Category Archives: Branche

Onwetendheid over duurzame warmte

Gepubliceerd op

De laatste jaren is er veel te doen over het verduurzamen van woningen. Voor professionals in de branche is het onderwerp steeds meer de norm aan het worden, maar hoe zit dat met de consument? Weten consumenten wat de opties zijn om te verduurzamen en wat de voor- en nadelen van verschillende systemen zijn? Uit onderzoek van Jaga Climate Designers blijkt dat er veel onwetendheid over is. Zo heeft 64% van de ondervraagden geen idee wat er bedoeld wordt met de termen warmteopwekker en afgiftesysteem en wat de verschillen zijn.

Bert Kriekels, Sales Directeur Jaga: “Wij vinden dat verduurzaming voor iedereen toegankelijk moet zijn.” Jaga heeft in samenwerking met Markteffect onderzoek gedaan naar 1.000 woningeigenaren met een eigen koopwoning in Nederland. Uit het onderzoek blijkt dat bijna 75% van de ondervraagden duurzaamheid bij het kopen van een woning belangrijk of erg belangrijk vindt. Ook geeft 69% aan gedeeltelijk of zelf duurzame oplossingen aangebracht te hebben, zoals isolatie, zonnepanelen, HR++ glas of een warmtepomp. Kriekels: “Dat zijn goede ontwikkelingen. Door het nieuws rondom het milieu en de invoering van de warmtepomp, gaat verduurzamen van de woning steeds meer leven bij de consument. De wil om te verduurzamen is er dus steeds meer, maar vaak mist de inhoudelijke kennis over hoe de systemen precies werken en wat alle opties zijn.”

Onderzoeksresultaten
Uit het onderzoek blijkt dat 64% van de respondenten het verschil niet weet tussen een warmteopwekker en een afgiftesysteem. Kriekels: “We kunnen de consumenten niet kwalijk nemen dat ze het verschil niet weten tussen deze twee componenten. Er komen ook steeds meer opties en mogelijkheden bij.” De warmtepomp (74%), de cv-ketel (84%) en hr-ketel (73%) zijn wel bekend bij de consument als mogelijkheden om een woning te verwarmen. Dat is ook niet zo gek als we zien dat de warmteopwekker bij mensen thuis vaak nog een cv-ketel of hr-ketel is. Slechts 6% heeft een warmtepomp in huis. De traditionele radiatoren blijven het meest voorkomende afgiftesysteem, bij 77% bij de woningeigenaren.

Warmteopwekker vs. afgiftesysteem
Kriekels: “Er wordt momenteel gecommuniceerd in de media over warmtepompen als warmteopwekker. Dat is mooi, maar waar volgens ons nog een kans ligt, is dat de consument ook geïnformeerd wordt over het afgiftesysteem dat op een warmteopwekker wordt aangesloten. De kracht van een goed werkend verwarmingssysteem is dat alles op elkaar is afgestemd. Met gewone radiatoren en een warmtepomp krijg je het bijvoorbeeld bijna nooit behaaglijk warm in je woning. Je hebt daarvoor speciale lage temperatuurradiatoren nodig. Ook is isolatie een vereiste als je een warmtepomp in huis hebt.”

Verantwoordelijkheid voor de branche
“We zien dat de consument snel voor een herkenbaar afgiftesysteem kiest, zoals vloerverwarming. Hoewel hier veel duurzame voordelen aan zitten, is het zeker niet altijd de beste oplossing. Zo is het niet alleen lastig om vloerverwarming te plaatsen in een bestaande woning, het systeem werkt ook trager dan radiatoren. Je kan niet snel even de temperatuur aanpassen in huis. Het vervangen van traditionele radiatoren naar lage temperatuurradiatoren in een bestaande woning is een heel eenvoudige aanpassing. Het is de taak van installateurs en fabrikanten om de consument hier nog meer in mee te nemen. We moeten nog meer de voor- en nadelen belichten van alle systemen en helpen om de juiste keuze te maken. Dat is onze verantwoordelijkheid, om het makkelijker en overzichtelijker te maken voor de consument. Zo zorgen we samen voor een duurzamere toekomst.”

Gebouwde omgeving investeert flink in duurzame technieken

Bedrijven hebben in 2022 meer geïnvesteerd in innovatieve milieuvriendelijke technieken die in aanmerking komen voor belastingvoordeel. In de categorie gebouwde ...

Consument verwacht slimme woningen

Uit Amerikaans onderzoek komt naar voren dat consumenten in 2030 in een volledig duurzaam en slim willen wonen. 73 procent ...

Fabrikant warmtepompen zoekt bekendheid onder consumenten

Om met name haar warmtepompen nadrukkelijker onder de aandacht van de consument te brengen, is Daikin dit seizoen als sponsor ...

“Over vijf jaar kiest de consument nog steeds voor een hr-ketel”

De Telegraaf meldde gisteren dat installateurs nog geregeld huisbezitters adviseren om een moderne, zuinige cv-ketel te laten installeren in plaats ...

Productie zonnepanelen staat CO2-reductie in de weg

Gepubliceerd op

Bij de productie van zonnepanelen voor de bouwsector komt te veel CO2 vrij om de klimaatdoelen van 2030 te halen. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau Metabolic in opdracht van Dutch Green Building Council (DGBC). Ook hebben zonnepanelenproducenten nog onvoldoende plannen om milieuvriendelijker te produceren. Terwijl dat wel nodig is, zeker omdat door de woningbouwopgave de vraag naar zonnepanelen naar verwachting blijft stijgen.

Metabolic en DGBC analyseerden in hun onderzoek de CO2-uitstoot van de productie van verschillende materiaalsoorten en producten voor de bouwsector. De meest impactvolle productgroepen werden onder de loep genomen. De toegepaste bouwmaterialen en producten die bij productie het meeste CO2 uitstoten, zijn staal, beton, glas, isolatie en installaties. In die laatste categorie vallen ook de zonnepanelen. Die zijn verantwoordelijk voor 88 procent van de uitstoot in de installatiebranche.

Reductie blijft steken
Met de huidige manier van produceren blijven producenten en leveranciers van staal, beton, installaties, isolatie en glas steken op 48 procent CO2-reductie in 2030, terwijl 60 procent nodig is. “Radicaal anders bouwen én produceren is daarom nodig om de klimaatdoelen te halen”, laat Laetitia Nossek van DGBC weten. “De installatiebranche, met zonnepanelenproducenten voorop, lijkt zich nog niet te realiseren dat er snel actie nodig is.”

Uitdagend
De grotere vraag naar bouwmaterialen door de nieuwbouwopgave, maar ook in toenemende mate de renovatieopgave, staat op gespannen voet met de doelen om de CO2-uitstoot te verminderen. De grote toepassing van zonnepanelen leidt met de huidige productiemethoden tot een verdubbeling van de uitstoot. Waar bij staal, beton en isolatie de verantwoording helder is en de zoektocht naar duurzamere alternatieven gaande is, blijft de installatiebranche achter. De zonnepanelenproducenten zijn het minst duidelijk over de uitstoot die de gebruikte materialen veroorzaken, constateerden de onderzoekers.

Productie is vervuilend
Zonnepanelen zijn uitgerekend noodzakelijk als opwekker van duurzame energie, voor nieuwbouw maar ook zeker bij de bestaande gebouwen. Sinds 2019 is de vraag naar zonnepanelen alleen maar toegenomen, en met de woningbouwopgave van bijna een miljoen woningen tot 2030 blijft deze vraag stijgen. “Zonnepanelen drukken inmiddels heel hard op de CO2-voetafdruk van de gebouwde omgeving”, zegt Nossek.

Nieuwe manier van produceren
De sector moet om, adviseren de onderzoekers. Dat betekent stoppen met de productie van vervuilende materialen en overstappen naar alternatieve producten. Toni Kuhlmann van Metabolic legt uit : “De uitstoot van de productie moet omlaag en we moeten minder nieuwe materialen en installaties toepassen. Naast de energietransitie is een grootschalige transformatie nodig naar een circulaire (bouw)economie: minder materialen gebruiken, bouwmaterialen toepassen die geen CO2 uitstoten bij de productie, en veel meer hergebruiken en/of biobased materialen toepassen.” Nossek besluit: “Zonder circulaire oplossingen heb je ook geen CO2-neutrale bouwkolom", besluit Nossek.

Installatiebranche dringt gebruik van verpakkingen flink terug

Gepubliceerd op

Eén jaar na de presentatie van het Brancheplan Verpakkingen slaagt de installatiebranche er al in om aanzienlijk minder verpakkingen te gebruiken. Bij de 35 deelnemende bedrijven is de hoeveelheid papieren en kartonnen verpakkingen met 10% afgenomen en van plastic verpakkingen met 12%. De deelnemende bedrijven plakken inmiddels 13% minder stickers op verpakkingen en in 16% van de gevallen kiezen ze voor een duurzaam alternatief voor het bedrukken van emballage. Techniek Nederland en de Federatie Elektrotechniek (FEDET) maakten de resultaten in het Bouwhuis in Zoetermeer bekend.

De technieksector presenteerde het Brancheplan Verpakkingen in maart 2022 aan staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat. Doel van het plan is om 20% minder plastic en kartonnen verpakkingen te gebruiken in 2025. Bovendien wil de branche dat de verpakkingen die dan nog worden gebruikt, volledig recyclebaar zijn. Het Brancheplan richt zich op het verduurzamen en verminderen van verpakkingen én op het hoogwaardig hergebruiken van verpakkingsmaterialen.

Voorbeeld voor andere branches
Voorzitter Doekle Terpstra van Techniek Nederland is tevreden over de eerste resultaten. “Het mooie van dit plan is dat de partijen die deelnemen dat niet doen omdat het moet, maar omdat ze er zelf in geloven. Als sector zetten we hiermee een flinke stap op weg naar een circulaire economie. Hopelijk zijn we daarmee ook een voorbeeld voor andere branches.” Terpstra vindt wel dat financiële en facilitaire ondersteuning vanuit de overheid nodig is om het Brancheplan uit te bouwen en nóg meer vaart te geven.

Ultiem voorbeeld van ketensamenwerking
Directeur Anne-Jaap Deinum van FEDET en gastheer van de bijeenkomst ziet de samenwerking binnen het Brancheplan als een belangrijk resultaat. “Dit is een ultiem voorbeeld van optimale ketensamenwerking. Als fabrikanten, groothandel en installateurs elkaar op deze manier weten te vinden is er veel mogelijk. Ik ben ervan overtuigd dat we de doelstellingen gaan halen.”

Onontgonnen gebied
Laurens de Vrijer, programmamanager Circulariteit bij Techniek Nederland, vindt het belangrijk dat de eerste resultaten van het Brancheplan niet zijn behaald met een wetenschappelijke, maar met een praktische benadering. “Dit is nog grotendeels onontgonnen gebied. We leren dus terwijl we bezig zijn.”

Drie werkgroepen
Om de plannen in praktijk te brengen, zijn drie werkgroepen in het leven geroepen: Inkoop, Pilots en Monitoring. De werkgroep Inkoop ontwikkelde inkoopvoorwaarden voor verpakkingen. De werkgroep Pilots ging aan de slag met zes concrete proefprojecten: Kratten, bakken en retourafspraken, QR-codes, Wisselbox, Piepschuim, Zakjes verdunnen en afbreekbaar maken en Afvalloze bouwplaats. De monitoring van het plan is op verzoek van de branche in handen van Rijkswaterstaat. Op basis van de ervaringen in het eerste jaar zijn de doelstellingen van het Brancheplan inmiddels aangescherpt.

Alle Daikin VRV-systemen in Europa nu beschikbaar met gerecycled koudemiddel

Daikin Europe breidt zijn circulaire economie-programma verder uit naar alle VRV-units die in heel Europa worden geproduceerd en verkocht. Dit ...

Water recyclen

Met de Hydraloop is Nederland een interessante innovatie rijker. Het systeem recyclet douche- en badwater en daar profiteren zowel het ...

Technische Unie ontvangt prijs voor recyclen gereedschap

Groothandelsketen Technische Unie heeft de eerste Recycle Power Award ontvangen. Deze prijs wordt vanaf nu jaarlijks uitgereikt aan het bedrijf ...

Ventilatieslangen van gerecyclede plastic flessen

Qlimato, een nieuw bedrijf in Nederland met als specialisme flexibele ventilatieslangen en geluiddempers, introduceert thermisch geïsoleerde ventilatieslangen gemaakt van polyesterwol ...

Gebouwde omgeving investeert flink in duurzame technieken

Gepubliceerd op

Bedrijven hebben in 2022 meer geïnvesteerd in innovatieve milieuvriendelijke technieken die in aanmerking komen voor belastingvoordeel. In de categorie gebouwde omgeving is - net als vorig jaar - het grootste bedrag geïnvesteerd: €1.671 miljoen. Deze investeringen zijn in 2022 significant gestegen met 43% en kan mede worden verklaard door de inhaalvraag in de bouw na de coronaperiode. Daarnaast spelen de gestegen bouwkosten als gevolg van hogere grondstofprijzen een rol.

Dit blijkt uit het jaarverslag MIA\Vamil dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) publiceert. Dit jaarverslag geeft een beeld van innovatieve milieuvriendelijke technieken en bedrijfsmiddelen waarin bedrijven in 2022 met fiscaal voordeel van de MIA\Vamil hebben geïnvesteerd en hoeveel er is geïnvesteerd in verschillende branches. Via onder andere de fiscale regelingen Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) maakt de overheid het investeren in vernieuwende milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen extra aantrekkelijk.

Belastingvoordeel bijna verdubbeld
In totaal hebben in 2022 meer dan 11.000 ondernemers aanvragen ingediend. Er is in totaal over een investeringsbedrag van bijna €4 miljard MIA\Vamil aangevraagd. Dit is een stijging van zo’n 15 procent ten opzichte van een jaar eerder (2021: €3,5 miljard). Het totaalbedrag aan belastingvoordeel dat ondernemers naar verwachting via de MIA\Vamil ontvangen, komt in 2022 uit op €229 miljoen euro, bijna een verdubbeling vergeleken met een jaar eerder. Dit netto fiscale voordeel was in 2022 €119 miljoen. Hierbij wordt het per 2022 verhoogde budget (€169 miljoen MIA) volledig benut en wordt daarnaast geput uit de opgebouwde meerjarige budgetreserve van de MIA. Daarbij is het MIA budget per 2023 verder verhoogd.

Groei innovatieve duurzame investeringen
Mogelijke verklaringen voor de groei zijn gestegen grondstofprijzen en de toegenomen belangstelling voor verduurzaming als gevolg van de hoge gasprijzen. Ook zijn de MIA-aftrekpercentages per 2022 verhoogd, waardoor er per investering meer fiscaal voordeel naar ondernemers gaat. Mogelijk heeft dit ondernemers extra gestimuleerd om van de regelingen gebruik te maken. De investeringsbedragen per melding zijn in 2022 fors hoger dan in voorgaande jaren. Dit komt onder meer doordat de grens van €25 miljoen naar €50 miljoen per bedrijfsmiddel en per belastingplichtige in 2022 is verhoogd voor bepaalde technieken op de Milieulijst.

Duurzaam warmte- en koudesysteem voor nieuwbouw

De gemeente Amsterdam en Eneco hebben een overeenkomst gesloten voor de aanleg van een van de grootste duurzame warmte- en ...

Nederlandse installateurs voorop in duurzaamheid

Nederlandse installateurs lijken voorop te lopen met het werken aan projecten waarbij rekening wordt gehouden met duurzaamheid. Dit komt naar ...

Investering voor versnelling energietransitie met hybride warmtepompen

Het Zuid-Hollandse energie-innovatiefonds ENERGIIQ en duurzaam investeerder Fair Capital Partners Impact Investing gaan investeren in HeatTransformers. Het bedrijf is gespecialiseerd ...

Woningcorporaties investeren honderden miljoenen in verduurzaming

Door forse investeringen in woningverbetering zijn woningcorporaties hard op weg om gemiddeld energielabel B in 2021 te bereiken. Dat blijkt ...

Sportclubs winnen premium warmtepomp tijdens Groene Clubweken

Gepubliceerd op

Bijna 400 clubs namen deel aan de Groene Clubweken van KNVB-duurzaamheidspartner Mitsubishi Electric en de KNVB Groene Club. Op basis van de beste motivatie hebben drie clubs een premium warmtepomp t.w.v. € 30.000 gewonnen. Energietrainer John Williams deelde de prijzen uit.

“Steeds meer verenigingen willen verduurzamen maar weten niet hoe te beginnen. Wij adviseren graag zowel met de technische mogelijkheden als op het gebied van subsidies”, vertelt clubexpert Martijn van Leerdam van Mitsubishi Electric. “Dat honderden clubs meegedaan hebben aan de Groene Clubweken bewijst dat het thema verduurzamen leeft. Ik ben supertrots dat ik samen met Energietrainer John Williams de prijzen heb mogen overhandigen aan drie prachtige voetbalverenigingen.”

Clubadvies blijft ook na Groene Clubweken mogelijk
Het doel van de Groene Clubweken was om voetbalverengingen te informeren, inspireren en motiveren aan de slag te gaan met het verduurzamen van het sportcomplex. Daarom organiseerden Mitsubishi Electric en de KNVB onder andere een Webinar met energiebesparende tips en informatie over de diverse subsidiemogelijkheden. Daarnaast ontvingen clubs wekelijks een informatieve nieuwsbrief. Ook stonden de KNVB-verengingsadviseurs en experts van Mitsubishi Electric klaar om clubs persoonlijk te adviseren. Iets wat Mitsubishi Electric blijft doen gezien de vele verzoeken voor een afspraak.

4 miljoen subsidie voor opleiders in de techniek

Er komt minimaal 4 miljoen beschikbaar voor opleiders in de techniek. De subsidieregeling is een initiatief vanuit de overheid voor ...

Branche kiest beste leerling- en praktijkbegeleiders

Ruim 700 praktijkbegeleiders maken kans TopCoach van dit jaar te worden. Ontwikkelingsfonds Wij Techniek (voorheen OTIB) organiseert op woensdag 4 ...

Winnaars beste praktijkbegeleiders in installatiebranche bekend

De praktijkbegeleiders Daan van den Berg (Daan Installatietechniek), Sanjay Bhoendie (Lomans) en Theo van den Elzen (InstallatieWerk Zuid-Oost) zijn uitgeroepen ...

Officieel diploma voor praktijkopleiders voor het eerst uitgereikt

Het Pedagogisch Didactisch Diploma (PDD) is voor het eerst uitgereikt aan nu officieel gediplomeerde praktijkopleiders. De PDD-opleiding leidt vakmensen in ...

Beste Praktijkopleider werkt bij Hoppenbrouwers Techniek

Gepubliceerd op

Martin Kant van Koninklijke Hoppenbrouwers Techniek is uitgeroepen tot ‘Beste Praktijkopleider’. Dit gebeurde tijdens het jaarlijkse ‘Dit is mbo Ambassadeursgala’. De jury was onder de indruk van zijn visie op het vak en zijn betrokkenheid bij studenten. Hij weet studenten te boeien met uitdagende leeropdrachten en vergeet nooit erkenning en waardering te geven. Binnen de praktijkschool van de technisch dienstverlener in Breda staat hij bekend om zijn humor en enthousiasme. De verkiezing werd georganiseerd door het ministerie van OCW en Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).

Al jaren is opleiden en ontwikkelen een belangrijke pijler binnen Hoppenbrouwers Techniek. De technisch dienstverlener zet in op interne opleiding en stimuleert doorstroom van onderaf, zodat mensen vanaf een zo jong mogelijke leeftijd met het bedrijf kunnen meegroeien. De technisch dienstverlener wil meer jongeren enthousiasmeren voor een baan in de techniek en daarom wordt er ook veel geïnvesteerd in snuffelstages en het contact met andere scholen. Inmiddels heeft bijna elke vestiging een eigen praktijkschool waar BBL-leerlingen één avond per week onder begeleiding van ervaren collega’s hun kennis leren toepassen in de praktijk. Hoppenbrouwers Techniek wil in de komende jaren groeien naar minimaal 40 vestigingen en 5.000 medewerkers, waardoor er voor medewerkers een aantrekkelijke loopbaan met veel ontwikkelmogelijkheden binnen de organisatie in het verschiet ligt.

De volgende generatie technici
Zonder goede, praktisch opgeleide medewerkers zou Hoppenbrouwers Techniek niet kunnen bestaan, vindt Ellen Vermeer, HR-directeur bij het installatiebedrijf. “Daarom investeren we continu in ons opleidings- en ontwikkelingsprogramma en breiden we dat steeds verder uit. Onze praktijkbegeleiders hebben daarin een hele belangrijke rol door hun kennis op studenten over te brengen en hen te inspireren. Bovendien vervullen ze vaak een dubbelfunctie, want naast docent zijn ze gewoon de collega die in het technische vak werkzaam zijn. En zijn ook een belangrijk aanspreekpunt voor ouders en scholen.” Ellen is blij met deze erkenning voor Martin en zijn kersverse eretitel ‘Beste Praktijkopleider van het jaar’. Ze vertelt: “Martin is een voorbeeld voor alle praktijkopleiders binnen en buiten onze sector. Door zijn passie voor het vak, Brabantse gezelligheid en toegankelijke houding stappen onze studenten makkelijk op hem af voor vragen of overleg. Dat zorgt ervoor dat de studenten elke week weer graag komen.” Martin kan zelf nauwelijks geloven de eretitel dit jaar te mogen dragen. “Ik kreeg er een brok van in mijn keel. Het motiveert me enorm en ik wil graag een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de volgende generatie technici. Ik begeleid de studenten van begin tot eind en ben blij hen in de tussentijd te zien groeien naar volwassen, vakkundige mensen.”

Technisch dienstverlener
Hoppenbrouwers Techniek is de technische dienstverlener die meer dan 100 jaar geleden als éénmanszaak begon in Udenhout. Nu ontwerpt, installeert en onderhoudt Hoppenbrouwers vanuit 21 vestigingen in Nederland elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties voor bedrijfsleven, industrie, zorginstellingen, scholen en particulieren. In 2022 behaalde het bedrijf een omzet van 313 miljoen euro.

4 miljoen subsidie voor opleiders in de techniek

Er komt minimaal 4 miljoen beschikbaar voor opleiders in de techniek. De subsidieregeling is een initiatief vanuit de overheid voor ...

Branche kiest beste leerling- en praktijkbegeleiders

Ruim 700 praktijkbegeleiders maken kans TopCoach van dit jaar te worden. Ontwikkelingsfonds Wij Techniek (voorheen OTIB) organiseert op woensdag 4 ...

Winnaars beste praktijkbegeleiders in installatiebranche bekend

De praktijkbegeleiders Daan van den Berg (Daan Installatietechniek), Sanjay Bhoendie (Lomans) en Theo van den Elzen (InstallatieWerk Zuid-Oost) zijn uitgeroepen ...

Officieel diploma voor praktijkopleiders voor het eerst uitgereikt

Het Pedagogisch Didactisch Diploma (PDD) is voor het eerst uitgereikt aan nu officieel gediplomeerde praktijkopleiders. De PDD-opleiding leidt vakmensen in ...

Bart van Meurs en Leen van Leeuwen winnen WKO Duurzaamheid Award 2023

Gepubliceerd op

Bart van Meurs en Leen van Leeuwen van Koppert Cress/Division Q zijn de winnaars van de WKO Duurzaamheid Award 2023. De twee ontvingen de onderscheiding voor de manier waarop zij zich inzetten voor hun WKO-systeem en de promotie van bodemenergie in het algemeen. Van Meurs en Van Leeuwen kregen de prijs op donderdag 11 mei uit handen van professor Annelies Huygen tijdens het Nationaal Symposium Bodemenergie in Utrecht.

De uitreiking van de WKO Duurzaamheid Award is een vast onderdeel van het jaarlijkse symposium. Genomineerden voor deze prijs zijn professionals die zich met toewijding inzetten voor hun WKO-systeem en actief bezig zijn met het delen van hun kennis. Het was dit jaar de zevende keer dat de prijs werd uitgereikt. Prof.Dr. Annelies Huygen, hoogleraar Ordening van energiemarkten aan de Universiteit van Utrecht, verzorgde de uitreiking in het a.s.r. hoofdkantoor in Utrecht.

Verduurzaming in de glastuinbouw
Van Meurs en Van Leeuwen, productontwikkelaar en beheerder bij Division Q, het technologiebedrijf van Koppert Cress, zijn geen onbekenden van de WKO Duurzaamheid Award. In 2018 werden de twee ook al eens genomineerd. Het duo maakt op een onderscheidende manier gebruik van bodemenergie, waarbij vooral Van Meurs ook voor innovaties op dit gebied zorgt. Dankzij hen speelt Koppert Cress een prominente rol op het gebied van verduurzaming in de glastuinbouw. Om die reden werden de twee dit jaar opnieuw genomineerd, en mochten zij de prijs dit jaar ook mee naar huis nemen. ‘Van Meurs en Van Leeuwen zijn grote drijvende krachten binnen de toepassing van bodemenergie in de glastuinbouw’, oordeelde de jury.

Volledig emissieloos telen
Op verschillende manieren zetten Van Meurs en Van Leeuwen zich in voor optimale verduurzaming binnen Koppert Cress. Het bedrijf maakt bijvoorbeeld gebruik van Hoge Temperatuur Opslag (HTO) en onttrekt warmte aan alles wat een bijdrage kan leveren, zoals de lucht, het water, de motoren in de koelcel, het kantoor en de kas. Ook geothermie ligt in het vooruitzicht. De volgende stap voor Koppert Cress is om volledig emissieloos te gaan telen.

Samenwerken met Division Q
Van Meurs en Van Leeuwen willen niet alleen hun eigen bedrijf, maar de gehele sector helpen om verder te verduurzamen. Het bedrijf gaat bijvoorbeeld ook samenwerkingen aan met veelbelovende startups. Dat is de reden dat Koppert Cress in 2022 zelfs een aparte divisie oprichtte, waarmee ze ook de rest van de tuinbouwsector wil helpen en inspireren. Deze nieuwe organisatie, Division Q, richt zich onder leiding van Van Meurs op technische innovaties die de hele sector kunnen verduurzamen.

Radboud UMC
Ook de twee andere genomineerden zetten zich actief in voor hun eigen WKO-systeem en voor bodemenergie in het algemeen. Aat Builtjes werkt als strategisch energieadviseur en voorzitter van het WKO-team bij het Radboud Universitair Medisch Centrum (UMC) in Nijmegen. Samen met zijn collega’s zet hij zich in om de campusbrede WKO-installatie van het academisch ziekenhuis optimaal te laten draaien. Daarnaast deelt hij de kennis uit zijn werkzaamheden maar al te graag. Zijn belangrijkste boodschap? “Durf ook buiten je eigen gebouwen en terreinen te kijken.”

Wageningen University & Research
De andere genomineerde is Wim Bruins, coördinator Meet- en Regeltechniek bij Wageningen University & Research. Een reden voor zijn nominatie is de manier waarop hij altijd boven op de laatste innovaties zit, en deze ook in de praktijk weet toe te passen. Het eigen WKO-systeem optimaliseert hij door middel van intensief monitoren en bijsturen op basis van de weersverwachting. Ook het op strategische momenten laden en de overgang naar ‘gasloos’ zet hij zodanig effectief in dat de warmte- en koudebalans na de omzetting van de gebouwen naar warmtepompen bewaakt blijft. Tot slot is Bruins actief bezig met kennisdeling door contacten met andere universiteit en het voorlichten van interne collega’s.

Diederick Hilckmann wint WKO Duurzaamheid Award 2022

Op 19 mei ontving Diederick Hilckmann, beheerder van de werktuigkundige installaties aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, de WKO Duurzaamheid ...

WKO-installatie maakt 100-jarig grachtenpand duurzaam

Een kantoorpand uit 1920 aan de Nieuwe Herengracht in Amsterdam is omgebouwd tot een modern, energiezuinig gebouw. Met behoud van ...

Adri Meijdam wint WKO Duurzaamheid Award

WKO-beheerder en MVO-specialist bij a.s.r. Adri Meijdam heeft de vijfde WKO Duurzaamheid Award gewonnen. Meijdam kreeg deze onderscheiding, die sinds ...

Winnende duurzame woonwijk combineert WKO met booster warmtepomp

Acht teams met medewerkers van installatiebedrijven én studenten hebben in één dag een concreet plan ontwikkeld voor een duurzame woonwijk ...

Digitaal aan het werk in de branche

Gepubliceerd op

Digitaal werken is sterk in opmars in de bouw- en installatietechniek. Met het Model Kwaliteitsborging Gebouwde Omgeving (MKGO) introduceert ISSO een instrument voor het (digitaal) borgen van de kwaliteit. MKGO functioneert zowel tijdens de daadwerkelijke realisatie van het bouwwerk maar borgt ook de kwaliteit van het voortbrengingsproces gedurende de gehele levenscyclus van een gebouw.

MKGO is de opvolger van het Model Kwaliteitsbeheersing Klimaatinstallaties, beschreven in ISSO/SBR-publicatie 347. Het MKGO is bruikbaar in de gehele gebouwde omgeving; van woningbouw tot utiliteit en voor zowel bouwkundige als technische installaties. In de eerste plaats werd dit model ontwikkeld om digitale informatie naar softwaretoepassingen te kunnen vertalen en in te passen. Deze digitaliseringsslag vraagt om een bouwbreed geaccepteerde structuur.

Bouwbreed geaccepteerd
“Omdat de MKGO-structuur de hele levenscyclus van een gebouw meegaat, van initiatieffase tot en met ontmanteling, is het een verstrekkend instrument. Het model reist als het ware mee met een gebouw tijdens de hele levensduur”, vertelt Michel Verkerk, operationeel directeur van ISSO. De MKGO-structuur is primair bedoeld om deze digitaal binnen softwaretoepassingen te kunnen toepassen en vertalen. “Om deze digitaliseringsslag te kunnen maken was een bouwbreed geaccepteerde structuur noodzakelijk. De oude MKK-structuur is nu feitelijk door geëvolueerd naar MKGO en biedt dus een zeer complete projectfasering voor de installatie- én bouwwereld.”

Koppelen van taken, kennis of tools
Via de nieuwe modelstructuur komen de referentieprocessen en standaard taken voor gebruikers in de hele bouw- en installatiesector beschikbaar. Vanuit die taakgerichte omschrijvingen kan men ook een koppeling leggen met wat professionals en vakmensen moeten kennen en kunnen: de ontwikkeling van competenties om een bepaalde taak te kunnen uitvoeren. Hiermee ontstaat een verrijking van MKGO ten behoeve van taakgericht werken, leren en ontwikkelen van vakmensen. De structuur van MKGO voorziet ook in het toekennen van taken aan de verschillende partijen en rollen van de deelnemers aan het primaire proces, passend bij de gekozen organisatievorm. Daarmee is het voor de deelnemende partijen duidelijk welke partij welke werkzaamheden uitvoert, en welke rol deze partij heeft.

Toepassing bij BIM
Een nieuwe publicatie, of eigenlijk een herziening, waarin de MKGO al direct zal worden toegepast is ISSO-publicatie 109 ‘Starten met een BIM’. Deze publicatie bevat straks alle kennis die de BIM-manager nodig heeft zodra hij of zij het Bouw Informatie Model binnen zijn of haar bedrijf opstart of op een projectmatige wijze implementeert. De publicatie geeft alle nodige handvatten, maar sluit ook aan bij de internationale ISO 19650, de norm voor digitalisering van processen, waarmee veel bedrijven momenteel bezig zijn.
“Het MKGO sluit overigens ook naadloos aan bij het DigiVaardig programma van digiGO. Zoals elke sector digitaliseert ook de ontwerp-, bouw, en technieksector in een heel hoog tempo. Met het programma DigiVaardig willen we vakmensen voorzien van de juiste digitale vaardigheden en een digitale mindset. MKGO is daarvoor, naar ons idee, een randvoorwaarde”, zegt Verkerk. Wie over de MKGO-structuur wil beschikken, vindt deze in Deel 9 van het Handboek Bouw- en Installatietechniek. Deel 9 is voor iedereen met een ISSO-profiel beschikbaar in ISSO Open.

Unica denkt binnen drie jaar 1 miljard omzetgroei te realiseren

Gepubliceerd op

Technisch dienstverlener Unica realiseerde in 2022 een groei van de bedrijfsomzet met 14% tot €758 miljoen. Het operationele resultaat groeide van 29% naar €72,9 miljoen. Sinds 2014 is er een onafgebroken reeks van omzet- en winstgroei. Vanwege het sterke toekomstperspectief verwacht Unica rond 2025 de omzetgrens van €1 miljard te doorbreken.

De omzetgroei werd gerealiseerd door een organische groei en de overnames van EAL en ICT-detacheerder Working Spirit in 2022. Hoewel groei van de omzet vanwege de schaalgrootte belangrijk blijft, heeft Unica in zijn groeistrategie focus op het rendement. De EBITDA-marge groeide naar 9,6% (2021: 8,5%). Dit werd gerealiseerd door verdere samenwerking tussen de bedrijvenclusters, schaalvoordelen en beheersing van de bedrijfskosten. De nettowinst groeide in 2022 met 13% naar €30,3 miljoen (2021: €26,8 miljoen).

Toekomstperspectief
De marktomstandigheden waar in grote delen van 2022 sprake van was, hadden ondanks langere levertijden en hogere inkoopprijzen weinig impact op de resultaten. De leveringsprognoses in de sector zijn inmiddels overigens verbeterd. De nieuwbouw van het Jakoba Mulderhuis van de Hogeschool van Amsterdam, de oplevering van het nieuwe hoofdgebouw van het Radboudumc en de grootschalige duurzame renovatie van het ARTIS Groote Museum zijn voorbeelden van in 2022 opgeleverde projecten waar Unica aan bijdroeg. Een ander voorbeeld is de opdracht die Unica sinds maart vorig jaar uitvoert voor de HTC Eindhoven, waar voor 34 gebouwen het conditiegestuurd onderhoud inclusief energie- en assetmanagement wordt verzorgd.

Groeiperspectief
John Quist, CEO van Unica, ziet veel groeiperspectief: “Met ons stabiele fundament en doordat wij actief zijn in gevarieerde sectoren is onze gevoeligheid voor economische schommelingen beperkt. Daardoor zijn wij er in geslaagd de onafgebroken groei sinds 2014 voort te zetten. Daarbij zijn de vooruitzichten voor de technische dienstverlening onverminderd gunstig en kan Unica als partner in duurzame transformatie een positief verschil maken in het concreet invullen van klimaatdoelen en -ambities. In de komende jaren zetten we in op verdere gecontroleerde groei. Dat doen we door blijvende aandacht voor mensen, focus op innovatie en digitalisering, onze acquisitieagenda en een sterke focus op sustainability. Alles overziend is Unica uitstekend gepositioneerd voor de korte en langere termijn.”

Richting €1 miljard omzet
Gezien de structureel goede prestaties en de gunstige marktvooruitzichten ambieert Unica een verdere groei van het rendement en in de komende 3 jaar een omzetgroei naar  €1 miljard. Daarbij blijft Unica zich richten op acquisities om de specialistische kennis verder te verbreden of om de regionale aanwezigheid te versterken. In de afgelopen 5 jaar realiseerde Unica 14 acquisities.

Hybride warmtepomp vanaf 2026: een haalbare ambitie

Gepubliceerd op

Het kabinet stelt vanaf 2026 nieuwe eisen aan de efficiëntie van verwarmingsinstallaties. De (hybride) warmtepomp wordt de norm voor het verwarmen van onze woningen, winkels, scholen en kantoren. In een brief aan de Tweede Kamer licht woonminister Hugo de Jonge vandaag de plannen toe.

Techniek Nederland ziet de normering als een belangrijke stap naar het verduurzamen van woningen en andere gebouwen. Voorzitter Doekle Terpstra: ‘Voor woningbezitters en corporaties is de hybride warmtepomp nu al in veel gevallen een logische keuze. Vanaf 2026 wordt bij het vervangen van de cv-ketel een hybride warmtepomp de norm. Dat is goed nieuws voor het klimaat en goed nieuws voor de energietransitie. Het gaat de CO2-uitstoot flink terugdringen én het zorgt voor een directe besparing op de energierekening.’

Warmtepompmonteurs opleiden
De plannen van minister De Jonge zijn veelbelovend, maar ook ambitieus. Toch denkt Techniek Nederland dat ze haalbaar zijn. Terpstra: ‘Wij zijn al volop bezig met het opleiden van warmtepompmonteurs. We hebben inmiddels opleidingslocaties in elke regio en er is een mbo-deelcertificaat voor hybride warmtepompen. Daardoor kunnen we verwarmingsmonteurs overal bijscholen en kunnen zij-instromers sneller aan de slag. Techniek Nederland zet ook in op betere werkprocessen, een kortere montagetijd én kwaliteitseisen voor producten, installaties en vakmanschap.’

Productie omhoog
Hybride warmtepompen worden compacter en gebruiksvriendelijker. De prijs zal daardoor dalen. Bovendien is de nieuwe generatie warmtepompen makkelijker te installeren. Ondertussen investeren fabrikanten in een forse opschaling van de productie. Zo komen er méér productielocaties in Nederland. Daarnaast komen er meer trainingsfaciliteiten voor monteurs.

Ook zonder normering al meer hybride warmtepompen
Hoewel hybride warmtepompen pas in 2026 de standaard worden, ziet Techniek Nederland de vraag nu al fors stijgen. In het eerste kwartaal van dit jaar werden er 42.000 warmtepompen voor woningen verkocht. In dezelfde periode van 2022 waren dat er 22.000. Terpstra: ‘Steeds meer mensen kiezen er nu al voor om een hybride warmtepomp naast de cv-ketel te plaatsen. De animo voor verduurzaming bij mensen is groot.’ Daar staat tegenover dat de vraag naar cv-ketels, vooruitlopend op de normering in 2026, de komende jaren zou kunnen stijgen. Op dit moment ziet Techniek Nederland nog geen noemenswaardige verandering in de vraag.

Vragen over terugverdientijd en rol installateur
De brancheorganisatie heeft nog wel vragen over de voorgenomen regeling. Overstappen op een hybride warmtepomp wordt vanaf 2026 verplicht als de maatregel zich binnen zeven jaar terugverdient. Het is onduidelijk wie dat bepaalt. Bovendien is het de vraag of alle aanvullende kosten die nodig zijn om een hybride warmtepomp te laten renderen worden meegenomen bij de vaststelling van de terugverdientijd. Terpstra wil graag meer duidelijkheid over de rol van de installateur: ‘Van een installateur mogen we een goed advies verwachten over de plaatsing van een hybride warmtepomp. Maar installateurs kunnen niet gaan optreden als handhavers van de normering.’ Techniek Nederland vraagt bovendien duidelijkheid over waar en wanneer warmtenetten zijn voorzien.

Steeds meer hybride warmtepompen

Over drie jaar, vanaf 2026, zijn huiseigenaren bij vervanging van hun cv-ketel verplicht om een duurzamere optie te kiezen. Dat ...

Remeha start volgend jaar productie hybride warmtepomp in Apeldoorn

Vanaf uiterlijk 1 juli 2023 start Remeha met de productie van de hybride warmtepomp Elga Ace op een moderne productielijn ...

Hybride systemen

Bouwinvest verduurzaamde in 2020/2021, verdeeld over elf complexen in Diemen, 567 huurwoningen en koos daarbij onder meer voor in totaal ...

Overstappen naar hybride: gaat dat wel lukken?

Minister Hugo de Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft gisteren de 25e editie van VSK geopend. Door een warmtepomp ...

Alleen méér technische vakmensen maken energietransitie mogelijk

Gepubliceerd op

“De technieksector ondersteunt de stevige duurzame ambities van het kabinet”, zegt Doekle Terpstra voorzitter van Techniek Nederland. “Wij zijn onmisbaar bij het behalen van de klimaatdoelen voor 2030. Dat geldt voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving, het uitbreiden van het aantal laadpalen én het vergroenen van de industrie. Daarvoor heeft onze sector wél tienduizenden vakmensen nodig. Daarom hebben we samen met het kabinet het Aanvalsplan Techniek opgesteld. We gaan jongeren en zij-instromers massaal opleiden, om- en bijscholen voor een carrière in de techniek. Alleen met méér technische vakmensen maken we de energietransitie mogelijk.”

Techniek Nederland vindt het verstandig dat het kabinet slecht geïsoleerde woningen met voorrang aanpakt. Terpstra: “Dat levert de grootste winst op voor het klimaat én voor burgers met een krappe portemonnee.” Ook het plan om méér zonnepanelen op huurwoningen te plaatsen valt goed bij de branchekoepel. “Duurzaam opgewekte energie heeft de toekomst, maar dat vraagt wel om extra investeringen in de innovatie van batterijopslag. We moeten elektriciteit langere tijd kunnen opslaan. Ook een groter, zwaarder en slimmer elektriciteitsnetwerk is hard nodig.”

Harde keuzes
Voor een duurzame industrie is grootschalige beschikbaarheid van groene waterstof nodig, aldus Terpstra: “Goed dat het kabinet daarop inzet. Er is veel installatiecapaciteit nodig: bijvoorbeeld voor grote zon- en windparken en voor de uitbreiding van de oplaadinfrastructuur voor elektrisch rijden. Dat betekent ook: harde keuzes maken. Want zonder voldoende technici gaat het niet lukken.’

 

 

 

Werken in energietransitie: 2 op de 3 werkenden overweegt carrièreswitch

Om de energietransitie te doen slagen is personeel nodig. Met name technische vakmensen kunnen de komende decennia het verschil maken, ...

Scale-up haalt 125 miljoen euro op om de energietransitie te versnellen

Econic heeft 125 miljoen euro opgehaald bij een consortium van investeerders, die de snelgroeiende scale-up in staat moet stellen om ...

Energietransitie centraal op BouwBeurs 2023

Van maandag 6 tot en met vrijdag 10 februari vindt BouwBeurs 2023 in Koninklijke Jaarbeurs plaats. Centraal staat de transitie ...

Miljoenennota: “Energietransitie urgenter dan ooit”

Het verduurzamen van woningen en gebouwen in Nederland is volgens ondernemersorganisatie Techniek Nederland belangrijker dan ooit. Voorzitter Doekle Terpstra vindt ...

Maatwerkadvies voor verduurzaming

Gepubliceerd op

Met de lancering van twee nieuwe ISSO-publicaties hebben EP-maatwerkadviseurs alle kennis die zij nodig hebben voor het opstellen van maatwerkadviezen. Het maatwerkadvies biedt een heldere richting voor de wijze waarop vastgoedeigenaren een verdere energiebesparing en/of de verduurzaming van hun energievraag kunnen realiseren. ISSO-publicatie 75.2 beschrijft de werkzaamheden voor de utiliteitsbouw en ISSO-publicatie 82.2 doet hetzelfde voor woningen en woongebouwen.

Naast adviezen voor de energiebesparing, biedt de kennis in de publicaties en het daarop gebaseerde maatwerkadvies ook inzicht in de maatregelen die het gebouw of de woning(en) energiezuinig(er) maken. Het behandelen van de kennis gebeurt op een gestructureerde wijze die leidt tot het maatwerkadvies. Door de kennis in ISSO-publicaties 75.2 en 82.2 weet de EP-adviseur wat hij of zij moet doen om alle informatie te verzamelen en het advies te kunnen opstellen. Het uitbrengen van een maatwerkadvies gebeurt door een gecertificeerde EP-maatwerkadviseur. De EP-maatwerkadviseur werkt over het algemeen bij energieadviesbureaus, energiebedrijven, bouwkundig aannemers of installateurs.

Cursus volgen en examen afleggen
Elke EP-maatwerkadviseur moet beschikken over de juiste kennis op energetisch, (bouw- en installatie)technisch, sociaal als ook financieel/economisch gebied. Voordat iemand een maatwerkadvies mag opstellen, moet hij of zij vakbekwaam EP-adviseur zijn. Om vakbekwaam te worden, moeten adviseurs een examen afleggen. In voorbereiding op het examen kunnen ze een cursus volgen, waarbij de beide ISSO-publicaties de belangrijkste hulpmiddelen vormen. Er zijn meerdere scholings- en exameninstituten die de cursussen en examens aanbieden.

Methode voor opstellen
Deze methode voor het opstellen van het Maatwerkadvies sluit aan bij de ambitie van de Europese en landelijke overheid om CO2-emissies te reduceren. Bovendien sluit de methode aan bij het Klimaatakkoord, de Renovatiestandaard voor utiliteitsbouw en de Standaard voor woningisolatie (zie website RVO). Het maatwerkadvies is gebaseerd op de NTA 8800 en is te koppelen aan zowel een indicatief als formeel Energielabel. Het maatwerkadvies wordt geregistreerd op basis van BRL9500-MWA-U voor utiliteitsbouw en BRL 9500-MWA-W voor woningbouw. Daarmee is het advies een geborgd instrument in de bepaling van de energietransitie in Nederland. De publicaties zijn beschikbaar op ISSO Open, waar binnenkort ook de BRL-en te vinden zijn.

 

ISSO-kleintje Riolering vernieuwd

De afgelopen maanden is het ISSO-kleintje Riolering volledig geactualiseerd. Vooral mensen in de praktijk vinden in dit document de meest ...

Interpretatie ‘Energieprestatie van Gebouwen’

Op de site van NEN is een interpretatiedocument te downloaden bij NTA 8800:2022 ‘Energieprestatie van Gebouwen’. Het document sorteert voor ...

Ook dynamisch inregelen nu opgenomen in ISSO-publicatie 65

De kennis in ISSO-publicatie 65 ‘Inregelen van ontwerpvolumestromen in klimaatinstallaties’ is herzien. De inregelmethoden die de publicatie beschrijft, zijn een ...

Onderdelen Stelsel Energieprestatie gebouwen geactualiseerd

Per 1 januari 2021 treedt het nieuwe Stelsel EPG in werking waarmee de energieprestatie van gebouwen wordt bepaald en de ...

Technische sector nog steeds niet vrouwvriendelijk

Gepubliceerd op

De technische sector kampt nog steeds met een ondervertegenwoordiging van vrouwen. Zowel technici (64%) als HR-beslissers (72%) uit de branche onderschrijven dit. Zes op de tien (59%) technici bestempelen de branche momenteel zelfs als onaantrekkelijk voor vrouwen. Om hier verandering in te brengen, zien technici vooral (57%) dat bedrijven een cultuurverandering moeten ondergaan. Dat betekent: meer diversiteit toepassen in leeftijd, geslacht en achtergrond. Dit blijkt uit de achtste editie van de TechBarometer van technisch opleider ROVC onder ruim 1.000 HR-beslissers, 2.700 technici en 1.000 potentiële zij-instromers.

Ondanks dat 66 procent van de HR-beslissers een divers personeelsbestand zegt na te streven, blijft actie grotendeels uit. Zo investeren bijvoorbeeld slechts vier op de tien (39%) HR-beslissers in het actief werven van vrouwen. Het aantal technische bedrijven dat diversiteit heeft opgenomen in de organisatiedoelstellingen voor de komende jaren is nog lager: vier procent.

Mannenwereld
John Huizing, directeur bij ROVC: “De techniek is van oudsher een mannenwereld. Hoewel uit diverse onderzoeken blijkt dat hier langzaam verandering komt, zijn vrouwen nog steeds sterk ondervertegenwoordigd. Daarnaast is sprake van een discrepantie tussen de in- en uitstroom van vrouwen die voor een technische functie kiezen. Dat vind ik, zeker gezien de huidige tijd, erg opmerkelijk. Als branche moeten we de hand in eigen boezem steken: dit moet én kan beter. Gezamenlijk moeten we aan de slag om vrouwen te enthousiasmeren voor de techniek en te zorgen dat ze dat ook blijven. Dit vraagt om aandacht en investeringen. Focus op het aantrekken en behouden van een divers personeelsbestand is enorm belangrijk voor de sector. Het personeelstekort waar de branche mee kampt is een aanhoudend probleem. Dit tekort loopt bovendien de komende jaren alleen maar verder op, onder andere door de energietransitie die om duizenden, zo niet tienduizenden extra vakmensen vraagt.”

Niet aantrekkelijk
Zeven op de tien (71%) HR-beslissers vinden dat de branche even geschikt is voor vrouwen als mannen. Wel ziet een meerderheid (56%) van de HR-beslissers in dat de branche momenteel niet aantrekkelijk is voor vrouwen. En dat beeld klopt, kijkend naar de uitkomst van potentiële vrouwelijke zij-instromers. Van hen zou slechts vijftien procent graag in de techniek werken.

Weg met de voltijdcultuur
De vraag dringt zich op waarom de technische branche onaantrekkelijk wordt gevonden voor en door vrouwen. Het antwoord hierop ligt in het feit dat de branche onvoldoende flexibel lijkt. Veel HR-beslissers vinden bijvoorbeeld dat zowel de gehele branche (44%), als de eigen organisatie (34%) onvoldoende openstaat voor deeltijdwerken. Daarnaast kampt de technische sector nog steeds met een imagoprobleem. Zij-instromers bestempelen het vakgebied vaak onterecht als moeilijk (19%), voor mannen (15%) en iets om vieze handen van te krijgen (10%). Ook technici zelf beamen dat imagoverandering noodzakelijk is voor meer diversiteit: 49 procent vindt het nodig om het imago van de technische sector te veranderen om zo meer vrouwen aan te trekken.
Huizing vervolgt: “Naast het veranderen van het imago van de techniek moet er ook anders gekeken worden naar dienstverband om het vak aantrekkelijk te maken. Goed werkgeverschap draait anno 2023 niet meer om enkel een goed salaris of een vast contract. Zaken als een gezonde werk-privébalans en autonomie worden steeds belangrijker. Ook – en misschien wel juist – in de technische branche, waar over het algemeen nog weinig aandacht is voor deze zaken. De schijnbaar dwingende voltijdcultuur maakt de sector minder aantrekkelijk voor vrouwen en jongeren, twee groepen die enorm belangrijk zijn om de personele uitdagingen in de techniek het hoofd te bieden. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat veel mensen die na een korte technische carrière weer uitstromen, deeltijd gaan werken in een sector waar dit meer gemeengoed is. Als branche laten we hier enorme kansen liggen. Willen we een bredere groep enthousiast maken én houden voor het technische vak, dan moet er meer ruimte komen voor diversiteit en flexibiliteit in dienstverband, werktijden en roosters. Ook moeten werkgevers aandacht schenken én tijd vrijmaken voor het ondersteunen van persoonlijke ambities en ontwikkelmogelijkheden.”

Steeds meer jonge vrouwen in de installatiebranche

Het is vandaag Girls’ Day. Bedrijven in het hele land laten meisjes kennismaken met de carrièrekansen in de techniek. Doekle ...

Topvrouw bij moederbedrijf Remeha

BDR Thermea Group, een wereldwijde fabrikant van thermische comfortoplossingen, heeft Lúcia Veiga Moretti aangesteld als Chief Commercial Officer. Het Nederlandse ...

Techniek Nederland pleit voor meer vrouwen in techniek op Girls day

De carrièrekansen voor meisjes en vrouwen in de techniek zijn groter dan ooit. Toch is op dit moment nog maar ...

Wijchense installatiebedrijf gaat vrouwelijke klant centraler zetten

Het Wijchense Installatiebedrijf Romijnders Service introduceert ‘Romy’: een fictieve vrouw die tips en achtergrondinformatie geeft over zaken als de verwarming, ...

“Veel W-installateurs vinden meet- en regeltechniek iets voor E”

Gepubliceerd op

Meet- en regeltechniek zit in de lift, merkt opleider ROVC. Toch lijken veel installateurs nog vaak meer bezig te zijn met de ‘hardware’ dan de ‘software’. Wel ziet Nico van Leeuwen, Business Developer bij ROVC, dat het aantal cursussen op het gebied van meet- en regeltechniek het afgelopen jaar bijna is verdubbeld. “Je praat dan al snel over honderden cursisten.”

Al jaren neemt het belang van Meet- en Regeltechniek toe voor de werking en monitoring van W-installaties. Toch bleef het aantal cursisten stabiel. Van Leeuwen had al eerder een kentering verwacht.

Waarom dan nu wel?
“Verschillende factoren. Allereerst natuurlijk de gestegen energie- en gasprijzen. Klanten tonen meer belangstelling voor monitoringsoplossingen en mogelijkheden om hun installaties te optimaliseren. Daar heb je meet- en regeltechniek voor nodig. Daarnaast heeft ook Corona, onder andere vanwege de aandacht voor de binnenklimaatkwaliteit, een duit in het zakje gedaan. Tot slot wordt er in 2026 Europese wetgeving ingevoerd die de monitoring van energieprestaties van gebouwen verplicht maakt.”

Het lijkt erop alsof installateurs vaak meer bezig zijn met ‘de hardware’, lees concrete producten en systemen, dan de ‘software’, zoals bijvoorbeeld een digitaal platform voor energiemonitoring. Hoe komt dat?
“Dat klopt, ik denk dat er verschillende redenen voor zijn aan te wijzen. Allereerst duikgedrag. Veel W-installateurs vinden meet- en regeltechniek iets voor E. Dus ze willen er zich niet mee bezig houden. Daarnaast heeft de hele branche het al razend druk met de reguliere werkzaamheden. ‘Waarom zou ik me dan nog gaan verdiepen in meet- en regeltechniek’, denkt menig installateur dan. En tot slot is ook hier sprake van ‘onbekend maakt onbemind’.”

Hoe bedoel je?
“Ze vinden het soms een beetje eng. Ze zien er ook tegen op. Een aantal jaar geleden was alles dat met automatisering had te maken veel ingewikkelder dan nu. Als je nog met dat idee in het achterhoofd zit, lijkt het een hele kluif.”

Als je het nu al zo druk hebt, waarom zou je je dan toch gaan verdiepen in meet- en regeltechniek?
“Verschillende redenen. Allereerst gaan klanten toch vragen om oplossingen voor energiemonitoring en -analyse en willen ze dat installaties worden geoptimaliseerd. Daar heb je, zoals ik eerder al zei, in veel gevallen meet- en regeltechniek voor nodig. Daarnaast moet je ook realistisch blijven. Het gaat nu lekker, maar blijft dat zo als je vasthoudt aan het bestaande en je niet mee ontwikkelt?”

Dit is de verkorte versie van een artikel uit de komende uitgave van IZ. Hele artikel lezen? Surf dan komende maand naar www.installateurszaken.nl of nog beter abonneer je gratis op IZ via https://installateurszaken.nl/gratis-abonnee-worden/!

 

Nieuwe kennis over installaties voor leidingwater

Gepubliceerd op

De vernieuwde ISSO-publicatie 55 biedt een update van bestaande kennis, maar ook een aantal nieuwe onderwerpen voor het ontwerpen en realiseren van leidingwaterinstallaties. De publicatie is een herziening van de uitgave uit 2013 over ‘Leidingwaterinstallaties voor woon- en utiliteitsgebouwen’. Het naslagwerk biedt een gestructureerd overzicht van alle facetten die nodig zijn voor de realisatie van leidingwaterinstallaties.

Omdat deze publicatie al relatief lange tijd niet is geüpdatet, was alleen het actualiseren van de bestaande inhoud onvoldoende. Diverse ontwikkelingen in het vakgebied zorgen dat er nieuwe en belangrijke onderwerpen aan de publicatie zijn toegevoegd. Bovendien is de structuur van het kennisdocument ook grondig aangepast, waardoor hij beter aansluit bij het volledige ontwerp- en realisatieproces van leidingwaterinstallaties. Specifieke onderwerpen, die voorheen verspreid door de publicatie aan bod kwamen, zijn vanwege hun belang en voor een beter overzicht in één hoofdstuk bij elkaar gebracht. Een voorbeeld is het prominente onderwerp waterkwaliteit, dat nu in een eigen paragraaf extra aandacht krijgt.

Aandacht voor duurzaamheid
Het reduceren van het energiegebruik is al in de ontwerpfase van een leidingwaterinstallatie belangrijk. In deze publicatie is daar uitgebreid aandacht aan besteedt. Zo is er een volledige paragraaf waarin drinkwaterinstallaties in relatie tot duurzaam bouwen worden behandeld. Dit maakt het voor ontwerpers duidelijk hoe zij ook levensduurkosten van een leidingwatersysteem in hun berekeningen en voorstellen kunnen meenemen.

NEN 1006 als basis
Omdat de NEN 1006 en de Waterwerkbladen de functionele eigenschappen voor leidingwaterinstallaties bepalen, is de publicatie feitelijk een praktische en gedetailleerde uitwerking van deze norm en Waterwerkbladen. Naast aangepaste passages op basis van geactualiseerde wet- en regelgeving en resultaten van recent onderzoek bevat deze publicatie ook onderwerpen die niet in NEN 1006 zijn opgenomen.

Gloednieuwe onderwerpen
Een heel nieuw onderwerp is de beschrijving van koudtapwatersystemen met actieve koeling, waarmee je ongewenste opwarming van drinkwaterleidingen kunt bestrijden. Met name in gebouwen waar vrijwel permanent een hoge ruimtetemperatuur heerst, zoals zorgcentra, zwembaden en sauna’s, is dit geen overbodige maatregel meer. In deze publicatie is ook de beschrijving van warmtapwateropwekking geheel vernieuwd en in lijn gebracht met de NTA 8800. Een ander, nieuw onderwerp is een methodische en toepassingsgerichte beschrijving van inregelventielen. Dit is kennis die bij warmtapwatercirculatiesystemen onontbeerlijk is.

Kennis over materiaalkeuze
Nieuw is ook de nieuw toegevoegde kennis met betrekking tot materiaalkeuze, in relatie tot bacteriologische aangroeipotentie. Om leidingwater gezond en schoon te houden heeft de vakman – zeker nu de keuze in materialen fors is toegenomen – meer behoefte aan deze kennis. Tot slot zijn ook de SIMDEUM® berekeningsmethodiek en kengetallen aan de publicatie toegevoegd. Verder bevat de nieuwe publicatie meer instructieve afbeeldingen, schema's en rekenvoorbeelden die het ontwerpproces inzichtelijk en toegankelijk maken.

 

KSB geeft jonge technici kans en uitdaging

Gepubliceerd op

Welk bedrijf in de industrie kampt er niet mee? Het bestaande personeelsbestand is aan het vergrijzen maar het aantrekken van (jonge) instroom blijkt problematisch. Landelijk, regionaal en lokaal worden verschillende initiatieven ontplooid om nieuwe, vooral jonge werknemers te vinden én aan het bedrijf te binden. KSB zet daarbij in op nauwe samenwerking met regionale opleidingscentra. Een gesprek met enkele jonge servicemedewerkers bij deze fabrikant van onder andere pompen en afsluiters leert echter dat het om meer gaat dan alleen samenwerken.

Neem Mike Huisman. Hij volgde de mbo-opleiding Werktuigbouwkunde toen hij in 2017 een stageplek zocht. Die vond hij bij KSB. “KSB voelde als een thuis waar ik serieus werk vond, leuke opdrachten kreeg en gemotiveerd werd om door te studeren. Inmiddels zit ik in mijn derde jaar van de hbo-opleiding Werktuigbouwkunde. Wat begon met een stage is inmiddels een prachtjob die mij ook kennis laat maken met het buitenland. Ik heb al tien weken bij KSB in Duitsland op de onderzoeksafdeling mogen werken, waar ik heb geleerd hoe onderzoeksontwikkelingen worden vertaald naar de praktijk. En inmiddels ben ik alweer met KSB aan het vooruitkijken naar de volgende vijf jaar.”

Afwisselende werkzaamheden
Steven Ohm werkt met Mike samen in de KSB-werkplaats in Zwanenburg. Ook hij leerde KSB kennen tijdens zijn mbo-stage. “Al snel merkte ik dat KSB afwisselend werk biedt: revisie, onderhoud, lassen – ik krijg eigenlijk met alles te maken. Tegelijkertijd motiveert KSB me wel om door te gaan met mijn studie. Mijn afstudeerproject was een vlaktafel waar ik nu bij KSB dagelijks aan sta te werken. Voorlopig wil ik hier nu eerst ervaring opdoen. En dat lukt uitstekend in een omgeving waarin veel jonge collega’s om je heen lopen die ondersteund worden door enkele ‘oude rotten’ in het vak.” Collega Dennis Loogman is dezelfde mening toegedaan: “Ik was van oorsprong automonteur maar zocht een nieuwe uitdaging; een baan met meer mechanica en minder elektronica. Die vond ik bij KSB, waar ik het overgrote deel van de tijd in de werkplaats actief ben maar af en toe ook meega naar onderhoudsopdrachten bij klanten.”

Hard nodig
Mike Breure is momenteel bezig met revisies. Als HBO-er Werktuigbouwkunde werkt hij inmiddels één jaar bij KSB en heeft in dat jaar naar eigen zeggen veel geleerd. “KSB biedt ook veel gelegenheid om te leren. Het heeft me het eerste jaar wel verbaasd dat er zoveel kon; ik ben zelfs ook al twee keer in Duitsland op cursus geweest. Voor mij is het een mooi bewijs dat KSB investeert in de eigen medewerkers. En dat merk ik ook als ik over mijn eigen ontwikkeling op het werk praat; ik ben aangenomen voor de service-buitendienst maar heb ook al aangegeven dat ik te zijner tijd graag op de engineeringafdeling zou werken. Ik ervaar dat KSB je helpt om naar zo’n positie door te groeien. Dat doet je niet alleen beseffen dat industriële bedrijven als KSB hard nodig zijn, maar ook dat wij als jonge werknemers onmisbaar zijn.”

Volop uitdagingen
Tim de Boer werkt al vier jaar bij KSB als buitendienstmonteur. Wat hem aanspreekt zijn de openheid en de sfeer. “Iedereen kan het goed met elkaar vinden omdat je geaccepteerd wordt zoals je bent. Ik heb de eerste drie maanden in de werkplaats gewerkt en ben daarna als buitendienstmonteur aan de slag gegaan. Het is zeer divers werk bij uiteenlopende klanten waarvoor je veel vrijheid krijgt maar ook goed moet kunnen improviseren. KSB investeert veel tijd in ons en dat geeft een goede binding met het bedrijf; het voelt een beetje als een familie.”

Boven mbo-niveau
Naast Tim werkt Rick Huisman. Met 20 jaar is hij de jongste. Momenteel doet hij de mbo-opleiding Werktuigbouwkunde en het werk bij KSB sluit daar op aan. “De techniek waar ik hier mee te maken krijg, ligt boven het mbo-niveau. Dat maakt het zo interessant en uitdagend om hier te werken. Momenteel loop ik stage waarbij ik als opdracht een Sewatec afvalwaterpomp zelf moet repareren. Samen met collega’s heb ik de pomp mogen uitbouwen. Momenteel haal ik de pomp uit elkaar waarna die gestraald wordt en onderdelen worden vervangen. Tenslotte mag ik de pomp weer volledig gereviseerd inbouwen in een ziekenhuis.”

Jonge collega’s
Desley Kisoor is de laatste KSB-jongeling. Hij kwam als constructiewerker in dienst bij de KSB-werkplaats waar hij pompen reviseert en onderhoudt en laswerkzaamheden verricht. “Ik ben via een kennis met KSB in contact gekomen en had al snel in de gaten dat het een bijzondere werkomgeving biedt met veel jonge collega’s en uitdagend werk. Al tijdens mijn stage kreeg ik het aanbod om aanvullende opleidingen te gaan doen. Dat gaf direct een goed gevoel en dat is eigenlijk altijd zo gebleven. Eén van die opleidingen was in Duitsland, waar je dan ook merkt hoe groot ons bedrijf is.”

Meisjes kiezen steeds vaker voor technische carrière

Gepubliceerd op

Meisjes vinden steeds vaker de weg naar een opleiding in de techniek. Die conclusie trekt Techniek Nederland aan de vooravond van Girls’ Day, op donderdag 30 maart. Het aantal meisjes dat dit schooljaar heeft gekozen voor een technische vmbo-opleiding ligt maar liefst 21% hoger dan in 2021- 2022. Voorzitter Doekle Terpstra van Techniek Nederland: “Voor meisjes wordt een keuze voor techniek bijna net zo gewoon als een keuze voor de zorg of het onderwijs. Dat is goed nieuws voor de werkgevers in onze sector, maar ook voor de meiden zelf. Want de technieksector biedt enorme carrièrekansen.”

De toename van de instroom van meisjes op technische opleidingen komt niet als een verrassing. Terpstra: “Van alle sectoren biedt de techniek waarschijnlijk het allerbeste uitzicht op een interessante en succesvolle loopbaan. Het vak wordt breder, innovatiever en digitaler. Zwaar materiaal maakt meer en meer plaats voor slimme techniek. Daar komt bij dat de cultuur in techniekbedrijven volop in beweging is; communicatieve vaardigheden, creativiteit en teamwork zijn belangrijker dan ooit. Werken in de techniek wordt daardoor steeds aantrekkelijker, voor mannen én vrouwen.”

Vrouwen zijn onmisbaar
Ondertussen neemt de maatschappelijke betekenis van de technieksector snel toe. De energietransitie is onuitvoerbaar zonder techniek, voor innovaties in de gezondheidszorg geldt hetzelfde. Het is niet realistisch om te denken dat de omvangrijke maatschappelijke opgaven te realiseren zijn met de helft van de beroepsbevolking, aldus Techniek Nederland. Meisjes hebben in de technieksector volop kansen als installatiemonteur, maar bijvoorbeeld ook als adviseur, ontwerper en data-analist.

Vrouwen zijn in aantocht
De instroom in het vmbo bij het technisch profiel Produceren, Installeren en Energie (PIE) groeit licht. Dit schooljaar is 5,8% van de studenten een meisje; in het schooljaar 2021-2022 was dat 5%. Terpstra: “Er moet dus nog veel gebeuren. Daarom is het goed dat veel techniekbedrijven op Girls’ Day in actie komen en activiteiten organiseren. Techniek moet je zien en beleven, in de praktijk.”

Girls’ Day 2023: donderdag 30 maart
Girls’ Day is bedoeld om meisjes tussen de 10 en 15 jaar enthousiast te maken voor technische opleidingen en beroepen. De dag is een initiatief van VHTO, het expertisecentrum genderdiversiteit in bèta, techniek en IT.

Méér vmbo-leerlingen (en meisjes) kiezen voor techniek

In het vmbo kiezen steeds meer leerlingen voor een technische opleiding. Net als een jaar eerder groeide het aantal vmbo’ers ...

Steeds meer jonge vrouwen in de installatiebranche

Het is vandaag Girls’ Day. Bedrijven in het hele land laten meisjes kennismaken met de carrièrekansen in de techniek. Doekle ...

Techniek Nederland pleit voor meer vrouwen in techniek op Girls day

De carrièrekansen voor meisjes en vrouwen in de techniek zijn groter dan ooit. Toch is op dit moment nog maar ...

‘Meer vrouwen in de techniek. Zo doe je dat!’

Met de uitreiking van de Femme Tech Bedrijven Awards zijn de afgelopen vijf jaar technische bedrijven in het zonnetje gezet, ...

Interland Techniek bundelt krachten met specialist luchtvochtigheid

Gepubliceerd op

Interland Techniek, specialist in klimaatbeheersing en luchtverdeeloplossingen, heeft een exclusieve samenwerkingsovereenkomst getekend met DriSteem. DriSteem is leverancier van oplossingen voor bevochtiging, adiabatische koeling en waterbehandeling voor commerciële en industriële toepassingen. Het bedrijf biedt op maat gemaakte systemen voor uiteenlopende marktsegmenten, zoals gezondheidszorg, datacenters, kantoren, cleanrooms, waarin nauwkeurige controle van luchtvochtigheid een belangrijke rol speelt.

Stephen Finkel, regionaal verkoopmanager West-Europa bij DriSteem, legt uit dat werken met Interland Techniek "de logische keuze is, gezien hun ervaring en expertise." Finkel vervolgt: “Ik heb er alle vertrouwen in dat hun inzet voor de beste service en productkennis van DriSteem de tools en ondersteuning zal bieden die in Nederland nodig zijn. Ze zijn een geweldige aanvulling op ons verkoopteam en we zijn blij dat we ze aan boord hebben. We zijn erg trots om samen met Interland Techniek de Nederlandse marktpositie uit te bouwen.”

Gezond en comfortabel binnenklimaat
Sander van den Hoven, algemeen directeur van Interland Techniek: “Interland Techniek is al meer dan 70 jaar actief in klimaatbeheersing en is onderdeel van de Nederlandse HC Groep. Een gezond en comfortabel binnenklimaat heeft een positieve invloed op mensen; als Nederlands marktleider op het gebied van klimaatbeheersing speelt HC Groep, met meer dan 100 jaar ervaring, hierin een belangrijke rol. Innovatief, betrouwbaar, maatschappelijk verantwoord, milieubewust en betrokken. Dit zijn enkele kernwaarden die alle bedrijven van HC Groep hun klanten te bieden hebben. Dagelijks zetten ruim 400 medewerkers zich, verdeeld over diverse locaties in Nederland en één locatie in het buitenland, in om specialistische vraagstukken op het gebied van klimaattechnologie op te lossen.”

Creatief met lucht
Peter van der Velde, commercieel directeur van Interland Techniek, vult aan: “Duurzame totaaloplossingen op het gebied van klimaatbeheersing zijn ons uitgangspunt. Wij zijn creatief met lucht en deskundig in eenvoudige tot zeer complexe vraagstukken op het gebied van klimaatbeheersing, zodat elk klimaat-technisch vraagstuk met de juiste adviezen en producten wordt opgelost. Maatwerk is onze passie. Dat bewijzen we door technisch advies te geven voor een probleemloze werking van onze producten en systemen.”

Speciale luchtbehandeling moet voor ‘virusvrije’ lift zorgen

In kantoor The Edge wordt één van de liften voorzien van een nieuw ontwikkeld, compact inbouw-luchtbehandelingssysteem dat zorgt voor schone, ...

Cairox Centre krijgt nieuwe naam

Cairox Centre zal met ingang van het nieuwe kalenderjaar verder gaan onder de naam UltimAir. De nieuwe naam moet nog ...

Corona en bevochtiging: wat te doen?

Heeft de bevochtiging van gebouwen ook impact op de levensduur van het coronavirus? En zo ja; wat kan ik dan ...

Bouwspecialist breidt activiteiten uit door overname  

SIG plc, gespecialiseerd in oplossingen voor de bouwindustrie, kondigt de overname van HC Groep bv aan. HC Groep, met vestigingen ...

Nederlands kampioen sanitair en verwarming

Gepubliceerd op

Sam Strijbis uit Dirkshorn is Nederlands kampioen geworden in zijn vakgebied ‘sanitair- en verwarmingstechnicus'. De tweede plaats ging naar Jasper Klein uit Hoofddorp. Ariën Koolmees uit Overijssel werd derde. De in totaal acht finalisten hebben afgelopen donderdag 23 maart en vrijdag 24 maart in de RAI gestreden om het kampioenschap. Zeven van de acht finalisten in deze categorie komen uit de stallen van IW-opleidingsbedrijven.

De wedstrijdopdrachten die de finalisten krijgen, zijn elk jaar anders. Deelnemers in de competitie ‘sanitaire-en verwarmingstechnicus’ moeten bijvoorbeeld een koud- en warmwaterleiding aanleggen en een cv- of rioolinstallatie volgens tekening maken. Naast veilig en netjes werken moeten de deelnemers vaardig zijn in het buigen en bewerken van alle soorten installatietechnisch leidingwerk, het maken van verbindingen en kennis hebben van afsluiters, kleppen, ventielen en de wijze waarop die gemonteerd moeten worden.

Trends en ontwikkelingen
De wedstrijdopdrachten representeren enerzijds nieuwe trends en ontwikkelingen in het vakgebied, zoals gebruik van moderne gereedschappen en nieuwe producten die op de markt komen. Ook doen de opdrachten een beroep op zowel de vakkennis als de vakvaardigheden van de finalisten. Daarnaast worden deelnemers beoordeeld op vakoverstijgende vaardigheden als creatief en probleemoplossend denken.

Leerwerktraject
De jaarlijkse Skills competities zijn vakwedstrijden voor mbo- en vmbo-studenten. De meeste deelnemers volgen een leerwerktraject. Ze werken bij een leerbedrijf en gaan daarnaast naar school. Elk jaar worden er wedstrijden georganiseerd in ongeveer 50 vakrichtingen, van verpleegkundigen en automonteurs tot ICT-beheerders en schoonheidsspecialisten. Via voorrondes op school en kwalificatiewedstrijden kunnen deelnemende studenten in de nationale finales komen. Daar strijden ze om de titel beste vakman of -vrouw van Nederland. Afgelopen week hebben in totaal ruim 700 finalisten van Skills Talents (vmbo) en Skills Heroes (mbo) in de Amsterdamse RAI gestreden om Nederlands kampioen te worden in hun vakgebied.

Jonge Nederlandse installateur bij wereldtop in zijn vak

Nederland heeft zilver gescoord op de wereldkampioenschappen ‘sanitaire en verwarmingstechniek’ tijdens de WorldSkills 2022 kampioenschappen voor beroepen in het Poolse ...

Wedstrijden voor fitters tijdens beurs waterbehandeling

Tijdens de Aqua Nederland Vakbeurs zullen voor het eerst demonstraties van fitterijteams van Waternet en Waterbedrijf Groningenworden gehouden. De KNW ...

Medewerkers De Groot Installatiegroep doen het goed tijdens WorldSkills Netherlands

Vier medewerkers van De Groot Installatiegroep zijn vorige week tijdens de finale van WorldSkills Netherlands in Den Bosch in de ...

Nationale Beroepenwedstrijd Technische Isolatie

Zes jonge isolatietechnici streden en strijden donderdag 10 en vrijdag 11 maart 2016 in Hét Huis van de Isolatie in ...

ISH 2023, een ‘serieuze’ verademing

Gepubliceerd op

De ISH is altijd een feestje. In een sneltreinvaart krijg je als bezoeker een totaaloverzicht van alle trends en noviteiten. Deze editie stond duidelijk in het teken van ‘haalbare oplossingen om de verduurzamingstransitie succesvol te doorlopen’. De beurs had de nodige noviteiten in petto om de bezoeker te verrassen. Tegelijkertijd liet de ISH ook goed zien welke trends op dit moment de toon aangeven in de installatiebranche.

Het was een verademing om na de ‘coronajaren’ weer elkaar face-to-face te ontmoeten viel van diverse kanten te horen. Een gelukkige bijkomstigheid was dat er ook echt iets te zien en te ervaren viel. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de VSK, Hardenberg en de Bouwbeurs, sparen fabrikanten nog wel hun noviteiten op om ze voor het eerst te tonen tijdens de megabeurs in Frankfurt am Main.

Exposanten
Tijdens deze ISH-editie waren er 2025 exposanten aanwezig, een daling vergeleken met de vorige ‘fysieke’ ISH in 2019 toen er 2.532 kwamen opdraven. Ze waren afkomstig uit 54 verschillende landen. Daarmee wordt een langjarige trend voortgezet. Zo was meer dan 60% van de exposanten tijdens de edities van 2017 en 2019 afkomstig uit andere landen dan Duitsland. Deze internationalisering van de beurs is overigens geheel in lijn met ontwikkelingen in het vakgebied zelf, waar ook steeds makkelijker over de grenzen wordt gekeken. Deels uit noodzaak, vanwege internationale klimaatafspraken, deels uit nieuwsgierigheid, eigen netwerken en businessventures die zich over verschillende landen uitstrekken. De exposanten waren over het algemeen te spreken over de kwaliteit van de bezoekers. Een fabrikant merkte, terecht, op dat de bezoekers meer gericht zoeken naar informatie. “Een verschil met vroeger toen de ISH voor menig installateur vooral een ‘feestje’ was. Door alle regelgeving en de stijgende energieprijzen worden installateurs nu echter gedwongen zich meer te verdiepen in bijvoorbeeld warmtepompen. We merken dat ze zich volop aan het oriënteren zijn.”

Bezoekers
Inmiddels duurt de ISH vijf dagen, deze editie van 13 tot en met 17 maart. Volgens ingewijden zijn vooral maandag tot en met donderdag interessant voor vakspecialisten, want “vrijdag komen vooral de consumenten”. Dit jaar bezochten rond de 154.000 bezoekers de ISH. Een forse daling, die helaas, de beurs al langer parten speelt. In 2019 kon de ISH nog 190.000 bezoekers begroeten, in 2017 rond de 200.000. Evenals bij de exposanten zet wel de internationalisering van de beurs door, maar met ups and downs. Was in 2017 40% van de bezoekers afkomstig uit andere landen dan Duitsland, in 2019 ging het om 48% en dit jaar om 44%. Tot de toplanden behoorden Nederland, Italië, Frankrijk, Zwitserland, België, China, UK, Polen, Oostenrijk en Turkije. Duizenden landgenoten namen dus wederom de moeite om de ISH te bezoeken. Ze waren erg te spreken over de beurs, aldus de organisatie. Deze ISH-editie scoorde, evenals de afgelopen twee keer, extreem hoge cijfers. Volgens een onderzoek van de Messe zelf gaf 94% van de bezoekers aan hun doelen voor het beursbezoek te hebben gerealiseerd. Bovendien was 96% tevreden over de rijke verscheidenheid van de exposanten en de getoonde oplossingen.

Aandachtsgebieden
Wat kregen al die bezoekers voorgeschoteld? De beurs liet de laatste ontwikkelingen zien op het gebied van verwarming, airconditioning, ventilatie, domotica en GB-systemen. Daarnaast kon de bezoeker zich uitgebreid verdiepen in moderne en duurzame oplossingen voor de sanitairbranche en de installatietechniek in de brede zin des woords.
Uiteraard was in alle subdisciplines ruimschoots aandacht voor de energietransitie. Hal 8 was eigenlijk de warmtepomphal. Opvallend was verder de grote aandacht voor houtgestookte verwarmingsoplossingen. Ook dit is in lijn met ontwikkelingen in Nederland. Zo liet de brancheorganisatie voor leveranciers van bioketels (NBKL) al eerder dit jaar weten dat in 2022 de vraag naar haar systemen sterk was gestegen. Ook neemt op het gebied van ventilatie en luchtbehandeling de aandacht voor gebalanceerde ventilatiesystemen sterk toe. Dat geldt eveneens voor filtering en de monitoring van de binnenluchtkwaliteit. Onder andere via CO2- en RV-sensoren. Dit heeft alles te maken met de pandemie van de afgelopen jaren. Hetzelfde geldt voor de grote verscheidenheid aan ‘touch-free’ oplossingen die de exposanten lieten zien. Tot slot: circulariteit begint ook steeds meer opgang te maken in onze branche. Dat heeft niet alleen te maken met Europese wetgeving, maar ook met het gebrek aan materialen, componenten en producten door de verstoorde logistieke aanvoerlijnen tijdens de pandemie én de naweeën daarvan.

De volgende ISH vindt plaats van 17 – 21 maart in 2025 in Frankfurt am Main.

Nieuwe naam voor Installatie Vakbeurs Hardenberg

Installatie Vakbeurs wordt Installatie Vakdagen. De nieuwe naam sluit volgens de organisator beter aan bij de veranderende informatiebehoefte in de ...

ISH 2023 introduceert Hotspots

ISH 2023 komt er al weer aan. Voor een snelle oriëntatie krijgen deelnemers aan deze internationale vakbeurs voor de installatiebranche ...

Nederlandse huishoudens beperken energieverbruik

Uit een onderzoek van tado°, actief op het gebied van intelligent klimaatbeheer voor woningen, blijkt dat 61,1% van de huishoudens ...

Nabeursfase digitale ISH levert extra deelnemers op

De internationale vakbeurs ISH werd dit jaar vanwege de coronapandemie digitaal gehouden. Van 22 tot 26 maart jl. is ongeveer ...

Verduurzaming door flexibel te voorzien in energie

Gepubliceerd op

De energieflexibiliteit van een gebouw is de mate waarin de energiebehoefte en de energieproductie van een gebouw kunnen reageren op externe prikkels. Een (prijs)prikkel moet ervoor zorgen dat gebouwen extra vermogen vragen als er bijvoorbeeld een te groot aanbod van duurzame energie is of juist de vraag verminderen als er te weinig aanbod is. Dat staat in het TVVL Klimaattechniek (/KT) - 42 rapport ‘Energieflexibiliteit in gebouwen’. Het rapport biedt inzicht in hoe gebouwen kunnen bijdragen aan het verduurzamen van de energievoorziening door het flexibiliseren van de energiebehoefte. Voor dit rapport is ook een aanvullend document beschikbaar waarin een projectmatige aanpak wordt beschreven voor het in kaart brengen en ontsluiten van de energieflexibiliteit van een gebouw.

In de traditionele energievoorziening volgt de energieproductie de energiebehoefte. Bij de duurzame energievoorziening is het aanbod van duurzame energie niet stuurbaar. Om zo veel mogelijk gebruik te maken van de beschikbare duurzame energie is het zinvol als de energiebehoefte de duurzame energieproductie enigszins kan volgen. Dit is het doel van energieflexibiliteit. TVVL Expertgroep Klimaattechniek heeft met medewerking van de expertgroepen Gebouwbeheer en – automatisering en Elektrotechniek een rapport samengesteld dat inzicht biedt in manieren waarop de flexibilisering van de energiebehoefte ertoe leidt dat gebouwen kunnen bijdragen aan het verduurzamen van de energievoorziening.

Vorm van energieopslag
Energieflexibiliteit wordt in zijn algemeenheid gerealiseerd door een vorm van energieopslag. Dit kan een batterij zijn, maar ook een voorraadvat met warmwater. Het rapport beschrijft dat de massa van het gebouw zelf een thermische buffer is die gebruikt kan worden om energieflexibiliteit te realiseren. Daarnaast kan door het clusteren van vele gebouwen in combinatie met min of meer flexibel te schakelen apparatuur energieflexibiliteit opleveren. Ook is gekeken naar complexe factoren zoals energieflexibiliteit in samenhang met de andere gebouwsystemen en innovaties op het gebied van voorspellende regelingen.

Zowel het technische rapport als het aanvullende document is beschikbaar via het online platform van TVVL.
Technisch Rapport Energieflexibiliteit van gebouwen
Technisch Rapport Energieflexibiliteit van gebouwen, aanpak

Verduurzamen van collectieve installaties

Verduurzamen van collectieve installaties Energy Bridge verduurzaamt collectieve installaties van wooncomplexen en kantoren. Een gat in de markt. Vandaar dat ...

Geen planning bij woningcorporaties om woningen te verduurzamen

Woningcorporaties worstelen met de vraag hoe ze hun bestaande woningvoorraad moeten verduurzamen. Met name de onzekerheid over technische oplossingen en ...

Vooral jongeren hebben ambitie om hun woning te verduurzamen

Ondanks dat het energielabel verplicht is sinds 2008, weten vier van de tien Nederlanders niet welk energielabel hun woning heeft ...

Extreme aandacht voor warmtepompen

Gepubliceerd op

Het was weer traditioneel druk op de internationale vakbeurs ISH, waar ruim tweeduizend exposanten afkomstig uit 54 landen hun producten en diensten toonden. Grote verandering met vorige editie is o.a. de extreme aandacht voor warmtepompen; met name luchtgebonden oplossingen worden volop getoond. Een korte impressie.

LCA-analyse wordt steeds belangrijker in de installatietechniek. Mitsubishi Electric toonde een nieuw buitendeel van een luchtgebonden warmtepomp voor de seriematige bouw die met zo min mogelijk materialen is ontworpen. Zo is er maar 0,35 kg koper gebruikt en weegt de unit slechts 39 kg. De dB(A) is 57.

Databeheer
Data bleek het nieuwe goud. Eveneens van Mitsubishi Electric is het nieuwe cloudbased systeem voor databeheer Melcloud. Het systeem bevindt zich nu nog in de pilotfase. De bedoeling is om het dit jaar nog te gaan uitrollen en er geleidelijk aan meer functionaliteiten aan toe te voegen. Het is dan o.a. te gebruiken door installateurs, eindgebruikers en de engineeringafdeling van de fabrikant voor innovatie input.
Mitsubishi toonde verder nog een WTW-oplossing voor de woningbouw, in de range van 250 tot 500 m3/h. De fabrikant kan zo zowel verwarmings-, koelings-, warmtapwaterproductie- als ventilatieoplossingen bieden.

Binnenluchtkwaliteit
Brink toonde zijn nieuwe wireless switches, bedoeld voor zowel bestaande woningbouw als nieuwbouw. De switches zijn eenvoudig te installeren en integreren. Met koppeling naar CO2-sensor, maar bijvoorbeeld ook relatieve vochtigheid. Volgens de firma neemt het aantal parameters om de binnenluchtkwaliteit te meten toe.
Daarnaast krijgt de Flair-serie er twee nieuwe telgen bij: de Flair 450 plus 600. De getallen verwijzen naar het aantal kuubs per uur. De serie bestaat uit gebalanceerde ventilatie-oplossingen. Met de 450 en 600 wordt gemikt op iets grotere eenheden, bijvoorbeeld penthouses of buurthuizen.

Balansventilatie
Met de Aircabinet mikt AL-KO vooral op scholen. Het is een decentrale balansventilatie unit die per lokaal kan worden geïnstalleerd, zowel binnen als tegen de buitengevel. Het apparaat heeft vier geluidsdempers, daardoor blijft de geluidsproductie laag: rond de 35 dB(a). Per lokaal wordt in de praktijk gewerkt met luchtverversing van 1000-1200 kuub per uur. Het systeem heeft een elektrische naverwarmer en een CO2-sturing.

Bevochtiging
Nu de aandacht voor de binnenluchtkwaliteit toeneemt, is er ook meer oog voor bevochtiging. In veel gebouwen is de luchtvochtigheid zo laag, dat er extra moet worden bevochtigd. Condair Humilife is te gebruiken in huizen en te integreren in domotica-oplossingen. Het apparaat beschikt over een speciaal membraam met het oog op de hygiëne.

Propaan
Propaan is het nieuwe toverwoord in warmtepompland. Verscheidene fabrikanten geven aan dat je wel "iets met propaan moet tonen, om te laten zien dat je meedoet". Een ander veel gezien koudemiddel is R32.
Daikin liet de nieuwe generatie Altherma warmtepompen zien. Er is zowel een propaan- als R454c versie. De propaanversie is groter gedimensioneerd, omdat die vooral bedoeld is voor de bestaande woningbouw, waar de randvoorwaarden (isolatie, oude afgiftesystemen etc.) niet altijd optimaal zijn. Beide versies komen in de loop van 2024 op de markt. Vermogensklassen: 4-12 kW.

Opmerkelijk
En dan kwamen we ook nog wat opmerkelijke stands tegen.
Zo waren Chinese fabrikanten weer ruimschoots vertegenwoordigd. Maar wat vooral opviel was dat de stands professioneler oogden.
Cordivari toonde op haar stand dat je design wel kunt overlaten aan de Italianen. Het bedrijf presenteerde o.a. de Badge en Window radiatoren.
Ook opvallend tot slot: sommige fabrikanten, zoals de Apen Group, kunnen misschien maar beter geen Nederlandse vestiging openen.

Installatiefestival voor het hele gezin

Gepubliceerd op

Wasco organiseert op 12 en 13 mei a.s. het gratis installatiefestival NXT GEN. De groothandel laat dan samen met zo’n 60 fabrikanten zien hoe leuk techniek écht is. Bezoekers gaan niet van stand naar stand maar iedereen gaat zelf aan de slag. Fiets een warme douche bij elkaar, race met een zelfgebouwde mini-raceauto of speel Twister op een klimwand. Tijd voor een pauze? Neem op 50 meter hoogte in de skybar een verfrissend drankje. Met het festival wil de groothandel laten zien dat techniek niet ingewikkeld, saai of alleen voor jongens is.

Samen met haar leveranciers besloot installatiegroothandel Wasco techniek eens op een andere manier in de spotlights te zetten. Installatiefestival NXT GEN ontstond met het idee het ware gezicht van techniek te laten zien. Niet alleen leuk voor jongeren die een opleiding moeten kiezen. Ook interessant voor familie en vrienden van installateurs. Tijdens NXT GEN komt techniek tot leven.

Verrassende ideeën
Xander Hagens, commercieel directeur van Wasco, kan niet wachten tot NXT GEN eindelijk begint. “Wij dachten: een traditionele vakbeurs is leuk, maar het is ook heel standaard. We wilden het graag eens anders doen. Gelukkig dachten onze leveranciers er net zo over. Iedereen kwam met verrassende ideeën. Samen zetten we nu het allereerste installatiefestival van Nederland neer.”

Experience
“Je kunt echt leuke dingen doen op NXT GEN”, vertelt Xander enthousiast. “Techniek is geweldig, installateurs weten dat al. En de rest van de familie snapt dat na een bezoekje ook, zeker weten. NXT GEN is echt een experience. Een dagje festivallen en tegelijkertijd kennismaken met techniek.”

Praktische informatie
Installatiefestival NXT GEN vindt op 12 en 13 mei a.s. plaats op het evenemententerrein van Papendal in Arnhem. Tickets en parkeren zijn gratis. Aanmelden kan online via de website van Wasco.

Nieuwe naam voor Installatie Vakbeurs Hardenberg

Installatie Vakbeurs wordt Installatie Vakdagen. De nieuwe naam sluit volgens de organisator beter aan bij de veranderende informatiebehoefte in de ...

Fysieke vakbeurzen maken komend jaar plaats voor online evenementen

ISH kondigde deze week haar plannen aan voor een digitale beurseditie in 2021, die de fysieke versie zal vervangen. Dit ...

Techniek Nederland organiseert webinar over CO certificering

Techniek Nederland organiseert op dinsdag 21 januari het webinar ‘Alles wat u moet weten over de CO-certificering’. Tijdens de interactieve ...

KERN organiseert kennismiddag over nauwkeurig energieprestaties voorspellen

Op 21 maart a.s. organiseert Kennisinstituut KERN een middag over de nZEB-tool. Met deze tool kan de energiebalans van een ...

Dubbele omzetcijfers voor fabrikant Bosch

Gepubliceerd op

In het boekjaar 2022 steeg de omzet van de divisie Bosch Thermotechnology nominaal met ongeveer 12 procent en gecorrigeerd voor wisselkoerseffecten met ongeveer 13 procent tot 4,5 miljard euro. "Hoewel de macro-economische situatie zeer uitdagend was, bereikten onze verkoopopbrengsten opnieuw een recordniveau, waardoor 2022 over het geheel genomen een positief jaar werd", zegt Jan Brockmann, voorzitter van de divisie Bosch Thermotechnology. Wat de producten betreft, waren energie-efficiënte warmtepompen de belangrijkste groeiers, met een internationale omzetstijging van 54 procent. In Duitsland steeg de verkoop van warmtepompen met 75 procent, wat duidelijk beter is dan de markt. In de Europese Unie verwacht Bosch een onevenredige groei in deze zeer dynamische omgeving en heeft zich tot doel gesteld sneller te groeien dan de markt.

De activiteiten van Bosch Thermotechnology groeiden aanzienlijk met dubbele cijfers op tal van markten, waaronder 68 procent in Amerika en 28 procent in Azië. Airconditioners waren de belangrijkste motor achter de sterke omzetgroei in de VS. Daar beschikt Bosch Thermotechnology over een zeer concurrerend productportfolio van continu variabele en dus zeer energie-efficiënte inverterapparaten. De belangrijkste markt in Azië is China, waar de vraag naar wandgasketels voor huishoudens groot was.

Naamswijziging
Samen met de recordcijfers kondigde Bosch ook aan dat Bosch Thermotechnology met ingang van 1 april 2023 wordt omgedoopt tot Bosch Home Comfort Group. "De nieuwe naam is de volgende stap na de formulering van het bedrijfsdoel 'Make. Home. Comfort. Green.", benadrukt Jan Brockmann. "De nieuwe naam onderstreept onze innovatieve productportefeuille en ons doel om de wereldwijde megatrend naar elektrificatie te stimuleren door onze warmtepomp-, hybride en airconditioningactiviteiten sterk uit te breiden. Met de uitgebreide elektrificatie van alle energiestromen en de intelligente en efficiënte interactie tussen alle verbruiksapparaten in het gebouw combineren we een duurzame levensstijl met een hoog comfortniveau."

Investeringen
In 2022 stegen de totale wereldwijde investeringen van Bosch Thermotechnology in onderzoek en ontwikkeling met 13 procent ten opzichte van het voorgaande jaar tot 216 miljoen euro. Het wereldwijde personeelsbestand steeg met 1,4 procent tot ongeveer 14.400 medewerkers, in Duitsland met ongeveer 3 procent.
Bosch Thermotechnology verwacht dat de verwarmings- en airconditioningindustrie zich in 2023 positief zal ontwikkelen. Voorwaarde hiervoor zijn stabiele randvoorwaarden voor materiaal en logistiek. Ook moet de financiële ondersteuning van eindklanten in de warmtetransitie worden voortgezet.

Klimaatdoelstellingen te halen
Bosch Thermotechnology is een van een aantal warmtepompfabrikanten die samen met de Duitse federale overheid een gezamenlijke intentieverklaring hebben ondertekend om vanaf 2025 500.000 warmtepompen per jaar te produceren. "Om de energietransitie in goede banen te leiden, moeten we de toename van klimaatvriendelijke oplossingen krachtig doorzetten. Tegen 2025 zullen we in totaal 700 miljoen euro investeren in onder meer elektrificatie en in de versterking van ons Europese vestigingennetwerk", aldus Jan Brockmann. Begin 2023 werd een nieuwe productievestiging voor warmtepompen geopend in Eibelshausen in Midden-Hessen, Duitsland, waar Bosch binnenunits produceert voor de nieuwe generatie stille warmtepompen die werken op het natuurlijke koelmiddel R290 (propaan). In de Duitse vestiging in Wernau worden de laboratorium- en testfaciliteiten voor warmtepompen en hybride oplossingen momenteel aanzienlijk uitgebreid. Sinds 2020 zijn de onderzoeks- en ontwikkelingsmiddelen van de vestiging aanzienlijk uitgebreid.

Uitbreiding productie en onderzoek
In Tranås, Zweden, is de capaciteit van de bestaande productielijnen uitgebreid en in februari 2023 is een extra productielijn voor warmtepompen in gebruik genomen. De laboratoriumfaciliteiten worden momenteel volledig gerenoveerd en uitgebreid. Bosch breidt zijn productiecapaciteit voor warmtepompen ook uit in Aveiro, Portugal, waar de bestaande productielijn voor binnenunits voor lucht/water-warmtepompen in 2023 wordt aangevuld met een nieuwe productielijn voor buitenunits. In Deventer, Nederland, zullen vanaf medio 2023 innovatieve dakwarmtepompen worden geproduceerd. Om de bestaande productie van omkeerbare lucht/water-warmtepompen in de joint venture met Electra Industries uit te breiden is in februari 2023 de eerste steen gelegd voor een nieuwe warmtepompenfabriek in de Israëlische stad Ashkelon. Vanaf 2024 zal de nieuwe fabriek niet alleen airconditioningproducten voor de Israëlische markt produceren, maar ook warmtepompen voor de Europese markt.

Hybride warmtepompen
Met het oog op het bijzonder hoge aandeel niet-vernieuwde oude gebouwen in Duitsland schat Bosch Thermotechnology dat slechts een derde van deze bestaande gebouwen efficiënt kan worden verwarmd met warmtepompen, terwijl ongeveer tweederde van de gebouwen soms aanzienlijke renovatie-investeringen vereisen om ze geschikt te maken voor efficiënte warmtepompwerking. "Wij volgen daarom een gediversifieerde portfoliostrategie. Naast warmtepompen omvat zo'n portefeuille ook warmtepomphybrides die bestaan uit een warmtepomp en een extra hr-ketel voor piekbelastingen. Dit is de enige manier om snel een transformatie van de energiesystemen te realiseren die voor iedereen betaalbaar is - en om de doelstelling van de Duitse regering te bereiken om 65 procent hernieuwbare energie te gebruiken in nieuwe verwarmingssystemen", zegt Birte Lübbert, lid van het Bosch Thermotechnology Executive Management dat verantwoordelijk is voor technologie, ontwikkeling, productie, logistiek en kwaliteitsmanagement. "Als onderdeel van een hybride systeem kunnen warmtepompen veel kleiner zijn, waardoor ze goedkoper zijn dan stand-alone warmtepompen. Deze laatste vereisen meestal een uitgebreide en kostbare aanpassing van het verwarmingssysteem of renovatie van de gebouwschil", legt Lübbert uit.

Welzijns- en Smart Home-producten
In 2022 betrad Bosch Thermotechnology de aantrekkelijke nieuwe markt voor welzijnsproducten. Op de ISH-beurs presenteren de merken Bosch en Buderus oplossingen uit dit nieuwe vakgebied. Hiertoe behoren producten die consumenten thuis meer comfort en welzijn bieden, zoals krachtige luchtreinigers, energie-efficiënte infrarood paneelverwarmers en mobiele airconditioners.
Bosch Smart Home-oplossingen, zoals de intelligente radiatorkranen, besparen tot 36 procent op de verwarmingskosten dankzij flexibele regelmogelijkheden en vraagafhankelijk verbruik. Een efficiënte energievoorziening voor alle energieverbruikende apparaten wordt gegarandeerd door de Bosch Energy Manager: de app is het ‘controlecentrum’ dat van een smart home een groen huis maakt. Intern opgewekte zonne-energie wordt intelligent en automatisch verdeeld, waardoor de elektriciteitskosten tot 60 procent dalen. De Energy Manager bepaalt welke systeemcomponenten worden voorzien van kostenefficiënte elektriciteit die op het dak is opgewekt: de nieuwste generatie warmtepomp, de nieuwe  Power Charge wallbox (introductie in het derde kwartaal van 2023) of de energiebesparende HomeConnect huishoudelijke apparaten van BSH.

Sociaal plan voor 70 mensen Bosch Thermotechniek Deventer

Bij Bosch Thermotechniek in Deventer verdwijnen ongeveer 70 van de 500 arbeidsplaatsen. De eerste verdwijnen in 2023 en de tweede ...

Nefit Bosch zoekt groei met warmtepompen voor nieuwbouw

Nefit Bosch is als verwarmingsproducent al jaren een speler op de renovatiemarkt en heeft sterke ambities om te groeien op ...

Nefit Bosch introduceert universele adapter voor rookgasafvoer

Als eerste cv-producent introduceert Nefit Bosch een universele rookgasafvoer/luchttoevoer adapter voor zijn HR-toestellen. Met de nieuwe, gepatenteerde adapter zijn de ...

Fabriek Bosch Deventer geleidelijk over van gasketels op systeemoplossingen en waterstof

De overheidsdoelen voor de energietransitie zijn ambitieus en als gevolg hiervan zal de Nederlandse markt voor verwarmingsoplossingen de komende jaren ...

Meer animo voor het loodgietersvak

Gepubliceerd op

Nederland kampt al jaren met een tekort aan loodgieters. Op Wereld Loodgieters Dag (zaterdag 11 maart) vestigt Techniek Nederland de aandacht op ‘een beroep met enorme carrièrekansen’. “Loodgieter heeft nog altijd een wat ouderwetse klank, maar dat is volledig ten onrechte”, zegt Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland. “De loodgieter van vandaag is een moderne, technisch onderlegde vakman of vakvrouw. Dit vak is springlevend en jongeren zien dat ook. De opleidingen voor sanitair-installateur krijgen méér inschrijvingen.”

Ondanks het aantrekkelijke loopbaanperspectief wordt het tekort aan sanitair-installateurs steeds voelbaarder. Wie een badkamer of wc wil laten plaatsen, krijgt al gauw te maken met wachttijden. Hetzelfde doet zich voor bij problemen met de waterleiding of de riolering. Terpstra: “Een erkende installateur, die lid is van Techniek Nederland, zal er alles aan doen om in noodgevallen snel ter plaatse te zijn. Maar ook installatiebedrijven zitten te springen om goede vakmensen.”

Extreme buien
De loodgieter is het eerste aanspreekpunt als er iets mis is met de waterleiding of de riolering. Maar ook voor de hemelwaterafvoer is de loodgieter de aangewezen vakman. Door klimaatverandering komen extreme buien steeds vaker voor. Het belang van het beroep zal dus de komende jaren alleen maar toenemen. “Wat het vak zo aantrekkelijk maakt, is dat je als loodgieter bijna altijd de redder in de nood bent”, zegt Terpstra. “Of je nu bij strenge vorst de gesprongen waterleiding repareert of je komt een verstopping van de afvoer verhelpen, je wordt met open armen ontvangen.”

De digitale loodgieter
Loodgieters zijn en blijven onmisbaar voor het installeren, onderhouden en repareren van sanitaire voorzieningen, aldus de branchekoepel, maar sanitair-installateurs worden daarnaast betrokken bij het voorkomen en verhelpen van legionellabesmettingen in leidingen en bij het verduurzamen van woningen. Bovendien werkt de loodgieter steeds meer met digitale hulpmiddelen, bijvoorbeeld bij het ontwerpen van badkamers.

Gedegen opleiding
Technische installaties in woningen en grote gebouwen worden steeds complexer. De moderne sanitair-installateur is dan ook een goede opgeleide, veelzijdige vakman of vakvrouw. Het beroep wordt interessanter en dat is ook te merken aan de belangstelling voor technische. Terpstra: “Het tekort aan technische vakmensen is groot, maar er zijn lichtpuntjes. Het aantal jongeren dat kiest voor een technische beroepsopleiding groeit. Ook zien we veel zij-instromers het installatievak binnenkomen. Dat is goed nieuws, maar nog niet voldoende om de uitstroom te compenseren waarmee we te maken hebben als gevolg van de vergrijzing. Er liggen dus héél veel kansen voor jonge mensen om het de komende jaren te gaan maken in dit beroep. En of je jezelf dan loodgieter noemt of sanitair-installateur, mag je zelf weten.”

5 vragen over de loodgieter, beantwoordt door Techniek Nederland:
1 Is loodgieter een uitstervend beroep?
De loodgieter (of eigenlijk: de sanitair-installateur) zorgt ervoor dat het toilet, de badkamer en alle leidingen die daarbij horen, probleemloos werken. Maar de moderne loodgieter ontwerpt ook badkamers, zorgt voor legionellaveilige waterleidingen én is betrokken bij het duurzaam maken van woningen en gebouwen. Steeds vaker doet hij of zij dat met slimme, digitale hulpmiddelen. Er zijn te weinig loodgieters, terwijl er steeds méér werk voor ze is. Kortom: de loodgieter is belangrijker dan ooit. 
2. Zijn er nog wel jongens en meisjes die loodgieter willen worden?
Gelukkig wel. Sterker nog: de belangstelling neemt weer toe. Het aantal studenten dat kiest voor een technische beroepsopleiding groeit. Steeds meer jonge mensen beseffen dat je als sanitair-installateur een interessante en aantrekkelijke carrière tegemoet gaat. Ook het aantal zij-instromers dat kiest voor het loodgietersvak groeit.

3. Loodgieter, verdient dat een beetje?
Er is steeds meer waardering voor het beroep van loodgieter. Ook financieel. De moderne, goed opgeleide loodgieter verdient een uitstekend salaris.

4. Waar kun je leren voor loodgieter?
Om loodgieter te worden heb je een technische opleiding nodig op minimaal MBO2-niveau. Meestal is dat de opleiding monteur gas, water of warmte. Er zijn ook specifieke opleidingen. Dat kan een cursus zijn, maar ook deeltijd- of avondonderwijs. Voor zij-instromers zijn er speciale trajecten bij regionale opleidingsbedrijven.

5. Wereld Loodgieters Dag, waar is dat voor nodig?
Als loodgieter doe je belangrijk werk. Voor je klanten én voor de maatschappij. Je werkt aan gezondheid, veiligheid, energiebesparing én comfort. Helaas blijft dat soms een beetje verborgen. Daarom zet Techniek Nederland op Wereld Loodgieters Dag het beroep in de schijnwerpers.

(foto Hans Hordijk)

Veel vraag naar bioketels het afgelopen jaar

Gepubliceerd op

De sterke stijging van de prijzen van gas en elektriciteit zorgden in 2022 voor veel vraag naar bioketels, vooral bij particulieren, zo laat de brancheorganisatie voor leveranciers van bioketels (NBKL) weten in haar jaarverslag 2022. Gaandeweg gingen ook de prijzen van biobrandstoffen omhoog. Hierdoor kwamen vooral klanten van bioketels met SDE-subsidie in de problemen, want de subsidie daalde. Het jaarverslag laat verder zien dat terwijl de markt vraagt om meer bioketels, terwijl een deel van de politiek nog blijft hangen in oude denkbeelden.

Bioketels werken ongeveer hetzelfde als cv-ketels, maar dan op snoei- en houtafval in plaats van gas: ze zetten dit om in warmte en soms ook elektriciteit. Daarnaast lopen er nu proeven om voedselafval en bermgras om te zetten naar geschikte brandstof voor bioketels. De nieuwste generatie bioketels kent zeer hoge rendementen, aldus NBKL, die zelfs oplopen tot boven de 100% en ze hebben een hele lage uitstoot van fijnstof. De uitstoot van fijnstof van een bioketels is volgens de brancheorganisatie vergelijkbaar met die van een elektrische auto.

Omdat bioketels dezelfde leidingen en radiatoren als een cv-ketel gebruiken zijn ze eenvoudig aan te sluiten als vervanger van een cv op gas. Grotere bioketels verwarmen zwembaden, bedrijven, sauna’s en – meestal via een miniwarmtenet – hele buurten.

Biogas voor verwarming en warmtapwater

Remeha zet in op de hybridisering van klimaat- en warmtapwaterinstallaties om het gasgebruik te minimaliseren. Via een samenwerking met scale-up ...

Biogasketel

Wie denkt niet na weer één van Karels fijne werkjes te hebben bewonderd: Man, wat kan dit vent prutsen! En ...

Bioketels nog nauwelijks in trek

De branche van bioketels kwam in 2020 tot een abrupte stop, blijkt uit het jaarverslag van de branchevereniging voor bioketelleveranciers, ...

SER: ‘Minder biogrondstoffen gebruiken voor elektriciteit en warmte’

De inzet van biogrondstoffen voor elektriciteit en warmte voor gebouwen moet worden afgebouwd. Bij inzet voor warmte is het cruciaal ...

Nieuwe naam voor Installatie Vakbeurs Hardenberg

Gepubliceerd op

Installatie Vakbeurs wordt Installatie Vakdagen. De nieuwe naam sluit volgens de organisator beter aan bij de veranderende informatiebehoefte in de sector. De gebouwbeheerder wordt toegevoegd als primaire bezoekersdoelgroep, naast de installateur. Ook is er een nieuwe huisstijl die meer recht moet doen aan het uitgangspunt dat het event de verbindingsplek is voor de installatietechniek. Installatie Vakdagen wordt op 12, 13 en 14 september 2023 gehouden in Evenementenhal Hardenberg.

Direct verantwoordelijke voor de nieuwe huisstijl is Marketing Event Manager Eline Kuijsters van Easyfairs: “Tot op de dag van vandaag zijn we succesvol met Installatie Vakbeurs, tegelijkertijd is in het vakgebied de laatste jaren wel het één en ander veranderd. Het gaat allang niet meer over losse componenten of montage materialen. Installatietechniek kent tegenwoordig een enorme complexiteit, denk maar aan het begrip slimme gebouwen. Bovendien speelt de sector een cruciale rol in het energietransitie en bij het behalen van circulaire doelstellingen. Sleutelwoorden zijn: integrale benadering.”

Totaaloplossing
Volgens Kuijsters staat de totaaloplossing centraal op Installatie Vakdagen. “Professionals zijn niet meer alleen op zoek naar sec een verwarmingsketel, ze hebben ook vragen hoe de warmtepomp geïntegreerd moet worden in de gebouwinstallatie. Dat heeft te maken met de hardware, maar ook met digitalisering en onderhoud op afstand. En dat tegen de achtergrond van de energietransitie. In die zin zien we de E- en W-sector naar elkaar toegroeien. Op die vragen krijgen bezoekers op Installatie Vakdagen antwoord. Met het begrip ‘vakdagen’ stellen we het vak centraal en niet langer dat ene product. Op het event gaan we daarom veel meer focussen op kennisoverdracht en inspiratie.”

Overzicht
Om die reden wordt Installatie Vakdagen deels opgebouwd rond de thema’s Slimme gebouwen, Duurzame energie en Gezond binnenklimaat. Volgens Kuijsters is dit een logische keuze. “Met deze vraagstukken loopt de installateur rond. De professional wil overzicht met welke producten en softwareoplossingen hij de doelstellingen van zijn klant wil bereiken. Tegelijkertijd zien we bij gebouwbeheerders, die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor de installaties, dat ze zich willen oriënteren op het brede aanbod aan mogelijkheden, producten en diensten; ze willen een beeld krijgen hoe de totaaloplossing eruit kan zien. Daarom bedienen we met Installatie Vakdagen zowel de installateur als de gebouwbeheerder die ieder een andere kijk hebben op de installatie en de mogelijke oplossingen.”

Minister De Jonge opent BouwBeurs 2023

Vanmorgen heeft minister Hugo de Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening BouwBeurs 2023, het grootste bouwevent van Nederland, officieel geopend ...

Tevredenheid overheerst over Installatie Vakbeurs 2022

Installatie Vakbeurs ontving in drie dagen tijd 6.780 professionals uit de installatiesector. De vakbeurs werd onlangs gehouden in Evenementenhal Hardenberg ...

Nieuwe naam voor innovatie-aanjager bouw en techniek

Het Bouw en Techniek Innovatiecentrum (BTIC) is omgedoopt tot TKI Bouw en Techniek. Binnen het Thema Energie & Duurzaamheid is ...

Koeltechniek prominent aanwezig op VSK beurs

Volgende week dinsdag begint de VSK. ’s Lands grootste installatievakbeurs trapt dit jaar later af dan gebruikelijk vanwege de recente ...

ISSO-kleintje Riolering vernieuwd

Gepubliceerd op

De afgelopen maanden is het ISSO-kleintje Riolering volledig geactualiseerd. Vooral mensen in de praktijk vinden in dit document de meest gebruikte richtlijnen voor het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van gebouwriolering. Door zijn compacte vorm, maar ook doordat hij online te raadplegen is, is de kennis op de bouwplaats of bij een praktijkproject te raadplegen.

Naast de laatste kennis biedt het handzame boekje ook diverse afbeeldingen, schema's en montagerichtlijnen voor afvoerleidingen van vuilwater en hemelwater. Bovendien is het Kleintje Riolering ook interessant voor andere doelgroepen, zoals architecten en aannemers. Zij kunnen hiermee snel de meest basale en noodzakelijke kennis van riolerings- en hemelwaterafvoersystemen tot zich nemen.

Op basis van ISSO-publicatie 3216

De meest recente ISSO-publicatie 3216 ‘NTR 3216 Riolering van bouwwerken’, die eveneens in februari 2023 verscheen, ligt aan de basis van het vernieuwde Kleintje Riolering. Daarbij richt de inhoud van het Kleintje zich vooral op vuilwater- en hemelwaterafvoer binnen de perceelgrens. Die kennis kan de vakman dus gebruiken voor:
•             Woningen, woongebouwen en kleine utiliteit;
•             Realisatie van nieuwe riolering;
•             Uitbreiding van bestaande riolering;
•             Beheer en onderhoud.

Voorbeeld
Een concrete aanpassing is bijvoorbeeld het duidelijk onder de aandacht brengen van de noodzaak om hemelwater via het eigen perceel af te voeren, en niet via een naburig perceel. In de praktijk betekent dit dat installateurs de uitvoering van HWA-systemen soms anders moeten uitvoeren dan ze gewend waren. Denk aan doorlopende dakgoten bij rijtjeshuizen, waarin de installateur nu bijvoorbeeld separatieschotten moet zetten, zodat regenwater per perceel kan worden afgevoerd.

Koppeling met ISSO-opleverprotocollen
Een andere wijziging waarvan het Kleintje nu melding maakt, is dat de uitzondering voor het moeten plaatsen van ontlastvoorzieningen bij grondgebonden woningen is komen te vervallen. Ook meldt het geactualiseerde Kleintje dat de afstand tussen ontstoppingsstukken is vergroot. Verder is er in dit Kleintje meteen een koppeling gemaakt naar de ISSO-opleverprotocollen, die belangrijk zijn en worden in de relatie tot de toekomstige Wet Kwaliteitsborging (Wkb). Ook zijn er op diverse plekken nieuwe of aangepaste afbeeldingen toegevoegd, zodat de kennis inzichtelijker wordt en eenvoudiger te interpreteren.

Snel en helder
Het doel van Kleintje Riolering is er volledig op gericht om mensen in de praktijk snel en zo helder mogelijk te ondersteunen bij het vakbekwaam uitvoeren en onderhouden van riolerings- en hemelwatersystemen. Het geactualiseerde ISSO-kleintje Riolering is als gedrukt exemplaar of digitale versie beschikbaar via het kennisplatform ISSO Open.

Van Dorp neemt Arubaanse installateur over

Van Dorp heeft overeenstemming bereikt over de overname van de aandelen van Pro-Tec Mechanical Contractors Aruba. Pro-Tec is in 1995 ...

Van Dorp investeert in ketelvervanger met superrendement

De Van Dorp Groep investeert in een compacte adsorptiewarmtepomp die de huidige hr-ketel kan vervangen zonder dat daar grote aanpassingen ...

Van Dorp neemt Ten Kate Installatietechniek over

Van Dorp heeft overeenstemming bereikt over de overname van de aandelen van familiebedrijf Ten Kate Installatietechniek te Hoogeveen. Ten Kate ...

Oprichter Van Dorp installaties treedt toe tot Raad van Commissarissen

Henk Willem van Dorp is per 1 oktober jl. benoemd tot voorzitter van de Raad van Commissarissen van Van Dorp ...

‘Warmtepompen dragen wel degelijk positief bij aan CO2-reductie’

Gepubliceerd op

ITHO Daalderop reageert ontstemd op alle negatieve berichtgeving over de milieubelasting van warmtepompen. De fabrikant is overtuigd van de positieve bijdrage van warmtepompen aan de CO2-reductie en daarmee aan de klimaatdoelen. “In een warmtepomp zitten inderdaad meer en hoogwaardigere materialen dan bijvoorbeeld in een cv-ketel, maar juist de bewering dat de printplaat en het koudemiddel relatief zwaar bijdragen aan de MKI-waarde (Milieu Kosten Indicator) strookt niet met onze eigen metingen.”

ITHO Daalderop vindt het belangrijk dat er goed wordt nagedacht over het gebruik van het soort en de hoeveelheid materiaal, de omstandigheid waaronder dit wordt verwerkt, de impact daarvan op het milieu en ook de verwachte levensduur van de producten. De huidige rekenmethodiek van de NMD gaat volgens de fabrikant enerzijds uit van het principe “hoe minder materiaal, hoe minder het milieu belast wordt” en anderzijds wordt naar effectieve gebruiksduur gekeken.

Op tijd klaar
‘Wij betwisten de impact van het koudemiddel binnen de NMD rekenmethodiek omdat er in monoblock oplossingen (waaronder de WPU, Vincent en Amber) überhaupt al relatief weinig koudemiddel zit’, laat ITHO Daalderop in een persbericht weten. ‘Daarnaast zijn wij in onze nieuwe generatie warmtepompen al gestart met het natuurlijke en milieuvriendelijke koudemiddel R290 (GWP van 3). Kortom, wij en vooral onze klanten zullen ruim op tijd klaar zijn voor de toekomstige aangescherpte EU-wetgeving rondom koudemiddelen. Een ander voordeel van (met name binnen opgestelde) monoblock warmtepompen is dat deze een langere levensduur hebben. Ook hierbij is het voor ons onduidelijk in hoeverre dit meegewogen is binnen de NMD rekenmethodiek. Wij zijn al langere tijd bezig met LCA (Life Cycle Analysis) en daarom verwachten wij dat wij het merendeel van onze warmtepompen in de loop van dit jaar via de NMD kunnen aanbieden in categorie 1.’

Openbare database

ITHO Daalderop laat verder weten voorstander te zijn van een openbare database zoals de NMD zodat de totale bouw- en installatiebranche (van fabrikant tot installateur) zich steeds meer bewust wordt van de milieu-impact. ‘Echter, hiertoe moeten installaties (waaronder de warmtepomp) op een juiste manier worden gewaardeerd. Zo is het ons, nog steeds in detail niet duidelijk hoe de referentie tot stand is gekomen, en welke elementen er in de (forfaitaire) categorie 3 waarden zijn meegenomen, net zoals de in onze ogen belangrijke duurzaamheidsaspecten als (energieneutrale) productie in Nederland, etc. Verder betreuren wij het ten zeerste dat er vooral gekeken wordt naar de hoeveelheid materiaal die in een warmtepomp gebruikt wordt en niet naar het totale energiegebruik c.q. CO2-uitstoot ten behoeve van de primaire functie (= verwarmen) in vergelijking met de traditionele (fossiele) opwekkers (= cv-ketel) over de totale levensduur.’

ATAG warmtepompen verwarmen Tiny+ Houses in Olst

In Olst worden meerdere klimaatneutrale ‘Tiny+ Houses’ gebouwd door Van Nature duurzaam, verwarmd met ATAG Energion warmtepompen. Unieke natuurinclusieve woningen ...

‘Warmtepomp milieubelastender dan gedacht’

De warmtepomp is ’ongelofelijk veel’ vervuilender dan werd gedacht, meldt De Telegraaf op haar website. Uit nieuw onderzoek blijkt dat ...

‘Lucht/water-warmtepomp kent eigenlijk geen nadelen’

Zo’n 7 miljoen woningen moeten voor 2050 verduurzaamd worden om zo CO2– en energieneutraal te zijn. De eenvoudigste oplossing om ...

Geruisloze warmtepompen op propaan voor zowel nieuwbouw als renovatie

De Compress 5800i AW wordt het nieuwe paradepaardje van Nefit Bosch. Een compleet nieuwe range monoblock warmtepompen voor verwarming, koeling ...

Er komt een (tijdelijke) oplossing voor CO-keur

Gepubliceerd op

Mkb’ers en zzp’ers kunnen zich binnenkort tóch via CO-keur laten certificeren voor de Koolmonoxidewet. Techniek Nederland, InstallQ en CO-keur verwachten snel met een tijdelijke oplossing te komen. Volgens de organisaties voldoet de constructie aan alle wet- en regelgeving. Voor bedrijven die zich al via CO-keur laten certificeren zal er in de praktijk bijna niets veranderen. CO-keur verwacht de deelnemers binnen enkele weken meer informatie te kunnen geven.

Bedrijven die zich via CO-keur laten certificeren zullen blijven werken met de inmiddels vertrouwde CO-keur app. Ook het systeem van credits voor gebruik van de checklists in de app verandert niet. Techniek Nederland, InstallQ en CO-keur werken nu aan een tijdelijke oplossing, maar blijven zich daarnaast inzetten voor een definitieve koepelcertificering voor CO-keur. Zij benadrukken dat CO-keur minimaal dezelfde veiligheid garandeert als rechtstreekse certificering van bedrijven.

Procedures
De Raad voor Accreditatie (RvA) en de Toelatingsorganisatie voor Kwaliteitsborging (TloKB) hebben nog geen goedkeuring verleend voor koepelcertificering volgens CO-keur. Daarom is een tijdelijke oplossing nodig. Omdat de RvA tot nu toe vindt dat koepelcertificatie niet aansluit op de Beoordelingsrichtlijn (BRL) 6000-25, heeft InstallQ hiervoor een aanvullingsblad ingediend. De RvA heeft dit blad nog niet goedgekeurd.

Koolmonoxidewet
Op 1 april treedt de volledige Koolmonoxidewet (ook bekend als de Gasketelwet) in werking. Vanaf die datum mogen alleen bedrijven die beschikken over CO-certificering nog werkzaamheden aan cv-ketels, geisers en gashaarden uitvoeren. Deze bedrijven mogen het beeldmerk CO-Vrij gebruiken. Monteurs die werken bij gecertificeerde bedrijven moeten zich via VakmanschapCO laten bijscholen. Daarmee tonen zij aan over de juiste kennis van veilige gasverbrandingstoestellen te beschikken.

Onderzoeksraad
De Koolmonoxidewet volgt op aanbevelingen in het rapport ‘Koolmonoxide Onderschat en onbegrepen gevaar’ van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (november 2015). De wet geeft bovendien invulling aan het advies van de Gezondheidsraad (juli 2019) over de gevaren van blootstelling aan lage concentraties koolmonoxide.

Stappenplan
Techniek Nederland helpt leden om te voldoen aan de eisen van de Koolmonoxidewet. In een praktisch stappenplan staat exact wat een bedrijf moet doen om vanaf 1 april het logo CO-Vrij te mogen voeren.

Duidelijkheid over de afvoer van regenwater

Gepubliceerd op

Met het verschijnen van ISSO-publicatie 3216 ‘NTR 3216 Riolering in bouwwerken’ krijgt de markt de broodnodige duidelijkheid. Niet dat de ‘oude’ NTR 3216 geen duidelijkheid verschafte, maar hij maakte te weinig duidelijk wat er fout kon gaan als je ontwerpregels niet naleefde, vertelt Nick Post, specialist sanitaire technieken bij ISSO.

De publicatie, die sinds deze maand beschikbaar is via isso.nl, geeft richtlijnen voor het ontwerpen, realiseren en beheren van afvoersystemen voor hemelwater en huishoudelijk afvalwater (of vergelijkbaar) van bouwwerken. Dat betekent dat een breed scala aan onderwerpen en systemen wordt behandeld waarmee vrijwel elke sanitair installateur dagelijks te maken heeft. Dit varieert van lozingsvoorschriften voor vuilwater- en hemelwaterafvoersystemen, ontwerpregels voor vuilwater en rioleringsinstallaties binnen de perceelgrens tot alles over hemelwaterafvoersystemen vanaf het dak, de goot, enzovoorts.

Innovatieve technieken
“Er zijn genoeg onderwerpen waarvoor niet zo heel veel is veranderd. Tegelijk zien we ook dat er innovaties en nieuwe technieken bijkomen waarvoor het zinvol is om ontwerprichtlijnen op een rij te zetten. Denk aan de groeiende populariteit van bijvoorbeeld systemen voor gebruik en infiltratie van hemelwater binnen de perceelgrens of systemen voor gescheiden sanitatie; gescheiden urine-afvoer en -opvang”, zegt Post.

Extra duidelijkheid
Maar misschien nog belangrijker dan kennis van nieuwe technieken was de noodzaak om in de nieuwe publicatie extra duidelijkheid te verschaffen over hemelwaterafvoersystemen volgens het UV- en overlaatstromingsprincipe. Post: “In veel projecten met omvangrijke daken zorgen deze HWA-systemen voor de afvoer van regenwater vanaf het dak of de goot tot aan de gebouwaansluiting. In principe gaf de NTR 3216 al de juiste informatie en ontwerprichtlijnen hoe je dit systeem moet uitvoeren, maar in de praktijk zagen we dat er ruis ontstond. Dit kwam omdat er vanuit een of meerdere leveranciers aanwijzingen of adviezen kwamen die niet overeenkomstig de NTR 3216 waren. Wij schrijven nu heel duidelijk wat er fout gaat als je een UV-systeem niet uitvoert zoals de NTR 3216 voorschrijft. Het kan bijvoorbeeld erg fout gaan als je besluit om meerdere trechters van een noodoverloopsysteem met elkaar te koppelen. Wij roepen de installatiemarkt dan ook op om altijd maar één trechter per afvoerpunt te gebruiken.”

Meer lezen over dit onderwerp? Het uitgebreide artikel verschijnt in de maartuitgave van praktijkblad Installateurszaken, dat 28 maart 2023 verschijnt

‘Warmtepomp milieubelastender dan gedacht’

Gepubliceerd op

De warmtepomp is ’ongelofelijk veel’ vervuilender dan werd gedacht, meldt De Telegraaf op haar website. Uit nieuw onderzoek blijkt dat de milieubelasting zelfs zo zwaar is dat een huis met warmtepomp niet of nauwelijks binnen de regels van het Bouwbesluit gebouwd mag worden. Alleen dankzij een tijdelijke noodmaatregel is dit nog mogelijk, citeert de krant de onafhankelijke rekenmeester Nationale Milieudatabase (NMD).

NMD stelt de rekenmethode vast die bouwbedrijven hanteren om binnen de milieuregels van het Bouwbesluit te vallen. Voor alle onderdelen van een woning wordt de druk op het milieu bepaald, van CO2-uitstoot tot het effect op de ozonlaag.

In de knel
Naar de warmtepomp zou nooit goed onderzoek zijn gedaan. Het koudemiddel en de elektronica waren nog niet in de milieudata verwerkt, legt NMD in De Telegraaf uit. Ook was de milieubelasting berekend met een type warmtepomp dat inmiddels niet meer representatief is voor de markt. NMD betoogt dat de warmtepomp eigenlijk veel zwaarder zou moeten meetellen in de berekening van de milieubelasting van een huis maar zegt niet precies hoeveel zwaarder. Wel zouden bouwers in de knel komen met milieuvoorschriften. Op basis van de geactualiseerde data is het voor de markt lastiger om een warmtepomp in een project toe te passen, aldus NMD.

Onvolledig beeld
Voorzitter Doekle Terpstra van Techniek Nederland benadrukt dat er geen enkele reden is om te twijfelen over de toepassing van warmtepompen. “De milieuscore geeft een onvolledig beeld. We moeten óók rekening houden met de energieprestatie van de warmtepomp over de gehele levensduur. Doe je dat, dan is en blijft de warmtepomp onomstreden.”

Integrale milieu- en energieprestatienorm nodig
“De milieuscore geeft alleen de milieubelasting van materialen aan en laat de energieprestatie volledig buiten beschouwing”, aldus Terpstra. “Dankzij de warmtepomp verbruiken nieuwbouwwoningen helemaal geen aardgas meer en daalt de CO2-uitstoot met de helft. Daarmee leveren warmtepompen een onmisbare bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelstellingen.” Wat betreft Techniek Nederland moet er een integrale milieu- en energieprestatienorm komen voor de gehele technische levensduur van apparaten en materialen. Op basis van zo’n norm is er volstrekt geen twijfel over de toepassing van warmtepompen.

Hergebruik materialen
De milieuscore van warmtepompen houdt ook geen rekening met een aantal andere aspecten. Terpstra: “Veel materialen uit een warmtepomp worden al hergebruikt. Ze krijgen een tweede leven in een nieuwe warmtepomp of in een andere toepassing. Techniek Nederland intensiveert de komende tijd de inspanningen om samen met de fabrikanten grote stappen te maken naar circulariteit. Daarnaast is de innovatie van warmtepompen in volle gang. Apparaten worden steeds kleiner waardoor minder materialen nodig zijn om het apparaat te produceren. Wanneer een deskundige warmtepompinstallateur het systeem plaatst is de kans op weglekken van koudemiddelen vrijwel nihil. Bovendien passen steeds meer fabrikanten natuurlijke koudemiddelen toe.”

Schokkend
John Mak, directeur bij stichting W/E adviseurs vindt het schokkend dat de recente levenscyclusanalyse (LCA) van een warmtepomp een ruim tien keer slechter resultaat geeft dan eerdere berekeningen. Hij vindt het wel goed dat inzicht is verkregen in de oorzaken van deze grotere milieubelasting, omdat dit fabrikanten zal aanzetten tot het verbeteren van hun producten door het veranderen van toegepaste materialen, een langere levensduur en mogelijk maken dat materialen te hergebruiken zijn. “Overigens zorgen veel installatiecomponenten die we in gebouwen gebruiken voor een relatief grote milieubelasting ten opzichte van veel andere bouwmaterialen en -producten”, zegt Mak. “Het ontwerpen van installatie-arme gebouwen is daarom een zinvolle strategie om de milieubelasting te beperken.”

Integrale benadering nodig
Toch kunnen we warmtepompen niet zo maar slecht voor het milieu te noemen, denkt Mak. “In het gebruik zorgen ze voor het zeer efficiënt opwekken van warmte (en koude) die nodig is voor het verwarmen (en koelen) van gebouwen. Om een warmtepomp vanuit milieuoogpunt te beoordelen, is een integrale benadering nodig van zowel het energiegebruik in de gebruiksfase van een gebouw, als het materiaalgebruik in de levensduur van het gebouw.”

Parallel met zonnepanelen
“Ik zie een duidelijke parallel met zonnepanelen, die ook voor een forse milieu-impact zorgen als alleen naar de effecten van het materiaalgebruik wordt gekeken”, vervolgt Mak. “Uit LCA’s van circa vijftien jaar geleden bleek zelfs meer dan de winst door opgewekte energie. Inmiddels is dat door verbeteringen van productieprocessen in het voordeel van zonnepanelen veranderd; ze leveren een grote positieve bijdrage aan het milieu als we energie- en materiaalgebruik samen beschouwen.”

Bereiken milieudoelen
“Uiteindelijk gaat het om het bereiken van milieudoelen zoals die in het klimaat- en grondstoffenbeleid zijn gesteld”, besluit Mak. “Om daar beter dan nu op te sturen in het beleid, en het gemakkelijker te maken om goede keuzes te maken in de praktijk, is een integrale benadering van energie- en materiaalgebruik de oplossing.”

‘Lucht/water-warmtepomp kent eigenlijk geen nadelen’

Zo’n 7 miljoen woningen moeten voor 2050 verduurzaamd worden om zo CO2– en energieneutraal te zijn. De eenvoudigste oplossing om ...

Geruisloze warmtepompen op propaan voor zowel nieuwbouw als renovatie

De Compress 5800i AW wordt het nieuwe paradepaardje van Nefit Bosch. Een compleet nieuwe range monoblock warmtepompen voor verwarming, koeling ...

Eerste warmtepompen met categorie 1 materialenpaspoort

Vaillant is sinds kort de eerste fabrikant die in Nederland warmtepompen aanbiedt met een categorie 1 materialenpaspoort. Het materialenpaspoort is ...

Steeds meer hybride warmtepompen

Over drie jaar, vanaf 2026, zijn huiseigenaren bij vervanging van hun cv-ketel verplicht om een duurzamere optie te kiezen. Dat ...

Uitdaging: energieneutrale ijsbanen

Gepubliceerd op

Kunstijsbanen en energieprijzen, daar is veel over te doen. Hoe zorg je ervoor dat ijsbanen snel verduurzamen, dat ze klimaatneutraal en energiezuinig worden? De KNSB breekt zich daar het hoofd over. Daikin, hoofdsponsor en specialist in koelen en verwarmen, denkt mee. “In 2040 moeten alle ijsbanen energieneutraal kunnen zijn.”

Op de vraag of het mogelijk is om in 2040 alle ijsbanen in Nederland energieneutraal te maken, antwoorden de Daikin-experts Alphons Stevens en Bauke Hulsebosch volmondig: Ja. “Zeker als er een dak op die ijsbaan zit”, zegt Hulsebosch. Stevens: “Voor bestaande bouw zal het wel lastig zijn, maar voor nieuwbouw moet dit kunnen. Zeker!” Ze geven wel eerlijk toe dat er op weg naar dat ideale plaatje ‘nog wat uitdagingen’ te overwinnen zijn.

Taskforce
Maar daaraan wordt al hard gewerkt. Eind 2021 richtte de KNSB, samen met onder meer NOC*NSF en de Vereniging Kunstijsbanen Nederland, de Taskforce Verduurzaming IJsbanen op. Dat was voordat Poetin Oekraïne binnenviel. Als gevolg van die oorlog stegen de energieprijzen, wat ook de 22 kunstijsbanen in ons land raakt. Een versnelde verduurzaming van deze accommodaties, onmisbaar voor de schaatssport, blijkt ineens hard nodig. Het actieplan van de taskforce kwam geen dag te vroeg…

Hart voor het schaatsen
Bij Daikin volgen ze dit verhaal op de voet. Het van oorsprong Japanse bedrijf, actief op het gebied van airconditioningsystemen, is sinds 2018 hoofdsponsor van de KNSB. “Wij hebben hart voor het schaatsen en de kennis in huis om echt mee te helpen aan het verduurzamen van ijsbanen”, zegt Edwin Hoogerwerf, Managing Director van Daikin Nederland. “We denken graag mee, om ervoor te zorgen dat de schaatssport in Nederland kan blijven bestaan.”

Ervaring
Met name bij de Italiaanse tak van Daikin bestaat al ruime ervaring met ijsbanen. Dochterbedrijf Zanotti was betrokken bij de bouw van meer dan 25 ijs(hockey)stadions. Het leverde onder meer de koelinstallaties voor ijshockey- en curlinghal bij de Winterspelen van Turijn in 2006. Later volgden grote stadions in onder meer Astana (Kazachstan), Minsk (Wit-Rusland) en Moskou (Rusland). Daikin levert ook de vriesinstallaties voor mobiele ijsbanen, bijvoorbeeld van Disney on Ice. Het bedrijf is geen aannemer die stadions bouwt, maar zorgt binnen die gebouwen wel voor de installaties die het ijs maken en de lucht behandelen.

Totaaloplossing
“We praten het liefst over het hele complex”, zegt Bauke Hulsebosch, Manager Consulting Sales bij Daikin. “Het gaat om koelen, verwarmen, ventileren en wat ook belangrijk is: monitoren en regelen. De totaaloplossing moet energetisch zijn: wat voor energie gebruik je en wat doe je ermee? En het moet passen bij de situatie. Daar zit per ijsbaan wel verschil in.” Dat laatste is helemaal waar: alle 22 ijsbanen in Nederland hebben een compleet andere (energie)huishouding. De ene is al best ver met het verduurzamen van zijn installaties, bij de andere staat dit proces nog in de kinderschoenen.

Betrokken
Daikin maakt geen deel uit van de Taskforce, maar is wel betrokken bij diverse werkgroepen. Het bedrijf geeft cursussen aan ijsmeesters en adviseert sommige ijsbanen om het proces van verduurzaming in gang te zetten. “We raken steeds meer bij de ijsbanen betrokken, en dan vooral op de vraag hoe verduurzaamd kan worden”, vertelt Alphons Stevens, Manager SBU Applied bij Daikin (SBU staat voor strategische business unit). “Een grote aannemer kijkt bouwkundig mee, wij doen de energetische kant.”

Simpel verhaal
De energiehuishouding van een ijsbaan is ingewikkeld en voer voor specialisten. Maar als je het terugbrengt tot de kern is het best een simpel verhaal, vertelt Hulsebosch. “Je maakt ijs, dat is bevroren water, en voor die vriesinstallatie heb je energie nodig: gas of elektra. Om het ijspakket in stand te houden, moet je blijven vriezen. Om sporters en publiek een beetje aangenaam in de hal te laten vertoeven, moet je de lucht binnen verwarmen. Als je een slim systeem hebt, benut je daarvoor… de warmte die vrijkomt bij het ijs maken.”

Benutten van restwarmte
Hulsebosch: “Denk maar aan je koelkast thuis: die is van binnen koud en aan de achterkant warm. Energie gaat nooit verloren. Bij het maken van ijs, ofwel het koelen van water, komt warmte vrij. Daar kun je wat mee.” Dit is natuurlijk geen nieuwe ontdekking. Zo zijn er voorbeelden van ijsbanen die al gekoppeld zijn aan zwembaden. Met de warmte die vrijkomt bij het ijsmaken wordt het zwemwater op een aangename temperatuur gebracht. Toch zijn zulke combinaties meer uitzondering dan regel. Het benutten van de restwarmte kan nog veel verder worden doorgevoerd.

Nul CO2-uitstoot
In Alkmaar zetten ze al grote stappen bij sportcomplex De Meent. Daar wordt groene energie opgewekt, onder meer via een grote massa zonnepanelen, waarop de koelmachines draaien. De ijsbaan levert zijn restwarmte aan de aangrenzende  sporthal, wielerbaan en andere gebouwen. Op termijn zorgt dit complex voor nul CO2-uitstoot en levert het dus zelf opgewekte energie aan zijn directe omgeving. Hulsebosch: “Dit is een voorbeeld van zo’n moderne ijsbaan die straks geen energieslurper meer is, maar juist onderdeel van een energieneutraal gebouw, ENG in vakjargon, die zelfs restwarmte aan de omgeving levert.”

Energieneutraal
“Een ijsbaan ENG maken, ofwel energieneutraal krijgen, dat is heel goed mogelijk”, zegt Stevens. “Als je een goede schil neerzet, een slim gebouw, dan kun je het daarbinnen met de koelmachines en luchtbehandelingskasten heel goed energieneutraal maken. Als we nu naar de tekentafel gaan, zou dat bij wijze van spreken volgende week al kunnen.”

Combinatie
Hulsebosch: “Maar dan moet alles er omheen ook kloppen. De apparatuur is er nu al geschikt voor en die ontwikkelt zich nog verder door. Maar stand alone een ijsbaan neerzetten moet je niet meer doen. Je zult altijd een combinatie moeten maken: liefst bouw je een ijsbaan in combinatie met een zwembad, met daarbij ook woningen en/of kantoren. Plaats daar zonnepanelen en een windmolen bij en maak een gesloten circuit, waarin je de restwarmte van de ijsbaan benut voor die woningen/kantoren. Die maken ook dat het totale complex geld oplevert. Dit verhaal klinkt eenvoudig en dat is het eigenlijk ook. Wij zijn klaar voor de toekomst.”

Water door de Maas
De mannen van Daikin beseffen dat er nog wel wat water door de Maas zal stromen, voordat deze ideale ijsbaanwereld is gerealiseerd. Het bouwen ervan, of het omtoveren van bestaande banen tot zulke multifunctionele gebouwen, dat kost (vele) jaren en is afhankelijk van politiek draagvlak en particulier initiatief. In de tussentijd is het, zeker nu de energiemarkt ongewis blijft, noodzaak om in de dagelijkse bedrijfsvoering al besparingen te realiseren. Hulsebosch: “De overheid adviseert om thuis de thermostaat van de cv een graadje lager te zetten. Ook bij ijsbanen kun je kijken hoe je je energiegebruik kunt terugdringen.”

Deken over het ijs
Een ijsbaan die restwarmte van de koelmachine nog gewoon ‘affakkelt’, ofwel de buitenlucht in blaast, is eigenlijk niet meer van deze tijd. Moeten banen nog wel open zijn van begin oktober tot eind maart? Kan het ijs toe met iets minder harde koeling? Zijn er ook technische aanpassingen die energiegebruik kunnen besparen? Stevens: “We bekijken nu samen met een aannemer ook de mogelijkheid om ’s nachts, als er niet geschaatst wordt, een soort deken over het ijs te leggen. Daarmee voorkom je dat kou weglekt naar de lucht in de hal. Je hebt minder energie nodig om je ijspakket dik genoeg te houden en het kost je ook minder energie om de hal te verwarmen.”

Coole ijsbanen
Zo zijn er nog tal van besparingen te bedenken, waarmee niet alleen Daikin bezig is, maar waaraan ook vanuit de Taskforce Verduurzaming IJsbanen hard wordt gewerkt. Op het hoofdkantoor van de KNSB-hoofdsponsor in Capelle aan den IJssel blijven ze nauw betrokken bij die ontwikkelingen.
Hulsebosch: “Wij praten niet alleen over die koelmachine, warmtepomp of luchtbehandelingskast, maar over totaaloplossingen. Wij praten over geconditioneerde lucht: koelen, verwarmen en ventileren. In feite verkopen we lucht: geen gebakken lucht, maar aangename lucht. En dus ook ijs. We zorgen voor frisse scholen, gezonde kantoren en ook coole ijsbanen.”
Managing director Edwin Hoogerwerf: “Maar als er op korte termijn niks gebeurt, weten we zeker dat er ijsbanen afvallen. Dat moeten we met zijn allen zien te voorkomen, daarom is dit proces van verduurzaming zo belangrijk. Het liefst realiseer je er zelfs nog een paar ijsbanen bij.”

Installateurs niet altijd op tijd betrokken bij bouwproces

Gepubliceerd op

BouwBeurs 2023 heeft afgelopen week ruim 67.000 bezoekers getrokken. Bouwprofessionals reisden af naar Koninklijke Jaarbeurs om de ruim 650 exposanten verspreid over zes beurshallen te bezoeken. Met het thema ‘Samen bouwen aan de toekomst’ stond de vakbeurs volledig in het teken van circulariteit, industrialisering en digitalisering.

Joyce van de Hoef, beursmanager: “We kijken terug op een fantastische week veel mooie innovaties, goede gesprekken en nieuwe initiatieven zoals het allereerste Transitiediner, de BouwBeurs Awards en de Ladies Lunch. Daarnaast lanceerde Jaarbeurs de Bouw & Installatie Hub met de resultaten van de nieuwe monitor over wat er leeft in de bouw- en installatiesector.”

Twee op de vijf installateurs te laat betrokken bij bouwproces
De eerste Bouw en Installatie Monitor betrof een onderzoek onder bijna 3.000 respondenten naar hun mening over prangende kwesties in de bouw- en installatiemarkt. Zo geeft driekwart van de respondenten aan te lijden onder personeelstekort. Dit komt de kwaliteit in de bouw niet ten goede. Joyce van de Hoef: “Voornaamste commentaren zijn het gebrek aan vakkennis op de bouwplaats, te weinig instroom van jonge collega’s en de communicatieproblemen met buitenlandse arbeidskrachten. Ook blijkt uit de monitor dat twee op de vijf installateurs te laat aan tafel zitten in het bouwproces. Kwalitatief goed en duurzaam bouwen vergt een goed samenspel tussen alle disciplines. Belangrijk dus dat installateurs op tijd aan tafel zitten in het bouwproces.”

‘Circulair bouwen’ speelt meer bij ontwerp & advies dan bij bouw en installatie
BouwBeurs 2023 stond volledig in het teken van circulariteit, industrialisering en digitalisering. In 2050 wil de overheid de hele bouw circulair laten werken. Uit de Monitor blijkt dat meer dan de helft van de respondenten momenteel werkt aan projecten rond circulair bouwen. Van de Hoef: “Dit geldt wel meer in de sector ontwerp & advies dan bij de bouw- en installatiesector zelf. Ook de leveranciers die de circulaire materialen moeten leveren zijn er flink mee bezig.”

‘Lucht/water-warmtepomp kent eigenlijk geen nadelen’

Gepubliceerd op

Zo’n 7 miljoen woningen moeten voor 2050 verduurzaamd worden om zo CO2– en energieneutraal te zijn. De eenvoudigste oplossing om geheel of gedeeltelijk van het gas af te gaan, is de cv-gasketel te vervangen. Voor de meeste woningbezitters is de lucht/water-warmtepomp het beste, zo concludeert Nico de Boer van ingenieurs- en adviesbureau DGMR.

De lucht/water-warmtepomp kent eigenlijk geen nadelen. Dit type is goed te combineren met andere installaties en is toepasbaar op vrijwel alle afgiftesystemen. Het rendement voor de woningbezitter is relatief hoog. En deze warmtepomp is (betaalbaarder) dan een bodem-water- of water-waterwarmtepomp. Deze conclusie trekt de huidige technisch specialist bij DGMR, nadat hij voor zijn afstudeeronderzoek vijf opties naast elkaar zette. Hij brengt zijn bevindingen nu samen in de whitepaper ‘Een warmtepomp voor iedereen’.

Koudemiddel
Omdat een warmtepomp gebruik maakt van een koudemiddel vergelijkt Nico ook drie verschillende typen koudemiddelen. Het zogenoemde Global Warming Potential (GWP) bepaalt de hoogte van het broeikaseffect en heeft invloed op de CO2-kosten. De meest duurzame keuze die installateurs en gebruikers kunnen toepassen, is het koudemiddel R-290. Het heeft een hoog rendement en een laag GWP, waardoor de CO2-kosten ook laag uitvallen. Dit middel heeft de minste impact op het milieu.

De whitepaper is te downloaden via de website van DGMR.

Werken in energietransitie: 2 op de 3 werkenden overweegt carrièreswitch

Gepubliceerd op

Om de energietransitie te doen slagen is personeel nodig. Met name technische vakmensen kunnen de komende decennia het verschil maken, maar er is een tekort. Energiebedrijf Zonneplan vroeg daarom aan een panel van duizend werkende Nederlanders of zij weleens nadenken over een overstap naar werk in een andere sector. Twee op de drie gaven aan dat dit inderdaad het geval is. Meer dan de helft zegt bovendien veel waarde te hechten aan maatschappelijk relevantie in hun werk.

Mannen zeggen in het onderzoek van Zonneplan iets meer bezig te zijn met een carrièreswitch dan vrouwen. 9 procent van de mannen denkt hier zelfs elke dag over na, tegen 6 procent van de vrouwen, terwijl het percentage mannen dat zegt er nooit mee bezig te zijn 35 procent is en onder vrouwen 38 procent. Jongeren (18-34 jaar) zijn vaker bezig met een overstap (76 procent) dan ondervraagden in de leeftijdscategorieën 35-49 jaar (67 procent) en 50-65 jaar (49 procent). Daarnaast valt op dat liefst 86 procent van de ondervraagden werkzaam in de sector ‘Media en communicatie’ weleens nadenkt over een switch. Ook de sector ‘Handel en dienstverlening’ scoort met 74 procent relatief hoog. Werknemers actief in de sector ‘Justitie, veiligheid en openbaar bestuur’ zijn hier met 53 procent juist het minst mee bezig.

Maatschappelijk relevant werk
Een belangrijke reden om verder te kijken op de banenmarkt is voor veel Nederlanders het gemis van maatschappelijke meerwaarde in hun huidige baan. David Venderbos, recruiter bij Zonneplan, merkt dit de laatste jaren veel in de sollicitatiegesprekken die hij voert. “Ik spreek bijvoorbeeld veel zij-instromers die momenteel actief zijn als productiemedewerker en dat stukje toegevoegde waarde missen. Of denk aan automonteurs. Hun werk wordt steeds meer overgenomen door computers. Ook pakketbezorgers en winkelmedewerkers die bij ons solliciteren noemen vaak het missen van een daadwerkelijk doel in hun werk als argument om de overstap naar werken in de energietransitie te maken.”
Van de duizend Nederlanders die Zonneplan ondervroeg gaf 8,5 procent aan dat zij maatschappelijke relevantie het allerbelangrijkst vinden bij het zoeken van een nieuwe baan. Belangrijker nog dan het salaris dus. Bijna de helft - 46,1 procent - zegt dit belangrijk te vinden, mits het salaris ook in orde is. Bijna een derde stelt dat dit sociale aspect mooi meegenomen is, maar dat er meerdere andere factoren van groter belang zijn. Voor 14,2 procent doet maatschappelijke meerwaarde er in het geheel niet toe. Verder stelt ruim een kwart van de ondervraagden dit maatschappelijke aspect in de afgelopen vijf jaar belangrijker te zijn gaan vinden. Zo’n 11 procent zegt juist het tegenovergestelde te voelen, terwijl voor de meerderheid - 62 procent - dit niet veranderd is.

ISSO-publicatie 3216 ‘NTR 3216 Riolering van bouwwerken’ herzien

Gepubliceerd op

ISSO heeft de publicatie NTR 3216 Riolering van bouwwerken herzien. De kennis in deze nieuwe versie is geactualiseerd op basis van relevante ontwikkelingen in de maatschappij en techniek. ISSO-publicatie 3216 geeft richtlijnen voor het ontwerpen, realiseren en beheren van afvoersystemen voor hemelwater en huishoudelijk afvalwater (of vergelijkbaar) van bouwwerken.

In de publicatie zijn verschillende ontwikkelingen meegenomen die in de installatiepraktijk van nu dagelijks aan de orde zijn. Een belangrijke verduidelijking is aangebracht in de wijze waarop noodoverstorten van hemelwaterafvoersystemen op juiste wijze moeten worden gemaakt, vooral wanneer deze als UV-systeem worden uitgevoerd. Verder beschrijft de nieuwe publicatie dat het volgens WB 5:52 niet is toegestaan om hemelwater via een naburig perceel te lozen. Dit zal veel invloed hebben op de uitvoering van HWA-systemen. Denk aan doorlopende dakgoten bij rijtjeshuizen, waarin de installateur bijvoorbeeld separatieschotten moet zetten. Daarnaast zijn er nieuwe inzichten op het gebied van waterlagen op de daken verwerkt – in het bijzonder van begroeide daken. Deze inzichten staan ook al beschreven in het TVVL en Techniek Nederland-rapport ST-49 ‘Waterlagen op platte daken en het veranderende klimaat’.

Drukte op daken
Verder ontstond vanuit de markt de behoefte aan onder meer een verduidelijking van situatieschetsen voor de uitmondingen van ontspanningsleidingen. Dit vraagstuk wordt steeds urgenter, mede door de drukte op (multifunctionele) daken. In het geval van zonnepanelen kunnen de ontspanningsleidingen worden belemmerd of afgedekt. Dat kan weer leiden tot stankoverlast en aanverwante gevaren. Ook deze scenario’s staan in de herziene publicatie beschreven.

De herziene ISSO-publicatie 3216 is beschikbaar op kennisplatform ISSO Open.

Geruisloze warmtepompen op propaan voor zowel nieuwbouw als renovatie

Gepubliceerd op

De Compress 5800i AW wordt het nieuwe paradepaardje van Nefit Bosch. Een compleet nieuwe range monoblock warmtepompen voor verwarming, koeling en warmwaterbereiding, voor zowel nieuwbouw als renovatie. De warmtepomp draait op het natuurlijke koudemiddel R290, oftewel propaan. Volgens de fabikant is de nieuwe lijn nog stiller dan haar stilste warmtepomp tot nu toe. De nieuwe warmtepompen zullen voor aanvang van het komende stookseizoen worden geïntroduceerd maar zijn al te zien op de Bouwbeurs.

De Compress 5800i AW is de eerste van een reeks nieuwe warmtepompen van Nefit Bosch die gebruikmaken van propaan (R290). Dit natuurlijke koudemiddel, waarvan het circuit van de warmtepomp minder dan een kilogram bevat, kent een aardopwarmingsvermogen (Global Warming Potential) van 6, wat vele malen lager is dan dat van de tot nu toe gangbare koudemiddelen.

Hoge temperatuur
De nieuwe warmtepomp maakt hoge aanvoertemperaturen mogelijk. Voor de Compress 5800i AW is de maximale aanvoertemperatuur 75°C. De warmtepomp is dan ook geschikt is voor zowel nieuwbouw als bestaande verwarmingssystemen met conventionele radiatoren. De Compress 5800i AW kan warm tapwater leveren tot 75°C.

Geruisloos
De Compress 5800i AW wordt ook meteen de stilste warmtepomp van Nefit Bosch. Op een afstand van drie meter bedraagt het geluidsdrukniveau van de 5 kW-variant 28,5 dB(A), zo goed als onhoorbaar. Daarmee is de nieuwe lijn nog stiller dan de tot nu toe stilste warmtepomp van Nefit Bosch, de Compress 7400i. Deze kwam in de meest recente warmtepomptesten van de Consumentenbond (2020 en 2021) als ‘stilste hybride’ naar voren en is ook leverbaar als all-electric variant.

BENG/NTA8800-proof
De Compress 5800i AW-serie omvat twee typen buitenunits in vijf vermogensklassen van 4 tot 12 kW. Alle varianten hebben een energielabel A+++ en een hoge COP, tot 4,85 bij A7/W35. Qua binnenunit kan worden gekozen voor een compacte wandhangende uitvoering of een Tower-variant met onder andere een geïntegreerde warmwatervoorraad.

Installatievriendelijk
Installateurs hebben geen F-gassencertificering nodig om Compress 5800i AW units te installeren. De buitenunits zijn vrij te plaatsen tot 25 meter afstand van de binnenunit. Middels een optionele internetmodule kan de binnenunit worden verbonden met het Internet. Bediening en beheer op afstand zijn mogelijk via het installateursplatform van Nefit Bosch, HomeCom Pro.

Bijzondere variant
Een bijzondere variant van de nieuwe monoblock-lijn is de specifiek voor de Nederlands markt ontwikkelde all-electric dakwarmtepomp, de Compress 5800i AWR, waarbij de R staat voor ‘roof’. Bij uitstek geschikt voor grote renovatieprojecten met alle voordelen van de 5800i-serie. De productie van deze variant start later dit jaar in Deventer.

Marktintroductie
De marktintroductie van de nieuwe serie monoblock luchtwarmtepompen staat gepland voor het derde kwartaal van 2023. Naast de Bosch Compress 5800i AW blijven de Nefit EnviLine Monoblock warmtepompen in het leveringsprogramma van Nefit Bosch.

Daarnaast introduceert Nefit Bosch een omvangrijke serie nieuwe warmtepompen voor de utiliteit met maar liefst 80 varianten in 10 vermogensklassen: de Compress 3000 AWP. Deze lucht/water warmtepomp is geschikt voor zowel nieuwbouw, als voor verduurzaming van bijvoorbeeld gestapelde woningbouw, kantoren, winkel- en bedrijfsruimtes en zorginstellingen. De serie maakt zowel all-electric, als hybride oplossingen mogelijk en wordt in het tweede kwartaal van 2023 geïntroduceerd. 

In uiteenlopende vermogens van 16 tot en met 89 kW in tal van configuraties biedt de Compress 3000 AWP een oplossing op maat voor de meest uiteenlopende situaties in het zakelijke segment voor kleine en middelgrote vermogens. In totaal zijn 80 varianten leverbaar in 10 vermogensklassen. Er zijn drie verschillende chassis, steeds gebaseerd op hetzelfde basisconcept. Voor de (zeer) grote vermogensvraag biedt de nieuwe serie een schaalbare oplossing. Tot 16 units kunnen in cascade worden opgesteld, goed voor een maximaal vermogen van maar liefst 1.440 kW.

Full Inverter technologie
De inverter-aangedreven compressor draagt bij aan de prestaties van de Compress 3000 AWP. De warmtepomp heeft een SCOP tot 4,41 en energie-efficiëntieklasse A++. De hoge aanvoertemperatuur tot 60°C biedt flexibiliteit bij verduurzamingsprojecten, zowel gasloos, als hybride.

Installatiegemak
De Compress 3000 AWP kent geen binnenunit en is eenvoudig te installeren en in te regelen. Het ontwerp voorziet in goede toegankelijkheid bij onderhoudswerkzaamheden. De garantietermijn is vijf jaar wanneer de warmtepomp door een servicetechnicus van Nefit Bosch in bedrijf gesteld wordt.

Marktintroductie
De marktintroductie van de Compress 3000 AWP is voorzien voor het tweede  kwartaal van 2023. Naast de Compress 3000 AWP, heeft Nefit Bosch Compress 5000 AW warmtepompen voor de grote vermogensvraag tot 150 kW.

Minister De Jonge opent BouwBeurs 2023

Gepubliceerd op

Vanmorgen heeft minister Hugo de Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening BouwBeurs 2023, het grootste bouwevent van Nederland, officieel geopend. De Jonge noemde het gebrek aan locaties het grootste probleem voor de kolossale woningbouwopgave. Daarnaast lanceerde Koninklijke Jaarbeurs de Bouw & Installatie Hub: een online kennisplatform met als doel professionals in de bouw- en installatiebranche samen te brengen, te verbinden en duurzame groei in de sector te versnellen. Ook zijn de winnaars van de BouwBeurs Awards bekendgemaakt. BouwBeurs staat vanaf vandaag tot en met vrijdag 10 februari in het teken van circulariteit, industrialisering en digitalisering.

Minister Hugo de Jonge ging in op de gigantische woningbouwopgave die er ligt: er zijn 900.000 nieuwe woningen nodig tot 2030. Volgens De Jonge is dit aantal echt nodig om het huidige tekort van 300.000 woningen aan te pakken en bij te bouwen voor mensen die er nog bij komen in Nederland. “Dit is het realistische getal waarvoor we aan de lat staan”, aldus de minister. Dat het niet makkelijk is om dit aantal te realiseren erkent de minister, maar hij gaf aan niet te opteren voor de weg van de minste weerstand door dan maar minder te bouwen.

Online platform Bouw & Installatie Hub

Jeroen van Hooff, CEO Koninklijke Jaarbeurs: “Jaarbeurs is het middelpunt van de Bouw & Installatie sector en organiseert al jarenlang de vakbeurzen BouwBeurs en VSK. De laatste jaren zien we dat onder invloed van de verduurzaming en de energietransitie bouw en techniek steeds verder in elkaars richting groeien, verbonden raken. Gebouwen worden complexer en technischer, wat vraagt om meer samenwerking in een eerder stadium. Om deze samenwerking te versterken en duurzame groei te versnellen heeft Jaarbeurs de Bouw & Installatie Hub in het leven geroepen; een online platform met ruim 300.000 profielen, een open community, met content vanuit leveranciers, media, kennisinstellingen, overheid en brancheorganisaties. Een platform gericht op beslissers en influencers; een plek waar kennisdelen, verbinden en elkaar ontmoeten centraal staat, 365 dagen per jaar.”

Prangende kwesties
Vanaf vandaag is op de Hub de eerste Bouw en Installatie Monitor te vinden. Een onderzoek onder bijna 3.000 respondenten naar hun mening over prangende kwesties in de bouw- en installatiemarkt. Uit dit onderzoek blijkt dat de branche zelf sceptisch is over de door minister Hugo de Jonge genoemde opgave. Veel genoemde bezwaren zijn stijgende rente, personeelstekort, slepende procedures en stijgende prijzen van bouwmaterialen. Daarnaast springt het gebrek aan personeel eruit als het thema waar de markt zich zorgen over maakt.

Winnaars BouwBeurs Awards
De eerste BouwBeurs Awards werden uitgereikt voor innovaties in de sector. De jury koos de winnaars uit negen inzendingen in drie categorieën: Circulariteit, Slim & Efficiënt en Vakmensen. De jury, bestaande uit Teun Schröder, Marjet Rutten, Margo Caspers, Dennis Koster en Martijn Carlier, bekroonde onder andere de ComfoVar Aero ventilatieoplossing van Zehnder Group Nederland. De jury heeft de winnaars gekozen uit negen inzendingen in drie categorieën: Circulariteit, Slim & Efficiënt en Vakmensen.

Foto: Minister Hugo de Jonge en Jeroen van Hooff CEO Koninklijke Jaarbeurs openen BouwBeurs

Eerste warmtepompen met categorie 1 materialenpaspoort

Gepubliceerd op

Vaillant is sinds kort de eerste fabrikant die in Nederland warmtepompen aanbiedt met een categorie 1 materialenpaspoort. Het materialenpaspoort is opgesteld op basis van een uitgebreide levenscyclusanalyse (LCA) om de milieu-impact te meten en is onafhankelijk getoetst. Hiermee bereidt Vaillant zich voor op de Nederlandse ambitie om in 2050 een volledig circulaire economie te bereiken.

Een materialenpaspoort bevat gedetailleerde informatie over onder andere de kwaliteit, herkomst en duurzaamheid van materialen en producten. Het geeft daarmee inzicht in de materiële, circulaire en financiële (rest)waarde van een gebouw. De som van alle gebruikte materialen in een bouwproject vertaalt zich in een score; de Milieu Prestatie voor Gebouwen (MPG). Nieuwe gebouwen in Nederland zijn gebonden aan de MPG. Het gevalideerde meetinstrument drukt in een cijfer uit wat de belasting van het gebouw (of een compleet project) is op het milieu. Sinds 2021 mocht de MPG maximaal 1,0 zijn, sinds juli 2021 is dat nog maar 0,8 en nieuwe gebouwen mogen in 2030 slechts 0,5 scoren.

Interessante keus voor projecten
De aroTHERM split en plus lucht-water warmtepompen hebben nu dus een categorie 1 materialenpaspoort. Dat wil zeggen dat de producten dermate duurzaam zijn, dat ze 30 tot maximaal 50 procent minder bijdragen aan de MPG-score dan warmtepompen uit categorie 3. Dat maakt de aroTHERM split en plus een interessante keuze voor projectontwikkelaars en aannemers, omdat de producten minder zwaar op de MPG drukken dan alternatieven in de markt. De lucht-water warmtepompen worden opgenomen in het Madaster en de Nationale Milieudatabase (NMD), waarin onafhankelijk milieudata van bouwproducten worden verzameld.

Meedenken in het voortraject
“We willen meegaan met de tijd, we kiezen voor toekomstbestendigheid en daar horen een LCA en materialenpaspoort bij”, aldus Matthijs Westerhof, Business Manager warmtepompen bij Vaillant. Door dit materialenpaspoort wordt duidelijker wat de impact van het product is en waar de verbeteringen in het productieproces zitten. Daardoor kun je er in de toekomst beter op sturen. Wij hebben hiermee dus een mooie stap gezet om in het voortraject van de bouw te kunnen meedenken en werken aan de verduurzaming van deze wereld.”

 

Steeds meer hybride warmtepompen

Over drie jaar, vanaf 2026, zijn huiseigenaren bij vervanging van hun cv-ketel verplicht om een duurzamere optie te kiezen. Dat ...

Nog eens 10 miljoen groeikapitaal voor PVT-warmtepomp

Triple Solar, uitvinder van de PVT-warmtepomp en bijbehorende PVT-warmtepomppanelen, heeft met pensioenfonds ABP een belangrijke nieuwe aandeelhouder aangetrokken om ook ...

Steeds meer hybride warmtepompen

Gepubliceerd op

Over drie jaar, vanaf 2026, zijn huiseigenaren bij vervanging van hun cv-ketel verplicht om een duurzamere optie te kiezen. Dat kan een hybride of een volledig elektrische warmtepomp zijn. De consument lijkt echter niet te wachten op die verplichting: in 2022 werden er ruim 100.000 geplaatst, een toename van 37 procent in vergelijking met 2021. Waar gaan deze ontwikkelingen naartoe? In gesprek met Peter van Gameren, bestuurslid van de Vereniging Warmtepompen en directeur bij Itho Daalderop.

De coalitie HR-Hybride bestaat uit Techniek Nederland, Vereniging Warmtepompen, Natuur en Milieu en Netbeheer Nederland. HR-Hybride pleit voor de plaatsing van minimaal 1 miljoen hybride warmtepompen tot 2030. Dit moet een besparing opleveren van 1,3 tot 2,6 megaton CO2. Zo’n besparing is een substantiële bijdrage aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord en de aangescherpte CO2-eisen van 55% van de Europese Unie.

Bewust
Is de toename van het aantal hybride warmtepompen alleen een kwestie van energieprijzen? Van Gameren is helder: “Nee. We zien dat de consument bewuster wordt van de impact van fossiele brandstoffen. Het klimaat komt elke dag wel terug in het nieuws. En vooral ook dat je zelf het verschil kan maken. Als dan ook de overheid, zoals nu, bewustwording voedt met extra ondersteuning om een duurzame keuze te maken… Ja, dan zijn de voorwaarden optimaal. Ik denk echt dat we gaan terugkijken op deze jaren als het moment waarop we de bestaande woningen toekomstproof hebben gemaakt, oftewel duurzaam. Het jaar 2022 is nog maar het begin.”

Mooie oplossing
Natuurlijk lagen er al de plannen voor aardgasvrije woonwijken. Maar juist met de hybride warmtepomp kunnen de woonwijken die voorlopig niet aardgasvrij worden, een mooie oplossing worden geboden. In een later stadium kunnen deze woningen alsnog aardgasvrij worden gemaakt. “Maar laten we tot die tijd de CO2-uitstoot zoveel mogelijk beperken”, vertelt Van Gameren. “Dan profiteert de huizenbezitter of huurder bovendien direct van een lagere energierekening. En die bewustwording en verantwoordelijkheid zien we ook steeds meer bij woningcorporaties en projectontwikkelaars.”

Nieuwbouw
Naast de bestaande bouw is er ook nog de nieuwbouw, vervolgt Van Gameren. “Daar zien we eigenlijk dat het al de gewoonte is om te kiezen voor de duurzame optie. Maar tegelijkertijd is er in de nieuwbouw mede door de stikstofcrisis een achterstand. Het aantal nieuwe woningen blijft dus achter en projecten worden uitgesteld. Tijdelijke huisvesting groeit. En ook hier hebben we als producenten een rol!”

Vakmensen
Uiteindelijk ligt de weg naar verduurzaming bij de vakmensen zelf. Zijn deze er voldoende? Van Gameren: “Daar moet je goed over nadenken. Zo hebben we bij mijn bedrijf met standaardisatie geprobeerd een duidelijk werkproces voor de installateur in te richten. Dit werkproces roept geen drempels op en is daarnaast relatief simpel, en hierdoor gemakkelijk over te dragen. Het voordeel is dat ook jonge vakmensen direct met hun werk kunnen bijdragen aan de verduurzaming van woningen. Want vergis je niet: een hybride warmtepomp levert direct een besparing op tot 70% op het aardgasverbruik voor verwarming.”

Dit nieuwsbericht is een verkorte versie van een artikel dat binnenkort verschijnt in het praktijkblad InstallateursZaken

Eerste warmtepompen met categorie 1 materialenpaspoort

Vaillant is sinds kort de eerste fabrikant die in Nederland warmtepompen aanbiedt met een categorie 1 materialenpaspoort. Het materialenpaspoort is ...

Nog eens 10 miljoen groeikapitaal voor PVT-warmtepomp

Triple Solar, uitvinder van de PVT-warmtepomp en bijbehorende PVT-warmtepomppanelen, heeft met pensioenfonds ABP een belangrijke nieuwe aandeelhouder aangetrokken om ook ...

€3 miljoen voor marktklaar maken SuperHybrid warmtepomp

Cooll heeft een financieringsronde van ruim €3 miljoen gesloten. Hiermee kan het bedrijf zich verder richten op het marktklaar maken ...

Slim de installatietijd van warmtepompen terugbrengen

In de Miljoenennota kondigde het kabinet aan om een tijdelijk prijsplafond in te stellen voor gas en elektriciteit om lastenverlichting ...

ISH 2023 introduceert Hotspots

Gepubliceerd op

ISH 2023 komt er al weer aan. Voor een snelle oriëntatie krijgen deelnemers aan deze internationale vakbeurs voor de installatiebranche voor het eerst een thematische groepering van evenementen aangeboden in de vorm van hotspots.

ISH 2023 vindt van 13 tot en met 17 maart a.s. plaats in de Messe Frankfurt. De hotspots die er zijn terug te vinden zijn: Energie, Binnenklimaat, Hout energie, Gebouwtechnologie, Innovatie, Water en Young Competence. Hierna volgt een kort overzicht van deze themagroepen.

Hotspot Energie
Deze hotspot biedt een uitgebreid lezingenprogramma over de belangrijkste vraagstukken van de verwarmingssector, waarover in paneldiscussies met politici en vertegenwoordigers van de industrie, het bedrijfsleven en verenigingen wordt gedebatteerd. Het programma wordt gehouden in de westelijke foyer van hal 12 en wordt georganiseerd door de federatie van Duitse verwarmingsindustrie (BDH), de Duitse vereniging voor energie-efficiëntie in Gebouwentechniek (VdZ) en de Duitse sanitair, verwarming en  airconditioning associatie ( ZVSHK). Centraal staat de diversificatie van energiebronnen en de vermindering van emissies in de verwarmingssector. Het doel is een compact overzicht te bieden van het politieke kader en mogelijke oplossingen voor het bereiken van klimaatbeschermingsdoelstellingen. De installatiebranche speelt een doorslaggevende rol bij het tot stand brengen van een succesvolle energierevolutie. Veelbelovende oplossingen van nieuwkomers zijn te zien op de Startup@ISH-area van VdZ in hal 11.0.
Op ISH 2023 zal verder meer aandacht worden besteed aan intelligente genetwerkte energiesystemen in gebouwen, evenals de onderwerpen energieopslag en energiebeheer. In de speciale ruimte Energy Storage@ISH in hal 12.1 presenteren geselecteerde fabrikanten hun oplossingen voor batterijopslagsystemen in gebouwen in samenwerking met de batterijafdeling van de Duitse Electro- en Digital Industry Association (ZVEI). In dit verband tonen verschillende bedrijven op de Energy Management@ISH in hal 12 hun home-energy management-oplossingen, die de verschillende interne stroomstromen intelligent koppelen, bewaken en beheren om de vraag in het gebouw efficiënt en duurzaam te dekken.

Hotspot Binnenklimaat
Een hygiënische luchttoevoer in gebouwen vermindert gezondheidsrisico's en bevordert de efficiëntie en het welzijn van personeel. Ook het onderwerp luchtvoorziening levert een belangrijke bijdrage aan CO2-reductie en energiebesparingsdoelstellingen. Op het Indoor-Air Forum in hal 8 worden inzichten in de nieuwste thema's en trends op het gebied van koeling, airconditioning en ventilatie aangeboden tijdens paneldiscussies en lezingen door verschillende verenigingen, waaronder de vereniging voor airconditioning en ventilatie in gebouwen (FGK) en de European Ventilation Industry Association (EVIA), de Federation of European Heating, Ventilation and Air Conditioning Associations (REHVA). Eveneens in hal 8 vinden bezoekers een speciale tentoonstelling over ventilatie in scholen, die het startpunt vormt voor rondleidingen op de beurs gericht op ventilatie in onderwijsinstellingen en de tentoonstelling woningventilatie.

Hotspot Hout energie
Het Wood Energy Forum in hal 11.0 richt zich op het belang van hout als grondstof voor klimaatbescherming en leveringszekerheid. Deze ontmoetingsplaats voor experts is georganiseerd door de verenigingen BDH en ZVSHK in samenwerking met andere partners uit de sector. Fabrikanten van houtgestookte cv-installaties, individuele haarden en systemen voor rookgastechniek, evenals exposanten uit aanverwante bedrijfstakken, bevinden zich in de directe omgeving.

Hotspot Gebouwtechnologie
Het Building Technology Forum in hal 10.3 zet de nieuwste technologieën en ontwikkelingen op het gebied van intelligente gebouwtechniek in de schijnwerpers. Deze ontmoetingsplaats voor de vastgoed- en woningbouwsector is georganiseerd door de Vereniging voor gebouwautomatisering en -besturing in de Federatie van Duitse machine- en installatiefabrikanten (VDMA) en de Federale Duitse Industrievereniging voor gebouwentechniek en technische installaties (BTGA).

Hotspot Water
Dit platform voor kennisoverdracht en inspiratie bevindt zich in hal 3.1. Met vier thema's die de komende jaren van doorslaggevende betekenis zullen zijn voor de integrale badkamerplanning, biedt de speciale show 'Pop up my Bathroom' trendgerichte informatie voor kennisoverdracht en inspiratie. Daarnaast biedt een discussieforum – het ‘Pop up my Bathroom Atelier’ – met workshops en paneldiscussies gelegenheid voor informatie-uitwisseling op persoonlijk vlak.
Om de gevolgen van demografische veranderingen op te vangen, moet de installatiebranche de komende jaren kunnen voldoen aan de sterk stijgende vraag naar barrièrevrije en zorgbadkamers. In hal 3.1 presenteert de ZVSHK-vereniging een compleet scala aan belangrijke informatie en diensten hierover.

Hotspot Innovatie
Design Plus Award powered by ISH richt zich op innovatieve producten. De Design Plus-wedstrijd zoekt naar toekomstgerichte producten die zich onderscheiden door een optimale combinatie van duurzaamheid, esthetiek en functionaliteit. De ZVSHK-productprijzen 'Badkamercomfort voor generaties' eren de meest overtuigende productoplossingen voor badkamers van meerdere generaties en worden uitgereikt tijdens 'Design for All'.

Hotspot Young Competence
Jonge mensen worden niet vergeten op ISH: Plumbing Champions@ISH 2023 biedt niet alleen een internationale leer- en netwerkervaring voor opkomende talenten, maar bevordert ook nieuwe samenwerkingen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen tussen de sanitairindustrie en niet- profit organisaties. Daarnaast biedt de werkgeversorganisatie "Berufsgenossenschaft Bau" een seminar over arbeidsveiligheid aan voor stagiairs in de sanitair- en HVAC-sector. Hoewel werken als vakman interessant en afwisselend is, brengt dergelijk werk van dag tot dag ook tal van gevaren met zich mee. Het onervaren gebruik van gereedschap en gevaarlijke stoffen kan verwondingen veroorzaken. Dit kan echter worden voorkomen – als mensen zich van tevoren informeren over de gevaren en hoe ze kunnen worden vermeden.

Alle details van de evenementen op het programma van ISH 2023 zijn te vinden op www.ish.messefrankfurt.com/events.

BDR Thermea Benelux neemt Fortes Energy Systems over

Gepubliceerd op

BDR Thermea Benelux, waartoe het merk Remeha behoort, neemt Fortes Energy Systems over. Met de overname versterkt BDR Thermea Benelux zijn positie in de groeiende markt voor stadsverwarming en collectieve warmte- en koudesystemen. Fortes blijft onder eigen naam in de markt actief.

Fortes Energy Systems is sinds de oprichting in 1999 uitgegroeid tot een significante speler op het gebied van efficiënte systemen voor het overdragen van energie in collectieve warmte- en koudesystemen. De AquaHeat afleversets zijn in circa 320.000 woningen en appartementen in Nederland, België en Denemarken geïnstalleerd.

Laag energiegebruik
Het specialisme van Fortes Energy Systems ligt bij het ontwikkelen en produceren van afleversets voor de woningbouw en grote afleverstations voor de utiliteit, aangesloten op stads-, blok- of wijkverwarming en WKO-systemen. Dirk Ockhuizen, algemeen directeur Fortes Energy Systems: “Met onze kennis, ervaring en bevlogenheid vinden wij steeds weer manieren om energie slimmer en efficiënter over te dragen met optimaal systeemrendement en een laag energiegebruik.” Met het hoofdkantoor in Houten, een productiefaciliteit in Lichtenvoorde en een verkoopkantoor in Denemarken telt het bedrijf 68 werknemers.

CO2-neutrale samenleving
Remeha verwarmt meer dan 2 miljoen huizen in Nederland en is daarnaast actief in de utiliteitsbouw. Remeha wil duurzame binnenklimaatoplossingen haalbaar en betaalbaar maken om zodoende snelle stappen te kunnen zetten naar een CO2-neutrale samenleving. Fortes Energy Systems is al jaren een belangrijke partner van Remeha.
Arthur van Schayk, algemeen directeur van BDR Thermea Benelux en Remeha: “Stadsverwarming en collectieve warmte- en koudesystemen blijven ook in de toekomst een belangrijke technologie voor stedelijke of lokale woon- en bedrijfsomgevingen. Bij Remeha geloven we in meerdere wegen naar duurzaam. We zien de overname van Fortes als een belangrijke stap in de uitbreiding en versterking van onze productportfolio en daarmee als essentieel voor Remeha’s groeiende rol in de energietransitie in woningen en gebouwen.”

Breed scala aan projecten
De oplossingen van Fortes Energy Systems worden ontwikkeld voor een brede doelgroep: o.a. appartementcomplexen, kantoren en woningen en voor afnemers van lokale energie-opwekking in industrie en landbouw. Enkele projecten die Fortes uitvoerde zijn onder meer woontoren De Zalmhaven in Rotterdam, de Cooltower in Rotterdam, woon- en bedrijvencomplex Strijp-S in Eindhoven, Le Toison d’Or in Brussel (woon- en winkelproject), wooncomplex De Makroon in Amsterdam en De Efteling vakantiepark Loonsche Land.

Continuïteit en kwaliteit
Dirk Ockhuizen: “Met de aansluiting bij een grote en krachtige partij als BDR Thermea Group kunnen wij grotere stappen zetten in deze markt. Remeha heeft, net als wij een sterke positie en veel expertise in collectieve warmte- en koudesystemen. De ontwikkelingen in onze markt gaan snel en met expertise en synergie binnen de BDR Thermea Group zullen wij in de toekomst nog beter in staat zijn om onze continuïteit en kwaliteit op de best mogelijke manier te blijven waarborgen.” Fortes Energy Systems blijft zelfstandig opereren en onder eigen naam in de markt actief.

Nog eens 10 miljoen groeikapitaal voor PVT-warmtepomp

Triple Solar, uitvinder van de PVT-warmtepomp en bijbehorende PVT-warmtepomppanelen, heeft met pensioenfonds ABP een belangrijke nieuwe aandeelhouder aangetrokken om ook ...

Remeha start volgend jaar productie hybride warmtepomp in Apeldoorn

Vanaf uiterlijk 1 juli 2023 start Remeha met de productie van de hybride warmtepomp Elga Ace op een moderne productielijn ...

Topvrouw bij moederbedrijf Remeha

BDR Thermea Group, een wereldwijde fabrikant van thermische comfortoplossingen, heeft Lúcia Veiga Moretti aangesteld als Chief Commercial Officer. Het Nederlandse ...

€3 miljoen voor marktklaar maken SuperHybrid warmtepomp

Gepubliceerd op

Cooll heeft een financieringsronde van ruim €3 miljoen gesloten. Hiermee kan het bedrijf zich verder richten op het marktklaar maken van haar thermisch aangedreven hybride warmtepomp. Cooll Sustainable Energy Solutions is een spin-off bedrijf van de Universiteit Twente. Het bedrijf is voortgekomen uit de ontwikkeling van koel- en warmtepompsystemen, onder andere in projecten voor de ESA (European Space Agency). Cooll ontwikkelt compacte warmtepomptechnologie. Het team bestaat inmiddels uit 30 medewerkers.

Onder begeleiding van No Five Trees te Utrecht heeft een aantal informal investors met bedrijven in de installatie- en bouwketen in totaal ruim €3 miljoen geïnvesteerd middels een equity ronde. Met dit geld, in combinatie met ontwikkelsubsidies, rondt Cooll de productontwikkeling af van haar eerste product, de SuperHybrid. In eerste instantie worden 30 SuperHybrids in het veld getest. Tegelijkertijd worden voorbereidingen getroffen voor de verdere productie en wordt zowel de efficiënte tapwaterfunctie als de waterstof-aandrijving ontwikkeld.

Versnellen van de energietransitie voor bestaande woningen
Zeker in de huidige periode is er een snelgroeiende vraag naar betaalbare en duurzame vervangingsoplossingen voor de bestaande hr-ketels in de bebouwde omgeving. De technologie van Cooll is met name geschikt voor bestaande bouw met radiatoren die met hoge temperaturen werken. “Onze SuperHybrid bespaart minimaal 30% aan aardgas ten opzichte van bestaande aardgastoestellen zónder een verhoogd elektriciteitsverbruik en zónder luidruchtige buitenunit”, vertelt Stefan van Uffelen, CEO en co-founder van Cooll Sustainable Energy Solutions B.V. “De SuperHybrid is de één-op-één vervanging van een hr-ketel in één dag. Betaalbaarheid, comfort, minder energie, lagere CO2-uitstoot, eenvoudige installatie en toekomstbestendigheid zijn de sterke punten van ons product . Met deze kapitaalinjectie kunnen we ons gaan richten op de ontwikkeling van de eerste modellen voor de markt.”

Thermisch in plaats van elektrisch aangedreven
“De SuperHybrid is een fundamenteel nieuwe technologie op basis van ruimtevaarttechnologie. De warmtepomp is thermisch in plaats van elektrisch aangedreven. Onze thermische warmtepomp kan aangedreven worden door aardgas, groen gas en waterstofgas en gebruikt buitenlucht als hernieuwbare energiebron. Hij maakt bij dit alles gebruik van de bestaande infrastructuur in het huis. Wij verwachten dat de meervoudig gepatenteerde SuperHybrid technologie een belangrijke rol in de energietransitie voor de bebouwde omgeving zal gaan spelen”, aldus Johannes Burger, CTO en co-founder van Cooll Sustainable Energy Solutions B.V.

Remeha en Rabobank gaan MKB’ers helpen bij verduurzaming warmtevraag

Gepubliceerd op

Remeha en Rabobank gaan een samenwerking aan om de komende zes maanden MKB-ondernemers actief te helpen bij het verduurzamen van hun warmtevraag. Klanten van de Rabobank kunnen via een warmtescan, begeleid door adviseurs van Remeha, hulp krijgen via een passend advies en worden eventueel gekoppeld aan een installateur. Het doel is om de komende maanden enkele honderden MKB’ers te interesseren om aan de slag te gaan met hun warmtevraagstuk.

Nu de energieprijs recordhoogtes aantikt, komen verschillende MKB’ers financieel in de knel. Terwijl in veel bedrijfspanden en bij verschillende bedrijfsactiviteiten nog flink wat energiewinst te behalen valt. In de huidige markt ligt de nadruk veelal op maatregelen die de elektriciteitskosten verlagen, zoals het installeren van zonnepanelen of ledverlichting. Maar in veel bedrijven is warmte en daarmee vaak het gasverbruik een veel grotere kostenpost. Daarom leggen Rabobank en Remeha via hun samenwerking de nadruk vooral op verduurzaming van de warmtevraag.

Warmtescan
Remeha heeft hiervoor een warmtescan ontwikkeld die klanten via de website van Rabobank kunnen invullen. Deze scan maakt heel snel duidelijk wat de mogelijkheden zijn voor het warmtevraagstuk, zoals de vervanging van een cv-ketel door een warmtepomp (of het combineren van de twee) of bijvoorbeeld het installeren van een zonneboiler.
Als een ondernemer in een warmteoplossing wil investeren, dan kan hij na het doorlopen van de warmtescan een vrijblijvend gesprek aanvragen met een van de specialisten van Remeha. Zij kunnen hem of haar ook in contact brengen met een installateur die de verduurzaming kan uitvoeren. Heeft een ondernemer wellicht geen of onvoldoende financiële ruimte, dan biedt Rabobank zakelijke financieringen voor verduurzaming. De omvang van veel investeringen is meestal flink te reduceren door beschikbare subsidies.

BDR Thermea neemt Holland Warmte over

Gepubliceerd op

BDR Thermea Benelux, specialist op het gebied van duurzame binnenklimaatoplossingen, heeft per 2 januari 2023 installatiebedrijf Holland Warmte overgenomen. Deze overname stelt BDR Thermea in staat om, in lijn met haar ambitie, de energietransitie te versnellen door de kennis, kunde en capaciteit in de markt te vergroten. Remeha en BDR Thermea investeren de komende jaren voor €800 miljoen in R&D, digitale oplossingen en productieontwikkeling.

Opgericht in 1965 is Holland Warmte uitgegroeid tot een regionaal sterke speler in het zuidelijk deel van de Randstad, West-Brabant en Zeeland. Met hoofdvestiging in Numansdorp en 36 werknemers richt Holland Warmte zich exclusief op de particuliere markt. Met haar dienstverlening dekt zij het hele scala aan warmteoplossingen. Holland Warmte blijft zelfstandig en onder eigen naam in de markt actief. Remeha, onderdeel van BDR Thermea Benelux, verwarmt meer dan 2 miljoen huizen in Nederland. Holland Warmte is al sinds vele jaren een belangrijke samenwerkingspartner van Remeha.

Belangrijke stap
Arthur van Schayk, algemeen directeur van BDR Thermea Benelux en Remeha: “De markt waarin wij opereren groeit harder dan ooit. De komende jaren willen wij onze investeringen in kennis en kwaliteit opschroeven in het gehele kanaal van toeleveranciers, fabrikanten, groothandels, installateurs en de eindgebruiker. Met de overname halen wij gerichte advisering, installatie- en onderhoudskennis in huis waarmee we onze product- en dienstverlening verder kunnen verbeteren. Dit is een erg belangrijke stap om de noodzakelijke versnelling van de energietransitie in woningen en gebouwen te kunnen realiseren.”

Toekomstbestendig
Marianne van Triet, directeur van Holland Warmte vult aan: “Met de aansluiting bij een grote en krachtige partij als Remeha maken wij ons bedrijf toekomstbestendig en kunnen wij de waarde aan onze werknemers en klanten nog groter maken. Remeha heeft een sterke positie in de markt en is voortdurend bezig met innovatie. Wij kunnen als middelgroot installatiebedrijf daarom veel voordeel halen uit een inniger samenwerking. Steeds meer klanten willen duurzame oplossingen en wij versterken daarin onze uitstekende positie waarbij wij onder eigen naam actief blijven.”

Groeiend aanbod
Aanbieders als Remeha komen met een snelgroeiend aanbod van duurzame binnenklimaatoplossingen. Het werk voor installateurs wordt complexer ook al omdat huis- en gebouweigenaren grote behoefte hebben aan informatie en advies op het gebied van duurzame alternatieven voor hun huidige warmtevoorziening. Daarnaast is het optimaal inzetten van de bestaande installatiecapaciteit en kennis essentieel om zoveel mogelijk woningen te kunnen verduurzamen. De vraag is groter dan de capaciteit. Met de uitbreiding van specifieke marktkennis in eigen huis kan Remeha hieraan een grotere bijdrage leveren. Remeha deelt die kennis vervolgens met haar partners zodat de aanleg en onderhoud van duurzame binnenklimaatsystemen zo optimaal mogelijk wordt ingevuld.

Opleiden van installateurs
Remeha heeft hiertoe onder meer het ‘Hybrid Hero’ programma opgetuigd waarmee een groeiend aantal installateurs wordt opgeleid en begeleid bij de aanleg en onderhoud van de nieuwste verduurzamingstechnieken in woningen. Dit programma wordt de komende jaren versterkt. Van de huidige 5.000 installateurs per jaar worden vanaf 2023 10.000 installateurs per jaar begeleid en opgeleid.

Productie warmtepompen vanaf 2023 in Nederland
Een paar weken geleden maakte Remeha bekend een productiefaciliteit voor de productie van warmtepompen in Nederland (Apeldoorn) te starten. Het streven is om vanaf 1 juli 2023 50.000 (hybride) warmtepompen in Apeldoorn te produceren en vanaf 2024 de volledige productiecapaciteit van 140.000 per jaar te realiseren. Tot dusver werden de warmtepompen van Remeha alleen in Frankrijk geproduceerd.

Geothermie voor regio Eemland

Gepubliceerd op

Larderel Energy gaat geothermie inzetten om de regio Eemland (Amersfoort, Eemnes, Baarn, Soest, Leusden, Bunschoten en Nijkerk) te voorzien van duurzame verwarming en elektriciteit. Hierbij leveren zeven centrales warmte aan een groot warmtenetwerk, waarmee het warme water van de centrales naar de gebruikers wordt getransporteerd. Met deze warmte kunnen onder andere woningen, kantoren, zwembaden en bedrijven van duurzame warmte voorzien worden. De duurzame stroom wordt aan het bestaande elektriciteitsnet geleverd.

Een groot voordeel van geothermie is dat de het een betrouwbare energiebron is, onafhankelijk van weersomstandigheden. Zo wordt ook duurzame energie geproduceerd als de zon niet schijnt en het niet waait. Geothermie is onafhankelijk van buitenlandse invloeden. Dit resulteert in een betrouwbare energierekening. Warmte uit geothermie is goedkoper dan verwarming met aardgas, en is tevens beter voor het klimaat. Daarnaast levert geothermie dezelfde temperatuur als nu de cv-ketel levert. Dit betekent dat een bewoner de bestaande verwarmingsinstallatie kan blijven gebruiken, en dus geen grote aanpassingen aan de woning nodig zijn. Zo kan de aardwarmte direct worden toegepast in de woning.

Geothermie wordt in Nederland al toegepast voor verwarming van kassen. Er zijn al 22 geothermielocaties gerealiseerd (zie https://geothermie.nl/geothermie/locaties-in-nederland/).

Meer aandacht voor comfort na coronapandemie?

Gepubliceerd op

Toen de pandemie op haar hoogtepunt was, informeerden eigenaren en gebruikers naarstig naar mogelijkheden om het comfortniveau op te krikken. Met name op het gebied van luchtkwaliteit. Maar in hoeverre heeft het geleid tot een echte cultuuromslag?

WELL-expert en interieurarchitecte Evelien Koekkoek ziet dat er onmiskenbaar een cultuuromslag heeft plaatsgevonden. “Zo merk ik in utiliteitssector, en dan met name in kantorenland, dat eigenaren zich drukker maken over de luchtkwaliteit en het mentale welbevinden van gebruikers.”

Hoe uit zich dat?
“Nu hybride werken gemeengoed is geworden, moeten bedrijven echt hun best doen om werknemers te verleiden weer naar het kantoor te komen. Dat doen ze bijvoorbeeld door extra te letten op ergonomie, aparte kamers in te richten voor ZOOM-calls en de akoestiek en het lichtplan te verbeteren. Ook zie ik vaker douches verschijnen voor werknemers die met de fiets naar werk komen. Daarnaast is de belangstelling voor de luchtkwaliteit toegenomen. Zo heb je in tegenstelling tot enkele jaren geleden echt geen discussies meer over aparte ruimtes voor printers, die fijnstof uitstoten.”

Resulteert het in veel extra business voor de installatiebranche?
“Het is erg dubbel. Aan de ene kant worden er stappen gezet. Aan de andere kant worden veel verbetersuggesties uiteindelijk toch afgeschoten vanwege budgettaire redenen. De gebouwde omgeving steekt sneller geld in bouwkundige maatregelen.”

Neemt de vraag naar WELL-certificeringen, waarin het welbevinden van gebruikers centraal staat, toe?
“Opdrachtgevers willen wel voldoen aan bepaalde standaarden uit WELL, maar kiezen sneller voor een Breeam-certificering. Die is populairder. Ook haken ze dikwijls af, omdat ze een WELL-certificering te duur vinden.”

Hoe is het gesteld met de belangstelling voor alternatieve oplossingen om het comfortniveau te verbeteren?
“Die neemt enigszins toe, als je bijvoorbeeld kijkt naar anti-allergeen en fijnstofafvangende tapijten en biodynamische verlichting. Voor planten blijft de belangstelling op hetzelfde niveau hangen als enkele jaren geleden.”

Welke trend in de interieurarchitectuur gaat de komende jaren een duidelijke impact hebben op de installatiebranche?
“Circulariteit, in de meest brede zin des woords. Van volwaardig hergebruik van oude oplossingen en componenten tot en met het oogsten van materialen. Ook is er groeiende aandacht voor grijswatersystemen, die bijvoorbeeld worden gebruikt voor groene gevels.”

Tot slot: heeft de pandemie ook de samenwerking tussen jouw branche en installateurs veranderd?
“Jazeker. Wat ik zelf merk, is dat installateurs meer meedenken over oplossingen voor vraagstukken op het gebied van comfort. Anderzijds zie ik ook dat wij als branche hongerig zijn naar kennis over jullie vakgebied. Het is een positieve ontwikkeling die uiteindelijk hopelijk tot meer kruisbestuiving zal leiden.”

Dit artikel verscheen eerder in het praktijkblad InstallateursZaken, december 2022

Publicatie Nationaal Register CO2-meters

Gepubliceerd op

Om schoolbesturen en gemeentes te helpen de juiste keuze te maken in het doolhof van CO2-meters, lanceert Stichting Binnenklimaattechniek het Nationaal Register CO2-meters. De afgelopen maanden hebben honderden scholen en gemeenten geïnvesteerd in betere ventilatie en in duizenden klaslokalen zijn CO2-meters geplaatst. Toch heeft 40% van de klaslokalen nog geen CO2-meter, zo bleek uit een recente peiling. Om dit recht te trekken, is een werkende CO2-meter sinds kort in iedere klas verplicht. Maar hoe maak je als verantwoordelijke nu de juiste keuze?

Een CO2-meter bestellen is zo gebeurd, maar hoe weet je als schoolbestuur of gemeente nu of je er een in huis haalt die doet wat die moet doen? Er zijn honderden CO2-meters beschikbaar, maar niet iedere meter levert dezelfde prestaties. Voor de CO2-meters in het Nationaal Register CO2-meters is op basis van verschillende criteria, waaronder dataopslag en dataverwerking, bepaald of de meters naar behoren functioneren. Daarnaast worden schoolbesturen die met het register aan de slag gaan verder op weg geholpen met aanvullende informatie zoals de Handreiking Optimaal Ventileren, de Conceptvergelijking voor schoolventilatiesystemen en het Programma van Eisen – Frisse Scholen.

Winterklaar
Minister Dennis Wiersma (Primair en Voortgezet Onderwijs) gaf eerder al aan dat er op veel scholen veel werk is verzet om gebouwen winterklaar te maken, maar moedigde ook de scholen die nog niet zover zijn aan om gebruik te maken van alle mogelijkheden die er zijn. Nu is winterklaar maken, met het oog op pandemische paraatheid, één ding, maar onderzoek van de Universiteit Maastricht (UM) toonde aan dat ventilatie ook effect heeft op de scores van basisschoolleerlingen. De onderzoekers geven aan dat het tijd is om de regelgeving voor luchtkwaliteit aan te scherpen en bovendien streng te handhaven op de maximaal acceptabele CO2-niveaus (950 ppm voor scholen gebouwd na 2012 en 1200 ppm voor scholen gebouwd voor die tijd).

Helpende hand
Voorzitter Stichting Binnenklimaattechniek, Remi Hompe: “In de zoektocht naar een gezonder binnenklimaat is het lastig om te bepalen waar je nu het beste kunt beginnen. Als stichting zijn we blij met de oproep van de onderzoekers van de UM om het beleid op het gebied van luchtkwaliteit aan te scherpen. Met het Nationaal Register CO2-meters bieden wij schoolbesturen en gemeentes, maar ook andere instanties, de helpende hand.”

In eerste instantie is dit register opgezet voor gemeenten en scholen, maar ook andere gebouweigenaren die met behulp van monitoring willen werken aan een beter binnenklimaat kunnen hiervan gebruik maken.

Nederlands eerste biobased waterleiding in Brabantse Oirschot

Gepubliceerd op

Een PVC waterleiding gemaakt met gebruikt frituurvet, houtpulp of resten van suikerriet als basisgrondstof. Voor het eerst in Nederland gaat zo’n biobased waterleiding in het Brabantse Oirschot de grond in. “De buis is qua samenstelling gezien exact hetzelfde als de standaard PVC leiding, maar de grondstoffen zijn allemaal biobased,” aldus Hanneke van de Ven, directeur distributie bij Brabant Water. “Met dit project willen we de weg vrijmaken naar meer duurzame en biobased materialen in de watersector.”

Zowel bij Brabant Water als bij leverancier Pipelife staat duurzaamheid hoog in het vaandel. Ook voor het drinkwaterleidingnet zoekt Brabant Water naar duurzame opties. De kansen voor gerecycled PVC zijn onderzocht, maar dat bleek niet aan de hoge eisen voor waterleidingen te voldoen. De volgende stap om te experimenteren met duurzamere leidingen, was om te kijken naar de mogelijkheden voor biobased materialen. Zo kwam Brabant Water samen met leverancier Pipelife op het spoor van deze biobased leiding, die wordt toegepast bij een nieuwbouwproject in Oirschot.

Verduurzamen productportfolio
Voor Pipelife Nederland is het project in Oirschot de eerste toepassing van biobased leidingen. Pipelife heeft zich niet alleen ten doel gesteld haar energieverbruik op structurele wijze te verlagen en de energie-efficiency van haar processen te verbeteren, ook is het volop bezig met het verduurzamen van het productportfolio. Nieuwe technieken maken buizen lichter, reduceren de hoeveelheid uitval en verhogen de output, waardoor de energiebelasting per geproduceerde kilo daalt. Ook zet Pipelife steeds meer gerecyclede grondstoffen in om tot circulaire producten te komen. Het doel is om voor 2030 30% gerecycled materiaal toe te passen.

Verduurzaming van PVC leidingen
Het verduurzamen van de PVC leidingen is een belangrijke ontwikkeling voor Pipelife. Voor de productie van de biobased leidingen zijn de gebruikte grondstoffen voor het PVC niet afkomstig uit fossiele bron (aardolie), maar uit hernieuwbare bronnen, zoals suikerriet of houtpulp en uit gebruikt frituurvet. Suikerriet en bomen nemen CO2 op bij hun groei en bij de verwerking tot kunststof komt deze CO2 weer vrij. De netto CO2-besparing kan oplopen tot wel 90%. Aart Jan van der Meijden, algemeen directeur van Pipelife Nederland: “Als de watersector de handen ineenslaat en de ambitie uitspreekt vol te gaan voor biobased materialen, kunnen we echt impact maken door deze ontwikkeling te helpen versnellen. Op dit moment zijn biobased materialen nog wel duurder dan ‘conventionele’ materialen, maar we verwachten dat als de vraag toeneemt de markt zich snel zal ontwikkelen en de prijzen zullen dalen.”

Fotobijschrift: Aart Jan van der Meijden, algemeen directeur van Pipelife Nederland, en Hanneke van de Ven, directeur distributie bij Brabant Water, onthullen de biobased waterleiding bij het nieuwbouwproject in Oirschot.