Category Archives: Regelgeving

Nieuwe methode om energieprestatie gebouwen te bepalen in ontwikkeling

Gepubliceerd op

In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken ontwikkelt NEN een nieuwe methode om de energieprestatie van gebouwen te bepalen. Deze moet voldoen aan Europese normen, waarbij gekeken wordt naar eenvoud, eenduidigheid, transparantie en toepasbaarheid binnen de voorwaarden in de EPBD-richtlijn. Deze richtlijn stuurt EU-lidstaten o.a. aan op het verminderen van het energiegebruik in gebouwen. Uiterlijk medio 2018 moet de methode operationeel zijn voor het overgrote deel van de nieuwbouw. Vanaf 2021 wordt de bepalingsmethode wettelijk van kracht. Overheidsgebouwen moeten vanaf 2019 en alle andere gebouwen vanaf begin 2021 bijna-energieneutraal (BENG) zijn.

De nieuwe methode moet het mogelijk maken om op verschillende nauwkeurigheidsniveaus aan te tonen wat de feitelijke energieprestatie van een gebouw is. Voor de wetgever moet de methode bruikbaar zijn voor het toetsen aan bijvoorbeeld minimale eisen uit de Omgevingsvergunning of de relatie met huurpunten in het Woning Waarderingsstelsel (WWS) voor de sociale huursector. Ook moet de methode gekoppeld kunnen worden aan een vorm van energielabel. Het is essentieel dat het voor de gebruiker/eigenaar van een gebouw helder is hoe het energielabel in elkaar zit en waar eventuele verbetermogelijkheden liggen. Daarnaast moet de methode voor marktpartijen de mogelijkheid bieden om het werkelijke energiegebruik van een gebouw op individueel niveau te kunnen voorspellen.

[related_post themes=”text”]

Nieuwe wereldwijde richtlijn voor testen en classificeren luchtfilters

Gepubliceerd op

nwsbrf-luchtfiltersDe ISO 16890 standard gaat de huidige EN779:2012 standaard vervangen en wordt de nieuwe wereldwijde richtlijn voor het testen en classificeren van luchtfilters. De nieuwe richtlijn verandert de manier waarop luchtfilters zullen worden beoordeeld. Nog deze maand wordt de richtlijn gepubliceerd. Vervolgens zal de EN779:2012 standaard in 18 maanden tijd geleidelijk worden afgeschaft. Bij de nieuwe ISO 16890 testmethode wordt er niet meer gekeken naar de filtratieprestaties, maar naar de onderverdeling op basis van de afmetingen van het fijnstof (PM). Het filterrendement wordt bepaald aan de hand van de klassen PM1, PM2.5 en PM10, die meestal ook door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en andere autoriteiten worden gebruikt als evaluatiecriteria.

Bij de nieuwe ISO16890 standaard worden de luchtfilters in vier groepen ingedeeld. Een eerste vereiste voor iedere groep is dat een filter ten minste 50% van de deeltjes uit die groep opvangt. Wanneer een filter bijvoorbeeld meer dan 50% PM1 deeltjes opvangt, dan valt deze onder de ISO ePM1 filter. Het aanvangsrendement wordt vervolgens bepaald en afgerond op 5%.

Naast filters voor fijnstof beoordeelt de nieuwe ISO standaard ook filters voor grof stof met de ISO Coarse. Hieronder vallen filters die minder dan 50% PM10 opvangen.

De nieuwe standaard houdt er meer rekening mee hoe een filter daadwerkelijk in de praktijk presteert. In plaats van dat er alleen gekeken wordt naar de deeltjes met een afmeting van 0,4 micron (EN779:2012), worden nu deeltjes in het gebied van 0,3 tot 10 micron gebruikt om het scheidingsrendement te bepalen voor de groepen PM10, PM2,5 en PM1 (ISO16890). Een luchtfilter krijgt de beoordeling ePM1 of een van de andere beoordelingen als het minimale rendement 50% is en dit wordt stapsgewijs geregistreerd en op 5% afgerond – een luchtfilter dat een rendement van 66% op PM1 deeltjes heeft zal dus de beoordeling ePM1 65% krijgen. (de .’e’ voor ePM1 staat voor efficiency)

In het geval van filters voor grof stof zal de nieuwe richtlijn ook filters opnemen die minder dan 50% van de deeltjes in de PM10 groep opvangt – deze zullen de beoordeling ISO Coarse krijgen en er zal worden gekeken naar hun PM10 prestaties, oftewel hun PM Coarse 45%.

(Bron en meer informatie: klik hier)

[related_post themes=”text”]

Per 1 januari a.s. treden wijzigingen F-gassenverordening in werking

Gepubliceerd op

f-gassenPer 1 januari 2017 verloopt de overgangstermijn van de F-gassenverordening. Er zullen dan een aantal wijzigingen in werking treden. Deze wijzigingen hebben betrekking op het registreren van lekcontroles en het verplicht vermelden van specifieke gegevens op kenplaten van nieuw geplaatste apparatuur en installaties. F-gassen, voluit gefluoreerde broeikasgassen, worden gebruikt als koudemiddel in koelsystemen. Veel gebruikte koudemiddelen zijn R-134A, R-404A en R-410A. Deze middelen dragen relatief veel bij aan de opwarming van de aarde.

Voor het logboek of apparatuurregister geldt dat alle lekcontroles moeten worden geregistreerd. Dit betekent dat ook de ondergrens voor het verplicht bijhouden van een logboek per 1 januari 2017 zal veranderen van 3 en meer kg koudemiddel naar 5 en meer ton CO2 equivalent. De gegevens vanuit de logboeken moeten zowel bij de eigenaar als bij de installateur 5 jaar worden bewaard.

Vanaf 1 januari 2017 moet nieuw op de markt geplaatste apparatuur/installaties worden voorzien van kenplaten/etiketten die naast het type koudemiddel en de hoeveelheid in kg ook het GWP van het koudemiddel en de hoeveelheid CO2 equivalent aangeven (in de taal van het land waarin het op de markt wordt gebracht). Als het een hermetisch gesloten apparaat betreft moet dit ook worden vermeld.

Er geldt vanaf 1 januari 2017 een verkoopverbod op voorgevulde apparaten, tenzij:
-het koudemiddel in het apparaat aantoonbaar onder het EU quotasysteem valt;
-het apparaat aantoonbaar door een gecertificeerd installateur wordt geïnstalleerd.
Dit  betekent dus dat aanbieders (bijvoorbeeld bouwmarkten) van kleine airco’s alleen mogen aanbieden als aan deze twee voorwaarden is voldaan.

(Bron: NVKL)

[related_post themes=”text”]

Brussel wil eigen energie voor iedere consument en elk bedrijf

Gepubliceerd op

zonnepaneel-1-300x224Consumenten en bedrijven in Europa moeten hun eigen energie kunnen opwekken, opslaan, gebruiken, delen of verkopen. De Europese Commissie denkt zo de internationale klimaatafspraken na te kunnen komen. Milieuorganisaties en de Groenen in het Europees Parlement vinden het voorstel niet ambitieus genoeg. De commissie stelt verder voor om bestaande gebouwen zo goed te isoleren dat ze in 2030 minstens 30% minder energie gebruiken. Duurzame energie moet 27% gaan uitmaken van alle bronnen voor warmte en koeling. Er komen strengere verbruikseisen voor apparaten.

De doelstellingen gelden vanaf 2020 niet per elk land afzonderlijk maar voor de EU als geheel. De lidstaten moeten per 2018 aan Brussel rapporteren hoe zij gaan bijdragen en geld storten in een fonds voor duurzame energieprojecten in de EU als ze onvoldoende bijdragen. De Europese Commissie wil ook dat er een einde komt aan subsidies voor oude kolencentrales die te veel CO2 uitstoten maar open worden gehouden voor reservecapaciteit. Daarnaast moeten de EU-landen beter regionaal samenwerken bij de verdeling van stroom.

[related_post themes=”text”]

Praktijkdag ‘Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen’ trekt veel belangstelling

Gepubliceerd op

praktijkdag-kwaliteitsborgingAls de ‘Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen’ begin 2018 in werking treedt, verschuift een groot deel van de verantwoordelijkheid voor kwaliteitsborging in de bouw van gemeenten naar marktpartijen. Daardoor kan de controle op de bouwkwaliteit efficiënter plaatsvinden, iets wat zowel voor particulieren als bedrijven voordelig uitpakt. “Vergelijk het met de APK van de auto: de keurmeester keurt uw auto binnen de regels van de wet en de overheid kijkt steekproefsgewijs mee of de keuring ook binnen die regels wordt uitgevoerd”, vertelde dagvoorzitter Hajé van Egmond tijdens de praktijkdag over deze aankomende wetgeving. De praktijkdag was georganiseerd door Nieman Kwaliteitsborging en Balance & Result. Met ruim 250 deelnemers was de belangstelling zo groot, dat er begin 2017 een vervolg komt.

De Tweede Kamer moet nog akkoord gaan met het wetsvoorstel van minister Stef Blok voor Wonen en Rijksdienst. Om het parlement te overtuigen van nut en noodzaak worden in heel het land pilotprojecten uitgevoerd. Nieman Kwaliteitsborging voert samen met Nijhuis Bouw uit Rijssen zo’n pilotproject uit in Zwolle, waar in het project Binnenhofjes 48 sociale huurwoningen worden gebouwd. Minister Blok was onlangs zelf aanwezig bij het hoogste punt van een nieuw distributiecentrum in Dordrecht.

De ruim 250 deelnemers kregen tijdens de dag veel praktijkvoorbeelden vanuit diverse gezichtspunten voorgeschoteld door architecten, bouwers, installateurs, kwaliteitsborgers en instrumentaanbieders. Zo kregen bouwbedrijven, toeleveranciers, architecten en opdrachtgevers een duidelijker beeld over wat deze nieuwe wet gaat betekenen voor hun werkwijze. En voor hun kansen. “Onze particuliere opdrachtgevers waarderen enorm hoe we nu de kwaliteit aantoonbaar maken. Ze zijn veel beter betrokken in de kwaliteitskeuzes”, verwoordde een architectenbureau zijn enthousiasme over zijn pilotervaringen.

Op de informatiemarkt lieten de deelnemers zich informeren over ondersteunende diensten van instrumentaanbieders, kwaliteitsborgers en over ICT systemen.

Gezien het succes en de behoefte aan praktische informatieverstrekking over kwaliteitsborging, wil de organisatie een versie 2.0. organiseren in het voorjaar van 2017. Mogelijk ook in combinatie met enkele verdiepingsworkshops. Voorinschrijving is al mogelijk via info@niemankwaliteitsborging.nl.

[related_post themes=”text”]

 

‘Overheid maak haast met maatregelen tegen koolmonoxide’

Gepubliceerd op

coVandaag is het precies een jaar geleden dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid over dit onderwerp een kritisch rapport publiceerde de gevaren van koolmonoxide bij cv-ketels. De coalitie Stop de sluipmoordenaar roept de overheid nu op zo snel mogelijk maatregelen te nemen. Ondanks de urgentie van het rapport is de belangrijkste aanbeveling van de Raad – een wettelijk verplichte erkenningsregeling voor installateurs – nog niet ingevoerd. Juist zo’n verplichte erkenningsregeling kan volgens de coalitie het aantal koolmonoxide-ongevallen terugdringen. Jaarlijks vallen er 5 tot 10 doden en honderden gewonden als gevolg van te hoge concentraties koolmonoxide bij cv-ketels. De coalitie Stop de Sluipmoordenaar bestaat uit Installateurskoepel Uneto-VNI, Vereniging Eigen Huis, Consumentenbond, Brandweer Nederland, Netbeheer Nederland, VeiligheidNL, VACPuntWonen en CoGDEM NL.

Volgens voorzitter Titia Siertsema van installateurskoepel Uneto-VNI moet de overheid haast maken met maatregelen om koolmonoxide-ongevallen te voorkomen. “We hoeven niet opnieuw het wiel uit te vinden. In het Verenigd Koninkrijk heeft de invoering van wettelijke eisen voor installateurs geleid tot een daling van het aantal koolmonoxideslachtoffers. Britse monteurs moeten voldoen aan zware vakbekwaamheidseisen en zijn verplicht zich regelmatig te laten bijscholen. Laten we dat model zo snel mogelijk invoeren in ons land. De opzet ervan ligt al klaar, dus waar wachten we op?”

Hans André de la Porte van Vereniging Eigen Huis vindt dat huizenbezitters erop moeten kunnen rekenen dat monteurs vakbekwaam zijn. “Een erkenning op bedrijfsniveau is onvoldoende, want uiteindelijk is het de cv-monteur die bij klanten over de vloer komt.”

Directeur Bart Combée van Consumentenbond wijst op het belang van strenge eisen voor cv-monteurs. “Wij vinden het belangrijk dat in de nieuwe eisen ook de controle van de rookgasafvoer meegenomen wordt. Die wordt nu bij installatie en onderhoud van cv-ketels vaak over het hoofd gezien, met koolmonoxideongevallen als gevolg.”

Charles Meijer van Brandweer Nederland vindt dat de overheid nu in actie moet komen om wettelijke eisen te stellen. De organisatie vindt ook dat koolmonoxide-sensoren in cv-ketels en kwalitatief goede koolmonoxide-melders die op de juiste plaats hangen, kunnen bijdragen aan meer veiligheid.

Netbeheer Nederland roept de overheid op de voorlichting over koolmonoxidegevaar bij cv-ketels te intensiveren. Directeur André Jurjus pleit daarnaast voor het opzetten van een centraal incidentenregister koolmonoxide. “Zo zien we of de maatregelen die we nemen ook het gewenste effect hebben.”

Brancheorganisatie van meetapparatuur CoGDEM vindt dat de overheid niet alleen eisen moet stellen aan cv-monteurs, maar ook aan de betrouwbaarheid van instrumenten die het niveau van koolmonoxide in een ruimte detecteren. Daarom verwelkomt CoGDEM het onderzoek van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit naar de veiligheid van koolmonoxidemelders en kijkt ze uit naar de publicatie van de resultaten komende maand.

[related_post themes=”text”]

Technisch dienstverlener SPIE mag inspecties uitvoeren met een drone

Gepubliceerd op

droneSPIE Nederland heeft van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu de licentie ontvangen om inspecties en metingen met een drone uit te voeren, inclusief de ontheffing om hoger dan de officiële 120 meter te vliegen. De technisch dienstverlener begeleidt klanten in ontwerp, uitvoering, exploitatie en onderhoud van netwerksystemen en energie-, infrastructurele-, industriële- en gebouwinstallaties. Drone piloot Johnny van der Poel over het verkrijgen van de licentie: “De techniek gaat sneller dan de wetgeving voor drones. Er werd in het begin vooral vastgehouden aan de wetgeving van de civiele luchtvaart. Mede door de regelmatige wijzigingen in de regelgeving liet de licentie langer op zich wachten.” 

Net als Van der Poel heeft ook Tara van Haperen, constructeur en drone pilote van SPIE, het gehele traject doorlopen: “De benodigde theoretische en praktische opleidingen zijn succesvol afgerond, de drone is luchtwaardig bevonden en een operationeel handboek is opgesteld. Het moest stapje voor stapje, maar nu kunnen we onze drone dan eindelijk inzetten.” Voor SPIE Nederland is het gebruik van een drone een extra dienst die gecombineerd kan worden met de expertise van het bedrijf zelf. Er worden al veel inspecties en metingen gedaan voor klanten in alle marktsegmenten, maar met het gebruik van een drone kunnen ook de moeilijk toegankelijke plekken uitstekend geanalyseerd worden, aldus de technisch dienstverlener.

De SPIE drone is een Aibot-X6-V2 die makkelijk aan te passen is aan de nieuwste innovaties en software. Het kan inspecties uitvoeren in zowel twee- als driedimensionaal beeld en met behulp van een infraroodcamera kunnen warmteprofielen in kaart worden gebracht. Door de camera die aan de drone zit te verbinden met een display op het grondstation, kan het te inspecteren object in Full HD worden bekeken en direct worden geanalyseerd. Met een speciale camerabol die aan de drone wordt gehangen kunnen tevens 360° foto’s worden gemaakt.

[related_post themes=”text”]

Nieuwe norm voor stuiklassen ter kritiek gepubliceerd

Gepubliceerd op
594012126

594012126

Ontwerp NEN 7200:2016 is gepubliceerd. Dit normontwerp bevat eisen voor kwalitatief goede stuiklasverbindingen tussen PE-buizen en hulpstukken en criteria voor de beoordeling ervan. De norm is bedoeld voor iedereen die te maken heeft met het ontwerp en de aanleg van PE-leidingen voor gas, drink- en afvalwater.

De huidige versie van NEN 7200 dateert uit 2004. Intussen zijn er allerlei technische ontwikkelingen geweest, waaronder de introductie van nieuwe type polyethyleen (PE). De nieuwe uitgave is ook bedoeld voor computergestuurde en/of onder geconditioneerde omstandigheden gefabriceerde stuiklasverbindingen. De norm beperkt zich tot stuiklassen volgens de spiegellasmethode. Commentaar kan worden geleverd tot 1 februari 2017. Dit normontwerp is kosteloos in te zien via www.normontwerpen.nen.nl.

Wilt u als belanghebbende partij meepraten over de ontwikkeling van normen op dit gebied? De normcommissie ‘Kunststofleidingsystemen‘ houdt zich bezig met kunststofleidingsystemen voor distributie van o.a. drinkwater, afvalwater en gas. Stuur voor deelname aan of meer informatie over deze commissie een mail naar bi@nen.nl.

[related_post themes=”text”]

Stroomversnelling dreigt overleg met minister Blok op te schorten

Gepubliceerd op

werking-e1449664632905In een brief aan Minister Stef van Blok (Wonen) protesteert het bestuur van Stroomversnelling over zijn voornemen om de regeling Nul-op-de-Meter ook open te stellen voor huizen met een gasaansluiting. Stroomversnelling laat de minister weten dat destijds is afgesproken dat de manier van financieren exclusief zou gelden voor huizen die tot zogeheten Nul-op-de-Meter-woningen (NOM-woningen) worden omgebouwd. Een belangrijk onderdeel bij deze vorm van renovatie is dat de huizen worden afgesloten van gas en geheel overgaan op elektriciteit. Blok heeft onlangs echter laten weten ook andere vormen van verduurzaming belonen. Stroomversnelling dreigt het overleg met de minister voorlopig op te schorten.

Om de verduurzaming in de bouw te stimuleren initieerde het Ministerie van Binnenlandse Zaken een Energie Prestatie Vergoeding (EPV). Een vergoeding die de bewoner van een woningcorporatie betaalt in plaats van de afgenomen energiekosten om de duurzame renovatie van een woning te financieren, bij gelijkblijvende woonlasten. Om die verduurzaming van de Nederlandse woningvoorraad mogelijk te maken is o.a. het initiatief de Stroomversnelling opgericht. Een strategisch samenwerkingsverband van o.a. bouwbedrijven, toeleveranciers, corporaties die een ‘Nul op de Meter’ all electric oplossing hebben bedacht.

Het ministerie heeft recent besloten de EPV, die per 1 september van kracht is, uit te breiden met de EPV voor huizen met een gasaansluiting om andere initiatieven, met gelijkwaardige prestaties, gelijkwaardige ondersteuning te bieden.

[related_post themes=”text”]

NEN 2699 afgestemd op praktijk wat betreft gebouwinstallaties

Gepubliceerd op

149157_calculatie_bouwproject_geld_biljetten_150x150Normsubcommissie 351 290 SC 4 Life Cycle Cost heeft de bestaande norm NEN 2699 ‘Investerings- en exploitatiekosten van onroerende zaken – Begripsomschrijvingen en indeling’ uit 2013 op een aantal plaatsen verbeterd. De norm sluit wat betreft gebouwinstallaties nu beter aan bij de praktijk. Tot 1 december a.s. kunt u nog uw mening geven op deze verandering.

NEN 2699 geeft de indeling van investeringskosten en exploitatiekosten van ‘onroerende zaken’ en hun onderlinge relatie. Met onroerende zaken worden in dit verband bedoeld: gebieden, bouwwerk(en) met bouwwerkgebonden terreinen. De systematiek van deze norm kan ook worden gebruikt als niet alle kostensoorten van toepassing zijn, bijvoorbeeld in situaties waarbij grondkosten of inrichtingskosten geen rol spelen.

Om deze indeling zo uniform mogelijk te maken is in de voorgestelde herziening rekening gehouden met de bestaande praktijk voor (de bouwkosten van) installaties. Heeft u een mening over deze herziening dan kunt u die via de website van NEN doorgeven: www.normontwerpen.nl.

[related_post themes=”text”]

Nog even terugblikken op reacties koolmonoxide problematiek in Tweede Kamer en daarbuiten

Gepubliceerd op

coGisteren heeft minister Blok in een commissievergadering in de Tweede Kamer laten weten het belang van een wettelijke erkenningsregeling voor cv-installateurs in te zien. Wel wil hij zekerheid dat handhaving goed uitvoerbaar is. “Regulering vanuit de overheid is ingrijpend, maar ik sluit het niet uit”, stelde de VVD-minister, die zich erg teleurgesteld toonde in het feit dat het de installatiebranche niet gelukt is om zélf de kwaliteit van gasinstallaties te kunnen borgen. Blok en zijn ambtenaren nemen tot eind dit jaar om met een uitgewerkt voorstel te komen. Áls er een wettelijke erkenningsregeling komt, dan kan de overheid gebruikmaken van een zwaardere erkenningsregeling die Uneto-VNI de afgelopen maanden in overleg met consumentenorganisaties en andere belanghebbenden heeft uitgewerkt. Wat betreft de brancheorganisatie kunnen de eerste installateurs zich vanaf begin volgend jaar op basis van de nieuwe regeling kwalificeren.

Uneto-VNI drong voorafgaand aan de vergadering in een artikel in het Algemeen Dagblad nog eens aan op de noodzaak van wettelijke eisen. Voorzitter Titia Siertsema: “Wij nemen als branche sowieso maatregelen, maar wij kunnen dit niet alleen. Als de maatregelen niet verplicht zijn, hoeven andere bedrijven die geen lid zijn van Uneto-VNI zich daar niet aan te houden. Dan blijven er onveilige toestanden.”

Na afloop van de commissievergadering waren de reacties op Twitter niet onverdeeld enthousiast. Uneto-VNI voorzitter Titia Siertsema reageerde kort en krachtig: “Kamer wil vaart, minister Blok neemt tijd voor gewogen oordeel voor overheidsingrijpen.” Programma-adviseur Risicobeheersing, Brandweer Midden en West Brabant Charles twitterde sarcastisch: “Slechts twee kamerleden aanwezig bij commissiebehandeling van koolmonoxide en brandveiligheid van ouderen. Is er iets belangrijkers te doen?” Een installateur meldde: “Ik wordt een beetje moe van het gelul en niets gebeuren…”

Installateur Feenstra kwam juist snel met een persbericht waarin het advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid werd toegejuicht dat installatiebedrijven wettelijk gecertificeerd moeten zijn. “Het invoeren van deze wettelijke certificering kan levens redden. Dagelijks maken mijn monteurs levensgevaarlijke situaties mee als slecht opgeleide installateurs of handige buurmannen een ketel hebben geïnstalleerd”, stelt Henjo Groenewegen, algemeen directeur van Feenstra.

De branchevereniging bracht het belang van een wettelijke regeling eerder al naar voren in brieven aan de ministers Blok (Binnenlandse Zaken) en Schippers (Volksgezondheid) en aan de Tweede Kamercommissie voor Wonen. Daarbij kreeg Uneto-VNI bijval van de Consumentenbond, Brandweer Nederland, Netbeheer Nederland, Veiligheid NL en VACpunt Wonen.

Ook de Onderzoeksraad voor Veiligheid die vorig jaar een rapport publiceerde over de gevaren van koolmonoxide bij cv-ketels onderstreepte gisteren nogmaals de noodzaak van wettelijke, zwaardere eisen. Hoewel het kabinet heeft aangekondigd drie varianten van zowel verplichte als (verbeterde) vrijwillige erkenningsregelingen nader te onderzoeken, benadrukt de Onderzoeksraad dat hij bewust heeft gepleit voor een wettelijk verplichte, uniforme erkenningsregeling, omdat vrijwillige regelingen geen garantie bieden voor verbetering van de veiligheid en het terugdringen van het aantal omgevallen. De Raad is verder verheugd dat enkele fabrikanten van gastoestellen zelf het initiatief hebben genomen om CO-sensors in toestellen op te nemen.

Ook een fabrikant reageerde snel. ‘Terwijl de overheid gaat afstemmen, hebben wij al de oplossing’, liet een rookgasafvoerspecialist weten. ‘Maatregelen tegen koolmonoxide-ongevallen zullen nog enige tijd op zich laten wachten. Over de opvolging van één aanbeveling moet namelijk nog worden besloten en voor de opvolging van enkele andere aanbevelingen is afstemming op Europees niveau noodzakelijk. Maar u hoeft niet te wachten op Europese afstemming. U kunt nu al veilig installeren met ons rookgasafvoerprogramma.’

Toevalligerwijs verscheen gisteren in Zwolle ook nog eens een installateur voor de rechter vanwege een koolmonoxidevergiftiging in een woning in Deventer. Twee bewoners van een appartement raakten onwel. Eén van hen overleed twee dagen later, volgens het Openbaar Ministerie aan de gevolgen van een koolmonoxidevergiftiging. De verhuurder van het appartement en de installateur van de geiser stonden terecht. Ze worden dood door schuld ten laste gelegd. De raadslieden van de twee vroegen zich af hoe goed de controles van de gemeente Deventer waren bij de appartementen aan de Julianastraat? De bewuste geiser was meerdere keren gecontroleerd. Het Openbaar Ministerie stelt dat de geiser ondeugdelijk is geïnstalleerd. De verhuurder wordt dood door schuld verweten omdat hij aanhoudende klachten van bewoners negeerde over een vreemde lucht in het pand. De ongeveer 15 jaar oude geiser zou zonder het lezen van de installatievoorschriften zijn geïnstalleerd. Zo werd niet gecontroleerd of de geiser een deugdelijke gasafvoer had.

De advocaat van de verhuurder wil dat de controleur van de gemeente nader bevraagd wordt, zo meldt het regionale dagblad De Stentor. De gemeente controleerde het pand voor de verhuurvergunning meerdere keren. Zijn er tekortkomingen aan de geiser geconstateerd en wat is er vervolgens mee gedaan? Volgens zijn cliënt was de geiser niet pas in 2012 geplaatst maar al jaren eerder. Als de installatie ondeugdelijk was, waarom is er dan niet eerder over geklaagd is. De installateur zou gezegd hebben dat hij maar één keer een klacht kreeg, van de vorige bewoner van het appartement.

De advocaat van de verhuurder voerde aan dat zijn cliënt de hele zaak betreurt maar onschuldig is. Hij had geen verstand van geisers en ging er vanuit dat alles in orde was.

De rechtbank hield de zaak aan zodat de laatste verhoren nog plaats kunnen vinden. Op 12 januari wordt de strafzaak inhoudelijk behandeld.

[related_post themes=”text”]

Feenstra juicht wettelijke certificering van cv-installateurs toe

Gepubliceerd op

feenstraInstallateur Feenstra juicht het advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid toe dat installatiebedrijven wettelijk gecertificeerd moeten zijn. In de Tweede Kamer werd vandaag gesproken over het rapport van de Onderzoeksraad naar de gevaren van koolmonoxidevergiftiging. Dit naar aanleiding van het schrikbarend aantal doden en honderden gewonden door slecht geïnstalleerde of defecte cv-ketels. De minister van Wonen en de minister van Volksgezondheid hebben inmiddels maatregelen genomen. Maar tot een wettelijke erkenning van installateurs, die cv-installaties aanleggen, heeft dat nog niet geleid. “Het invoeren van deze wettelijke certificering kan levens redden. Dagelijks maken mijn monteurs levensgevaarlijke situaties mee als slecht opgeleide installateurs of handige buurmannen een ketel hebben geïnstalleerd”, stelt Henjo Groenewegen, algemeen directeur van Feenstra.

De oorzaak van koolmonoxidevergiftiging in huis is veelal te wijten aan ondeskundige installatie of onderhoud van cv-ketels, meldt de Onderzoeksraad. Groenewegen: “Vaak gaat het hier om materialen voor de rookgasafvoer die niet met elkaar gecombineerd mogen worden, dan wel niet goed gebeugeld zijn. Denk hierbij aan een kunststof- of RVS-doorvoer op een aluminium-systeem.”

“Koolmonoxidevergiftiging komt verontrustend vaak voor in flats en appartementengebouwen. 55% van alle incidenten vindt plaats in etagewoningen terwijl dit bouwtype maar 35% van alle woningen in ons land uitmaakt. In een cv-ketel komen water, elektriciteit en gas samen. De installatie en het onderhoud van cv-ketels vergt grote deskundigheid en ervaring”, benadrukt Groenewegen.

[related_post themes=”text”]

Teleurgestelde reacties op commissievergadering koolmonoxideproblematiek Tweede Kamer

Gepubliceerd op

cthoprrwibmzfwsUneto-VNI Voorzitter Titia Siertsema reageerde op Twitter kort en krachtig op de vanmiddag gehouden commissievergadering van de Tweede Kamer over de koolmonoxideproblematiek. “Kamer wil vaart, minister Blok neemt tijd voor gewogen oordeel voor overheidsingrijpen.” De minister heeft toegezegd eind december met bevindingen te komen over al of niet invoeren van wettelijke kwaliteitsborging. Vanmorgen pleitte Siertsema in het AD nog voor het invoeren van niet vrijblijvende regels. “Wij nemen als branche sowieso maatregelen,” legde ze uit, “maar kunnen dit niet alleen. Als ze niet verplicht zijn, hoeven andere bedrijven die geen lid zijn zich daar niet aan te houden.” Programma-adviseur Risicobeheersing, Brandweer Midden en West Brabant Charles twitterde sarcastisch: “Slechts twee kamerleden aanwezig bij commissiebehandeling van koolmonoxide en brandveiligheid van ouderen. Is er iets belangrijkers te doen?”

[related_post themes=”text”]

FNV is tegen privatiseren bouwtoezicht

Gepubliceerd op

beqhaafcuaao1vyToezicht op de bouw moet de verantwoordelijkheid blijven van het gemeentelijk bouw- en woningtoezicht. De rijksoverheid moet daar voldoende geld voor ter beschikking stellen. Dat schrijft FNV-vicevoorzitter Gijs van Dijk in een open brief aan minister Blok voor Wonen en Rijksdienst. Het gaat de FNV om de veiligheid, niet alleen van de consument en bewoner, maar ook die van bouwvakkers en hulpdiensten zoals de brandweer. De minister heeft vanmorgen een rondetafelgesprek met de Vaste Kamercommissie en een aantal organisaties uit de bouwwereld over zijn plannen om het bouwtoezicht te privatiseren met de wet Kwaliteitsborging voor het bouwen.

‘De overheid moet haar verantwoordelijkheid voor een veilige leefomgeving niet overlaten aan de markt. De Nederlandse burger is daarmee niet gediend’, schrijft Van Dijk.

Gemeenten krijgen steeds minder budget van de rijksoverheid. Voorheen controleerde bouw- en woningtoezicht bouwtekeningen voorafgaand aan de bouw. Tijdens de bouw controleerde de gemeente op de bouwplaats. Dat laatste gebeurt door geldgebrek steeds minder. De minister stelt nu dat het daarom beter is om het bouwtoezicht te privatiseren. Dat vindt de FNV geen goed idee.

[related_post themes=”text”]

‘Nieuw systeem kwaliteitsborging gaat voorbij aan huidige certificaten en erkenningen’

Gepubliceerd op

total-print-solutions-wie-zijn-wij-kwaliteitVandaag is er een hoorzitting/rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen. Uneto-VNI is een van de partijen die gelegenheid krijgt haar visie te geven op dit wetsvoorstel. De brancheorganisatie is in grote lijnen positief, maar zet wel vraagtekens bij de toename van de administratieve lasten en aansprakelijkheid en de samenstelling van de toelatingsorganisatie. Het belangrijkste bezwaar van de brancheorganisatie is dat de wetgever een nieuw systeem opstelt voor kwaliteitsborging, dat voorbijgaat aan de huidige certificaten en erkenningen. Als het aan Uneto-VNI ligt, blijft het bestaande stelsel van Erkende Kwaliteitsverklaringen bestaan.

Volgens Uneto-VNI brengt het wetsvoorstel zoals het er nu ligt, extra kosten met zich mee, omdat de administratieve lasten toenemen. Kwaliteitsborgers houden in de nieuwe situatie per werk toezicht op de geleverde kwaliteit en brengen daarvoor kosten in rekening. Hierdoor verschilt het kwaliteitsniveau per werk. Dit staat verdere conceptualisatie  en industrialisering in de weg, waardoor de bouwkosten zullen stijgen. Bovendien wordt het kwaliteitsbeleid in de bedrijven ernstig bemoeilijkt. Dit beleid vormt ook de grondslag voor opleidingen in de bedrijfstak en het functioneren van de kwaliteitsbewaking.

Het wetsvoorstel voorziet in een forse toename van de aansprakelijkheid. Momenteel is de aannemer in de praktijk na oplevering grotendeels niet meer aansprakelijk voor gebreken die de opdrachtgever bij oplevering had kunnen ontdekken. Straks blijft de aannemer ook ná oplevering van het gebouw of de woning meestal aansprakelijk voor gebreken. Deze aansprakelijkheid tot twintig jaar kan hij vervolgens contractueel bij zijn onderaannemers, waaronder installateurs, neerleggen.

Uneto-VNI is het er niet mee eens dat installateurs die actief zijn in de zakelijke markt deze aansprakelijkheid alleen door expliciete afwijzing kunnen afwenden. Dat is in de praktijk niet mogelijk. Een uitgebreide aansprakelijkheid  is bovendien onnodig aangezien professionele opdrachtgevers tijdens de voorbereiding al veel invloed op het project uitoefenen en zelf meestal de juridische voorwaarden bepalen. De voorgestelde uitbreiding van de aansprakelijkheid is dan ook buitensporig, aldus de brancheorganisatie.

Een onafhankelijke toelatingsorganisatie bepaalt straks welke systemen voor kwaliteitsborging de partners in een project mogen hanteren. Uneto-VNI heeft er geen vertrouwen in dat die instantie op alle onderdelen van het bouwbesluit goed is ingevoerd. Het is in de praktijk nagenoeg onmogelijk om alle details te kennen van de bedrijfsactiviteiten  die bij aannemers, onderaannemers en bouwstoffenleveranciers nodig zijn om een goed gebouw op te leveren. Wat Uneto-VNI betreft, moet de wet regelen dat ook installateurs een stem krijgen in deze toelatingsorganisatie.

Gaat minister Blok het koolmonoxide probleem echt aanpakken?

Gepubliceerd op

portretfoto-blokVandaag debatteert minister Stef Blok (Wonen) met de Tweede Kamer over een aanpak om het aantal ongevallen met koolmonoxide bij cv-ketels terug te dringen. ‘Volgens Uneto-VNI, de Consumentenbond, Netbeheer Nederland, Veiligheid NL, VACpunt Wonen en Brandweer Nederland is het hoog tijd om de eisen aan monteurs op te schroeven’, zo meldt het AD vanmorgen. Landelijke aandacht dus voor een problematiek die in de branche al langer speelt. Uneto-VNI wil graag een pakket wettelijke maatregelen die in Groot-Brittannië al succesvol blijken. “Denk aan opleidingseisen van monteurs, meetinstrumenten die gebruikt moeten worden, regelmatige bijscholing en steekproefsgewijze controles van installatiebedrijven”, zegt voorzitter Titia Siertsema vanochtend in het AD.

Vanmiddag moet duidelijk worden of het Kabinet zo ver wil gaan. In een eerste reactie op het OVV-onderzoek zei minister Blok wettelijke eisen te onderzoeken, maar tegelijk niet overtuigd te zijn van de effectiviteit daarvan. Uneto-VNI pleit voor niet vrijblijvende regels. “Wij nemen als branche sowieso maatregelen, maar kunnen dit niet alleen. Als ze niet verplicht zijn, hoeven andere bedrijven die geen lid zijn zich daar niet aan te houden. Dan blijven er onveilige toestanden”, aldus de voorzitter in de landelijke ochtendkrant

Blok werkt sowiewo aan andere maatregelen die CO-vergiftiging moeten terugdringen. Zo wil hij met fabrikanten van cv-installaties afspreken dat zij standaard een koolmonoxide-melder inbouwen in apparatuur. Dat moet wel vrijwilig, want alleen Brussel kan dat verplichten. De bewindsman gaat daarom ook bij de EU lobbyen.

[related_post themes=”text”]

Eindelijk een Nederlandse norm voor grootkeukenventilatie

Gepubliceerd op

sliderMet de lancering van ISSO-publicatie 112 over grootkeukenventilatie zijn Nederlandse adviseurs en installateurs niet langer afhankelijk van Duitse richtlijnen en normen. Deze publicatie is een norm met uitgebreide beschrijving voor het ontwerpen, installeren en onderhouden van grootkeukenventilatie. De norm richt zich op de ventilatievoorzieningen in de keukens van scholen, horeca maar ook bij industriële voedselbereiders. De ISSO-publicatie behandelt onder meer de interactie tussen de keukenventilatie en het ventilatiesysteem van het gebouw en de drukhiërarchie in dat gebouw om te voldoen aan de hygiëne-eisen uit de HACCP. Ook onderwerpen als gemonteerde verlichtingssystemen in afvoerkappen, brandblussystemen of ontgeuringsinstallaties komen aan bod.

In elke grootkeuken ontstaan, tijdens het bereiden van voedingsmiddelen, onvermijdelijk luchtverontreinigingen, waterdamp en warmte. Om geurhinder te minimaliseren en een goede binnen luchtkwaliteit en thermisch comfort te kunnen garanderen moet een grootkeuken zodanig ontworpen zijn dat luchtverontreinigingen uit de ruimte worden afgevoerd. Het ontwerp van een grootkeukenventilatiesysteem is daarom cruciaal in het behalen van de eisen met betrekking tot de arbeidsomstandigheden: binnen luchtkwaliteit, geur en thermisch comfort.

De ISSO-publicatie behandelt zowel het opstellen van het programma van eisen, het ontwerp, de uitvoering en installatie als de in gebruik name. Maar niet in de laatste plaats gaat de publicatie ook in op het beheren en onderhouden van ventilatiesystemen van grootkeukens. Want na de oplevering moet de eigenaar samen met het onderhoudsbedrijf zorgen dat het ventilatiesysteem blijft doen waarvoor het ontworpen is, zodat de installaties schoon en veilig te gebruiken zijn. Hiervoor zijn dagelijkse reiniging en periodiek onderhoud noodzakelijk. Daarom komt ook het onderhoud aan bod, evenals de methoden om te controleren of een grootkeukenventilatiesysteem (nog) goed werkt.

In grote lijnen moet men voor het ontwerp en de installatie vier stappen doorlopen. Bij de eerste twee stappen – die niet in deze publicatie aan bod komen – gaat het om het bepalen van een plattegrond van de keuken en de keuze voor de specifieke keukenapparatuur. De publicatie start bij de derde stap, de selectie van het afvoersysteem en de daarbij behorende debieten. Ook is dan bekend wat de benodigde ruimte is voor het ventilatiesysteem (zowel toe- als afvoer) en welke sparingen men moet maken, waar de aansluitpunten liggen, enzovoorts. Vervolgens volgt de inpassing van de installaties binnen de overige gebouwinstallaties. Tot slot draait alles om het geheel; een gebalanceerd ontwerp van een klimaatinstallatie waarmee de geëiste binnen condities in de keuken kunnen worden bereikt.

In de praktijk is er vaak weinig overleg tussen de adviseurs voor de indeling en inrichting van de keuken, de leveranciers van keukenapparatuur en de adviseurs en installateurs voor de werktuigkundige en elektrische gebouwinstallaties. Daardoor is de totale hoeveelheid afvoerlucht voor een keuken bijvoorbeeld niet gebaseerd op de convectieve warmteafgifte veroorzaakt door de opgestelde keukenapparatuur. Ook houdt het gekozen ventilatiesysteem geen rekening met het verschil in efficiëntie van de verschillende type keukenkappen. In veel gevallen ontstaat daardoor een suboptimaal geheel. Met ISSO-publicatie 112 kunnen marktpartijen veel beter, en stap voor stap, samenwerken aan de meest optimale configuratie van grootkeukenventilatiesystemen.

[related_post themes=”text”]