd is om warmtepompen te installeren met hoomie samenwerken.

Ingewikkelde markt
Het verkooptraject van een warmtepomp is om verschillende redenen lang. Door hoomie toe te voegen, wordt de verkoop ondersteund, de productlevering op gang gebracht en worden consument en installateur ontzorgd. Koert Huisman, CEO Plieger Groep: “De energietransitie wordt afgeremd door de beschikbare installatiecapaciteit. Onze klantgroep heeft daardoor z’n handen vol aan de verduurzaming van Nederland, terwijl de wachttijden voor consumenten oplopen. Door onze klanten te helpen met advies, verkoop en inkoop, kunnen zij zich richten op het werkelijke installatiewerk en daarmee ook hogere omzetten realiseren.”

Langere samenwerking
Hoomie werkt al sinds de oprichting in 2020 samen met de Plieger Groep op het gebied van logistiek. Inmiddels werken er elf mensen aan de ontwikkeling van de software, het adviseren van consumenten en het begeleiden van installateurs. Hoomie is net als ThermoNoord en Memodo toegevoegd aan de Plieger Groep en blijft als zelfstandig bedrijf opereren. “Het is hoomie in korte tijd gelukt een ambitieus concept succesvol in de markt te zetten. Mede dankzij deze vliegende start en onze gedeelde ambities gaan we met vol vertrouwen de toekomst in, richting een duurzaam Nederland", aldus Koert Huisman.

Instapoplossing voor hybride systemen

Gepubliceerd op

Vaillant introduceert de aroTHERM pure, een lichte en compacte lucht/water-warmtepomp die geschikt is voor hybride systemen. De warmtepomp is voorzien van R32 split technologie en beschikbaar in vermogens van 4, 6, 8 of 10 kW. De aroTHERM pure is vanaf najaar 2023 beschikbaar bij de groothandel.

De nieuwe aroTHERM is een instapoplossing voor hybride systemen die qua prijsstelling onder de aroTHERM plus monobloc lucht-waterwarmtepomp is gepositioneerd. Door het compacte formaat en vermogens van 4 tot 10 kW kan voor ieder woningtype een passend hybride warmtepompsysteem worden ontworpen. Het nieuw vormgegeven binnendeel van het aroTHERM pure hybridesysteem kan bovendien met of zonder back-up heater worden geïnstalleerd. Mét backup heater is men optimaal voorbereid op een toekomstige all-electric situatie, indien men nu kiest voor een zogenaamde all-electric ready hybride opstelling.
De aroTHERM pure kan als add-on bij ieder type bestaande cv-ketel worden geplaatst of als onderdeel van een compleet nieuw verwarmingssysteem worden geïnstalleerd. In het laatste geval kan gelijktijdig een nieuwe Vaillant cv-ketel worden geplaatst. Naast hybride kan de aroTHERM pure tevens als all-electric oplossing worden toegepast in combinatie met een uniTOWER pure hydraulische toren voor warm tapwater.

Energiezuinig
De aroTHERM pure werkt tot -25°C buitentemperatuur voor verwarming. Met het energielabel A+++ voor verwarming en een COP van maximaal 5,3 (A7/W35) komt de warmtepomp in aanmerking voor geldende subsidies. Het koudemiddel R32 heeft een GWP (Global Warming Potential) van 675. De triVAI hybridemanager van Vaillant biedt gebruikers de mogelijkheid om zowel de actuele gas- als elektraprijs op te geven. Aan de hand van de buitentemperatuur berekent de regelaar vervolgens wat economisch gezien de meest voordelige optie is: de warmtepomp aanzetten of de cv-ketel gebruiken voor ruimteverwarming.

Digitaal aan het werk in de branche

Gepubliceerd op

Digitaal werken is sterk in opmars in de bouw- en installatietechniek. Met het Model Kwaliteitsborging Gebouwde Omgeving (MKGO) introduceert ISSO een instrument voor het (digitaal) borgen van de kwaliteit. MKGO functioneert zowel tijdens de daadwerkelijke realisatie van het bouwwerk maar borgt ook de kwaliteit van het voortbrengingsproces gedurende de gehele levenscyclus van een gebouw.

MKGO is de opvolger van het Model Kwaliteitsbeheersing Klimaatinstallaties, beschreven in ISSO/SBR-publicatie 347. Het MKGO is bruikbaar in de gehele gebouwde omgeving; van woningbouw tot utiliteit en voor zowel bouwkundige als technische installaties. In de eerste plaats werd dit model ontwikkeld om digitale informatie naar softwaretoepassingen te kunnen vertalen en in te passen. Deze digitaliseringsslag vraagt om een bouwbreed geaccepteerde structuur.

Bouwbreed geaccepteerd
“Omdat de MKGO-structuur de hele levenscyclus van een gebouw meegaat, van initiatieffase tot en met ontmanteling, is het een verstrekkend instrument. Het model reist als het ware mee met een gebouw tijdens de hele levensduur”, vertelt Michel Verkerk, operationeel directeur van ISSO. De MKGO-structuur is primair bedoeld om deze digitaal binnen softwaretoepassingen te kunnen toepassen en vertalen. “Om deze digitaliseringsslag te kunnen maken was een bouwbreed geaccepteerde structuur noodzakelijk. De oude MKK-structuur is nu feitelijk door geëvolueerd naar MKGO en biedt dus een zeer complete projectfasering voor de installatie- én bouwwereld.”

Koppelen van taken, kennis of tools
Via de nieuwe modelstructuur komen de referentieprocessen en standaard taken voor gebruikers in de hele bouw- en installatiesector beschikbaar. Vanuit die taakgerichte omschrijvingen kan men ook een koppeling leggen met wat professionals en vakmensen moeten kennen en kunnen: de ontwikkeling van competenties om een bepaalde taak te kunnen uitvoeren. Hiermee ontstaat een verrijking van MKGO ten behoeve van taakgericht werken, leren en ontwikkelen van vakmensen. De structuur van MKGO voorziet ook in het toekennen van taken aan de verschillende partijen en rollen van de deelnemers aan het primaire proces, passend bij de gekozen organisatievorm. Daarmee is het voor de deelnemende partijen duidelijk welke partij welke werkzaamheden uitvoert, en welke rol deze partij heeft.

Toepassing bij BIM
Een nieuwe publicatie, of eigenlijk een herziening, waarin de MKGO al direct zal worden toegepast is ISSO-publicatie 109 ‘Starten met een BIM’. Deze publicatie bevat straks alle kennis die de BIM-manager nodig heeft zodra hij of zij het Bouw Informatie Model binnen zijn of haar bedrijf opstart of op een projectmatige wijze implementeert. De publicatie geeft alle nodige handvatten, maar sluit ook aan bij de internationale ISO 19650, de norm voor digitalisering van processen, waarmee veel bedrijven momenteel bezig zijn.
“Het MKGO sluit overigens ook naadloos aan bij het DigiVaardig programma van digiGO. Zoals elke sector digitaliseert ook de ontwerp-, bouw, en technieksector in een heel hoog tempo. Met het programma DigiVaardig willen we vakmensen voorzien van de juiste digitale vaardigheden en een digitale mindset. MKGO is daarvoor, naar ons idee, een randvoorwaarde”, zegt Verkerk. Wie over de MKGO-structuur wil beschikken, vindt deze in Deel 9 van het Handboek Bouw- en Installatietechniek. Deel 9 is voor iedereen met een ISSO-profiel beschikbaar in ISSO Open.

Unica denkt binnen drie jaar 1 miljard omzetgroei te realiseren

Gepubliceerd op

Technisch dienstverlener Unica realiseerde in 2022 een groei van de bedrijfsomzet met 14% tot €758 miljoen. Het operationele resultaat groeide van 29% naar €72,9 miljoen. Sinds 2014 is er een onafgebroken reeks van omzet- en winstgroei. Vanwege het sterke toekomstperspectief verwacht Unica rond 2025 de omzetgrens van €1 miljard te doorbreken.

De omzetgroei werd gerealiseerd door een organische groei en de overnames van EAL en ICT-detacheerder Working Spirit in 2022. Hoewel groei van de omzet vanwege de schaalgrootte belangrijk blijft, heeft Unica in zijn groeistrategie focus op het rendement. De EBITDA-marge groeide naar 9,6% (2021: 8,5%). Dit werd gerealiseerd door verdere samenwerking tussen de bedrijvenclusters, schaalvoordelen en beheersing van de bedrijfskosten. De nettowinst groeide in 2022 met 13% naar €30,3 miljoen (2021: €26,8 miljoen).

Toekomstperspectief
De marktomstandigheden waar in grote delen van 2022 sprake van was, hadden ondanks langere levertijden en hogere inkoopprijzen weinig impact op de resultaten. De leveringsprognoses in de sector zijn inmiddels overigens verbeterd. De nieuwbouw van het Jakoba Mulderhuis van de Hogeschool van Amsterdam, de oplevering van het nieuwe hoofdgebouw van het Radboudumc en de grootschalige duurzame renovatie van het ARTIS Groote Museum zijn voorbeelden van in 2022 opgeleverde projecten waar Unica aan bijdroeg. Een ander voorbeeld is de opdracht die Unica sinds maart vorig jaar uitvoert voor de HTC Eindhoven, waar voor 34 gebouwen het conditiegestuurd onderhoud inclusief energie- en assetmanagement wordt verzorgd.

Groeiperspectief
John Quist, CEO van Unica, ziet veel groeiperspectief: “Met ons stabiele fundament en doordat wij actief zijn in gevarieerde sectoren is onze gevoeligheid voor economische schommelingen beperkt. Daardoor zijn wij er in geslaagd de onafgebroken groei sinds 2014 voort te zetten. Daarbij zijn de vooruitzichten voor de technische dienstverlening onverminderd gunstig en kan Unica als partner in duurzame transformatie een positief verschil maken in het concreet invullen van klimaatdoelen en -ambities. In de komende jaren zetten we in op verdere gecontroleerde groei. Dat doen we door blijvende aandacht voor mensen, focus op innovatie en digitalisering, onze acquisitieagenda en een sterke focus op sustainability. Alles overziend is Unica uitstekend gepositioneerd voor de korte en langere termijn.”

Richting €1 miljard omzet
Gezien de structureel goede prestaties en de gunstige marktvooruitzichten ambieert Unica een verdere groei van het rendement en in de komende 3 jaar een omzetgroei naar  €1 miljard. Daarbij blijft Unica zich richten op acquisities om de specialistische kennis verder te verbreden of om de regionale aanwezigheid te versterken. In de afgelopen 5 jaar realiseerde Unica 14 acquisities.

Technische sector nog steeds niet vrouwvriendelijk

Gepubliceerd op

De technische sector kampt nog steeds met een ondervertegenwoordiging van vrouwen. Zowel technici (64%) als HR-beslissers (72%) uit de branche onderschrijven dit. Zes op de tien (59%) technici bestempelen de branche momenteel zelfs als onaantrekkelijk voor vrouwen. Om hier verandering in te brengen, zien technici vooral (57%) dat bedrijven een cultuurverandering moeten ondergaan. Dat betekent: meer diversiteit toepassen in leeftijd, geslacht en achtergrond. Dit blijkt uit de achtste editie van de TechBarometer van technisch opleider ROVC onder ruim 1.000 HR-beslissers, 2.700 technici en 1.000 potentiële zij-instromers.

Ondanks dat 66 procent van de HR-beslissers een divers personeelsbestand zegt na te streven, blijft actie grotendeels uit. Zo investeren bijvoorbeeld slechts vier op de tien (39%) HR-beslissers in het actief werven van vrouwen. Het aantal technische bedrijven dat diversiteit heeft opgenomen in de organisatiedoelstellingen voor de komende jaren is nog lager: vier procent.

Mannenwereld
John Huizing, directeur bij ROVC: “De techniek is van oudsher een mannenwereld. Hoewel uit diverse onderzoeken blijkt dat hier langzaam verandering komt, zijn vrouwen nog steeds sterk ondervertegenwoordigd. Daarnaast is sprake van een discrepantie tussen de in- en uitstroom van vrouwen die voor een technische functie kiezen. Dat vind ik, zeker gezien de huidige tijd, erg opmerkelijk. Als branche moeten we de hand in eigen boezem steken: dit moet én kan beter. Gezamenlijk moeten we aan de slag om vrouwen te enthousiasmeren voor de techniek en te zorgen dat ze dat ook blijven. Dit vraagt om aandacht en investeringen. Focus op het aantrekken en behouden van een divers personeelsbestand is enorm belangrijk voor de sector. Het personeelstekort waar de branche mee kampt is een aanhoudend probleem. Dit tekort loopt bovendien de komende jaren alleen maar verder op, onder andere door de energietransitie die om duizenden, zo niet tienduizenden extra vakmensen vraagt.”

Niet aantrekkelijk
Zeven op de tien (71%) HR-beslissers vinden dat de branche even geschikt is voor vrouwen als mannen. Wel ziet een meerderheid (56%) van de HR-beslissers in dat de branche momenteel niet aantrekkelijk is voor vrouwen. En dat beeld klopt, kijkend naar de uitkomst van potentiële vrouwelijke zij-instromers. Van hen zou slechts vijftien procent graag in de techniek werken.

Weg met de voltijdcultuur
De vraag dringt zich op waarom de technische branche onaantrekkelijk wordt gevonden voor en door vrouwen. Het antwoord hierop ligt in het feit dat de branche onvoldoende flexibel lijkt. Veel HR-beslissers vinden bijvoorbeeld dat zowel de gehele branche (44%), als de eigen organisatie (34%) onvoldoende openstaat voor deeltijdwerken. Daarnaast kampt de technische sector nog steeds met een imagoprobleem. Zij-instromers bestempelen het vakgebied vaak onterecht als moeilijk (19%), voor mannen (15%) en iets om vieze handen van te krijgen (10%). Ook technici zelf beamen dat imagoverandering noodzakelijk is voor meer diversiteit: 49 procent vindt het nodig om het imago van de technische sector te veranderen om zo meer vrouwen aan te trekken.
Huizing vervolgt: “Naast het veranderen van het imago van de techniek moet er ook anders gekeken worden naar dienstverband om het vak aantrekkelijk te maken. Goed werkgeverschap draait anno 2023 niet meer om enkel een goed salaris of een vast contract. Zaken als een gezonde werk-privébalans en autonomie worden steeds belangrijker. Ook – en misschien wel juist – in de technische branche, waar over het algemeen nog weinig aandacht is voor deze zaken. De schijnbaar dwingende voltijdcultuur maakt de sector minder aantrekkelijk voor vrouwen en jongeren, twee groepen die enorm belangrijk zijn om de personele uitdagingen in de techniek het hoofd te bieden. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat veel mensen die na een korte technische carrière weer uitstromen, deeltijd gaan werken in een sector waar dit meer gemeengoed is. Als branche laten we hier enorme kansen liggen. Willen we een bredere groep enthousiast maken én houden voor het technische vak, dan moet er meer ruimte komen voor diversiteit en flexibiliteit in dienstverband, werktijden en roosters. Ook moeten werkgevers aandacht schenken én tijd vrijmaken voor het ondersteunen van persoonlijke ambities en ontwikkelmogelijkheden.”

Steeds meer jonge vrouwen in de installatiebranche

Het is vandaag Girls’ Day. Bedrijven in het hele land laten meisjes kennismaken met de carrièrekansen in de techniek. Doekle ...

Topvrouw bij moederbedrijf Remeha

BDR Thermea Group, een wereldwijde fabrikant van thermische comfortoplossingen, heeft Lúcia Veiga Moretti aangesteld als Chief Commercial Officer. Het Nederlandse ...

Techniek Nederland pleit voor meer vrouwen in techniek op Girls day

De carrièrekansen voor meisjes en vrouwen in de techniek zijn groter dan ooit. Toch is op dit moment nog maar ...

Wijchense installatiebedrijf gaat vrouwelijke klant centraler zetten

Het Wijchense Installatiebedrijf Romijnders Service introduceert ‘Romy’: een fictieve vrouw die tips en achtergrondinformatie geeft over zaken als de verwarming, ...

“Veel W-installateurs vinden meet- en regeltechniek iets voor E”

Gepubliceerd op

Meet- en regeltechniek zit in de lift, merkt opleider ROVC. Toch lijken veel installateurs nog vaak meer bezig te zijn met de ‘hardware’ dan de ‘software’. Wel ziet Nico van Leeuwen, Business Developer bij ROVC, dat het aantal cursussen op het gebied van meet- en regeltechniek het afgelopen jaar bijna is verdubbeld. “Je praat dan al snel over honderden cursisten.”

Al jaren neemt het belang van Meet- en Regeltechniek toe voor de werking en monitoring van W-installaties. Toch bleef het aantal cursisten stabiel. Van Leeuwen had al eerder een kentering verwacht.

Waarom dan nu wel?
“Verschillende factoren. Allereerst natuurlijk de gestegen energie- en gasprijzen. Klanten tonen meer belangstelling voor monitoringsoplossingen en mogelijkheden om hun installaties te optimaliseren. Daar heb je meet- en regeltechniek voor nodig. Daarnaast heeft ook Corona, onder andere vanwege de aandacht voor de binnenklimaatkwaliteit, een duit in het zakje gedaan. Tot slot wordt er in 2026 Europese wetgeving ingevoerd die de monitoring van energieprestaties van gebouwen verplicht maakt.”

Het lijkt erop alsof installateurs vaak meer bezig zijn met ‘de hardware’, lees concrete producten en systemen, dan de ‘software’, zoals bijvoorbeeld een digitaal platform voor energiemonitoring. Hoe komt dat?
“Dat klopt, ik denk dat er verschillende redenen voor zijn aan te wijzen. Allereerst duikgedrag. Veel W-installateurs vinden meet- en regeltechniek iets voor E. Dus ze willen er zich niet mee bezig houden. Daarnaast heeft de hele branche het al razend druk met de reguliere werkzaamheden. ‘Waarom zou ik me dan nog gaan verdiepen in meet- en regeltechniek’, denkt menig installateur dan. En tot slot is ook hier sprake van ‘onbekend maakt onbemind’.”

Hoe bedoel je?
“Ze vinden het soms een beetje eng. Ze zien er ook tegen op. Een aantal jaar geleden was alles dat met automatisering had te maken veel ingewikkelder dan nu. Als je nog met dat idee in het achterhoofd zit, lijkt het een hele kluif.”

Als je het nu al zo druk hebt, waarom zou je je dan toch gaan verdiepen in meet- en regeltechniek?
“Verschillende redenen. Allereerst gaan klanten toch vragen om oplossingen voor energiemonitoring en -analyse en willen ze dat installaties worden geoptimaliseerd. Daar heb je, zoals ik eerder al zei, in veel gevallen meet- en regeltechniek voor nodig. Daarnaast moet je ook realistisch blijven. Het gaat nu lekker, maar blijft dat zo als je vasthoudt aan het bestaande en je niet mee ontwikkelt?”

Dit is de verkorte versie van een artikel uit de komende uitgave van IZ. Hele artikel lezen? Surf dan komende maand naar www.installateurszaken.nl of nog beter abonneer je gratis op IZ via https://installateurszaken.nl/gratis-abonnee-worden/!

 

Duidelijkheid over toepassing waterstof in norm

Gepubliceerd op

NEN 1078 geeft de prestatie‐eisen voor ontwerp, aanleg en beproeving van gasleidinginstallaties met een nominale werkdruk tot en met 500 mbar (0,05 MPa) van gebouwgebonden systemen in een niet‐industriële omgeving. Deze norm wordt aangepast om ook het gebruik van waterstof mogelijk te maken. Belanghebbenden kunnen de aanvullingen op het normontwerp tot 1 juli inzien en commentaar geven.

Er is behoefte aan zoveel mogelijk duidelijkheid over de veiligheidsaspecten bij het uitvoeren van pilots en de verdere uitrol van waterstoftoepassing. Dit geldt voor alle betrokken partijen en met name voor opdrachtgevers, installateurs, fabrikanten en bevoegd gezag. Deze behoefte leidde in 2021 tot een verzoek van het ministerie van BZK om de bestaande NEN 1078 aan te vullen naar aanleiding van de meest recente ontwikkelingen op het gebied van waterstof.

Commentaar
Belanghebbenden kunnen tot 1 juli 2023 de aanvullingen op het normontwerp inzien en reageren via www.normontwerpen.nen.nl. De aanvullingen zijn opgenomen in een apart te downloaden document.

Nieuwe kennis over installaties voor leidingwater

Gepubliceerd op

De vernieuwde ISSO-publicatie 55 biedt een update van bestaande kennis, maar ook een aantal nieuwe onderwerpen voor het ontwerpen en realiseren van leidingwaterinstallaties. De publicatie is een herziening van de uitgave uit 2013 over ‘Leidingwaterinstallaties voor woon- en utiliteitsgebouwen’. Het naslagwerk biedt een gestructureerd overzicht van alle facetten die nodig zijn voor de realisatie van leidingwaterinstallaties.

Omdat deze publicatie al relatief lange tijd niet is geüpdatet, was alleen het actualiseren van de bestaande inhoud onvoldoende. Diverse ontwikkelingen in het vakgebied zorgen dat er nieuwe en belangrijke onderwerpen aan de publicatie zijn toegevoegd. Bovendien is de structuur van het kennisdocument ook grondig aangepast, waardoor hij beter aansluit bij het volledige ontwerp- en realisatieproces van leidingwaterinstallaties. Specifieke onderwerpen, die voorheen verspreid door de publicatie aan bod kwamen, zijn vanwege hun belang en voor een beter overzicht in één hoofdstuk bij elkaar gebracht. Een voorbeeld is het prominente onderwerp waterkwaliteit, dat nu in een eigen paragraaf extra aandacht krijgt.

Aandacht voor duurzaamheid
Het reduceren van het energiegebruik is al in de ontwerpfase van een leidingwaterinstallatie belangrijk. In deze publicatie is daar uitgebreid aandacht aan besteedt. Zo is er een volledige paragraaf waarin drinkwaterinstallaties in relatie tot duurzaam bouwen worden behandeld. Dit maakt het voor ontwerpers duidelijk hoe zij ook levensduurkosten van een leidingwatersysteem in hun berekeningen en voorstellen kunnen meenemen.

NEN 1006 als basis
Omdat de NEN 1006 en de Waterwerkbladen de functionele eigenschappen voor leidingwaterinstallaties bepalen, is de publicatie feitelijk een praktische en gedetailleerde uitwerking van deze norm en Waterwerkbladen. Naast aangepaste passages op basis van geactualiseerde wet- en regelgeving en resultaten van recent onderzoek bevat deze publicatie ook onderwerpen die niet in NEN 1006 zijn opgenomen.

Gloednieuwe onderwerpen
Een heel nieuw onderwerp is de beschrijving van koudtapwatersystemen met actieve koeling, waarmee je ongewenste opwarming van drinkwaterleidingen kunt bestrijden. Met name in gebouwen waar vrijwel permanent een hoge ruimtetemperatuur heerst, zoals zorgcentra, zwembaden en sauna’s, is dit geen overbodige maatregel meer. In deze publicatie is ook de beschrijving van warmtapwateropwekking geheel vernieuwd en in lijn gebracht met de NTA 8800. Een ander, nieuw onderwerp is een methodische en toepassingsgerichte beschrijving van inregelventielen. Dit is kennis die bij warmtapwatercirculatiesystemen onontbeerlijk is.

Kennis over materiaalkeuze
Nieuw is ook de nieuw toegevoegde kennis met betrekking tot materiaalkeuze, in relatie tot bacteriologische aangroeipotentie. Om leidingwater gezond en schoon te houden heeft de vakman – zeker nu de keuze in materialen fors is toegenomen – meer behoefte aan deze kennis. Tot slot zijn ook de SIMDEUM® berekeningsmethodiek en kengetallen aan de publicatie toegevoegd. Verder bevat de nieuwe publicatie meer instructieve afbeeldingen, schema's en rekenvoorbeelden die het ontwerpproces inzichtelijk en toegankelijk maken.

 

Opleidingsbedrijf wil beter herkenbaar zijn

Gepubliceerd op

Opleidingsbedrijf IW Nederland neemt de eigen huisstijl op de schop. Op 3 april worden een nieuwe website en huisstijl gelanceerd. De opleider wil daarmee vooral bereiken dat de organisatie beter herkend wordt als opleidingsbedrijf voor verschillende doelgroepen, van jonge instromers uit vmbo tot aan volwassen zij-instromers en professionals die zich verder in hun vak bekwamen door bijscholing of specialisatie.

“Vaak gaat er een verhaal schuil achter een nieuwe huisstijl, een reorganisatie of een fusie bijvoorbeeld. Hier niet”, legt Ronald Olij, voorzitter van IW Nederland, uit. “IW heeft een goede positie in de markt van opleidingen voor de installatiebranche. We bieden echter zo’n breed scala aan diensten en die bestrijken zoveel doelgroepen, dat we het nodig vinden om óók in de merknamen en in de huisstijl beter tot uitdrukking te brengen dat IW één loket is.”

Beeldtaal
Stichting IW Nederland bestiert zeven regionale opleidingsbedrijven, verspreid door het hele land. Onder de vlag van de stichting worden drie merken gevoerd: IW-BBL, IW ContractOnderwijs en IW WorkForce. Vanaf 3 april worden die merknamen omgedoopt tot: IW Leren & Werken, IW Training & Advies en IW Switch & Werk. Alle merken zijn herkenbaar aan hetzelfde IW-logo. “De nieuwe merknamen dekken de lading beter”, vindt Olij. “De beeldtaal maakt ze bovendien beter herkenbaar als IW-producten.”

Nieuwe merknamen
IW Leren & Werken verzorgt het BBL-onderwijs, de Beroeps Begeleidende Leerweg. Studenten combineren werken en leren. IW Training & Advies biedt scholing aan volwassenen die al in het arbeidsproces zitten en hun kennis en vaardigheden willen uitbreiden of bijwerken. Het onderwijs wordt afgestemd op de behoeften van de werkgever en de werknemer en is gericht op het verbeteren van de vaardigheden en het vergroten van de kennis van de werknemer op het gebied van installatie-, elektro- of koudetechniek. IW Switch & Werk is een tak van IW Nederland die zich richt op het opleiden en detacheren van volwassen zij-instromers in de installatiebranche.

KSB geeft jonge technici kans en uitdaging

Gepubliceerd op

Welk bedrijf in de industrie kampt er niet mee? Het bestaande personeelsbestand is aan het vergrijzen maar het aantrekken van (jonge) instroom blijkt problematisch. Landelijk, regionaal en lokaal worden verschillende initiatieven ontplooid om nieuwe, vooral jonge werknemers te vinden én aan het bedrijf te binden. KSB zet daarbij in op nauwe samenwerking met regionale opleidingscentra. Een gesprek met enkele jonge servicemedewerkers bij deze fabrikant van onder andere pompen en afsluiters leert echter dat het om meer gaat dan alleen samenwerken.

Neem Mike Huisman. Hij volgde de mbo-opleiding Werktuigbouwkunde toen hij in 2017 een stageplek zocht. Die vond hij bij KSB. “KSB voelde als een thuis waar ik serieus werk vond, leuke opdrachten kreeg en gemotiveerd werd om door te studeren. Inmiddels zit ik in mijn derde jaar van de hbo-opleiding Werktuigbouwkunde. Wat begon met een stage is inmiddels een prachtjob die mij ook kennis laat maken met het buitenland. Ik heb al tien weken bij KSB in Duitsland op de onderzoeksafdeling mogen werken, waar ik heb geleerd hoe onderzoeksontwikkelingen worden vertaald naar de praktijk. En inmiddels ben ik alweer met KSB aan het vooruitkijken naar de volgende vijf jaar.”

Afwisselende werkzaamheden
Steven Ohm werkt met Mike samen in de KSB-werkplaats in Zwanenburg. Ook hij leerde KSB kennen tijdens zijn mbo-stage. “Al snel merkte ik dat KSB afwisselend werk biedt: revisie, onderhoud, lassen – ik krijg eigenlijk met alles te maken. Tegelijkertijd motiveert KSB me wel om door te gaan met mijn studie. Mijn afstudeerproject was een vlaktafel waar ik nu bij KSB dagelijks aan sta te werken. Voorlopig wil ik hier nu eerst ervaring opdoen. En dat lukt uitstekend in een omgeving waarin veel jonge collega’s om je heen lopen die ondersteund worden door enkele ‘oude rotten’ in het vak.” Collega Dennis Loogman is dezelfde mening toegedaan: “Ik was van oorsprong automonteur maar zocht een nieuwe uitdaging; een baan met meer mechanica en minder elektronica. Die vond ik bij KSB, waar ik het overgrote deel van de tijd in de werkplaats actief ben maar af en toe ook meega naar onderhoudsopdrachten bij klanten.”

Hard nodig
Mike Breure is momenteel bezig met revisies. Als HBO-er Werktuigbouwkunde werkt hij inmiddels één jaar bij KSB en heeft in dat jaar naar eigen zeggen veel geleerd. “KSB biedt ook veel gelegenheid om te leren. Het heeft me het eerste jaar wel verbaasd dat er zoveel kon; ik ben zelfs ook al twee keer in Duitsland op cursus geweest. Voor mij is het een mooi bewijs dat KSB investeert in de eigen medewerkers. En dat merk ik ook als ik over mijn eigen ontwikkeling op het werk praat; ik ben aangenomen voor de service-buitendienst maar heb ook al aangegeven dat ik te zijner tijd graag op de engineeringafdeling zou werken. Ik ervaar dat KSB je helpt om naar zo’n positie door te groeien. Dat doet je niet alleen beseffen dat industriële bedrijven als KSB hard nodig zijn, maar ook dat wij als jonge werknemers onmisbaar zijn.”

Volop uitdagingen
Tim de Boer werkt al vier jaar bij KSB als buitendienstmonteur. Wat hem aanspreekt zijn de openheid en de sfeer. “Iedereen kan het goed met elkaar vinden omdat je geaccepteerd wordt zoals je bent. Ik heb de eerste drie maanden in de werkplaats gewerkt en ben daarna als buitendienstmonteur aan de slag gegaan. Het is zeer divers werk bij uiteenlopende klanten waarvoor je veel vrijheid krijgt maar ook goed moet kunnen improviseren. KSB investeert veel tijd in ons en dat geeft een goede binding met het bedrijf; het voelt een beetje als een familie.”

Boven mbo-niveau
Naast Tim werkt Rick Huisman. Met 20 jaar is hij de jongste. Momenteel doet hij de mbo-opleiding Werktuigbouwkunde en het werk bij KSB sluit daar op aan. “De techniek waar ik hier mee te maken krijg, ligt boven het mbo-niveau. Dat maakt het zo interessant en uitdagend om hier te werken. Momenteel loop ik stage waarbij ik als opdracht een Sewatec afvalwaterpomp zelf moet repareren. Samen met collega’s heb ik de pomp mogen uitbouwen. Momenteel haal ik de pomp uit elkaar waarna die gestraald wordt en onderdelen worden vervangen. Tenslotte mag ik de pomp weer volledig gereviseerd inbouwen in een ziekenhuis.”

Jonge collega’s
Desley Kisoor is de laatste KSB-jongeling. Hij kwam als constructiewerker in dienst bij de KSB-werkplaats waar hij pompen reviseert en onderhoudt en laswerkzaamheden verricht. “Ik ben via een kennis met KSB in contact gekomen en had al snel in de gaten dat het een bijzondere werkomgeving biedt met veel jonge collega’s en uitdagend werk. Al tijdens mijn stage kreeg ik het aanbod om aanvullende opleidingen te gaan doen. Dat gaf direct een goed gevoel en dat is eigenlijk altijd zo gebleven. Eén van die opleidingen was in Duitsland, waar je dan ook merkt hoe groot ons bedrijf is.”

Meisjes kiezen steeds vaker voor technische carrière

Gepubliceerd op

Meisjes vinden steeds vaker de weg naar een opleiding in de techniek. Die conclusie trekt Techniek Nederland aan de vooravond van Girls’ Day, op donderdag 30 maart. Het aantal meisjes dat dit schooljaar heeft gekozen voor een technische vmbo-opleiding ligt maar liefst 21% hoger dan in 2021- 2022. Voorzitter Doekle Terpstra van Techniek Nederland: “Voor meisjes wordt een keuze voor techniek bijna net zo gewoon als een keuze voor de zorg of het onderwijs. Dat is goed nieuws voor de werkgevers in onze sector, maar ook voor de meiden zelf. Want de technieksector biedt enorme carrièrekansen.”

De toename van de instroom van meisjes op technische opleidingen komt niet als een verrassing. Terpstra: “Van alle sectoren biedt de techniek waarschijnlijk het allerbeste uitzicht op een interessante en succesvolle loopbaan. Het vak wordt breder, innovatiever en digitaler. Zwaar materiaal maakt meer en meer plaats voor slimme techniek. Daar komt bij dat de cultuur in techniekbedrijven volop in beweging is; communicatieve vaardigheden, creativiteit en teamwork zijn belangrijker dan ooit. Werken in de techniek wordt daardoor steeds aantrekkelijker, voor mannen én vrouwen.”

Vrouwen zijn onmisbaar
Ondertussen neemt de maatschappelijke betekenis van de technieksector snel toe. De energietransitie is onuitvoerbaar zonder techniek, voor innovaties in de gezondheidszorg geldt hetzelfde. Het is niet realistisch om te denken dat de omvangrijke maatschappelijke opgaven te realiseren zijn met de helft van de beroepsbevolking, aldus Techniek Nederland. Meisjes hebben in de technieksector volop kansen als installatiemonteur, maar bijvoorbeeld ook als adviseur, ontwerper en data-analist.

Vrouwen zijn in aantocht
De instroom in het vmbo bij het technisch profiel Produceren, Installeren en Energie (PIE) groeit licht. Dit schooljaar is 5,8% van de studenten een meisje; in het schooljaar 2021-2022 was dat 5%. Terpstra: “Er moet dus nog veel gebeuren. Daarom is het goed dat veel techniekbedrijven op Girls’ Day in actie komen en activiteiten organiseren. Techniek moet je zien en beleven, in de praktijk.”

Girls’ Day 2023: donderdag 30 maart
Girls’ Day is bedoeld om meisjes tussen de 10 en 15 jaar enthousiast te maken voor technische opleidingen en beroepen. De dag is een initiatief van VHTO, het expertisecentrum genderdiversiteit in bèta, techniek en IT.

Méér vmbo-leerlingen (en meisjes) kiezen voor techniek

In het vmbo kiezen steeds meer leerlingen voor een technische opleiding. Net als een jaar eerder groeide het aantal vmbo’ers ...

Steeds meer jonge vrouwen in de installatiebranche

Het is vandaag Girls’ Day. Bedrijven in het hele land laten meisjes kennismaken met de carrièrekansen in de techniek. Doekle ...

Techniek Nederland pleit voor meer vrouwen in techniek op Girls day

De carrièrekansen voor meisjes en vrouwen in de techniek zijn groter dan ooit. Toch is op dit moment nog maar ...

‘Meer vrouwen in de techniek. Zo doe je dat!’

Met de uitreiking van de Femme Tech Bedrijven Awards zijn de afgelopen vijf jaar technische bedrijven in het zonnetje gezet, ...

Interland Techniek bundelt krachten met specialist luchtvochtigheid

Gepubliceerd op

Interland Techniek, specialist in klimaatbeheersing en luchtverdeeloplossingen, heeft een exclusieve samenwerkingsovereenkomst getekend met DriSteem. DriSteem is leverancier van oplossingen voor bevochtiging, adiabatische koeling en waterbehandeling voor commerciële en industriële toepassingen. Het bedrijf biedt op maat gemaakte systemen voor uiteenlopende marktsegmenten, zoals gezondheidszorg, datacenters, kantoren, cleanrooms, waarin nauwkeurige controle van luchtvochtigheid een belangrijke rol speelt.

Stephen Finkel, regionaal verkoopmanager West-Europa bij DriSteem, legt uit dat werken met Interland Techniek "de logische keuze is, gezien hun ervaring en expertise." Finkel vervolgt: “Ik heb er alle vertrouwen in dat hun inzet voor de beste service en productkennis van DriSteem de tools en ondersteuning zal bieden die in Nederland nodig zijn. Ze zijn een geweldige aanvulling op ons verkoopteam en we zijn blij dat we ze aan boord hebben. We zijn erg trots om samen met Interland Techniek de Nederlandse marktpositie uit te bouwen.”

Gezond en comfortabel binnenklimaat
Sander van den Hoven, algemeen directeur van Interland Techniek: “Interland Techniek is al meer dan 70 jaar actief in klimaatbeheersing en is onderdeel van de Nederlandse HC Groep. Een gezond en comfortabel binnenklimaat heeft een positieve invloed op mensen; als Nederlands marktleider op het gebied van klimaatbeheersing speelt HC Groep, met meer dan 100 jaar ervaring, hierin een belangrijke rol. Innovatief, betrouwbaar, maatschappelijk verantwoord, milieubewust en betrokken. Dit zijn enkele kernwaarden die alle bedrijven van HC Groep hun klanten te bieden hebben. Dagelijks zetten ruim 400 medewerkers zich, verdeeld over diverse locaties in Nederland en één locatie in het buitenland, in om specialistische vraagstukken op het gebied van klimaattechnologie op te lossen.”

Creatief met lucht
Peter van der Velde, commercieel directeur van Interland Techniek, vult aan: “Duurzame totaaloplossingen op het gebied van klimaatbeheersing zijn ons uitgangspunt. Wij zijn creatief met lucht en deskundig in eenvoudige tot zeer complexe vraagstukken op het gebied van klimaatbeheersing, zodat elk klimaat-technisch vraagstuk met de juiste adviezen en producten wordt opgelost. Maatwerk is onze passie. Dat bewijzen we door technisch advies te geven voor een probleemloze werking van onze producten en systemen.”

Speciale luchtbehandeling moet voor ‘virusvrije’ lift zorgen

In kantoor The Edge wordt één van de liften voorzien van een nieuw ontwikkeld, compact inbouw-luchtbehandelingssysteem dat zorgt voor schone, ...

Cairox Centre krijgt nieuwe naam

Cairox Centre zal met ingang van het nieuwe kalenderjaar verder gaan onder de naam UltimAir. De nieuwe naam moet nog ...

Corona en bevochtiging: wat te doen?

Heeft de bevochtiging van gebouwen ook impact op de levensduur van het coronavirus? En zo ja; wat kan ik dan ...

Bouwspecialist breidt activiteiten uit door overname  

SIG plc, gespecialiseerd in oplossingen voor de bouwindustrie, kondigt de overname van HC Groep bv aan. HC Groep, met vestigingen ...

Nederlands kampioen sanitair en verwarming

Gepubliceerd op

Sam Strijbis uit Dirkshorn is Nederlands kampioen geworden in zijn vakgebied ‘sanitair- en verwarmingstechnicus'. De tweede plaats ging naar Jasper Klein uit Hoofddorp. Ariën Koolmees uit Overijssel werd derde. De in totaal acht finalisten hebben afgelopen donderdag 23 maart en vrijdag 24 maart in de RAI gestreden om het kampioenschap. Zeven van de acht finalisten in deze categorie komen uit de stallen van IW-opleidingsbedrijven.

De wedstrijdopdrachten die de finalisten krijgen, zijn elk jaar anders. Deelnemers in de competitie ‘sanitaire-en verwarmingstechnicus’ moeten bijvoorbeeld een koud- en warmwaterleiding aanleggen en een cv- of rioolinstallatie volgens tekening maken. Naast veilig en netjes werken moeten de deelnemers vaardig zijn in het buigen en bewerken van alle soorten installatietechnisch leidingwerk, het maken van verbindingen en kennis hebben van afsluiters, kleppen, ventielen en de wijze waarop die gemonteerd moeten worden.

Trends en ontwikkelingen
De wedstrijdopdrachten representeren enerzijds nieuwe trends en ontwikkelingen in het vakgebied, zoals gebruik van moderne gereedschappen en nieuwe producten die op de markt komen. Ook doen de opdrachten een beroep op zowel de vakkennis als de vakvaardigheden van de finalisten. Daarnaast worden deelnemers beoordeeld op vakoverstijgende vaardigheden als creatief en probleemoplossend denken.

Leerwerktraject
De jaarlijkse Skills competities zijn vakwedstrijden voor mbo- en vmbo-studenten. De meeste deelnemers volgen een leerwerktraject. Ze werken bij een leerbedrijf en gaan daarnaast naar school. Elk jaar worden er wedstrijden georganiseerd in ongeveer 50 vakrichtingen, van verpleegkundigen en automonteurs tot ICT-beheerders en schoonheidsspecialisten. Via voorrondes op school en kwalificatiewedstrijden kunnen deelnemende studenten in de nationale finales komen. Daar strijden ze om de titel beste vakman of -vrouw van Nederland. Afgelopen week hebben in totaal ruim 700 finalisten van Skills Talents (vmbo) en Skills Heroes (mbo) in de Amsterdamse RAI gestreden om Nederlands kampioen te worden in hun vakgebied.

Jonge Nederlandse installateur bij wereldtop in zijn vak

Nederland heeft zilver gescoord op de wereldkampioenschappen ‘sanitaire en verwarmingstechniek’ tijdens de WorldSkills 2022 kampioenschappen voor beroepen in het Poolse ...

Wedstrijden voor fitters tijdens beurs waterbehandeling

Tijdens de Aqua Nederland Vakbeurs zullen voor het eerst demonstraties van fitterijteams van Waternet en Waterbedrijf Groningenworden gehouden. De KNW ...

Medewerkers De Groot Installatiegroep doen het goed tijdens WorldSkills Netherlands

Vier medewerkers van De Groot Installatiegroep zijn vorige week tijdens de finale van WorldSkills Netherlands in Den Bosch in de ...

Nationale Beroepenwedstrijd Technische Isolatie

Zes jonge isolatietechnici streden en strijden donderdag 10 en vrijdag 11 maart 2016 in Hét Huis van de Isolatie in ...

ISH 2023, een ‘serieuze’ verademing

Gepubliceerd op

De ISH is altijd een feestje. In een sneltreinvaart krijg je als bezoeker een totaaloverzicht van alle trends en noviteiten. Deze editie stond duidelijk in het teken van ‘haalbare oplossingen om de verduurzamingstransitie succesvol te doorlopen’. De beurs had de nodige noviteiten in petto om de bezoeker te verrassen. Tegelijkertijd liet de ISH ook goed zien welke trends op dit moment de toon aangeven in de installatiebranche.

Het was een verademing om na de ‘coronajaren’ weer elkaar face-to-face te ontmoeten viel van diverse kanten te horen. Een gelukkige bijkomstigheid was dat er ook echt iets te zien en te ervaren viel. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de VSK, Hardenberg en de Bouwbeurs, sparen fabrikanten nog wel hun noviteiten op om ze voor het eerst te tonen tijdens de megabeurs in Frankfurt am Main.

Exposanten
Tijdens deze ISH-editie waren er 2025 exposanten aanwezig, een daling vergeleken met de vorige ‘fysieke’ ISH in 2019 toen er 2.532 kwamen opdraven. Ze waren afkomstig uit 54 verschillende landen. Daarmee wordt een langjarige trend voortgezet. Zo was meer dan 60% van de exposanten tijdens de edities van 2017 en 2019 afkomstig uit andere landen dan Duitsland. Deze internationalisering van de beurs is overigens geheel in lijn met ontwikkelingen in het vakgebied zelf, waar ook steeds makkelijker over de grenzen wordt gekeken. Deels uit noodzaak, vanwege internationale klimaatafspraken, deels uit nieuwsgierigheid, eigen netwerken en businessventures die zich over verschillende landen uitstrekken. De exposanten waren over het algemeen te spreken over de kwaliteit van de bezoekers. Een fabrikant merkte, terecht, op dat de bezoekers meer gericht zoeken naar informatie. “Een verschil met vroeger toen de ISH voor menig installateur vooral een ‘feestje’ was. Door alle regelgeving en de stijgende energieprijzen worden installateurs nu echter gedwongen zich meer te verdiepen in bijvoorbeeld warmtepompen. We merken dat ze zich volop aan het oriënteren zijn.”

Bezoekers
Inmiddels duurt de ISH vijf dagen, deze editie van 13 tot en met 17 maart. Volgens ingewijden zijn vooral maandag tot en met donderdag interessant voor vakspecialisten, want “vrijdag komen vooral de consumenten”. Dit jaar bezochten rond de 154.000 bezoekers de ISH. Een forse daling, die helaas, de beurs al langer parten speelt. In 2019 kon de ISH nog 190.000 bezoekers begroeten, in 2017 rond de 200.000. Evenals bij de exposanten zet wel de internationalisering van de beurs door, maar met ups and downs. Was in 2017 40% van de bezoekers afkomstig uit andere landen dan Duitsland, in 2019 ging het om 48% en dit jaar om 44%. Tot de toplanden behoorden Nederland, Italië, Frankrijk, Zwitserland, België, China, UK, Polen, Oostenrijk en Turkije. Duizenden landgenoten namen dus wederom de moeite om de ISH te bezoeken. Ze waren erg te spreken over de beurs, aldus de organisatie. Deze ISH-editie scoorde, evenals de afgelopen twee keer, extreem hoge cijfers. Volgens een onderzoek van de Messe zelf gaf 94% van de bezoekers aan hun doelen voor het beursbezoek te hebben gerealiseerd. Bovendien was 96% tevreden over de rijke verscheidenheid van de exposanten en de getoonde oplossingen.

Aandachtsgebieden
Wat kregen al die bezoekers voorgeschoteld? De beurs liet de laatste ontwikkelingen zien op het gebied van verwarming, airconditioning, ventilatie, domotica en GB-systemen. Daarnaast kon de bezoeker zich uitgebreid verdiepen in moderne en duurzame oplossingen voor de sanitairbranche en de installatietechniek in de brede zin des woords.
Uiteraard was in alle subdisciplines ruimschoots aandacht voor de energietransitie. Hal 8 was eigenlijk de warmtepomphal. Opvallend was verder de grote aandacht voor houtgestookte verwarmingsoplossingen. Ook dit is in lijn met ontwikkelingen in Nederland. Zo liet de brancheorganisatie voor leveranciers van bioketels (NBKL) al eerder dit jaar weten dat in 2022 de vraag naar haar systemen sterk was gestegen. Ook neemt op het gebied van ventilatie en luchtbehandeling de aandacht voor gebalanceerde ventilatiesystemen sterk toe. Dat geldt eveneens voor filtering en de monitoring van de binnenluchtkwaliteit. Onder andere via CO2- en RV-sensoren. Dit heeft alles te maken met de pandemie van de afgelopen jaren. Hetzelfde geldt voor de grote verscheidenheid aan ‘touch-free’ oplossingen die de exposanten lieten zien. Tot slot: circulariteit begint ook steeds meer opgang te maken in onze branche. Dat heeft niet alleen te maken met Europese wetgeving, maar ook met het gebrek aan materialen, componenten en producten door de verstoorde logistieke aanvoerlijnen tijdens de pandemie én de naweeën daarvan.

De volgende ISH vindt plaats van 17 – 21 maart in 2025 in Frankfurt am Main.

Nieuwe naam voor Installatie Vakbeurs Hardenberg

Installatie Vakbeurs wordt Installatie Vakdagen. De nieuwe naam sluit volgens de organisator beter aan bij de veranderende informatiebehoefte in de ...

ISH 2023 introduceert Hotspots

ISH 2023 komt er al weer aan. Voor een snelle oriëntatie krijgen deelnemers aan deze internationale vakbeurs voor de installatiebranche ...

Nederlandse huishoudens beperken energieverbruik

Uit een onderzoek van tado°, actief op het gebied van intelligent klimaatbeheer voor woningen, blijkt dat 61,1% van de huishoudens ...

Nabeursfase digitale ISH levert extra deelnemers op

De internationale vakbeurs ISH werd dit jaar vanwege de coronapandemie digitaal gehouden. Van 22 tot 26 maart jl. is ongeveer ...

Een andere aanpak van het arbeidstekort

Gepubliceerd op

Er is al jarenlang een structureel tekort aan vakmensen. Tegelijkertijd brengt de verduurzamingsopgave én vraag naar nieuwe woningen steeds meer werk met zich mee. Toch maar alles aannemen dan? De verleiding is groot, maar hier zitten behoorlijke risico’s aan vast.

Breman Installatiegroep kiest daarom voor een andere aanpak. IZ sprak erover met Erik van Heuveln, lid van de groepsdirectie van het bedrijf.

Onderzoek
Uit een recent onderzoek van bouweninstallatiehub.nl onder bijna 3000 professionals uit de bouw en installatie blijkt dat ruim 75 procent vindt dat de kwaliteit van het werk te lijden heeft onder het personeelstekort. Het percentage is ongeveer gelijk in de sectoren bouw, installatie, leveranciers en ontwerp & advies. Het gaat niet eens zozeer over de hoeveelheid vakmensen, maar over vakmensen met de juiste opleiding. Er is een gebrek aan instroom van jongeren, terwijl de ouderen uitstromen en de techniek snel verandert, aldus het onderzoek.

Tekort
Volgens Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland, komen we ongeveer 20.000 technische medewerkers tekort. Daar komen nog 25.000 banen bij de komende jaren. Om het tekort op te lossen is het belangrijk dat de techniek aantrekkelijker wordt. Maar hoe gaan we dat bereiken?

Open vacatures
Breman Installatiegroep heeft bijna 1700 professionals in dienst. “Daarnaast staan er zeker 200 vacatures open”, vertelt Van Heuveln. “En dan gaat het zowel om professionals die binnen als buiten werkzaam zijn.”

Praktijk
Veel kleine en middelgrote installatiebedrijven hebben hetzelfde probleem. Ook zij kunnen nauwelijks vakmensen vinden. Tegelijkertijd krijgen ze van alle kanten werk aangeboden. De verleiding is groot om alles toch maar aan te nemen. Zeker omdat menig installatiebedrijf tijdens de vorige economische crisis, van 2008 tot 2014, fikse klappen heeft opgelopen en minder vet op de botten heeft dan hun grotere collega’s.

Begrip
“Ik begrijp dat ze zo in de wedstrijd zitten”, zegt Van Heuveln. “Ik wens alleen dat ze wel goed op zichzelf en hun personeel blijven letten. En op de kwaliteit van het geleverde werk. Je wilt uiteraard geen ‘Pennywise, Poundfoolish’.”

Keuze
Breman Installatiegroep kiest voor een radicaal andere aanpak. Het bedrijf besteedt veel aandacht aan de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Dat past ook bij de filosofie van familiebedrijven die vaak continuïteit hoog in het vaandel hebben staan. “We zetten veiligheid op één, daarnaast willen we niet alleen een energiepositieve bijdrage leveren aan de duurzaamheidstransitie, maar ook in het bedrijf willen we dat mensen energie halen uit hun werk, er plezier in hebben én houden.”

Toolboxmeetings
In de praktijk wordt daar onder andere handen en voeten aan gegeven door frequent toolboxmeetings te organiseren en bij iedere vergadering als eerste punt veiligheid te behandelen. Daarnaast biedt het bedrijf een ruim scala aan mogelijkheden voor medewerkers om zich door te ontwikkelen. Onder andere via de eigen Breman Academy.

Grenzen stellen
Maar die andere aanpak houdt ook in dat het bedrijf ‘nee’ durft te zeggen. “We willen niet dat de kwaliteit van het werk onder druk komt te staan door een tekort aan mensen. En we willen onze medewerkers niet uitputten. Het komt voor dat je dan opdrachten beleefd moet weigeren.” Meestal reageren potentiële klanten daar positief en begripvol op, vertelt Van Heuveln. “Natuurlijk is er wel eens sprake van teleurstelling, maar we onderbouwen heel grondig waarom we nee zeggen. En dan merk je over het algemeen wel dat ze het begrijpen. Iedereen weet dat er meer werk is dan er vakmensen voorhanden zijn.”

Oplossingen
Om het arbeidstekort op te lossen, halen uitzendbureaus onder andere vakmensen uit Oost-Europa. In de bouw- en installatiesector zijn al jarenlang wisselende geluiden te horen over de kwaliteit die zij leveren en de samenwerking met autochtone vakmensen. Van Heuveln heeft een “open houding tegenover deze mogelijkheid. Wij werken bij een project met maximaal 25% onderaannemers. Dat doen we om het beheersbaar te houden. We houden rekening met taalbarrières en vinden een goede begeleiding erg belangrijk.”

Juridische belemmeringen
Vanuit overheidswege en Techniek Nederland is ook gepleit om vakmensen te halen uit andere regio’s. Te denken valt dan onder andere aan Noord-Afrikaanse landen. Ook hier staat Van Heuveln open tegenover. “Wat mij betreft is iedereen met een passie voor het vak welkom.” Tegelijkertijd moeten we ook niet vergeten wat er binnen Nederland nog aan onbenut potentieel is. Van Heuveln: “Denk aan vluchtelingen. Dat is ook een kansrijke groep. Velen zitten zo twee jaar in een opvangcentrum, maar mogen ondertussen niet werken vanwege de wetgeving. Ik zou ervoor willen pleiten om de juridische belemmeringen uit de weg te helpen.”

Aantrekkelijk maken
Daarnaast moeten we de branche meer aantrekkelijk zien te maken voor de eigen bevolking, zegt Van Heuveln. Maar hoe doe je dat? Marketingdeskundigen nemen nogal eens de verkeerde afslag, beaamt Van Heuveln, door te veel te benadrukken dat “we geen vies werk doen”. De ironie is namelijk dat veel vakmensen er helemaal geen moeite mee hebben om vies te worden. Sterker nog, dat een dag hard fysiek werk, waarbij je wat vlekjes op je kleding krijgt, ook juist als heel bevredigend kan worden ervaren. En tastbare resultaten oplevert, waar je trots op kan zijn.

Binden
Daarnaast is het belangrijk om je personeel ook aan je te binden. Door ze doorgroei- en/of ontwikkelmogelijkheden te geven. Door ze te ondersteunen, waar mogelijk. “We realiseren ons niet altijd dat we ook vakkrachten hebben met dyslexie, die kan je bijvoorbeeld beter op een visuele manier instrueren of door tekst voor te lezen.” Datzelfde probleem speelt met laaggeletterdheid. Nederland telt circa 2,5 miljoen laaggeletterden en dat aantal neemt toe.

Structureel
Hoe dan ook, we zullen waarschijnlijk ook de komende jaren nog kampen met een structureel tekort aan vakmensen, denkt Van Heuveln. “Je zit met een gebrek aan aanwas en tegelijkertijd stromen mensen uit. Daarnaast neemt de installatiequote in gebouwen alleen maar toe en worden installaties ingewikkelder.”

Prefab
Als het mankrachtprobleem blijft spelen, moet je op zoek gaan naar andere oplossingen. Fabrikanten, leveranciers, maar ook bouwers en installateurs zetten steeds meer in op prefab. Daarbij worden onder geconditioneerde omstandigheden in een fabrieksachtige omgeving componenten, systemen, bouwdelen of modules gefabriceerd. Dat levert een kwaliteitsvoordeel op. Bovendien hoeft daarnaast een gebouw alleen nog maar te worden gemonteerd op de bouwplaats. En dat, levert ook nog eens een fikse tijdsbesparing op.

Dit is de verkorte versie van een artikel uit de komende uitgave van IZ. Hele artikel lezen? Surf dan komende maand naar www.installateurszaken.nl of nog beter abonneer je gratis op IZ via https://installateurszaken.nl/gratis-abonnee-worden/!

Brede oproep aan politiek: ‘Pak tekort aan technisch personeel aan

Het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIVI) schaart zich achter de oproep aan een nieuw kabinet van ondernemersorganisatie FME en vakbond ...

Technische bedrijven kampen komende vijf jaar met flink personeelstekort

Ruim acht op de tien technische bedrijven (82%) verwacht de komende vijf jaar een tekort aan technici binnen hun organisatie ...

Vraag naar bekwaam technisch personeel blijft onverminderd groot

Uit recent onderzoek blijkt dat voor ruim vier op de tien (43%) technische werkgevers het tekort aan nieuwe aanwas de ...

Installateur populair bij eigen personeel en werkzoekers

Hoppenbrouwers Techniek mag zich voor de tweede keer de Beste Werkgever noemen. De ruim 1250 medewerkers beoordeelden de organisatie op ...

Compacte ontgasser voor lagetemperatuur-systemen

Gepubliceerd op

Lagetemperatuursystemen worden steeds meer toegepast. Een minpunt van deze systemen is de kwetsbaarheid: luchtbelletjes veroorzaken op den duur corrosie en biofilm waardoor leidingen verstoppen. Het energiegebruik neemt dan toe terwijl het comfort en de levensduur van het systeem afnemen. Flamco heeft hiervoor een ontgasser voor kleinere lagetemperatuursystemen ontwikkeld: de VacuStream. Het compacte apparaat maakt (chemisch) spoelen overbodig.

Steeds meer woningen worden verduurzaamd door ze uit te rusten met vloerverwarming, al of niet in combinatie met een warmtepomp. Het rendement van deze duurzame investeringen gaat deels teniet doordat gassen in het systeem een optimale werking belemmeren. Vervuiling van lage temperatuursystemen is een sluipend proces.

Corrosie en biofilm verstoppen leidingen
Door corrosie en de aangroei van biofilm door aanwezigheid van zuurstof verstoppen de leidingen en slijt de installatie sneller. Het opwarmen duurt langer (minder thermische overdracht), er ontstaan koude zones (afname comfort) en het systeem kan zelfs uitvallen. Doorspoelen was tot nu toe de enige (tijdelijke) remedie, maar voorkomen is beter, goedkoper en duurzamer dan genezen, aldus Flamco.

VacuStream ontgast lage temperatuursystemen
Conventionele luchtafscheiders werken minder goed bij lage temperaturen. Vacuüm-ontgassers zijn wél effectief, maar deze zijn vaak relatief groot en duur voor kleine systemen én maken relatief veel geluid. De VacuStream is daarentegen een compacte en stille ontgasser (ca. 45 x 15 cm) voor systemen tot 500 liter inhoud. Mede door haar afmeting en ontgassingscapaciteit is de ontgasser geschikt voor kleinere lagetemperatuursystemen in de woningbouw en voor klein-zakelijke toepassingen. Door het ruime temperatuurbereik (-5 ºC tot 65 ºC) functioneert het apparaat bij zowel verwarmen als koelen. De VacuStream ontgast het systeemwater volgens een vaste cyclus, waarbij er een vacuüm wordt gecreëerd met het te ontgassen systeemwater. De luchtdeeltjes die hierbij vrijkomen, drijven naar boven en worden, zodra de zuiger in de oorspronkelijke positie terugkeert, via de Flexvent automatische vlotterontluchter aan de bovenzijde snel en effectief afgevoerd.

Behoud van rendement en comfort
De VacuStream kan naast de warmtepomp of vloerverwarmingsverdeler (eventueel in de verdelerkast) worden ingebouwd. Het apparaat is voorzien van een ingebouwde 24V adapter waardoor hij op het lichtnet kan worden aangesloten. Doordat de ontgasser verstopping, slijtage en energieverspilling voorkomt, helpt de VacuStream het rendement en comfort van de lage temperatuursystemen te behouden. De ontgasser is geschikt voor zowel nieuwbouw als renovatie van installaties.

Complete range lucht- en vuilafscheiders
Met de VacuStream breidt Flamco haar assortiment op het gebied van lucht- en vuilafscheiding verder uit. Deze range bestaat naast de Flexvent vlotterontluchters onder andere uit de XStream microbellen lucht- en vuilafscheiders en, voor de grotere utiliteitsgebouwen, de Vacumat Eco ontgassers en de SideFlow Clean deelstroomfilters. De VacuStream is vanaf medio 2023 leverbaar.

Een optimaal afgiftesysteem

Je kunt de krant niet openen of je ziet wel een bericht over (hybride) warmtepompen. Mensen wordt een beeld geschetst ...

Geruisloos ontgassen van kleine en middelgrote installaties

Spirotech breidt het assortiment vacuümontgassers uit met de Superior S250. Deze verbetert de efficiency van kleine en middelgrote verwarmings- en ...

Installateur als duurzaamheidsambassadeur

Na een jaar lang proberen, onderzoeken en uitwerken in de praktijk, keert het tij voor wat betreft de uitvoering van ...

Slimme maatregelen om efficiënter te verwarmen

Het duurzaam verwarmen van de bestaande gebouwde omgeving en daarmee de CO2-uitstoot verlagen is een enorme uitdaging. Het energiegebruik moet ...

Verduurzaming door flexibel te voorzien in energie

Gepubliceerd op

De energieflexibiliteit van een gebouw is de mate waarin de energiebehoefte en de energieproductie van een gebouw kunnen reageren op externe prikkels. Een (prijs)prikkel moet ervoor zorgen dat gebouwen extra vermogen vragen als er bijvoorbeeld een te groot aanbod van duurzame energie is of juist de vraag verminderen als er te weinig aanbod is. Dat staat in het TVVL Klimaattechniek (/KT) - 42 rapport ‘Energieflexibiliteit in gebouwen’. Het rapport biedt inzicht in hoe gebouwen kunnen bijdragen aan het verduurzamen van de energievoorziening door het flexibiliseren van de energiebehoefte. Voor dit rapport is ook een aanvullend document beschikbaar waarin een projectmatige aanpak wordt beschreven voor het in kaart brengen en ontsluiten van de energieflexibiliteit van een gebouw.

In de traditionele energievoorziening volgt de energieproductie de energiebehoefte. Bij de duurzame energievoorziening is het aanbod van duurzame energie niet stuurbaar. Om zo veel mogelijk gebruik te maken van de beschikbare duurzame energie is het zinvol als de energiebehoefte de duurzame energieproductie enigszins kan volgen. Dit is het doel van energieflexibiliteit. TVVL Expertgroep Klimaattechniek heeft met medewerking van de expertgroepen Gebouwbeheer en – automatisering en Elektrotechniek een rapport samengesteld dat inzicht biedt in manieren waarop de flexibilisering van de energiebehoefte ertoe leidt dat gebouwen kunnen bijdragen aan het verduurzamen van de energievoorziening.

Vorm van energieopslag
Energieflexibiliteit wordt in zijn algemeenheid gerealiseerd door een vorm van energieopslag. Dit kan een batterij zijn, maar ook een voorraadvat met warmwater. Het rapport beschrijft dat de massa van het gebouw zelf een thermische buffer is die gebruikt kan worden om energieflexibiliteit te realiseren. Daarnaast kan door het clusteren van vele gebouwen in combinatie met min of meer flexibel te schakelen apparatuur energieflexibiliteit opleveren. Ook is gekeken naar complexe factoren zoals energieflexibiliteit in samenhang met de andere gebouwsystemen en innovaties op het gebied van voorspellende regelingen.

Zowel het technische rapport als het aanvullende document is beschikbaar via het online platform van TVVL.
Technisch Rapport Energieflexibiliteit van gebouwen
Technisch Rapport Energieflexibiliteit van gebouwen, aanpak

Verduurzamen van collectieve installaties

Verduurzamen van collectieve installaties Energy Bridge verduurzaamt collectieve installaties van wooncomplexen en kantoren. Een gat in de markt. Vandaar dat ...

Geen planning bij woningcorporaties om woningen te verduurzamen

Woningcorporaties worstelen met de vraag hoe ze hun bestaande woningvoorraad moeten verduurzamen. Met name de onzekerheid over technische oplossingen en ...

Vooral jongeren hebben ambitie om hun woning te verduurzamen

Ondanks dat het energielabel verplicht is sinds 2008, weten vier van de tien Nederlanders niet welk energielabel hun woning heeft ...

Extreme aandacht voor warmtepompen

Gepubliceerd op

Het was weer traditioneel druk op de internationale vakbeurs ISH, waar ruim tweeduizend exposanten afkomstig uit 54 landen hun producten en diensten toonden. Grote verandering met vorige editie is o.a. de extreme aandacht voor warmtepompen; met name luchtgebonden oplossingen worden volop getoond. Een korte impressie.

LCA-analyse wordt steeds belangrijker in de installatietechniek. Mitsubishi Electric toonde een nieuw buitendeel van een luchtgebonden warmtepomp voor de seriematige bouw die met zo min mogelijk materialen is ontworpen. Zo is er maar 0,35 kg koper gebruikt en weegt de unit slechts 39 kg. De dB(A) is 57.

Databeheer
Data bleek het nieuwe goud. Eveneens van Mitsubishi Electric is het nieuwe cloudbased systeem voor databeheer Melcloud. Het systeem bevindt zich nu nog in de pilotfase. De bedoeling is om het dit jaar nog te gaan uitrollen en er geleidelijk aan meer functionaliteiten aan toe te voegen. Het is dan o.a. te gebruiken door installateurs, eindgebruikers en de engineeringafdeling van de fabrikant voor innovatie input.
Mitsubishi toonde verder nog een WTW-oplossing voor de woningbouw, in de range van 250 tot 500 m3/h. De fabrikant kan zo zowel verwarmings-, koelings-, warmtapwaterproductie- als ventilatieoplossingen bieden.

Binnenluchtkwaliteit
Brink toonde zijn nieuwe wireless switches, bedoeld voor zowel bestaande woningbouw als nieuwbouw. De switches zijn eenvoudig te installeren en integreren. Met koppeling naar CO2-sensor, maar bijvoorbeeld ook relatieve vochtigheid. Volgens de firma neemt het aantal parameters om de binnenluchtkwaliteit te meten toe.
Daarnaast krijgt de Flair-serie er twee nieuwe telgen bij: de Flair 450 plus 600. De getallen verwijzen naar het aantal kuubs per uur. De serie bestaat uit gebalanceerde ventilatie-oplossingen. Met de 450 en 600 wordt gemikt op iets grotere eenheden, bijvoorbeeld penthouses of buurthuizen.

Balansventilatie
Met de Aircabinet mikt AL-KO vooral op scholen. Het is een decentrale balansventilatie unit die per lokaal kan worden geïnstalleerd, zowel binnen als tegen de buitengevel. Het apparaat heeft vier geluidsdempers, daardoor blijft de geluidsproductie laag: rond de 35 dB(a). Per lokaal wordt in de praktijk gewerkt met luchtverversing van 1000-1200 kuub per uur. Het systeem heeft een elektrische naverwarmer en een CO2-sturing.

Bevochtiging
Nu de aandacht voor de binnenluchtkwaliteit toeneemt, is er ook meer oog voor bevochtiging. In veel gebouwen is de luchtvochtigheid zo laag, dat er extra moet worden bevochtigd. Condair Humilife is te gebruiken in huizen en te integreren in domotica-oplossingen. Het apparaat beschikt over een speciaal membraam met het oog op de hygiëne.

Propaan
Propaan is het nieuwe toverwoord in warmtepompland. Verscheidene fabrikanten geven aan dat je wel "iets met propaan moet tonen, om te laten zien dat je meedoet". Een ander veel gezien koudemiddel is R32.
Daikin liet de nieuwe generatie Altherma warmtepompen zien. Er is zowel een propaan- als R454c versie. De propaanversie is groter gedimensioneerd, omdat die vooral bedoeld is voor de bestaande woningbouw, waar de randvoorwaarden (isolatie, oude afgiftesystemen etc.) niet altijd optimaal zijn. Beide versies komen in de loop van 2024 op de markt. Vermogensklassen: 4-12 kW.

Opmerkelijk
En dan kwamen we ook nog wat opmerkelijke stands tegen.
Zo waren Chinese fabrikanten weer ruimschoots vertegenwoordigd. Maar wat vooral opviel was dat de stands professioneler oogden.
Cordivari toonde op haar stand dat je design wel kunt overlaten aan de Italianen. Het bedrijf presenteerde o.a. de Badge en Window radiatoren.
Ook opvallend tot slot: sommige fabrikanten, zoals de Apen Group, kunnen misschien maar beter geen Nederlandse vestiging openen.

Vaillant verdubbelt capaciteit productie warmtepompen

Gepubliceerd op

Vaillant Group opent een nieuwe fabriek voor elektrische warmtepompen in Senica (Slowakije). De fabriek heeft een oppervlakte van 100.000 vierkante meter en produceert vanaf mei 2023 uitsluitend warmtepompen. De fabriek is ontworpen voor een jaarlijkse productie van 300.000 warmtepompen. “Met de opening van de nieuwe fabriek zijn we in staat om onze productiecapaciteit te verdubbelen tot ruim een half miljoen warmtepompen per jaar. Hierdoor kunnen we nog beter bijdragen aan het succesvol vormgeven van de verwarmingstransitie in Europa en het bereiken van de EU-doelstelling van tien miljoen nieuw geïnstalleerde warmtepompen tegen 2027,” zegt CEO van Vaillant Group Dr.-Ing. Norbert Schiedeck.

De fabriek in Senica, Slowakije, maakt deel uit van het internationale productienetwerk van de Vaillant Group. Naast de productielijnen beschikt de fabriek ook over een opleidingscentrum voor partners, een bezoekerscentrum en een logistiek centrum. De nieuwe productiefaciliteit is gecertificeerd volgens de hoogste internationale norm BREEAM voor duurzaam, milieuvriendelijk bouwen. De nieuwe fabriek gebruikt elektriciteit uit 100 procent hernieuwbare bronnen en wordt verwarmd met warmtepompen.

Miljardeninvesteringen
Sinds 2016 legt de Vaillant Group de strategische focus op milieuvriendelijke warmtepomptechnologie. Inclusief de lopende projecten bedragen de investeringen in de uitbreiding van de continu groeiende warmtepompinitiatieven bijna een miljard euro. De nadruk werd gelegd op de uitbreiding van de productiecapaciteit bij het hoofdkantoor in Remscheid en de productievestigingen in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Slowakije. In dezelfde periode heeft het bedrijf ook zijn onderzoeks- en ontwikkelingsmiddelen aanzienlijk verhoogd en zijn productportefeuille in het warmtepompsegment uitgebreid. Afhankelijk van de toekomstige marktgroei zijn voor de komende jaren extra investeringen tot nog eens een miljard euro gepland voor de verdere groei van productie- en ontwikkelingscapaciteiten.

Hybride nieuwe standaard
De urgentie van verduurzaming is groot. Daarom wil het kabinet dat vanaf 2026 de hybride warmtepomp de standaard wordt voor het verwarmen van woningen. Met de opening van deze nieuwe fabriek en verhoogde productiecapaciteit wil Vaillant bijdragen aan de groeiende vraag naar warmtepompen in Nederland

Nieuwe publicatie over bodemgebonden warmtepompen verschenen

De herziene ISSO-publicatie 72 biedt de professional actuele kennis voor het ontwerpen, realiseren en onderhouden van bodemgebonden warmtepompsystemen. Deze recent ...

‘Warmtepompen dragen wel degelijk positief bij aan CO2-reductie’

ITHO Daalderop reageert ontstemd op alle negatieve berichtgeving over de milieubelasting van warmtepompen. De fabrikant is overtuigd van de positieve ...

ATAG warmtepompen verwarmen Tiny+ Houses in Olst

In Olst worden meerdere klimaatneutrale ‘Tiny+ Houses’ gebouwd door Van Nature duurzaam, verwarmd met ATAG Energion warmtepompen. Unieke natuurinclusieve woningen ...

‘Warmtepomp milieubelastender dan gedacht’

De warmtepomp is ’ongelofelijk veel’ vervuilender dan werd gedacht, meldt De Telegraaf op haar website. Uit nieuw onderzoek blijkt dat ...

Installatiefestival voor het hele gezin

Gepubliceerd op

Wasco organiseert op 12 en 13 mei a.s. het gratis installatiefestival NXT GEN. De groothandel laat dan samen met zo’n 60 fabrikanten zien hoe leuk techniek écht is. Bezoekers gaan niet van stand naar stand maar iedereen gaat zelf aan de slag. Fiets een warme douche bij elkaar, race met een zelfgebouwde mini-raceauto of speel Twister op een klimwand. Tijd voor een pauze? Neem op 50 meter hoogte in de skybar een verfrissend drankje. Met het festival wil de groothandel laten zien dat techniek niet ingewikkeld, saai of alleen voor jongens is.

Samen met haar leveranciers besloot installatiegroothandel Wasco techniek eens op een andere manier in de spotlights te zetten. Installatiefestival NXT GEN ontstond met het idee het ware gezicht van techniek te laten zien. Niet alleen leuk voor jongeren die een opleiding moeten kiezen. Ook interessant voor familie en vrienden van installateurs. Tijdens NXT GEN komt techniek tot leven.

Verrassende ideeën
Xander Hagens, commercieel directeur van Wasco, kan niet wachten tot NXT GEN eindelijk begint. “Wij dachten: een traditionele vakbeurs is leuk, maar het is ook heel standaard. We wilden het graag eens anders doen. Gelukkig dachten onze leveranciers er net zo over. Iedereen kwam met verrassende ideeën. Samen zetten we nu het allereerste installatiefestival van Nederland neer.”

Experience
“Je kunt echt leuke dingen doen op NXT GEN”, vertelt Xander enthousiast. “Techniek is geweldig, installateurs weten dat al. En de rest van de familie snapt dat na een bezoekje ook, zeker weten. NXT GEN is echt een experience. Een dagje festivallen en tegelijkertijd kennismaken met techniek.”

Praktische informatie
Installatiefestival NXT GEN vindt op 12 en 13 mei a.s. plaats op het evenemententerrein van Papendal in Arnhem. Tickets en parkeren zijn gratis. Aanmelden kan online via de website van Wasco.

Nieuwe naam voor Installatie Vakbeurs Hardenberg

Installatie Vakbeurs wordt Installatie Vakdagen. De nieuwe naam sluit volgens de organisator beter aan bij de veranderende informatiebehoefte in de ...

Fysieke vakbeurzen maken komend jaar plaats voor online evenementen

ISH kondigde deze week haar plannen aan voor een digitale beurseditie in 2021, die de fysieke versie zal vervangen. Dit ...

Techniek Nederland organiseert webinar over CO certificering

Techniek Nederland organiseert op dinsdag 21 januari het webinar ‘Alles wat u moet weten over de CO-certificering’. Tijdens de interactieve ...

KERN organiseert kennismiddag over nauwkeurig energieprestaties voorspellen

Op 21 maart a.s. organiseert Kennisinstituut KERN een middag over de nZEB-tool. Met deze tool kan de energiebalans van een ...

Nieuwe publicatie over bodemgebonden warmtepompen verschenen

Gepubliceerd op

De herziene ISSO-publicatie 72 biedt de professional actuele kennis voor het ontwerpen, realiseren en onderhouden van bodemgebonden warmtepompsystemen. Deze recent verschenen publicatie gaat specifiek over elektrische water/water-warmtepompsystemen met bodemenergie voor toepassing in individuele woningen.

De nieuwe publicatie 72 is bruikbaar bij het ontwikkelen, realiseren en onderhouden van grondgebonden warmtepompinstallaties. Daarmee is hij enerzijds geschikt voor fabrikanten, leveranciers en opleiders, die mogelijk meer de theorie willen kennen, maar anderzijds voor de toepassers, zoals adviseurs, installateurs en beheer- en onderhoudsbedrijven.

Wettelijk deel en kwaliteitsdeel
Om de toepasbaarheid zo groot mogelijk te maken, is de publicatie opgesplitst in een wettelijk en een niet-wettelijk onderdeel. Het wettelijk deel behandelt de eisen die de BRL 6000-21 en andere wetgeving stellen aan het ontwerp- en realisatieproces van bodemgebonden warmtepompen. Het niet-wettelijke deel is te raadplegen voor de op kwaliteit gerichte zaken van een warmtepompsysteem. Denk dan aan alle uitgangspunten voor het ontwerp, de uitvoering en diverse praktijkvoorbeelden.

Beter overzicht
Door de wet- en regelgeving los te koppelen van het kwalitatieve deel - met achtergrondinformatie en adviezen – behoudt de gebruiker van de publicatie een beter overzicht. Naast die indeling komen in deze publicatie nog diverse andere aandachtspunten aan bod. Denk daarbij aan een warmtapwaterberekening en het kiezen van de opstelling van de warmtepomp met betrekking tot geluid en trillingen. De capaciteitsbepaling van de warmtepomp en de energiebehoefte van de woning worden ook uitgewerkt, evenals het ontwerp van de warmtepompinstallatie in relatie tot het afgiftesysteem. Daarnaast is er aandacht voor het regelen van het afgiftesysteem per verblijfsruimte, maar ook zoiets als rekening houden met piekbelasting van het elektriciteitsnet, wat bijvoorbeeld een rol speelt bij tijdelijke opwarming voor legionellabestrijding.

De herziene ISSO-publicatie 72 is beschikbaar via www.isso.nl 

Nieuwbouw met bodemwarmte

Een oude boerderij in Vaassen heeft plaatsgemaakt voor een vrijstaande nieuwbouwwoning, voorzien van een bodemwarmtepomp. Samen met een 178 meter ...

Adviseur bodemenergie nu ook ondergronds actief

Techniplan Adviseurs heeft de certificering behaald voor het ontwerp van het ondergrondse deel van open bodemenergiesystemen. Hiermee ontwikkelt het adviesbureau ...

Bodemwarmtepomp geschikt voor conventionele radiatoren

 Deze zomer komt Nefit Bosch met een nieuwe bodemwarmte-pomp voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw: de Compress 7800i LW(M)F. Deze ...

‘Betere uitvoering energiesystemen in bodem noodzakelijk’

Op 10 mei jl. heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een signaalrapportage ‘Risico’s bij de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen’ ...

Dubbele omzetcijfers voor fabrikant Bosch

Gepubliceerd op

In het boekjaar 2022 steeg de omzet van de divisie Bosch Thermotechnology nominaal met ongeveer 12 procent en gecorrigeerd voor wisselkoerseffecten met ongeveer 13 procent tot 4,5 miljard euro. "Hoewel de macro-economische situatie zeer uitdagend was, bereikten onze verkoopopbrengsten opnieuw een recordniveau, waardoor 2022 over het geheel genomen een positief jaar werd", zegt Jan Brockmann, voorzitter van de divisie Bosch Thermotechnology. Wat de producten betreft, waren energie-efficiënte warmtepompen de belangrijkste groeiers, met een internationale omzetstijging van 54 procent. In Duitsland steeg de verkoop van warmtepompen met 75 procent, wat duidelijk beter is dan de markt. In de Europese Unie verwacht Bosch een onevenredige groei in deze zeer dynamische omgeving en heeft zich tot doel gesteld sneller te groeien dan de markt.

De activiteiten van Bosch Thermotechnology groeiden aanzienlijk met dubbele cijfers op tal van markten, waaronder 68 procent in Amerika en 28 procent in Azië. Airconditioners waren de belangrijkste motor achter de sterke omzetgroei in de VS. Daar beschikt Bosch Thermotechnology over een zeer concurrerend productportfolio van continu variabele en dus zeer energie-efficiënte inverterapparaten. De belangrijkste markt in Azië is China, waar de vraag naar wandgasketels voor huishoudens groot was.

Naamswijziging
Samen met de recordcijfers kondigde Bosch ook aan dat Bosch Thermotechnology met ingang van 1 april 2023 wordt omgedoopt tot Bosch Home Comfort Group. "De nieuwe naam is de volgende stap na de formulering van het bedrijfsdoel 'Make. Home. Comfort. Green.", benadrukt Jan Brockmann. "De nieuwe naam onderstreept onze innovatieve productportefeuille en ons doel om de wereldwijde megatrend naar elektrificatie te stimuleren door onze warmtepomp-, hybride en airconditioningactiviteiten sterk uit te breiden. Met de uitgebreide elektrificatie van alle energiestromen en de intelligente en efficiënte interactie tussen alle verbruiksapparaten in het gebouw combineren we een duurzame levensstijl met een hoog comfortniveau."

Investeringen
In 2022 stegen de totale wereldwijde investeringen van Bosch Thermotechnology in onderzoek en ontwikkeling met 13 procent ten opzichte van het voorgaande jaar tot 216 miljoen euro. Het wereldwijde personeelsbestand steeg met 1,4 procent tot ongeveer 14.400 medewerkers, in Duitsland met ongeveer 3 procent.
Bosch Thermotechnology verwacht dat de verwarmings- en airconditioningindustrie zich in 2023 positief zal ontwikkelen. Voorwaarde hiervoor zijn stabiele randvoorwaarden voor materiaal en logistiek. Ook moet de financiële ondersteuning van eindklanten in de warmtetransitie worden voortgezet.

Klimaatdoelstellingen te halen
Bosch Thermotechnology is een van een aantal warmtepompfabrikanten die samen met de Duitse federale overheid een gezamenlijke intentieverklaring hebben ondertekend om vanaf 2025 500.000 warmtepompen per jaar te produceren. "Om de energietransitie in goede banen te leiden, moeten we de toename van klimaatvriendelijke oplossingen krachtig doorzetten. Tegen 2025 zullen we in totaal 700 miljoen euro investeren in onder meer elektrificatie en in de versterking van ons Europese vestigingennetwerk", aldus Jan Brockmann. Begin 2023 werd een nieuwe productievestiging voor warmtepompen geopend in Eibelshausen in Midden-Hessen, Duitsland, waar Bosch binnenunits produceert voor de nieuwe generatie stille warmtepompen die werken op het natuurlijke koelmiddel R290 (propaan). In de Duitse vestiging in Wernau worden de laboratorium- en testfaciliteiten voor warmtepompen en hybride oplossingen momenteel aanzienlijk uitgebreid. Sinds 2020 zijn de onderzoeks- en ontwikkelingsmiddelen van de vestiging aanzienlijk uitgebreid.

Uitbreiding productie en onderzoek
In Tranås, Zweden, is de capaciteit van de bestaande productielijnen uitgebreid en in februari 2023 is een extra productielijn voor warmtepompen in gebruik genomen. De laboratoriumfaciliteiten worden momenteel volledig gerenoveerd en uitgebreid. Bosch breidt zijn productiecapaciteit voor warmtepompen ook uit in Aveiro, Portugal, waar de bestaande productielijn voor binnenunits voor lucht/water-warmtepompen in 2023 wordt aangevuld met een nieuwe productielijn voor buitenunits. In Deventer, Nederland, zullen vanaf medio 2023 innovatieve dakwarmtepompen worden geproduceerd. Om de bestaande productie van omkeerbare lucht/water-warmtepompen in de joint venture met Electra Industries uit te breiden is in februari 2023 de eerste steen gelegd voor een nieuwe warmtepompenfabriek in de Israëlische stad Ashkelon. Vanaf 2024 zal de nieuwe fabriek niet alleen airconditioningproducten voor de Israëlische markt produceren, maar ook warmtepompen voor de Europese markt.

Hybride warmtepompen
Met het oog op het bijzonder hoge aandeel niet-vernieuwde oude gebouwen in Duitsland schat Bosch Thermotechnology dat slechts een derde van deze bestaande gebouwen efficiënt kan worden verwarmd met warmtepompen, terwijl ongeveer tweederde van de gebouwen soms aanzienlijke renovatie-investeringen vereisen om ze geschikt te maken voor efficiënte warmtepompwerking. "Wij volgen daarom een gediversifieerde portfoliostrategie. Naast warmtepompen omvat zo'n portefeuille ook warmtepomphybrides die bestaan uit een warmtepomp en een extra hr-ketel voor piekbelastingen. Dit is de enige manier om snel een transformatie van de energiesystemen te realiseren die voor iedereen betaalbaar is - en om de doelstelling van de Duitse regering te bereiken om 65 procent hernieuwbare energie te gebruiken in nieuwe verwarmingssystemen", zegt Birte Lübbert, lid van het Bosch Thermotechnology Executive Management dat verantwoordelijk is voor technologie, ontwikkeling, productie, logistiek en kwaliteitsmanagement. "Als onderdeel van een hybride systeem kunnen warmtepompen veel kleiner zijn, waardoor ze goedkoper zijn dan stand-alone warmtepompen. Deze laatste vereisen meestal een uitgebreide en kostbare aanpassing van het verwarmingssysteem of renovatie van de gebouwschil", legt Lübbert uit.

Welzijns- en Smart Home-producten
In 2022 betrad Bosch Thermotechnology de aantrekkelijke nieuwe markt voor welzijnsproducten. Op de ISH-beurs presenteren de merken Bosch en Buderus oplossingen uit dit nieuwe vakgebied. Hiertoe behoren producten die consumenten thuis meer comfort en welzijn bieden, zoals krachtige luchtreinigers, energie-efficiënte infrarood paneelverwarmers en mobiele airconditioners.
Bosch Smart Home-oplossingen, zoals de intelligente radiatorkranen, besparen tot 36 procent op de verwarmingskosten dankzij flexibele regelmogelijkheden en vraagafhankelijk verbruik. Een efficiënte energievoorziening voor alle energieverbruikende apparaten wordt gegarandeerd door de Bosch Energy Manager: de app is het ‘controlecentrum’ dat van een smart home een groen huis maakt. Intern opgewekte zonne-energie wordt intelligent en automatisch verdeeld, waardoor de elektriciteitskosten tot 60 procent dalen. De Energy Manager bepaalt welke systeemcomponenten worden voorzien van kostenefficiënte elektriciteit die op het dak is opgewekt: de nieuwste generatie warmtepomp, de nieuwe  Power Charge wallbox (introductie in het derde kwartaal van 2023) of de energiebesparende HomeConnect huishoudelijke apparaten van BSH.

Sociaal plan voor 70 mensen Bosch Thermotechniek Deventer

Bij Bosch Thermotechniek in Deventer verdwijnen ongeveer 70 van de 500 arbeidsplaatsen. De eerste verdwijnen in 2023 en de tweede ...

Nefit Bosch zoekt groei met warmtepompen voor nieuwbouw

Nefit Bosch is als verwarmingsproducent al jaren een speler op de renovatiemarkt en heeft sterke ambities om te groeien op ...

Nefit Bosch introduceert universele adapter voor rookgasafvoer

Als eerste cv-producent introduceert Nefit Bosch een universele rookgasafvoer/luchttoevoer adapter voor zijn HR-toestellen. Met de nieuwe, gepatenteerde adapter zijn de ...

Fabriek Bosch Deventer geleidelijk over van gasketels op systeemoplossingen en waterstof

De overheidsdoelen voor de energietransitie zijn ambitieus en als gevolg hiervan zal de Nederlandse markt voor verwarmingsoplossingen de komende jaren ...

Meer animo voor het loodgietersvak

Gepubliceerd op

Nederland kampt al jaren met een tekort aan loodgieters. Op Wereld Loodgieters Dag (zaterdag 11 maart) vestigt Techniek Nederland de aandacht op ‘een beroep met enorme carrièrekansen’. “Loodgieter heeft nog altijd een wat ouderwetse klank, maar dat is volledig ten onrechte”, zegt Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland. “De loodgieter van vandaag is een moderne, technisch onderlegde vakman of vakvrouw. Dit vak is springlevend en jongeren zien dat ook. De opleidingen voor sanitair-installateur krijgen méér inschrijvingen.”

Ondanks het aantrekkelijke loopbaanperspectief wordt het tekort aan sanitair-installateurs steeds voelbaarder. Wie een badkamer of wc wil laten plaatsen, krijgt al gauw te maken met wachttijden. Hetzelfde doet zich voor bij problemen met de waterleiding of de riolering. Terpstra: “Een erkende installateur, die lid is van Techniek Nederland, zal er alles aan doen om in noodgevallen snel ter plaatse te zijn. Maar ook installatiebedrijven zitten te springen om goede vakmensen.”

Extreme buien
De loodgieter is het eerste aanspreekpunt als er iets mis is met de waterleiding of de riolering. Maar ook voor de hemelwaterafvoer is de loodgieter de aangewezen vakman. Door klimaatverandering komen extreme buien steeds vaker voor. Het belang van het beroep zal dus de komende jaren alleen maar toenemen. “Wat het vak zo aantrekkelijk maakt, is dat je als loodgieter bijna altijd de redder in de nood bent”, zegt Terpstra. “Of je nu bij strenge vorst de gesprongen waterleiding repareert of je komt een verstopping van de afvoer verhelpen, je wordt met open armen ontvangen.”

De digitale loodgieter
Loodgieters zijn en blijven onmisbaar voor het installeren, onderhouden en repareren van sanitaire voorzieningen, aldus de branchekoepel, maar sanitair-installateurs worden daarnaast betrokken bij het voorkomen en verhelpen van legionellabesmettingen in leidingen en bij het verduurzamen van woningen. Bovendien werkt de loodgieter steeds meer met digitale hulpmiddelen, bijvoorbeeld bij het ontwerpen van badkamers.

Gedegen opleiding
Technische installaties in woningen en grote gebouwen worden steeds complexer. De moderne sanitair-installateur is dan ook een goede opgeleide, veelzijdige vakman of vakvrouw. Het beroep wordt interessanter en dat is ook te merken aan de belangstelling voor technische. Terpstra: “Het tekort aan technische vakmensen is groot, maar er zijn lichtpuntjes. Het aantal jongeren dat kiest voor een technische beroepsopleiding groeit. Ook zien we veel zij-instromers het installatievak binnenkomen. Dat is goed nieuws, maar nog niet voldoende om de uitstroom te compenseren waarmee we te maken hebben als gevolg van de vergrijzing. Er liggen dus héél veel kansen voor jonge mensen om het de komende jaren te gaan maken in dit beroep. En of je jezelf dan loodgieter noemt of sanitair-installateur, mag je zelf weten.”

5 vragen over de loodgieter, beantwoordt door Techniek Nederland:
1 Is loodgieter een uitstervend beroep?
De loodgieter (of eigenlijk: de sanitair-installateur) zorgt ervoor dat het toilet, de badkamer en alle leidingen die daarbij horen, probleemloos werken. Maar de moderne loodgieter ontwerpt ook badkamers, zorgt voor legionellaveilige waterleidingen én is betrokken bij het duurzaam maken van woningen en gebouwen. Steeds vaker doet hij of zij dat met slimme, digitale hulpmiddelen. Er zijn te weinig loodgieters, terwijl er steeds méér werk voor ze is. Kortom: de loodgieter is belangrijker dan ooit. 
2. Zijn er nog wel jongens en meisjes die loodgieter willen worden?
Gelukkig wel. Sterker nog: de belangstelling neemt weer toe. Het aantal studenten dat kiest voor een technische beroepsopleiding groeit. Steeds meer jonge mensen beseffen dat je als sanitair-installateur een interessante en aantrekkelijke carrière tegemoet gaat. Ook het aantal zij-instromers dat kiest voor het loodgietersvak groeit.

3. Loodgieter, verdient dat een beetje?
Er is steeds meer waardering voor het beroep van loodgieter. Ook financieel. De moderne, goed opgeleide loodgieter verdient een uitstekend salaris.

4. Waar kun je leren voor loodgieter?
Om loodgieter te worden heb je een technische opleiding nodig op minimaal MBO2-niveau. Meestal is dat de opleiding monteur gas, water of warmte. Er zijn ook specifieke opleidingen. Dat kan een cursus zijn, maar ook deeltijd- of avondonderwijs. Voor zij-instromers zijn er speciale trajecten bij regionale opleidingsbedrijven.

5. Wereld Loodgieters Dag, waar is dat voor nodig?
Als loodgieter doe je belangrijk werk. Voor je klanten én voor de maatschappij. Je werkt aan gezondheid, veiligheid, energiebesparing én comfort. Helaas blijft dat soms een beetje verborgen. Daarom zet Techniek Nederland op Wereld Loodgieters Dag het beroep in de schijnwerpers.

(foto Hans Hordijk)

Veel vraag naar bioketels het afgelopen jaar

Gepubliceerd op

De sterke stijging van de prijzen van gas en elektriciteit zorgden in 2022 voor veel vraag naar bioketels, vooral bij particulieren, zo laat de brancheorganisatie voor leveranciers van bioketels (NBKL) weten in haar jaarverslag 2022. Gaandeweg gingen ook de prijzen van biobrandstoffen omhoog. Hierdoor kwamen vooral klanten van bioketels met SDE-subsidie in de problemen, want de subsidie daalde. Het jaarverslag laat verder zien dat terwijl de markt vraagt om meer bioketels, terwijl een deel van de politiek nog blijft hangen in oude denkbeelden.

Bioketels werken ongeveer hetzelfde als cv-ketels, maar dan op snoei- en houtafval in plaats van gas: ze zetten dit om in warmte en soms ook elektriciteit. Daarnaast lopen er nu proeven om voedselafval en bermgras om te zetten naar geschikte brandstof voor bioketels. De nieuwste generatie bioketels kent zeer hoge rendementen, aldus NBKL, die zelfs oplopen tot boven de 100% en ze hebben een hele lage uitstoot van fijnstof. De uitstoot van fijnstof van een bioketels is volgens de brancheorganisatie vergelijkbaar met die van een elektrische auto.

Omdat bioketels dezelfde leidingen en radiatoren als een cv-ketel gebruiken zijn ze eenvoudig aan te sluiten als vervanger van een cv op gas. Grotere bioketels verwarmen zwembaden, bedrijven, sauna’s en – meestal via een miniwarmtenet – hele buurten.

Biogas voor verwarming en warmtapwater

Remeha zet in op de hybridisering van klimaat- en warmtapwaterinstallaties om het gasgebruik te minimaliseren. Via een samenwerking met scale-up ...

Biogasketel

Wie denkt niet na weer één van Karels fijne werkjes te hebben bewonderd: Man, wat kan dit vent prutsen! En ...

Bioketels nog nauwelijks in trek

De branche van bioketels kwam in 2020 tot een abrupte stop, blijkt uit het jaarverslag van de branchevereniging voor bioketelleveranciers, ...

SER: ‘Minder biogrondstoffen gebruiken voor elektriciteit en warmte’

De inzet van biogrondstoffen voor elektriciteit en warmte voor gebouwen moet worden afgebouwd. Bij inzet voor warmte is het cruciaal ...

‘PVT-panelen scoren beter dan een standaard zonnepaneel’

Gepubliceerd op

Triple Solar heeft een levenscyclusanalyse (LCA) laten uitvoeren om de milieu-impact van haar PVT-warmtepomppanelen in kaart te brengen. De PVT-panelen blijken zo’n 40% beter te scoren dan een standaard zonnepaneel. In een LCA wordt niet gekeken naar de energie-efficiëntie van een systeem, maar naar alle materiaalstromen van een product. Van grondstofwinning tot afvalverwerking. Het resultaat van een LCA wordt uitgedrukt in een milieuprofiel: de milieukostenindicator (MKI). Deze indicator geeft meer dan alleen de CO2-uitstoot aan. Zo wordt er bijvoorbeeld eveneens gekeken naar verzuring van de bodem, aantasting van de ozonlaag en het uitputten van materialen (bron: Nationale Milieudatabase).

Sinds 28 februari zijn de PVT-warmtepomppanelen van Triple Solar opgenomen in de @Nationale_Milieudatabase (NMD). Ze scoren zo’n 40% beter dan een standaard zonnepaneel. Voor een opname van de milieuscore in de NMD moet een product aan verschillende eisen voldoen. Onder meer dient de LCA te zijn uitgevoerd door een onafhankelijk erkend LCA-bureau en gevalideerd door een erkende NMD-toetser.

Brede duurzaamheid
Via de NMD kunnen betrokkenen bij bouwprojecten onderbouwde materiaal- en installatiekeuzes maken op basis van de milieu-impact ervan. Dankzij deze NMD kan de milieu-impact van gebouwen ook beter gecommuniceerd worden en er eisen aan worden gesteld. Voor de burgerlijke en utiliteitsbouw wordt de totale milieu-impact uitgedrukt in een Milieu Prestatie Gebouwen (MPG)-score. Voor MPG-berekeningen zijn de PVT-panelen vanaf nu in te vullen in de daarvoor bedoelde rekeninstrumenten.
Cees Mager, founder en CEO van Triple Solar: “De opname in het NMD is een officiële erkenning van de brede duurzaamheid van onze PVT-warmtepomppanelen. Maar dat niet alleen. Samen met onze leveranciers gaan we eraan werken om de milieu-impact van onze producten nog verder te verminderen.”

Nog eens 10 miljoen groeikapitaal voor PVT-warmtepomp

Triple Solar, uitvinder van de PVT-warmtepomp en bijbehorende PVT-warmtepomppanelen, heeft met pensioenfonds ABP een belangrijke nieuwe aandeelhouder aangetrokken om ook ...

Subsidie op warmtepomp voor PVT-systemen

Ook voor de Triple Solar PVT-warmtepomp 3.5 geldt nu de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE). Woningeigenaren met een woning ...

Lichtgewicht PVT-warmtepomp in de prijzen

Met haar nieuwe lichtgewicht PVT-warmtepomp heeft Triple Solar de Cobouw Award gewonnen in de categorie Innovatie. De jury loofde de ...

PVT-warmtepomp met propaan als koudemiddel

Tijdens de beurs Duurzaam Verwarmd introduceert Triple Solar een warmtepomp met propaan als koudemiddel. De warmtepomp werd specifiek ontwikkeld voor ...

Nieuwe naam voor Installatie Vakbeurs Hardenberg

Gepubliceerd op

Installatie Vakbeurs wordt Installatie Vakdagen. De nieuwe naam sluit volgens de organisator beter aan bij de veranderende informatiebehoefte in de sector. De gebouwbeheerder wordt toegevoegd als primaire bezoekersdoelgroep, naast de installateur. Ook is er een nieuwe huisstijl die meer recht moet doen aan het uitgangspunt dat het event de verbindingsplek is voor de installatietechniek. Installatie Vakdagen wordt op 12, 13 en 14 september 2023 gehouden in Evenementenhal Hardenberg.

Direct verantwoordelijke voor de nieuwe huisstijl is Marketing Event Manager Eline Kuijsters van Easyfairs: “Tot op de dag van vandaag zijn we succesvol met Installatie Vakbeurs, tegelijkertijd is in het vakgebied de laatste jaren wel het één en ander veranderd. Het gaat allang niet meer over losse componenten of montage materialen. Installatietechniek kent tegenwoordig een enorme complexiteit, denk maar aan het begrip slimme gebouwen. Bovendien speelt de sector een cruciale rol in het energietransitie en bij het behalen van circulaire doelstellingen. Sleutelwoorden zijn: integrale benadering.”

Totaaloplossing
Volgens Kuijsters staat de totaaloplossing centraal op Installatie Vakdagen. “Professionals zijn niet meer alleen op zoek naar sec een verwarmingsketel, ze hebben ook vragen hoe de warmtepomp geïntegreerd moet worden in de gebouwinstallatie. Dat heeft te maken met de hardware, maar ook met digitalisering en onderhoud op afstand. En dat tegen de achtergrond van de energietransitie. In die zin zien we de E- en W-sector naar elkaar toegroeien. Op die vragen krijgen bezoekers op Installatie Vakdagen antwoord. Met het begrip ‘vakdagen’ stellen we het vak centraal en niet langer dat ene product. Op het event gaan we daarom veel meer focussen op kennisoverdracht en inspiratie.”

Overzicht
Om die reden wordt Installatie Vakdagen deels opgebouwd rond de thema’s Slimme gebouwen, Duurzame energie en Gezond binnenklimaat. Volgens Kuijsters is dit een logische keuze. “Met deze vraagstukken loopt de installateur rond. De professional wil overzicht met welke producten en softwareoplossingen hij de doelstellingen van zijn klant wil bereiken. Tegelijkertijd zien we bij gebouwbeheerders, die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor de installaties, dat ze zich willen oriënteren op het brede aanbod aan mogelijkheden, producten en diensten; ze willen een beeld krijgen hoe de totaaloplossing eruit kan zien. Daarom bedienen we met Installatie Vakdagen zowel de installateur als de gebouwbeheerder die ieder een andere kijk hebben op de installatie en de mogelijke oplossingen.”

Minister De Jonge opent BouwBeurs 2023

Vanmorgen heeft minister Hugo de Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening BouwBeurs 2023, het grootste bouwevent van Nederland, officieel geopend ...

Tevredenheid overheerst over Installatie Vakbeurs 2022

Installatie Vakbeurs ontving in drie dagen tijd 6.780 professionals uit de installatiesector. De vakbeurs werd onlangs gehouden in Evenementenhal Hardenberg ...

Nieuwe naam voor innovatie-aanjager bouw en techniek

Het Bouw en Techniek Innovatiecentrum (BTIC) is omgedoopt tot TKI Bouw en Techniek. Binnen het Thema Energie & Duurzaamheid is ...

Koeltechniek prominent aanwezig op VSK beurs

Volgende week dinsdag begint de VSK. ’s Lands grootste installatievakbeurs trapt dit jaar later af dan gebruikelijk vanwege de recente ...

ISSO-kleintje Riolering vernieuwd

Gepubliceerd op

De afgelopen maanden is het ISSO-kleintje Riolering volledig geactualiseerd. Vooral mensen in de praktijk vinden in dit document de meest gebruikte richtlijnen voor het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van gebouwriolering. Door zijn compacte vorm, maar ook doordat hij online te raadplegen is, is de kennis op de bouwplaats of bij een praktijkproject te raadplegen.

Naast de laatste kennis biedt het handzame boekje ook diverse afbeeldingen, schema's en montagerichtlijnen voor afvoerleidingen van vuilwater en hemelwater. Bovendien is het Kleintje Riolering ook interessant voor andere doelgroepen, zoals architecten en aannemers. Zij kunnen hiermee snel de meest basale en noodzakelijke kennis van riolerings- en hemelwaterafvoersystemen tot zich nemen.

Op basis van ISSO-publicatie 3216

De meest recente ISSO-publicatie 3216 ‘NTR 3216 Riolering van bouwwerken’, die eveneens in februari 2023 verscheen, ligt aan de basis van het vernieuwde Kleintje Riolering. Daarbij richt de inhoud van het Kleintje zich vooral op vuilwater- en hemelwaterafvoer binnen de perceelgrens. Die kennis kan de vakman dus gebruiken voor:
•             Woningen, woongebouwen en kleine utiliteit;
•             Realisatie van nieuwe riolering;
•             Uitbreiding van bestaande riolering;
•             Beheer en onderhoud.

Voorbeeld
Een concrete aanpassing is bijvoorbeeld het duidelijk onder de aandacht brengen van de noodzaak om hemelwater via het eigen perceel af te voeren, en niet via een naburig perceel. In de praktijk betekent dit dat installateurs de uitvoering van HWA-systemen soms anders moeten uitvoeren dan ze gewend waren. Denk aan doorlopende dakgoten bij rijtjeshuizen, waarin de installateur nu bijvoorbeeld separatieschotten moet zetten, zodat regenwater per perceel kan worden afgevoerd.

Koppeling met ISSO-opleverprotocollen
Een andere wijziging waarvan het Kleintje nu melding maakt, is dat de uitzondering voor het moeten plaatsen van ontlastvoorzieningen bij grondgebonden woningen is komen te vervallen. Ook meldt het geactualiseerde Kleintje dat de afstand tussen ontstoppingsstukken is vergroot. Verder is er in dit Kleintje meteen een koppeling gemaakt naar de ISSO-opleverprotocollen, die belangrijk zijn en worden in de relatie tot de toekomstige Wet Kwaliteitsborging (Wkb). Ook zijn er op diverse plekken nieuwe of aangepaste afbeeldingen toegevoegd, zodat de kennis inzichtelijker wordt en eenvoudiger te interpreteren.

Snel en helder
Het doel van Kleintje Riolering is er volledig op gericht om mensen in de praktijk snel en zo helder mogelijk te ondersteunen bij het vakbekwaam uitvoeren en onderhouden van riolerings- en hemelwatersystemen. Het geactualiseerde ISSO-kleintje Riolering is als gedrukt exemplaar of digitale versie beschikbaar via het kennisplatform ISSO Open.

Van Dorp neemt Arubaanse installateur over

Van Dorp heeft overeenstemming bereikt over de overname van de aandelen van Pro-Tec Mechanical Contractors Aruba. Pro-Tec is in 1995 ...

Van Dorp investeert in ketelvervanger met superrendement

De Van Dorp Groep investeert in een compacte adsorptiewarmtepomp die de huidige hr-ketel kan vervangen zonder dat daar grote aanpassingen ...

Van Dorp neemt Ten Kate Installatietechniek over

Van Dorp heeft overeenstemming bereikt over de overname van de aandelen van familiebedrijf Ten Kate Installatietechniek te Hoogeveen. Ten Kate ...

Oprichter Van Dorp installaties treedt toe tot Raad van Commissarissen

Henk Willem van Dorp is per 1 oktober jl. benoemd tot voorzitter van de Raad van Commissarissen van Van Dorp ...

Nieuwe algemeen directeur Van Dorp

Gepubliceerd op

Martin ten Brummeler is per 1 maart jl. is benoemd als Algemeen Directeur van Van Dorp installatiebedrijven. Ten Brummeler is al geruime tijd werkzaam bij Van Dorp en heeft verschillende leidinggevende posities bekleed, waaronder die van vestigingsdirecteur en regiodirecteur voor de regio Noord-West.

De benoeming volgt op een wijziging van het bestuursmodel van de gehele Van Dorp organisatie. De diverse Van Dorp bedrijven zullen voortaan rapporteren aan een Raad van Bestuur (RvB), gevormd door Henk Willem van Dorp en Hermen Barendregt.
Henk Willem van Dorp heeft zijn rol als voorzitter van de Raad van Commissarissen overgedragen aan Ab van der Touw, de ex-bestuursvoorzitter van Siemens Nederland. Van der Touw vervulde eerder de functie van voorzitter van de RvC bij Van Dorp gedurende de periode van 2010 tot 2012.

 

Van Dorp neemt Arubaanse installateur over

Van Dorp heeft overeenstemming bereikt over de overname van de aandelen van Pro-Tec Mechanical Contractors Aruba. Pro-Tec is in 1995 ...

Van Dorp investeert in ketelvervanger met superrendement

De Van Dorp Groep investeert in een compacte adsorptiewarmtepomp die de huidige hr-ketel kan vervangen zonder dat daar grote aanpassingen ...

Van Dorp neemt Ten Kate Installatietechniek over

Van Dorp heeft overeenstemming bereikt over de overname van de aandelen van familiebedrijf Ten Kate Installatietechniek te Hoogeveen. Ten Kate ...

Oprichter Van Dorp installaties treedt toe tot Raad van Commissarissen

Henk Willem van Dorp is per 1 oktober jl. benoemd tot voorzitter van de Raad van Commissarissen van Van Dorp ...

‘Warmtepompen dragen wel degelijk positief bij aan CO2-reductie’

Gepubliceerd op

ITHO Daalderop reageert ontstemd op alle negatieve berichtgeving over de milieubelasting van warmtepompen. De fabrikant is overtuigd van de positieve bijdrage van warmtepompen aan de CO2-reductie en daarmee aan de klimaatdoelen. “In een warmtepomp zitten inderdaad meer en hoogwaardigere materialen dan bijvoorbeeld in een cv-ketel, maar juist de bewering dat de printplaat en het koudemiddel relatief zwaar bijdragen aan de MKI-waarde (Milieu Kosten Indicator) strookt niet met onze eigen metingen.”

ITHO Daalderop vindt het belangrijk dat er goed wordt nagedacht over het gebruik van het soort en de hoeveelheid materiaal, de omstandigheid waaronder dit wordt verwerkt, de impact daarvan op het milieu en ook de verwachte levensduur van de producten. De huidige rekenmethodiek van de NMD gaat volgens de fabrikant enerzijds uit van het principe “hoe minder materiaal, hoe minder het milieu belast wordt” en anderzijds wordt naar effectieve gebruiksduur gekeken.

Op tijd klaar
‘Wij betwisten de impact van het koudemiddel binnen de NMD rekenmethodiek omdat er in monoblock oplossingen (waaronder de WPU, Vincent en Amber) überhaupt al relatief weinig koudemiddel zit’, laat ITHO Daalderop in een persbericht weten. ‘Daarnaast zijn wij in onze nieuwe generatie warmtepompen al gestart met het natuurlijke en milieuvriendelijke koudemiddel R290 (GWP van 3). Kortom, wij en vooral onze klanten zullen ruim op tijd klaar zijn voor de toekomstige aangescherpte EU-wetgeving rondom koudemiddelen. Een ander voordeel van (met name binnen opgestelde) monoblock warmtepompen is dat deze een langere levensduur hebben. Ook hierbij is het voor ons onduidelijk in hoeverre dit meegewogen is binnen de NMD rekenmethodiek. Wij zijn al langere tijd bezig met LCA (Life Cycle Analysis) en daarom verwachten wij dat wij het merendeel van onze warmtepompen in de loop van dit jaar via de NMD kunnen aanbieden in categorie 1.’

Openbare database

ITHO Daalderop laat verder weten voorstander te zijn van een openbare database zoals de NMD zodat de totale bouw- en installatiebranche (van fabrikant tot installateur) zich steeds meer bewust wordt van de milieu-impact. ‘Echter, hiertoe moeten installaties (waaronder de warmtepomp) op een juiste manier worden gewaardeerd. Zo is het ons, nog steeds in detail niet duidelijk hoe de referentie tot stand is gekomen, en welke elementen er in de (forfaitaire) categorie 3 waarden zijn meegenomen, net zoals de in onze ogen belangrijke duurzaamheidsaspecten als (energieneutrale) productie in Nederland, etc. Verder betreuren wij het ten zeerste dat er vooral gekeken wordt naar de hoeveelheid materiaal die in een warmtepomp gebruikt wordt en niet naar het totale energiegebruik c.q. CO2-uitstoot ten behoeve van de primaire functie (= verwarmen) in vergelijking met de traditionele (fossiele) opwekkers (= cv-ketel) over de totale levensduur.’

ATAG warmtepompen verwarmen Tiny+ Houses in Olst

In Olst worden meerdere klimaatneutrale ‘Tiny+ Houses’ gebouwd door Van Nature duurzaam, verwarmd met ATAG Energion warmtepompen. Unieke natuurinclusieve woningen ...

‘Warmtepomp milieubelastender dan gedacht’

De warmtepomp is ’ongelofelijk veel’ vervuilender dan werd gedacht, meldt De Telegraaf op haar website. Uit nieuw onderzoek blijkt dat ...

‘Lucht/water-warmtepomp kent eigenlijk geen nadelen’

Zo’n 7 miljoen woningen moeten voor 2050 verduurzaamd worden om zo CO2– en energieneutraal te zijn. De eenvoudigste oplossing om ...

Geruisloze warmtepompen op propaan voor zowel nieuwbouw als renovatie

De Compress 5800i AW wordt het nieuwe paradepaardje van Nefit Bosch. Een compleet nieuwe range monoblock warmtepompen voor verwarming, koeling ...

Er komt een (tijdelijke) oplossing voor CO-keur

Gepubliceerd op

Mkb’ers en zzp’ers kunnen zich binnenkort tóch via CO-keur laten certificeren voor de Koolmonoxidewet. Techniek Nederland, InstallQ en CO-keur verwachten snel met een tijdelijke oplossing te komen. Volgens de organisaties voldoet de constructie aan alle wet- en regelgeving. Voor bedrijven die zich al via CO-keur laten certificeren zal er in de praktijk bijna niets veranderen. CO-keur verwacht de deelnemers binnen enkele weken meer informatie te kunnen geven.

Bedrijven die zich via CO-keur laten certificeren zullen blijven werken met de inmiddels vertrouwde CO-keur app. Ook het systeem van credits voor gebruik van de checklists in de app verandert niet. Techniek Nederland, InstallQ en CO-keur werken nu aan een tijdelijke oplossing, maar blijven zich daarnaast inzetten voor een definitieve koepelcertificering voor CO-keur. Zij benadrukken dat CO-keur minimaal dezelfde veiligheid garandeert als rechtstreekse certificering van bedrijven.

Procedures
De Raad voor Accreditatie (RvA) en de Toelatingsorganisatie voor Kwaliteitsborging (TloKB) hebben nog geen goedkeuring verleend voor koepelcertificering volgens CO-keur. Daarom is een tijdelijke oplossing nodig. Omdat de RvA tot nu toe vindt dat koepelcertificatie niet aansluit op de Beoordelingsrichtlijn (BRL) 6000-25, heeft InstallQ hiervoor een aanvullingsblad ingediend. De RvA heeft dit blad nog niet goedgekeurd.

Koolmonoxidewet
Op 1 april treedt de volledige Koolmonoxidewet (ook bekend als de Gasketelwet) in werking. Vanaf die datum mogen alleen bedrijven die beschikken over CO-certificering nog werkzaamheden aan cv-ketels, geisers en gashaarden uitvoeren. Deze bedrijven mogen het beeldmerk CO-Vrij gebruiken. Monteurs die werken bij gecertificeerde bedrijven moeten zich via VakmanschapCO laten bijscholen. Daarmee tonen zij aan over de juiste kennis van veilige gasverbrandingstoestellen te beschikken.

Onderzoeksraad
De Koolmonoxidewet volgt op aanbevelingen in het rapport ‘Koolmonoxide Onderschat en onbegrepen gevaar’ van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (november 2015). De wet geeft bovendien invulling aan het advies van de Gezondheidsraad (juli 2019) over de gevaren van blootstelling aan lage concentraties koolmonoxide.

Stappenplan
Techniek Nederland helpt leden om te voldoen aan de eisen van de Koolmonoxidewet. In een praktisch stappenplan staat exact wat een bedrijf moet doen om vanaf 1 april het logo CO-Vrij te mogen voeren.

Maar een derde bedrijven maakt budget vrij voor verduurzaming bedrijfspand

Gepubliceerd op

Ruim twee derde van de Nederlandse bedrijven maakt te weinig geld vrij voor de benodigde verduurzaming van bedrijfspanden, blijkt uit recent onderzoek van Heijmans onder 420 bedrijven. Bedrijven willen wel: drie kwart van de verantwoordelijken (76%) geeft aan dat er concrete toekomstplannen zijn om hun pand te verduurzamen. Dit staat namelijk binnen nu en drie jaar op de planning. Maar vaak is er onvoldoende kennis over de mogelijkheden én een te krap budget. Zes op de tien van de ondervraagden (61%) geeft aan dat het (deels) onduidelijk is welke mogelijkheden er allemaal zijn om het pand te verduurzamen.

Toch wordt de noodzaak om te verduurzamen steeds groter: vanaf 2024 zijn grote bedrijven verplicht te rapporteren over de impact van hun activiteiten op mens en milieu volgens de Europese richtlijn Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Van de ondervraagde organisaties die CSRD-plichtig zijn, is de meerderheid van de gebouwbeheerders en -eigenaren nog niet bezig met de CSRD-richtlijn die volgend jaar van kracht gaat. Bijna drie kwart van hen (73%) is (deels) op de hoogte van de aankomende richtlijn. In slechts 19 procent van de gevallen is de organisatie al bezig met verduurzaming van het pand. De meest genoemde plannen om het bedrijfspand te verduurzamen zijn zonnepanelen (58%), ledverlichting (44%), klimaatbeheersystemen (36%) en dak- en of muurisolatie (36%).

“Tijd om actie te ondernemen”
Bart Breedijk, programmamanager duurzame huisvesting bij Heijmans: “De nieuwe richtlijn maakt heel duidelijk zichtbaar welke bedrijven zich inzetten voor verduurzaming. Het is nu tijd om actie te ondernemen. Steeds vaker is duurzaamheid een voorwaarde om zaken te doen. Deze noodzaak wordt ook gezien door onze klanten. Bij verschillende opdrachtgevers is het daarnaast belangrijk om verduurzaming te koppelen aan andere dossiers, zoals imago, kostenbeheersing en eisen die opdrachtgevers en overheid stellen. Door bedrijfspanden voor te bereiden op de uitdagingen van de toekomst, verhoog je niet alleen de vastgoedwaarde, maar ook de waarde voor de gebruiker. Voor de lange duur. Dat noemen wij toekomstvastwaarde.”

Het onderzoek van Heijmans is uitgevoerd in november 2022 onder 420 respondenten, allen (mede)verantwoordelijk voor beslissingen met betrekking tot beheer, onderhoud en/of verduurzaming van bedrijfspanden in Nederland.

Duidelijkheid over de afvoer van regenwater

Gepubliceerd op

Met het verschijnen van ISSO-publicatie 3216 ‘NTR 3216 Riolering in bouwwerken’ krijgt de markt de broodnodige duidelijkheid. Niet dat de ‘oude’ NTR 3216 geen duidelijkheid verschafte, maar hij maakte te weinig duidelijk wat er fout kon gaan als je ontwerpregels niet naleefde, vertelt Nick Post, specialist sanitaire technieken bij ISSO.

De publicatie, die sinds deze maand beschikbaar is via isso.nl, geeft richtlijnen voor het ontwerpen, realiseren en beheren van afvoersystemen voor hemelwater en huishoudelijk afvalwater (of vergelijkbaar) van bouwwerken. Dat betekent dat een breed scala aan onderwerpen en systemen wordt behandeld waarmee vrijwel elke sanitair installateur dagelijks te maken heeft. Dit varieert van lozingsvoorschriften voor vuilwater- en hemelwaterafvoersystemen, ontwerpregels voor vuilwater en rioleringsinstallaties binnen de perceelgrens tot alles over hemelwaterafvoersystemen vanaf het dak, de goot, enzovoorts.

Innovatieve technieken
“Er zijn genoeg onderwerpen waarvoor niet zo heel veel is veranderd. Tegelijk zien we ook dat er innovaties en nieuwe technieken bijkomen waarvoor het zinvol is om ontwerprichtlijnen op een rij te zetten. Denk aan de groeiende populariteit van bijvoorbeeld systemen voor gebruik en infiltratie van hemelwater binnen de perceelgrens of systemen voor gescheiden sanitatie; gescheiden urine-afvoer en -opvang”, zegt Post.

Extra duidelijkheid
Maar misschien nog belangrijker dan kennis van nieuwe technieken was de noodzaak om in de nieuwe publicatie extra duidelijkheid te verschaffen over hemelwaterafvoersystemen volgens het UV- en overlaatstromingsprincipe. Post: “In veel projecten met omvangrijke daken zorgen deze HWA-systemen voor de afvoer van regenwater vanaf het dak of de goot tot aan de gebouwaansluiting. In principe gaf de NTR 3216 al de juiste informatie en ontwerprichtlijnen hoe je dit systeem moet uitvoeren, maar in de praktijk zagen we dat er ruis ontstond. Dit kwam omdat er vanuit een of meerdere leveranciers aanwijzingen of adviezen kwamen die niet overeenkomstig de NTR 3216 waren. Wij schrijven nu heel duidelijk wat er fout gaat als je een UV-systeem niet uitvoert zoals de NTR 3216 voorschrijft. Het kan bijvoorbeeld erg fout gaan als je besluit om meerdere trechters van een noodoverloopsysteem met elkaar te koppelen. Wij roepen de installatiemarkt dan ook op om altijd maar één trechter per afvoerpunt te gebruiken.”

Meer lezen over dit onderwerp? Het uitgebreide artikel verschijnt in de maartuitgave van praktijkblad Installateurszaken, dat 28 maart 2023 verschijnt

Techniek Nederland wint juridisch advies in: CO-Keur wél mogelijk

Gepubliceerd op

Techniek Nederland is ontstemd dat de Raad voor Accreditatie en de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) nog niet akkoord zijn gegaan met de mogelijkheid van koepelcertificering via CO-Keur. Hiermee dreigen honderden zzp’ers en kleine bedrijven zich niet op tijd te kunnen certificeren voor de Koolmonoxidewet die vanaf 1 april volledig in werking treedt. Dat vindt Techniek Nederland onacceptabel. Uit juridisch advies dat de brancheorganisatie heeft ingewonnen blijkt dat koepelcertificering met CO-Keur wel degelijk mogelijk zou zijn. Om de kwestie op te lossen vindt zo snel mogelijk spoedoverleg plaats met alle betrokken partijen.

Techniek Nederland ziet geen enkele reden waarom goedkeuring van CO-Keur nog niet wordt verleend. Koepelcertificering zoals CO-Keur is een vorm van certificering die zich al jaren heeft bewezen, onder meer bij energieadviseurs die energielabels verstrekken. CO-Keur levert daarnaast een minstens zo hoog veiligheidsniveau op als rechtstreekse certificering; de controle op uitgevoerde werkzaamheden is zelfs strenger.

Koepelcertificering uitstekende optie
De installateurskoepel heeft inmiddels juridisch advies ingewonnen. Hieruit blijkt dat koepelcertificering via CO-Keur wel degelijk mogelijk is. Ook het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft steeds op het standpunt gestaan dat koepelcertificering voor zzp’ers en mkb’ers een uitstekende optie is mits een gelijkwaardig veiligheidsniveau wordt gewaarborgd.

Leden niet in de kou laten staan
Voorzitter Doekle Terpstra van Techniek Nederland: “Wij zetten alles op alles om zo snel mogelijk goedkeuring te krijgen voor CO-Keur. Wij gaan er daarbij nog altijd vanuit dat we in constructief overleg met alle betrokken partijen tot een oplossing kunnen komen. In het uiterste geval overwegen wij een juridische procedure. Wij laten onze leden die rekenen op certificering via CO-Keur niet in de kou staan.”

Koolmonoxidewet
De Koolmonoxidewet die op 1 april in werking treedt volgt op aanbevelingen in het rapport ‘Koolmonoxide Onderschat en onbegrepen gevaar’ van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (november 2015). Uit dit rapport blijkt dat een groot deel van de ongevallen met koolmonoxide wordt veroorzaakt door het handelen of nalaten van handelen door installateurs. Ook blijkt uit dit rapport dat bestaande certificaten en erkenningen te weinig garantie bieden voor professionele aanleg en veilig onderhoud van installaties. Het wettelijk stelsel geeft bovendien invulling aan het advies van de Gezondheidsraad (juli 2019) over de gevaren van blootstelling aan lage concentraties koolmonoxide.

‘Lucht/water-warmtepomp kent eigenlijk geen nadelen’

Zo’n 7 miljoen woningen moeten voor 2050 verduurzaamd worden om zo CO2– en energieneutraal te zijn. De eenvoudigste oplossing om ...

Geruisloze warmtepompen op propaan voor zowel nieuwbouw als renovatie

De Compress 5800i AW wordt het nieuwe paradepaardje van Nefit Bosch. Een compleet nieuwe range monoblock warmtepompen voor verwarming, koeling ...

Eerste warmtepompen met categorie 1 materialenpaspoort

Vaillant is sinds kort de eerste fabrikant die in Nederland warmtepompen aanbiedt met een categorie 1 materialenpaspoort. Het materialenpaspoort is ...

Steeds meer hybride warmtepompen

Over drie jaar, vanaf 2026, zijn huiseigenaren bij vervanging van hun cv-ketel verplicht om een duurzamere optie te kiezen. Dat ...

‘Warmtepomp milieubelastender dan gedacht’

Gepubliceerd op

De warmtepomp is ’ongelofelijk veel’ vervuilender dan werd gedacht, meldt De Telegraaf op haar website. Uit nieuw onderzoek blijkt dat de milieubelasting zelfs zo zwaar is dat een huis met warmtepomp niet of nauwelijks binnen de regels van het Bouwbesluit gebouwd mag worden. Alleen dankzij een tijdelijke noodmaatregel is dit nog mogelijk, citeert de krant de onafhankelijke rekenmeester Nationale Milieudatabase (NMD).

NMD stelt de rekenmethode vast die bouwbedrijven hanteren om binnen de milieuregels van het Bouwbesluit te vallen. Voor alle onderdelen van een woning wordt de druk op het milieu bepaald, van CO2-uitstoot tot het effect op de ozonlaag.

In de knel
Naar de warmtepomp zou nooit goed onderzoek zijn gedaan. Het koudemiddel en de elektronica waren nog niet in de milieudata verwerkt, legt NMD in De Telegraaf uit. Ook was de milieubelasting berekend met een type warmtepomp dat inmiddels niet meer representatief is voor de markt. NMD betoogt dat de warmtepomp eigenlijk veel zwaarder zou moeten meetellen in de berekening van de milieubelasting van een huis maar zegt niet precies hoeveel zwaarder. Wel zouden bouwers in de knel komen met milieuvoorschriften. Op basis van de geactualiseerde data is het voor de markt lastiger om een warmtepomp in een project toe te passen, aldus NMD.

Onvolledig beeld
Voorzitter Doekle Terpstra van Techniek Nederland benadrukt dat er geen enkele reden is om te twijfelen over de toepassing van warmtepompen. “De milieuscore geeft een onvolledig beeld. We moeten óók rekening houden met de energieprestatie van de warmtepomp over de gehele levensduur. Doe je dat, dan is en blijft de warmtepomp onomstreden.”

Integrale milieu- en energieprestatienorm nodig
“De milieuscore geeft alleen de milieubelasting van materialen aan en laat de energieprestatie volledig buiten beschouwing”, aldus Terpstra. “Dankzij de warmtepomp verbruiken nieuwbouwwoningen helemaal geen aardgas meer en daalt de CO2-uitstoot met de helft. Daarmee leveren warmtepompen een onmisbare bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelstellingen.” Wat betreft Techniek Nederland moet er een integrale milieu- en energieprestatienorm komen voor de gehele technische levensduur van apparaten en materialen. Op basis van zo’n norm is er volstrekt geen twijfel over de toepassing van warmtepompen.

Hergebruik materialen
De milieuscore van warmtepompen houdt ook geen rekening met een aantal andere aspecten. Terpstra: “Veel materialen uit een warmtepomp worden al hergebruikt. Ze krijgen een tweede leven in een nieuwe warmtepomp of in een andere toepassing. Techniek Nederland intensiveert de komende tijd de inspanningen om samen met de fabrikanten grote stappen te maken naar circulariteit. Daarnaast is de innovatie van warmtepompen in volle gang. Apparaten worden steeds kleiner waardoor minder materialen nodig zijn om het apparaat te produceren. Wanneer een deskundige warmtepompinstallateur het systeem plaatst is de kans op weglekken van koudemiddelen vrijwel nihil. Bovendien passen steeds meer fabrikanten natuurlijke koudemiddelen toe.”

Schokkend
John Mak, directeur bij stichting W/E adviseurs vindt het schokkend dat de recente levenscyclusanalyse (LCA) van een warmtepomp een ruim tien keer slechter resultaat geeft dan eerdere berekeningen. Hij vindt het wel goed dat inzicht is verkregen in de oorzaken van deze grotere milieubelasting, omdat dit fabrikanten zal aanzetten tot het verbeteren van hun producten door het veranderen van toegepaste materialen, een langere levensduur en mogelijk maken dat materialen te hergebruiken zijn. “Overigens zorgen veel installatiecomponenten die we in gebouwen gebruiken voor een relatief grote milieubelasting ten opzichte van veel andere bouwmaterialen en -producten”, zegt Mak. “Het ontwerpen van installatie-arme gebouwen is daarom een zinvolle strategie om de milieubelasting te beperken.”

Integrale benadering nodig
Toch kunnen we warmtepompen niet zo maar slecht voor het milieu te noemen, denkt Mak. “In het gebruik zorgen ze voor het zeer efficiënt opwekken van warmte (en koude) die nodig is voor het verwarmen (en koelen) van gebouwen. Om een warmtepomp vanuit milieuoogpunt te beoordelen, is een integrale benadering nodig van zowel het energiegebruik in de gebruiksfase van een gebouw, als het materiaalgebruik in de levensduur van het gebouw.”

Parallel met zonnepanelen
“Ik zie een duidelijke parallel met zonnepanelen, die ook voor een forse milieu-impact zorgen als alleen naar de effecten van het materiaalgebruik wordt gekeken”, vervolgt Mak. “Uit LCA’s van circa vijftien jaar geleden bleek zelfs meer dan de winst door opgewekte energie. Inmiddels is dat door verbeteringen van productieprocessen in het voordeel van zonnepanelen veranderd; ze leveren een grote positieve bijdrage aan het milieu als we energie- en materiaalgebruik samen beschouwen.”

Bereiken milieudoelen
“Uiteindelijk gaat het om het bereiken van milieudoelen zoals die in het klimaat- en grondstoffenbeleid zijn gesteld”, besluit Mak. “Om daar beter dan nu op te sturen in het beleid, en het gemakkelijker te maken om goede keuzes te maken in de praktijk, is een integrale benadering van energie- en materiaalgebruik de oplossing.”

‘Lucht/water-warmtepomp kent eigenlijk geen nadelen’

Zo’n 7 miljoen woningen moeten voor 2050 verduurzaamd worden om zo CO2– en energieneutraal te zijn. De eenvoudigste oplossing om ...

Geruisloze warmtepompen op propaan voor zowel nieuwbouw als renovatie

De Compress 5800i AW wordt het nieuwe paradepaardje van Nefit Bosch. Een compleet nieuwe range monoblock warmtepompen voor verwarming, koeling ...

Eerste warmtepompen met categorie 1 materialenpaspoort

Vaillant is sinds kort de eerste fabrikant die in Nederland warmtepompen aanbiedt met een categorie 1 materialenpaspoort. Het materialenpaspoort is ...

Steeds meer hybride warmtepompen

Over drie jaar, vanaf 2026, zijn huiseigenaren bij vervanging van hun cv-ketel verplicht om een duurzamere optie te kiezen. Dat ...

Uitdaging: energieneutrale ijsbanen

Gepubliceerd op

Kunstijsbanen en energieprijzen, daar is veel over te doen. Hoe zorg je ervoor dat ijsbanen snel verduurzamen, dat ze klimaatneutraal en energiezuinig worden? De KNSB breekt zich daar het hoofd over. Daikin, hoofdsponsor en specialist in koelen en verwarmen, denkt mee. “In 2040 moeten alle ijsbanen energieneutraal kunnen zijn.”

Op de vraag of het mogelijk is om in 2040 alle ijsbanen in Nederland energieneutraal te maken, antwoorden de Daikin-experts Alphons Stevens en Bauke Hulsebosch volmondig: Ja. “Zeker als er een dak op die ijsbaan zit”, zegt Hulsebosch. Stevens: “Voor bestaande bouw zal het wel lastig zijn, maar voor nieuwbouw moet dit kunnen. Zeker!” Ze geven wel eerlijk toe dat er op weg naar dat ideale plaatje ‘nog wat uitdagingen’ te overwinnen zijn.

Taskforce
Maar daaraan wordt al hard gewerkt. Eind 2021 richtte de KNSB, samen met onder meer NOC*NSF en de Vereniging Kunstijsbanen Nederland, de Taskforce Verduurzaming IJsbanen op. Dat was voordat Poetin Oekraïne binnenviel. Als gevolg van die oorlog stegen de energieprijzen, wat ook de 22 kunstijsbanen in ons land raakt. Een versnelde verduurzaming van deze accommodaties, onmisbaar voor de schaatssport, blijkt ineens hard nodig. Het actieplan van de taskforce kwam geen dag te vroeg…

Hart voor het schaatsen
Bij Daikin volgen ze dit verhaal op de voet. Het van oorsprong Japanse bedrijf, actief op het gebied van airconditioningsystemen, is sinds 2018 hoofdsponsor van de KNSB. “Wij hebben hart voor het schaatsen en de kennis in huis om echt mee te helpen aan het verduurzamen van ijsbanen”, zegt Edwin Hoogerwerf, Managing Director van Daikin Nederland. “We denken graag mee, om ervoor te zorgen dat de schaatssport in Nederland kan blijven bestaan.”

Ervaring
Met name bij de Italiaanse tak van Daikin bestaat al ruime ervaring met ijsbanen. Dochterbedrijf Zanotti was betrokken bij de bouw van meer dan 25 ijs(hockey)stadions. Het leverde onder meer de koelinstallaties voor ijshockey- en curlinghal bij de Winterspelen van Turijn in 2006. Later volgden grote stadions in onder meer Astana (Kazachstan), Minsk (Wit-Rusland) en Moskou (Rusland). Daikin levert ook de vriesinstallaties voor mobiele ijsbanen, bijvoorbeeld van Disney on Ice. Het bedrijf is geen aannemer die stadions bouwt, maar zorgt binnen die gebouwen wel voor de installaties die het ijs maken en de lucht behandelen.

Totaaloplossing
“We praten het liefst over het hele complex”, zegt Bauke Hulsebosch, Manager Consulting Sales bij Daikin. “Het gaat om koelen, verwarmen, ventileren en wat ook belangrijk is: monitoren en regelen. De totaaloplossing moet energetisch zijn: wat voor energie gebruik je en wat doe je ermee? En het moet passen bij de situatie. Daar zit per ijsbaan wel verschil in.” Dat laatste is helemaal waar: alle 22 ijsbanen in Nederland hebben een compleet andere (energie)huishouding. De ene is al best ver met het verduurzamen van zijn installaties, bij de andere staat dit proces nog in de kinderschoenen.

Betrokken
Daikin maakt geen deel uit van de Taskforce, maar is wel betrokken bij diverse werkgroepen. Het bedrijf geeft cursussen aan ijsmeesters en adviseert sommige ijsbanen om het proces van verduurzaming in gang te zetten. “We raken steeds meer bij de ijsbanen betrokken, en dan vooral op de vraag hoe verduurzaamd kan worden”, vertelt Alphons Stevens, Manager SBU Applied bij Daikin (SBU staat voor strategische business unit). “Een grote aannemer kijkt bouwkundig mee, wij doen de energetische kant.”

Simpel verhaal
De energiehuishouding van een ijsbaan is ingewikkeld en voer voor specialisten. Maar als je het terugbrengt tot de kern is het best een simpel verhaal, vertelt Hulsebosch. “Je maakt ijs, dat is bevroren water, en voor die vriesinstallatie heb je energie nodig: gas of elektra. Om het ijspakket in stand te houden, moet je blijven vriezen. Om sporters en publiek een beetje aangenaam in de hal te laten vertoeven, moet je de lucht binnen verwarmen. Als je een slim systeem hebt, benut je daarvoor… de warmte die vrijkomt bij het ijs maken.”

Benutten van restwarmte
Hulsebosch: “Denk maar aan je koelkast thuis: die is van binnen koud en aan de achterkant warm. Energie gaat nooit verloren. Bij het maken van ijs, ofwel het koelen van water, komt warmte vrij. Daar kun je wat mee.” Dit is natuurlijk geen nieuwe ontdekking. Zo zijn er voorbeelden van ijsbanen die al gekoppeld zijn aan zwembaden. Met de warmte die vrijkomt bij het ijsmaken wordt het zwemwater op een aangename temperatuur gebracht. Toch zijn zulke combinaties meer uitzondering dan regel. Het benutten van de restwarmte kan nog veel verder worden doorgevoerd.

Nul CO2-uitstoot
In Alkmaar zetten ze al grote stappen bij sportcomplex De Meent. Daar wordt groene energie opgewekt, onder meer via een grote massa zonnepanelen, waarop de koelmachines draaien. De ijsbaan levert zijn restwarmte aan de aangrenzende  sporthal, wielerbaan en andere gebouwen. Op termijn zorgt dit complex voor nul CO2-uitstoot en levert het dus zelf opgewekte energie aan zijn directe omgeving. Hulsebosch: “Dit is een voorbeeld van zo’n moderne ijsbaan die straks geen energieslurper meer is, maar juist onderdeel van een energieneutraal gebouw, ENG in vakjargon, die zelfs restwarmte aan de omgeving levert.”

Energieneutraal
“Een ijsbaan ENG maken, ofwel energieneutraal krijgen, dat is heel goed mogelijk”, zegt Stevens. “Als je een goede schil neerzet, een slim gebouw, dan kun je het daarbinnen met de koelmachines en luchtbehandelingskasten heel goed energieneutraal maken. Als we nu naar de tekentafel gaan, zou dat bij wijze van spreken volgende week al kunnen.”

Combinatie
Hulsebosch: “Maar dan moet alles er omheen ook kloppen. De apparatuur is er nu al geschikt voor en die ontwikkelt zich nog verder door. Maar stand alone een ijsbaan neerzetten moet je niet meer doen. Je zult altijd een combinatie moeten maken: liefst bouw je een ijsbaan in combinatie met een zwembad, met daarbij ook woningen en/of kantoren. Plaats daar zonnepanelen en een windmolen bij en maak een gesloten circuit, waarin je de restwarmte van de ijsbaan benut voor die woningen/kantoren. Die maken ook dat het totale complex geld oplevert. Dit verhaal klinkt eenvoudig en dat is het eigenlijk ook. Wij zijn klaar voor de toekomst.”

Water door de Maas
De mannen van Daikin beseffen dat er nog wel wat water door de Maas zal stromen, voordat deze ideale ijsbaanwereld is gerealiseerd. Het bouwen ervan, of het omtoveren van bestaande banen tot zulke multifunctionele gebouwen, dat kost (vele) jaren en is afhankelijk van politiek draagvlak en particulier initiatief. In de tussentijd is het, zeker nu de energiemarkt ongewis blijft, noodzaak om in de dagelijkse bedrijfsvoering al besparingen te realiseren. Hulsebosch: “De overheid adviseert om thuis de thermostaat van de cv een graadje lager te zetten. Ook bij ijsbanen kun je kijken hoe je je energiegebruik kunt terugdringen.”

Deken over het ijs
Een ijsbaan die restwarmte van de koelmachine nog gewoon ‘affakkelt’, ofwel de buitenlucht in blaast, is eigenlijk niet meer van deze tijd. Moeten banen nog wel open zijn van begin oktober tot eind maart? Kan het ijs toe met iets minder harde koeling? Zijn er ook technische aanpassingen die energiegebruik kunnen besparen? Stevens: “We bekijken nu samen met een aannemer ook de mogelijkheid om ’s nachts, als er niet geschaatst wordt, een soort deken over het ijs te leggen. Daarmee voorkom je dat kou weglekt naar de lucht in de hal. Je hebt minder energie nodig om je ijspakket dik genoeg te houden en het kost je ook minder energie om de hal te verwarmen.”

Coole ijsbanen
Zo zijn er nog tal van besparingen te bedenken, waarmee niet alleen Daikin bezig is, maar waaraan ook vanuit de Taskforce Verduurzaming IJsbanen hard wordt gewerkt. Op het hoofdkantoor van de KNSB-hoofdsponsor in Capelle aan den IJssel blijven ze nauw betrokken bij die ontwikkelingen.
Hulsebosch: “Wij praten niet alleen over die koelmachine, warmtepomp of luchtbehandelingskast, maar over totaaloplossingen. Wij praten over geconditioneerde lucht: koelen, verwarmen en ventileren. In feite verkopen we lucht: geen gebakken lucht, maar aangename lucht. En dus ook ijs. We zorgen voor frisse scholen, gezonde kantoren en ook coole ijsbanen.”
Managing director Edwin Hoogerwerf: “Maar als er op korte termijn niks gebeurt, weten we zeker dat er ijsbanen afvallen. Dat moeten we met zijn allen zien te voorkomen, daarom is dit proces van verduurzaming zo belangrijk. Het liefst realiseer je er zelfs nog een paar ijsbanen bij.”

Installateurs niet altijd op tijd betrokken bij bouwproces

Gepubliceerd op

BouwBeurs 2023 heeft afgelopen week ruim 67.000 bezoekers getrokken. Bouwprofessionals reisden af naar Koninklijke Jaarbeurs om de ruim 650 exposanten verspreid over zes beurshallen te bezoeken. Met het thema ‘Samen bouwen aan de toekomst’ stond de vakbeurs volledig in het teken van circulariteit, industrialisering en digitalisering.

Joyce van de Hoef, beursmanager: “We kijken terug op een fantastische week veel mooie innovaties, goede gesprekken en nieuwe initiatieven zoals het allereerste Transitiediner, de BouwBeurs Awards en de Ladies Lunch. Daarnaast lanceerde Jaarbeurs de Bouw & Installatie Hub met de resultaten van de nieuwe monitor over wat er leeft in de bouw- en installatiesector.”

Twee op de vijf installateurs te laat betrokken bij bouwproces
De eerste Bouw en Installatie Monitor betrof een onderzoek onder bijna 3.000 respondenten naar hun mening over prangende kwesties in de bouw- en installatiemarkt. Zo geeft driekwart van de respondenten aan te lijden onder personeelstekort. Dit komt de kwaliteit in de bouw niet ten goede. Joyce van de Hoef: “Voornaamste commentaren zijn het gebrek aan vakkennis op de bouwplaats, te weinig instroom van jonge collega’s en de communicatieproblemen met buitenlandse arbeidskrachten. Ook blijkt uit de monitor dat twee op de vijf installateurs te laat aan tafel zitten in het bouwproces. Kwalitatief goed en duurzaam bouwen vergt een goed samenspel tussen alle disciplines. Belangrijk dus dat installateurs op tijd aan tafel zitten in het bouwproces.”

‘Circulair bouwen’ speelt meer bij ontwerp & advies dan bij bouw en installatie
BouwBeurs 2023 stond volledig in het teken van circulariteit, industrialisering en digitalisering. In 2050 wil de overheid de hele bouw circulair laten werken. Uit de Monitor blijkt dat meer dan de helft van de respondenten momenteel werkt aan projecten rond circulair bouwen. Van de Hoef: “Dit geldt wel meer in de sector ontwerp & advies dan bij de bouw- en installatiesector zelf. Ook de leveranciers die de circulaire materialen moeten leveren zijn er flink mee bezig.”

‘Lucht/water-warmtepomp kent eigenlijk geen nadelen’

Gepubliceerd op

Zo’n 7 miljoen woningen moeten voor 2050 verduurzaamd worden om zo CO2– en energieneutraal te zijn. De eenvoudigste oplossing om geheel of gedeeltelijk van het gas af te gaan, is de cv-gasketel te vervangen. Voor de meeste woningbezitters is de lucht/water-warmtepomp het beste, zo concludeert Nico de Boer van ingenieurs- en adviesbureau DGMR.

De lucht/water-warmtepomp kent eigenlijk geen nadelen. Dit type is goed te combineren met andere installaties en is toepasbaar op vrijwel alle afgiftesystemen. Het rendement voor de woningbezitter is relatief hoog. En deze warmtepomp is (betaalbaarder) dan een bodem-water- of water-waterwarmtepomp. Deze conclusie trekt de huidige technisch specialist bij DGMR, nadat hij voor zijn afstudeeronderzoek vijf opties naast elkaar zette. Hij brengt zijn bevindingen nu samen in de whitepaper ‘Een warmtepomp voor iedereen’.

Koudemiddel
Omdat een warmtepomp gebruik maakt van een koudemiddel vergelijkt Nico ook drie verschillende typen koudemiddelen. Het zogenoemde Global Warming Potential (GWP) bepaalt de hoogte van het broeikaseffect en heeft invloed op de CO2-kosten. De meest duurzame keuze die installateurs en gebruikers kunnen toepassen, is het koudemiddel R-290. Het heeft een hoog rendement en een laag GWP, waardoor de CO2-kosten ook laag uitvallen. Dit middel heeft de minste impact op het milieu.

De whitepaper is te downloaden via de website van DGMR.

Sneller en betrouwbaar berekening warmteverlies

Gepubliceerd op

Verduurzamingsstart-up hoomie en softwarebedrijf Heat-Box zijn een samenwerking aangegaan om sneller een betrouwbare warmteverliesberekening te kunnen maken. Om een huis goed warm te krijgen met een warmtepomp, is het namelijk belangrijk om vooraf te bepalen wat het vermogen van de warmtepomp moet zijn. Bestaande methoden om een warmteverliesberekening te maken hebben de nodige beperkingen, aldus . algemeen directeur Paul Willems van hoomie.

“Het maken van een warmteverliesberekening is op dit moment tijdrovend en duur, of niet 100% betrouwbaar”, vertelt Willems. “Daarom hebben wij ervoor gekozen het beste van de bestaande methoden te combineren en de berekening automatisch te laten maken.”

Realistische schatting
Hiertoe is de software van Heat-Box geïntegreerd in de eigen software van hoomie. “Het grote voordeel hiervan is dat de consument die een warmtepomp wil laten installeren al in een vroeg stadium een realistische schatting van zijn investering krijgt, met daarbij wat hij naar verwachting zal besparen op zijn energieverbruik. Zo kan hij een weloverwogen keuze maken tussen de verschillende mogelijkheden.”

Tijdsbesparing
Ook voor hoomie zelf heeft de integratie met de software van Heat-Box grote voordelen. “Voorheen maakten we de warmteverliesberekening in een separaat proces. Nu besparen we veel tijd en kunnen we de berekening ook met één druk op de knop opnieuw maken als we ons voorstel willen aanpassen. Dat is essentieel om te kunnen opschalen.”

Gemak
Voor Heat-Box was het de eerste keer dat de software van Heat-Box geïntegreerd werd in de software van een samenwerkingspartner. CEO Joris Bracke van Heat-Box: “Wij zijn erg blij met de samenwerking met hoomie. Nu kunnen installateurs met nog meer gemak profiteren van onze rekentools.”

Werken in energietransitie: 2 op de 3 werkenden overweegt carrièreswitch

Gepubliceerd op

Om de energietransitie te doen slagen is personeel nodig. Met name technische vakmensen kunnen de komende decennia het verschil maken, maar er is een tekort. Energiebedrijf Zonneplan vroeg daarom aan een panel van duizend werkende Nederlanders of zij weleens nadenken over een overstap naar werk in een andere sector. Twee op de drie gaven aan dat dit inderdaad het geval is. Meer dan de helft zegt bovendien veel waarde te hechten aan maatschappelijk relevantie in hun werk.

Mannen zeggen in het onderzoek van Zonneplan iets meer bezig te zijn met een carrièreswitch dan vrouwen. 9 procent van de mannen denkt hier zelfs elke dag over na, tegen 6 procent van de vrouwen, terwijl het percentage mannen dat zegt er nooit mee bezig te zijn 35 procent is en onder vrouwen 38 procent. Jongeren (18-34 jaar) zijn vaker bezig met een overstap (76 procent) dan ondervraagden in de leeftijdscategorieën 35-49 jaar (67 procent) en 50-65 jaar (49 procent). Daarnaast valt op dat liefst 86 procent van de ondervraagden werkzaam in de sector ‘Media en communicatie’ weleens nadenkt over een switch. Ook de sector ‘Handel en dienstverlening’ scoort met 74 procent relatief hoog. Werknemers actief in de sector ‘Justitie, veiligheid en openbaar bestuur’ zijn hier met 53 procent juist het minst mee bezig.

Maatschappelijk relevant werk
Een belangrijke reden om verder te kijken op de banenmarkt is voor veel Nederlanders het gemis van maatschappelijke meerwaarde in hun huidige baan. David Venderbos, recruiter bij Zonneplan, merkt dit de laatste jaren veel in de sollicitatiegesprekken die hij voert. “Ik spreek bijvoorbeeld veel zij-instromers die momenteel actief zijn als productiemedewerker en dat stukje toegevoegde waarde missen. Of denk aan automonteurs. Hun werk wordt steeds meer overgenomen door computers. Ook pakketbezorgers en winkelmedewerkers die bij ons solliciteren noemen vaak het missen van een daadwerkelijk doel in hun werk als argument om de overstap naar werken in de energietransitie te maken.”
Van de duizend Nederlanders die Zonneplan ondervroeg gaf 8,5 procent aan dat zij maatschappelijke relevantie het allerbelangrijkst vinden bij het zoeken van een nieuwe baan. Belangrijker nog dan het salaris dus. Bijna de helft - 46,1 procent - zegt dit belangrijk te vinden, mits het salaris ook in orde is. Bijna een derde stelt dat dit sociale aspect mooi meegenomen is, maar dat er meerdere andere factoren van groter belang zijn. Voor 14,2 procent doet maatschappelijke meerwaarde er in het geheel niet toe. Verder stelt ruim een kwart van de ondervraagden dit maatschappelijke aspect in de afgelopen vijf jaar belangrijker te zijn gaan vinden. Zo’n 11 procent zegt juist het tegenovergestelde te voelen, terwijl voor de meerderheid - 62 procent - dit niet veranderd is.