Category Archives: Energie

Integreren van zonnepanelen in gebouwen gebeurt nog niet op grote schaal

Gepubliceerd op

De opschaling van de productie en uitrol in de Nederlandse markt van zonnepanelen die in gebouwen geïntegreerd zijn (BIPV), is mogelijk maar ook uitdagend. Dit blijkt uit onderzoek door het Centre of Expertise NEBER [1] (New Energy, Built Environment and Renewables) en Zuyd Hogeschool in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Gebouwgeïntegreerde zonnepanelen worden gezien als de sleutel tot het vergroten van de toepassing van zonnepanelen in de gebouwde omgeving, vanwege de esthetische kenmerken en omdat deze bouwcomponenten zoals dakpannen en buitenmuren gedeeltelijk overbodig maken. Toch blijven de opschaling en uitrol achter, vergeleken met andere toepassingen van zonnepanelen.

De onderzoekers inventariseerden de faal- en succesfactoren in de ontwikkeling en toepassing van Nederlandse BIPV-producten (Building-integrated photovoltaics). Daarnaast inventariseerden ze de kansen en belemmeringen voor de toepassing van BIPV en de rol van de verschillende stakeholders. Met het onderzoek is inzichtelijk gemaakt waarom de ontwikkeling en toepassing van BIPV in Nederland anno 2016 nog niet, of pas ten dele, aan de verwachting van grootschalige toepassing heeft voldaan. Hun bevindingen zijn gepubliceerd in het rapport ‘Belemmeringen voor BIPV, opschaling & uitrol in de Nederlandse markt voor gebouwgeïntegreerde PV-systemen’.

Martje van Horrik, onderzoeker en projectleider bij NEBER, mede-auteur van het rapport: “Op dit moment bestaat nog te weinig eenduidige en betrouwbare informatie over BIPV-producten en regelgeving. Architecten, adviseurs, installateurs, aannemers, projectontwikkelaars en projectmanagers laten het enorme BIPV-potentieel nog te vaak ongemoeid. Voor de opschaling en uitrol is een intensieve samenwerking nodig tussen PV-leveranciers, PV-ontwikkelaars en adviseurs, uitvoerders en leveranciers in de bouwsector. De PV-sector moet collectief eenduidige informatie gaan verstrekken én de koppeling maken met de praktische randvoorwaarden uit de bouwsector.”

Michiel Ritzen, senior-onderzoeker van de faculteit Bèta Sciences en Technology van Zuyd en mede-auteur van het rapport, is verrast over het potentieel aan BIPV-oplossingen en -bedrijven ondanks de huidige uitdagende marktomstandigheden. “Wat echter ontbreekt is een integraal, multidisciplinair raamwerk. Stakeholders in de bouwsector moeten op het juiste moment over de juiste informatie kunnen beschikken. Bovendien vraagt werkelijk duurzaam bouwen niet alleen om meer PV-toepassingen, maar ook om integratie van alle innovaties.”

Ritzen en Van Horrik dragen met de andere onderzoekers aanbevelingen aan voor verbeteringen op technisch, economisch, juridisch en communicatief vlak. Ritzen: “Door kennis en ervaring te delen kunnen de bouwsector, de PV-sector en overheden samen een belangrijke bijdrage leveren om de potentie van BIPV te benutten. Van Horrik: “Vanuit de roadmap BIPV die in 2015 is opgesteld en met een nieuw opgericht innovatieplatform voor betrokken bedrijven, overheden en kennisinstellingen willen we de opschaling en uitrol een concrete duw geven.”

Ritzen en Van Horrik, alsmede Zeger Vroon, mede-auteur van het rapport en lector Zonne-energie in de gebouwde omgeving bij Zuyd, zijn verantwoordelijk voor een onderdeel van het Photovoltaic Power Systems Programme van het International Energy Agency gericht op onderzoek om de uitrol van BIPV te versnellen.

Download rapport: https://www.rvo.nl/sites/default/files/2016/11/Belemmeringen%20voor%20BIPV.PDF

[related_post themes=”text”]

 

Amsterdam ArenA niet langer afhankelijk van fossiele brandstoffen

Gepubliceerd op

amsterdam-arena_nightDe Amsterdam ArenA krijgt een noodstroomvoorziening gebaseerd op batterijen van gebruikte elektrische auto’s. Dit xStorage Buildings-systeem slaat energie op en distribueert deze als het nodig. Met 280 batterijen is dit het grootste energieopslagsysteem op hergebruikte batterijen dat door een commercieel bedrijf in Europa wordt gebruikt. Het heeft zowel een stroom- als opslagcapaciteit van vier megawatt. xStorage Buildings fungeert als essentiële noodstroomvoorziening van de Amsterdam ArenA en stelt het stadion in staat zijn omgeving, indien nodig, van stroom te voorzien om het elektriciteitsnet te beschermen.

Henk Markerink, CEO van de Amsterdam ArenA: “Het is een enorme stap vooruit op het vlak van duurzaamheid. Binnenkort kunnen wij de door onze zonnepanelen en windmolens opgewekte energie opslaan en gebruiken als we deze nodig hebben. Een geweldige innovatie – in de toekomst wordt de Amsterdam ArenA het eerste stadion ter wereld dat niet langer fossiele brandstoffen gebruikt.”

Frank Campbell, President van Eaton, één van de ontwikkelaars van het systeem: “Het xStorage Buildings-systeem, dat in de Amsterdam ArenA wordt uitgerold, is één voorbeeld uit onze brede portefeuille energieopslagsystemen waarmee alle spelers in de energieketen, van eindgebruikers tot bedrijven en netbeheerders, profiteren van een veilige, betrouwbare en duurzame energieopslag. Een ander voorbeeld is xStorage Home, onze energieopslagunit voor huishoudelijk gebruik. Die geeft consumenten controle over hoe en wanneer ze thuis energie gebruiken, waardoor ze kunnen bijdragen tot de stabiliteit van het lokale en nationale elektriciteitsnet.”

[related_post themes=”text”]

Kamp: “Transitie naar een CO2-arme energievoorziening is definitief ingezet”

Gepubliceerd op

ministerkamp-fullscreenMinister Kamp van Economische Zaken heeft de Energieagenda gepresenteerd, waarin hij aangeeft hoe in Nederland in 2050 nauwelijks nog CO2 zal worden uitgestoten. “De transitie naar een CO2-arme energievoorziening is definitief ingezet, er is geen weg terug. We moeten ons realiseren dat de omschakeling naar een CO2-arme economie grote investeringen vereist. Het kabinet zet in op beleid waarmee de energietransitie kosteneffectief gemaakt kan worden. Bedrijven en lokale overheden hebben daarbij zekerheid nodig, zodat zij hun plannen erop kunnen afstemmen. Volgende kabinetten zullen nog veel moeten uitwerken, maar wij leggen het fundament waarmee zij straks verder kunnen werken”, aldus de minister.

Nederland heeft zich gecommitteerd aan de afspraken van het klimaatakkoord van Parijs.  Dat betekent een drastische beperking van de CO2-uitstoot naar bijna 0 in 2050. Kamp: “Als we de ontwikkeling in de periode 2013 en 2023 doorzetten, groeien we in een geleidelijk tempo toe naar een CO2-arme economie in 2050. Dan behalen we het maximale rendement uit de noodzakelijke investeringen en krijgt ons innovatieve bedrijfsleven de beste kansen op de Europese- en wereldmarkt.”

Het kabinet zet in op het terugbrengen van de energievraag door middel van energiebesparing en het terugdringen van het gebruik van aardgas door het stimuleren van duurzaam opgewekte elektriciteit en duurzame warmte. Kamp: “Een breed pakket aan maatregelen wordt ingezet om dit te bereiken. Zo wordt gekeken hoe we verwarming van woningen, gebouwen en tuinbouwkassen kunnen verduurzamen. Nu nog wordt 30 % van de gebruikte energie in Nederland hiervoor gebruikt Een belangrijke besparing is bijvoorbeeld te behalen door het laten vervallen van de wettelijke verplichting voor aansluiting van huizen en gebouwen op het gasnetwerk. Ook worden er niet meer automatisch nieuwe gasnetten aangelegd voor nieuwbouwwijken. En ook de bron van energie gaan we verder verduurzamen: stroomopwekking van windmolens op zee is succesvol en zal de komende jaren verder worden uitgebreid, ook met windparken die verder uit de kust liggen.”

Voor consumenten die zelf energie opwekken wordt het volgens de plannen van Kamp aantrekkelijker om de energie op te slaan en te verkopen op momenten dat de vraag naar energie groot is. Opslag maakt het ook mogelijk de energie te gebruiken op het moment dat de consument zelf nodig heeft, bijvoorbeeld in de avonduren.

Er bestaan verschillende berekeningen over de kosten die gemoeid zijn met de energietransitie. Vanwege de grote verschillen hiertussen is volgens EZ uitgebreider onderzoek noodzakelijk. Daarbij zal ook gekeken worden naar de mogelijkheden voor financiering van de benodigde investeringen.

De eerste uitkomsten daarvan worden medio 2017 verwacht. Uitgangspunt is dat de energietransitie betaalbaar blijft voor burgers en bedrijven.

[related_post themes=”text”]

“Wonen zonder aardgas is ideaal”

Gepubliceerd op

wonen-zonder-aardgasOp de website hier voor thuis vertelt Lodewijk hoe het is om te wonen zonder aardgas. De ‘ervaringsdeskundige’, werkzaam voor deze site, woont al een tijdje met zijn gezin in het vrijwel aardgasloze Leidsche Rijn in Utrecht. Voorheen woonde hij in het centrum van Utrecht, “in een huis met ramen van enkel glas, ouderwetse gaskachels en zo’n mooie oude geiser die mij voorzag van warm water onder de douche. Ook de oven en het fornuis lagen aan het aardgasinfuus.” Nadat hij bij zijn toenmalige vriendin introk in haar aardgasloze woning, viel hij van de ene in de andere verbazing. Nu concludeert hij dat wonen zonder aardgas ideaal is. Een betoog van een insider.

[related_post themes=”text”]

Volgend jaar €12 miljard beschikbaar voor hernieuwbare energieprojecten

Gepubliceerd op

zon-en-windenergieVoor de stimulering van hernieuwbare energieprojecten stelt het kabinet voor 2017 zowel in het voor- als najaar €6 miljard beschikbaar via de regeling SDE+. Voortzetting van deze regeling draagt bij aan het streven van het kabinet om in 2050 een CO2-arme energievoorziening te realiseren. Met het energieakkoord denkt het kabinet een belangrijk stap te hebben gezet in de energietransitie. Met het energierapport, de energiedialoog en straks de energieagenda, wil het kabinet laten zien dat het ook voor de toekomst met verschillende partijen blijft werken aan vermindering van de uitstoot van CO2.

In het Energieakkoord is door overheid, werkgevers, vakbeweging en natuur- en milieuorganisaties afgesproken om in 2020 14% hernieuwbare energie te realiseren en in 2023 16%. De SDE+ draagt in belangrijke mate bij aan het behalen van deze doelstelling.

Minister Kamp: “Het aandeel hernieuwbare energie ontwikkelt zich positief. Dat blijkt uit het aantal aanvragen dat in 2016 is ingediend voor de stimuleringsregeling SDE+. Voor het beschikbare budget was de regeling tweemaal overtekend. Daarnaast zijn veel aanvragen ingediend tegen een lager subsidiebedrag dan aangevraagd kon worden. Dit toont aan dat de door de SDE-systematiek beoogde concurrentie ervoor zorgt dat de prijs voor hernieuwbare energie daalt. Het creëren van concurrentie tussen fossiele en duurzaam opgewekte energie is een belangrijke voorwaarde om te komen tot een CO2-arme energievoorziening in 2050.”

De SDE+ is zo ingericht dat zoveel mogelijk hernieuwbare energie wordt opgewekt tegen zo laag mogelijke kosten. De regeling prikkelt aanvragers om projecten voor een zo laag mogelijke subsidie in te dienen, waarbij er concurrentie is tussen de verschillende technologieën.  Dit betekent dat projecten die voor een lager subsidiebedrag inschrijven, meer kans hebben de subsidie te ontvangen. Dit is positief voor de energierekening van burgers en bedrijven en lokt innovatie uit. De SDE+ staat ook in 2017 open voor projecten die energie opwekken uit hernieuwbare bronnen zoals wind, biomassa, zon, geothermie en water. Zon- en windenergie laten sinds de start van de SDE+ regeling de grootste kostendaling zien.

Het maximale basisbedrag voor 2017 in de SDE+ wordt verlaagd van € 0,15/kWh naar € 0,13/kWh en past bij de kostenreductie van hernieuwbare energie.

[related_post themes=”text”]

Meer dan helft kantoorpanden van grootste eigenaren voldoet niet aan energielabel C

Gepubliceerd op

centerpointNatuur & Milieu heeft de Nederlandse kantorenportefeuille van de twintig grootste eigenaren onderzocht op energiezuinigheid. Het bleek dat 54 procent van de onderzochte panden niet voldoet aan de norm van label C als minimum. Label C wordt waarschijnlijk met ingang van 2023 verplicht voor alle kantoren. Er zijn duidelijke verschillen tussen de onderzochte partijen. De meerderheid van de twintig onderzochte marktleiders is helaas geen voorloper, zo concludeert Natuur & Milieu.

De twintig eigenaren zijn op basis van de energielabels van hun kantoren in te delen in drie groepen:

Voorlopers: deze zijn goed op weg. Minimaal 66 procent van hun panden heeft label C of beter. Natuur & Milieu heeft slechts zes voorlopers gevonden: • Chaletgroep • Commerz Real Investment • Dutch Office Fund • Gemeente Amsterdam • Schiphol Real Estate • Wölbern Invest

Achterblijvers: deze hebben nog een enorme energie- uitdaging. Minder dan 33 procent van hun panden voldoet aan de norm van label C of beter; twee derde van hun panden voldoet hier nog niet aan. Natuur & Milieu onderscheidt vijf achterlopers: • Breevast • Hanzevast Real Estate • Lonestar • Ping Properties • Rabobank (andere kantoorpanden in eigendom dan eigen bankkantoren) • Rijksoverheid (overige kantoren, waaronder Politie en Defensie)

De overige partijen behoren tot de middenmoot: • ABN AMRO • Achmea Holding • Deka Immobiliën • Fortress Investment Group • ING Bank • Merin • NSI • NS Vastgoed • Rabobank (eigen bankkantoren) • Rijksoverheid (panden van Rijksvastgoedbedrijf)

Lang niet alle kantoren van deze twintig eigenaren hebben een energielabel. Een kwart van de onderzochte panden heeft geen label. Blijkbaar zien deze marktleiders niet altijd de meerwaarde van een energielabel. De Rijksoverheid (voor wat betreft de panden van het Rijksvastgoedbedrijf), Hanzevast, Schiphol Real Estate, ING Bank, NSI en Chaletgroep hebben de meeste kantoren met een energielabel; meer dan 90 procent van hun panden is gelabeld. Breevast en NS Vastgoed hebben nog een flinke achterstand bij het labelen van hun kantoren: slechts minder dan de helft van hun panden heeft een energielabel. Dit geldt ook voor de panden in eigendom bij dochters van de Rabobank. Mogelijk labelen zij hun panden alleen bij mutaties. Kantoren moeten voorzien zijn van een energielabel bij mutatie (verhuur, verkoop, oplevering.

[related_post themes=”text”]

‘Slimme meters moeten worden voorzien van display voor beter effect’

Gepubliceerd op

slimme-meter-vervangen-bij-installeren-zonnepanelen-1555-w800Volop in de landelijke media afgelopen weekend: ‘Huishoudens met een slimme energiemeter besparen minder elektriciteit en gas dan gedacht’. Gemiddeld is dit nog geen  1 procent minder, terwijl werd uitgegaan van een gemiddelde energiebesparing van 3,5 procent. Met deze mededeling kwam het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zaterdag. Onderzoek leerde dat het effect van de slimme meters tegenvalt, door het ontbreken van een schermpje in woonkamers dat het actuele gebruik toont. Zo’n schermpje zou gebruikers bewuster maken van hun verbruik. Zonder schermpje moeten ze in de meterkast of op een app kijken, wat minder goed zou werken. Het kabinet moet daarom overwegen om alle slimme energiemeters alsnog te voorzien van een display, zo adviseert het PBL. Bij de invoer van de meters in 2015 is daar juist bewust van afgezien.

[related_post themes=”text”]

‘All electric NOM-woning draagt niet bij aan reduceren CO2-uitstoot’

Gepubliceerd op

Newly build houses with solar panels attached on the roof against a sunny sky

De laatste tijd vindt er steeds meer discussie plaats over de vraag in hoeverre de NOM-woningen echt bijdragen aan het reduceren van de CO2-uitstoot en of het niet gewenst is dat ook andere innovaties een kans krijgen in de zoektocht naar CO2-reductie en verduurzaming. Illustratie hiervan is het voornemen van Minister Blok om ook NOM-concepten op gas toe te laten tot de EPV en de Kamervragen die daar weer over gesteld zijn door Albert de Vries. Ketelfabrikant Remeha mist in de maatschappelijke discussie een groot gebrek aan kennis en inzicht in de energietechniek en hoe de technieken zich in een echt huis eigenlijk gedragen. Hierdoor wordt de belangrijkste energiedoelstelling CO2-reductie niet behaald, volgens de fabrikant, die de feiten en de techniek op een rijtje zet.


Het NOM all electric concept

Het NOM (Nul-op-de-Meter) concept is een benadering waarbij men in de woning evenveel elektriciteit probeert op te wekken als er op jaarbasis wordt gebruikt, dus netto 0 op de meter. De verwarming wordt in deze concepten met een warmtepomp gedaan omdat alleen elektriciteit gesaldeerd kan worden. Dit wordt over een heel jaar bekeken en het totaal moet dan 0 zijn. Bij deze benadering mag er wel aan het elektriciteitsnet worden geleverd als er teveel elektriciteit is, of gekocht als er te weinig is; het elektriciteitsnet wordt als een soort buffer gebruikt. Impliciet wordt er dus ook vanuit gegaan dat de CO2-belasting van elektriciteit altijd hetzelfde is. Deze benadering is veel te simpel en leidt tot een (forse) CO2-uitstoot.


De NOM-woning misbruikt het net als buffer

Uit berekeningen blijkt dat bij de NOM-woning van de hoeveelheid opgewekte elektriciteit van de PV- panelen slechts 20% naar de warmtepomp gaat. De rest wordt dus naar het elektriciteitsnet gestuurd en later weer van het net gehaald. Dit heeft consequenties voor het net en de opwek van elektriciteit.

Het elektriciteitsnet is namelijk geen buffer. Alle energie die via het netwerk wordt getransporteerd moet continu gemanaged en in balans gehouden worden, een taak die vrijwel onzichtbaar is maar cruciaal voor het functioneren. De netwerkbeheerders hebben hierin een zeer belangrijke rol. Dat houdt ook in dat er, wanneer de vraag naar elektriciteit toeneemt extra geproduceerd moet worden, meestal door de kolencentrale met bijbehorende uitstoot. Het net is dus geen buffer.


De NOM-woning zorgt niet voor een serieuze CO2-reductie

De gegevens van de CO2-intensiteit voor geproduceerde elektriciteit in Nederland blijken zeer lastig te verkrijgen. Een zoektocht over onze oostgrens is echter verassend eenvoudig, de cijfers zijn gewoon publiekelijk te vinden op internet. Laten we deze cijfers eens bekijken ervan uitgaande dat onze oosterburen het vast niet slechter doen dan Nederland. Intussen houd ik mij aanbevolen indien iemand de cijfers van Nederland ter beschikking wil stellen.

fig-1In deze grafiek wordt het aantal kilogrammen per kWh weergegeven dat wordt uitgestoten bij de productie van elektriciteit. Dat is dus inclusief alle duurzame opwekkers. Op de as linksonder staan de uren van de dag, op de andere horizontale as de maanden van het jaar en de verticale as geeft de kilogrammen weer. Het is eenvoudig te zien dat de elektriciteit midden op de dag in de zomer het schoonst is en in de winter, en vroeg en laat op de dag, het smerigste.

Dat houdt dus ook in de elektriciteit die we overdag naar het electriciteitnet sturen omdat we thuis teveel hebben een andere ‘CO2’-aarde heeft dan de elektriciteit die we ’s avonds of ’s winters inkopen om de warmtepomp aan te drijven.

De echte prestaties van de warmtepomp onder praktijkcondities in combinatie met de CO2-uitstoot die gepaard gaan met het opwekken van de elektriciteit laten zien dat een NOM-woning helemaal geen CO2 bespaart.


Eerste conclusie:

Wanneer we naar het gebruik van het electriciteitnet als buffer en de CO2-intensiteit kijken kan de conclusie niet anders zijn dan dat het salderen van energie niet toegestaan mag worden, dus ook niet binnen het NOM all electric concept, de CO2-belasting is namelijk niet gelijk en het electriciteitnet is geen buffer. Er is bovendien, anders dan door de besparing door isolatie, geen sprake van CO2-reductie door het NOM concept ondanks dat ‘Nul-op-de-meter’ dat impliciet suggereert.


De netbelasting van een NOM-woning is hoger dan een traditioneel huis

De netbelasting van de NOM-woning op all electric is helaas niet lager maar veel hoger dan een traditioneel huis. In onderstaande grafiek is goed te zien wat een NOM-woning op all electric betekent voor de belasting van het net. Gedurende vele uren en dagen in de winter ligt de belasting rond de 2kW. In de zomer gebeurd het omgekeerde, gedurende vele uren en dagen ligt de export boven de 2kW. Er is eigenlijk zelden een moment in het jaar dat het netjes in balans is. Hierbij is het van belang om te weten dat de capaciteit van het laagspanningsnet is uitgelegd op 1kW per woning.

fig-2Een eenvoudige conclusie is dus dat dit niet past willen we dit grootschalig gaan toepassen in Nederland. Momenteel worden de kosten van netaanpassing en de hieraan gerelateerde miliebelasting voor de NOM-projecten buiten de businesscase gehouden terwijl die kosten wel gemaakt moeten worden.


Hoe dan wel? De NOM-woning op gasvormige brandstof

Willen we een woning naar een uitstoot van 0 brengen dan is eigenlijk wel duidelijk dat we die woning elektrisch gezien niet op jaarbasis maar continu naar 0 moeten brengen. We hebben dus techniek nodig die naast de PV-panelen ook stroom opwekt wanneer we dat echt nodig hebben. Een dergelijk concept wordt inmiddels al getest. Bij dit concept wordt er een installatie bestaande uit een micro-wkk (een HR ketel die stroom maakt) gecombineerd met PV-panelen en een kleine accu.

fig-3De grafiek laat zien wat er nu met de belasting van het net gebeurt zelfs als er nog geen accu wordt toegepast:

Wanneer we een woning continu op 0 kunnen zetten wat elektriciteit betreft vragen we dus geen extra capaciteit van het net maar maken we capaciteit vrij. Hierdoor ontstaat ruimte op het netwerk voor een verdere introductie van elektrisch vervoer, want ook daar loopt men tegen het capaciteitsprobleem aan. Het mes snijdt dan aan meerdere kanten.


NOM-woning op (schoon) gas

Met toepassing van een accu kan de belasting van het net voor 80% worden teruggebracht. Geen belasting van het net betekend ook geen CO2-productie. Door de micro-wkk op groen of schoon gas te stoken wordt ook aan de gas kant elke uitstoot vermeden en ontstaat er een concept dat daadwerkelijk de volledige uitstoot kan voorkomen. Kortom hiermee kan wél CO2 nul worden behaald.


Kosten NOM-woning op gas aanzienlijk goedkoper dan NOM-woning op all electric

Uiteindelijk zullen de kosten van de hele energietransitie gedragen moeten worden door de bevolking. Het is daarom uiterst relevant dat we zowel de maatschappelijke kosten als de kosten per woning zo laag mogelijk houden. Ook vanuit die optiek is het verschil tussen NOM-woning op all electric en een NOM-woning op gas groot. Op dit moment zijn, zelfs zonder de extra kosten van netverzwaring, de investeringskosten van een NOM-woning op all electric aanzienlijk hoger dan een NOM-woning op schoon gas. De kosten van een NOM-woning op all electric zijn namelijk ongeveer 3 keer zo hoog!


Schone energie

Belangrijk in de hele discussie is uiteraard de vraag hoe schoon energie is en hoe dat in de toekomst is. Elektriciteit is slechts een vorm van energie, datzelfde geldt voor gas, de echte vraag is waar komt onze energie vandaan en hoe is dat in de toekomst, en wat is dan de CO2-belasting. Willen we echt naar een uitstoot van 0 dan zullen we weg moeten van alle fossiele bronnen en dus volledig overschakelen naar bronnen waarbij netto geen CO2 meer wordt uitgestoten. De vraag die dan overblijft is hoe brengen we de energie van de plaats van opwek naar de afnemer en hoe gaan we om met het verschil tussen vraag en aanbod. Eenvoudige conclusie is dat we een transportsysteem nodig hebben en een vorm van opslag.  De technieken die ons openstaan voor opslag van energie laten zien dat we elektriciteit goed kunnen opslaan voor de korte termijn in kleine hoeveelheden en dat we energie goed in een gasvorm (‘power to gas’ en biogas) kunnen opslaan voor lange termijn en in grote hoeveelheden. We hebben het geluk dat we voor beide een goede infrastructuur hebben.

fig-4Wanneer we CO2 tot doel maken en niet perse ‘all electric’ tot doel verheffen dan kunnen we dus de huidige gas- en elektriciteitsinfrastructuur gebruiken om ons doel te bereiken. Een eerste evaluatie laat zien dat we binnen de capaciteit van de huidige infrastructuur de gehele gebouwde omgeving naar een uitstoot van 0 kunnen brengen, netverzwaring en bijkomende kosten is dus helemaal niet nodig. Voorwaarde is wel dat we gaan sturen op verlaging van de CO2-uitstoot. De uitdaging naar de gas- en elektriciteitsindustrie moet dus zijn om beide vormen van energie schoon te maken. De technologie om dat te doen is al beschikbaar.


Samenvattend

Het voornemen om schoon gas toe te laten gaat zorgen voor de nieuwe innovaties die hard nodig zijn. Met de all electric aanpak wordt niet de beoogde CO2-doelstelling behaald.

De NOM-aanpak op all electric zorgt voor een onacceptabel grote netverzwaring zonder relevante besparing op de uitstoot.

De NOM-woning op schoon gas zorgt juist wel voor reductie, verlaagt de belasting van het net en maakt capaciteit vrij voor zaken als elektrisch vervoer.

Vanuit die optiek is het dan ook volstrekt onbegrijpelijk dat vanuit partijen die claimen de CO2-reductie na te jagen bezwaar wordt gemaakt tegen schoon gas én uitsluitend de all electric aanpak ondersteunen. Juist alle technieken, energiedragers en infrastructuur samen zijn nodig om onze doelstelling voor CO2 nul in 2050 te behalen en de particuliere en maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden.


Toelichting

Grafiek: belasting op electriciteitsnet

De grafiek geeft de belasting op het elektriciteitsnet veroorzaakt door een woning. Hieronder een eenvoudiger weergave van wat er gebeurt:

fig-5Op elke dag is er een bepaald aanbod van elektriciteit en vraag naar elektriciteit. Tevens is er een vraag naar verwarming. Wanneer de vraag naar warmte groot is, is het aanbod van duurzame energie laag. Dat is om te rekenen naar een netbelasting van de woning. Wanneer er voor elke dag van het jaar een grafiek wordt gemaakt en die worden achter elkaar gezet ontstaat de 3D grafiek zoals gebruikt in het artikel.

 

Auteur van dit artikel is: ing M.J. Bijkerk, Manager Innovative technologies, Remeha B.V.
Zie ook een eerder verschenen artikel in InstallateursZaken oktober

 

Lees hier de reactie van Jan Willem vd Groep op dit artikel

Lees hier de reactie van Remeha

[related_post themes=”text”]

Maatregelen energiebesparing woning steeds vanzelfsprekender

Gepubliceerd op

energie-woningAl bijna 2.800 huiseigenaren hebben sinds half september een subsidie aangevraagd voor het isoleren van hun huis. Wie tegelijk twee isolatiemaatregelen neemt, kan ongeveer 20 procent subsidie krijgen. Er is in totaal 60 miljoen beschikbaar voor het nemen van isolatiemaatregelen. De grote interesse komt mede door de nieuwe overheidscampagne ‘Energie besparen doe je nu’. Bijna driekwart (74 procent) van de woningbezitters beschouwt het overigens als vanzelfsprekend om na te denken over energiebesparing bij het kopen en/of verbouwen van de eigen woning. Dat beeld komt naar voren uit onderzoek van TNS NIPO onder ruim duizend huiseigenaren met energielabel C of lager. Veel mensen zien echter op tegen de rommel en overlast.
In de aanloop naar de Dag van de Isolatie (zaterdag 5 november) stimuleert de campagne ‘Energie besparen doe je nu’ mensen nog eens extra om hun dak, vloer, gevel, spouwmuur en/of ramen te isoleren. Ook op lokaal en regionaal niveau zijn er vele initiatieven. Tijdens de Dag van de Isolatie laat men in meer dan honderd woningen zien hoe isoleren in zijn werk gaat. Daarnaast is er op 5 en 12 november een Duurzame Huizen Route waar bijna 700 energiezuinige huizen, van appartementen en rijtjeshuizen tot monumenten, te bezoeken zijn. Verspreid over het hele land organiseren Energieloketten dit najaar veel activiteiten.

[related_post themes=”text”]

“Zonnepanelen presteren beter op het platteland dan in steden”

Gepubliceerd op

Wilfried van Sark

Volgens Wilfried van Sark van de Universiteit Utrecht presteren zonnepanelen in een stedelijke omgeving gemiddeld slechter dan in een landelijke omgeving. Van Sark is één van de initiators van de actie ‘Tel de Zon’. Met deze actie vraagt de stichting Monitoring Zonnestroom in samenwerking met de Universiteit Utrecht zoveel mogelijk bezitters van zonnepanelen om gedurende één week bij te houden hoeveel zonnestroom er die week werd opgewekt. Deze actie loopt inmiddels drie jaar en laat zien dat de prestatieverhoudingen van de zonnepanelen goed te zijn. De spreiding van de prestaties is echter groot: er zijn systemen met een hele hoge en met een lage opbrengst.

Voor de lagere opbrengsten is volgens Van Sark veelal één, logische, oorzaak aan te wijzen: schaduw. Bomen, schoorstenen en dakkappellen zijn veel voorkomende objecten die schaduw veroorzaken en daarmee de opbrengsten van pv-systemen verlagen. Daarbij ziet de onderzoeker een trend dat systemen in de urbane omgeving – waar logischerwijs meer objecten zijn die schaduw veroorzaken – gemiddeld gezien een lagere energieopbrengst hebben dan systemen in meer landelijke omgeving.

Een positieve ontwikkeling is daarbij volgens Van Sark de toenemende prestaties van zonnepanelen door continue innovatie bij fabrikanten van zonnepanelen én omvormers. “De prestaties van zonnepanelensystemen blijven stijgen door onder meer een verbeterd rendement van zonnepanelen bij een lage lichtintensiteit en een hoger rendement van omvormers. Kritische succesfactoren voor pv-systemen zijn lastig te benoemen, maar logischerwijs is goed installeren natuurlijk essentieel. Bovendien is het zaak om de opbrengst van zonnepanelen goed te monitoren zodat eventuele problemen snel kunnen worden opgelost.”

[related_post themes=”text”]

In stappen tot Nul-op-de-meter via modulaire aanpak

Gepubliceerd op

meterteller-op-nul-310x200Een groep bedrijven introduceert een aanpak om corporaties te helpen bij het verduurzamen van de bestaande bouw. De modulaire aanpak maakt het mogelijk om in stappen tot Nul-op-de-meter te komen, aldus de initiatiefnemers. Deze ‘Beter Op De Meter’ oplossing kende al een aanpak voor rij- en hoekwoningen, waarbij met een investering van €30.000 euro de bewoner 80% bespaart op zijn energierekening. De slimmigheid van deze aanpak zit in het geïntegreerde prefab gevelconcept waarin de installaties zijn verwerkt. Deze basisingreep zorgt al voor 50% besparing. Met de plusvariant kan dit oplopen tot 80%.

Beter Op De Meter is realiseerbaar in vijf werkdagen en verkrijgbaar vanaf € 30.000,- per woning voor gezinswoningen en vanaf € 37.500,- voor portiekwoningen. Er is ook een Nul-op-de-meter ingreep mogelijk, zodat de Energieprestatievergoeding (EPV) van toepassing is.

Beter Op De Meter is zowel in te zetten per individuele woning (n=1) als per complex. Dit maakt het concept aantrekkelijk voor corporaties die willen verbeteren bij mutaties of in situaties waar draagvlak nodig is voor de aanpak. Met de modulaire opzet van de pakketten is het bovendien mogelijk om, indien gewenst, in stappen naar Nul-op-de-meter te komen. Dat biedt corporaties ruimte om naast energiebesparende maatregelen ook andere noodzakelijke woningverbeteringen door te voeren.

Beter Op De Meter is een initiatief van Hemubo, Smits Vastgoedzorg, Rutges vernieuwt en TBI-ondernemingen ERA Contour, Hazenberg Bouw en Koopmans Bouwgroep.

[related_post themes=”text”]

NEN nodigt partijen uit om samen te werken aan de energietransitie

Gepubliceerd op

jorge-melero-renewable-world-e1470678566616Nederland is bezig met de overgang naar een CO2-arme energievoorziening door inzet van energiebesparing en duurzame energiebronnen. De energietransitie vraagt volgens NEN om een normalisatieagenda met als doel een substantiële bijdrage te leveren aan de beperking van het CO2-uitstoot (Klimaatakkoord Parijs) en om de Nederlandse kennis en expertise verder in de markt te zetten. Samen met Nederlandse bedrijven wil NEN hierover in gesprek om via (internationale) normalisatie deze doelen te realiseren.

De snelheid van de energietransitie, met inbegrip van de samenstelling van de toekomstige energiemix en de integratie met andere systemen, laat zich moeilijk voorspellen. Hierop zijn diverse politieke, economische, sociale en technologische factoren van invloed. De ‘sense of urgency’ om de energietransitie te realiseren is hoog met het oog op klimaatverandering en energieleveringszekerheid. In dit licht zijn diverse trends waar te nemen, waaruit blijkt dat nieuwe afspraken nodig zijn die via normalisatie tot stand kunnen komen. Deze trends heeft NEN beschreven in haar whitepaper ‘Samenwerken aan de energietransitie’.

Normalisatie is een instrument voor een veilige, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en via normalisatie worden al de nodige stappen gezet om de energietransitie te realiseren, zo betoogt NEN. ‘Deze ontwikkelingen behoren dan ook onverminderd te worden voortgezet. Waar voorheen normen veelal verticaal werden ontwikkeld (bijvoorbeeld per brandstof), vraagt de energietransitie ook om horizontale en diagonale normen om verschillende systemen met elkaar te verbinden en uitwisseling te borgen (bijvoorbeeld omzetting van overtollige windenergie in gas, ook wel ‘power-to-gas’ genoemd).’

De normalisatieagenda wordt in de komende maanden met industrie, overheid, kennisinstellingen, NGO’s en andere belanghebbende partijen besproken en uitgewerkt. NEN nodigt partijen uit het gesprek aan te gaan. Kijk op nen.nl/energie voor meer informatie en om de whitepaper ‘Samenwerken aan de energietransitie’ te downloaden.

[related_post themes=”text”]

Manifest ‘Aan de slag met wonen zonder aardgas’ aangeboden aan Rutte en Dijksma tijdens Klimaattop

Gepubliceerd op

ROTTERDAM, 26 oktober 2016. Klimaattop 2016 in de van Nellefabriek FOTO MARTIJN BEEKMAN / IenM

Tijdens de Nationale Klimaattop vandaag ondertekenden bijna honderd partijen, waaronder gemeenten, provincies, Energie-Nederland, Enexis, Liander, Stedin, Programmabureau Warmte Koude Zuid-Holland, Natuur & Milieu en het HIER klimaatbureau het manifest ‘Aan de slag met wonen zonder aardgas’. Daarmee geven zij aan concreet te beginnen met de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Het manifest is na ondertekening aangeboden aan minister-president Mark Rutte en staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Sharon Dijksma. Dijksma: “Het initiatief van bijna honderd gemeenten, provincies en andere organisaties om te werken aan gasvrije huishoudens is mooi en tegelijk noodzakelijk. Nederland moet af van zijn verslaving aan fossiele energie. Er is veel winst te behalen in CO2-reductie in woningen. Mensen in een groot aantal gemeenten kunnen er straks voor kiezen om energieneutraal te gaan wonen. Dat levert een flinke milieuwinst op en tegelijk ook een lagere energierekening.”

Een van de grootste consequenties van het klimaatakkoord van Parijs voor Nederland, is dat we gaan stoppen met het gebruik van aardgas in de gebouwde omgeving. Dat betekent dat ruim zeven miljoen huishoudens overgaan op andere manieren van verwarming, koken en het verwarmen van tapwater. Gemeenten, provincies, energiebedrijven, netbeheerders, milieuorganisaties en lokale energie-initiatieven grijpen deze verandering aan om gezamenlijk de verduurzaming van Nederland te versnellen. De partijen kunnen samen vanaf 2030 een CO2-reductie van ruim 5 megaton per jaar realiseren.

De transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving leidt voor veel bewoners tot grote veranderingen. Het is dan ook van essentieel belang hen tijdig te informeren en te betrekken bij de verduurzaming van hun woning en buurt. Op dit moment is 86 procent van de Nederlanders nog niet op de hoogte van de noodzaak om te stoppen met het gebruik van aardgas voor de verwarming van woningen. Via de website www.hierverwarmt.nl worden bewoners geïnformeerd over de plannen in hun omgeving.

Met een wijkgerichte aanpak worden bewoners in de bestaande bouw betrokken bij de keuze voor alternatieven en wordt uiteindelijk de meest passende warmtevoorziening gekozen. In alle gevallen is besparing door middel van isolatie noodzakelijk. De partijen streven ernaar om er zo snel mogelijk voor te zorgen dat nieuwbouwwijken niet meer op aardgas aangesloten worden.

Door bundeling van krachten kunnen kostenreducties plaatsvinden zodat alternatieven voor aardgas steeds goedkoper worden. Daarom ontplooien de gemeenten, provincies, netbeheerders en energiecoöperaties activiteiten voor de overgang naar een aardgasvrije leefomgeving in samenwerking met woningcorporaties, bouwbedrijven en overige bewonersorganisaties. Omdat de aardgastransitie vele nieuwe vragen oproept, organiseren zij ook samen met deze partijen en andere overheden een professionele kennisontwikkeling en -deling, zowel op landelijk als lokaal niveau.

De regionale netwerkbedrijven ondersteunen gemeenten bij de transitie door onder andere relevante informatie over de gasnetten en de elektriciteitsnetten ter beschikking te stellen. Zo werken zij samen aan de meest optimale oplossingen voor een duurzame, veilige en betrouwbare energie-infrastructuur tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.

Lokale energie-initiatieven spelen een aanjagersrol bij de transitie door samen met gemeenten plannen te ontwikkelen en bewonersorganisaties te betrekken en begeleiden in dit proces. HIER opgewekt, het kennisplatform van lokale energie-initiatieven, ondersteunt de lokale energie-initiatieven op dit terrein.

Het manifest is een initiatief van Programmabureau Warmte Koude Zuid-Holland en het HIER Klimaatbureau.

Maya van de Steenhoven, namens Programmabureau Warmte Koude Zuid-Holland: “Als we serieus zijn over de ambities die we hebben afgesproken in Parijs, moeten we veel meer gaan doen dan nu. Er is snel actie nodig om grote investeringen in nieuwe gasnetten te voorkomen. Het feit dat zoveel partijen vandaag uitspreken hier daadwerkelijk mee aan de slag te gaan, is een historische eerste stap voor het gasverslaafde Nederland. In Zuid-Holland zijn de eerste stappen al in voorbereiding.”

Sible Schöne namens het HIER klimaatbureau: “In de jaren zestig heeft ook een vergelijkbare grootschalige transitie van kolen naar gas plaatsgevonden. Aardgas heeft de Nederlandse huishoudens veel gebracht, maar nu is het tijd voor een schoner en duurzamer alternatief. De transitie naar wonen zonder aardgas is een groot en langdurig proces. Juist daarom is het belangrijk dat we het nu in gang zetten.”

[related_post themes=”text”]

Bewustwordingscampagne Zeer Energiezuinige Nieuwbouw van start

Gepubliceerd op

shutterstock_89658352Deze week gaat de bewustwordingscampagne ‘Ik woon zen’ officieel van start. ‘Ik woon zen’ is ontwikkeld om mensen aan het denken te zetten. Met een video, online campagne en website worden de voordelen van Zeer Energiezuinige Nieuwbouw (ZEN) onder de aandacht gebracht bij de consument. Zeer Energiezuinige Nieuwbouw is het vervolgprogramma van de partijen in het Lente-akkoord (Aedes, Bouwend Nederland, Neprom, NVB en de minister van BZK). Met ZEN wil meneen positieve kanteling in de woningmarkt stimuleren, waardoor energie niet langer een kostenpost is maar een waardevermeerdering. Over vijf jaar moet alle nieuwbouw (bijna) energieneutraal of zelfs energieleverend zijn. Niet alleen voor de bewoners en samenleving, maar ook voor de bouwer, de corporatie, de belegger en de projectontwikkelaar.

De focus van ZEN ligt op energiereductie, een term die de consument nog weinig zegt. Maar met de bewustwordingscampagne is energiereductie inzichtelijk gemaakt en vertaald naar concrete voordelen. Energiezuinig wonen maakt een fundamenteel verschil in het wooncomfort, de portemonnee en het milieu, aldus de initiatiefnemers. Bij comfort, gezond binnenklimaat, energielasten verlaging en waardevermeerdering heeft de consument wel een beeld.

[related_post themes=”text”]

Energietransitie: niet óf maar hoe!

Gepubliceerd op

techneco-1Met ruim elfduizend bezoekers bracht de deze week gehouden Vakbeurs Energie meer geïnteresseerden naar Den Bosch dan voorgaande jaren. Tijdens de beurs gaven honderden sprekers hun visie op de energietransitie. Waar Maxime Verhagen van Bouwend Nederland het dinsdagmorgen tijdens de opening had over “het grote aantal samenwerkingen dat nodig is om tal van nieuwe concepten met betrekking tot de energietransitie te realiseren”, gaf Diederik Dicou van De Nederlandsche Bank aan dat “de vraag niet meer of, maar hoe!” is en sprak hij over het belang van een duidelijkere koersbepaling om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs te behalen. Hoewel de accenten anders lagen, leefde zowel bij de vakbezoekers, sprekers als exposanten duidelijk het besef dat de energietransitie in volle gang is.

Dit keer was er op de beurs ook volop aandacht voor financiering. Zo FME presenteerde de resultaten van haar onderzoek naar de financiële barrières bij de uitvoering van energiebesparingsprojecten binnen de industrie. Hans van der Spek, manager cluster energie bij FME: “Het probleem zit hem met name in de projecten met een langere terugverdientijd dan drie jaar. Daarvan blijft zo’n 90% op de plank liggen, wat natuurlijk doodzonde is!” Aanbevelingen uit het rapport zijn o.a. een betere handhaving en meer financieringsmogelijkheden wat betreft achtergestelde leningen. Uiteraard moet de industrie ook hand in eigen boezem steken. Van der Spek: “Technologie leveranciers moeten nieuwe businessmodellen ontwikkelen, met name voor het leveren van energiebesparing als dienst.”

RVO.nl (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) had dit jaar een actieve rol als het gaat om het informeren van ondernemers, lokale overheden en maatschappelijke organisaties over het grote aantal regelingen dat er is vanuit de overheid ten aanzien van investeringen in duurzame energie of energiebesparing. Niet alleen verzorgde RVO.nl dagelijkse lezingen over uiteenlopende onderwerpen, ondernemers konden ook voorafgaand aan de beurs online een afspraak maken met een adviseur naar keuze. Op de beurs zelf kon men persoonlijk een adviseur spreken, een mogelijkheid die door honderden ondernemers werd aangegrepen. Maarten Dekkers, adviseur duurzame energie bij RVO.nl,: “De vragen die we deze drie dagen hebben gehad waren heel divers, maar de onderliggende vraag was vaak: wat is er eigenlijk allemaal mogelijk? Als je bedenkt dat we ruim 130 regelingen uitvoeren, dan snap ik dat ondernemers soms door de bomen het bos niet meer zien! Een algemene tip die ik veel heb gegeven was: lees eerst de wetgeving zelf goed door, veel ondernemers nemen daar de tijd niet voor, dat is zonde.”

Het onderwerp financiering kwam verder ook breed terug in het uitgebreide programma van seminars, lezingen, workshops en congressen dat organisator 54events samen met partner F&B (specialisten in energie en milieu) had opgesteld. Aan het programma werkten tal van partners, branche- en beroepsverenigingen als de Rijksoverheid, FME, Nederlands Platform Warmtepompen, NKL (Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur), Holland Solar, Stichting KIEN en Provincie Noord-Brabant mee, met als resultaat een programma met veel variatie dat goed aansloot bij de verschillende interesseprofielen van de vakbezoekers. Als verbindend elementen in overgang naar een duurzame energievoorziening stond energieopslag in al haar facetten ruim in de belangstelling. Dit keer ging veel aandacht uit naar thuisoplossingen op het gebied van batterijsystemen, een ontwikkeling die er heel snel aan lijkt te komen.

Om te onderstrepen dat energietransitie mensenwerk is worden jaarlijks twee Energie Awards uitgereikt: die voor Energie Professional van het Jaar en voor Energie Talent van het Jaar. Naar de titel Energie Professional van het Jaar 2016 dongen mee Sebastiaan Lagendaal van de Hermitage met zijn warmteproject Tussen Kunst & Kas, Benno Elshof van Van Beek Ingenieurs met het online platform Duurzaam in Beeld en Laetitia Ouillet van Eneco / TUe met haar herijking van de ‘duurzaamheids’ strategie van Eneco. Het was uiteindelijk Sebastiaan Lagendaal die met de prijs naar huis ging. Zoals in het juryrapport stond vermeld: ‘Een mooi voorbeeld van verder kijken dan je neus lang is: als warmte uitwisseling met de buren niet mogelijk is, waarom zou je dan niet verderop kijken? Een pittig project met veel stakeholders, maar ondanks dat zo te zien een erg mooi resultaat met veel externe exposure’.

De uitreiking van Energie Talent van het Jaar gebeurde tijdens het speciale studentenprogramma op woensdagmiddag 5 oktober. Hier ging Martijn de Groot met de prijs naar huis. Hij ontwikkelde voor zijn stagebedrijf en inmiddels werkgever Autarco een model voor het geven van kWh garantie op zonnepanelen. Hiermee worden de schaduwprofielen betrokken bij de ligging van de zonnepanelen. De jury: ‘De schaduwprofielen van Martijns model zijn zeer geavanceerd en het model heeft gelijk al een duidelijke praktische meerwaarde’.

[related_post themes=”text”]

Energie besparen volgens de wet

Gepubliceerd op

kompas-energiewetgeving-gebouwen-1-e1475655886916Een eigenaar, (ver)huurder of gebruiker van een bestaand bedrijfsgebouw is volgens wet verplicht om energie te besparen. Maar welke wetten en regels gelden er precies. Met alle verschillende regels, uitzonderingen en vrijstellingen is het lastig om door de bomen het bos te zien. Het Platform Duurzame Huisvesting ontwikkelde een interactieve tool, Kompas Energiewetgeving, die overzicht biedt in de wetgeving voor specifieke gebouwen. Concrete tips, links en hulpmiddelen helpen om daaraan te kunnen voldoen.

Het Kompas wordt continu gevuld met nieuwe informatie. Op dit moment is het eerste deel voor ‘kantoren’ compleet. Dit deel van het Kompas gaat in op de wetgeving met bijbehorende hulpmiddelen en tips voor bestaande kantoorgebouwen. De komende maanden wordt het interactieve Kompas Energiewetgeving verder uitgebreid met alle regels, uitzonderingen en vrijstellingen die gelden voor retail- en zorgvastgoed, onderwijsgebouwen en bedrijfshallen.

[related_post themes=”text”]

Groene energielabels hebben gunstige invloed op verkoop van woningen

Gepubliceerd op

energie-labelNa bestudering van ruim 60.000 woningverkopen uit 2016, concluderen de onderzoekers van TIAS dat groene energielabels de verkoop van Nederlandse koopwoningen gunstig hebben beïnvloed. Ook na correctie voor leeftijd, locatie en kwaliteit, bleken woningen verkocht met een A- en B-label ruim een maand sneller te verkopen dan het gemiddelde D-labelalternatief. Bovendien brachten A- en B-labelwoningen ruim €7.000,- extra op bij de verkoop.

Energielabels zijn inmiddels gemeengoed in de Nederlandse woningmarkt. Sinds de Rijksoverheid in 2015 alle woningen heeft voorzien van voorlopige energielabels, is het leeuwendeel van alle woningverkopen voorzien van informatie ten aanzien van de energiezuinigheid van het pand. Informatie die de kopers op voorhand helpt een beeld te vormen van hun toekomstige kosten ten aanzien van stroom- en gasverbruik op het nieuwe adres. Een energierekening die voor een doorsnee D-labelwoning maandelijks gemiddeld €150,- bedraagt, varieert tussen €35,- en €180,- voor dezelfde woningen voorzien van A- en G-labels. “De energiestatus van Nederlandse woningen is een belangrijke kostenpost, waarop mensen kunnen besparen indien ze op voorhand goed geïnformeerde keuzes kunnen maken”, aldus prof.dr. Dirk Brounen, onderzoeksleider van deze labelimpactstudie. “Vooral oudere woningen kunnen grote verschillen vertonen met betrekking tot hun energiestatus. De gemiddelde nieuwbouwwoning is prima geïsoleerd, maar 70% van de Nederlandse woningmarkt stamt van voor 1980, een periode waarin energiestandaarden aanzienlijk lager lagen. Het label helpt kopers die met het blote oog deze verschillen zelf niet kunnen waarnemen om de zuinige woningen te herkennen en daardoor beter geïnformeerde keuzes te maken bij hun aankoop.”

Van de gelabelde verkopen uit de eerste helft van 2016 was ruim 36% voorzien van een ongunstig E-, F- of G-label. Deze woningen stonden gemiddeld genomen 32 dagen langer te koop dan de gemiddelde D-labelwoning. A- en B-labelwoningen verkochten juist een maand sneller dan gemiddeld. Wanneer deze transactie eenmaal plaats had gevonden bleek ook de prijs samen te hangen met de uitkomst van het energielabel. Gunstig gelabelde woningen verkochten voor meer, ook wanneer gecorrigeerd werd voor de verschillen in leeftijd, kwaliteit en locatie van de woning. Groene (A en B) gelabelde eengezinswoningen verkochten voor bijna €10.000,- meer dan de gemiddelde eengezinswoning met een D-label. Voor appartementen was deze ‘groene premie’ kleiner.

[related_post themes=”text”]

“Bij investeren in duurzaamheid hoort ook rendement”

Gepubliceerd op

verhagenMaxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland, opende gisteren Vakbeurs Energie. In zijn openingsspeech gaf hij aan ingenomen te zijn met het beursthema ‘nieuwe connecties in de energietransitie’. “In de bouw zijn we hard bezig met duurzame energieopwekking maar vooral met energiebesparing. Wat je niet nodig hebt, hoef je ook niet op te wekken. Wij werken hard aan nieuwe en steeds beter werkende renovatieconcepten. Maar ook aan energieneutrale nieuwbouwconcepten.” Volgens Verhagen zijn voor concepten zoals Nul-op-de-meter (NOM), Bijna energieneutrale gebouwen (BENG) en zeer energiezuinige nieuwbouw (ZEN) veel nieuwe connecties nodig en moeten bestaande connecties vernieuwd worden. Hierin moet flink worden geïnvesteerd. Maar we moeten beseffen dat bij investeren ook rendement hoort.”

De vraag vanuit de gebouweigenaar moet volgens Verhagen nu op gang komen. “Zij maken die investeringsbeslissing. Daarom moet het voor de gebouweigenaren makkelijker gemaakt worden om die beslissing te nemen.” Op dit moment wordt er vanuit de stakeholders gewerkt aan een lijst met duurzame aanbieders, die moeten voldoen aan een aantal eisen. Zo moeten ze gebouwen renoveren naar energieneutraal, een energieprestatiegarantie geven en ze moeten een goede voorlichting geven over de financieringsmogelijkheden.

Volgens Verhagen is bewustwording de grootste stap die gemaakt moet worden. “We denken allemaal dat iedereen weet wat duurzaamheid is en het belang is van energiebesparing en duurzame energieopwekking. Maar veel mensen moeten nog überhaupt die eerste stap nog zetten. Heel veel particuliere woningbezitters zien de noodzaak nauwelijks in van verduurzamen.”

Uit onderzoek van Bouwend Nederland blijkt dat 2% van de woningeigenaren het woord duurzaamheid in verband brengt met energiezuinige wonen. “Als woningbezitters naar het woord duurzaamheid gevraagd wordt dan zeggen ze: dat doen we toch al, we scheiden ons afval. En dat geeft aan dat we op het punt van bewustwording nog heel veel werk te verrichten hebben.”

[related_post themes=”text”]

Nominaties Energie Professional en Energietalent van het jaar bekend

Gepubliceerd op

science-1182713_1920-e1468407140822Op dinsdag 4 en woensdag 5 oktober worden tijdens Vakbeurs Energie voor de tweede keer de Energie Awards uitgereikt. Inmiddels heeft de vakjury bekendgemaakt wie kans maken op de titel Energie Professional van het Jaar en Energietalent van het Jaar. Voor de prijzen definitief uitgereikt worden, krijgen alle zes de genomineerden de kans om tijdens een korte pitch op Vakbeurs Energie hun projecten of producten toe te lichten.

Naar de titel Energie Professional van het Jaar dingen mee Sebastiaan Lagendaal van de Hermitage met zijn warmteproject Tussen Kunst & Kas, Benno Elshof van Van Beek Ingenieurs met het online platform Duurzaam in Beeld en Laetitia Ouillet van Eneco TUe met haar herijking van de ‘duurzaamheids’strategie van Eneco. Voor de Energie Talent Award van het jaar zijn genomineerd Rishabh Ghotge met The Solar Mobility Hub project van SEAC, Martijn de Groot met zijn Schaduwmodel voor zonnepanelen in opdracht van Autarco en Kimberley Tjon-Ka-Jie met haar afstudeerproject binnen FME ‘Overcoming the capital barrier for energy efficiency’.

Met het project Tussen Kunst & Kas gaat de Hermitage haar gebufferde WKO-warmte-overschot exporteren naar de Hortus Botanicus en ontvangt zij vice versa koude van de Hortus. Om dit te realiseren is een dubbele transportleiding van bijna een halve kilometer gerealiseerd onder de bestrating van de Nieuwe Herengracht. De Hermitage gebruikt zo haar gebufferde warmteoverschot nuttig in plaats van deze af te fakkelen en de Hortus verbruikt minder gas t.b.v. haar cv-ketels. Het gaat op jaarbasis o.a. om een gasbesparing voor de Hortus van 77.215 m3 (54 woningen). Uit het juryrapport: ‘Een mooi voorbeeld van verder kijken dan je neus lang is: als warmte uitwisseling met de buren niet mogelijk is, waarom zou je dan niet verderop kijken? Een pittig project met veel stakeholders, maar ondanks dat zo te zien een erg mooi resultaat met veel externe exposure. Een mooie, heldere website ook!’

Duurzaam in beeld is één van de andere genomineerden. Op welke wijze laat ik mijn omgeving zien welke inspanningen verricht worden op het gebied van verduurzaming van mijn organisatie? Deze vraag houdt veel duurzaamheidscoördinatoren regelmatig bezig. Ook Universiteit Leiden worstelde met dit vraagstuk. Een onderzoek door studenten benadrukte dit nog eens extra: er zijn veel inspanningen op het gebied van duurzaamheid, maar de behaalde resultaten zijn nog onvoldoende zichtbaar. Een van de acties die hierop is ondernomen is de realisatie van de interactieve website Duurzaam in Beeld! door Van Beek Ingenieurs. Op Duurzaam in Beeld! worden de energie- en duurzaamheidsprestaties van de gebouwenvoorraad in beeld gebracht. Uit het juryrapport: “Maakt duurzaamheid zichtbaar en zorgt daardoor voor veel inspiratie. Zeker in een omgeving met veel studenten van grote waarde.”

Eneco volgt al sinds 2007 haar eigen koers richting duurzame energie voor iedereen, met de visie dat de transitie decentraal duurzaam zal plaatsvinden. Hierin ziet Eneco Decentraal Duurzaam als een organisatiesysteem; niet miljoenen huishoudens die individueel beslissen om zonnepanelen aan te schaffen, maar een systeem waarin o.a. sociale normen leiden tot grote bewegingen. Laetitia – die recent door TU Eindhoven is benoemd als Director Strategic Area Energy: “Als energieleverancier is er geen grotere uitdaging te bedenken dan relevant te blijven voor het decentrale systeem.” Met haar team is zij dan ook de uitdaging aangegaan om voor Eneco een gepaste strategie te formuleren. De strategie heeft geresulteerd in heldere keuzes waarin de energie end-user energie key-user wordt. De vertaling van deze strategie is o.a. te vinden in de warmte-winner, uitbreiding van de Toon, en slim-laden. Uit het juryrapport: “Energie end-user  wordt energie key-user. Oftewel: de klant centraal; dit lijkt me goed advies voor het conventionele Eneco en een goed voorbeeld voor andere ‘reuzen’”.

De titel Energie Talent van het Jaar is bedoeld voor recent afgestudeerden of studenten in de laatste fase van hun studie. Ook dit jaar was de jury aangenaam verrast door de inzendingen. Over de inzending van Rishabh Ghotge: “E-bike sharing lijkt me handig op een universiteitscampus en zonne-energie lijkt me de perfecte keuze voor het opladen hiervan. Het concept is misschien niet uniek, maar de aard van de studie ernaar wel. Jammer dat de pilot fase nog niet is begonnen!” Kimberly Tjon-Ka-Jie heeft volgens de jury gekozen voor een heldere stelling: energiebesparing in de industrie is een rendabelere manier tot CO2-reductie dan de aanleg van zonne- en windparken, maar in de praktijk komt het nog altijd lastig van de grond. Interessant om wat dieper op haar oplossingen – off-balance constructies, risicoverlaging en zekerheid – in te gaan.” En over de inzending van Martijn de Groot zegt de jury: “ Het gebruik van het AHN voor het berekenen van de hoeveelheid zoninstraling per locatie in Nederland is niet nieuw, dat doet de Zonatlas bijvoorbeeld ook. De schaduwprofielen van Martijns model lijken echter een stuk geavanceerder en het model heeft gelijk al een duidelijke praktische meerwaarde: de mogelijkheid tot het geven van een kWh-garantie.”

Bij het beoordelen van de inzendingen gebruikte de vakjury als een van de belangrijkste criteria dat de inzending een bijdrage moet leveren aan energietransitie en een voorbeeld is voor anderen. Het project of concept moet daarbij innovatief zijn, aantoonbaar energie besparen en duurzame toepassingen bevatten. De jury bestond dit jaar naast voorzitter Prof. Dr. Blok uit Rik Luiten (Movares), Jan van Betten (Nudge), Gerrit van Werven (Energy Valley) en Mark Meijer (Energie Indeed, Duurzame Jonge Honden).

Dinsdagmorgen 4 oktober om 11.30 uur krijgen de genomineerden voor Energie Professional van het Jaar het podium in het Energietheater van Vakbeurs Energie (hal 4). Rond 12.00 vindt vervolgens de uitreiking van de prijzen plaats. De drie genomineerden voor Energie Talent van het Jaar presenteren hun inzending tijdens het Studentenprogramma op woensdagmiddag 5 oktober, van 14.00 – 15.00 uur in zaal De Koepel. Spreker en gastheer deze middag is dr. Ivo Opstelten, lector Nieuwe Energie in de stad. De winnaars van 2016 krijgen de kans om hun kennis en netwerk verder te verbreden door op 20 en 21 maart 2017 als Delegate aanwezig te zijn bij de Strategie Summit Energie & Utilities 2017 (t.w.v. € 1.295). Bovendien behoort kosteloze deelname aan een van de opleidingen van Post Hoger Onderwijs Energiekunde (PHOE) tot de prijs, naar keuze Energiebeheer, Duurzame Energie of Inkoop van Energie, desgewenst in de variant van Summercourse 2017.

[related_post themes=”text”]

Zelf opgewekte energie opslaan met nieuwe thuisaccu

Gepubliceerd op

solarwattHet Duitse Solarwatt brengt een thuisaccu in Nederland op de markt, waarmee huishoudens hun zelf opgewekte energie kunnen opslaan. Met de bijbehorende Energy Manager kan de verbruikshoeveelheid worden gecontroleerd. Huiseigenaren monitoren hiermee het verbruik en kiezen zelf wanneer de met de thuisaccu opgeslagen zonne-energie wordt ingezet. De vernieuwde MyReserve, zoals de thuisaccu heet, heeft meer opslagcapaciteit, clusteringopties en plug-and-play-software-updates.

De eerste gebruiker van de MyReserve is Arnoud Brouwer, Project Manager Asset Management bij Enexis. Netbeheerder Enexis bereidt zich door middel van diverse projecten voor op de komst van thuisopslag van energie. Brouwer gaat vanaf deze maand namens de netbeheerder met dit thuisaccusysteem ervaring opdoen. Op 23 september wordt bij hem thuis de eerste MyReserve in Nederland geïnstalleerd. Het systeem wordt geleverd door Indutecc Industrial Solutions.

Erik Frentz, productspecialist van Solarwatt: “We merken dat er steeds meer vraag ontstaat naar het opslaan van zelf opgewekte energie, zeker nu de versobering van de salderingsregeling steeds dichterbij komt. Het bedrijf verwacht daarom een ware energierevolutie waarvan de ingebruikname van de eerste MyReserve in Nederland het startschot is. De introductie is de eerste stap in het realiseren van onze missie: alle Nederlandse huishoudens in 2025 in staat stellen zelfstandig te voorzien in hun eigen energiebehoefte.”

[related_post themes=”text”]