Maarten van der Boon is manager business development en innovatie bij Leertouwer b.v.,
Naast zijn werk draagt hij zijn steentje bij aan onze branchevereniging UNETO-VNI en Branchevereniging GebouwAutomatisering (BGA). Bij UNETO-VNI vervulde hij een aantal bestuursfuncties, zoals voorzitter van de Vakgroep Domotica-ICT (Do-IT) en was lid van het Algemeen Bestuur. Bij BGA is hij actief in de werkgroep marketing.
Er zijn veel factoren die het vormen van een toekomstvisie op bedrijf en business beïnvloeden. In onze sector bijvoorbeeld de dagelijkse hectiek van de markt. Technologische ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op, de klant neemt een veeleisende houding aan en er is steeds minder tijd om installaties te realiseren. Wat is mijn visie op drie ontwikkelingen (‘hotspots’) in onze sector?
Energietechniek. De wereld van energie is volop in beweging. De energieconcepten buitelen over elkaar heen. Concepten die onder de noemer Smart Grids opgedeeld worden in grofweg drie categorieën: opwekking, transport en gebruik. Steeds vaker hoor en lees je over gelijkspanning (DC), een domein waarin er volop ontwikkeling is en veel nog in de kinderschoenen staat. Kansrijke business.
Vergaande sensortechnologie. Woning- of gebouwautomatisering (domotica) wint onder de noemer Internet of Things rap terrein in oplossingen en projecten. Zowel in de particuliere sector als in de zakelijke- en zorgsector. Woningbezitters ervaren het comfort, gebouwbeheerders de beheersing en controle van de installaties in het gebouw en zakelijke gebruikers de efficiëntie. Denk bij deze laatste twee bijvoorbeeld aan predictive maintenance. Het biedt u nieuwe verdienmodellen.
Beveiligingstechnologie. Met alle off- en online dreigingen is veiligheid een ‘hot item’. Een paar ontwikkelingen: cyber crime, biometrische controle, chipimplantaten en vergaande beeld-/cameratechnologieën. Ontwikkelingen die niet meer op de ontwerptafel liggen, maar al in de praktijk worden gebruikt. Ook in deze sector wordt de rol van systeemintegratie steeds ingrijpender. Een aandachtpunt gaat privacy en ethiek zijn.
Elke ondernemer – ook in de technische sector – heeft met visievorming te maken. Welke innovatieve en doelgerichte stappen maakt u? Wat is uw visie als ondernemer? Een goede visie is het vertrekpunt naar succesvolle business.
Maarten van der Boon
Innovator
info@maartenvanderboon.nl
Succesvol ondernemen is in beweging blijven. Het maakt niet uit of je onderneemt in het groot of als zelfstandig professional. Ondernemen is innoveren.
Bij innoveren wordt er al snel gedacht aan producten, processen of diensten. Daar is niets mis mee. Alleen, wanneer je innovatie écht als vernieuwend fundament onder jouw bedrijf wil leggen, vergeet dan sociale innovatie niet. Hierbij gaat het in de kern om mensen en gedrag: het slimmer en flexibel organiseren van kennis en vaardigheden in de organisatie. Bedrieglijk gemakkelijk.
Onderzoek onder sociaal innovatieve bedrijven laat vier overeenkomsten zien. Allereerst vraagt sociale innovatie om een andere management- of ondernemersstijl dan onze sector gewend is. Minder top-down of direct sturend en meer coachend. Op creativiteit, ondernemerschap en eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast is het de kunst om samen vorm te geven aan slimmer werken. Medewerkers ruimte én verantwoordelijkheid geven om de eigen talenten in te zetten en elkaars talenten te versterken. Dynamisch managen en slimmer werken vraagt vervolgens om een flexibele organisatie. Immers, je gaat de aanwezige kennis en kunde optimaal inzetten. De vaak in beton gegoten lijnorganisatie van afdelingen kantelt naar een teamorganisatie op grond van wat er aan competenties nodig is. Die reiken verder dan de harde vaktechnische lijnfuncties. Tot slot blijkt dat sociaal innovatieve bedrijven vanuit een strategisch oogpunt samenwerken met andere partijen. Denk aan eindgebruikers, bedrijven, overheid en onderwijs.
Denk niet dat sociale innovatie alleen aan grote bedrijven voorbehouden is. Het gaat in de kern om normen en waarden als integriteit, enthousiasme, doelgerichtheid, betrokkenheid en inspiratie. Dé vijf kernwaarden onder sociale innovatie. Prima toepasbaar bij élke installateur.
De mededeling dat de consumentenbond cv-ketels gaat verkopen, heeft onder de installateurs het nodige stof doen opwaaien. Onder soms krachtige bewoordingen uitten tegenstanders het gevaar hiervan. Voorstanders zijn op één hand te tellen. Wie even verder kijkt, ontdekt dat het een herhaling van zetten is. Dezelfde effecten waren ook te constateren toen bijvoorbeeld Vereniging Eigen Huis voor haar leden om de hoek kwam met de collectieve inkoop van zonnepanelen. Opvallend is dat beide verenigingen ook collectieve energie-inkoop voor consumenten organiseren, nagenoeg zonder enig gemor uit de branche.
Wordt er in de branche met twee maten gemeten? Het lijkt van wel. In de situatie van de cv-inkoop raakt het de installateurs direct in de handel en is de wereld te klein. In het tweede voorbeeld is de energieleverancier de pineut en dat is minder erg. We zien dit vaker. Denk aan discussies over kwaliteitsborging, serviceverlening of certificatieregelingen.
Het bundelen van de (markt)vraag om daarop een scherpe inkoop te baseren, is niet nieuw. Veel installateurs maken er zelf ook gebruik van via de zogeheten inkoopcombinaties. Het ontvangen voordeel vervolgens collectief vertalen naar een goed en eensgezinds marktaanbod ligt lastiger. Ligt hier een rol voor een branchevereniging? Een belangenbehartiger zou vanuit haar achterban proactief aanbod kunnen bundelen richting clubs als de Consumentenbond of Vereniging Eigen Huis. Samengesteld aanbod waar naast prijs ook de deskundigheid, kwaliteit en servicegerichtheid van de deelnemende partijen een belangrijke plaats hebben.
Om dat te kunnen bewerkstelligen, is er eensgezindheid onder de installateurs nodig. De bewustwording dat je samen sterker bent dan alleen. Eensgezindheid over het kwaliteitsniveau van installeren, het service- en onderhoudsniveau en ga zo maar even door. Maar ook eensgezindheid in het zien van de kansen in de marktontwikkelingen.
Maarten van der Boon
Innovator
Info@maartenvanderboon.nl
‘2025: je rijdt in je elektrische auto de oprit op. Je garagedeur gaat automatisch open en het alarmsysteem schakelt zichzelf uit. Lampen gaan aan en de woning is al lekker warm. Je wordt verwelkomd door je favoriete muziek. Zelf heb je nog geen knop aangeraakt. Jouw slimme auto, deuren, sloten, verlichting, thermostaat en audioset hebben met elkaar gecommuniceerd. Op grond van data-analyses zijn er keuzes gemaakt die bij jou passen.’
De vraag of het voorgaande fictie of werkelijkheid is, is eenvoudig te beantwoorden. Dit scenario gáát gebeuren. ‘Slimme’ apparaten zoals koelkasten, thermostaten en lampen krijgen steeds meer voet aan de grond in onze woningen. Bij het uitstappen regelt je auto nu al allerlei zaken ‘zelf’. Dat menigeen nog met een sleutelbos de huisdeur opent, lijkt inmiddels een scene uit de Flintstones.
Technisch is het allemaal allang mogelijk. Onder de noemer Internet of Things verbind alles zich met alles. Slimme koelkasten controleren houdbaarheidsdata van voedsel en zetten het alcoholvak op slot voor minderjarigen. En voedselprinters printen je favoriete voedsel. Technologie, functioneel ingezet op het verhogen van comfort, veiligheid, zelfredzaamheid en energiebesparing. Het is een bekend rijtje dat steeds vaker wordt aangevuld met gezondheid. Het slimme matras weet straks alles over je slaappatroon. Spiegels met sensoren en camera’s scannen je gezicht en geven je in combinatie met je smartwatch informatie over je gestel. Quantified Self noemen we dit.
Fysieke sleutels laten we al lang niet meer onbeheerd achter, maar digitaal doen we dit nog teveel. Digitaal wordt (of is?) het nieuwe normaal. En dat maakt de kanteling best spannend. Onze norm en regelgeving is nog veelvuldig gebaseerd op de analoge wereld. Het digitale bewustzijn staat nog in de kinderschoenen. Er is werk aan de winkel op gebied van technologische veiligheid. Voor de technische sector prachtige kansen in 2018!
Verbaasde blikken, een meewarig lachje of een opmerking in de trend van ‘lekker gespeeld?’. Dat is in het algemeen de eerste reactie die ik zie of hoor wanneer ik spreek of schrijf over LEGO® SERIOUS PLAY® (LSP). Begrijpelijk, want LEGO® is toch iets voor kinderen? Speelgoed voor thuis? Logisch dat een toepassing in bedrijfsmatige zin niet het eerste is waar je bij LEGO aan denkt. En al helemaal niet in de technische branche.
Ik werk bij een technisch bedrijf in Barneveld. Ons werk bestaat voor een groot deel uit bedenken, maken en onderhouden van technische oplossingen in gebouwen. De wereld van technologie is dynamisch veranderlijk, innovatief en heeft te maken met veel wet- en regelgeving. Hiervoor moet ook ons bedrijf het nodige regelen in het beleid. Beleid dat is gebaseerd op bedrijfsstrategie. LSP helpt ons op een hele gestructureerde manier strategie en beleid te visualiseren. Maar is ook inzetbaar in teamvorming en zelfs in persoonlijke coaching. De positieve ervaringen die eerder extern zijn opgedaan met deze methode heeft ons doen besluiten deze kennis en kunde ook binnen het eigen bedrijf te halen. Als gecertificeerd facilitator begeleid ik vele LSP-sessies in ons bedrijf.
Inmiddels ben ik verschillende LSP-workshops verder en evenveel onderwerpen. Van strategieontwikkeling tot aan hoe wij invulling willen geven aan het zijn van een lerende organisatie. Maar ook een teamvormingssessie bracht de individuele en gezamenlijke verbeterpunten helder op tafel. Telkens weer krijg ik de terugkoppeling van de deelnemers dat LSP waarde toevoegt aan en in de discussie. Van begin tot het einde 100% actief betrokken zijn, met als resultaat: heldere inzichten en gedragen afspraken.
Iedere workshop met LEGO® heeft z’n eigen bijzonderheden. De ene keer zit het hem in de creatieve bouwwerken en de andere keer weer in de boeiende betekenissen. Echter, élke workshop heeft ook één overeenkomst: deelnemers die de workshop inhoud én resultaat geven.
In mijn vorige bijdrageheb ik verteld over de kracht van LEGO® in beleidsvorming via LEGO® SERIOUS PLAY® (LSP). LEGO kennen we allemaal als speelgoed. Van Duplo tot technisch LEGO. Het bevordert bij kinderen het ruimtelijk denken en creativiteit. Kinderen gaan denken met hun handen. En dat is precies wat LSP ook doet in een bedrijfsmatige toepassing. Zelfs echte woorddenkers gaan met de Deense steentjes aan de slag. Continue reading
Iedereen weet dat stilstaan achteruitgang betekent. Dit geldt voor jou persoonlijk in kennisontwikkeling, maar ook voor bedrijven. Als bedrijf – een groep samenwerkende mensen – ben je dagelijks aan het werk met bijvoorbeeld mooie projecten en dienstverlening. Daarin kijk jij ook alvast naar de toekomst. Een toekomst die soms dichtbij, soms wat verder weg ligt. Welke kant gaat het op? Welke kennis, kunde en vaardigheden zijn daarbij nodig? Wat wordt er van jou verwacht?
Op z’n tijd best lastige vragen die wel beantwoord moeten worden. Door jezelf en door de organisatie. Het samenspel van de antwoorden wordt ook wel ‘beleid’ genoemd. Beleid is belangrijk, omdat daaruit acties worden uitgevoerd en afspraken worden gemaakt. Beleid heeft dus veel met mensen en hun wijze van denken, formuleren en handelen te maken. Wat dit met LEGO® heeft te maken?
De ontwikkelaars van LEGO® SERIOUS PLAY® (LSP) waren ruim 15 jaar geleden zich hiervan ook bewust. Zij merkten nog iets op, namelijk dat beleid op zichzelf goed uitgevoerd kon worden wanneer er geen grote veranderingen plaatsvonden. Gebeurde dit laatste wel, bleek uit onderzoek, dan ontstond er een soort “paniek handelen”. Er miste dan snel een rode draad in het beleid en in de besluiten. Dit zinde hen niet. En met verder diepgaand onderzoek en kennis van systeemdenken, neurowetenschap, strategie en spelontwikkeling is LSP ontwikkeld. Een methode om met behulp van LEGO letterlijk te bouwen aan strategie en beleid.
De LSP-ontwikkelaars ontdekten dat met behulp van LEGO er breedgedragen beleid ontstond vanuit 100% betrokkenheid en belang. Dat zorgt voor sneller en gerichter handelen bij grote veranderingen. De ‘fun’-kant van LEGO zorgden voor een bijkomend voordeel. Beleid vormen werd leuk in plaats van de soms saaie en lange vergaderingen, vermoeiende discussies en duimdikke rapporten.
LSP is een krachtige, innovatieve en bovenal leuke en daarmee laagdrempelige methode. Een methode die je op leuke en resultaatgerichte wijze vooruit brengt.
Onlangs kreeg ik een vraag van een aantal HBO studenten. “Of ik een lijst met de grootste en meest gebruikte fabrikantmerken binnen domotica wilde oplepelen”. U begrijpt, hoe graag ik ook studenten help, dit heb ik dus eens niet gedaan. Domweg omdat het niet kan!
Domotica is geen verzameling merken Ik heb de studenten geantwoord dat hun gekozen criteria zo voor de hand liggen, dat ze daarom al nietszeggend zijn. Omvang of grootte van een merknaam zegt namelijk niets over hun plek binnen het domotica-domein. En ‘het meest gebruikte’ hangt al helemaal af van context of gebruikersomgeving. Zou ik wel antwoord geven dan is alles wat ik noem aan merken evenzo goed als fout. De les: domotica is geen verzameling van fabrikantmerken. Het gaat om de optimale integratie van technologie en diensten om daarmee aan een klantbehoefte te voldoen.
Het draait om interoperabiliteit Om de studenten toch te helpen, heb ik ze op een ander pad gebracht. Het is beter om meer te kijken naar de mate van interoperabiliteit van merken. Oftewel, hoe ‘open’ zijn merken om onderling technische gegevens uit te wisselen om vervolgens daarop (geautomatiseerd!) te acteren. En dan gaan standaarden (protocollen) een belangrijk criterium zijn. Binnen het domein domotica praat je dan snel over vier wereldwijd aanvaarde standaarden, namelijk: IP, KNX, Bacnet en LON. In de kielzog gevolgd door een dozijn aan andere protocollen. Over interoperabiliteit heb ik eerder geschreven: “Alles draait om interoperabiliteit” (2016) http://www.maartenvanderboon.nl/internet-of-everything-alles-draait-om-interoperabiliteit/ en “Interoperabiliteit” (2013) http://www.maartenvanderboon.nl/interoperabiliteit/
Domotica gaat op in Internet of Things Domotica kent inmiddels in Nederland een relatief lange geschiedenis van zo’n 23 jaar. En ook nu geldt wat vaak opgaat: met de komst van het een, verdwijnt het ander. Naar mijn visie staat namelijk de volgende generatie ‘domotica’ al klaar onder de noemer Internet of Things (IoT). Ik schat in dat het woord domotica sneller dan gedacht opgaat of zelfs verdwijnt in het brede spectrum van IoT. En interoperabiliteit is binnen IoT doorslaggevend voor het succes. Tenminste, dat is wat ik lees in verschillende onderzoeken en literatuur. Hoe ziet u de toekomst van domotica? En nog veel belangrijker: bent u er klaar voor?
Ik kom uit Barneveld. Het dorp staat bekend om haar Barneveldse kip. Onlosmakelijk samen met het ei. In figuurlijke zin duiden ze ook een discussie aan. Een kip-ei discussie vindt ook continue plaats in domoticaland. Het roept de vraag op: what’s in a name? En: voor hoe lang nog?
Onder onze vakbroeders doet het woord domotica met regelmaat nog steeds stof opwaaien. De een gebruikt het als containerbegrip en hanteert een brede invulling. De ander ziet het vanuit de letterlijke vertaling en vindt het juist te smal. Allerlei alternatieven worden genoemd. Zelfs tot handelsnamen verheven. Het feit blijft: ook deze dekken de lading niet. De hamvraag is natuurlijk of het er wat toe doet? En zie daar: de kip en het ei.
Moet een begrip of benaming een exacte weergave zijn van wat het doet of mag je een vrije interpretatie aanhouden? Over het antwoord kun je eindeloos discussiëren. Ik ben van mening dat het veel belangrijker is om consequent duidelijk te zijn in wat het voor jou betekent. Is dit nieuw? Zeker niet, bij een begrip als ICT was en is het niet anders!
Persoonlijk geef ik al ettelijke jaren de volgende betekenis aan domotica: “Het optimaal integreren van technologie en diensten met als doel te voorzien in (klant)behoeften”. Een betekenis die technische toepassingsgebieden overstijgt. Waarom? In essentie is de technologie in domotica generiek, de functionele toepassing in een woon-, utiliteit- of zorgomgeving maakt het specifiek. Daarnaast verbind ik in deze uitleg geïntegreerde technologie met diensten en functies. Dát maakt naar mijn mening het onderscheid tussen domotica en conventionele techniek. En dit laatste benoem ik zonder hierover een waardeoordeel te vellen.
Tot slot, ik verwacht overigens wel dat het woord domotica zoetjesaan uitsterft. Aan de voordeur klopt namelijk de domotica next generation. Dit is volgens mijn visie het internet of things. Ben benieuwd welke kip-ei discussie deze benaming in het vak gaat opleveren.
Er wordt veel onderzoek gedaan naar hoe ons brein werkt bij het maken van aankoopbeslissingen. Gedachte is wanneer men weet welke breinschakelaars bedient moeten worden, de aankoopbeslissing in het voordeel van de verkoper beïnvloed kan worden. Neuromarketing is aan een opmars bezig. Onderzoek toont aan dat in aankoopbeslissingen beleving en herkenning belangrijk is. Valt hieruit voor de bouw- en installatiebranche iets te leren?
Nieuwe technologieën als Augmented Reality (AR) of Virtual Reality (VR) geven ons ongelofelijk veel mogelijkheden. Bijvoorbeeld in de bouw. Waar vroeger vanuit een platte 2D-tekening een aanval werd gedaan op het voorstellingsvermogen van een koper. Nu loopt dezelfde koper met een AR-bril door de nieuwbouw heen. De installatiebranche hoeft dan nog maar een kleine stap te doen. Met de juiste datasets kan de koper huis- of gebouwinstallaties virtueel bedienen of met simpele swipe-bewegingen passende bediening selecteren. Schakelen, dimmen of touchscreen. Slimme technologie koppelt zo functie aan product in een realistische omgeving.
Zo wordt in jouw en mijn brein ons beloningscentrum optimaal geprikkeld in het verlangen (GAIN). De volgende stap is dan invloed te krijgen op het proces van prijsacceptatie. De pijn (PAIN) van een prijs wil je op een organische manier zo laag mogelijk houden. Dat is natuurlijk een lastige. Wat acceptabel is voor de één, is dit niet voor de ander. Uit onderzoek in de effectiviteit van reclamefolders blijkt dat verschillende factoren dit breinproces kunnen beïnvloeden. Onze koopknoppen blijken het best bedient te worden wanneer het prijsaanbod aansluit bij de emotionele propositie. Dus geen touchscreen omgeven met technische details. Maar omgeven met beleving en het te verwachten comfort. Geen technisch uitgewerkt dakkapel, maar het uitzicht wat je krijgt. Wanneer alles goed is samengebracht, ontstaat er bij de koper onbewust een diep verlangen het product of de oplossing te hebben (OBTAIN). Dit blijkt het moment te zijn, waarop emotioneel de koopknop wordt ingedrukt. Er ontstaat vervolgens de situatie dat de ’aankoopbeslissing’ rationeel onderbouwd gaat worden.
Het boeiende aan bovenstaande is dat het koopproces (GAIN, PAIN, OBTAIN) ook andersom werkt. Er wordt niet, moeilijk of tegen belabberde condities gekocht wanneer ‘het’ niet klopt. En dat zie en hoor ik regelmatig binnen de bouw- en installatiebranche. Jammerklachten over prijskopers, slechte marges of moeizame aanbestedingen. Vreemd? Kijk eens naar een gemiddelde offerte uit de sector. De PAIN van de prijs benadrukken door deze lekker opzichtig (liefst onderstreept en vet) te plaatsen in een offerte. Omgeven met techno-praat. Nul beleving, nul herkening. Een moderner voorbeeld? De toepassing van AR- of VR-technologie wordt geremd door de discussie bij wie in de realisatieketen de rekening komt te liggen. Veel gehoord: “…zoals het nu gaat, kan dat er niet meer uit”.
Neuromarketing in de bouw- en installatiebranche staat nog in de babyschoentjes. Er valt te leren vanuit de retail en automotive. Er moet nog veel onderzoek gedaan worden om een doordachte toepassing in onze sectoren te krijgen. Tot slot een waarschuwing. Neuromarketing is geen goocheldoos, waaruit je – wanneer even nodig – zonder enig risico wat slimme goocheltrucs kunt halen. Daarvoor is het kopersbrein u helaas te slim af. Of, zoals de Amerikanen het zo mooi zeggen: Don’t mess with the brains…
Het is bij u vast niet anders dan bij mij. Elke dag voer ik meerdere gesprekken. Thuis, op het werk, aan de telefoon en ga zo maar door. En elk gesprek is weer anders. In commerciële- en communicatietrainingen leerde ik gebruik te maken van verschillende gesprekstechnieken. Vaak gekoppeld aan een handig ezelsbruggentje. Onlangs kwam ik een lijstje met enkele van die bruggentjes tegen. Ik deel het graag met u, aangevuld met een aantal uit mijn eigenpraktijk. O ja, ze staan in willekeurige volgorde.
1- Raak met HID
Sommige gesprekken vragen voorbereiding, zeker als het om een verkoopgesprek gaat. Wat is de Historie van de klant? Probeer je In-te-leven in de klantsituatie. En misschien wel de meest onderschatten: met welk Doel ga je het gesprek in?
2- Laat OMA thuis
OMA staat voor Oordelen, Meningen en Adviezen. Oma’s wijsheden, daar heb je altijd wat aan maar nu toch echt even niet. Je gesprekspartner zit namelijk niet altijd op OMA te wachten. Oordelen over een ander en je mening geven is helemaal niet nodig als een ander alleen maar even zijn verhaal wil vertellen. En ook al zijn je adviezen nog zo goed bedoeld, luisteren is het allerbelangrijkste communicatiemiddel.
3- Wees een OEN
Open, Eerlijk en Nieuwsgierig een gesprek ingaan is van groot belang. Als je gaat communiceren dan moet je een open houding hebben. Eerlijkheid duurt natuurlijk het langst en verborgen agenda’s helpen je in een gesprek echt niet verder. Want als je eerlijk bent dan kom je ook nog eens echt over. En ben jij nieuwsgierig naar de ander, dan is de ander dat ook naar jou.
4- Trechter met HOU, WEAL en WEAP
Natuurlijk ben jij dik tevreden over je eigen bedrijf, je producten en je condities. Maar, hoe breng je dit nu klantgericht over de bühne? Kijk eens vanuit de ogen van de klant door – in volgorde – deze vragen te stellen: Hoe zie Uw organisatie erUit? Welke Eisen stelt u Aan een Leverancier en Welke Eisen stelt u Aan een Product?
5- Neem ANNA mee
Altijd Navragen, Nooit Aannemen. Iedereen heeft weleens aannames over iemand of iets wat gezegd wordt, maar je moet áltijd navragen. Zo ontdek je de waarheid en ga je niet zelf een mening vormen waardoor er misverstanden kunnen ontstaan.
6- Gebruik LSD
Luisteren, Samenvatten en Doorvragen: de techniek om beter tot de kern van het verhaal van de ander te komen. Bij het luisteren is het ook belangrijk om naar de lichaamstaal van de ander te kijken omdat dit vaak meer zegt dan woorden. En met samenvatten en doorvragen check je daarnaast of je alles begrepen hebt en het verhaal duidelijk is. Dit zodat je geen verkeerde conclusies trekt en op de verkeerde voet verder gaat.
7- Gebruik het ABC
Wanneer je echt in gesprek bent en je goed luistert, hoor je je gesprekpartner vaak Argumenten noemen. Gebruik deze door er een Betekenins vanuit je organisatie aan te verbinden. En help vervolgens je gesprekspartner een conclusie te maken door een Controlevraag te stellen.
8- Smeer NIVEA
Niet Invullen Voor Een Ander. Soms wordt er zelfs misbruik van gemaakt omdat anderen denken te weten wat je denkt of bedoelt zonder dit na te vragen. Maar hoe vaak komt het wel niet voor dat je iets anders uitstraalt of zegt dan dat je eigenlijk bedoelt.
9- Doe als een KOE
Kaken Op Elkaar. Vooral als je tijdens een gesprek verschillende standpunten hebt en het op een conflict uit kan gaan lopen doe dan als een KOE. Houd je kaken op elkaar, luister naar wat de ander te zeggen heeft. Alleen als jij luistert wordt er vaak ook naar jouw standpunt geluisterd.
10- Wees een HELD
Herkennen, Erkennen, Loslaten en Doorgaan. Soms wil je een gesprek tot in den treuren analyseren en meehelpen met het oplossen van het probleem. Herken en erken wat er nu precies verteld wordt en neem de gesprekken niet mee naar huis. Kijk wat er echt aan de hand is, laat het dan los en ga door.
Smart spiegels die de verkeersinformatie en inkomende e-mails laat zien tijdens het scheren. Een automatische kraan of doorspoelend urinoir. Alles lijkt zich te verbinden met het internet: verlichting, het sanitair, de meterkast of wat u ook maar noemt. ICT- en IT-technieken betreden met rasse schreden de domeinen van elektrotechniek en werktuigbouw. Technieken die een andere kennis vragen. In voorbereiding, toepassing en producten. Op gebied van verkoop, engineering, installatie en bovenal in de kennis van klantprocessen.
24/7-technologie
De afgelopen 10 tot 15 jaar zijn de technologische ontwikkelingen razendsnel gegaan. Techniek komt steeds dichterbij. In het rapport ‘Intieme Technologie’ van het Rathenau Instituut wordt er gesproken over technologie in, over, tussen en als ons. Het laatste doelend op de komst van robots. Vandaag de dag hebben we allerlei (communicatie)technieken die ons 24/7 ondersteunen in het wonen, werken, zorgen en recreëren. Waar zijn we zonder de tablet en smartphone? Een betere vraag is wellicht: wie zijn we zonder?
Alles wordt informatie
We mogen vaststellen dat internet een ongelofelijke impact heeft op ons leven. Onder de veelbesproken noemer The Internet of Things is het de verwachting dat de komende jaren elk eindproduct op een of andere manier een ‘verbinding’ krijgt met internet. Vanuit deze gedachte is het niet voor niets dat we spreken over het binnentreden van een nieuw tijdperk: die van automatisering en informatietechnologie. De maatschappij staat op een kantelpunt, waarbij digitaal of digitalisering de norm wordt. Alles is dan informatie, hierover heb ik eerder geschreven.
Kansen voor de toekomst
Maar alle technologie ten spijt, het wordt voor veel branchebedrijven een uitdaging wanneer zij realiseren dat de toekomst, de nieuwe economie, inzet op sociale innovatie. Waar het meer gaat om waarom je iets doet in plaats van het wat en hoe. Met al deze ontwikkelingen in het achterhoofd voorzie ik een kansrijke markt voor kennisbedrijven in onze branche. Maar let op, ook in de technische installatiebranche geldt: niet de sterkste, maar diegene die zich het best weet aan te passen aan de nieuwe realiteit, overleeft. Daarom: be smart!
Innovatie en mensen gaan samen op. Nieuwe ideeën ontstaan bij en tussen mensen wanneer hiervoor ruimte is. Ruimte in letterlijke zin, alsook in de organisatorische en persoonlijke ontwikkeling. Er zijn maar liefst twee onderzoeken in te zetten, waarvan de resultaten een goed inzicht geven in de innovatiekracht van jouw organisatie. Maar ook in het werkplezier.
Wat draagt innovatie bij?
Stel jij jezelf ook eens de vraag: wat draagt innovatie nu écht bij aan mijn organisatie? En ben jij ook benieuwd naar het antwoord? Via het onderzoek ‘InnovatieRadar’ (link: www.i-novus.org) ontvang je dit antwoord. Het onderzoek is een digitale enquête onder jouw medewerkers. Door verschillende vragen te beantwoorden, worden er verschillende verbanden gelegd tussen organisatie, processen en persoonlijke onderwerpen. Het onderzoeksresultaat geeft inzicht in wat de innovatiekracht van jouw organisatie is.
Hoe staan de medewerkers in het werk?
Het onderzoek ‘Happiness at Work Survey’ meet onder je werknemers de mate van motivatie, inspiratie en plezier in het werk. Het onderzoek geeft je als managementteam en bijvoorbeeld middenkader veel bruikbare informatie. Medewerkers die lekker in hun vel zitten, zijn ook gelukkiger op het werk. Uit onderzoek blijkt dat medewerkers minder snel geneigd zijn te vertrekken (10% minder verloop). En we worden productiever wanneer we plezier in ons werk hebben (productiviteit stijgt met 5%). Kortom genoeg redenen om een dergelijk onderzoek te overwegen.
Twee onderzoeken: is dit niet een beetje te veel van het goede?
Om te weten of alle vernieuwingen ook verbeteringen zijn, moet je meten. En het meten gebeurt via onderzoek. De onderzoeksresultaten geven je nieuwe inzichten en daarmee wordt je als organisatie wijzer en sterker.
Levert het data op? Ja? Verzamelen. Steeds vaker hoor en lees ik deze woorden. Data is king. Op z’n minst de heilige graal in het informatietijdperk, waarin wij nu leven. Terabytes aan data, verzameld in de datacentra all over the world. Steeds meer producten zijn connected en spuwen data naar…. ja naar wie eigenlijk? In gelijke tred met de data-ontwikkeling lopen ook de discussies op. Wie is eigenaar? Wat kan, mag en wil je toelaten? Zomaar een paar vragen om zelf ook eens bij stil te staan.
Oké, data op zichzelf is niet bijzonder. Eigenlijk is dat iets wat door de eeuwen heen er altijd al is geweest. De manier van invoer, opslag en hergebruik is nogal veranderd. Van stenen tafel naar
hightech tablet. Aan een bulk nullen en enen op zichzelf hebben we niets. Data wordt pas interessant wanneer er via slimme algoritmes, analyses op uitgevoerd worden. Dat geeft informatie. En informatie betekent kennis.
Ook in onze branche gaat data van cruciale betekenis zijn. Grote fabrikanten en aanbieders hebben dit licht al gezien. Alleen al uitgaande van de tsunami aan monitorsystemen die geïntroduceerd worden op bijvoorbeeld energieverbruik. Met als aardig extraatje: een gratis app. Het geeft te denken.
Steeds vaker wordt er een mooie app ingezet bij producten of diensten. Gratis aangeboden. Als tegenprestatie wordt wel gevraagd een account aan te maken. Vervolgens staat jouw (gebruikers)data in de cloud, in zekere zin ter beschikking van de aanbieder. Zo ben jezelf het product geworden in de ‘gratis’ dienst die je ontvangt. Wanneer de aanbieder vervolgens de juiste verbindingen weet te maken tussen de verschillende datastromen, doet de statistiek het verdere werk.
Tot op de dag van vandaag is kennis macht. In de veranderende verdienmodellen is kennis op basis van data ook voor de installateur van steeds groter belang.
Waar zo’n pak hem beet 20 jaar geleden de Elektrotechniek, Werktuigkundige – en ICT gescheiden werelden waren, integreren deze nu volop. Deze technische systeemintegratie is boeiend. Ook vanuit commercieel oogpunt. En op dit laatste is er een stevige transitie gaande. De tweede integratieronde.
De eerste integratieronde – die van techniek – is een feit. Wie nu nog twijfelt of van mening is dat ‘het op ons afkomt’ is redelijk laat, zo niet té laat. In de vakmedia lees je veel over de komst van het Internet of Things (IoT). Let op: dit komt er niet. Dit is er al. En de komende jaren dijt IoT alleen maar uit. Alle techniekvormen gaan in meer of mindere mate, direct of indirect met elkaar in verbinding staan. Er gaat naar mijn visie een hele andere integratie op ons afkomen. Die van de gewenste functie (F), de dienst rond het gebruik (D) én de benodigde onderliggende techniek (T). Is onze branche daar al klaar voor?
De vraag centraal is het vertrekpunt
Vraag aan een eindgebruiker niet wat hij wil. Je ontvangt namelijk het antwoord vanuit de context van wat hij weet. Henry Ford heeft dit ons al geleerd en in recentere tijd heeft ook Steve Jobs hiervan het bewijs geleverd. Wat ik zie, is dat voor de eindgebruiker – geholpen door veel lifestylemedia – wel duidelijk is wat haar functionele behoeften zijn. En met een beetje doorpraten, achterhaal je ook wat latent (zeg maar in het onderbewuste) gewenst is. Deze optelsom aan functies is het enige juiste vertrekpunt. De eindgebruiker wil alleen horen of je aan haar wens kan voldoen. Met welke techniekintegraties jij dit doet, boeit haar in steeds mindere mate. Daar ben jij toch de specialist of kennisdrager voor?
Vangen, vertalen en verkopen
In de nieuwe integratieronde gaat het steeds meer om de samenhang in de F, D en T. In het snijpunt van deze drie ligt een generieke vraag of behoefte. Wanneer je als installateur deze weet te ‘vangen’ en te vertalen naar heldere diensten en naar een duidelijk aanbod, ben je van succes verzekerd.
De auto-industrie doet het. De entertainmentindustrie ook. Om nog maar niet te spreken over de IT-wereld, die doet het al helemaal. Systeemdenken. Het product als drager en medium zien van dat wat je echte business is. Software én functionaliteit die aansluit op (latente) behoeften van de gebruikers. Het verbaast mij dat het overgrote deel van de brede technische installatiebranche tot op de dag van vandaag elke installatie steeds opnieuw opzet en engineert.
Ooit volgde ik een masterclass conceptueel ontwikkelen. Als voorbeeld diende een bekend gereedschappenmerk. Afgestemd op haar doelgroepen heeft het merk een productlijn aan elektrische gereedschappen. Het technische platform (de elektromotor) met aansluit- en laadmethodieken is per productlijn gestandaardiseerd. Onderdelen van de behuizing en bediening zijn ook gestandaardiseerd. De standaarden overleefden de verschillende productmodificatierondes. Met voor de klant het resultaat: van buiten nieuw, maar van binnen doordacht hetzelfde. Alleen met deze werkwijze is er overlevingskans op de concurrerende markt van gereedschap. Een ander sprekend voorbeeld van systeemdenken is die van het bekende automerk Tesla. Dit automerk bouwt ‘slapende techniek’ in haar modellen. Aan de hand van nachtelijke software-updates worden nieuwe functionaliteiten wanneer nodig geactiveerd.
Durft de installatiebranche ook zo te kijken naar installaties, als naar een systeemoplossing? Om in de geboden oplossing technieken te verwerken die de klant niet direct nodig heeft, maar waarvan de latente behoefte als trend bekend is? Ik hoor de tegenwerpingen al klinken. Kan niet. Onmogelijk. Installaties zijn maatwerk en ga zo maar door. Het zijn paradigma’s. Ik geloof in de 80-15-5-regel. Mijn stelling is dat 80% van de installaties te standaardiseren zijn als een recept. Vervolgens heb je 15% gestandaardiseerd maatwerk (de optiemodules) en tot slot maar echt 5% maatwerk. En voor dit laatste is de klant bereid te betalen.
De woning of het bedrijfsgebouw verschilt niet zoveel van een auto of computer. Het is uiteindelijk ook maar een omhulsel waarin de gebruiker functionaliteiten nodig heeft om te wonen, werken, zorgen of te ontspannen. Hoe gaaf zou het dan zijn als de installatiebranche met een druk op de knop dan steeds nieuwe functies weet toe te voegen.
In de vorige twee delen van deze blogserie heb ik mijn gedachtenspinsels met u gedeeld over gedrag en bewustzijn. In dit derde en laatste deel breng ik graag het ‘willen’ onder het voetlicht.
Ieder mens is uniek. Dit maakt samenwerken zo mooi en uitdagend. Zeker wanneer dit gebeurt op grond van gelijkwaardigheid en respect naar elkaar. Ik schat zomaar in dat menig lezer dit beaamt. Dan herkent u vast ook deze vraag: waarom wordt samenwerken dan zo snel samen werken? De vraag uit zich bij mij in de vorm van onbevredigd gevoel bij een doorsudderende discussie, stroperige processen of een – in mijn ogen – verkeerd genomen besluit. Verklaring: klaarblijkelijk hebben we elkaar onderweg ergens gemist.
Met de opgedane kennis in gedrag en bewustzijn ben ik op onderzoek gegaan. Even stevig de persoonlijke reflectie in. Wanneer ik de stelling hanteer dat ieder mens uniek is, heeft ieder mens ook een eigen wil. Ik ontdekte dat aan de samenwerkingstafel mijn ‘willen en beoogd resultaat’ meermaals anders is dan die van mijn tafelgenoten. Dit klinkt als een open deur. Maar toch, eenmaal bewust, valt het mij op dat deze deur door vele niet gezien wordt.
Een praktisch voorbeeld
Stel: er speelt een hardnekkig probleem in een project. Iedereen aan de gesprekstafel is er gebrand op om het op te lossen. De manager, projectleider, adviseur en mogelijk zelfs de klant. Allemaal hetzelfde centrale doel, namelijk: het probleem oplossen. Maar ook: ieder met een eigen ‘willen en resultaatverwachting’. Normaliter gaat zo’n gesprek als snel over het operationele (de oorzaak, oplossing of alternatieven). Iedereen vindt daarvan het zijne. Soms met de nodige emoties. Piketpaaltjes worden geslagen, standpunten worden met hand en tand verdedigd en tot overmaat van ramp komt ook nog eens de schuldvraag om de hoek. Een oplossing ligt nog niet voor het oprapen.
Willen = samenwerken
Kunt u zich verplaatsen in een dergelijke situatie? Zou het gesprek anders verlopen wanneer ieder aan de start van het gesprek duidelijk kenbaar maakt wat hij wil bereiken en met welk resultaat hij (vanuit zijn rol aan tafel!) tevreden is? Ik heb het een paar keer getest. Gewoon door aan het begin aan iedereen – inclusief jezelf – te vragen: wat wil jij en met welk resultaat ben jij tevreden? Toen iedereen dit van elkaar wist, kreeg het gesprek een andere lading. Constructief, luisterend en oplossend op de inhoud.
Het ‘willen’ haalt de spatie tussen de woorden ‘samen werken’ weg. Echt samenwerken is elkaar begrijpen op dit niveau. Een bijkomstig voordeel: het geeft direct resultaat. En dat wil toch iedereen?
Met ongekende snelheid volgen de technologische ontwikkelingen elkaar op. Volgens deskundigen bevinden wij ons in het tijdperk van de digitale revolutie. Een tijdperk dat zich naar mijn visie kenmerkt in vier grote technologische stromingen. Ik noem ze ‘The big four’.
Bio technologie Energie uit radiogolven of waterplantjes, maar ook glucose-meting via een ooglens. Wie had aan deze mogelijkheden 10 jaar geleden gedacht? De ontwikkeling staat niet stil. Batterijproblematiek in kleine elektronica als bijvoorbeeld gehoorapparaten zijn binnenkort verleden tijd. Maar ook op de grote energievraagstukken gaat deze ontwikkeling een antwoord zijn.
Nano technologie Wanneer energiebronnen anders en minuscuul klein worden, heeft het direct raakvlak met deze tweede ontwikkeling. Elektronica in nanometers, toegepast in de medische wereld om bijvoorbeeld een oplossing te vinden in de ziekte Parkinson. Maar ook in ons alledaagse wonen, werken, recreëren en zorgen.
Data technologie Technologie wordt kleiner en daarmee de toepassingen steeds talrijker. Technologie gaat zo steeds meer invloed hebben op en in ons leven. In gelijke tred verzamelt deze generatie technologie doorlopend informatie. Informatie die met de juiste profiling en datamining steeds meer kan zeggen over u en mij. Soms méér dan dat wij zelf weten.
Cognitieve technologie Wordt de invloed van technologie zo groot dat wij ons gedrag veranderen? “Niet de sterkste, maar diegene die zich het best weet aan te passen, overleeft”, heeft een wetenschapper uit vroegere tijden ooit gezegd. Onder deze vierde ontwikkeling schaar ik ook de opmars van robots. Bijzonder hoe bijvoorbeeld een aandoenlijk ogend en pluizig robotzeehondje een zeer demente dame weer in een vorm van contact kan krijgen.
Deze ‘big four’ hebben één ding met elkaar gemeen: ze zijn met elkaar ‘connected’. Er ontstaat een 1+1+1+1=5 synergie-effect. De wet van Moore optima forma? Afzonderlijk en in combinatie gaan deze ‘big four’ ons onvoorstelbare (nieuwe) mogelijkheden geven. Met prikkelende belangstelling en een hele grote dosis nieuwsgierigheid kijk ik ernaar uit. U ook?
Privacy, het is een groot goed in Nederland. Vele regels en afspraken moeten uw en mijn privacy zeker stellen. Onze persoonlijke gegevens mogen niet zomaar door iedere willekeurige persoon worden bekeken. Het continu borgen van privacy ligt best lastig. Denk maar eens terug aan verschillende nieuwssensaties. Van een bij het huisvuil gevonden pc vol met belangrijke informatie, tot aan wereldwijde hacks van databases vol met betalingsgegevens. Naast deze vormen van digitale privacy is het ook eens goed om aandacht te schenken aan klantprivacy.
Horen, zien en..?
Medewerkers horen en zien we namelijk veel bij klanten. Soms is wat gezien wordt overweldigend. Technische hoogstandjes in mooi ingerichte woon- en werkomgevingen waar ogenschijnlijk kosten noch moeite gespaard zijn. Soms zo mooi dat je graag anderen daarover wilt vertellen: “Wat ik nou toch gezien heb?” Zo maar doorverteld via mond-tot-mond of via sociale media. Een foto is zo gemaakt en geplaatst op Twitter, Facebook of Instagram.
Voor je het weet ben je een open boek
In de meeste gevallen gebeurt het onbewust. Ik denk dat iedere professional de grens tussen het verstrekken van informatie en privacygevoelige informatie goed weten te vinden. Maar toch, in een ‘split second’ is al meer gezegd dan voorgenomen. In het noemen van referentieprojecten bijvoorbeeld. Denk zo maar eens aan een uitspraak als: “…dit hebben we bij klant zus-en-zo ook op precies dezelfde wijze gedaan en daar werkte….”. Of op een verjaardag: “….een woninginstallatie vol met intelligente snufjes voor die-en-die van weet ik hoeveel euro’s…”. Voor je het weet vertel je te veel!
Het draait om vertrouwen
Een klant vertrouwt zijn zakenpartner op een zorgvuldige manier van omgaan met de specifieke bedrijfs-, persoons- of installatiegegevens. Het is van belang om vertrouwen niet te schaden. Blijf daarom continu scherp op het onbewust verstrekken van (klant)informatie. In presentaties, in verkoopgesprekken, tijdens cursussen of servicemomenten, etc., etc., etc. Niet alleen als ondernemer, maar ook onder of bij de werknemer(s).
Privacy is een groot goed… maar ligt letterlijk steeds vaker als afval op straat. Zorg ervoor dat u of uw medewerker niet de ‘vervuiler’ bent/is.
Klaas is klaar met zijn werk. Hij sluit zijn virtuele wereld af. Er zijn behoorlijke stappen gemaakt in het omvangrijke project, waarin hij als Chief Data Officer actief is. Vanuit zijn woonplaats is heeft hij vergaderingen gehad in Singapore, Washington en Amsterdam. En dat allemaal in een tijdsbestek van 12 uur. Hij is blij met ‘zijn’ team van professionals.
Met het afsluiten van de hologrammen verandert de sfeer van zijn omgeving. De werkplek van Klaas transformeert naar zijn woning. Achtergrondmuziek brengt hem terug in een andere realiteit. Hij checkt zijn health-band en ziet tot zijn schrik dat hij achterloopt op zijn gezondheidsdoelen. Vanavond maar eens een calorieverbrandende workout als inhaalslag. Voorkomen dat de zorgpremie stijgt.
Klaas mijmert. Er is de afgelopen 30 jaar behoorlijk wat verandert. Technologie heeft het leven vergemakkelijkt. Automatisering bracht comfort en efficiency. Technologie maakte het leven in al haar facetten inzichtelijk. Hielp hem in het anticiperen op de volgende stap in zijn leven. Het heeft hem gebracht waar hij nu staat. Professioneel: als data-specialist, maar ook persoonlijk als echtgenoot en vader van twee kinderen.
Reflecterend heeft diezelfde technologie ook haar mindere kanten gehad. Privacy bestaat niet meer. Slimme algoritmes hebben orde gebracht in de onnoemlijke hoeveelheden data. En de orde werd opgevolgd door inzage. Natuurlijk, het heeft ervoor gezorgd dat elke dienst waarvan je gebruik wilt (of moet) maken, precies op jouw omstandigheden is afgestemd. Muziek, boeken, vakantie, het huis, het werk maar ook de belasting en (zorg)verzekering. Klaas heeft nog meegemaakt dat hij iets kocht. Zijn kinderen maken dit niet meer mee. Tegenwoordig betaal je alles naar het gebruik.
Het is de wereld van nu en daar is Klaas onderdeel in en van, niets wat dat nog verandert. Met een hand door zijn haar roept Klaas een halt toe aan zijn mijmeringen. Hij vraagt Jobs – zijn huisrobot – of het eten al klaar is. Over een paar minuten komen zijn partner en kids thuis. Eens kijken wat het verdere van de dag brengt.
Terug in 2015 Een dag uit het leven van Klaas: fictie of toekomst. Hoe denkt u over de toekomst en de rol van technologie daarin?
In mijnvorige blog ‘Sociale innovatie en (jouw?) gedrag’ schreef ik hoe een TriMetrix test inzicht gaf in mijn talenten, drijfveren en gedrag. Het was een eerste tussenstop in mijn persoonlijke reis. In deze blog maak ik een tweede tussenstop op het onderwerp bewustzijn.
10 factoren in bewust worden Ben ik bewust van mijn gedrag? Een vraag die ik best lastig vind te beantwoorden. Ik dacht mijzelf wel te kennen, zowel mijn positieve kanten als de wat mindere. Maar als het mij dan zo direct gevraagd wordt? Ik moest er toch even over nadenken en uiteindelijk het antwoord schuldig blijven. Gelukkig helpt de theorie mij een handje in het ‘bewust worden’. De 10 factoren rond bewustzijn geven mij nu elke dag handvatten. Deze factoren zijn: voelen, willen, ervaren, denken, reproduceerbaar, communiceerbaar, nu (in tegenwoordige tijd) en taal (visueel, auditief, cognitief). De meest opvallende factor vind ik ‘taal’.
Van ‘we en je’-taal naar jij en ik Tijdens een gesprek of vergadering spreken wij allemaal al snel de woorden ‘we en je’ uit als er iets moet gebeuren. Uit onderzoek – iets wat volgens de drijfverentest voor mij bovengemiddeld belangrijk is – blijkt dat 50% van de toehoorders, hierbij onbewust denkt ‘jij’. De overige 50% denkt ‘ik’. Kortom, de theorie suggereert een effect wanneer de ‘je, we, ik en jij’ – woorden bewust gebruikt worden. Ik verzeker u: dit bewust gebruiken, is lang niet zo makkelijk. Desondanks merkte ik met vallen en opstaan dat onderlinge communicatie duidelijker wordt. Daarnaast ervaar ik een andere ‘binnenkomst’ van informatie. Wat ik hiermee bedoel, is door uzelf te ervaren. Lees mijn vorige blog (nog) eens door en verander alle ‘je’-woordjes in ‘ik’.
Elkaar beter begrijpen Misschien vraagt u zich bij het lezen van deze blog af: waarom is het nu zo belangrijk dit te weten? Ik deel u graag mijn visie als antwoord. Binnen de branche staat techniek en technisch denken centraal. In de taal van techniek vinden wij als technofielen elkaar snel. Om vervolgens vanuit een oplossingsdrive nog sneller langs elkaar heen te praten. Enkele voorbeelden. Bedoelen jij en ik hetzelfde als wij spreken over BIM, ketenintegratie of nieuwe verdienmodellen? Of: is sociale innovatie nu dat ik mij anders opstel of verwacht ik dit van de ander? Het voorgaande helpt jou en mij elkaar beter te begrijpen. En misschien wel belangrijker: het helpt in het beter begrijpen van de klant in datgene wat hij of zij nu écht wilt.
Ik ontdek dat ik – vanuit de kennis van de TriMetrix en het meer bewust handelen – informatie anders aanhoor en verwerk. Dat geeft aan gesprekken meer dan eens een andere, vaak boeiender, inhoud.
Begrijpen, leren en ontwikkelen. Vanuit deze 3 doelen ben ik deze persoonlijke reis gestart. Ik reis niet alleen. Aan de hand van een GoldenBox-methode helpt Koos van Raalte (De Zwerm Groep) mij. Mijn persoonlijke motto in dit proces: verbeter jezelf, verbeter je omgeving.
Sociale innovatie is hot. Onderwerpen als samenwerken, leiderschap, persoonlijke ontwikkeling en onderlinge communicatie kom je steeds vaker tegen in verschillende media. Het sleutelwoord is steeds ‘gedrag’. Nu is het erg gemakkelijk om over het gedrag van anderen te praten. Maar, hoe is jou of mijn gedrag? Waarom doe jij en ik de dingen zoals we ze doen?
Het voelt in het begin vreemd om op onderzoek te gaan naar jezelf. Het vraagt daarom ook de nodige moed. Je meent namelijk dat jij de enige op de wereld bent die jezelf in alle uitingsvormen het beste kent. Niets is minder waar. Via een serie blogs deel ik graag ter inspiratie mijn ervaringen over mijn persoonlijke reis. Een reis met verschillende, wellicht herkenbare, emo-stadia. Variërend van <lelijk woord>- tot aan de eureka-momenten. De eerste tussenstop van deze reis is daarom inzicht krijgen in je persoonlijkheid.
TriMetrix: leer verbanden zien Mijn eerste stap was het maken van een goed DISC-profiel. DISC staat voor de mate waarin jij in je gedrag Dominant, Invloed(rijk), Stabiel en Consciëntieus bent. Het profiel laat zien hoe jouw gedrag ‘bottom line’ is. In functie (bijvoorbeeld op je werk) of ontspannen (bijvoorbeeld thuis), maar ook in stressvolle situaties. Het DISC is een informatieve opstap naar bewustzijn. Nog leuker wordt het wanneer je snapt, waardoor dit gedrag tot stand komt. Welke drijfveren activeren jouw gedrag?
Een onderzoek in ‘Motivatoren’ geeft inzage in jouw drijfveren. Dat wat je doet, wordt namelijk in grote mate (onbewust) aangestuurd door wat je drijft. Er zijn 6 generieke drijfveren: intellectueel, esthetisch, sociaal, ideëel, individualistisch en zakelijk. Ik vond het leuk om mijn persoonlijke onderlinge verhouding te ontdekken. Het inzicht verklaarde en leerde mij het nodige.
De laatste stap in een TriMetrix-profiel is het ontdekken van je talenten achter de drijfveren. Een talent heb je, of niet. Een aanwezig talent is verder te ontwikkelen en – wanneer deze benut wordt – beïnvloed je drijfveren in positieve mate. Waarom? Iedereen wil vanuit nature graag doen waar hij of zij goed in is en zich prettig bij voelt. Dat uit zich vervolgens weer in gedrag, waarmee de cirkel weer rond is.
Gedrag is een boeiend iets. Althans: dat vind ik. Het ontmoeten van de leuke en minder leuke kanten van jezelf is (confronterend) leerzaam. Het verdiepen in gedrag helpt jezelf, maar ook de ander, beter te begrijpen.
Begrijpen, leren en ontwikkelen. Vanuit deze 3 doelen ben ik deze persoonlijke reis gestart. Ik reis niet alleen. Aan de hand van een GoldenBox-methode helpt Koos van Raalte (De Zwerm Groep) mij. Mijn persoonlijke motto in dit proces: verbeter jezelf, verbeter je omgeving.
Optimale afstemming tussen eindresultaat en techniek De bouwwereld is volop in beweging. Althans, volgens de bouwrelevante media. Supply-chain beheersing, conceptontwikkelingen, integraal ontwerpen en realiseren zijn de buzz-words van deze tijd. De continue beschikbaarheid van juiste techniek en technologie is onmiskenbaar de constante aanwezige.
In vastgoedontwikkeling staat bij menig opdrachtgever de functionaliteit en exploitatie van een nieuw- of verbouwproject hoog op de agenda. Te vaak wordt daarin de installatiecomponent van de diverse elektrotechnische systemen onderschat. Aandacht voor bijvoorbeeld milieu- en energieaspecten wordt eerder toegerekend aan bouwkundige oplossingen. De eerste gedachten gaan zeker niet naar een optimale inzet van ICT of geïntegreerde duurzame energieopwekking. Vastgesteld kan worden dat met de architectuur van een gebouw gelijktijdig richting wordt gegeven aan de architectuur van de installatie.
Architectuur van de installatie
In de bouw- en installatiebranche is het gebruikelijk om vanuit de techniek te denken. Een conventionele NEN 1010 installatie voldoet aan minimale functionele eisen in een woning of gebouw. De wens van de eindgebruiker wordt vervolgens ingepast in de vooraf ontworpen installatie. Op deze wijze worden minimale uitgangspunten het maximaal haalbare.
Juist deze manier van denken belemmert innovatief toepassen van techniek. Kansen tot optimalisatie van de functionaliteit van een gebouw in relatie tot de exploitatie worden gemist. Om dit te voorkomen, is een omslag van 180 graden in denken nodig. De beleving die de eindgebruiker wenst in combinatie met zijn/haar eisen bepalen de keuze voor de elektrotechnische installatie. Dit kan resulteren in een conventionele NEN 1010 installatie in combinatie met diverse systeemoplossingen. Maar ook tot een vergaand geïntegreerde gebouwautomatisering op basis van bijvoorbeeld de wereldwijd erkende standaarden als KNX en IP.
Blauwdruk van integrale installaties
Een hedendaagse en toekomstgerichte installatie begint met het benoemen van de (toekomst)functie van het gebouw en de verblijfsruimten. Vervolgens wordt vastgesteld welke technologie daarin noodzakelijk moet zijn. Concreet kunt u dan denken aan verlichting, klimaatregeling, communicatiemiddelen, inbraak-/brandbeveiliging, toegangscontrole. Maar ook aan zaken als zonwering, deurafsluiting, facilitaire techniek, slim sanitair, etc. Wanneer die wensen en eisen technisch optimaal geïntegreerd zijn, ontstaat er een 1+1=3-synergie.
Integraal ontwerpen geeft u daadwerkelijk resultaat in efficiency en exploitatie. Dat resulteert in een – in allerlei opzichten – hoger rendement van uw investering.
Je leest er steeds vaker over: mensen en bedrijven die afscheid nemen van mail. Om daarvoor in de plaats de krachtigere vormen van instant messaging te adopteren. Korte, kernachtige berichten via kanalen als Twitter (direct message), Yammer, What’s app of de meer besloten (bedrijfs)netwerken. Opvallend is de nagenoeg unanieme conclusie: na een korte wenperiode ervaar je een rust en werk je efficiënter.
Grip op tijd Is dit herkenbaar voor u? Elke dag een hoeveelheid mails wegwerken. Het gevoel achter de feiten aan te rennen wanneer er weer 30 mails ‘ongelezen voor u klaarstaan’. Ik was er helemaal klaar mee. Operatie ont-mailen was gestart. Nou ja, om eerlijk te zijn: mailminderen beschrijft beter de situatie. Met als doel grip op mijn tijd in plaats van grip op mijn mailbox.
Starten met eigen commitment De moeilijkste afspraken zijn die met jezelf. Toch maakte ik er een paar om focus te bewaken:
Maximaal vier keer per dag mail behandelen.
Niet scrollen op de inhoud van mijn inbox (maximaal mailberichten is maximaal scherm).
Het minimaliseren van nieuwsbrieven.
CC is niet voor mij bedoeld.
Tijd van nieuwsbrieven en “je had kunnen weten” is voorbij De eerste twee had ik redelijk snel in de vingers. Vol energie startte ik met drie en vier. Consequent bij iedere nieuwsbrief je de vraag stellen: lees ik hem? Nee, dan uitschrijven (score: 100%). Ook de notificaties vanuit de meeste van mijn sociale mediakanalen gingen op “off”. Het effect op mijn mailbox merkte ik al vlot.
Lastiger is de CC. In principe is het een kwestie van een ‘delete-regel’ aanmaken in je mailsysteem. De uitdaging zit hem ook meer in het omgaan met de reacties die je hierop ontvangt. Overigens, een afspraak als deze vraagt ook aan jezelf de discipline om CC minimaal tot niet te gebruiken.
Digitale excuustruus Ooit had mail een toegevoegde waarde: snelheid. Een waarde die nu door vele eerder als negatief (werkdruk) wordt ervaren. Berichtenverkeer is het equivalent van “zwart op wit” geworden. Je persoonlijke digitale excuustruus, lekker gemakkelijk om achter te verschuilen.
Op naar e-mailloos Ik ben nu vier maanden bewust bezig met mijn mail. De eerste resultaten? Per dag ruim anderhalf uur gewonnen en ik durf – bijvoorbeeld na een vergadering – met een gerust hart mijn mailsysteem te openen. Ga ik straks helemaal zonder mail door het leven? Het is voor nu nog een stap te ver. Maar gezien de positieve resultaten ga ik volhardend verder op mijn pad van mailmindering.
Tijdens mijn bezoek aan de beurs Zorg & ICT 2015 heb ik de nodige inspiratie opgedaan door ook de Jaarbeurshallen van Zorg Totaal te bezoeken. Een voor mij andere kant van zorg. Van verrijdbare baden tot aan complete professionele instellingkeukens. Van incontinentiemateriaal tot aan slimme aankleedhulpmiddelen. Ook complete sanitairinrichtingen ontbraken niet. En zo werd ik aangesproken door een standmedewerker. “Of ik de nieuwste ontwikkeling op toiletgebied al gezien had.”
Alles voor een optimale toiletbeleving
Voor mij zag ik een modern ogende toiletopstelling waarin ik direct de spoelknoppen miste. Op hoogte waar je die normaal vindt, zag ik nu twee bolgevormde glaasjes. “De sensoren” bleek al snel uit het enthousiaste relaas van de vertegenwoordiger. Dit toilet spoelde én reinigde automatisch nadat de gebruiker was opgestaan.
De sensoren werden links en rechts bijgestaan door een serie groene en blauwe ledlampjes. Niet voor de sier bleek al snel. Groen was om te laten zien dat er ecologisch duurzaam werd gespoeld. De blauwe kleur om de gebruiker te informeren dat het toilet ook met een juist afgestemde hoeveelheid reinigingsmiddel gelijktijdig met het spoelen was schoongemaakt. “Om hygiëne te borgen.”
Als klap op de vuurpijl was er boven de pot op ooghoogte een fraai beeldscherm verwerkt. Bij het betreden van het toilet met normaal beeld gevuld. Zodra je ging zitten, draaide het beeld vanzelf – “door de slimme sensoren” werd mij in één adem verteld – in spiegelbeeld. Via de tegenover geplaatste spiegel – “bijvoorbeeld geplakt aan de toiletdeur” – werd dit weer netjes gecorrigeerd in een voor mij leesbaar beeld.
Integratie met de omgeving
“Het toilet is volledig ontwikkeld op het realiseren van een optimale toiletbeleving bij de gebruiker”, aldus de medewerker.
In de toiletconsole was naast de slimme sensoren, de leds en het beeldscherm nóg een sensor verwerkt, bedoeld om de toiletverlichting te schakelen. In technisch opzicht onnodig, want de meeste toiletruimtes – zeker bij nieuwbouw – zijn al voorzien van lichtschakelingen op beweging. Veelal ingezet om energie te besparen. Op mijn vraag komt al snel antwoord: “Een console zonder deze lichtsensor was er niet.”
Een gemiste kans vanuit de ontwikkelaar? Ik denk van wel. Naast een optimale toiletbeleving voor de gebruiker is het dus ook verstandig een functie te bezien vanuit een (installatie)technisch perspectief. Steeds de vraag stellen: wat is nut en noodzaak? Onnodige functies weglaten, heeft effect op aanschafplaatje.
Het toilet krijgt een IP-adres
Eerlijk is eerlijk, ik wist niet dat er nog zoveel rond een toilet te vertellen was. Ik kon niet anders dan de vriendelijke medewerkers gelijk geven: het was een fraai exemplaar. De toelichting werd nog boeiender toen er over heuse ICT-/IT-koppeling gesproken werd. Het toilet – althans de ‘Smart Unit’ in de console – was voorzien van een netwerkaansluiting. “Op deze wijze kon elk toilet van dit type opgenomen worden in het LAN-netwerk.”
De slimme sensoren brachten zo het gebruik van het toilet in kaart. Alle data werd netjes bijgehouden en was terug te halen via software. Je wist precies met hoeveel water er gespoeld werd en hoe intensief het toilet was gebruikt. Een prachtig voorbeeld van the Internet of Things.
Toiletbeheer vanuit de cloud
Het is mogelijk de verzamelde toiletdata in de cloud beschikbaar te stellen. Op deze wijze is het mogelijk dat het facilitairmanagement overal de data kan bereiken om zo de schoonmaakdienst efficiënter aan te sturen. Wanneer ook de andere middelen in de toiletruimte gemonitord worden (zoals pedaalemmers, handdoekautomaat, zeeppompjes etc), is er een betere inkoop en voorraadbeheer te organiseren.
Naast een optimale toiletbeleving brengt het meest gebruikte kamertje in ‘the cloud’ nieuwe exploitatie-inzichten. Het is wachten op de slimme app’s die analyses uitvoeren op urine en ontlasting. De testuitslagen zijn vervolgens via een facebook-integratie automatisch door te sturen naar uw huisarts. En Facebook helpt u vast door de juiste bijpassende gezondheidsproducten te presenteren bij uw eerstvolgende bezoek – al dan niet op het toilet – aan uw profielpagina.
Tegenwoordig heeft nagenoeg iedereen een smartphone. Eigenlijk klopt de term ‘phone’ niet meer. Het slimme apparaat is de toegang naar de wereld om ons heen. Via handige app’s werken we efficiënter, bedienen we allerlei technologie in onze omgeving en staan we continu in verbinding met de digitale wereld. Onze drang om informatie te delen en te verzamelen via sociale media groeit. De angst om iets te missen, groeit inherent mee.
Fear Of Missing Out Het continu aanwezige gevoel iets te missen heeft een naam: FOMO. Het ligt voor de hand om deze aandoening vooral toe te rekenen aan jongeren. Die zien we immers de hele dag met hun neus in hun beeldscherm. Niets blijkt minder waar. Wanneer je even wat surft op internet kom je verschillend onderzoeken tegen waaruit blijkt dat FOMO een demografische en sociologische brede aanhang heeft. Lukt het jou en mij om zonder sociale media te leven? Waar ligt de juiste balans? Wanneer is jouw social-media-gebruik doorgeslagen?
Always Connected, On, Realtime De vraag is of deze angst tot het missen echt nieuw is. Nu ben ik geen socioloog of psycholoog, maar ergens denk ik van niet. Ook vroeger had men een sociaal leven en zal er een vorm van misangst geweest zijn. Alleen, de snelheid, omvang en impact is door de jaren heen anders geworden. Internet heeft met al haar mogelijkheden onze wereld klein gemaakt. Héél klein, tot in onze handpalm. In een “bliep” weet je wat er aan de andere kant gebeurt. En met een paar klikken is jouw ‘status’ weer netjes bijgewerkt volgens de waan van de dag. Dat altijd verbonden zijn, is dan best beangstigend.
Anti Social Media
Een beetje rondgooglen en je vindt verschillende vormen van ASM. Ik las zelfs over een camping met als “onderscheidend vermogen” géén WiFi te hebben. Voor de rust en onthaasting. Terwijl ik geloof dat ook hiervoor een markt is, vind ik het best een moedig besluit. Want laten we eerlijk zijn: alleen al de getallen rond het social-media-gebruik in Nederland zijn indrukwekkend (http://www.marketingfacts.nl/berichten/socialmediagebruik-in-nederland-update-maart-2014). Sommigen onder ons gaan nog verder dan ASM. Zij worden actief in een Anti Social Media Movement. Ben benieuwd wanneer de eerste LinkedIn-groep verschijnt 🙂 . Overigens, er wordt het nodige onderzoek gedaan naar het sociologische effect van sociale media. Worden we er bij veel gebruik juist anti-socialer door? Wat denkt u?
Juiste balans vinden en houden
Ik ben van mening dat digitale sociale netwerken een vorm geven aan onze behoefte ergens aan verbonden te zijn. Of het nu in échte netwerken zijn (vereniging, politiek, kerk etc) of via de digitale mogelijkheden; het is een kwestie van een goede balans vinden in het wel of niet gebruiken van digitale sociale media. Dit begint met voor jezelf hele scherpe doelen stellen. Wat wil je met de inzet bereiken? Zowel privé als zakelijk. En in de combi ervan. Weeg deze doelen ook goed af aan de tijd die je eraan kunt spenderen. Want ook digitale netwerken vragen om goed onderhoud. Wat voorgaande betreft, wijkt het niet veel af van de netwerken in het ‘echte leven’. Blijf daarom bewust van naar mijn idee een groot verschil: dat wat je benoemt, deelt, verbindt of (niet) onderhoudt in de digitale netwerken blijft. Nu, morgen…altijd.
Ooit hebben we op school geleerd wat de vijf zintuigen zijn. Ook hoorden we over het bestaan van het zogenaamde zesde zintuig: het onverklaarbare. Of je het nu gelooft of niet, dit zesde zintuig gaat naar de zevende plek. Want ik ben ervan overtuigd dat technologie ons nieuwe zesde zintuig gaat zijn. Evenzo ben ik ervan overtuigd dat dit nieuwe zesde zintuig ons vakgebied gaat raken.
Mens en techniek: onlosmakelijk verbonden Vanaf het allereerste moment heeft de mens allerlei vormen van techniek ingezet om zichzelf vooruit te brengen. Het verschil met vroeger is dat in deze tijd technische innovaties elkaar in moordend tempo opvolgen. Technologie is tot in de haarvaten doorgedrongen van onze manier van wonen, werken, recreëren en zorgen. We staan dag in dag uit met elkaar in verbinding via 1001 technische systemen. Soms bewust, vaak niet. Techniek in de vorm van energie en communicatie is van een zodanig groot belang, dat we in paniek raken wanneer het wegvalt. Waar zijn we zonder onze smartphone of tablet? Of misschien een betere vraag: wát zijn we zonder?
Techniek vermenselijkt In de jaren ’90 was robotisering een industriële term. Wanneer je nu op dit woord zoekt, tref je een scala van visies en producten aan die dicht tegen ons mensheid aankomen. Was robotica de heilige graal in productiebedrijven, nu is het dit bijvoorbeeld ook in de zorgsector. Nog persoonlijker zien we een afgeleide hiervan breed toegepast worden. Via allerlei sensortechnologieën krijgen we meer inzichten ons leven en onze gezondheid. De slimme software aan deze sensoren geven ons op menselijke wijze adviezen. Een digitale Anna helpt je bij je medicijninname. Joop beantwoordt je vragen over je hypotheek. En Teksta de robothond is je nieuwe viervoetige huisvriend.
Zintuigen brengen kleur aan je leven Dat onze zintuigen een wezenlijke functie hebben in ons dagelijks leven is voor iedereen wel duidelijk. Zonder word je letterlijk beperkt. Geldt dit voor vele van ons ook voor technologie? We brengen de techniek steeds dichter bij ons. Zo lezen we bijvoorbeeld al van chipsensor, die vanuit binnen het lichaam een conditiestatus meldt. Of wat te denken over de chip onder de huid van je hand waarmee je betalingen kunt doen? Waar ligt in essentie het verschil met de andere vijf zintuigen?
Natuurlijk begrijp ik er verschil is. De vijf zintuigen ontvang je bij je geboorte, terwijl technologie als zesde zintuig een vrije keuze is. Maar door de geschiedenis heen maak je op dat wij technologie meer zijn gaan omarmen. Eerst als hulp in huishouding en in toenemende mate als verlengstuk van ons (wel)zijn. Zonder energie, zonder communicatie voelen wij ons beperkt!
Het zesde zintuig: de toekomst Eén ding weet ik zeker: technologie blijft zich doorontwikkelen. Daarmee wordt ons vakgebied kennisintensiever. Kennis die verder gaat dan alleen die van de harde techniek. De nieuwe ‘technisch specialist’ moet zich gaan verdiepen in het zesde zintuig. Wetenschap ontwikkelen én hebben van de menselijke kant. In termen van relevantie, functionaliteit en dienstbaarheid.
We veranderen van tijdperk. Al eerder heb ik hierover geschreven. Voor de volle 100% blijf ik achter deze uitspraak staan. De installatiebranche ziet zich geconfronteerd met een aantal 180 graden veranderingen. Ik noem u er drie met evenzoveel tips.
Internet ondermijnt bestaande prijsstrategie In verschillende branchebijeenkomsten waar ik heb mogen spreken wordt vaak genoemd: “de klant kiest alleen op prijs”. Ik spreek dit altijd tegen. De klant kiest vaak op prijs omdat hem daaromheen niets anders wordt geboden. Offertes staan vol niet begrijpbare techno-taal. Het enige dat de gemiddelde consument dan nog begrijpt is dat wat áchter het euroteken staat. Tja dan is met internet al snel een vergelijk gemaakt. En menigeen weet met welk resultaat. Internet (lees: een andere aanbieder) wint het van u.
Het internet geeft een prijstransparantie met soms schokkende resultaten. We weerleggen dit resultaat meestal met magere argumenten. Een lager eurobedrag zegt nog niets over de voorwaarden, levertijden of risico’s. Alleen zoals internet voor de consument haar werkelijkheid is, is het voor ons net zo. Ook onze branche ontgaat de virtuele prijzenoorlog niet. Daarom ben ik ervan overtuigd dat kiezen – in het kennisintensieve vak techniek – voor een prijsstrategie geen gemakkelijke opgave is. Het ontaart vaak in een continue gevecht om prijs. Mijn tip: kies eerst een basisstrategie (laagste kosten, beste product, beste klantoplossing) en ga daarvan uit een prijsstrategie opzetten. Wat u ook kiest en opzet: ga hierover het dialoog aan met uw klant.
Klanten kopen bij de bron Producten worden gemaakt en via een keten van partijen verhandeld naar de eindafnemer. We zien steeds vaker dat eindgebruikers om de installateur heen materialen inkopen bij de bron. Voor de bestaande businessmodellen in onze branche niet prettig. Ik hoor dan ook regelmatig gemor richting de aanbiedende bron. Terecht? Ik denk van niet. Installateurs moeten gaan nadenken over hun positie in de waardeketen. Die verandert met ongekende snelheid. Dat de consument steeds directer gaat inkopen, is een feit. Mijn tip: wacht niet te lang met nadenken over hoe je omgaat met dit feit. Breng de effecten voor jouw bedrijf, de opties die je hebt in kaart en maak een keuze. En nog veel belangrijker: accepteer de consequenties van je keuze. Je gaat klanten verliezen maar ook zeker nieuwe winnen.
Een andere kijk op prijsberekeningen Evenzoveel als er wegen naar Rome zijn, zijn er rekenmethodieken om een verkoopprijs te bepalen. Veelal wordt de bekende op-plus-methode gebruikt. In een simpele som: inkoop + marge = verkoopprijs. Vanzelf doe ik nu veel te kort aan alle complexere varianten. Maar we weten met z’n allen dat nieuwe rekenmanieren moeilijk worden geaccepteerd. Links en rechts wordt de branche ingehaald door vernieuwende rekenmodellen. Denk bijvoorbeeld eens aan hoe menigeen de gratis internetrouter ‘betaalt’. Zou dit ook met bijvoorbeeld een verlichtingsinstallatie kunnen. En wat denkt u van het businessmodel achter de mobiele telefoon? Is deze ook toepasbaar in een ontwikkeling als smart grids? Mijn tip: onderzoek waar u in u dienstverlening ook op dit punt kunt innoveren. Laat de statistieken spreken, leer vanuit het verleden en pas dit toe op de toekomst. Durf op een andere manier naar uw verdienmodel te kijken. Maak keuzes en ga het gewoon doen.
Er is met elke verandering op twee manieren om te gaan. Of je ziet de bedreigingen of je ziet de kansen. Wat doet u? Ik wens u een succesvol 2015!
De aandacht op onze gezondheid en een verzorgd lichaam neemt hard toe. Naast ongelofelijk veel cosmetica en medische mogelijkheden neemt ook de technologie op dit gebied hand over hand toe. Slimme horloges, sensoren in je kleding, schoenen of op je huid. Wearables die het lichamelijk gestel en je gemoedstoestand wanneer je wilt 24/7 in de gaten houdt.
Quantified self staat voor het gekwantificeerde zelf Wikipedia zegt het volgende over quantified self: “Het is een beweging om technologie te laten integreren op aspecten van het dagelijks leven in termen van inputs. Zo kunnen deze inputs gedreven worden door gemoedstoestanden (stemmingen) of prestaties (geestelijke en lichamelijke). Dergelijke zelfcontrole, die draagbare sensoren en computers combineert, is ook wel bekend als lifelogging of sousveillance.” ‘t Leest best heftig.
In essentie is het gemeenschappelijke doel van soft- en hardware gericht op zelfcontrole het informeren en verbeteren van ons dagelijks functioneren. Gebruikers krijgen met hi-tech wearables continu informatie over zichzelf en -wanneer de informatie toegankelijk is – deze ook richting de medische wereld of hulpverlening gaat. Voor deze laatste categorie is er met de toename van wearables een efficiencyslag te maken. Best handig bij de alsmaar stijgende zorgkosten.
Quantified self laat ons nadenken over privacy Het klinkt natuurlijk allemaal prachtig deze technologische ontwikkelingen. Naast de hardware wordt er ook veel software ontwikkeld. Niet altijd is even duidelijk door wie en waarom. Veelal wordt er gebruik gemaakt van de “cloud”. Ergens is een serverplek op de wereld waarin jouw data – vanzelfsprekend – superbeveiligd opgeslagen is. Data die gecombineerd meer over jezelf zegt dan dat jij veelal overziet. Wanneer we spreken over de quantified self, dan spreken we direct over privacy van gegevens. Recent onderzoek laat zien dat de veiligheid van deze gegevens niet altijd optimaal is. Maar ook dat de geautomatiseerde adviezen of informatie in veel gevallen discutabel zijn.
Quantified self gaat over data Hebben we hier te maken met ‘kraaltjes en spiegeltjes 3.0’? Ik denk het wel. In vroeger tijden werden deze gebruikt om veel waardenvollere zaken te ontvangen. In essentie gebeurt dit nu ook. Wij krijgen (of kopen) mooie gadgets en software (app’s) en in ruil daarvoor staan we meer of minder data af. Nu is de data van het individu niet echt boeiend. Daarentegen de data van enkele duizenden wel. Daar zijn profielen uit te halen. En wanneer je deze “terugslaat” over de gebruikers heb je de troef in handen. Dan gaat de houder van alle data met de juiste profiling in zekere zin voorspellend worden. Dat lijkt mij verontrustend.
Quantified self laat een nieuwe markt ontstaan De impact op de zorg én technische markten gaat groot zijn. Partijen die hierin de keten van producten, dienstenplatformen en software in handen hebben, gaan het verschil maken. Zoals de smartphone en tablet de domoticamarkt in stroomversnelling bracht, gaat quantified self een ander licht geven op langer thuis wonen, zelfredzaamheid, (thuis)zorg, participatiesamenleving, comfort en veiligheid.
Nieuwe samenwerkingvormen, proposities en systeemoplossingen gaan ontstaan. Ik ben benieuwd welke rol de installateur of technisch dienstverlener hierin gaat nemen.
In een eerdere blog heb ik geschreven over het op handen zijnde ‘P2P-conversatie’ tijdperk. Een tijdperk waarin mensen via digitale podia met elkaar in gesprek gaan of elkaar informeren. Voor mij staat het vast: een categorie digitale ambassadeurs is geboren.
De mens als bron van nieuws Door het nagenoeg overal en altijd beschikbare internet hebben wij in onze westerse maatschappij toegang tot sociale media. Men VLOGT, BLOGT, TWEET, FACEBOOKT, WHATSAPPT wat af. We praten over ongeveer alles. Over wat we zien, horen, voelen en vinden. Ja, er zit heel veel onzin tussen (dat is dan mijn mening). Tegelijkertijd komen er ook zomaar hele waardevolle berichten en informatie voorbij. En daarmee is de mens, het individu een bron van nieuws geworden. Ook jouw nieuws adopteert en deelt men graag. Mits het voor de ontvanger op de juiste tijd aangeleverd wordt én relevant is.
De mens als deler Het hele scala aan sociale mediakanalen geeft ons gelegenheid te delen wat ons “hoog” zit. Wanneer je met deze wetenschap slim handelt, maak je daar als ondernemer gebruik van. De term ‘virals’ laat zien dat je zomaar landelijke of wereldwijde aandacht kunt krijgen. Overigens zowel positief als negatief. De mens wordt zo een niet te onderschatten informatiekanaal in termen van maken, ontvangen en delen.
De mens als kanaal Ik ben van mening dat elke communicatie-activiteit die je als bedrijf opzet, elk instrument dat je inzet en elke actie die je voert primair moet bijdragen aan het gesprek wat je klant, doelgroep of stakeholder voert of wil gaan voeren. Wat handig is het dan om gebruik te maken van de gesprekken die medewerkers, klanten, leveranciers of wie dan ook al onderling voeren. Het individu als communicatiekanaal, ik geloof dat het kan. Het vraagt wel om een andere communicatie- en marketingstrategie.
Bedrijfsgrootte is – in het behalen van succes in je communicatie- en marketingactiviteiten – een non-issue wanneer je de mens als kanaal weet te mobiliseren. En net zoals in het echte leven lukt dit alleen wanneer je zelf ook actief het gesprek, de dialoog aangaat. Digitaal of gewoon lekker analoog!
Pas geleden had ik het kinderfeestje van mijn jongste zoontje. Bowlen stond op het programma. Gegarandeerd succes met zo’n koppel 8-9-jarigen. De onderlinge strijd barstte al snel los. Van een afstand keek ik ernaar. Een vergelijk met de installatiebranche was snel gemaakt. Ook daar draait het om spelstrategie, slim realiseren, hulpmiddelen en resultaten halen.
Wat is uw spelstrategie? Voor elk kind is het speelveld gelijk. tien pionnen, een baan en een bal. Elk kind paste een eigen werptechniek toe. Als de bal eenmaal rolde, werd er met spanning naar de pionnen gekeken. Gaan ze om? Een van de kinderen maakte nog een armgebaar naar de bal met de bedoeling hem naar het midden te dwingen. In onze branche is vaak niet anders. Het speelveld is gelijk. Iedereen start elke klus van scratch op en met spanning volgen we de bal naar een succesvolle ‘strike’ (lees: aanbesteding). Klus gepakt? Dan worden alle zeilen bijgezet om het vaak marginale resultaat op te krikken.
De werptechnieken waren bijzonder om te zien. Linker- of rechterhand, tussen de benen zwiepend of vanaf de grond duwend. Met lichte én (veel te) zware bowlingballen. Ook dit zie je terug in de branche. In een eerdere blog heb ik eens gezegd dat we elkaar “zelfs het verlies niet meer gunnen”. Bij het bowlen komt het aan op juiste keuzes in de bal, de armen het door de benen gaan, gevolgd door een gerichte worp met – als het even kan – een strategisch draai-effect. Wat is uw strategie?
Denk, durf en doe De goten naast de bowlingbaan zijn gevaarlijk. Als de bal daarin komt, is het gedaan met de punten. Deze goten staan symbool voor bijvoorbeeld het product- en techniekdenken en het lineaire werken in onze branche. Eenmaal daarin verstrikt, volgt er een teleurstellend spel.
Er komt zoveel op ons af. Ongelofelijk welke positie het “installatiebedrijf 3.0” heeft in opkomende markten. Nederland draait op techniek. Welke kansen ziet u in de slimme meter, de Google Glass bril en in The internet of everything? Het zijn niet de stenen of het beton die ons werken effectiever maken. Het is niet het hout of de stoffering die comfort in ons wonen brengt. Het is de techniek. In twee woorden samen te vatten: energie en communicatie.
Een hekje is de simpele oplossing om bij het kinderbowlen de bal uit de goot te houden. De hekjes hebben daarmee onmiskenbare invloed op het speelveld waardoor het spelplezier blijft. Ik stel ze in onze branche gelijk aan verandering of vernieuwing. Welke hekjes zet u op?
Durf te struikelen, vallen en weer op te staan De techniek van nu vraagt om nieuwe manieren van werken, kennis en kunde. Zeker: Volt blijft spanning. Ampère blijft stroom en Ohm blijft weerstand. Dat is het mooie van innoveren. Verbind dat wat bestaat op nieuwe manieren met elkaar. Pas het – soms op erg voor de hand liggende wijze – toe, daar waar men het niet verwacht. Verander het speelveld.
Een stap in onbekende? Vast.
Loslaten van oude zekerheden? Jazeker.
Fouten maken? Het zou bijzonder zijn als u dit niet overkomt.
Veranderen gaat nooit vanzelf. Het is net zoals bij bowlen; er is altijd een tweede worp. Stop niet bij je eerste tegenslag.
Verhitte hoofden, rode vingers en hongerige magen was het resultaat van een uurtje bowlen. Een mooi moment om het partijtje af te sluiten met patat en limonade. De big smile op het gezicht van m’n zoontje sprak boekdelen.
Dit blog draait om ‘samenwerken’. Samenbrengen, co-creatie, samenwerken; woorden die je steeds meer tegenkomt in opdrachtgeversland. Werken vanuit het woord ‘samen’ leidt steeds vaker tot succesvolle projecten. Samenwerken betekent dan ook écht ‘aan het werk’. Actie, door iedereen die het aangaat!
Samenbrengen
Samenwerken begint met samenbrengen. Het doordacht toepassen van slimme technologie in een woon-, werk- of zorgomgeving vergt het samenbrengen van benodigde deskundigheid. Partijen met de juiste complementaire kennis, kunde en vaardigheid om het vraagstuk te beantwoorden. Wie deze partijen bijeenbrengt? Ik ben van mening dat dit er maar één kan zijn: de opdrachtgever. Uiteindelijk maakt hij voor lange tijd gebruik van het resultaat. Het bijeenbrengen van alle partijen op basis van wederzijdse expertise-erkenning staat – als het goed is – in het belang hiervan. Om zo te komen tot een afgewogen blauwdruk van verwachtingen, wensen en duurzame mogelijkheden.
Co-creatie
Menig bouwproject verloopt procesmatig via lineaire processen, vaak uitgetekend via een bouwkolom. Op zichzelf niets mis mee, alleen de beperking van dit proces vind je in de hiërarchische verhoudingen tussen de schakels. Deze bemoeilijken het samen ontwikkelen van slimme woningen, bedrijfsgebouwen en zorglocaties. Hoe hoger in de kolom, hoe meer je te zeggen hebt en waarnaar je dus ook gaat handelen. Eigen (financiële?) belangen gaan een boventoon voeren. Dat dit innovaties belemmeren, bewijst de praktijk. Logisch dat initiatieven op gebied van co-creaties door marktdogma’s en paradigma’s rond dit punt maar moeilijk van de grond komen. En dat terwijl iedere betrokkene – inclusief opdrachtgevers! – de noodzaak van deze cultuur- en structuurverandering inziet.
Samenwerken
Integraal ontwerpen en realiseren en gebruik maken van innovatieve concepten is steeds meer het adagium. De vraagstukken waarin wij ons vandaag de dag mee geconfronteerd zien – in termen van veiligheid, zorg, energie, beheer en duurzaamheid – eist daarom een omslag van lineair naar integraal werken. De essentie van integraal ontwerpen, is het samenwerken en dat vergt actie van iedereen. Alleen door goede samenwerking, duidelijke verwachtingen, haalbare tegenprestaties en meetbare afspraken kunnen we werken aan kansen. En dat ten gunste van het hedendaags én toekomstgericht wonen, efficiënter werken en duurzamer zorgen.
Eerdere blogs over verdienmodellen in, en de toekomst van onze branche heeft stof doen opwaaien. Op verschillende LinkedIn-groepen zijn er discussies ontstaan. Via sociale media en uit het veld ontving ik reacties. Leuk! Voor mij reden om u de volgende vier gedachtenspinsels mee te geven. En natuurlijk antwoord op de titelvraag.
Leven in een verandering van tijdperk
We leven niet meer in een tijdperk van veranderen. Ik ben van mening dat oude tijden niet meer herleven. Dat wat er voor 2008 was, komt niet meer terug. De vierde revolutie (automatisering & internet) raakt ook onze branche. Installaties die we nu maken, bestaan standaard uit combinaties van hard- en software. Oplossingen waarbij het niet alleen meer gaat om het aandraaien van de juiste schroef. Het gaat ook om het plaatsen van het vinkje op de juiste plek.
Installatiebedrijven die zich alleen richten op de conventionele praktijk krijgen het steeds moeilijker. KPI’s als uur-/materiaalverhouding, binnen/buiten of projectomzet/-marge geven de ondernemer steeds minder houvast.
Het begint bij een duidelijke visie en strategie Waarom en voor wie? Dat zijn de twee hamvragen. Wat is uw visie en wie zet u centraal? Staat u dichtbij de klant, gaat u voor de beste oplossing of voor de laagste prijs? In onze branche merk ik vaak dat we domweg niet kiezen. Ondanks dat we best kennis hebben van wat er om ons heen gebeurt. We doen van alles wat. Met tot gevolg: stuck-in-the-middle. Botsende situaties. Ik maak het met een simpel voorbeeld duidelijk. Het lukt niet om het serviceniveau van KLM aan te bieden tegen het prijsniveau van easyJet. In de jaren dat ik actief ben in de branche merk ik toch dat het dit is wat we aan het nastreven zijn. We roepen steeds: “Het moet anders.” Maar houden tegelijkertijd graag het bestaande in stand. Kies! En bijt door de zure appel heen van de consequentie van uw keuze
Andere samenwerking brengt sociale innovatie Het installatiebedrijf is vanouds gericht op projectmatig werken vanuit lineaire processen. Veelal aan projecten verkregen via aanbestedingstrajecten. Medewerkers in onze bedrijfstak zijn technisch georiënteerd en het is algemeen bekend dat deze meestal communicatief niet sterk zijn. Een uitdaging wanneer je je realiseert dat de nieuwe economie inzet op sociale innovatie. Niet wat je weet en kunt, maar wie je kent en hoe je het brengt. Voor mij komt dit samen in BIM. BIM is samenwerking op integraal niveau, samen bijdragen aan resultaat. Van eerste idee tot aan (jarenlange) exploitatie. We veranderen van samen werken naar samenwerken. Dat vraagt hele andere vaardigheden van mensen. Zelfs om andere ‘type’ mensen. Het zuivere BIMmen gaat bijdragen aan de grotere sociale transitie binnen onze branchebedrijven.
De transitie van project- naar dienstmodel Hoe vertalen wij onze werkzaamheden naar maandelijks factureerbare diensten? Waar verdient u uw geld mee in 2020 en daarna? In mijn blog ‘wat is uw verdienmodel?’ stel ik dat de realiteit onze behoudende opstelling inhaalt. Daarnaast moeten we beter onze kennis en kunde vertalen naar diensten waarin de consument (zowel zakelijk als particulier) toegevoegde waarde ervaart. En dat we lef moeten tonen om te veranderen.
Is er toekomst voor het installatiebedrijf? Ja! Onder de voorwaarde dat dit bedrijf toekomstbestendige invulling weet te geven aan de synergie tussen mensen (o.a. techniek & sociaal), organisatie (o.a cultuur, structuur en processen) en middelen (o.a inzet en gebruik ICT/IT, conceptueel ontwikkelen en BIM).
“We leven niet in een tijdperk van veranderingen, maar in een verandering van tijdperk”. Deze uitspraak geeft voor mij de kern van de installatiebranche in 14 woorden weer. Innovatieve technieken en andere werkprocessen vragen het installatiebedrijf om constant in beweging te zijn. Tenminste, als uw ambitie is te blijven voortbestaan. Over veranderen zijn boekenplanken volgeschreven. Dat ga ik niet dunnetjes overdoen. Wel deel ik met u iets praktisch: het MOM-denken.
TRECHTER: de context van verandering
Stap één in het MOM-denken is eenvoudig. Veranderingen staan namelijk nooit op zichzelf. Trechter op basis van vier vragen. Wat is de trend die u ziet? Wat is uw strategie? Welk beleid hoort hierbij? Enen tot slot: welke acties zet u uit? Een paar tips bij het beantwoorden van deze vragen. Neem afstand van de dagelijkse sleur. Verplaats letterlijk uw bureau. Doe gek en lees branchevreemde vakliteratuur. Trechter uw bevindingen en vertaal deze naar uw ondernemen. De uitkomst hiervan heeft ALTIJD een integraal effect op uw bedrijfs-MOM.
MENS: de rol en taak van medewerkers Ondanks de ‘internet of everything’ blijven mensen zaken doen met mensen. Kennis, kunde en vakmanschap blijven bestaan, maar komen in andere verhoudingen. Hoe gaat u hiermee om? Zijn mensen contractstukken of zoekt u samen naar het hoogst haalbare. Wees duidelijk in uw richting en bepaal daarbij samen de rollen en taken. Veel verandering frustreert, omdat hierin geen duidelijkheid is.
ORGANISATIE: het waarom van uw bedrijf Welk verdienmodel biedt voor u toekomst? En welke organisatie en processen horen daarbij? Niet stoppen met lezen nu! Een doeltreffende methode om een goed bedrijfsmodel op te zetten – inclusief bedrijfsprocessen- is het Business Canvas Model van Osterwalder. Lees zijn boek of volg de cursus bij Uneto-VNI. Ik verzeker u: het geeft verfrissende andere inzichten. En laat de Golden Circle-theorie van Simon Sinek een inspiratiebron zijn.
MIDDEL: Hoe en waarmee u resultaat maakt Vanuit uw context heeft u een duidelijke koers bepaald, uw team samengesteld en voor passende structuur en processen gekozen. Rest nu nog de juiste middelen te kiezen. Van concreet gereedschap tot aan marketing. Maar denk ook verder: waar en met wie kunt u samenwerken? Neem hierin niet alleen de “grote” lijnen. Kijk juist eens naar de details. Past datgene bij u? Bij uw bedrijf? Doe nog eens gek: vraag het uw klant eens.
Laat ik eerlijk zijn. Het MOM-model is niet wetenschappelijk beproefd. Het is ontstaan uit mijn dagelijkse praktijk. Omgaan met veranderingen is hiermee voor mij een stuk gemakkelijker. Doe uw voordeel!
Het installatiebedrijf van nu is niet hetzelfde als dat van 20 jaar terug. En over 10 jaar, bestaat dan het installatiebedrijf van nu nog? Ik denk van niet. Natuurlijk, er blijft altijd een bepaald vakmanschap nodig om de installaties van vandaag up-and-running te houden. Maar, is dat voldoende om een hele bedrijfstak in stand te houden? Onze bedrijfstak verandert. Niet alleen technisch, ook sociaal. Dat vraagt om aanpassingen op korte termijn. Ook bij u.
Plug-and-play revolutie De prefab bouw ontwikkelt zich razendsnel. Nieuwe technologieën als 3D-printing maken reusachtige sprongen. De infrastructuur van basale installaties neemt deze maakindustrie in de productie direct mee. Zo weet ik van een bedrijf dat gevels en wanden maakt van composiet, een vezelversterkte kunststof. Het product is vijf keer zo sterk als de combi van staal/beton. Vijf keer sterker én onnoemelijk lichter van gewicht, in de fabriek al voorzien van de infrastructuur voor energie en communicatie. Muren en gevels worden zo stekker- en verbindklaar opgeleverd.
Internet der dingen Naast de prefab is de invloed van ICT onmiskenbaar hoog in onze branche. Nagenoeg alle technologie die in andere tijden door aansluitmethodieken geschakeld of beheerd werden, krijgen nu een aansluiting ‘in the cloud’. Wereldwijd bedienbaar vanaf tablet of smartphone. Systemen worden zelflerend en geven op tijd een servicetechnische ingreep door aan een beheerder. Installeren wordt steeds meer een kwestie van de juiste vinkjes plaatsen.
Anders denken Regelmatig hoor ik: “Ach, het loopt zo’n vaart niet”. Kijk uit! De ontwikkelingen gaan snel. Héél snel. Onze ‘wereld’ is constant in beweging, omdat wij mensen constant in beweging zijn. Technologie is onlosmakelijk met ons mensen verbonden. U en ik zitten daardoor in een flow van niet te stoppen veranderingen. Maak daarom – juist in de hectiek van alledag – eens tijd vrij om na te denken over de toekomst. Van de branche én die van uw bedrijf of werk. Laat de impact van de nieuwe businessmodellen om u heen eens tot u doordringen. Durf deze door te vertalen naar uw organisatiestrategie of uw eigen werkzaamheden. Is er dan nog bestaansrecht over 10 jaar? Ik durf te wedden dat u anders over zaken gaat nadenken.
Anders doen Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg. Ooit ontving ik eens een verandertip die ik graag met u deel. “Ga je veranderen? Begin bij jezelf. Verplaats vandaag nog je bureau en bekijk de wereld om je heen vanaf een andere plek. Doorbreek [letterlijk] uw vaste paden.”