Category Archives: Klimaattechniek

Toename legionella gevallen

Gepubliceerd op

De laatste weken ziet de dienst infectieziektebestrijding van het Belgische Agentschap Zorg en Gezondheid een stijging van het aantal gevallen van Legionella pneumophila in de regio van Gent, vooral in Oostakker.  Alle gevallen worden momenteel in kaart gebracht om een mogelijke bron te vinden. Ook in Nederland signaleert het RIVM een toename van het aantal gevallen van legionellose. In totaal waren er vorig jaar 454 besmettingen en zijn twintig mensen overleden.

Woonhuisventilatie met WTW

Gepubliceerd op

De CASA woonhuisventilatie van Swegon met luchtcapaciteiten tot 850 m3/h is toepasbaar voor appartementen, vrijstaande woningen alsook vakantiewoningen. Als optie zijn elektrische of warmwater verwarmingsbatterijen voor naverwarming leverbaar. Geavanceerde regeltechniek zorgt voor een optimaal wooncomfort. Warmteterugwinning vindt plaats door middel van een warmtewiel of een tegenstroom platenwisselaar.

De warmteterugwinunits (WTW) zijn voorzien van uiterst stille en energiezuinige gelijkstroommotoren met een zeer laag elektraverbruik. Hierdoor kan een optimale luchtkwaliteit met lage energiekosten worden gerealiseerd. Swegon wordt in Nederland vertegenwoordigd door Auerhaan.

Legionella in Lunetten

Gepubliceerd op

In honderd appartementen van Portaal in Lunetten is legionella gevonden. De bacterie werd aangetroffen in de waterleiding van de centrale blokverwarming  tijdens werkzaamheden buiten de woningen. De bewoners van  de huurwoningen aan Boven Zevenwouden is geadviseerd om de douche en andere kranen eerst even te laten lopen. Woningcorporatie Portaal neemt vervolgens een watermonster om te controleren of het water weer schoon is.

Den Haag stopt 8 miljoen in fonds voor verduurzaming huizenvoorraad

Gepubliceerd op

De gemeente Den Haag richt een duurzaamheidsfonds op voor eigenaren die hun koopappartement willen verduurzamen. De gemeente steekt zes miljoen euro in het fonds voor kleine Verenigingen van Eigenaren (VvE). Vanuit Brussel komt daar nog eens twee miljoen euro bij. Eigenaren van appartementen of portiekwoningen onder één kap kunnen dan tegen een voordelige rente tot 15.000 euro lenen. Dat maakte wethouder Joris Wijsmuller bekend op de ‘duurzaamheidsmarkt’ in de Hofstad. Het biedt kansen voor de installateur, want de vraag naar nieuwe installaties zal alleen maar toenemen.

Momenteel is het voor de 20.000 kleine VvE’s in Den Haag nog erg moeilijk om groot onderhoud te financieren. De Hofstad heeft de ambitie om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Volgens Wijsmuller is het fonds een stap in de goede richting om de bestaande huizenvoorraad te verduurzamen, aldus het AD.

[related_post themes=”text”]

Oude Japanse techniek uchimizu werkt tegen warme steden

Gepubliceerd op

Het is al lang bekend dat het in de stad over het algemeen warmer is dan op het platteland. Dit wordt het ‘Urban Heat Island’ (UHI) genoemd. Wegen en gebouwen absorberen en houden meer zonnestraling gevangen dan bodem en vegetatie, die nu eenmaal prominenter aanwezig zijn op het platteland. Daardoor warmt de stad dus extra op. Daarnaast versterken menselijke activiteiten, zoals verwarming en transport, dit effect nog eens.Met de simpele oude Japanse watersprenkeltechniek uchimizu is extreme hitte in steden goed te verminderen. Dat stelde onderzoekster Anna Solcerova van de TU Delft bij de EGU General Assembly (European Geosciences Union) in Wenen begin deze week.

 

Het Urban Heat Island-effect werd 200 jaar geleden voor het eerst beschreven, maar al veel langer bestaan er methodes om hitte in stedelijke gebieden te temperen. “Uchimizu is zo’n techniek, die in Japan al sinds de 17e eeuw wordt toegepast”, vertelt Anna Solcerova. “Huizen, tempels en tuinen en hun omgeving worden besprenkeld om het oppervlak en de lucht te koelen, en om stof te laten neerdalen. Tegenwoordig proberen megasteden als Tokyo deze oude methodes weer te laten herleven. De lokale autoriteiten promoten uchimizu als een ‘slimme manier om koel te blijven’. Ik kon in de wetenschappelijke literatuur weinig vinden over het effect van uchimizu. Het aantal gepubliceerde studies met een kwantificering van het koelende effect is beperkt, en men gebruikt daarin alleen temperatuurmetingen op één bepaalde hoogte boven de grond.”

Kubus

In dit onderzoek, onderdeel van de lopende promotie van Anna Solcerova, werd daarom een 3D Distributed Temperature Sensing (DTS) opzet gebruikt om heel precies (in ruimte en tijd) de luchttemperatuur te meten in één kubieke meter lucht boven een stoep in de stad. Solcerova en collega Tim van Emmerik hebben dit getest met een grote kubus met glasvezelkabels rondom (ontworpen door Van Emmerik en TU Delft-collega Koen Hilgersom), die de temperatuur meten. Rondom de kubus hebben ze water gegoten: eerst 0,5 mm, dan 1 mm, enzovoort.

Koel

Meerdere experimenten werden uitgevoerd om systematisch het effect te bestuderen van de hoeveelheid water, de begintemperatuur van het oppervlak, en van schaduwwerking op het koelende effect van uchimizu. Op de conferentie in Wenen presenteren de onderzoekers de resultaten en de analyse van de experimenten, die gedurende één zomer werden uitgevoerd in Delft. De algemene conclusie is dat uchimizu altijd werkt; de grond wordt sowieso koeler. Maar het effect is het grootst op momenten dat het nog niet zo warm is. En in de schaduw is het effect groter dan in de zon (vanwege verdamping).

Bewustzijn vergroten

“We laten zien dat deze simpele methode van water sprenkelen de potentie heeft om extreme hitte in geplaveide stedelijke gebieden aanzienlijk te verlagen. Daarnaast biedt uchimizu een mogelijkheid om het bewustzijn van stedelingen te verhogen en hen te stimuleren tot het oplossen van hittestress en tot energiebesparing. Door nieuwe inzichten toe te voegen aan de kennis over uchimizu, willen we bijdragen aan de revival van deze oude traditie.”

 

Meer informatie

Naast de presentatie ‘How cool is uchimizu?’ op EGU-conferentie in Wenen (26/04, zie http://meetingorganizer.copernicus.org/EGU2017/orals/22751), volgt er een publicatie in het Journal of Applied Meteorology and Climatology.  

Let op: ventilatiepakket met ingebouwde muggen-afzuiger

Gepubliceerd op

Morgen is het 1 april. Oppassen dus weer voor de instinkers. Ook op onze redactieburelen dwarrelen ze rond. Deze vinden we zelf wel aardig: een ventilatiepakket van Itho Daalderop met ingebouwde muggen-afzuiger. Een warmtesensor snort muggen met een standaard maximaal gewicht van 3 gram op. De ventilator zal vervolgens de gedetecteerde mug uit de ruimte wegzuigen. In het ventilatiekanaal wordt de mug elektrisch geladen en afgevangen door een ingebouwde collector, die vergeleken kan worden met een elektrische vliegenmepper. Wanneer deze collector eens per kwartaal wordt gereinigd, blijft het systeem ten minste 98% rendement bieden, zo belooft de fabrikant. Op de Mozzie, zoals de ventilator liefkozend wordt genoemd, geeft Itho Daalderop ook nog eens de gebruikelijk fabrieksgarantie.

Prettig weekend alvast. En pas op morgen!

2,5 keer betere luchtfiltering dankzij nanotechnologie

Gepubliceerd op

Een onderzoeksteam van de Nationale Universiteit van Singapore (NUS) heeft een luchtfilter gemaakt van nanovezels. De milieuvriendelijke luchtfilters verwijderen tot 90 procent van de PM2.5 fijnstofdeeltjes en zuiveren de binnenlucht tot 2,5 keer beter dan conventionele luchtfilters. Bijkomstig effect van dit filter is dat het natuurlijke verlichting en zichtbaarheid verbetert en schadelijke ultraviolette (UV) straling tegenhoudt. Het filter kan de lucht via ramen, deuren en ventilatoren in woningen en gebouwen zuiveren. Het laat voldoende lucht door om bij hoge temperaturen de binnenruimte koel te houden.

Nanovezels toegepast in luchtfilters zijn in principe energie-intensief om te produceren en er is gespecialiseerde apparatuur voor nodig. Het onderzoeksteamteam is er echter in geslaagd een eenvoudige, snelle en kosteneffectieve manier van produceren te ontwikkelen met behoud van een hoogwaardige kwaliteit. De onderzoekers denken dat het zelfs mogelijk moet zijn het luchtfilter als een soort doe-het-zelf-pakket aan huiseigenaren te kunnen aanbieden.

Lees hier het hele Engelstalige artikel

 

TNO ontwikkelt meetmethodieken om prestaties luchtinstallaties in woningen te borgen

Gepubliceerd op

TNO heeft de krachten gebundeld met meet- en regelproducent ACIN en de brancheorganisaties Uneto-VNI en VLA om eenvoudige, snelle en betaalbare meetmethodieken te ontwikkelen die bepalen of de beoogde prestaties van een ventilatiesysteem in een woning worden gehaald. Het ultieme doel is om de integrale prestaties van luchtinstallaties in woningen (luchtkwaliteit, geluidscomfort en energiegebruik) beter te borgen. Het onderzoeksinstituut brengt haar jarenlange ervaring in op het gebied van ventilatie en binnenmilieu: van modellering standaardisatie, monitoring en dataprocessing tot productontwikkeling. Het project heeft de naam TKI SecureVent meegekregen en wordt uitgevoerd onder TKI Urban Energy met subsidie van Topsector Energie van het ministerie van Economische Zaken.

In meer dan 80% van de Nederlandse woningen blijkt de integrale prestatie van de luchtinstallatie bij oplevering niet te voldoen aan de minimale eisen van het bouwbesluit. Dit schrijft drs.ir. Marleen Spiekman van TNO op de website van het instituut. ‘Met de ontwikkeling van eenvoudige meetinstrumenten, levert het TKI project SecureVent een missende schakel bij het borgen van de integrale prestatie van luchtinstallaties in woningen.’

Volgens Europese afspraak moet de gebouwde omgeving in ons land in 2050 volledig energieneutraal zijn. Om te voldoen aan de energieprestaties, worden woningen steeds beter geïsoleerd en luchtdicht gemaakt. Hierdoor worden bewoners voor een gezonde binnenluchtkwaliteit steeds meer afhankelijk van de prestatie van het ventilatiesysteem.

Integrale prestatie van luchtinstallatie
‘Tijdens de bouw voelt niemand zich verantwoordelijk voor de integrale prestatie van de luchtinstallaties,’ vervolgt Spiekman, ‘en is er geen prikkel bij aannemers en installateurs om te investeren in kwaliteit op de uitvoering. Bestaande meetinstrumenten en meetmethoden zijn te kostbaar. En voor de bedrijven die hierin wel investeren gaan de kosten omhoog, terwijl er geen beloning voor tegenover staat: de betere kwaliteit wordt niet getoetst en niet beloond of op andere wijze gewaardeerd. Dit heeft grote gevolgen voor de binnenluchtkwaliteit en de energetische prestatie van woningen. Borging van een goed functionerende luchtinstallatie verhoogt de binnenluchtkwaliteit en bespaart energie.’

Bouwende partijen zelf verantwoordelijk
In februari 2017 is de Tweede Kamer akkoord gegaan met de invoering van de wetgeving rondom private kwaliteitsborging. In deze wet worden de bouwende partijen zelf verantwoordelijk gesteld voor de bouwkwaliteit en moeten ze kunnen aantonen dat de kwaliteit van het geleverde werk in orde is. Er blijkt volgens TNO grote behoefte vanuit deze markt aan eenvoudige, snelle en betaalbare meetmethodieken om te kunnen bepalen of de beoogde prestaties van het ventilatiesysteem en de woning worden gehaald.

Europees hygiëne certificaat voor luchtbehandelingskasten

Gepubliceerd op

Eurovent Certita Certification (ECC) heeft een nieuwe certificering geïntroduceerd: een hygiëne certificaat voor luchtbehandelingskasten. Dit certificaat garandeert de hygiënische aspecten van een luchtbehandelingskast na controle op kwaliteit van de gebruikte materialen, geselecteerde componenten en staat van onderhoud van de behuizing en onderdelen. ECC komt met deze certificering omdat de huidige hygiënische normen zich veelal beperken tot ziekenhuizen en farmaceutische omgevingen. Bestaande milieulabels richten zich vooral op een goede binnenluchtkwaliteit van gebouwen.

Eurovent Certita Certification is een onafhankelijk Europees certificeringsinstituut op het gebied van onder andere binnenklimaat, ventilatie en luchtkwaliteit, gericht op residentiële, commerciële en industriële toepassingen. Het nieuwe certificering is gelanceerd op de Duits vakbeurs ISH, die afgelopen week plaatsvond.

[related_post themes=”text”]

Normen voor gasinstallaties ter commentaar gepubliceerd

Gepubliceerd op

De normen voor gebouwgebonden gasinstallaties, NEN 1078 en NEN 8078, zijn voor commentaar gepubliceerd. Beide normen worden aangewezen door het Bouwbesluit 2012. NEN 1078 en NEN 8078 normen betreffen gebouwgebonden systemen in een niet-industriële omgeving. Het Bouwbesluit 2012 stelt de eisen en verwijst voor de bepalingsmethoden naar deze normen. De commentaartermijn is tot 1 juli 2017.

Wat is er gewijzigd?
De wijzigingen in NEN 1078 ten opzichte van de versie van 2004 zijn met name:
-Algemene actualisatie;
-Het onderscheid tussen primaire en niet-primaire prestatie-eisen is verdwenen, aangezien het Bouwbesluit 2012 dit ook niet meer maakt;
-Artikel 5.1.2: de eis aan de trekbelasting is beperkt tot leidingen binnen het gebouw tot 1 m buiten de gevel;
-Artikel 5.1.2 en bijlage E: de bepalingsmethode voor de slagbelasting is aangepast;
-Artikel 5.5 en bijlage F: bestandheid tegen temperatuur: de algemene eis is aangevuld met een concrete prestatie-eis, waarmee wordt beoogd bij een beginnende brand voldoende weerstand te kunnen bieden. Deze laatste prestatie-eis met bepalingsmethode is opgesteld omdat de oorspronkelijke eis alleen een algemene eis zonder concrete invulling betrof. Dit is onder andere van belang om een acceptabele mate van weerstand te bieden tegen een beginnende brand, zoals in een meterruimte. 

De wijzigingen in NEN 8078 ten opzichte van de versie van 2004 zijn met name:
-Algemene actualisatie;
-Het onderscheid tussen primaire en niet-primaire prestatie-eisen is verdwenen;
-Artikel 5.1.1: Het criterium voor restwanddikte van 1 mm is beperkt tot metalen leidingen;
-Artikel 5.1.3 en bijlage D: De bepalingsmethode voor de slagbelasting is aangepast;
-Artikel 5.2.2 en bijlage A: De procedure voor de bepaling van de gasdichtheid in bijlage A is aangepast door onderscheid te maken tussen kleine en grotere gasinstallaties. In lijn daarmee is het criterium in 5.2.2 geherformuleerd.

Naast deze normen en enkele andere normen die van belang zijn voor gasinstallaties, bestaat er de bekende NPR 3378 serie ‘Praktijkrichtlijn Gasinstallaties’. Deze normen en delen van de NPR maken deel uit van de webtool ‘Werken-met-NPR-3378’.

Commentaar indienen
Belanghebbenden kunnen tot 1 juli 2017 via www.normontwerpen.nen.nl commentaar indienen op het ontwerp van NEN 1078 en NEN 8078. Op deze website is het voor iedereen mogelijk de normontwerpen in te zien en elektronisch commentaar in te dienen.

[related_post themes=”text”]

 

Zwaardere eisen voor testen luchtbehandelingskasten

Gepubliceerd op

De norm die door fabrikanten wordt gebruikt om luchtbehandelingskasten te testen wordt aangepast. Een voorstel voor aanpassing ligt inmiddels bij NEN klaar voor commentaar. Ontwerp NEN-EN 13053 is een van de normen voor luchtbehandelingskasten bedoeld voor het ventileren en conditioneren van gebouwen waar personen verblijven. Het ontwerp beschrijft eisen en het testen van prestaties van luchtbehandelingskasten als geheel; alsmede eisen en het testen van prestaties van componenten en secties in de luchtbehandelingskast; inclusief hygiënische eisen.

Op 1 januari 2016 zijn de ecologische eisen volgens Verordening 1253/2014 (ErP-verordening) wettelijk van kracht geworden. Een aantal van deze eisen was niet in deze norm vastgelegd. Bovendien werden de eisen aanzienlijk zwaarder dan tot dan toe gebruikelijk. De kwalificaties genoemd in de oorspronkelijke norm EN13053+A1 sloten daarom niet meer aan bij de vereiste waarden volgens de ErP-verordening. Dit is de reden geweest dat de Europese Commissie een mandaat heeft verstrekt om de NEN-EN13053+A1 te herzien.

Belanghebbende partijen kunnen tot 15 april nog hun commentaar op Ontwerp NEN-EN 13053 aan NEN doorgeven.

[related_post themes=”text”]

Koellastberekening ISSO-Kleintje herzien

Gepubliceerd op

Het ISSO-Kleintje Koellast is geactualiseerd en uitgebreid. Het is onder meer aangepast aan de moderne gemiddelde situatie in een woning of gebouw. Ook nieuw is dat deze editie kan rekenen met een situatie waarin een iets hogere binnentemperatuur tijdelijk acceptabel is. Het kleintje koellast begint met een beschrijving van de koellastberekening en geeft aan welke componenten hierbij een rol spelen. Daarna beschrijft het naslagwerk een methode waarmee je kunt vaststellen wat de binnentemperatuur wordt bij een bepaald koelvermogen.

Er zijn weinig goede tools om op eenvoudig wijze te bepalen wat de binnentemperatuur wordt, of als er koeling wordt toegepast, hoe groot het koelvermogen moet zijn. Er bestaan uitgebreide computerprogramma’s voor, maar die hebben veel invoer nodig. Ook zijn er sterk vereenvoudigde stationaire modellen, maar die houden geen rekening met onder meer accumulatie en beschaduwing. De berekeningsmethode in dit ISSO-kleintje zit tussen deze twee in: hij is op een aantal punten vereenvoudigd, maar houdt wel rekening met warmteaccumulatie in de gebouwconstructie en beschaduwing.

In deze herziening van ISSO-Kleintje Koellast is de warmteontwikkeling in het gebouw bijgewerkt naar de hedendaagse situaties. Er is rekening gehouden met het toegenomen gebruik van onder meer adapters, lcd-schermen en led-lampen. Ook kan er gerekend worden met een situatie waarin een tijdelijke verhoging van de binnentemperatuur met 1 of 2° C wordt toegestaan, bijvoorbeeld tijdens een hittegolf. Deze tijdelijke temperatuurverhoging geeft een besparing op de benodigde koelcapaciteit en het energiegebruik. De methode is ook geschikt om de binnentemperatuur te bepalen bij beperkte of gebrek aan koeling.

Dit ISSO-kleintje is gebaseerd op ISSO-publicatie 8 ‘Berekening van het thermische gedrag van gebouwen bij zomerontwerpcondities’. In de ISSO-kennisbank is een applicatie opgenomen die werkt volgens de rekenmethoden zoals gegeven in dit Kleintje Koellast.

ISSO-kleintjes zijn verkrijgbaar via kennisbank.isso.nl.

Gebruikers van de online versie van Kleintje Koellast via de ISSO-Kennisbank hebben automatisch toegang tot de nieuwe versie.

[related_post themes=”text”]

Vergaand isoleren én een warmtepomp vaak niet rendabel in bestaande bouw

Gepubliceerd op

Het is nog niet rendabel voor huiseigenaren (bestaande bouw) om te investeren in zowel een hoge mate van isolatie als een warmtepomp. De hoge kosten van vergaande isolatiemaatregelen en een relatief lage efficiëntie van de warmtepompen zijn hieraan debet. Dit blijkt uit onderzoek waarop Saskia Thies afstudeerde aan de Universiteit Utrecht. Het rendement van een warmtepomp is onder andere afhankelijk van de buitentemperaturen, waardoor dit over het jaar varieert. Dit maakt dat een warmtepomp niet altijd duurzamer is dan een cv-ketel. Ook vergaand isoleren blijft daarom vereist.

De onderzoekster keek naar zowel naar de lucht-warmtepomp, grond-warmtepomp als hybride warmtepomp. Alleen de hybride warmtepomp blijkt direct bij te kunnen dragen aan de flexibiliteit van het elektriciteitsnet, aldus Thies in haar onderzoek. Een dergelijke warmtepomp kan switchen tussen fossiele brandstof (bijvoorbeeld aardgas) en elektriciteit om warmte te produceren. Bij piekvraag kan bijvoorbeeld de hr-cv-ketel worden ingeschakeld. Is er voldoende elektriciteit beschikbaar dan neemt de warmtepomp het over. De warmtepomp kan dus draaien als het buiten niet te koud is en is daardoor veel efficiënter.

Download hier het onderzoeksrapport (Engels)

[related_post themes=”text”]

Unica garandeert kantoren terug te brengen naar Label C

Gepubliceerd op

Technisch dienstverlener Unica is ervan overtuigd dat elk kantoor kan worden verduurzaamd naar minimaal Label C en is bereid dit te garanderen met haar ‘Label C garantie’. Om de klimaatdoelstellingen te behalen dient in 2023 elk kantoor in Nederland energielabel C of hoger te hebben. Nederland heeft ruim 67.000 kantoren. Alle kantoren die voor 2000 gebouwd zijn, hebben in de basis energielabel D of lager. Volgens een rapport van het EIB (Economisch Instituut voor de Bouw) en ECN (Energieonderzoek Centrum Nederland) gaat het om meer dan 43 miljoen m2 aan kantoorruimte. Hiervan is circa 28 miljoen m2 met installatietechnische aanpassingen te verduurzamen naar Label C of zelfs naar Label A, aldus Unica.

De technisch dienstverlener garandeert kantoren met energielabels D t/m G naar minimaal Label C terug te kunnen brengen. Jan-Maarten Elias, directeur van Unica Ecopower: “Met onze Label C garantie bieden wij een totaalpakket van maatwerkadvies met subsidiemogelijkheden, de realisatie van de benodigde maatregelen tot aan de officiële afmelding van het energielabel. Onze integrale aanpak met één aanspreekpunt borgt het verduurzamingsproces.”

De label-eis voor kantoren wordt in 2030 verhoogd naar Label A. Unica werkt bij de verduurzaming vanuit het ‘Total Cost of Ownership’ principe en houdt rekening met de vastgoedstrategie en de meerjaren onderhoudsplanning van de gebouweigenaar. Dit betekent dat energiebesparende en energieopwekkingsmaatregelen die nodig zijn voor Label A al eerder kunnen worden doorgevoerd, bijvoorbeeld tijdens natuurlijke onderhouds- en vervangingsmomenten.

Het Energieakkoord beoogt een volledig energieneutrale gebouwde omgeving in 2050. Unica kijkt daarbij naar zowel het reduceren van het energiegebruik, het lokaal opwekken van duurzame energie als het opslaan en hergebruik van overtollige energie. Elias: “De verduurzaming van gebouwen is een continu proces en vergt een actieve rol van alle betrokkenen. Daarom geloven we in langjarige samenwerkingen om de ambitie naar energieneutraliteit waar te maken. Als het om verduurzaming van vastgoed gaat, staat Unica gebouweigenaren en gebruikers van A tot Z bij.”

[related_post themes=”text”]

Elektrische vloerverwarming als hoofdverwarming

Gepubliceerd op

In Goes is het oude Rabobankgebouw omgebouwd tot een appartementencomplex van drie verdiepingen. Alle radiatoren en gasleidingen zijn tijdens de verbouwing weggehaald. De projectontwikkelaar ging voor all electric living en koos voor elektrische infraroodvloerverwarming. De energie wordt deels zelf opgewekt met zonnepanelen op het dak.

De ervaringen van de bewoners zijn positief: in plaats van conventionele luchtverwarming profiteren zij nu van infraroodstralingswarmte. “De fossiele brandstoffen raken op”, vertelt Jeanine Prang, algemeen directeur van Speedheat Nederland, dat de elektrische infraroodvloerverwarming voor dit project leverde. “Dat weten we allemaal. Al heel lang. We weten ook dat we ons gasverbruik terug moeten dringen. Toch lijkt de markt nu pas echt in te gaan zien dat er ook volwaardige alternatieve oplossingen zijn. Ook bij renovatie dus.”

Speedheat was twintig jaar geleden één van de eerste leveranciers van elektrische vloerverwarming in Nederland. Het toegepaste systeem is het eerste elektrische vloerverwarmingssysteem dat is opgenomen in de BCRG Databank. Dit betekent in de praktijk dat met het systeem kan worden voldaan aan de EPC-normen.

[related_post themes=”text”]

Nederlanders weten amper welk deel energierekening naar verwarmingskosten gaat

Gepubliceerd op

Nederlanders weten amper welk deel van de totale energierekening naar verwarmingskosten gaat. Maar liefst een derde schat het op 25 tot 50%. In werkelijkheid gaat gemiddeld 80% van het energiegebruik op aan verwarming. Slechts 4% zat er dichtbij met een geschat aandeel van tussen de 75 en 100%. Een kwart van de Nederlanders zit er flink naast met een geschat aandeel van tussen de 0 en 25%. Dat blijkt uit de peiling ‘Warme winter’ onder ruim 1.000 Nederlanders in opdracht van installateur Feenstra.

“Dit leert ons dat we mensen meer bewust moeten gaan maken van de verwarming”, stelt Henjo Groenewegen, algemeen directeur van Feenstra. “Stookkosten kunnen flink oplopen als de cv-ketel niet goed is geïnstalleerd, of niet wordt onderhouden. Stookkosten kunnen ook oplopen als de radiatoren niet goed werken.”

24% geeft aan dat de gordijnen tot aan de vloer hangen en daarmee voor de radiator. Eenderde stelt nooit de verwarming schoon te maken. Groenewegen: “Als de gordijnen ’s avonds dicht gaan, blijft de warmte hangen tussen het gordijn en het raam. De warmte zal dan via het raam verdwijnen. Dat is zonde van de stookkosten. Gordijnen tot op de vensterbank scheelt op de rekening. Stof in een convectorput, vermindert de luchtstroom en warmteafgifte en zal tot meer stookkosten leiden. Regelmatig afnemen, en zeker een keer grondig stofzuigen voor de winterperiode, bespaart energie. Radiatorfolie helpt om de warmtestraling te reflecteren. Helaas is dit nog niet erg populair, slechts 20% gebruikt dit om de warmte binnen te houden.”

Als het kouder wordt in huis, lost 31% dat op door warmere kleding aan te trekken. Het gaat hier met name om vrouwen. Mannen zetten eerder de verwarming hoger (27%). 23% doet beide. 28% doet de verwarming pas uit op het moment dat ze naar bed gaan. 60% doet dat een uur eerder.

“Dat laatste is slim. De warmte blijft nog lang hangen en toch stook je een uur minder. Het sluiten van alle binnendeuren bespaart ook energie. Toch geeft 20% aan dat alle of de meeste deuren open zijn, terwijl sluiten een eenvoudige manier is om goedkoper te stoken. Slechts 35% houdt alle deuren dicht tijdens de winter.”

Besparen kan bovendien door niet in alle kamers de verwarming aan te zetten. 76% doet dit, terwijl 24% wel overal de verwarming aan heeft.

Nederlanders doen het goed als het gaat om regelmatig onderhoud van de cv-ketel. 95% laat de ketel tenminste één keer in de twee jaar controleren. 2% doet dat echter nooit.

[related_post themes=”text”]

 

Nefit beraadt zich op vragen Uneto-VNI over eventuele bijkomende kosten brandervervanging

Gepubliceerd op

Nefit laat zojuist via manager communications Jan Bosch weten dat de fabrikant zoals aangekondigd de te vervangen brander vergoedt, maar zich beraadt op vragen hierover van brancheorganisatie Uneto-VNI. Deze voert aan dat bij vervanging buiten een reguliere servicebeurt om er voor de installateur kosten zullen bijkomen voor overige benodigde materialen, arbeidsloon en voorrijkosten. “We zullen hier zo snel mogelijk op reageren”, zegt Bosch. “We vragen er begrip voor dat we de handen vol hebben met het  beantwoorden van alle vragen die bij ons binnenkomen. Vooral consumenten maar ook een aantal installateurs bellen ons momenteel op naar aanleiding van de berichtgeving in de media, die in een aantal gevallen de indruk wekte dat er een acuut risico is bij alle ketels. Onze eerste zorg is nu om iedereen met vragen zo snel mogelijk van advies te voorzien.”

Uneto-VNI wil voor haar leden duidelijkheid hebben welke kosten Nefit vergoedt bij vervanging van de brander in haar Topline ketels, waarover dit weekend de nodige commotie ontstond. De ketelfabrikant heeft al laten weten dat vervanging voor de consument kosteloos is bij een volgende servicebeurt. Maar wat als de consumenten daar niet op willen wachten? Dan gaat het natuurlijk niet alleen om de kosten van het onderdeel, zo voert de koepelorganisatie aan. ‘Er komen ook kosten bij voor overige benodigde materialen, arbeidsloon en voorrijkosten. Moet de installateur die gaan betalen?’

Het was eind vorige week de Voedsel- en warenautoriteit die er bij Nefit op aandrong om vergaande actie te ondernemen die ervoor moet zorgen dat de originele brander wordt vervangen van nog 88.000 ketels. De vervangingsactie betreft de ketels Nefit TopLine, TopLine Compact en Nefit TopLine AquaPower (Plus), geproduceerd in de jaren 2006-2009. Tot nu toe is bij ongeveer 40.000 ketels het onderdeel vervangen.

De fabrikant heeft aangekondigd haast te gaan maken met de vervangingsoperatie en heeft daarom afgelopen vrijdag 11.000 installateurs aangeschreven om bij de eerstvolgende servicebeurt de brander kosteloos te vervangen voor een nieuwe. Maandag is er ook een brief naar de consumenten uitgegaan over het vervangen van de brander. De fabrikant wil de ‘terugroepactie’ uiterlijk eind volgend jaar voltooid hebben.

[related_post themes=”text”]

Uneto-VNI wil van Nefit weten wie installateurskosten vergoedt bij brandervervanging

Gepubliceerd op

Uneto-VNI wil voor haar leden duidelijkheid hebben welke kosten Nefit vergoedt bij vervanging van de brander in haar Topline ketels, waarover dit weekend de nodige commotie ontstond. De ketelfabrikant heeft al laten weten dat vervanging voor de consument kosteloos is bij een volgende servicebeurt. Maar wat als de consumenten daar niet op wil wachten? Dan gaat het natuurlijk niet alleen om de kosten van het onderdeel, zo voert de koepelorganisatie aan. ‘Er komen ook kosten bij voor overige benodigde materialen, arbeidsloon en voorrijkosten. Moet de installateur die gaan betalen?’

Het was eind vorige week de Voedsel- en warenautoriteit die er bij Nefit op aandrong om vergaande actie te ondernemen die ervoor moet zorgen dat de originele brander wordt vervangen van nog 88.000 ketels. De vervangingsactie betreft de ketels Nefit TopLine, TopLine Compact en Nefit TopLine AquaPower (Plus), geproduceerd in de jaren 2006-2009. Tot nu toe is bij ongeveer 40.000 ketels het onderdeel vervangen.

De fabrikant heeft aangekondigd haast te gaan maken met de vervangingsoperatie en heeft daarom afgelopen vrijdag 11.000 installateurs aangeschreven om bij de eerstvolgende servicebeurt de brander kosteloos te vervangen voor een nieuwe. Maandag is er ook een brief naar de consumenten uitgegaan over het vervangen van de brander. De fabrikant wil de ‘terugroepactie’ uiterlijk eind volgend jaar voltooid hebben.

[related_post themes=”text”]

Cv-hulp in de vorm van een app

Gepubliceerd op

Technische Unie lanceert een cv-hulp in de vorm van een app: CV Hulp. De app biedt de helpende hand als het op storingen bij cv-ketels aankomt. Als de storingscode ingevoerd wordt, komt direct de oplossing naar voren. De te vervangen onderdelen zijn vervolgens via de app te bestellen. Ook zijn er detailtekeningen in opgenomen die inzicht geven in het binnenwerk van de ketel. Een internetverbinding is niet nodig om de storingscode op te kunnen zoeken. De CV Hulp is ontwikkeld voor de smartphone en is beschikbaar voor iOS en Android.

[related_post themes=”text”]

Explosiegevaar na diefstal cv-ketel

Gepubliceerd op

Dieven hebben zondag een cv-ketel gestolen uit een woning in Rotterdam-Spangen. Een gaslek was het gevolg en dit zorgde voor urenlange overlast. Er ontstond explosiegevaar in de woning, die vol gas was komen te staan. De bewoonster ontdekte het lek en sloeg alarm. Hulpdiensten ontruimden vervolgens uit voorzorg de omliggende woningen. Pas aan het begin van de avond konden de twaalf gedupeerde bewoners terugkeren naar hun huis. Monteurs van Stedin hadden het lek toen gedicht.

De meeste omliggende woningen stonden leeg. Het zou gaan om sloopwoningen. In totaal bevinden zich in het woonblok 75 appartementen.

Het lek bevond zich op de derde verdieping van het complex. Brandweerlieden controleerden alle woningen, maar vonden geen andere lekkages.

[related_post themes=”text”]

Rendementswinst bij lagetemperatuurverwarming

Gepubliceerd op

 

Een aantal leveranciers van afgiftesystemen voorspelt dat met hun systemen in bestaande woningen forse energiebesparingen mogelijk zijn door toepassing van lagetemperatuurverwarming (LTV). Deze besparingen zijn meestal gebaseerd op het effect van rendementsverhoging van de opwekker door een lagere aanvoertemperatuur. Nu is dit in theorie volledig correct, maar wat zou de rendementsverbetering zijn van LTV (aanvoertemperatuur < 55°C) in een bestaande woning met standaard radiatoren? Door het moduleren van de thermostaat wordt tenslotte een groot deel van de dag met een lage temperatuur verwarmd.

Dit vroeg Rik Altena van adviesbureau DWA zich af. Onderzoek in zijn eigen woning leverde interessante resultaten op. In de eerstvolgende uitgave van het vakblad InstallateursZaken beschrijft hij zijn onderzoek, met vermelding van de resultaten natuurlijk. De nieuwe IZ verschijnt aanstaande dinsdag en zal dan ook digitaal te lezen zijn op www.installateurszaken.nl.

[related_post themes=”text”]

Stadsverwarming komt wat later op stoom

Gepubliceerd op

Ondanks het einde van de stroomstoring in Amsterdam van vanochtend zit een deel van Amsterdam nog zonder verwarming. Het zijn de huizen die worden verwarmd door stadsverwarming. Het systeem is inmiddels weer opgestart, maar het water is afgekoeld. Het duurt even voordat dit weer op de juiste temperatuur is gebracht. Nuon werkt er hard aan om dit zo snel mogelijk op orde te krijgen. Samen met afvalenergiebedrijf AEB is het energiebedrijf verantwoordelijk voor de stadsverwarming in de hoofdstad.

In totaal 20.000 huishoudens zaten zonder verwarming. In de gebieden Noord, Zeeburg en de Houthavens werkt alles volgens Nuon weer. Alleen in Westpoort doet de stadsverwarming het nog niet.

[related_post themes=”text”]

Verwarming, koeling en ventilatie steeds belangrijker voor een leefbare samenleving

Gepubliceerd op

In december vond in Den Haag de conferentie Eureka plaats over de toekomstige rol van de HVACR-sector. Het thema van de conferentie was ‘Verwarming, koeling, ventilatie – duurzame technologieën voor een beter leven’. Meer dan 120 deelnemers afkomstig uit het bedrijfsleven, de academische wereld, de politiek en het maatschappelijk middenveld namen deel aan het evenement. Ze brainstormden actief over de vraag hoe de sector zich kan aanpassen aan de uitdagingen van de toekomst. Belangrijke conclusie: verwarming, koeling en ventilatie zijn belangrijk voor een leefbare samenleving.

“De HVACR-sector is veel te bescheiden”, zei de directeur-generaal van EPEE, Andrea Voigt. “We kunnen juist belangrijk bijdragen aan een leefbare plek in onze wereld voor huidige en toekomstige generaties.” EPEE staat voor European Partnership for Energy and the Environment.

Juergen Goeller, voorzitter van de EPEE Steering Committee, deed daar nog een schepje bovenop: “De HVACR-sector speelt een vooraanstaande rol, omdat het op de lange termijn de grootste energiesector in Europa is.”

Het evenement in Den Haag richtte zich op vier gebieden die niet alleen het hart van de HVACR-sector raken, maar ook een grote invloed hebben op het leven van de komende generaties: voedselafval, koelmiddelen, energie-efficiëntie in gebouwen, en de kwaliteit van de binnenlucht. Panelleden maakte in vier debatten duidelijk dat handhaving van de status quo geen optie is. Steeds meer veeleisende uitdagingen, zoals klimaatverandering, een groeiende wereldbevolking met een toenemende behoefte aan energie, en meer tijd doorbrengen in gebouwen, bieden grote kansen voor HVACR-technologieën, op voorwaarde dat ze voortdurend worden aangepast aan de veranderende omgeving.

Speciaal was de brainstormsessie over Generatie Z (degenen die zijn geboren tussen het midden van de jaren 1990 en begin 2000). Voor deze generatie is internet al sinds de vroege kinderjaren een vast onderdeel van het dagelijks leven. Deze generatie is vertrouwd met interactie met mensen over de hele wereld via social media. Wat zijn de behoeften van deze mensen, hoe wonen, werken en communiceren ze, en hoe kan de sector het beste voldoen aan hun verwachtingen?

Een aantal sterke trends zijn de behoefte aan eenvoudige, intuïtieve en met elkaar samenwerkende oplossingen. Het ontwikkelen van flexibele, adaptieve en zelflerende producten vormt een belangrijke prioriteit. De werkomgeving verandert, flexibele werkruimten worden belangrijker, het gebruik van data neemt toe, er ligt meer focus op service (bijvoorbeeld koeling van een bepaald product) en het moet allemaal kosteneffectief en klimaatvriendelijk zijn.

In aanvulling op deze trends, die de deelnemers als cruciaal beschouwen voor fabrikanten om te integreren in hun onderzoek en ontwikkeling, werden verschillende maatschappelijke uitdagingen besproken, zoals een toenemende globalisering die in tegenspraak is met de toenemende vraag naar lokale producten of de beschikbaarheid en bruikbaarheid van ‘big data’ om aan de behoeften van de consument te voldoen in relatie tot de privacy.

[related_post themes=”text”]

ISSO-publicatie 50 geactualiseerd en uitgebreid met utiliteit

Gepubliceerd op

ISSO-publicatie 50 voor het ontwerpen van warmwaterverwarmingsinstallaties is recentelijk geactualiseerd en uitgebreid. De richtlijnen voor wamteafgifte- en opweksystemen zijn aangevuld met nieuwe eisen uit het Bouwbesluit, de Warmtewet, de ErP-verordening en Ecodesign. Voor het eerst zijn ook warmwaterverwarmingsinstallaties voor kleine utiliteitsgebouwen opgenomen. ISSO-publicatie 50 beschrijft de ontwerptechnische kwaliteitseisen en richtlijnen voor warmwaterverwarmingsinstallaties in bestaande en nieuwe woningen en in kleine utiliteitsgebouwen. De publicatie leidt de installateur via gedetailleerde beschrijvingen langs alle soorten warmwaterverwarmingsinstallaties die op hoge of (zeer) lage ontwerptemperatuur functioneren.

Zo behandelt de publicatie afgiftesystemen met radiatoren, convectoren, vloer-, wand- luchtverwarming en betonkernactivering. Voor wat betreft de opwekking gaat ze in op cv-ketels, warmtepompen, stadsverwarming, wko en thermische zonnesystemen. In de nieuwe versie krijgen warmtepompinstallaties meer aandacht dan in de vorige. De techniek is de afgelopen jaren volwassener geworden, er is nu meer bekend over de ontwerpeisen en in diverse richtlijnen wordt er vaker naar verwezen. Vanwege de uitbreiding met kleine utiliteitsgebouwen komt nu ook een aantal klimaatsystemen aan bod die in de woningbouw niet of minder relevant zijn.

ISSO-publicatie 50 houdt rekening met alle nieuwe wet- en regelgeving die de afgelopen jaren is doorgevoerd. Zo staan er eisen in die voortkomen uit het Bouwbesluit van 2012 en de aanpassingen daarin. Ook de Warmtewet, de ErP-verordening en het Ecodesign komen erin voor. Verder haakt het document aan bij de actuele discussie over de koolmonoxide-problematiek, vooral door verbeterde rookgasafvoeren te beschrijven.

De nieuwe versie opent met een deel dat de technische eisen per installatietype omschrijft. Hieruit is af te leiden hoe de installateur een goed werkende installaties tot stand brengt. Het bevat specifieke kwaliteitseisen aan installaties die gering onderhoud vergen, minder energie gebruiken of gemakkelijker in het gebruik zijn. Een globaal ontwerp- en relatieschema maakt duidelijk waar de installateur of ontwerper keuzes moet maken, welke factoren daarbij een rol spelen en hoe ze elkaar beïnvloeden. Het schema verwijst veelvuldig naar de specificatiebladen met daarop de uitgewerkte ontwerptechnische kwaliteitseisen en richtlijnen. De specificatiebladen geven verder uitgebreide aanwijzingen voor het opstellen van een goed Programma van Eisen (PvE).

[related_post themes=”text”]

 

‘Hogere subsidie zonneboilers vergelijkbaar met 3% rente op spaarrekening’

Gepubliceerd op

Met ingang van 1 januari 2017 wordt de subsidieregeling op de aankoop van een zonneboiler fors verhoogd. De subsidie op een zonneboiler voor vier personen stijgt van 1.000 naar 1500 euro. Voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal heeft berekend dat het rendement van een investering in een zonneboiler met subsidie vergelijkbaar is met een rente van drie procent op een spaarrekening. Een zonneboiler kost met subsidie zo´n 1.800 euro en bespaart ongeveer de helft op de kosten voor warm water, zegt Milieu Centraal. Een huishouden van 4 personen met een hr-combiketel als naverwarmer bespaart daarmee zo’n 200 m3 gas, ofwel 130 euro per jaar aan gaskosten. Daarvan blijft zo’n 110 euro over als de elektriciteitskosten voor de pomp en onderhoudskosten betaald zijn.

In 2016 was er 70 miljoen euro beschikbaar binnen de subsidieregeling ter promotie van duurzame warmte. Daarvan was eind november nog slechts de helft aangevraagd. In 2017 wordt er opnieuw 70 miljoen beschikbaar gesteld.

Een zonneboiler zorgt voor minder CO2-uitstoot door de gasbesparing en is daarom goed voor het klimaat. Een huishouden van 4 personen bespaart zo’n acht procent op haar jaarlijkse CO2-uitstoot van het energiegebruik.

Meer informatie over de zonneboiler en de subsidieregeling is te vinden op www.milieucentraal.nl/zonneboiler.

[related_post themes=”text”]

 

Minder kankerverwekkers in lichaam door luchten én ventileren woning

Gepubliceerd op

 Luchten én ventileren van de woning verminderen de blootstelling aan kankerverwekkers. Dit blijkt uit een studie van de Belgische nucleairafvalverwerker Niras bij zo’n 300 baby’s en hun moeders. Degene die vaak lucht én ventileert heeft tot een derde minder aan kankerverwekkende stoffen in de urine. Alleen de ramen openzetten of alleen het ventilatiesysteem aanzetten levert beduidend minder voordeel op, aldus de onderzoekers. De schadelijke stoffen komen in een woning voor doordat bijvoorbeeld iets is aangebrand tijdens het koken.

Voor de studie werden tussen 2011 en 2015 urinestalen verzameld bij vrouwen uit drie Belgische gemeenten. Er werd onder meer nagegaan of zwangere vrouwen vaak werden blootgesteld aan kankerverwekkende stoffen, zoals PAK’s of benzeen.

(Bron: Knack)

[related_post themes=”text”]

Kwaliteit luchtkanalen in 132 pagina’s tellend, geactualiseerd handboek

Gepubliceerd op

Op 1 januari a.s. zet de Nederlandse vereniging van Luchtkanalenfabrikanten (Luka) haar nieuwe kwaliteitshandboek op haar website. Gelijktijdig zal het nieuwe kwaliteitscertificaat van de vereniging geïntroduceerd worden. In het 132 pagina’s tellende handboek kan de vakman uit de luchtkanalenbranche alles vinden over luchtkanalen en appendages, inclusief de vernieuwde montagevoorschriften en luchtdichtheidseisen hiervoor. Dit alles gebaseerd op de meest recente NEN-EN normen. De geactualiseerde versie van het handboek is nu ook als E-versie opgemaakt en dus leesbaar op mobiel en tablet.

Met name de beslissing om per 1 januari 2014 luchtdichtheidsklasse C te hanteren voor alle Luka-leden, was een belangrijk reden om het complete handboek onder de loep te nemen. Een groep van negen personen uit de Luka-gelederen, elk met zijn eigen specialisatie, heeft onder leiding van Marcel Pullens van de CMT (Commissie Milieu en Techniek van de Luka) het complete handboek een flinke update gegeven.

Er is een groot aantal nieuwe producten toegevoegd, inclusief de bijbehorende omschrijvingen. Nieuw is dat het om een E-versie gaat. Deze zal, indien noodzakelijk, maximaal 2x per jaar aangepast worden met de laatste technische informatie. In dit kader wordt ook samengewerkt met TÜV Rheinland B.V., de technische partner van de Luka.

Met het nieuwe E-handboek verwacht Luka alerter op nieuwe ontwikkelingen in te kunnen spelen. In het 132 pagina’s tellende handboek kan de vakman uit de luchtkanalenbranche alles vinden over luchtkanalen en appendages, inclusief de vernieuwde montagevoorschriften en luchtdichtheidseisen voor deze luchtkanalen en appendages. Alles gebaseerd op de meest recente NEN-EN normen.

Met ingang van 1 januari 2017 introduceert de Luka ook een nieuw kwaliteitscertificaat geïntroduceerd. Sinds de aanname van luchtdichtheidsklasse C per 1 januari 2014 door de Luka groeit het aantal opgeleverde complete luchtsystemen gestaag. Om hier een duidelijk kwaliteitslabel aan toe te kennen, heeft de Luka besloten om de bestaande Kwaliteits- en Systeemcertificaten te vervangen door 1 Kwaliteitscertificaat. Dit nieuwe kwaliteitscertificaat biedt de mogelijkheid om aan te geven of het alleen voor het kanaalwerk geldt, of voor het complete kanaalsysteem. Dit laatste omvat het complete luchtkanalensysteem, inclusief alle ingebouwde componenten. In de nieuwe norm NEN 7120 (energieprestatie gebouwen) is de luchtdichtheid van het luchttransportsysteem nu ook opgenomen. Dit betekent dat luchtsystemen in alle nieuwe gebouwen in Nederland, dus zowel woningen als kantoren en dergelijke, bij voorkeur moeten voldoen aan luchtdichtheidsklasse C.

[related_post themes=”text”]

Vereniging Eigen Huis pleit voor verzwaring van eisen aan ventilatiesystemen

Gepubliceerd op

Vereniging Eigen Huis (VEH) maakt zich grote zorgen over het schrappen van bouwregels. Dit kan ten koste gaan van de kwaliteit, gezondheid en veiligheid van nieuwbouwwoningen. In 2020 moeten nieuwbouwwoningen bijna energieneutraal worden opgeleverd. Om aan deze eisen te voldoen zal steeds compacter en luchtdichter moeten worden gebouwd. De huidige ventilatiesystemen die voor een gezond binnenklimaat moeten zorgen, voldoen volgens de vereniging in de praktijk nu al vaak niet. De ventilatienormen zijn al minimaal en dreigen nog beroerder uit te pakken. Een is juist wenselijk, aldus VEH.

De combinatie van versobering van kwaliteitseisen, een bouwwereld die de ondergrens opzoekt en strengere energienormen gaat ongezonde huizen voor bewoners opleveren. Vereniging Eigen Huis pleit daarom in een brief aan de Tweede Kamer voor een grondige analyse van de effecten van verdere deregulering alvorens een besluit te nemen. Invoering van het huidige voorstel is volgens de vereniging onverantwoord.

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) moet in de nieuwe Omgevingswet het Bouwbesluit vervangen. In dit Bbl wordt een groot aantal voorschriften geschrapt en aan de markt overgelaten. Vereniging Eigen Huis ziet hierin een groot gevaar. In de praktijk hebben kopers in projectmatige bouw vrijwel nooit iets in te brengen in het ontwerp. Kopers kiezen op basis van de locatie en hebben nauwelijks onderhandelingsruimte. Directeur Belangenbehartiging Rob Mulder: “De ongevoeligheid van de sector voor de wensen van  de klant is al jaren stuitend, alle mooie woorden over klantgericht bouwen ten spijt. Loslaten van bouwregels in deze sector is de kat op het spek binden. Politiek, lever de consument niet uit aan de bouw!”

De laatste jaren zijn de NEN-normen voor de elektrische installatie al versoberd. Deze versoepeling was vooral bedoeld voor professioneel beheerde installaties. “Onze bouwkundigen zien bijna dagelijks de gevaarlijke gevolgen hiervan. Ook in woonhuizen zit dan geen aardlekschakelaar achter een stopcontact. Dat dit tot gevaarlijke situaties kan leiden snapt iedereen, maar het gebeurt wèl.”

[related_post themes=”text”]

Nieuwe ISSO-publicatie biedt hulp bij procesengineering van klimaatsystemen

Gepubliceerd op

ISSO brengt een nieuwe publicatie uit die ondersteuning biedt bij de procesengineering van klimaatsystemen. Publicatie 95 ‘Procesengineering voor klimaatinstallaties’ zet alle uitgangspunten voor een systeemaanpak op een rij. ‘Zonder de juiste systeemkennis is het voor vakmensen bijna niet mogelijk te bepalen hoe de (samengestelde) klimaatinstallatie automatisch zou moeten functioneren en hoe de eindgebruiker met het systeem de gewenste resultaten bereikt’, zo stelt het kennisinstituut. ‘Klimaatinstallaties worden steeds complexer. De vakman heeft nieuwe instrumenten nodig om de engineering op een juiste wijze uit te voeren.’

Procesengineering is het beschrijven van een automatiseringsinstallatie op basis van proceskennis. De vakman zal bij ontwerp van de automatische werking van een klimaatinstallatie moeten zorgen voor een minutieus samenspel van regelingen, sturingen en beveiligingen. En dat blijkt voor velen erg lastig. De nieuwe ISSO-publicatie 95 Procesengineering voor klimaatinstallaties helpt daarbij, door alle belangrijke uitgangspunten van een systeemaanpak op een rij te zetten. Samen met de al bestaande ISSO-publicatie 94 Regeltechniek voor klimaatinstallaties is het een handig kennisdocument voor de werktuigkundige ontwerper.

ISSO: ‘Elke hedendaagse ontwerper moet inzicht hebben in het vollast- en deellastgedrag van de installatie en hoe hij dat gedrag – bepalend voor onder meer het energiegebruik – kan beïnvloeden met geautomatiseerde functies. Hoewel de werktuigkundige ontwerper niet zelf de automatiseringssoftware schrijft, is hij wel degene die beschrijft hoe de automatisering er uit moet komen te zien. Is dit niet nauwkeurig omschreven, dan moet de programmeur zelf aannames doen.’

In de ISSO-publicatie 95 ‘Procesengineering voor klimaatinstallaties’ is die werkwijze tot in detail beschreven. Met behulp van voorbeelden wordt duidelijk wat de processen inhouden en wat de invloeden zijn van bepaalde keuzes. De publicatie laat zien welke stappen de ontwerper moet volgen, geeft voorbeelden van systeemconcepten en laat voor de diverse systemen (lokale klimaatregeling, luchtbehandelingssystemen en energiecentrales voor gekoeld en gewarmd water) voorbeelden van procesengineering zien.

De bijlagen van de publicatie bestaan uit hulpmiddelen en methodes om energieanalyses en gevolganalyses uit te kunnen uitvoeren. Publicatie 95 volgt op publicatie 94 ‘Regeltechniek voor klimaatinstallaties’ die twee jaar geleden al uitkwam. Hierin staat het onderdeel regeltechniek van de procesengineering centraal. Samen vormen zij een compleet naslagwerk voor de werktuigkundige ontwerper. Het komend jaar biedt ISSO een cursus aan over het toepassen van procesengineering.

De publicatie is verkrijgbaar via kennisbank.isso.nl.

[related_post themes=”text”]

 

Restwarmte petrochemie voor verwarming Limburgse woningen en bedrijven

Gepubliceerd op

kuppens_fotografie_8368cAfgelopen vrijdag heeft Het Groene Net twee stappen gezet voor de aanleg van het duurzame warmtenet voor de gemeente Sittard-Geleen, en later mogelijk ook voor de gemeentes Stein en Beek. Onder toeziend oog van diverse genodigden en de pers tekenden de betrokkenen van het ministerie van Economische Zaken, provincie Limburg, Utility Support Group (producent en leverancier van utilities aan bedrijven op het Chemelot-terrein) en Het Groene Net de zogeheten bedrijfsspecifieke afspraak. Vervolgens ging een stukje leiding de grond in als officiële inluiding van de aanleg van de eerste fase.

Bert de Vries, plaatsvervangend directeur-generaal Energie, Telecom en Mededinging van het ministerie van Economische Zaken, tekende namens het ministerie de bedrijfsspecifieke afspraak (BSA). Ook Daan Prevoo, gedeputeerde Energie, Duurzaamheid en Wonen bij de provincie Limburg, Erik Stronk en Ruud Guyt, aandeelhouders Het Groene Net en Jos Visser, directeur Utility Support Group zetten hun handtekening. Via de BSA stelt het ministerie een bijdrage van €3 miljoen beschikbaar. Met deze bijdrage kan restwarmte van petrochemisch bedrijf SABIC worden ingezet voor de verwarming van woningen en bedrijven die zijn aangesloten op Het Groene Net. Een zinvolle toepassing van restwarmte wat een positieve bijdrage levert aan de duurzaamheid van het Chemelot-terrein in het algemeen. Daan Prevoo: ‘De provincie spande zich in om voor dit ambitieuze restwarmteproject een bijdrage van maar liefst €3 miljoen te krijgen van het Rijk. Ik hoop dat het welslagen van Het Groene Net een katalysator is voor rest- en aardwarmteprojecten in heel Limburg.’

Na het tekenen van de BSA vond een tweede belangrijk moment plaats: de officiële start van de aanleg van de eerste fase. Erik Stronk en Ruud Guyt, beiden aandeelhouder van Het Groene Net, legden samen het eerste stukje leiding in de grond. Duurzame-warmteleverancier Ennatuurlijk en de gemeente Sittard-Geleen bezitten momenteel elk vijftig procent van de aandelen van Het Groene Net.

In eerste instantie worden 500 huishoudens en 9 bedrijven aangesloten op Het Groene Net. Uiteindelijk is het doel van het warmtenetwerk een totale besparing van 26 miljoen kubieke meter op het gebruik van aardgas en 47.000 ton op CO2-uitstoot. Het Groene Net wordt op termijn mogelijk een van de grootste duurzame warmtenetwerken binnen Nederland. Daardoor is Sittard-Geleen een koploper in ons land als het gaat om het behalen van gemeentelijke CO2-doelstellingen. De gemeentes Beek en Stein treden mogelijk toe als de realisatie van het warmtenetwerk binnen hun gemeentegrenzen start.

Het Groene Net is in 2009 opgestart en richt zich op de verduurzaming van de warmtevoorziening in de gemeentes Sittard-Geleen, Beek en Stein. Het Groene Net heeft de ambitie om een warmtenetwerk te realiseren dat op basis van duurzame bronnen 800 terajoule warmte levert aan woningen en bedrijven in de drie gemeentes. Het Groene Net past naadloos in de landelijke en provinciale actiepunten op energievlak. De provincie Limburg zet zich tijdens de coalitieperiode 2015-2019 nadrukkelijk in voor een stabiel en innovatief netwerk voor duurzame warmte en energie. Het ministerie van Economische Zaken presenteerde op 7 december de Energieagenda met de aansluiting op de warmtenetten als een van de agendapunten.

[related_post themes=”text”]

Twee peuters in New York overleden door een defecte radiator

Gepubliceerd op

new-yorkTwee peuters zijn in New York om het leven gekomen door een defecte radiator, waaruit volgens Amerikaanse media hete stoom kwam. Door de stoom liepen de kinderen ernstige brandwonden. Het ongeluk gebeurde in een gebouw waar dakloze gezinnen worden ondergebracht. De ouders woonden hier met hun kinderen. Bewoners klaagden al langer over de radiatoren, die te heet zouden worden. Het is nog onduidelijk hoe de stoom kon vrijkomen. Volgens een bron binnen de politie was er waarschijnlijk sprake van een probleem met het radiatorventiel.

[related_post themes=”text”]

Ventilatiesystemen in huizen worden vaak niet schoongemaakt

Gepubliceerd op

nwsbrf-ventilatie_huisUit onderzoek naar het ventilatiegedrag bij mensen thuis blijkt dat slechts de helft van de ondervraagden hun ventilatiesysteem schoonmaken. Toch beseft 95% dat goede ventilatie vochtproblemen kan voorkomen. 40% ervaart thuis wel eens gezondheidsklachten. Vermoeidheid, hoofdpijn en een verstopte neus zijn de meest genoemde klachten. Zo’n 30% geeft aan niet te weten dat dit soort gezondheidsklachten veroorzaakt kunnen worden door slechte ventilatie. Verder blijkt dat bijna de helft van de bewoners met een ventilatiesysteem het geluid van de ventilatiemotor als hinderlijk ervaart. Een kwart zet daarom de ventilatie wel eens zachter.

Het onderzoek werd verricht in opdracht van Feenstra. “De uitkomst is verontrustend”, stelt Henjo Groenewegen, algemeen directeur van het installatiebedrijf. “Uit het onderzoek blijkt ook dat veel van de ondervraagde Nederlanders niet weten dat deze gezondheidsklachten kunnen worden veroorzaakt door slechte ventilatie. En dat door goede ventilatie die klachten mogelijk weggaan.”

64% van de ondervraagde bewoners met een ventilatiesysteem ventileert de woning als de omstandigheden daarom vragen. Ruim de helft doet dit door een raam open te zetten, een kwart zet het ventilatiesysteem harder en één op de tien bewoners zet zowel een raam open als de ventilatie harder aan. 13% ventileert niet extra. Bijna de helft van deze bewoners met een ventilatiesysteem ervaart het geluid van de ventilatiemotor als hinderlijk. Een kwart zet daarom de ventilatie wel eens zachter. Een derde geeft aan de mechanische ventilatie niet altijd aan te hebben staan.

Groenewegen: “Het is duidelijk dat slecht ventileren risico’s met zich meebrengt voor de gezondheid. Makelaars en verhuurders zouden bewoners veel meer moeten wijzen op het gebruik van het aanwezige ventilatiesysteem. Bij woningen waarin nog geen ventilatiesysteem zit, moeten bewoners zich goed bewust zijn van het feit dat ze regelmatig deuren en ramen open zetten om te ventileren. Het kan veel lichamelijk ongemak besparen waarvan bewoners vermoedelijk niet weten dat het door slechte ventilatie komt.”

[related_post themes=”text”]

Afvoer van condensaat bij verwarmen en koelen

Gepubliceerd op

Wilo-Plavis 013-C

Bij het verwarmen en koelen vormt zich vaak condensaat dat wordt afgevoerd met condenspompen. Met de nieuwe Plavis-serie brengt pompenproducent Wilo een serie energie-efficiënte, geluidsarme en gemakkelijk te installeren opvoerinstallaties op de markt. De condenspompen zijn geschikt voor het verzamelen en afpompen van condenswater in verwarmings- en klimatiseringssystemen. De installatie is volgens de fabrikant dankzij de rustige motor en de gemakkelijke manier van installeren geschikt voor toepassing bij hr-ketels in woningen.

De Wilo-Plavis range is voorzien van een gelijkstroommotor. Deze motor combineert een hoog vermogen met een geringe geluidssterkte en een laag stroomverbruik. Het geluidsniveau is dankzij de rustige loop minder dan 40 dB, vergelijkbaar met het achtergrondgeluid in een stille bibliotheek. Door het compacte, moderne design kan het bovendien uitstekend in de bestaande omgeving worden geïntegreerd, aldus Wilo.

De toeloopaansluiting heeft aanpasbare inlaten; het deksel en de motor zijn beide draaibaar waardoor een snelle installatie mogelijk is. Een afneembaar onderhoudsdeksel en een ingebouwde terugslagklep voorzien in onderhoudsgemak.

Het vulniveau van de 1,1 liter reservoir wordt gecontroleerd door geïntegreerde elektroden. De pomp herkent het niveau van dit reservoir en leegt deze naar behoefte automatisch via een slang met geïntegreerde terugslagklep, die het terugstromen van het afgepompte condensaat voorkomt. Daarnaast is het systeem – afhankelijk van de uitvoering – voorzien van een geïntegreerd led-alarm als optische foutmelding, een akoestisch alarm en een potentiaalvrij storingsmeldcontact.

[related_post themes=”text”]

Eenvoudig te installeren programmeerbare thermostaten

Gepubliceerd op

honeywell_t4_installer1Honeywell lanceert een reeks programmeerbare thermostaten: de T4. De reeks bestaat uit drie modellen: een standaard bedrade versie voor de aansturing van een aan/uit-ketel (T4); een bedrade versie maar dan geschikt voor ketels met OpenTherm-regeling (T4M); een draadloze versie met een ketelmodule die universeel toepasbaar is en geschikt voor zowel aan/uit- als OpenTherm-ketels (T4R). Deze ketelmodule komt overeen met die van de onlangs geïntroduceerde Lyric T6R. Huiseigenaren kunnen daarom in de toekomst zonder installatiewerkzaamheden hun T4R upgraden naar de met een app te bedienen Lyric T6R.

De T4-thermostaten werken met elk verwarmingssysteem, elke cv-ketel, pomp en zonekleppen. Na montage is het gebruik van de thermostaat eenvoudig uit te leggen aan de gebruiker dankzij de intuïtieve bediening.

Enkele opties van de Honeywell T4-thermostaten:
– digitaal bedieningspaneel met herkenbare iconen en simpele toets bediening;
– vooraf ingesteld programma met een keuze aan voorgeprogrammeerde instellingen, inclusief 7-, 5/2- en 1-daagsprogramma met maximaal zes perioden per dag;
– instellingen wijzigen door middel van het kopiëren van programma’s;
– in te stellen en te wijzigen van vakantieperioden;
– automatische zomer- en wintertijdaanpassing;

“Er is veel vraag naar eenvoudige, moderne, programmeerbare thermostaten met gebruiksvriendelijke functies die het comfort verhogen”, zegt Martin Roozendaal, marketingcommunicatiemanager bij Honeywell. “De T4 is hiervoor het uitgelezen model. Met deze nieuwe productlijn bieden we installateurs installatiegemak en huiseigenaren optimaal comfort. Bovendien bewijzen we dat thermostaten wel degelijk eenvoudig zijn in gebruik.”

[related_post themes=”text”]

Standaard balansventilatie‐units voor energiezuinige luxewoningconcept

Gepubliceerd op

balansventilatie-vascoIn het energiezuinige luxewoningconcept van Jack Koster worden standaard balansventilatie‐units met warmteterugwinning voorgeschreven. Deze Vasco D400‐units verversen elk uur 400 m3 de binnenlucht. Jack Koster Houses (JKH) zijn passiefhuizen (verbruik voor ruimteverwarming‐ en koeling van maximaal 15 kWh/m2/jaar) en energieneutraalwoningen (EPC tussen 0,01 tot 0,15) met hoogwaardige afwerking voor particulier opdrachtgevers. “Deze units sluiten het beste aan bij de eisen van ons opdrachtgevers ten aanzien van geluid en gezondheid”, motiveert de Groningse ontwikkelaar zijn keuze.

“Het zoemende geluid van ventilatiesystemen wordt als zeer storend ervaren. Met een geluidsproductie van 26 decibel bij normaal gebruik (stand 2, red.) blijft de D400‐unit ruim onder de geluidseis van 30 decibel die het Bouwbesluit oplegt.” Dat Vasco in de unit standaard gebruikmaakt van F6‐categorie elektrostatische fijnstof‐ en pollenfilters, was voor Koster een ander argument om de D400 standaard voor te schrijven. “De woningen zijn vrijwel luchtdicht (qv10‐waarde 0,4, red.). Ventilatie is noodzakelijk voor een gezonde luchtkwaliteit en de filters dragen hieraan bij. Met name mensen met luchtwegklachten zoals astma profiteren van extra schone lucht.”

Naast sociale duurzaamheid (geluid‐ en luchtkwaliteit) speelt vanwege de lage energieprestatie‐eisen eveneens energiezuinigheid een belangrijke rol in het keuzeproces. “De D400‐unit met energielabel A draagt bij aan het geringe energiegebruik van de woningen”, verklaart Marcel Schut, commercieel technisch adviseur van Vasco, de keuze voor de unit. “Dankzij een aantal moderne technieken gebruikt hij gemiddeld 40 watt (bij normale werking). Zo heeft de warmtewisselaar een hoog thermisch rendement. De bypass‐functie schakelt de warmteterugwinning in de zomer automatisch uit zodat koelere buitenlucht niet onnodig wordt verwarmd. Dat bespaart energie. Andere energiezuinige technieken zijn de automatische vorstvrijregeling en gelijkstroommotoren.”

In ruim 40 Jack Koster Houses, die zich met name concentreren in Noord‐Nederland, zijn de Vasco‐units toegepast. Een energieneutraal Jack Koster House in Eelderwolde in Drenthe is het meest recente project. Pot Installatietechniek uit Slochteren installeert de units in deze woning. Voor mede‐eigenaar Jaap Siertsema is de keuze voor Vasco logisch vanwege de flexibiliteit die de unit biedt. “De D400 beschikt over zowel een boven‐ als onderaansluiting voor de luchtventilatiekanalen. De aanvoerkanalen die naar de verblijfsruimten onder de unit worden geleid kun je daardoor mooi aansluiten. Je hebt geen u‐stukken nodig om zo’n kanaal bovenop de unit aan te sluiten, waardoor een brei aan buizen ontstaat. Zeker in renovatieprojecten waarin weinig ruimte is, komt de flexibiliteit goed van pas.”

De D400‐units kunnen zowel links als recht geplaatst worden. Siertsema: “ Ik hoef maar één unit te bestellen in plaats van een linker of rechter. Daardoor grijp ik bij de groothandel eigenlijk nooit mis.”

Medio februari 2017 wordt het Jack Koster House in Eelderwolde opgeleverd.

 

Per 1 januari a.s. treden wijzigingen F-gassenverordening in werking

Gepubliceerd op

f-gassenPer 1 januari 2017 verloopt de overgangstermijn van de F-gassenverordening. Er zullen dan een aantal wijzigingen in werking treden. Deze wijzigingen hebben betrekking op het registreren van lekcontroles en het verplicht vermelden van specifieke gegevens op kenplaten van nieuw geplaatste apparatuur en installaties. F-gassen, voluit gefluoreerde broeikasgassen, worden gebruikt als koudemiddel in koelsystemen. Veel gebruikte koudemiddelen zijn R-134A, R-404A en R-410A. Deze middelen dragen relatief veel bij aan de opwarming van de aarde.

Voor het logboek of apparatuurregister geldt dat alle lekcontroles moeten worden geregistreerd. Dit betekent dat ook de ondergrens voor het verplicht bijhouden van een logboek per 1 januari 2017 zal veranderen van 3 en meer kg koudemiddel naar 5 en meer ton CO2 equivalent. De gegevens vanuit de logboeken moeten zowel bij de eigenaar als bij de installateur 5 jaar worden bewaard.

Vanaf 1 januari 2017 moet nieuw op de markt geplaatste apparatuur/installaties worden voorzien van kenplaten/etiketten die naast het type koudemiddel en de hoeveelheid in kg ook het GWP van het koudemiddel en de hoeveelheid CO2 equivalent aangeven (in de taal van het land waarin het op de markt wordt gebracht). Als het een hermetisch gesloten apparaat betreft moet dit ook worden vermeld.

Er geldt vanaf 1 januari 2017 een verkoopverbod op voorgevulde apparaten, tenzij:
-het koudemiddel in het apparaat aantoonbaar onder het EU quotasysteem valt;
-het apparaat aantoonbaar door een gecertificeerd installateur wordt geïnstalleerd.
Dit  betekent dus dat aanbieders (bijvoorbeeld bouwmarkten) van kleine airco’s alleen mogen aanbieden als aan deze twee voorwaarden is voldaan.

(Bron: NVKL)

[related_post themes=”text”]

UTC opent centrum voor luchtbehandeling en binnenluchtkwaliteit in Frankrijk

Gepubliceerd op

laboratorium-culozUTC Climate, Controls & Security heeft zijn ‘Center of Excellence voor luchtbehandeling en binnenluchtkwaliteit’ officieel geopend in Culoz, Ain, Frankrijk. Het centrum omvat twee faciliteiten voor onderzoek en ontwikkeling en een testlaboratorium, die zijn toegespitst op productinnovatie om de ontwikkelingstermijn van nieuwe producten te verkorten en de energieprestaties en het gebruikscomfort te verhogen. Het is UTC’s tweede verwarmings-, ventilatie- en airconditioningscenter (HVAC) in de regio. Het centrum in Montluel richt zich op de innovatie en productie van koelmachines, met speciale aandacht voor de nieuwste generatie milieuvriendelijke koudemiddelen.

Na de overname van CIAT in 2015, heeft UTC Climate, Controls & Security meer dan 40 miljoen dollar geïnvesteerd in de faciliteiten in Culoz en Montluel om zijn klanten een nog ruimer productportfolio en de meest innovatieve oplossingen te kunnen bieden voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika. 

“De overname van CIAT was een strategische zet die ons niet alleen in staat stelde onze reeks verwarmings-, ventilatie- en airconditioningssystemen te versterken, maar ook onze competitiviteit en innovatiecapaciteit te vergroten”, aldus Didier Da Costa, president, HVAC Europe, UTC Climate, Controls & Security. “Wij hebben aanzienlijk geïnvesteerd in de sites van Culoz en Montluel waardoor ze zijn uitgegroeid tot complementaire productie- en designsites die garant staan voor een verdere verbetering van onze producten en een verhoogde dienstverlening aan onze klanten.”

Recentelijk ondergingen beide Centers of Excellence de nodige industriële transformaties om UTC’s streven naar duurzame innovatie te ondersteunen. “Bij de transformatie van de site werd in grote mate rekening gehouden met de impact op het milieu. Een verwarmingssysteem met houtverwarmingsketels zorgt er onder andere voor dat we geen fossiele energie meer verbruiken,” zegt Da Costa. “Het waterverbruik op de site werd ook met 40% teruggedrongen en 75% van het afval wordt gerecycleerd.” 

[related_post themes=”text”]

Nederlandse slimme thermostaat gaat Europa in dankzij crowdfunding

Gepubliceerd op

slimme-thermostaatDe Nederlandse ontwikkelaar van slimme thermostaten ThermoSmart heeft binnen een week haar crowdfunding campagne afgerond. In enkele dagen is €150.000 verzameld, waarmee het bedrijf nu over genoeg financiering beschikt om het product over de landsgrenzen te brengen.  De eerste internationale samenwerkingen om de export te realiseren zitten al in de pijplijn, aldus medeoprichter en CEO Hans Kouwenhoven. “We hebben als strategie om samen met strategische partners te werken aan extra toegevoegde waarde voor de eindklant. Gezamenlijk kunnen we met bestaande distributiekanalen, marketingkracht en bereik sneller nieuwe markten penetreren.”

ThermoSmart is een strak vormgegeven slimme Wi-Fi thermostaat. De thermostaat is eenvoudig te bedienen, thuis en op afstand, via smartphone, tablet of computer. Het ThermoArt-programma zorgt ervoor dat de gebruiker de thermostaat kan aanpassen op het behang, de kleur van de muur of eventueel een foto naar keuze. Het product is onafhankelijk van energie- en ketelleveranciers en na aanschaf eigendom van de gebruiker. Consumenten tekenen geen contract en betalen geen abonnement. Het gebruik van de ThermoSmart webportal en App’s is gratis.

Slimme thermostaten ontwikkelen zich steeds prominenter tot toegangspoort van slimme huishoudens. Huishoudens bestaan steeds meer uit slimme apparaten, die door het Internet of Things aan elkaar verbonden worden. Onderzoeksbureaus verwachten dat de markt voor slimme thermostaten de komende jaren explosief groeit, met tenminste 65% per jaar.

ThermoSmart heeft voor het mogelijk maken van de internationale uitrol €450.000 via reguliere financiering verzameld. Het bedrijf heeft er vervolgens voor gekozen om de resterende € 150.000 te crowdfunden. “Zo binden we naast de benodigde financiering ook een groep ambassadeurs aan ons merk. De financiering dient zo tevens als pr-machine, een effectief marketingtool”, aldus Commercieel Directeur Niels Mathlener. Om haar nieuwe ambassadeurs het product zelf te laten ervaren, heeft het bedrijf dan ook ThermoSmarts beschikbaar gesteld voor haar grotere investeerders. Nog dit winterseizoen moeten de eerste partijen ThermoSmarts verkocht worden in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Er is tevens een roadmap voor verdere ontwikkeling van het product.

[related_post themes=”text”]

Lucht-waterwarmtepompen met gecontroleerde kwaliteitsverklaring

Gepubliceerd op

slimme-meter-vervangen-bij-installeren-zonnepanelen-1555-w800De Remko lucht-water warmtepompen uit de series WKF en HTS hebben de gecontroleerde kwaliteitsverklaring verkregen. Hiermee kunnen eigenschappen of productkarakteristieken van deze lucht-waterwarmtepompen worden gebruikt in het kader van de Energie-Indexmethodiek of EPC-berekening. Naast warmtepompen levert het bedrijf onder andere buffervaten, circulatiepompen en solar panelen. De HTS serie heeft een geluidsniveau onder de 40 dBA. Alle WKF en HTS warmtepompen worden aangestuurd door  een inteligente regelaar. Deze kan samenwerken met een PV- en/of solar-installatie en is  SmartGrid ready.

Remko GmbH & Co is een Duitse fabrikant van onder andere lucht-water warmtepompen. Stulz Groep B.V. is distributeur van deze lucht-waterwarmtepompen in Nederland. Informatie over de kwaliteitsverklaring is te vinden op de website van Bureau CRG (www.bcrg.nl).

[related_post themes=”text”]

‘Slimme meters moeten worden voorzien van display voor beter effect’

Gepubliceerd op

slimme-meter-vervangen-bij-installeren-zonnepanelen-1555-w800Volop in de landelijke media afgelopen weekend: ‘Huishoudens met een slimme energiemeter besparen minder elektriciteit en gas dan gedacht’. Gemiddeld is dit nog geen  1 procent minder, terwijl werd uitgegaan van een gemiddelde energiebesparing van 3,5 procent. Met deze mededeling kwam het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zaterdag. Onderzoek leerde dat het effect van de slimme meters tegenvalt, door het ontbreken van een schermpje in woonkamers dat het actuele gebruik toont. Zo’n schermpje zou gebruikers bewuster maken van hun verbruik. Zonder schermpje moeten ze in de meterkast of op een app kijken, wat minder goed zou werken. Het kabinet moet daarom overwegen om alle slimme energiemeters alsnog te voorzien van een display, zo adviseert het PBL. Bij de invoer van de meters in 2015 is daar juist bewust van afgezien.

[related_post themes=”text”]

Geen gasaansluiting meer voor nieuwbouw in Amsterdam

Gepubliceerd op
Bronvermelding "Foto: Nuon/Jorrit Lousberg" bij publicatie verplicht.

Bronvermelding “Foto: Nuon/Jorrit Lousberg” bij publicatie verplicht.

Nieuwbouw krijgt in Amsterdam voortaan geen aansluiting meer op het gasnet, meldt de Volkskrant vanmorgen. Ook wil de gemeente in 2017 van 10 duizend sociale huurwoningen de gasleiding afsluiten. Dit laatste ziet wethouder Choho als een experiment om te kijken wat er nodig is voor de ‘energietransitie’ die in het energieakkoord staat omschreven. ‘Het best betaalbare alternatief voor gas in bestaande woningen is een warmtenet,’ zo schrijft de krant, ‘waarbij huizen worden verwarmd met restwarmte uit de industrie.’

‘Net als in veel andere gemeenten heeft Amsterdam in een deel van de stad al zo’n net liggen. Zo’n 72 duizend gebouwen worden verwarmd met heet water dat via een leiding van Nuon wordt aangevoerd vanaf de Amsterdamse afvalverbrandingsoven. Door nieuwbouw alleen moet het aantal klanten van die leiding voor 2020 groeien naar meer dan 100 duizend huishoudens.’

Andere alternatieve energiebronnen die in de stad worden onderzocht zijn biogas en aardwarmte.

[related_post themes=”text”]

84 miljoen Europeanen wonen in huizen die te vochtig zijn

Gepubliceerd op

moisture-cough-1Nieuw onderzoek van het Duitse onderzoeksinstituut Fraunhofer Institut für Bauphysik IBP toont aan dat 84 miljoen Europeanen in huizen wonen die te vochtig zijn. Dit veroorzaakt ademhalingsziektes zoals astma en COPD. De uitgaven van Europese overheden aan astma en COPD in de vorm van ziekenhuisopnames, verlies van productiviteit en medische behandelingen bedragen jaarlijks 82 miljard euro. Volgens het Fraunhofer Instituut is vocht een van de belangrijkste euvels in gebouwen door heel Europa. Het wordt voornamelijk veroorzaakt door inadequate bouwconstructies en te weinig aandacht van de bewoner voor voldoende ventilatie. Als gevolg daarvan kan er schimmel ontstaan.

Het rapport van Fraunhofer, dat gebaseerd is op cross-sectioneel onderzoek, enquêtes en diepgaande casestudy’s in 32 Europese landen, schat dat het aantal Europeanen dat in een vochtig en ongezond onderkomen leeft, in 2050 met 50% verminderd kan zijn. Dit zou het aantal mensen met gerelateerde ademhalingsziektes kunnen verlagen met 25%. In het geval van astma, zou dat 550.000 patiënten minder kunnen betekenen.

“Het is zeer zorgelijk om te zien dat heel veel mensen hun dagelijks leven doorbrengen in vochtige en ongezonde huizen. Bovendien toont het nieuwe onderzoek voor het eerst aan dat 2,2 miljoen inwoners astma hebben als direct gevolg van het wonen in ongezonde gebouwen,” vertelt prof.dr. Gunnar Grün, afdelingshoofd energie-efficiëntie en binnenklimaat bij Fraunhofer IBP.

Het onderzoek van Fraunhofer IBP toont de socio-economische kosten aan van astma en COPD, bewezen effecten van het wonen in vochtige en ongezonde gebouwen. De kosten bedragen 82 miljard euro per jaar. Daaronder vallen directe uitgaven van Europese overheden aan medische behandeling en extra zorg voor patiënten, zowel in het ziekenhuis als daarbuiten, evenals indirecte kosten die het gevolg zijn van productiviteitsverlies.

Verder laat het onderzoek zien dat 84 miljoen Europeanen in vochtige en muffe gebouwen wonen, wat het risico op ademhalingsziektes en levenslange allergie met 40% verhoogt. Dit bewijst dat het aantal mensen dat in ongezonde gebouwen woont nog altijd een probleem vormt, ondanks recente bewustwording over het verband tussen binnenklimaat en volksgezondheid.

[related_post themes=”text”]

‘Te weinig installateurs om steeds populairdere warmtepomp te plaatsen’

Gepubliceerd op

warmtepomp-installerenIn steeds meer woningen maakt de cv-ketel plaats voor een warmtepomp, meldde BNR gisteren. De populariteit van de warmtepomp brengt echter één probleem met zich mee: er zijn te weinig installateurs om ze te plaatsen. Maar 50 loodgieters zijn in het bezit van het wettelijk verplichte certificaat dat nodig is om een warmtepomp te installeren. “Dat is hartstikke jammer”, vertelt Peter Centen aan BNR. Hij is werkzaam bij Nathan Projects, leverancier van warmtepompen. “Misschien zijn de installateurs wat laat wakker geworden, maar aan de andere kant is het niemand kwalijk te nemen. De Nederlandse installatiebranche is in principe namelijk een papierloze branche. Installateurs zijn het niet gewend om diploma’s nodig te hebben.”

Het behalen van een certificaat wil de warmtepompleverancier stimuleren met een driedaagse cursus, waarvoor het bedrijf zelfs een instructieruimte heeft ingericht. “De installatie moet goed gebeuren”, vertelt Centen. “Installateurs leiden we in drie dagen op voor deze nieuwe technologie.”

Daarnaast pleit Centen voor een versoepeling van de regelgeving, omdat de installatie van warmtepompen nu vertraging oploopt. “Zodat het voor kleinere installatiebedrijven niet zo’n grote drempel is om die papieren te halen.”

Thuiscomfort meldt als reactie op dit bericht dat de installateur als ‘opdrachtnemer’ niet verplicht gecertificeerd hoeft te zijn, zolang de betrokken leverancier maar wel gecertificeerd is en betrokken is bij het werk. Volgens Technische Unie-specialist Peter van de Groep is het bij het ontwerp en de plaatsing van warmtepompen wel aan te raden om als installateur de samenwerking met verschillende kennispartners op te zoeken. “Alle elementen van een warmtepompinstallatie, van de bronboorder tot de warmtepomp en de vloerverwarming moeten op elkaar afgestemd worden om een optimale werking te garanderen. Het is heel wat gecompliceerder dan een gasketel installeren. Bij Technische Unie hebben wij de kennis en de contacten om het juiste advies voor zo’n complete installatie te maken”.

[related_post themes=”text”]

Verouderde cv-ketel oorzaak vrijkomen koolmonoxide in appartementen complex

Gepubliceerd op

de-brandweer-is-uitgeruktNegen bewoners van een appartementencomplex in Amsterdam-Oost zijn afgelopen nacht met ademhalingsproblemen naar het ziekenhuis gebracht nadat koolmonoxide was vrijgekomen. In totaal zijn veertien mensen uit de woningen gehaald. De oorzaak zou een verouderde cv-ketel zijn, die niet meer goed werkte. De brandweer heeft het pand geventileerd. In de loop van de nacht konden bewoners weer terugkeren naar hun woningen.

[related_post themes=”text”]

Partnerships met installatiebedrijven moeten saunabranche helpen verduurzamen

Gepubliceerd op

saunaMatthijs Huiskamp van dunergy Nederland is de ‘Groene Wellness’ campagne gestart, bedoeld om de sauna- en wellnessbranche te verduurzamen. In deze branche is relatief veel warmte nodig om sauna’s, zwembaden en gebouwen te verwarmen. “Veelal wordt deze warmte opgewekt door het verstoken van gas”, vertelt Huiskamp, die met zijn bedrijf onderzoek heeft gedaan onder 710 saunaliefhebbers. “Maar er zijn meerdere groene alternatieven die deze warmte kunnen opwekken. De hoge investeringskosten vormen echter één van de belemmeringen om te verduurzamen, hoewel deze zich op termijn terugverdienen door de lagere stookkosten.” Huiskamp is namens dunergy inmiddels op zoek gegaan naar partnerships met installatiebedrijven, en verzorgt  financiering en subsidieaanvragen.

Uit het onderzoek van Huiskamp bleek dat nagenoeg iedereen duurzaamheid binnen de branche belangrijk vindt. Maar het percentage wellnesscentra dat zich bezighoudt met duurzaamheid is nihil. 69% geeft aan een sterke voorkeur te hebben om duurzame centra te bezoeken en meer dan 77% is in staat om zelf bij te dragen aan duurzaamheid in de branche.

Dunergy gelooft dat verduurzaming voor de ondernemer een meerwaarde moet leveren en dat deze meerwaarde niet alleen maar duurzaamheid zelf moet zijn. De ondernemer moet beloond worden voor duurzaamheid en het verduurzamen moet hem zo makkelijk mogelijk gemaakt worden en zonder zorgen.”

[related_post themes=”text”]

 

Energiewacht neemt Technisch Buro Heeremans over

Gepubliceerd op

hoofdkantoor-energiewacht_assenTechnisch Buro Heeremans is overgenomen door Energiewacht N.V. Met deze overname breidt Energiewacht de dichtheid van haar werkgebied in de Randstad uit. Installatiebedrijf Heeremans is al meer dan 50 jaar actief. De particuliere en zakelijk klanten van Heeremans kunnen voortaan naast service en onderhoud aan de cv-ketel bij Energiewacht terecht voor oplossingen die een woning of bedrijfsgebouw energiezuiniger maken en voor oplossingen waarmee energie kan worden opgewekt. De zakelijke klanten krijgen een vaste accountmanager.

Energiewacht bestaat sinds 1992 als serviceorganisatie in Groningen, Drenthe en de Randstad. Het bedrijf biedt naast plaatsing en onderhoud van cv-ketels, een totaalpakket aan energiebesparende en energieopwekkende oplossingen zoals zonnepanelen, isolatie en ventilatie. Gezamenlijk dragen meer dan 400 medewerkers de zorg voor bijna 400.000 klanten op de particuliere en klein zakelijke markt. Energiewacht is servicepartner en tevens 100% dochterbedrijf van Essent.

[related_post themes=”text”]

 

‘All electric NOM-woning draagt niet bij aan reduceren CO2-uitstoot’

Gepubliceerd op

Newly build houses with solar panels attached on the roof against a sunny sky

De laatste tijd vindt er steeds meer discussie plaats over de vraag in hoeverre de NOM-woningen echt bijdragen aan het reduceren van de CO2-uitstoot en of het niet gewenst is dat ook andere innovaties een kans krijgen in de zoektocht naar CO2-reductie en verduurzaming. Illustratie hiervan is het voornemen van Minister Blok om ook NOM-concepten op gas toe te laten tot de EPV en de Kamervragen die daar weer over gesteld zijn door Albert de Vries. Ketelfabrikant Remeha mist in de maatschappelijke discussie een groot gebrek aan kennis en inzicht in de energietechniek en hoe de technieken zich in een echt huis eigenlijk gedragen. Hierdoor wordt de belangrijkste energiedoelstelling CO2-reductie niet behaald, volgens de fabrikant, die de feiten en de techniek op een rijtje zet.


Het NOM all electric concept

Het NOM (Nul-op-de-Meter) concept is een benadering waarbij men in de woning evenveel elektriciteit probeert op te wekken als er op jaarbasis wordt gebruikt, dus netto 0 op de meter. De verwarming wordt in deze concepten met een warmtepomp gedaan omdat alleen elektriciteit gesaldeerd kan worden. Dit wordt over een heel jaar bekeken en het totaal moet dan 0 zijn. Bij deze benadering mag er wel aan het elektriciteitsnet worden geleverd als er teveel elektriciteit is, of gekocht als er te weinig is; het elektriciteitsnet wordt als een soort buffer gebruikt. Impliciet wordt er dus ook vanuit gegaan dat de CO2-belasting van elektriciteit altijd hetzelfde is. Deze benadering is veel te simpel en leidt tot een (forse) CO2-uitstoot.


De NOM-woning misbruikt het net als buffer

Uit berekeningen blijkt dat bij de NOM-woning van de hoeveelheid opgewekte elektriciteit van de PV- panelen slechts 20% naar de warmtepomp gaat. De rest wordt dus naar het elektriciteitsnet gestuurd en later weer van het net gehaald. Dit heeft consequenties voor het net en de opwek van elektriciteit.

Het elektriciteitsnet is namelijk geen buffer. Alle energie die via het netwerk wordt getransporteerd moet continu gemanaged en in balans gehouden worden, een taak die vrijwel onzichtbaar is maar cruciaal voor het functioneren. De netwerkbeheerders hebben hierin een zeer belangrijke rol. Dat houdt ook in dat er, wanneer de vraag naar elektriciteit toeneemt extra geproduceerd moet worden, meestal door de kolencentrale met bijbehorende uitstoot. Het net is dus geen buffer.


De NOM-woning zorgt niet voor een serieuze CO2-reductie

De gegevens van de CO2-intensiteit voor geproduceerde elektriciteit in Nederland blijken zeer lastig te verkrijgen. Een zoektocht over onze oostgrens is echter verassend eenvoudig, de cijfers zijn gewoon publiekelijk te vinden op internet. Laten we deze cijfers eens bekijken ervan uitgaande dat onze oosterburen het vast niet slechter doen dan Nederland. Intussen houd ik mij aanbevolen indien iemand de cijfers van Nederland ter beschikking wil stellen.

fig-1In deze grafiek wordt het aantal kilogrammen per kWh weergegeven dat wordt uitgestoten bij de productie van elektriciteit. Dat is dus inclusief alle duurzame opwekkers. Op de as linksonder staan de uren van de dag, op de andere horizontale as de maanden van het jaar en de verticale as geeft de kilogrammen weer. Het is eenvoudig te zien dat de elektriciteit midden op de dag in de zomer het schoonst is en in de winter, en vroeg en laat op de dag, het smerigste.

Dat houdt dus ook in de elektriciteit die we overdag naar het electriciteitnet sturen omdat we thuis teveel hebben een andere ‘CO2’-aarde heeft dan de elektriciteit die we ’s avonds of ’s winters inkopen om de warmtepomp aan te drijven.

De echte prestaties van de warmtepomp onder praktijkcondities in combinatie met de CO2-uitstoot die gepaard gaan met het opwekken van de elektriciteit laten zien dat een NOM-woning helemaal geen CO2 bespaart.


Eerste conclusie:

Wanneer we naar het gebruik van het electriciteitnet als buffer en de CO2-intensiteit kijken kan de conclusie niet anders zijn dan dat het salderen van energie niet toegestaan mag worden, dus ook niet binnen het NOM all electric concept, de CO2-belasting is namelijk niet gelijk en het electriciteitnet is geen buffer. Er is bovendien, anders dan door de besparing door isolatie, geen sprake van CO2-reductie door het NOM concept ondanks dat ‘Nul-op-de-meter’ dat impliciet suggereert.


De netbelasting van een NOM-woning is hoger dan een traditioneel huis

De netbelasting van de NOM-woning op all electric is helaas niet lager maar veel hoger dan een traditioneel huis. In onderstaande grafiek is goed te zien wat een NOM-woning op all electric betekent voor de belasting van het net. Gedurende vele uren en dagen in de winter ligt de belasting rond de 2kW. In de zomer gebeurd het omgekeerde, gedurende vele uren en dagen ligt de export boven de 2kW. Er is eigenlijk zelden een moment in het jaar dat het netjes in balans is. Hierbij is het van belang om te weten dat de capaciteit van het laagspanningsnet is uitgelegd op 1kW per woning.

fig-2Een eenvoudige conclusie is dus dat dit niet past willen we dit grootschalig gaan toepassen in Nederland. Momenteel worden de kosten van netaanpassing en de hieraan gerelateerde miliebelasting voor de NOM-projecten buiten de businesscase gehouden terwijl die kosten wel gemaakt moeten worden.


Hoe dan wel? De NOM-woning op gasvormige brandstof

Willen we een woning naar een uitstoot van 0 brengen dan is eigenlijk wel duidelijk dat we die woning elektrisch gezien niet op jaarbasis maar continu naar 0 moeten brengen. We hebben dus techniek nodig die naast de PV-panelen ook stroom opwekt wanneer we dat echt nodig hebben. Een dergelijk concept wordt inmiddels al getest. Bij dit concept wordt er een installatie bestaande uit een micro-wkk (een HR ketel die stroom maakt) gecombineerd met PV-panelen en een kleine accu.

fig-3De grafiek laat zien wat er nu met de belasting van het net gebeurt zelfs als er nog geen accu wordt toegepast:

Wanneer we een woning continu op 0 kunnen zetten wat elektriciteit betreft vragen we dus geen extra capaciteit van het net maar maken we capaciteit vrij. Hierdoor ontstaat ruimte op het netwerk voor een verdere introductie van elektrisch vervoer, want ook daar loopt men tegen het capaciteitsprobleem aan. Het mes snijdt dan aan meerdere kanten.


NOM-woning op (schoon) gas

Met toepassing van een accu kan de belasting van het net voor 80% worden teruggebracht. Geen belasting van het net betekend ook geen CO2-productie. Door de micro-wkk op groen of schoon gas te stoken wordt ook aan de gas kant elke uitstoot vermeden en ontstaat er een concept dat daadwerkelijk de volledige uitstoot kan voorkomen. Kortom hiermee kan wél CO2 nul worden behaald.


Kosten NOM-woning op gas aanzienlijk goedkoper dan NOM-woning op all electric

Uiteindelijk zullen de kosten van de hele energietransitie gedragen moeten worden door de bevolking. Het is daarom uiterst relevant dat we zowel de maatschappelijke kosten als de kosten per woning zo laag mogelijk houden. Ook vanuit die optiek is het verschil tussen NOM-woning op all electric en een NOM-woning op gas groot. Op dit moment zijn, zelfs zonder de extra kosten van netverzwaring, de investeringskosten van een NOM-woning op all electric aanzienlijk hoger dan een NOM-woning op schoon gas. De kosten van een NOM-woning op all electric zijn namelijk ongeveer 3 keer zo hoog!


Schone energie

Belangrijk in de hele discussie is uiteraard de vraag hoe schoon energie is en hoe dat in de toekomst is. Elektriciteit is slechts een vorm van energie, datzelfde geldt voor gas, de echte vraag is waar komt onze energie vandaan en hoe is dat in de toekomst, en wat is dan de CO2-belasting. Willen we echt naar een uitstoot van 0 dan zullen we weg moeten van alle fossiele bronnen en dus volledig overschakelen naar bronnen waarbij netto geen CO2 meer wordt uitgestoten. De vraag die dan overblijft is hoe brengen we de energie van de plaats van opwek naar de afnemer en hoe gaan we om met het verschil tussen vraag en aanbod. Eenvoudige conclusie is dat we een transportsysteem nodig hebben en een vorm van opslag.  De technieken die ons openstaan voor opslag van energie laten zien dat we elektriciteit goed kunnen opslaan voor de korte termijn in kleine hoeveelheden en dat we energie goed in een gasvorm (‘power to gas’ en biogas) kunnen opslaan voor lange termijn en in grote hoeveelheden. We hebben het geluk dat we voor beide een goede infrastructuur hebben.

fig-4Wanneer we CO2 tot doel maken en niet perse ‘all electric’ tot doel verheffen dan kunnen we dus de huidige gas- en elektriciteitsinfrastructuur gebruiken om ons doel te bereiken. Een eerste evaluatie laat zien dat we binnen de capaciteit van de huidige infrastructuur de gehele gebouwde omgeving naar een uitstoot van 0 kunnen brengen, netverzwaring en bijkomende kosten is dus helemaal niet nodig. Voorwaarde is wel dat we gaan sturen op verlaging van de CO2-uitstoot. De uitdaging naar de gas- en elektriciteitsindustrie moet dus zijn om beide vormen van energie schoon te maken. De technologie om dat te doen is al beschikbaar.


Samenvattend

Het voornemen om schoon gas toe te laten gaat zorgen voor de nieuwe innovaties die hard nodig zijn. Met de all electric aanpak wordt niet de beoogde CO2-doelstelling behaald.

De NOM-aanpak op all electric zorgt voor een onacceptabel grote netverzwaring zonder relevante besparing op de uitstoot.

De NOM-woning op schoon gas zorgt juist wel voor reductie, verlaagt de belasting van het net en maakt capaciteit vrij voor zaken als elektrisch vervoer.

Vanuit die optiek is het dan ook volstrekt onbegrijpelijk dat vanuit partijen die claimen de CO2-reductie na te jagen bezwaar wordt gemaakt tegen schoon gas én uitsluitend de all electric aanpak ondersteunen. Juist alle technieken, energiedragers en infrastructuur samen zijn nodig om onze doelstelling voor CO2 nul in 2050 te behalen en de particuliere en maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden.


Toelichting

Grafiek: belasting op electriciteitsnet

De grafiek geeft de belasting op het elektriciteitsnet veroorzaakt door een woning. Hieronder een eenvoudiger weergave van wat er gebeurt:

fig-5Op elke dag is er een bepaald aanbod van elektriciteit en vraag naar elektriciteit. Tevens is er een vraag naar verwarming. Wanneer de vraag naar warmte groot is, is het aanbod van duurzame energie laag. Dat is om te rekenen naar een netbelasting van de woning. Wanneer er voor elke dag van het jaar een grafiek wordt gemaakt en die worden achter elkaar gezet ontstaat de 3D grafiek zoals gebruikt in het artikel.

 

Auteur van dit artikel is: ing M.J. Bijkerk, Manager Innovative technologies, Remeha B.V.
Zie ook een eerder verschenen artikel in InstallateursZaken oktober

 

Lees hier de reactie van Jan Willem vd Groep op dit artikel

Lees hier de reactie van Remeha

[related_post themes=”text”]

Vlaamse regering draait decreet terug om Vlaanderen op aardgas aan te sluiten

Gepubliceerd op

aardgas-verwarming-640Wie in Vlaanderen zijn een woning wil laten aansluiten op het aardgasnet, zal fors meer moeten gaan betalen dan het huidige aansluitingstarief van 250 euro. De afgelopen jaren hadden twee grote energiebedrijven juist tientallen miljoenen geïnvesteerd om in bijna heel Vlaanderen gasnetten aan te leggen. Een energiedecreet uit 2009 verplichte de beheerders dit. Maar de Vlaamse regering zal dit decreet nu opheffen. De energiebedrijven hadden hier zelf op aangedrongen omdat het veel geld kost om de resterende woningen aan te sluiten die zich veelal in afgelegen gebieden bevinden. Een andere reden is dat de interesse voor aardgas als verwarmingsbron zal afnemen vanwege de strengere regelgeving over de energieprestatie van woningen.

De Vlaamse regering vindt het niet meer gewenst om nieuwe woonwijken nog aan het gasnet te koppelen. Aardgas is niet langer de eerste keuze omdat het als fossiele brandstof hoe dan ook bijdraagt tot de klimaatopwarming. Dat gaat echter niet meteen resulteren in een terugval van het aantal nieuwe gasaansluitingen, zo verwacht een van de energiebedrijven. Aansluiten op gas blijft zeer aantrekkelijk bij renovatie van bestaande woningen die makkelijk aangesloten kunnen worden op het bestaande gasnet. De jongste jaren groeide het aantal gasaansluitingen met 35.000 per jaar.

[related_post themes=”text”]

Water biedt grote kansen voor koelen en verwarmen van woningen en gebouwen

Gepubliceerd op

water-en-woningenEen aanzienlijk deel van de totale hoeveelheid die nodig is om woningen en gebouwen in Nederland te verwarmen of te koelen kan worden gerealiseerd door gebruik te maken van onze wateren. Die kansen moeten optimaal worden benut, vindt de Energiecoalitie die Rijkswaterstaat en de Unie van Waterschappen zijn aangegaan op de deze week gehouden Nationale Klimaattop. Ons watersysteem is een enorme potentiële energiebron, naast wind en zon, zo wijst onderzoek uit.

Met de Energiecoalitie willen Rijkswaterstaat en de waterschappen de realisatie van hun klimaat- en energie ambities versnellen. Daarnaast willen zij de potentie van het waterbeheer binnen de duurzame energietransitie in Nederland meer zichtbaar maken. Een voorbeeld is de energiepotentie van warmte- en koude-onttrekking uit oppervlaktewater. Die potentie is enorm, zo blijkt uit onderzoek van de Unie van Waterschappen en Rijkswaterstaat dat op de Klimaattop is gepresenteerd. Er is gekeken naar de warmte en koude die watergangen, (diepe) plassen en poldergemalen kunnen leveren. Grofweg kan vanuit het watersysteem in 54% van de nationale koudevraag (bijvoorbeeld koeling van gebouwen) worden voorzien, namelijk 3,8 van 7 Petajoule. En in 12% van de warmtevraag (bijvoorbeeld verwarming van gebouwen), namelijk 42 van 350 Petajoule. Dat is een aanzienlijk deel van de totale hoeveelheid die nodig is om woningen en gebouwen in Nederland te verwarmen of te koelen. En veel meer dan de waterbeheerders zelf nodig hebben voor hun doelstelling voor energieneutraliteit voor wat betreft het warmteverbruik.

De potentie is met behulp van adviesbureau IF Technology op een digitale kaart van Nederland zichtbaar gemaakt. Het merendeel van de energiepotentie komt uit regionale wateren die waterschappen beheren. Om deze potentie daadwerkelijk te benutten zou deze nieuwe energiebron moeten worden gekoppeld aan de provinciale en gemeentelijke warmteplannen.

Energie winnen uit oppervlaktewater kan naast warmte en koude onttrekkingen ook door het gebruik van waterkracht en zoet-zout verschillen (zoals de ‘blue energy’ centrale op de Afsluitdijk). Daarnaast wordt gedacht aan het ter beschikking stellen van terreinen en oppervlaktewater aan derden voor duurzame energieopwekking, zoals drijvende zonnepanelen. Dit moet dan wel op een verantwoorde wijze in het waterbeheer worden ingepast. De Energiecoalitie zal innovatieve (pilot)projecten stimuleren. En met andere overheden, bedrijven en stakeholders verkennen hoe de energiepotentie van water volwaardig naast wind en zon gepositioneerd kan worden als derde grote energiebron in Nederland.

[related_post themes=”text”]

Vaillant brengt cv-ketel met ingebouwde CO-sensor op de markt

Gepubliceerd op

vaillant-coBijna de helft van de ongevallen gebeurt met een moderne en goed onderhouden cv-installatie. Dat bleek vorig jaar uit onderzoek van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. De raad riep daarom fabrikanten van cv-ketels op om hun producten veiliger te maken. Met de introductie van de ecoTEC exclusive met ingebouwde CO-sensor, geeft Vaillant gehoor aan dit advies. De ecoTEC exclusive van Vaillant is een doorontwikkeling van de huidige, moderne cv-ketel en focust zich op de veiligheid in huis.

Uit het rapport van de Onderzoeksraad blijkt dat zelfs periodiek onderhoud aan moderne installaties niet voldoende bescherming biedt tegen koolmonoxidevergiftiging. Daarnaast wijst het onderzoek uit dat ook losse koolmonoxidemelders vaak niet doen waarvoor ze bedoeld zijn. Vaillant ontwikkelde een cv-ketel met geïntegreerde CO-sensor die de ketel uitschakelt zodra de CO-concentratie in de verbrandingsgassen te hoog wordt.

Naast veilig is de ecoTEC exclusive ook een zeer duurzame hr-combiketel, aldus de fabrikant. De ketel beschikt over het Green iQ-label dat deel uitmaakt van Vaillants nieuwe, milieuvriendelijke en slimme productlijn met hoge duurzaamheidscriteria. Tevens heeft de ketel in combinatie met een vSMART-slimme thermostaat een A+label voor verwarming. De ecoTEC exclusive levert ruim 16, 20 of 22 liter warm water per minuut, afhankelijk van de warmwaterbehoefte en de gekozen capaciteit. Het modulatiebereik is 1:10.

Ronald Mazurel, productmarketeer bij Vaillant: “De hoeveelheid koolmonoxideongevallen met cv-installaties wordt volgens de Onderzoeksraad onderschat. Men verwacht vaak dat het alleen de oude geisers of slecht onderhouden toestellen zijn, die veel koolmonoxide produceren, maar het gebeurt ook met moderne en goed onderhouden installaties. Bij Vaillant staat veiligheid voorop. Daarom is de ecoTEC exclusive met Green iQ-label niet alleen comfortabel en efficiënt, maar ook extreem veilig. En dat is precies wat mensen van een top hr-combiketel mogen verwachten. Met deze ketel, die is uitgerust met de beste en nieuwste technieken, weten consumenten zeker dat ze honderd procent betrouwbaarheid in huis halen. Om de veiligheid in huis daarnaast nog meer te vergroten, benadrukt Vaillant het installeren van een concentrisch rookgasafvoerkanaal. Bij Vaillant adviseren we dan ook om dit altijd na te vragen bij de installateur.”

De ecoTEC exclusive is verkrijgbaar via Vaillant. Consumenten kunnen daar direct de nieuwe ecoTEC exclusive bestellen, met installatie door een door Vaillant geselecteerde installateur. De cv-ketel is leverbaar in drie modellen.

Bekijk ook het videopersbericht met aanbevelingen van Vaillant en Uneto-VNI om cv-ketels veiliger te maken.

[related_post themes=”text”]