Category Archives: artikel

Hybride warmtepomp

Gepubliceerd op

JUISTE OF OVERBODIGE VERPLICHTING?

In 2022 maakte de overheid bekent dat iedere Nederlander vanaf 2026 bij de noodzakelijke vervanging van zijn cv-ketel, verplicht wordt naast de nieuwe cv-ketel een hybride warmtepomp te plaatsen. Techniek Nederland en de Nederlandse ketelfabrikanten stonden te juichen, maar hoe kijkt de Hollandse installateur naar deze ontwikkeling. Is hij ook zo blij?

Wanneer we er wat nuchterder naar kijken, zijn er aantal zaken die opvallen. De overheid zal zeggen ‘we nemen deze maatregel, omdat we daarmee noodzakelijke CO2 reduceren’. De branche of beter gezegd de fabrikanten van hr-ketels zijn blij, omdat hiermee hun aantallen cv-ketels nog jaren op een hoog niveau verkocht kunnen blijven worden. En mogelijk zijn de netwerkbeheerders blij, omdat hiermee in tijden van echte kou er minder aanspraak gemaakt wordt op hun dan overbelaste weerafhankelijke elektriciteitsnetwerk.

Technische noodzaak?
De gemiddelde installateur krijgt er opnieuw gespecialiseerd werk bij. Zij zullen daardoor meer en beter geschoold personeel moeten zien te vinden. Maar waar? De belangrijkste vragen zijn echter: Wordt hybride technisch een succes en is deze tussenstap technisch wel noodzakelijk? En dan de Nederlandse consument; die er op te wachten?

Het waarom
Om op deze vraag antwoord te geven, zouden we dit vanuit de posities van verschillende partijen moeten doen. Allereerst de consumenten. Zij zijn het vanaf 2026 eenvoudigweg verplicht. Waar nog weinigen over praten, is het feit dat dit soort installaties relatief duur zijn voor de consument. Hij weet al vanaf dag één dat hij na pakweg 15 jaar opnieuw een forse investering moet plegen en dan in installaties zonder aardgas.

Netcongestie
Onze overheid als andere belanghebbende wil de burger om twee redenen aan de hybride warmtepomp hebben. Natuurlijk vanuit het oogpunt van CO2-reductie en een lagere gasconsumptie. Maar tevens in deze eerste fase van verduurzaming vanwege de balans op ons elektriciteitsnetwerk. Als in de winter tijdens koude dagen velen volledig elektrisch (met warmtepompen en infraroodpanelen) hun huis willen verwarmen en wind- en zonne-energie tekort schieten, kan een netinfarct snel ontstaan. Tijdens deze momenten de hr-ketel laten werken, zou dan kunnen schelen.

Fabrikanten
Als voorlaatste partij in de rij zijn daar de verschillende fabrikanten van cv-ketels. Sinds jaar en dag verhandelen deze partijen ruim 400.000 cv-ketels per jaar. De aardgasloze toekomst zal deze partijen zeker benauwen. Daarom lijkt hun invloed onderbouwd met waarheidsgevoelige argumenten richting de overheid, te hebben geholpen. Met het verplichten van hybride hebben ze blessuretijd verkregen voor de handel van hun gasgestookte producten.

Installateurs
De laatste in de rij zijn de installatiebedrijven. Voor de installateur is een hybride installatie hydraulisch gezien aanzienlijk complexer. En mochten de warmtepomp en hr-ketel van verschillende merken zijn, dan moet hij ook nog eens een noodzakelijke en hopelijk slimme schakeling aanbrengen. Maar behalve regeltechniek en hydrauliek zal het in vele woningen stoeien worden met de ruimte. En dan hebben we nog niet eens gehad over voldoende en goed opgeleid personeel.

Werking
Hybride installaties bestaan uit een traditionele hr-combiketel, die hydraulisch vrijwel altijd gekoppeld is aan een lucht/water warmtepomp met een gering vermogen. In deze combinatie neemt de warmtepomp voor een deel de warmteproductie van de hr-combiketel over. Tijdens koudere winterse omstandigheden laat de warmtepomp de warmteproductie dan over aan de hr-combiketel. In voor- en najaar is de warmtepomp verantwoordelijk voor de productie van warmte. Wanneer de warmtepomp en ketel elkaar afwisselen verschilt van merk tot merk. Sommigen laten bij 4 °C buitentemperatuur de opwekking overschakelen naar de cv-combiketel, een ander laat dit over aan de vraag van de kamerthermostaat of kijkt naar het beste rendement.

Koppelingen
Wellicht niet altijd de beste maar zeker wel de betrouwbaarste zijn hybride combinaties waarvan de hydrauliek en regeltechniek op elkaar zijn afgestemd. In Nederland zijn nog zo’n 6 of 7 ketelfabrikanten actief tegenover misschien wel 30 tot 40 leveranciers van warmtepompen. Dat iedere combinatie goed werkend en energiebesparend zal zijn, lijkt dan ook een utopie. Soms zijn er twee pompen aanwezig, hoe wordt dan de afstemming geregeld en wie bepaalt regeltechnisch de afstemming tussen cv-ketel en warmtepomp? Ketelfabrikanten hebben na lang aarzelen de warmtepomp uit noodzaak omarmd en zijn met hun combinaties op dit front wellicht beter voorbereid op de gezamenlijke werking dan leveranciers uit de warmtepomphoek.

Geluid
Bij plaatsing zal rekening moeten worden gehouden met de plek van het buitendeel. Relatief eenvoudig moeten de leidingen van buitenunit naar binnenunit te realiseren zijn. Daarnaast dient men te letten op eventuele geluidsoverlast voor de bewoner zelf of voor één van zijn buren. Er wordt volop gewerkt aan geluidsreductie van deze units, maar ga er daarmee niet vanuit dat geluidsklachten niet meer voorkomen. Gelukkig hebben niet alle lucht/water warmtepompen een buitenunit nodig. Bij sommigen is het buitendeel in de binnenunit opgenomen. Dat is fijn voor de buren, maar daarmee is een eventuele geluidsklacht wel naar binnen gehaald. Anderen laten hun warmtepompen werken op afgezogen warme ventilatielucht. Daarmee is de kans op geluidsklachten minimaal.

Plaatsingsruimte
Voor een complexere installatie is simpelweg meer ruimte nodig. Voor hen die in één keer een all-electric warmtepomp willen, betekent dat nog meer installatieruimte. Bij all-electric komt er onder andere een groot boilervat en een flink buffervat bij. Daar moet wel ruimte voor zijn. Hybride vraagt dan minder ruimte, omdat de hr-combiketel zorgt voor de warmtapwaterproductie, waardoor boilervat en ook vaak het buffervat ontbreken. Toch zal in vele woningen waar al nauwelijks plaats is voor de hr-combiketel een hybride installatie lastig worden. We mogen hopen op het vernunft van de techneut. Want naast de installatie moet er ook bij service en onderhoud fatsoenlijk te werken zijn aan deze duidelijk complexere installaties.

Afgiftesystemen
Door het brede scala aan aanbieders is het moeilijk om eenduidige informatie te geven over dé hybride installatie. Wat we zeker niet mogen onderschatten, is welke invloed het afgiftesysteem kan hebben op het comfort en de mogelijke financiële besparing. Wanneer consumenten verplicht dit soort installaties moeten aanschaffen, zal voor hen de gereduceerde hoeveelheid CO2 bijzaak zijn. Zij zullen vooral blij zijn als het comfort minimaal gelijk blijft en zij daarnaast nog flink besparen op hun energiekosten. Natuurlijk zal het rendement van de warmtepomp gunstig worden beïnvloed, wanneer de woning is voorzien van vloerverwarming. Toch is dit lang niet altijd noodzakelijk en kunnen radiatoren en convectoren zeker ook goede resultaten geven. Moderne radiatoren kunnen vrijwel bij iedere temperatuurafgifte nuttig verwarmen met hoge rendementen. Convectoren zijn goed in te zetten wanneer het om nieuwe convectoren gaat, die zijn voorzien van kleine ventilatoren. Normale convectie is met een lage temperatuurvoeding nauwelijks gegarandeerd, waardoor er geforceerde convectie nodig is. Door deze aanschaf worden de totale kosten voor de consument natuurlijk wel weer hoger. Het gaan voor de laagste investering of voor het beste resultaat zal altijd een moeilijke afweging blijven. We mogen hopen dat leveranciers van hybride combinaties ook het juiste advies geven over de eisen waaraan afgiftesystemen dienen te voldoen. Dat geeft een grotere garantie op het behalen van prestaties.

Vragen
Installateurs moeten zich realiseren dat de consument bij de aanschaf van deze dure installaties een aantal vragen heeft. Als eerste wil hij natuurlijk weten welke financiële besparing er gerealiseerd gaat worden. Oftewel, is de terugverdientijd interessant? Daarnaast zit men zeker niet te wachten op meer problemen en storingen. De systemen zijn echter zonder meer ingewikkelder en kwetsbaarder geworden. Wanneer we kijken naar de beloften die diverse hybride leveranciers doen, dan zien we gasreducties tussen de 40% en 70%. Men lijkt echter minder transparant te zijn over de hoeveelheid noodzakelijke kilowatturen elektriciteit. Dat gasreductie in deze tijden essentieel is, mag duidelijk zijn, maar in de financiële winst voor klanten moet de aardgasreductie wel worden verrekend met het meer gebruiken van elektriciteit. De werkelijk besparing voor consumenten zal dan ook garant staan voor een lange terugverdientijd. Daar kijken milieu- en klimaatgelovigen minder naar dan de gemiddelde consument die straks verplicht is tot deze stap.

Bestaande woningbouw?
Natuurlijk wordt hybride binnen de branche breed gedragen. Met partijen als de overheid, ketelfabrikanten, Techniek Nederland lijkt er ook voldoende daadkracht te zijn. Maar hoe staan de fabrikanten en leveranciers van warmtepompen tegenover het hybride tijdperk? Behalve uit de warmtepomphoek van ketelfabrikanten blijft het voor de rest relatief stil. Geloven zij eigenlijk wel in hybride of zien ze meer in een directe overgang naar volledig elektrisch?

Milieu-impact
De ontwikkelingen staan in warmtepompland in ieder geval niet stil. Zo bleek recentelijk dat de milieu-impact van veel warmtepompen groter is dan werd aangenomen. Feitelijk gezien zouden ze zelfs verboden moeten worden, maar via een sluw geitenpaadje worden ze vooralsnog gedoogd. Echter, hoe zit het straks met de milieu-impact bij hybride installaties, met cv-ketel en warmtepomp?

HT-warmtepompen
Daarnaast zien we de doorontwikkeling van HT-warmtepompen. Vanuit die hoek valt te vernemen dat nageïsoleerde woningen vanaf de jaren ’80 relatief eenvoudig op een all-electric warmtepomp kunnen overstappen. Hun stelling is eenvoudig. Als de woning nu al met een hr-ketel 24 uur lang met maximaal 50 graden warm te houden én te krijgen is, dan kan een moderne HT-warmtepomp dat ook prima realiseren. Dat betekent dus in één keer van het aardgas af. Bovendien kan men het extra gebruik aan elektra deels compenseren met de eigen zonnepanelen. Wordt deze trend ingezet door warmtepomppartijen die niet actief zijn in de ketelproductie en verkoop dan kan in vele gevallen hybride een onnodige tussenstap zijn. De kans bestaat echter dat deze strijd beslecht wordt via lobbyisme, marketingkracht en regelgeving.

Advies
Hybride kan een goede oplossing zijn. Maar de kans op foute installaties, onvoldoende besparing en hoge storingspercentages doemt wel op aan de horizon. Mijn advies aan het consortium Team Duurzaam Installeren, dat momenteel onderzoekt hoe hybride slimmer en sneller geïnstalleerd zou kunnen worden, luidt dan ook: laat uitsluitend combinaties toe die gezamenlijk goede oplossingen hebben bedacht voor hydrauliek en regeltechniek. Blijft dit achterwege, dan staat hybride garant voor veel problemen en weinig besparing. Wat verder kan helpen, is als marktpartijen met hybride systemen hun serviceniveau en ondersteuning zouden verbeteren. Mijn contacten in de installatiebranche klagen hier steen en been over. De klachten gelden over de gehele linie; van marktleiders tot kleine nieuwe partijen. Blijkbaar denken directies nog altijd dat goede service geld kost, terwijl het tegenovergestelde vaak waar is 
Auteur: Rob Verbrugge, Verbrugge Klimaat Advies

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Sportclubs winnen premium warmtepomp tijdens Groene Clubweken

Bijna 400 clubs namen deel aan de Groene Clubweken van KNVB-duurzaamheidspartner Mitsubishi Electric en de KNVB Groene Club. Op basis ...

Hybride warmtepomp vanaf 2026: een haalbare ambitie

Het kabinet stelt vanaf 2026 nieuwe eisen aan de efficiëntie van verwarmingsinstallaties. De (hybride) warmtepomp wordt de norm voor het ...

Bosch bouwt nieuwe warmtepomp fabriek

Vanwege de sterk toegenomen vraag investeert de Bosch Home Comfort Group, de nieuwe naam van Bosch Thermotechnology, sinds 2018 fors ...

Extreme aandacht voor warmtepompen

Het was weer traditioneel druk op de internationale vakbeurs ISH, waar ruim tweeduizend exposanten afkomstig uit 54 landen hun producten ...

Duurzame renovatie

Gepubliceerd op

‘groen’ met zo min mogelijk inspanningen en kosten

Meer comfort en minder energiegebruik. Het lijkt misschien tegenstrijdig maar dit is precies wat de missie is die de HVAC-industrie de komende jaren moet volgen. Iedere dag worden renovatieprojecten opgeleverd die een beter comfort en een gezondere binnenlucht bieden, terwijl tegelijkertijd een aanzienlijke thermische en energiebesparing wordt gerealiseerd. 

Het is bekend dat regeltechniek hier een sleutelrol speelt en ‘grijze’ HVAC-installaties snel tot ‘groene’ klimaatsystemen getransformeerd kunnen worden. Zónder ingrijpende aanpassingen en/of hoge kosten, waardoor verduurzaming voor elk gebouw binnen handbereik ligt . Het is dus belangrijk dat je weet welke bijdrage veldapparatuur levert en wat de energiebalans is over de gehele levenscyclus. Factoren zoals de ‘grijze’ energie, stand-by energie en betere efficiëntie in de individuele toepassing moeten ook in aanmerking worden genomen.
Alleen wat wordt gemeten kan worden geanalyseerd en geoptimaliseerd. De ‘slimme’ gebouwen van morgen worden gekenmerkt door een hoog niveau van energie efficiëntie en optimaal comfort in de ruimtes. Daarom moet een gebouw kunnen ‘communiceren’ met de gebruiker, de onderhoudsspecialist en de energieleverancier.

Maatregelen
Om de Europese landen te helpen ervoor te zorgen dat gebouwen geen energie verspillen hebben het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie een reeks normen opgesteld - de Energy Performance of Buildings Directive 2018/844/EU (EPBD) - die een overzicht geeft van de maatregelen die nodig zijn voor de vermindering van het energiegebruik en uiterlijk in 2025 in de nationale wetgeving moeten zijn opgenomen. De EPBD bepaalt onder meer dat niet-residentiele gebouwen met een nominaal vermogen voor een verwarmingssysteem of een gecombineerd ruimte verwarmings/klimaatregelings- en ventilatiesysteem van meer dan 290 kW tegen 2025 uitgerust moeten zijn met gebouwautomatisering. De EPBD-BACS nalevingschecklist kan worden geraadpleegd om na te gaan of de installatie voor gebouwautomatisering voldoet aan de respectievelijke eisen.
De EPBD stelt de Smart Readiness Indicator (SRI) voor de beoordeling van gebouwen. Deze indicator is ontwikkeld door de Europese Commissie en evalueert niet alleen onderhoud en energie, maar ook de levenskwaliteit van de bewoners van het gebouw. Gebouwautomatisering met slimme veldapparatuur die in een HVAC-systeem in een netwerk kan worden opgenomen, vormen hier de basis.

Handhaving
Vanaf 1 januari 2023 handhaven gemeenten en omgevingsdiensten op deze verplichting. Dit doet de gemeente of de omgevingsdienst waar uw kantoorgebouw is gevestigd. Het doel van de handhaving is dat gebouwen zo snel mogelijk voldoen aan de labelplicht.
Een energielabel geeft aan hoe energiezuinig een gebouw is. Dit doet het aan de hand van een schaal van G (slechtste) tot en met A++++ (beste). Het label wordt bepaald op basis van het primair fossiel energiegebruik, uitgedrukt in kilowattuur (kWh) per m2 per jaar. Naast de energiezuinigheid, geeft het energielabel ook aan welke energiebesparende maatregelen er nog mogelijk zijn in het gebouw. Label C heeft een primair fossiel energiegebruik van 200,01 tot en met 225,00 kWh per m2 op jaarbasis. Een energielabel is 10 jaar geldig.

Renovatiegolf
Gebouwen zijn verantwoordelijk voor 38% van alle CO2-emissies over de hele wereld, waarbij 28% van het gas wordt uitgestoten tijdens het gebruik ervan, en 10% bij hun bouw en renovatie. De klimaatverandering, de milieuvervuiling, de verminderde toegang tot natuurlijke bronnen en ons eigen gedrag hebben geleid tot de uitdagingen waarmee we vandaag worden geconfronteerd. De Europese Unie heeft deze factoren aangepakt door de European Green Deal te lanceren in 2019. De doelstelling ervan is de transitie te realiseren naar een moderne, grondstofzuinige en competitieve economie, waarin de bouwsector een belangrijke rol te spelen heeft. Belangrijk onderdeel van de Green Deal is de ‘renovatiegolf’.
Doel is om voor 2030 zo’n 35 miljoen (!) inefficiënte gebouwen te verduurzamen in de EU en – als gevolg daarvan – de CO2-uitstoot met ten minste 55% te verminderen, het energiegebruik te reduceren én de basis te leggen voor een klimaatneutraal Europa in 2050.

Nederland
Verduurzaming van bestaande gebouwen staat ook in Nederland hoog op de agenda van de landelijke politiek. Onder andere de overheid neemt tal van initiatieven om gebouweigenaren te stimuleren om met hun vastgoed aan de slag te gaan. Denk bijvoorbeeld aan de EPC aanscherping, het verplicht stellen van minimaal energielabel C voor kantoren (> 100 m2 ) per januari 2023 voor alle utiliteitsgebouwen. Dit is een hele uitdaging wetende dat 52% van alle gebouwen in Nederland hieraan niet voldoet, voor rijkskantoren betreft dat maar liefst 55%! Vanaf 2030 ligt de eis zelfs op minimaal label A, wat betekent dat als je nu dus gaat bouwen het kantoor al bijna energie neutraal moet zijn.
Of wat te denken van de verplichte Energie-audit (EED) voor bedrijven met meer dan 250 fte en het verplichte energieregistratie en bewakingssysteem (EBS) t/m aantrekkelijke subsidies zoals de Energie Investering Aftrek (EIA) de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) en de Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE).

Oplossingen
Populaire maatregelen om het energiegebruik terug te dringen, zijn de isolatie van gevels, daken en vloeren en de installatie van warmtepompen en zonnepanelen. Oplossingen voor verlaging van het fossiel energiegebruik zijn het overstappen op hernieuwbare energie afkomstig uit zon, biomassa, buitenlucht en bodem. Ook betere isolatie en het dichten van kieren wordt vaak gelijk aangegeven als primaire oplossing. Maar ook de ‘retrofit’ van regelkogelkranen en aandrijvingen in HVAC-installaties kan flinke besparingen opleveren. Hierbij speelt het correct inregelen, gebruiken en onderhouden van installaties een cruciale rol. Helaas wordt dit vaak vergeten terwijl het minstens zo belangrijk is.
Het doel is dan ook om ook hiervoor de bewustwording bij gebouweigenaren en facility managers te vergroten. In veel bestaande gebouwen zijn de HVAC-installaties verouderd. De oudere installaties zijn vaak anders ontworpen dan de moderne van tegenwoordig en we zien regelmatig dat kleppen niet meer (goed) sluiten. Hierdoor vindt continu stroming van lucht en water plaats. Ook wanneer dit niet gewenst is, waardoor comfort- en geluidsklachten ontstaan en onnodig energie wordt verspild.

Data verzamelen en analyseren
Door actief data te verzamelen en te analyseren, kan er exact gezien worden waar er geoptimaliseerd moet worden en is het niet nodig de gehele oude installatie te vervangen. Om bij te dragen aan de energie-efficiëntie in gebouwen en het verminderen van de CO2 uitstoot is het van wezenlijk belang dat er innovatieve HVAC-veldcomponenten van hoge kwaliteit geproduceerd en verkocht worden. Bovendien zullen we het bewustzijn moeten vergroten van het CO2-reductiepotentieel. Dat is haalbaar door de inzet van geavanceerde gebouwtechnologie.

Aandachtsgebieden
Een aandachtsgebied voor toekomstige projecten is bijvoorbeeld de energieopwekking, door het vervangen van inefficiënte koelmachines of boilers door warmtepompen. Ook energiedistributie is van groot belang. Hierbij kun je denken aan de verhoging van de energie-efficiëntie door optimalisering van gebouwautomatiseringssystemen of door de installatie van innovatieve veldcomponenten. En de laatste belangrijke factor zijn de ventilatiesystemen, zoals de installatie van ventilatiesystemen met warmteterugwinning om energieverspilling door open ramen te voorkomen.
Kortom, laten we met de overheid en de installatiebranche de handen in een slaan en samen het verschil maken.

Auteur: Richard Daamen, directeur Belimo

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Waterstofketel

Dat er nog een lange weg te gaan is, daarover bestaat geen twijfel. Maar de eerste stappen op weg naar ...

Hergebruik

In Kloetinge hebben DWT Groep en Paree Elektro-Telecom samen met een aantal partners de nieuwe Ithaka-kliniek onder handen genomen. De ...

Hoogwaardig hergebruik

Voor het eerst werd de circulaire economie dit jaar genoemd in de troonrede. Een lichtpuntje, maar de vraag is nu ...

Radiator voor retroliefhebbers

Vasco brengt een radiator op de markt voor retroliefhebbers. De radiator biedt uiteraard wel een hedendaags warmtecomfort. De strakke, ritmische ...

Afdoppen

Gepubliceerd op

DE HERBRUIKBARE EINDDOP

Uitdagingen leiden vaak tot innovaties. Zo ook met de herbruikbare einddop. Richt Loorbach en René de Weerd bedachten dit nieuwe concept om eenvoudiger te kunnen afdoppen. De Roteal is inmiddels een groot succes.

Loorbach had een bedrijf in engineering en 3D-printing en De Weerd had een eigen installatiebedrijf. “René verspilde tijdens renovatiewerkzaamheden veel knelkoppelingen bij het tijdelijk afdoppen van leidingen. Ook kostte het veel tijd en materiaal om de leiding af te zagen onder de ring van de tijdelijke knelkoppeling”, vertelt Loorbach.

Samenstelling
Toen ze hierover spraken, rolde er uiteindelijk een concept uit dat doorontwikkeld werd tot de Roteal. Deze herbruikbare einddop heeft een binnendeel van TPE-kunststof en een buitenmantel van nylon dat met glasvezel is versterkt. De herbruikbare einddop is verkrijgbaar in verschillende formaten, zoals 12-15 mm voor koudwaterleidingen, 22 mm voor cv-leidingen en 16 mm voor kunststof waterleidingen en (mogelijke) waterstofleidingen in de nieuwbouw.

Montage
De einddop past op ieder merk leiding, mits de diameter gelijk is aan de maat van de dop, wat het werk er ook een stuk makkelijker op maakt. Loorbach: “De montage is eenvoudig. Eerst maak je de leiding vetvrij met schuurpapier. Vervolgens druk het binnenstuk van de dop erop. Je draait de mantel naar rechts tot de eindaanslag en klaar.”

Hergebruik
Bij correcte montage kan de dop een druk aan van 10 bar. De bedoeling is om de einddop tijdelijk te laten zitten, bijvoorbeeld een dag en dan te hergebruiken bij andere projecten. “Maar de dop langer laten zitten, is ook geen probleem. Enige punt is dan wel dat het rubber binnenin een dag de tijd nodig heeft om weer zijn oorspronkelijke vorm te krijgen. De Roteal kan tot wel 10 keer worden hergebruikt. Op den duur slijten de nokjes weg en is hij niet meer bruikbaar. De dop draait dan door.

Beprijzing
Hamvraag is natuurlijk wat zo’n herbruikbare einddop kost. “Vergeleken met standaardoplossingen ben je iets duurder uit, maar door het hergebruik verdien je het geld snel terug en bespaar je veel tijd.” Bovendien heeft een monteur geen extra, vaak prijzig gereedschap nodig om montagehandelingen te kunnen plegen, zegt Loorbach.

Doorontwikkeling
De Roteal is nog niet uitontwikkeld. Er liggen al plannen op tafel om ook voor dikwandige – lees half en driekwart duims – leidingen varianten te ontwikkelen. Wanneer die op de markt komen is nog onduidelijk. De huidige serie einddoppen is sinds een jaar verkrijgbaar, de Roteal ligt onder andere in de schappen van Wasco.

Belangstelling
Er is vanuit alle hoeken belangstelling, zegt Loorbach. “In eerste instantie kochten vooral installateurs, die actief waren in de nieuwbouw en renovatie onze einddoppen. Daar komen de laatste tijd steeds meer klus- en bouwbedrijven bij. Dat laatste klinkt misschien vreemd, maar is logisch te verklaren. Met de Roteal kunnen ze namelijk zelf ook eenvoudig het werk doen en hoeven ze er niet meer apart een installateur voor in te schakelen.” 

Conventionele methodes

“Knelfittingen (knelkoppelingen) zijn meestal gemaakt van messing. Wil je (kunststof) waterleidingen afdoppen, dan heb je voor elk type leiding en voor elk merk weer een andere dop en ander gereedschap nodig. Het grootste nadeel van een kneldop is dat je twee van de drie delen van een knelfitting maar één keer gebruikt. Je gooit daardoor veel materiaal weg. Dat is zonde. Bovendien ben je wel even aan het draaien voordat een knelfitting goed vastzit. Dat kost tijd. Persfittingen (perskoppelingen) bevestig je met behulp van een perstang. Deze is zwaar en duur. Ieder merk heeft zijn eigen persfittingen en daar heb je elke keer ook weer ander gereedschap voor nodig. Zo kom je op één dag met een beetje pech bij elke klant een ander merk tegen, waardoor je al die gereedschappen en fittingen de hele dag met je meesjouwt. Bovendien kun je een persfitting maar één keer gebruiken,” aldus Loorbach.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Een optimaal afgiftesysteem

Je kunt de krant niet openen of je ziet wel een bericht over (hybride) warmtepompen. Mensen wordt een beeld geschetst ...

Bouwplaatsen tijdens lockdown vaker doelwit van materiaaldieven

Inbrekers wijken tijdens de lockdown steeds vaker uit naar bouwplaatsen. Ze worden bovendien slimmer en professioneler. Vanwege de minder goede ...

Duurzame begint bij juist gebruik van gereedschap én materialen

Veiligheid en betrouwbaarheid van verwarmingsinstallaties is een steeds terugkerend thema. Het verrichten van onderhoud mét de juiste gereedschappen is daarbij ...

Koffersets voor gereedschap, machines en werkmateriaal

Sortimo lanceert nieuwe koffers voor het transporteren van gereedschap, machines en werkmateriaal. De L-BOXX 102 en L-BOXX 136 hebben een ...

Ventilatie

Gepubliceerd op

ENERGIE-EFFICIENTIE WORDT BELANGRIJKER

Na jaren van corona, waarin de noodzaak om goed te ventileren in de woon-, werk- en leeromgeving duidelijk is geworden, zijn we nu in een tijd beland waarin de nadruk op energie-efficiënt ventileren is komen te liggen. We leven in een turbulentie wereld. Eens te meer is maar weer eens gebleken dat wereldwijde problemen ook ons land in hun greep kunnen krijgen.

In ons vakgebied wordt al jarenlang het belang van goed ventileren en voldoende doorspoelen van ruimtes uitgedragen. In het Bouwbesluit zijn hiervoor de nodige richtlijnen opgenomen. Helaas is dit wel waaraan minimaal moet worden voldaan en in de praktijk laat dit nogal eens te wensen over. In de coronaperiode is dat duidelijk naar voren gekomen. Hoewel het in de eerste 1,5 jaar stevig werd ontkend, kwam daar dan uiteindelijk toch dat tekentje om het raam open te gaan zetten, want ventileren helpt.

Richtlijnen
Als ventilatiesector zijn we blij dat ook de aerogene transmissieroute erkend wordt, alleen blijft de overheid achter. Eigenlijk zouden de richtlijnen moeten worden aangepast. Helaas kan dit tot wel vijf jaar gaan duren. Dan moet het ook nog worden opgenomen in het Bouwbesluit. Pas als dat is gebeurd, wordt het meegenomen in de bestekken. Dus komt het er voor nu op neer om je gezonde verstand te gebruiken.

Energieprijzen
Eind 2021 zijn de energieprijzen gaan stijgen. Eerst omdat de economie aantrok en er dus meer vraag was, maar sinds begin 2022 ook door de oorlog in Oekraïne, waardoor we te maken kregen met een boycot op Russisch gas. De hoge energieprijzen zijn ook in Nederland goed te voelen en zullen ook niet meer zomaar dalen naar het niveau van twee jaar geleden. Het doel wordt dus om verantwoord en zo effi­ciënt mogelijk om te gaan met energie. Eigenlijk had dit al veel eerder moeten gebeuren, maar er is nu een directe incentive, omdat het zo duidelijk voelbaar wordt in onze portemonnee.

Griepvirus
Het advies van ruim een jaar geleden om zoveel mogelijk te ventileren en daarvoor het raam open te zetten in de winterperiode en de verwarming dan maar wat hoger te zetten, zal nu niet meer zo snel worden gegeven. Sterker nog: ramen blijven zoveel mogelijk gesloten om warmte binnen te houden en zo energie te besparen. Dat heeft de nodige negatieve effecten. De huidige variant van corona is weliswaar niet meer zo schadelijk, maar er is wel weer een oude bekende terug; het griepvirus. Twee jaar lang hoorde je er bijna niet over, maar nu is dit virus weer terug van weggeweest. Hoe zou dat toch komen?

Aerosolen
Besmetting door de lucht heet in vaktermen, zoals eerder al vermeld: de aerogene transmissieroute. Hierbij worden besmette zwevende deeltjes, aerosolen, over een langere tijdspanne en afstand verplaatst. Een besmet persoon die aerosolen uitstoot, kan hierdoor dus andere mensen besmetten. Om dit risico te minimaliseren is het van belang goed te ventileren. Ook goede luchtreiniging kan een belangrijke bijdrage leveren. Goede luchtreinigers zijn in staat om ultrafijnstof uit de lucht te halen, de drager van het aerosol en zo virussen te deactiveren.

Onderzoek
Omdat er nog onvoldoende bekend is over deze besmettingsroute, zijn er onderzoekprogramma’s opgestart. Doel is om inzichtelijk te krijgen hoe de besmettingsroutes van verschillende virussen werken, op welke manieren ze zijn te voorkomen en welke rol ventilatie en luchtreiniging hierin kunnen spelen. Het bijzondere aan deze onderzoekprogramma’s is dat er een samenwerking is aangegaan tussen wetenschappelijke instituten en het bedrijfsleven. Ook de overheid doet een duit in het zakje: een instantie als Health~Holland subsidieert het samenwerkingsverband CLAIRE: Clean Air for Everyone onder leiding van de Universiteit Utrecht en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en het samenwerkingsverband MItigation STrategies for Airborne Infection Control (MIST) onder leiding van de Universiteit Twente. De verwachting is dat de eerste resultaten van dit onderzoek over twee jaar beschikbaar zijn en dat ze hun doorwerking zullen hebben in de richtlijnen.

PPM
Nu wordt er al met behulp van CO2-meters gekeken naar de luchtkwaliteit in, bijvoorbeeld, scholen. Dat geeft een goede indicatie. Maar wat zegt deze waarde precies en hoe hoog mag die zijn voordat er meer geventileerd moet worden? Is dat 800 PPM, 1000 PPM, 1200 PPM of nog hoger? Wat zou een combinatie met luchtreiniging, op een juiste manier toegepast, voor implicaties hebben? Zou er dan minder geventileerd kunnen worden en daarmee een hogere CO2-waarde acceptabel zijn? Dit zijn belangrijke vragen. De antwoorden kunnen helpen bij de selectie van de juiste luchtbehandelingsoplossingen.

Conditionering
De antwoorden zijn ook van belang voor een andere taak van het luchtbehandelingssysteem, namelijk het conditioneren van de lucht. We hebben het dan over verwarmen, koelen, bevochtigen en ontvochtiging. Al deze aspecten spelen een rol bij het bewerkstelligen van een comfortabel binnenklimaat.
Energiebesparing
Energetisch gezien zijn er forse besparingen te realiseren. Voor ventileren worden er daarvoor warmteterugwinsystemen gebruikt, waarbij de aangezogen verse lucht wordt opgewarmd door de af te voeren vervuilde lucht, zonder dat deze luchtstromen met elkaar in contact komen. Voor het verwarmen en koelen van de lucht kan er gebruik gemaakt worden van warmtepompen. Idealiter is de energie afkomstig van duurzame bronnen als PV-panelen of een WKO-opslag. Door het klimatiseringssysteem te voorzien van een regeling en die goed in te regelen kan er vraaggestuurd, energie-efficiënt, geklimatiseerd worden.

Stappen
Er vindt nu dus volop onderzoek plaats naar het belang van ventilatie en luchtreiniging. De uitkomsten zijn nog onbekend, maar dat hoeft ons niet te verhinderen alvast stappen te zetten om op een energie-efficiënte wijze een gezond binnenklimaat te realiseren. Waar hebben we het dan over?

1. Zorg dat ventilatiesystemen van opdrachtgevers goed onderhouden worden. Controleer de filters en vervang deze minimaal één keer per jaar of vaker indien de vervuiling groter is en er hierdoor een hogere drukval en meer energiegebruik, over het filter is.
2. Zorgt dat het ventilatiesysteem draait wanneer het nodig is. Vraaggestuurd ventileren is vaak in te stellen op basis van de bezetting, openingstijden of door middel van een CO2-meting.
3. Indien het ventilatiesysteem een andere regeling heeft dan het verwarmingssysteem, zorg dan dat ze op elkaar zijn afgestemd wat betreft de temperatuurinstelling en de bedrijfstijd. Anders wordt er onnodig veel energie gebruikt.
4. Mocht er gesleuteld worden aan de instellingen voor de bedrijfstijden en temperatuur, wees dan alert op het feit dat het gebouw ook wordt gebruikt als buffer en dus op temperatuur dient te blijven 

Auteur: Marius Klerk is als technisch commercieel directeur werkzaam voor Lucam, leverancier van klimatiseringssystemen. Daarnaast is hij projectlid van schoolvent (voor een gezonde leeromgeving) en iventionair (voor een gezonde sportomgeving)

Claire

Het samenwerkingsverband heet CLAIRE: Clean Air for Everyone. De Universiteit Utrecht coördineert de samenwerking, waarvoor 2,8 miljoen euro beschikbaar is gesteld door Health~Holland. In het consortium nemen naast de vier kennisinstellingen zestien bedrijven en andere organisaties deel: PlasmaMade, Dolphin Air, Euromate, Noa Air, Ultrasun, Wolf, Konvektco (Jaga), AL-KO, Fellowes, TROX, Dehaco, Trotec, Vereniging Binnenklimaat Nederland, Habion, Actiz en Stichting Binnenklimaattechniek. Hoogleraar Lidwien Smit coördineert het samenwerkingsverband namens de Universiteit Utrecht. Ondanks dat de coronapandemie op dit moment lijkt af te nemen, ziet Smit de relevantie van het onderzoek voor de samenleving, vertelt ze op de website van de UU. “Meer kennis over effectieve luchtreiniging is niet alleen van groot belang voor de verspreiding van SARS-CoV-2 en andere virussen, maar ook voor de voorbereiding op toekomstige pandemieën en voor de verbetering van het binnenklimaat in het algemeen. Het onderzoek vindt plaats op basisscholen en in verpleeghuizen”, vertelt Smit. “Naast de bouwkundige, technologische en virologische aspecten, onderzoeken we ook of de systemen acceptabel en bruikbaar zijn voor gebruikers. We leveren een wetenschappelijke basis om ventilatiesystemen en luchtreinigingsapparatuur te evalueren.” De wetenschappers onderzoeken de prestaties van luchtreinigers en ventilatiesystemen terwijl ze aerosolen en SARS-CoV-2 virus en andere micro-organismen in de lucht meten. Ook richten de onderzoekers zich op recente ontwikkelingen rond mobiele luchtreinigingsapparaten, waarvoor ze nieuwe evaluatie- en validatiemethoden ontwikkelen.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Out of the (ventilatie)box

De Trias Energetica klinkt als een samensmelting van vraag, verbruik en een duurzame invulling van de energiebehoefte. Een totaalvisie dus ...

Inzicht in COVID, aerosolen en ventilatie

Maandag 23 mei 2022 geeft professor Lidia Morawska een keynote lezing over binnenlucht en infectieziekte-overdracht tijdens CLIMA 2022 in Ahoy ...

Ventilatie nieuwe stijl

Heb je je wel eens afgevraagd waarom we een appartementengebouw van een totaal ander ventilatiesysteem voorzien dan een kantoorgebouw met ...

Ventilatiefouten

We zien tegenwoordig de meest ingewikkelde installaties ontwikkeld worden om de duurzaamheidsvraag te beantwoorden. Een perfecte ventilatie in de woning ...

The Green Village

Gepubliceerd op

PROEFTUIN VOOR INSTALLATIETECHNIEK

In The Green Village wordt de techniek van morgen getest. Het openlucht-laboratorium op de TU Delft Campus bestaat sinds 2017 en is een doorslaand succes. In de loop der jaren zijn er ruim honderd innovaties getest, waaronder een significant aantal op het gebied van installatietechniek. IZ ging op bezoek en sprak met Pieter van Schaik, Projectmanager duurzaam bouwen & renoveren.

Op het terrein van The Green Village staan verschillende panden, waarin nieuwe technieken worden uitgetest. Dat gebeurt op initiatief van uiteenlopende partijen. Van bij wijze van spreken fabrikanten, tot kennisinstellingen en start-ups die voortgekomen zijn uit de TU Delft.

Circulariteit
Op dit moment is onder andere circulariteit een belangrijk thema. Maar waar in bouwkundige concepten al forse stappen worden gezet, blijft de installatietechniek wat achter. Daar zijn verschillende oorzaken voor aan te wijzen. Betrokken partijen worstelen soms met de materialisatie, zeker als ze ook nog biobased varianten willen gebruiken. Daarnaast kunnen demontabiliteit, ruimtebeslag en firmware of software updates een belemmering vormen, licht Van Schaik toe.

Elektrische cv-ketel
Een ander thema is verduurzaming van bestaande gebouwen. Daarbij is natuurlijk volop aandacht voor all-electric concepten. Zo test Heatleap op dit moment de iCV in een proefwoning in The Green Village. Met deze elektrische cv-ketel kunnen bestaande woningen eenvoudig de overstap maken van stoken op aardgas naar 100% elektrisch verwarmen. De iCV levert ook warm water. Het systeem bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder een elektrische infrarood cv-ketel, PV-panelen en een zonneboiler die tot 50% hernieuwbare elektriciteit en warmte leveren. De overige helft kan worden voorzien door klimaatneutrale energie van de leverancier. Opslag van warmte gebeurt in de warmteboiler.

Installatie
De iCV kan zonder bouwkundige aanpassingen in een dag tijd worden geïnstalleerd in een bestaande woning. De installatie komt op de plaats van de aardgasgestookte cv-ketel, er is enkel een drie-fase aansluiting nodig. PV-panelen en zonnecollector komen op het dak en er wordt gebruik gemaakt van het warmte-afgiftesysteem van de woning. Het grote voordeel van het systeem is het ontbreken van bewegende delen, waardoor het onderhoudsarm is. In vergelijking met een lucht-water warmtepomp is het bijkomende voordeel dat er geen buiten-unit is en dat het geen geluidsoverlast oplevert.

Peak-shaving
Een interessante mogelijkheid van het systeem is het dempen van piekbelasting op het elektriciteitsnet door de vraag van stroom uit te stellen of juist naar voren te trekken. Voor de voorziene piekbelasting kan de woning al worden voorverwarmd en tijdens de piekbelasting kan de opgeslagen warmte uit de zonneboiler aangesproken worden. Met deze smart-grid aansluiting kan optimaal gebruik gemaakt worden van schone energie en kan worden bespaard op de elektriciteitsrekening.

Nieuwe warmtepomp
Een andere interessante innovatie die wordt getest is de Tarnoc-turbineketel, een nieuw soort warmtepomp gebaseerd op de techniek die wordt gebruikt voor de airconditioning in vliegtuigen en bij het vloeibaar maken van aardgas. Wanneer je dit proces omdraait, kun je warmte maken.

Koudemiddel
Een groot verschil met reguliere warmtepompen is dat de turbineketel van Tarnoc geen fluorhoudend koudemiddel rondpompt, maar pure buitenlucht. Met de buitenlucht als 100% natuurlijk koudemiddel wordt warmte uit de lucht gehaald via een compressor en tot 80 graden afgegeven aan het bestaande verwarmingssysteem. Met een COP van 2 (bij -10°C) is de turbineketel een mogelijke een-op-een vervanger van de cv-ketel.

Bestaande woningen
De volledig elektrische turbineketel heeft geen buitenunit. Met deze oplossing is het mogelijk om bestaande woningen energiezuiniger en aardgasvrij maken zonder ingrijpende aanpassingen te hoeven doen. Zelfs als deze woningen beperkt geïsoleerd zijn.

Andere trends
Tijdens de rondgang over het terrein van The Green Village vertelt Van Schaik over andere belangrijke ontwikkelingen, zoals de toenemende systeemintegratie, prefabricage en de strengere geluidsnormen. Vooral warmtepompen krijgen hier nu volop mee te maken. Hoewel het soms lijkt alsof de meeste ontwikkelingen in de klimatisering plaatsvinden, staat ook de sanitairwereld niet stil, verduidelijkt Van Schaik.

Regenwater toilet
Zo wordt in één van de bewoonde huizen het regenwatertoilet getest van uitvinder Pim Wijnakker. Het is een eenvoudig systeem, waarbij een extra stortbak aan het plafond van het toilet of de badkamer wordt bevestigd. Dit kun je helemaal wegwerken met een verlaagd stukje plafond. Hier wordt het regenwater via de regenpijp in opgevangen. Het toilet wordt eerst met dit water doorgespoeld en als deze stortbak leeg is, schakelt dit systeem zonder elektra automatisch over op drinkwater. Het is mogelijk om meerdere regenwaterreservoirs als legoblokken aan elkaar te bevestigen en zo nog meer regenwater op te vangen. In een interview met Dunea vertelde Wijnakker vorig jaar al waarom zo’n testperiode in The Green Village zinvol is. “In principe is het product vrijwel af maar we gebruiken deze periode in The Green Village om het nog verder te verbeteren. Zo ontdekten we een vervelend druppelend geluid wanneer de stortbak met regenwater leeg was. Ook zijn we aan het kijken hoe we met behulp van filters de gelige kleur van het regenwater uit het water kunnen krijgen”, aldus Wijnakker.

2023
Het voert te ver om alle innovaties die worden getest te belichten, vandaar dat we er maar drie uitgeplukt hebben. Ook dit jaar gaan weer interessante trajecten van start. Zo worden onder andere diverse energiebuffers getest en op verschillende manieren gekeken hoe we op een simpele en betaalbare manier gevels kunnen vergroenen om hittestress te voorkomen. Voor alle duidelijkheid: in The Green Village vindt niet het hele testtraject van een nieuw product plaats. Het gaat om de fasen 4-6 van de internationale Technology Readiness Level standaard. Pas in fase 9 wordt een nieuwe oplossing daadwerkelijk op de markt gebracht

Meer weten?
Surf naar www.thegreenvillage.org

Openlucht-laboratorium

Onderzoekers, studenten, start-ups, ondernemers en overheden werken op The Green Village elke dag aan de innovatieopgaven van vandaag en morgen. De focus ligt hierbij op drie thema’s: Duurzaam bouwen en renoveren, Toekomstig energiesysteem en Klimaatadaptieve stad. Op The Green Village onderzoeken, experimenteren, valideren en demonstreren kennis- en onderwijsinstellingen, ondernemingen, overheden én burgers hun duurzame innovaties. Op elk thema kunnen er innovaties getest worden op de bestaande state-of-the-art infrastructuur. The Green Village beschikt onder andere over bewoonde rijtjeshuizen, kantoorgebouwen, straten en een waterstof-, gelijkspanning- en warmtenet. Eindgebruikers en bewoners houden je scherp en zorgen dat je na een testperiode op The Green Village echt klaar bent om de stap te zetten naar implementatie en opschaling. The Green Village is ook de ontmoetingsplek waar alle stakeholders bij elkaar komen om kennis te brengen, te halen en uit te wisselen.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Minister De Jonge opent BouwBeurs 2023

Vanmorgen heeft minister Hugo de Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening BouwBeurs 2023, het grootste bouwevent van Nederland, officieel geopend ...

Energietransitie centraal op BouwBeurs 2023

Van maandag 6 tot en met vrijdag 10 februari vindt BouwBeurs 2023 in Koninklijke Jaarbeurs plaats. Centraal staat de transitie ...

Strengere handhaving op apparatuur met F-gassen

Apparaten zoals airco’s, industriële koelinstallaties en warmtepompen worden doorgaans gekoeld met schadelijke koudemiddelen (F-gassen). In de praktijk blijkt dat deze ...

Subsidie voor de F-Gassen opleiding

Voor de opleiding F-Gassen Categorie 2/warmtepompen geldt bij WasCollege vanaf het nieuwe jaar een subsidieregeling van 1.000,- euro. Het gaat ...

Richtingaanwijzers

Gepubliceerd op

TRENDS IN DE KOELTECHNIEK

Beurzen zijn richtingaanwijzers. Ze geven een goede indruk van het innovatieniveau, de trends en de marktpositie van de sector. De meest belangrijke beurs voor de koeltechniek is ongetwijfeld de Chillventa. Tijdens de afgelopen editie was het duidelijk dat de sector voor belangrijke keuzes staat. Hoe nu verder?

IZ sprak met de beursorganisatie, Lisa Egberts van exposant Fieldpiece Instruments en de gelouterde HVAC-expert Andrew Gaved uit Groot-Brittannië.

Chillventa
Afgelopen najaar vond wederom de Chillventa plaats in Neurenberg. Deze beurs richt zich vooral op de koude-, klimaattechniek en warmtepompen geeft altijd goed beeld van de trends en innovaties in het vakgebied. De beursorganisatie blikte tevreden terug op de laatste editie, blijkt uit de persberichten en kort interview met de beursorganisatie.

Cijfers
De tweejaarlijkse Chillventa kon voor het eerst in 4 jaar weer plaatsvinden. De 2022 editie Chillventa trok ruim 30.000 bezoekers die het aanbod van 844 exposanten bekeken en onderzochten. In 2018 lagen deze cijfers weliswaar iets hoger (35.490 bezoekers en 1.019 exposanten), maar externe factoren zoals de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne kunnen natuurlijk niet buiten beschouwing worden gelaten, aldus de beursorganisatie.

Sentiment
Dat laat niet onverlet dat het algemene sentiment positief was. Volgens de organisatie was de branche na de jarenlange pandemie opgetogen weer face-to-face contact te hebben op een beursvloer. Bovendien bleek uit een onderzoek van de beursorganisatie dat zowel de exposanten als bezoekers erg enthousiast waren over de beurs. Meer dan 90% van de exposanten noemde de beurs een succes. 95 procent was in staat om nieuwe contacten te leggen en verwacht zakelijk profijt van het evenement te hebben.

Bezoekers
Ook de bezoekers waren in hun nopjes met de beurs. Negen van de tien bezoekers heeft aangegeven tevreden te zijn over het aanbod van producten en diensten op de beursvloer. Bovendien waren de bezoekers van een ‘hoge kwaliteit’, volgens de beursorganisatie: 81 procent ervan was direct betrokken bij inkoop en inkoopbeslissingen.

Exposant
Rond de 850 Nederlandse bezoekers bezochten de beurs. Zij konden onder andere de nieuwe oplossingen bekijken van 19 Nederlandse bedrijven. Lisa Egberts stond er in 2022 voor de eerste keer namens Fieldpiece Instruments, een specialist op het gebied van gereedschappen voor de koude- en koeltechniek. “Wij kijken met een tevreden gevoel terug op onze deelname”, vertelt ze. “Het liep goed door bij onze stand. Er kwamen onder andere distributeurs en eindklanten, zoals installateurs langs.”

Fysieke beurs
De beurs leverde dan ook veel leads op, vertelt Egberts. Zelfs in deze tijd waarin E-commerce onstuimig doorgroeit, blijven fysieke beurzen belangrijk, beklemtoont de Marketing Manager. “Voor onszelf om meer naamsbekendheid te verwerven en face-to-face contact te hebben met klanten. Bovendien is het erg prettig dat klanten allemaal naar jou toe komen.” Maar ook de installateur heeft baat bij een beurs als de Chillventa. “Je merkt dat ze het op prijs stellen om de producten echt te kunnen zien en aan te raken. Ook hebben ze de mogelijkheid om direct vragen te stellen en antwoorden te krijgen.”

Trends
De belangrijkste trend was toch wel de groeiende aandacht voor warmtepompen, vond Egberts. Andrew Gaved beaamt haar constatering, maar signaleerde ook andere belangrijke ontwikkelingen. Gaved is een bekende HVACR-expert in Groot-Brittannië, die onder andere werkzaam is als Hoofdredacteur van H&V News and RAC Magazine.

F-gassenverordening
Hij wijst onder andere op de komende update van de F-gassenverordening, ook wel bekend als de ‘Herziening van de EU-regels (2015-20)’ van de Europese Commissie. Deze update bevat verschillende voorstellen om gefluoreerde broeikasgassen in warmtepompen dit decennium te verbieden en ligt nu ter consultatie bij het Europees Parlement en de Raad van Ministers van de Europese Unie.

Voorbeelden
De verordening bevat een uitgebreid pakket aan maatregelen. Om maar een voorbeeld te noemen: Zo zouden vanaf 1 januari 2025 stekkerklare airco- en warmtepompapparatuur met gefluoreerde broeikasgassen en een global warming potential (GWP) boven de 150, en stationaire single-split airco- en warmtepompapparatuur met minder dan 3 kilogram gefluoreerd broeikasgassen en een GWP van meer dan 750, worden verboden.

Natuurlijke koudemiddelen
Volgens Gaved voelen fabrikanten zich flink onder druk gezet en zien zij het als een uitdaging om op een duurzame wijze invulling te gaan geven aan deze verordening. In de praktijk kan het onder andere leiden tot een massale overstap op propaan voor kleine AC-systemen. Vandaar ook dat tijdens de Chillventa van menig fabrikant nieuwe modellen te zien zijn die met dit natuurlijke koudemiddel zijn uitgerust of in ontwikkeling zijn. Gaved: “Maar daarnaast waren er ook partijen, zoals Carrier, die CO2 voor luchtgekoelde chillers en warmtepompen met ammoniak als koudemiddel promoten.”

Chemische koudemiddelen
Betekent dat een exit voor de HFO’s? Nee, zegt Gaved. Fabrikanten proberen de GWP-waardes van HFO’s omlaag te krijgen. Onder andere Koura, Chemours en Honeywell lieten tijdens de Chillventa zien hiermee bezig te zijn. Op dit moment verdwijnt R410A steeds meer van het toneel, domineert R32, maar fabrikanten innoveren ook met oplossingen die nieuwe koudemiddelen zoals R471A en R1234ze bevatten.

Energieprijzen
Een andere belangrijke trend, aldus Gaved, is de groeiende aandacht voor energie-efficiency. Niet verwonderlijk in deze tijd, waarin de energieprijzen zo volatiel zijn. In de praktijk blijken de beste resultaten te worden behaald door een samenspel van mechanische en digitale innovaties. Ontwerp bijvoorbeeld een betere compressor en verzamel tegelijkertijd in real-time data over de prestaties en je kan voortdurend blijven finetunen.

Predictive Maintenance
Bovendien maken remote monitoring en data-collecting het mogelijk om Predictive Maintenance uit te voeren. Daardoor wordt het onderhoud en beheer eenvoudiger en efficiënter.

Vakmanschap
De laatste trend die Gaved aanstipt is vakmanschap. In veel landen, inclusief Nederland, is vakmanschap een bottleneck. Er moet voortdurend geïnvesteerd worden in de aanwas van nieuw personeel en training om de duurzaamheidstransitie vlot te laten verlopen.

Conclusie
De afgelopen editie van de Chillventa goed liet zien dat de herziening van de F-gassenverordening, vraag naar energie-efficiënte oplossingen en het juiste personeel de komende jaren hun stempel gaan drukken op de sector. Aan ons als branche de taak om hier op een goede wijze invulling aan te geven

Diversificatie

In Duitsland liggen de ambities hoog. Anno 2030 moeten er 6 miljoen warmtepompen zijn bijgekomen, vertelt de beursorganisatie. Niet alleen om te verwarmen, maar ook om te koelen. Door de klimaatveranderingen zal de vraag naar koeling fors toenemen. De vraag is echter waar die warmtepompen de komende tijd vandaan moeten komen. In de nasleep van de pandemie, de oorlog in Oekraïne is de internationale handelsketen verstoord geraakt. Fabrikanten en leveranciers zijn zich aan het heroriënteren. Het is verleidelijk om de productie weer terug te brengen naar de eigen contreien. Bovendien is het verstandig om meer diversificatie aan te brengen in het aanbod van toeleveranciers.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Minister De Jonge opent BouwBeurs 2023

Vanmorgen heeft minister Hugo de Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening BouwBeurs 2023, het grootste bouwevent van Nederland, officieel geopend ...

Energietransitie centraal op BouwBeurs 2023

Van maandag 6 tot en met vrijdag 10 februari vindt BouwBeurs 2023 in Koninklijke Jaarbeurs plaats. Centraal staat de transitie ...

Strengere handhaving op apparatuur met F-gassen

Apparaten zoals airco’s, industriële koelinstallaties en warmtepompen worden doorgaans gekoeld met schadelijke koudemiddelen (F-gassen). In de praktijk blijkt dat deze ...

Subsidie voor de F-Gassen opleiding

Voor de opleiding F-Gassen Categorie 2/warmtepompen geldt bij WasCollege vanaf het nieuwe jaar een subsidieregeling van 1.000,- euro. Het gaat ...

Verwarmen

Gepubliceerd op

VAN HYBRIDISERING TOT INDIVIDUALISERING

De verwarmingsmarkt is in beweging. Door de pandemie en verduurzamingseisen groeit het repertoire aan oplossingen, zowel om warmte op te wekken als voor de afgifte. IZ sprak met twee leveranciers over vloer- en wandverwarming, LT-radiatoren en infraroodpanelen.

Zowel Bas Spekreijse van Etherma als Arjan Dorrestijn van Rehau merkt dat de warmtepomp rap aan populariteit wint. “Eigenlijk is het in de nieuwbouw de standaardoplossing aan het worden.” Ook in de renovatiemarkt maakt de warmtepomp slagen, blijkt wel uit het verhaal van beide experts. Zeker in de hybride uitvoering.

Hybridisering
Die hybridisering uit zich ook op andere vlakken. Zo ziet Spekreijse meer installatieconcepten verschijnen waarin warmtepompen worden gecombineerd met PVT-panelen. Maar de grootste trendverschuivingen lijken zich wel voor te doen bij de afgiftesystemen.

Integratie
Waar vroeger radiatoren of vloerverwarming de dienst uitmaakten thuis, verschijnen nu vaker geïntegreerde concepten. Onder andere vanwege de stijgende energieprijzen en de veranderende, lees hogere, eisen die men stelt aan het binnenklimaat.

Variatie
Over het algemeen kiezen bewoners vooral voor vloerverwarmingsoplossingen beneden, vertellen zowel Spekreijse als Dorrestijn. Boven is meer variatie te bespeuren. Over de gehele line verschijnen nu installatieconcepten waarin een rol is weggelegd voor LT-radiatoren, infraroodpanelen, PCM’s, Aircosystemen of wandverwarming.

“Knuffelmuren”
Zo is wandverwarming interessant voor ruimtes, met voldoende muuroppervlakte, vertelt Dorrestijn. “In de praktijk dus vooral boven, beneden heeft men al snel wanddecoratie of meubelstukken die de afgifte kunnen hinderen.” Er is een uitzondering. In het luxere segment van de woningbouw verschijnen nu vaker kachels die lemen muren verwarmen op de begane grond. “Ze worden ook wel ‘knuffelmuren’ genoemd”, zegt Dorrestijn lachend.

PCM
Installatieconcepten met warmtepompen, vloerverwarming en PCM’s zijn vooral aantrekkelijk als de woning weinig thermische massa heeft. “In dat geval fungeren de PCM- bufferpanelen als een accu die overdag de overtollige warmte uit de ruimte opslaat en in de avond weer afgeeft. Hiermee verhoog je het comfort met een stabielere ruimtetemperatuur gecombineerd met een lager energiegebruik”, verduidelijkt Dorrestijn.

LT-radiatoren
Ook LT-radiatoren lijken vooral boven te worden toegepast. Ze zorgen voor snelle verwarming van weinig gebruikte ruimtes, zoals de slaapkamer. Met name de varianten met ventilatoren winnen aan populariteit in de renovatiemarkt, heeft Dorrestijn gemerkt.

Infrarood
Afgelopen najaar verscheen het Kleintje Infraroodverwarming van ISSO. De timing was uitstekend. Infraroodpanelen zijn duidelijk bezig met een opmars. Zo is het een aantrekkelijke oplossing voor badkamers, waar vaak te weinig vloeroppervlak is om een vloerverwarmingssysteem naar behoren te laten functioneren, vertelt Spekreijse.

Hoofdverwarming
Maar infraroodverwarming kan ook als hoofdverwarming fungeren, zeker in moderne, duurzame woningen met een hoge isolatie. Dat geldt ook voor andere marktsegmenten overigens, zoals bedrijfshallen waar alleen specifieke locaties verwarmd hoeven te worden. Of, in minder gebruikte woningen, zoals we ze kennen uit recreatieparken.

Regelgeving
Hoewel de consument meer warm lijkt te lopen voor infraroodverwarming, kijkt de installateur nog de kat uit de boom. Dat heeft alles te maken met regelgeving, zegt Spekreijse, die duwt ons als het ware meer richting warmtepompen, zowel in hybride als all-electric uitvoeringen. “De BENG regelgeving dwingt huiseigenaren om warmtepompen te laten installeren, maar gaat daarbij voorbij aan de beperkingen en nadelen van deze oplossing. Zoals ontsierende en lawaaierige buitenunits, storingsgevoeligheid, allerlei onderhoudskosten én de noodzaak om gespecialiseerde installateurs beschikbaar te hebben. Al deze zaken hebben implicaties voor de betaalbaarheid van de energietransitie. Met name in kleinere, goed geïsoleerde woningen, met een minimale warmtevraag, schiet de regelgeving volledig zijn doel voorbij. De betaalbaarheid van woningen in deze grote doelgroep komt hiermee in gevaar. In dergelijke woningen kan infraroodverwarming een hele betaalbare oplossing zijn, met een lage CO2 footprint.”

Bureauverwarming
Zelf bracht Etherma afgelopen jaar het Lava Desk 2.0 Bureauverwarming systeem op de markt (zie kadertekst). In feite een infraroodpaneel waarmee je een bureau verwarmt. Dit nieuwe product past goed binnen een trend die we over de hele breedte bespeuren in de klimatisering: een stijgende vraag naar persoonlijke oplossingen.

Persoonlijke klimatisering
“Persoonlijke klimatisering is in opmars”, vertelt Spekreijse. Het heeft te maken met een andere grote trend in onze maatschappij: individualisering. “De consument wil zelf zijn ventilatie, koeling, verwarming en verlichting kunnen regelen. En dat is ergens ook wel logisch. In een kantoortuin met een één klimatiseringsoplossing heb je altijd mensen die het te warm vinden of te koud, meer ventilatie willen of juist minder…”

Naregelen
Met persoonlijke klimatiseringsoplossingen kunnen gebruikers de temperatuur, ventilatie en verlichting naregelen en laten aansluiten op hun persoonlijke wensen. Het is ook vanwege andere redenen een zinvolle toepassing. “Denk bijvoorbeeld aan plekken die moeilijk te verwarmen zijn met een reguliere oplossing, zoals een receptie in een grote ontvangsthal.” Bijkomend voordeel is dat er energie bespaard kan worden. Als de infraroodpanelen de receptioniste warm houden, kan de basisverwarming wel een graadje lager.

Levensduur
Over het algemeen zijn infraroodpanelen vrij eenvoudig aan te brengen en onderhoudsvrij. In het LAVA-concept hebben ze zeker een levensduur van 15 jaar. Kortom, het overwegen waard, zegt Spekreijse.

Vloerverwarming
Maar hoe je het ook wendt of keert, vloerverwarming domineert de verwarmingsmarkt. En dat zal ook zo blijven, denkt Dorrestijn van Rehau. De TOjuli eis, die ongewenste opwarming van woningen moet tegengaan, stimuleert fabrikanten om door te innoveren. Zo ziet Dorrestijn dat men bewust voor de legafstand van 10 cm kiest ter verbetering van de koelprestatie. Daardoor neemt het rendement en de regelbaarheid toe. “En dat kan consumenten weer over de streep trekken om ook boven vloerverwarming te leggen.”

Innovatie
Rehau lanceerde zelf vorig jaar nog het Complheat systeem. Een droogbouwsysteem met een Brio-dekvloer. De Brio23 is een massieve gipsvezelplaat, geproduceerd volgens een speciaal productieproces met gips en versterkende vezels. Dit maakt het mogelijk om het leidingwerk voor vloerverwarming direct in de plaat te frezen zonder een verlies van stabiliteit. Dankzij de vloerverwarmingsbuis van slechts 14 mm en met een dunnere wanddikte van slechts 1,5mm behaalt het systeem nog betere thermische prestaties.
Complheat is compact en heeft een opbouwhoogte van slechts 23 mm. Daardoor heeft het systeem al zijn weg gevonden in de renovatiemarkt en wordt het zowel beneden als boven toegepast, vertelt Dorrestijn.

Toekomst
Hoe ziet de toekomst eruit? Dorre­steijn is duidelijk: de opmars van watergedragen vloerverwarmingssystemen gecombineerd met warmtepompen zal doorzetten. Qua COP scoren ze goed, zegt hij. Alhoewel LT-radiatoren in de bestaande bouw wel iets van het marktaandeel kunnen afsnoepen. Verder voorziet hij een toenemende integratie met PV-panelen en op termijn ook accu’s. “Zeker nu teruglevering aan het net financieel gezien steeds minder interessant wordt.”

Energieprijzen
Volgens Spekreijse zullen de hoge energieprijzen een grote stempel drukken op toekomstige ontwikkelingen. “Met de huidige tarieven wordt het financieel gezien aantrekkelijker om elektrisch te gaan verwarmen dan met gas. Dat effect wordt nog sterker als we verder in de toekomst gaan kijken, want ik verwacht dat dat de stroomprijzen eerder zullen normaliseren dan de gasprijzen.” Dat kan een impuls geven aan de infraroodmarkt, maar ook aan een bredere acceptatie van warmtepompoplossingen. “Zeker als er meer monoblocksystemen op de markt verschijnen, die ruimtebesparend zijn en eenvoudiger te installeren.” 

 

Het Lava Desk 2.0 Bureauverwarming zorgt voor de nodige warmte bij bureaus. Door de eenvoudige montage kan de infraroodverwarming probleemloos gemonteerd worden onder een tafel-/bureaublad of zelfs aan de achterwand van het bureau, voor precies de gewenste warmteafgifte. Met een hoogte van slechts 15 mm is deze verwarming onder de tafel nagenoeg onzichtbaar en neemt ze geen ruimte in beslag. Door gebruik te maken van de dimmer/timer-uitvoering zal de Lava Desk nog efficiënter ingezet kunnen worden.

Nominale spanning: 230 V
Vermogen: 80 W
Oppervlaktetemperatuur: maximaal 70°C
Oppervlak: glad oppervlak
Corpus: stalen behuizing wit, RAL 9016
Apparaatdiepte: 15 mm
Beschermingsgraad: IP 21
Stekkerkabel: 2 m inclusief aan-/uitschakelaar
Garantie: 5 jaar
Systeemopbouw: CE-conform

Kleintje Infraroodpanelen

Afgelopen najaar verscheen het nieuwe ‘ISSO Kleintje Infraroodpanelen, elektrische stralingsverwarming’. Dit ISSO Kleintje geeft onder andere handvatten voor het kiezen van de juiste plek en het installeren van de IR-panelen. Aan bod in deze publicatie komen onderwerpen als goed dimensioneren, de optimale regeling, de comfortbeleving van elektrische infraroodverwarming en vooral hoe en wanneer je deze toepast. De wettelijke eisen die gelden voor verwarming met IR-panelen worden ook besproken. Wie elektrische infraroodpanelen als verwarmingssysteem voor ruimten toepast, krijgt wel te maken met speciale randvoorwaarden. Zo is minimaal een goede kierdichting en na-isolatie bij renovatietoepassingen nodig. Dit ISSO Kleintje behandelt de toepassing van elektrische IR-panelen in woningen, kantoren en vergelijkbare situaties. De kennis is niet bedoeld voor industriële toepassingen. Ook hoge temperatuurstralers, zoals terrasverwarmers, vallen buiten de scope van deze uitgave. Het Kleintje is beschikbaar via https://open.isso.nl.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Historisch verwarmen

Door de klimaatcrisis en coronapandemie staan verduurzaming en ventilatie van gebouwen volop in de belangstelling. Tegelijkertijd is het opmerkelijk hoe ...

Voorbereid op verwarmen met waterstof

De Vaillant ecoTEC plus is nu geschikt voor bijmenging van 20 procent waterstof aan het aardgas. De cv-ketel is getest ...

Verwarmen én niet-condenserend koelen

Jaga introduceert een vrijstaande radiator die kan verwarmen en niet-condenserend kan koelen. De radiator is geschikt voor plaatsing bij grote ...

Ventileren, koelen en verwarmen van scholen

Ned Air introduceert de EduComfort 1000, een nieuwe decentrale schoolventilatie-unit met warmteterugwinning die bovendien kan koelen én verwarmen. Met de ...

Energieprijzen

Gepubliceerd op

In dit artikel legt Ron Bosch, adviseur en HBO-hoofddocent Installatietechniek uit waarom de huidige energieprijzen medebepalend zijn bij de keuze voor verwarmingsoplossingen. Daarbij gaat hij uitgebreid in op het verschil tussen COP en SCOP.

Veel mensen menen dat de huidige energieprijzen ongunstig uitpakken voor warmtepompen. Maar is dat wel zo? We nemen al zoveel aan in ons land, zeker als we kijken naar de huidige op hol geslagen energiemarkt. Laten we eens een kijkje nemen in de wazige wereld van energie, warmtepompen en gasgestookte systemen.

Warmtepomp
Een warmtepomp kan beschikbare warmte uit de omgeving van een lage temperatuur opvoeren tot de gewenste hogere temperatuur. De warmtepomp kan de warmte gebruiken uit bijvoorbeeld de bodem, grondwater, oppervlaktewater, afvalwater, ventilatielucht en uit de buitenlucht. Een warmtepompinstallatieconcept bestaat uit een warmtebron, de pomp en het warmteafgiftesysteem. De warmtepomp zelf bestaat uit een compressor, condensor, expansieventiel en een verdamper.

Werking
In dit gesloten systeem circuleert een koelvloeistof. Deze vloeistof onttrekt warmte aan de bodem of luchtwarmtewisselaar en wordt dampvormig. De damp wordt vervolgens door een compressor samengeperst, waarbij de druk stijgt. Dat geldt ook voor de temperatuur. De warmte wordt als de damp condenseert afgegeven aan de boiler of het verwarmingssysteem. Bij het expansieventiel wordt de koelvloeistof in druk en in temperatuur verlaagd, waarna de warmtepompcyclus opnieuw begint.

Bron
Zo onttrekt de lucht/water warmtepomp gratis omgevingsenergie aan de buitenlucht om verwarmingswater te verwarmen. De warmtepomp verwarmt het water tot ca 55°C.
Met andere woorden: de warmtepomp zet laagwaardige warmte om in hoogwaardige warmte voor ruimteverwarming en de productie van warm tapwater.

Gas- en energieprijzen
Tot zover de werking van de warmtepomp, maar hoe zit het nu precies met het rendement en de stijgende gas- en energieprijzen? Dan moeten we eerst terug naar de eenheden m3 gas en kWh. Een m3 Nederlands aardgas kent een energie-inhoud van 35,17 MJ. 1 kWh komt overeen met 3,6 MJ. We kunnen dus stellen dat 1 m3 aardgas overeenkomt met ongeveer 10 kWh.

COP en SCOP
Voorheen werd het rendement van een elektrische warmtepomp uitgedrukt in Coëfficiënt Of Performance, ofwel COP. Dat is de geleverde nuttige warmte gedeeld door de toegevoerde elektrische energie. In het rekenvoorbeeld verderop in dit artikel bedraagt de COP 4,0 wat gezien kan worden als een ‘rendement’ van 400%.

Kanttekening
In de praktijk echter blijkt dat de COP van een warmtepomp erg afhankelijk is van de temperatuur van de omgevingswarmte (waaruit energie wordt onttrokken) en de temperatuur van de nuttige warmte (die dus wordt afgestaan). Zo zal een water-/water warmtepomp, die bijvoorbeeld zijn energie onttrekt uit een grondwaterbron, te maken krijgen met een vrij constante omgevingstemperatuur van 10°C. Maar een lucht-/water warmtepomp, die zijn energie onttrekt aan de buitenlucht, gebruikt voornamelijk omgevingswarmte van -10°C tot aan 16°C. De COP-waarde van dergelijk systemen wordt (volgens de EN14511) weergegeven bij een buitentemperatuur van +7°C. Het moge duidelijk zijn dat deze waarde niets zegt over de werkelijk te verwachten rendementen.

SCOP
Om deze reden is de SCOP (Seasonal Coëfficiënt Of Performance) in het leven geroepen (EN14825). Hierin worden verschillende COP-waarden gemeten bij verschillende buitentemperaturen (-7°C , +2°C , +7°C en +12°C ) en wordt een gewogen gemiddelde berekend, waarbij rekening wordt gehouden hoeveel uren per jaar (gemiddeld) deze buitentemperaturen voorkomen. Deze SCOP-waarden geven uiteraard een veel reëler beeld van het rendement dan de COP.

Airco
Praktisch zien we dat bij lucht-lucht warmtepompen (airconditioningsystemen) SCOP-waarden worden behaald van 4,3 tot aan 5,9. Dit zijn erg hoge rendementen die laten zien dat een airconditioningwarmtempomp inderdaad effectieve verwarming biedt.
Bij lucht-water warmtepompen zien we dat de SCOP-waarden mede afhankelijk zijn van de CV-wateraanvoertemperatuur. De SCOP bedraagt bijvoorbeeld 3,3 bij een aanvoertemperatuur van 55°C en 4,7 bij 35°C.

Rekenvoorbeeld
Essent hanteert vanaf 1 oktober de volgende tarieven voor klanten met een variabel contract: € 1,99 / m3 aardgas en € 0,44 / kWh elektrisch. Als we dus uitgaan van 1 m3 gas = 10 kWh dan bedragen de prijzen per 10 kWh dus
€ 1,99 voor gas en € 4,40 voor elektra. Je huis verwarmen met een elektrisch kacheltje (met een rendement van 100%) is dus > 2 x zo duur als verwarming met de Cv-ketel (met een rendement van 95%).
Stel, je dient 10 kWh warmte op te wekken dan is hiervoor met een Cv-ketel 10/0,95 = 10,52 kWh aan gas nodig ofwel € 2,10.

Gelijk
Indien we 10 kWh warmte opwekken met een warmtepomp met een SCOP van 4 dan bedraagt de benodigde elektrische energie 10/4 = 2,5 kWh ofwel
€ 1,10. Dit is dus bijna 2 x zo goedkoop als de Cv-ketel. Anders gezegd, bij een SCOP van 2,2 zullen de verwarmingskosten gelijk zijn met een gasgestookte ketel (met een rendement van 95 %) bij bovenstaand vermelde energieprijzen.

CO2-uitstoot
Als we kijken naar het milieu dan kunnen we het volgende zeggen over de CO2-uitstoot van de woning zónder warmtepomp:
Gasgebruik: 1.907m3 = 3.566 kg CO2
Elektriciteitsverbruik: 3.300 kWh = 1.200 kg CO2
Totaal: 4.766 kg CO2-uitstoot per jaar

De CO2-uitstoot van de woning mét warmtepomp:
Elektriciteitsgebruik warmtepomp: 5.212 kWh = 1.876 Kg CO2
Elektriciteitsgebruik: 3.300 kWh = 1.200 Kg CO2
Totaal: 3.076 Kg CO2-uitstoot per jaar

Toekomst
De cijfers zijn duidelijk. Met de huidige gas- en energieprijzen loont het om een warmtepomp te laten draaien. Hoe de prijzen zich verder gaan ontwikkelen is nog koffiedik kijken. Volgens prognoses bestaat er een gerede kans dat de energieprijzen in 2023 weer ‘normaal’ worden. In concreto: dat de energieprijzen weer gelijk worden aan de energieprijzen van 2019/2020. Dit is echter afhankelijk van verschillende factoren, waaronder gasleveringen uit het buitenland, wintertemperaturen, emissierechten en de btw-verlaging 

Advies installateur

De markt heeft massaal ingezet op de ombouw van Cv-ketels naar hybride warmtepompen in bestaande panden. Na 1-1-2023 zou je in een hybride oplossing de Cv-ketel als Master kunnen instellen en de warmtepomp als Slave. Zodra de energieprijzen weer normaliseren kies je voor de omgekeerde volgorde. Wat de exacte verhoudingen zijn, dient gebaseerd te zijn op het toegepaste installatieconcept en de energietarieven die gelden. Bedenk dus als installateur niet alleen een installatieconcept, maar geef ook advies.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Ook verhoogd prijsplafond maakt warmtepomp duur

Ook het verhoogde prijsplafond biedt geen soelaas voor wie een warmtepomp heeft of van plan was deze aan te schaffen ...

Kosten besparen met gebruik van restwarmte

Als koeltechnische branche willen en moeten we vol inzetten op het verduurzamen van onze sector. Dit doen wij door het ...

Warmtepomp door prijsplafond bijna 900 euro duurder dan cv-ketel

Het prijsplafond op energie dat het kabinet op Prinsjesdag aankondigde maakt dat veel Nederlanders de aanschaf van een warmtepomp voorlopig ...

Stijgende energieprijzen

Met de oorlog in Oekraïne en de daardoor stijgende energieprijzen realiseert de westerse wereld zich meer dan ooit hoe belangrijk ...

Vakman up-to-date

Gepubliceerd op

Een nieuw Handboek Zonne-energie is geen overbodige luxe. In een constant veranderende markt zijn er vele ontwikkelingen die herziening van deze kennis noodzakelijk maakte. Denk aan certificering, nieuwe eindtermen en aanpassingen in NEN 1010 en NEN 7250.

Nog niet zo lang geleden waarschuwden inspecteurs in de media dat de kans op onveilige zonnestroominstallaties toeneemt, door toedoen van onbekwame monteurs en zelfs beunhazen. Buiten het feit dat opdrachtgevers zorgvuldig moeten nagaan of vakmensen de juiste kennis hebben - bijvoorbeeld via een erkenning - moeten vakmensen hun kennis up-to-date houden. Met het nieuwe Handboek Zonne-energie, dat ISSO eind november publiceerde, hebben zij hiervoor een hulpmiddel in handen.

Drie disciplines
De kennis in het Handboek Zonne-energie omvat drie onderliggende disciplines: zonnestroom (PV), zonnewarmte (zon thermische) en bouwkundige integratie. Dit zijn dezelfde disciplines die in de nieuwe NEN 1010 (Elektrotechnische installaties voor laagspanning) en NEN 7250 (Zonne-energiesystemen, Integratie in daken en gevels – bouwkundige aspecten) zijn verwerkt.

Ontwikkelingen in de markt
Naast de eerdergenoemde ontwikkelingen in de markt maken ook het nieuwe Bouwbesluit, de nieuwe erkenningsregeling Zonnestroom van InstallQ, en diverse nieuwe technieken en toepassingsvormen van zonne-energie een geactualiseerd handboek noodzakelijk. De editie bevat dan ook alle kennis over zonne-installaties, vanaf het ontwerp tot en met de inspectie.

Kennis over zonnestroom en zonnewarmte
Naast het nieuwe Handboek lanceert ISSO tegen het einde van dit jaar en begin volgend jaar ook twee nieuwe ‘Kleintjes’ voor het werken aan zonne-energiesystemen. Het huidige Kleintje Zonne-energie ondergaat een uitgebreide actualisatie en zal ook worden gesplitst in een Kleintje Zonnestroom en een Kleintje Zonnewarmte. “We hebben besloten om het oude Kleintje Zonne-energie op te delen. De vakgebieden zonnestroom en zonnewarmte ontwikkelen zich dusdanig anders, dat het zinvol is om de technieken in aparte handboeken te beschrijven”, vertelt Henry Lootens, specialist Elektrotechniek bij ISSO.

Gericht op de monteurs
“In het nieuwe Kleintje Zonnestroom actualiseren we alle kennis die al in de oude editie stond, maar we voegen ook nieuwe inzichten en informatie toe. Deze zijn specifiek gericht op de monteurs. Denk dan aan nieuwe informatie ten aanzien van stekkers. Voorheen was het ‘not done’ om verschillende stekkers te combineren. Nu zijn er nieuwe inzichten waarbij dit onder bepaalde voorwaarden wel kan en mag. Die informatie zullen we bijvoorbeeld helder weergeven. Ook zullen we tips en trucs meegeven die vooral op de werkvloer belangrijk zijn. Denk aan zaken als aarding en vereffening. In de praktijk blijkt dat dergelijke zaken nogal eens worden vergeten. Of monteurs zijn gewoon niet voldoende opgeleid om hieraan te denken. Vandaar dat wij beschrijven waarom dit belangrijk is en hoe het nu ook alweer zit met aarding en vereffening.”

De kennis over zonne-energie is te vinden in ISSO Open via www.isso.nl 

Warmteverlies

Het komende jaar krijgen ontwerpers en installateurs van werktuigkundige installaties de beschikking over veel nieuwe kennis. Niet alleen via drie ...

Vers bloed

Uit onderzoek van TechniekOpleiding.nl blijkt dat het animo voor omscholing naar een technisch beroep laag is. Opleider ROVC is niet ...

Eisen aan cv-systemen

Warmtepompsystemen, lagetemperatuurverwarming, zoneregelingen, testen van de luchtdoorlatendheid. Stuk voor stuk nieuwe onderwerpen die de afgelopen 15 jaar belangrijker zijn geworden ...

Sanitaire installaties

Door de coronalockdown staat in veel gebouwen het water in leidingen stil. Bijkomende zorgen om de legionellabacterie maakt legionellapreventie nóg ...

Toys or Tools?

Gepubliceerd op

Fieldpiece Instruments is een nieuwe speler op de Nederlandse HVACR-markt. Het van origine Amerikaanse bedrijf levert een gespecialiseerd aanbod aan gereedschapsartikelen voor de koude- en klimaattechniek. Een niche dus, vanwaar deze keuze?

IZ sprak erover met Bas Kamermans. Volgens de General Manager EMEA van Fieldpiece heeft de sector gespecialiseerd gereedschap nodig om in te kunnen spelen op de belangrijke trends.

Werkwijze
“De groeiende populariteit van natuurlijke koudemiddelen brengt een andere werkwijze met zich mee. Zo moeten installateurs bijvoorbeeld bij CO2 rekening houden met hogere drukken en bij propaan met een gas dat brandbaar is en explosief van karakter.”

Monitoring
“Daarnaast vragen opdrachtgevers steeds vaker om de monitoring van energieprestaties. Bovendien neemt door het gigantische tekort aan vakmensen de druk toe om zo snel en goed mogelijk het werk af te ronden.”

Niche
Deze en andere trends vragen om een specifieke benadering. “We leveren geen generiek gereedschap, maar hebben echt samen met de installateur ons assortiment aan oplossingen ontwikkeld om zijn werk gemakkelijker, beter en sneller te kunnen doen.”

Leesbaarheid
Dat klinkt als een verkooppraatje, dus verder doorvragen is wel geboden. Hoe geeft Fieldpiece hier in de praktijk handen en voeten aan? “We gaan met de monteur het veld in om mee te kijken waar die persoon tegenaan loopt en goed na te gaan hoe we het probleem het beste kunnen oplossen. Zo komen we op oplossingen die ogenschijnlijk simpel, maar eigenlijk heel doordacht zijn. Bijvoorbeeld een blauw LCD-display op onze manifold. Wij kiezen voor deze manier van weergeven, met grote letters en scherpe contrasten. Zo kan een monteur ook op het dak zijn scherm goed aflezen als hij bezig is met een installatie. Zelfs pal in de zon.”

Meer functies
Ook is er in bepaalde gevallen voor gekozen om meer functies samen te voegen in een instrument dan gangbaar is. “Bijvoorbeeld in onze multimeter, waar een W-monteur ook fasenrotatie mee kan meten.” Of, aansluitingen op andere hoeken, zodat een gereedschap makkelijker aan te sluiten is.

Ergonomie
Ergonomie blijft een punt van aandacht. “Wij gebruiken dezelfde materialen voor onze gereedschappen als concullega’s, zoals metalen en kunststoffen. Maar ons gereedschap heeft een krachtige grip en robuuste look en kan tegen een stootje. Je wilt als monteur geen ‘toys’ maar ‘tools’.”

Digitalisering
Zoals bekend moet gereedschap ieder jaar gekalibreerd worden volgens de BRL100. Uiteraard probeer je tussentijds alles in topconditie te houden. De huidige digitaliseringsslag die nu plaatsvindt in de HVACR-wereld, draagt daar ook een steentje aan bij, legt Kamermans uit. “Een analoge meter vertoont al snel afwijkingen. We zien nu dat digitaal en draadloos gereedschap aan populariteit wint. De meetgegevens kunnen overigens centraal worden verzameld en afgelezen op Job Link, een app die Fieldpiece heeft ontwikkeld.”

Blijvertje
Van digitale manifolds tot pompen, lekzoekers en elektrische meters. En van manometers tot weegschalen. Als nieuwe speler heeft Fieldpiece een breed aanbod voor de specialist in de koel- en koudetechniek. De verwachting is dan ook dat deze nieuwe Amerikaanse speler op de Nederlandse markt een blijvertje is 

Weegschaal

De eerste, draadloze, waterdichte weegschaal ter wereld die is goedgekeurd voor handelsdoeleinden: De Fieldpiece SRS3EC. De weegschaal combineert elektronica en robuuste materialen om te presteren op hoog niveau. Met de SRS3EC weegschaal kun je flexibel werken, in alle weersomstandigheden en voldoe je aan de EC-regelgeving.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Het roer om

Het nieuwe buzzword in de installatiebranche is circulariteit. Dat is niet verwonderlijk. In feite til je daarmee duurzaamheid naar een ...

Warmteverlies

Het komende jaar krijgen ontwerpers en installateurs van werktuigkundige installaties de beschikking over veel nieuwe kennis. Niet alleen via drie ...

Historisch verwarmen

Door de klimaatcrisis en coronapandemie staan verduurzaming en ventilatie van gebouwen volop in de belangstelling. Tegelijkertijd is het opmerkelijk hoe ...

Hybride systemen

Bouwinvest verduurzaamde in 2020/2021, verdeeld over elf complexen in Diemen, 567 huurwoningen en koos daarbij onder meer voor in totaal ...

Het roer om

Gepubliceerd op

Het nieuwe buzzword in de installatiebranche is circulariteit. Dat is niet verwonderlijk. In feite til je daarmee duurzaamheid naar een hoger niveau. Maar hoe geef je er handen en voeten aan? IZ sprak met een koploper uit de branche.

Spindler Installatietechniek is een bekende verschijning in het Rotterdamse. De totaalinstallateur bestaat al bijna 100 jaar. Richard Spindler, 53 jaar, behoort tot de 4e generatie. Samen met Marcel Comba bestiert hij het bedrijf met 220 man personeel. Spindler Installatietechniek is zowel actief in de woningbouw als utiliteit, waarbij het accent ligt op de eerstgenoemde sector.

Vraag
Het bedrijf merkt al enige tijd dat de vraag naar duurzame oplossingen aanzwelt. Bottlenecks op dit moment zijn een tekort aan personeel om warmtepompen, PV-panelen en dergelijke te installeren, alsmede het materiaaltekort, waardoor de leveringstijden snel oplopen.

Maatwerk
Spindler heeft gemengde gevoelens over de koers die Den Haag nu inslaat. “Met de Trias Energetica in het achterhoofd zou je eerst moeten isoleren, voordat je een (hybride) warmtepomp zou installeren. Aan de andere kant gaat het om maatwerk, waarbij je per situatie kijkt wat er technisch en financieel haalbaar is.”

Concurrerende oplossingen
“Een concurrerende oplossing, zoals de waterstofketel heeft ook zeker kans om een marktaandeel te veroveren. Er vinden al pilotprojecten plaats, de subsidiestroom komt op gang en technisch gezien hoef je maar weinig ingrepen te verrichten om over te stappen van een fossiel gestookte cv-ketel naar een waterstofvariant. Nadeel is wel dat je direct op wijkniveau de thermische energievoorziening moet regelen bij waterstof. Hoe dan ook, we zullen uiteindelijk toegaan naar gebiedsgebonden duurzame oplossingen denk ik.”

Circulariteit
Nederland is al volop bezig met de verduurzaming van de (thermische) energievoorziening. De aandacht voor circulariteit daarentegen komt nog maar net op gang. “Architecten, bouwkundige aannemers, ontwikkelaars en beleggers zitten er al bovenop, maar bij de installatiebranche staat het nog in de kinderschoenen”, merkt Spindler.

Inkoopcollectief
Hij wil daar als installateur en als onderdeel van een inkoopcollectief stappen in gaan zetten. Spindler Installatietechniek is lid van Inka, een inkoopcollectief van 25 middelgrote installateurs. “Inka heeft enige tijd geleden de PHI Factory ingeschakeld. Ze helpen ons om te versnellen naar een circulaire bedrijfsvoering en ambitieuze circulaire doelen te realiseren. De Roadmap en het actieplan zijn al gereed.”

CO2-scan
Voor Spindler Installatietechniek maakte de PHI Factory een scan van de CO2-footprint. Ook werd er gekeken naar mogelijkheden om circulariteit in de bedrijfsvoering vorm te geven. “Bijvoorbeeld door ons wagenpark te elektrificeren en ons energiegebruik te verduurzamen. Onze ambitie is om in 2027 de CO2-footprint met 50% te reduceren.”

Kantoor
Naast plannen maken, heeft de bevlogen installateur ook al concrete stappen gezet. Zo is voor de verbouwing van het kantoor gebruik gemaakt van circulair materiaal. In concreto: hout, dat van een eerder project afkomstig was. Ook heeft Spindler Installatietechniek inmiddels een eigen werkgroep ‘Duurzaamheid’.

Offertes
Met die werkgroep wil Spindler circulair werken concreet maken. “Zo kunnen we onze klanten bewust maken van kansen. Onder andere door in onze offertes de CO2-uitstoot mee te nemen en alternatieven te vermelden met een lagere CO2-uitstoot. Bijvoorbeeld door producten dichter bij huis te betrekken of gebruik te maken van lokale materialen. Op die manier geef je de klant een keuze.”

Demontabiliteit
Ook het demontabel maken van installaties draagt bij aan circulariteit in de bouwkolom. “Installeer alle systemen zodanig, dat je ze in hun totaliteit of onderdelen eenvoudig kunt repareren of vervangen”, licht Spindler toe. Klinkt simpel, maar blijkt in de praktijk nogal snel op obstakels te stuiten. “Zo zijn veel aannemers gewend om installaties in het beton te storten. Dan is het natuurlijk al einde verhaal. Je moet gezamenlijk op zoek gaan naar alternatieven. Circulariteit is me inmiddels wel duidelijk, vergt veel samenwerking met ketenpartners en nauwkeurige afstemming bij het ontwerp- bouw- en installatieproces.”

Kern
Terugkerend thema tijdens het gesprek is het gebruik van grondstoffen en materialen. Hoe ver ga je? Op dit moment zijn biobased materialen ‘hot’, ziet hij daar ook een toekomst voor weggelegd in de installatietechniek? “Ik zou eigenlijk niet zo goed weten hoe. Misschien voor de isolatie of bepaalde leidingsystemen, maar verder zie ik niet direct mogelijkheden. Wij werken veel met water, in combinatie met biobased materialen levert dit nog problemen op. Behalve als je gaat kijken naar Bioplastics.”

Materiaalpaspoort
Hij verwacht wel dat materiaalpaspoorten gemeengoed gaan worden in de installatiebranche. In een dergelijk paspoort staat welke materialen zijn gebruikt en waar ze precies zijn toegepast. Op die manier wordt hergebruik tijdens en na de levensfase van een gebouw een stuk eenvoudiger.

Obstakels
Koplopers, zoals Spindler Installatietechniek en branchevereniging Techniek Nederland zijn al bezig om de sector circulairder te maken. Maar daarbij loop je wel tegen obstakels aan. Hoe ga je je dienstverlening hierop afstemmen? Richard ziet wel brood in het ‘as a service model’, waarbij je een langjarig contract afsluit om bijvoorbeeld ‘warmte’ te leveren aan een klant en de precieze technische invulling, optimalisatie en het onderhoud bij de installateur komt te liggen. Maar hoe regel je dit juridisch? Wie is bijvoorbeeld de eigenaar van alle materialen en systemen? De fabrikant, de klant, de installateur…?

Conclusie
Werk aan de winkel dus. “Voor nu is het vooral belangrijk om massa te maken, vandaar ook dat we als Inka druk proberen uit te oefenen op ketenpartners door de oprichting van een Code of Sustainable Supply. Het kan dan zomaar heel snel gaan. Zeker als de politiek zich ermee gaat bemoeien. Volgens mij gaat het ons wel lukken om de sector in 2030 circulair te hebben ingericht.

R-ladder

De mate van circulariteit wordt vaak gerelateerd aan de zogenaamde R-ladder. Hoe hoger een strategie op deze lijst (ladder) van circulariteitsstrategieën staat, hoe circulairder de strategie is, legt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) op haar website uit

R1. Refuse en Rethink (afwijzen en heroverwegen). Stap af van producten of materialen die je eigenlijk niet nodig hebt. Maak een product overbodig door van zijn functie af te zien, of die met een radicaal ander product te leveren.

R2. Reduce (verminderen). Grondstoffen efficiënter gebruiken door minder grondstoffengebruik tijdens de productie en het gebruik van producten.

R3. Re-use (hergebruiken). Hergebruik van afgedankt nog goed product, in dezelfde functie door andere gebruiker.

R4. Repair, Refurbish, Remanufacture en Repurpose (repareren, opknappen, reviseren en hergebruiken). Reparatie en onderhoud van een kapot product voor gebruik in zijn oude functie. Verleng zo de levensduur van producten. Opknappen en/of moderniseren van oud product. Maak nieuwe producten van oude producten. Onderdelen van afgedankt product gebruiken in nieuw product met dezelfde of andere functie.

R5. Recycling. Materialen verwerken tot grondstoffen met dezelfde (hoogwaardige) of mindere (laagwaardige) kwaliteit dan de oorspronkelijke grondstof.

R6. Recover (terugwinnen). Verbranden van materialen met energieterugwinning. In een circulaire economie komen zo min mogelijk materialen bij deze stap terecht.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Installateur als duurzaamheidsambassadeur

Na een jaar lang proberen, onderzoeken en uitwerken in de praktijk, keert het tij voor wat betreft de uitvoering van ...

Innovatiekracht moet duurzaamheidsambities vorm geven

Nederland is één van de meest innovatieve en concurrerende landen ter wereld. Wanneer is er sprake van innovatiekracht? Gemakshalve gaan ...

Duurzame begint bij juist gebruik van gereedschap én materialen

Veiligheid en betrouwbaarheid van verwarmingsinstallaties is een steeds terugkerend thema. Het verrichten van onderhoud mét de juiste gereedschappen is daarbij ...

Hoe duurzaam is een klimaatsysteem?

Hoe ver ga je met duurzaamheid? Bouwkundigen en architecten zijn al volop bezig te onderzoeken hoe hun disciplines onderdeel kunnen ...

Warmteverlies

Gepubliceerd op

Het komende jaar krijgen ontwerpers en installateurs van werktuigkundige installaties de beschikking over veel nieuwe kennis. Niet alleen via drie nieuwe ISSO-publicaties over warmteverliesberekeningen maar ook via twee geactualiseerde ISSO-publicaties voor de warmtepompspecialisten.

Naast de vernieuwde ISSO-publicaties 51, 53, 57, 72 en 73 zullen ook het geactualiseerde Kleintje Warmteverlies en het Kleintje Infraroodpanelen, elektrische stralingsverwarming, voor veel vakmensen een welkome aanvulling zijn. “Het actualiseren van de publicaties over Warmteverlies werd steeds belangrijker, omdat het risico en de kans op klachten van eindgebruikers met de moderne installaties steeds groter wordt”, vertelt Jos de Leeuw, die samen met Dennis van der Kooij, als de specialisten Klimaattechniek bij ISSO, aan de actualisaties hebben gewerkt. Vanzelfsprekend doen zij dit met steun van Techniek Nederland en Wij Techniek, en een omvangrijke Kontaktgroep specialisten uit het vakgebied. “Iedereen weet dat dit onderwerp vroeger, met gasgestookte ketels, minder nauw luisterde. De statische berekening die in de oude publicaties stond, gaf nooit zoveel problemen, omdat de ketel in de meeste woningen en gebouwen overgedimensioneerd was. Moderne warmtepompen hebben veel minder capaciteit en dan is een zeer exacte warmteverliesberekening een stuk belangrijker.”

Dimensionering en inregeling
“Behalve dat we voortaan, zeker in de nieuwbouw, bijna alleen nog warmtepompen plaatsen, wordt ook de isolatie steeds dikker en speelt warmteopslag in de warmteverliesberekening een belangrijkere rol. De regelgeving speelt hier ook meer op in en eist een adequate dimensionering en inregeling”, zegt Dennis van der Kooij. “Een warmteverliesberekening geeft de benodigde vermogens per vertrek (dimensionering) en is daarmee de basis voor het inregelen. Het gevolg is dat we voor de warmteverliesberekening eigenlijk niet meer altijd kunnen volstaan met een statische berekening, maar dat een dynamische berekening meer en meer noodzakelijk wordt. Tot op zekere hoogte komt dat nu ook in de geactualiseerde publicaties aan de orde.”

Kritisch naar toeslagen kijken
ISSO-publicatie 51 en ISSO-kleintje warmteverliesberekeningen gaan over de warmteverliesberekening in woningbouw terwijl de andere twee publicaties, 53 en 57, zich op de utiliteitsbouw richten. Daarbij is ISSO-publicatie 53 bestemd voor U-bouw tot 4 meter hoog en ISSO-publicatie 57 voor gebouwen hoger dan 4 meter. “Publicaties 51 en 53 verschijnen begin 2023, maar ISSO-publicatie 57 en het ISSO-kleintje warmteverliesberekeningen komen daarna beschikbaar. Voor de vernieuwde publicaties was het vooral belangrijk dat we weer eens kritisch keken naar toeslagen en de infiltratie, zodat de ontwerper niet overdimensioneert, maar ook dat hij of zij op realistische wijze rekening kan houden met omgevingsfactoren, zoals het wel of niet aanwezig zijn van buren of de aanwezigheid van specifieke ruimtes, zoals zolders met veel ramen of juist slaapkamers met kleine ramen”, zegt Van der Kooij.

Verschil woningbouw en utiliteit
“Verder besteden we in de ISSO-publicaties 53 en 57 extra aandacht aan het functioneren van de installatie op vollast en deellast. Voor utiliteit is dit redelijk eenvoudig te berekenen, eenvoudiger dan voor woningbouw. Je mag in de utiliteit wat vaker en gemakkelijker uitgaan van gelijktijdige belasting. Ook is de buitenschil in veel gevallen kleiner in relatie tot het oppervlak, zeker als je dat vergelijkt met woningbouw”, zegt De Leeuw. Van der Kooij voegt daaraan toe dat, juist voor het gebruik in de wat kleinere woningbouwprojecten, dus waar installateurs vaker zelf een installatie ontwerpen, binnenkort ook het nieuwe Kleintje Warmteverliesberekening Woningbouw verschijnt. “Hierin geven we meer vuistregels, waardoor de informatie eenvoudiger en ook praktischer wordt. Ook bij renovaties of kleine woningbouwprojecten is het essentieel dat de installateur naar het warmteverlies kijkt. Veel installateurs vragen en ontvangen deze cijfers nu vaak van hun leveranciers, maar wij vinden het belangrijk dat ook de man of vrouw op de werkvloer die cijfers begrijpt. En dat je ermee kunt werken. Met het Kleintje Warmteverliesberekening heb je in elk geval alle basale kennis die daarvoor nodig is.”

Werken aan warmtepompen
Naast de publicaties over warmteverlies waren ook ISSO-publicaties 72 en 73 over warmtepompen en bodemwisselaars aan een herziening toe. “Ze kregen in 2017 wel een beperkte update, maar veel van de kennis stamt nog uit de eerste edities die in 2005 zijn gepubliceerd. De herziene ISSO-publicatie 72, die dit jaar nog verschijnt, sluit aan bij de wettelijk voorschriften in de BRL 6021. Daarnaast bevat de publicatie nog andere kennis die soms noodzakelijk, en eigenlijk altijd heel bruikbaar is om de warmtepomp op een juiste wijze te installeren”, vertelt De Leeuw. “Belangrijk is ook dat ISSO-publicatie 72 nauw aansluit bij de kennis en informatie in ISSO-publicatie 73. Want de ontwerper en installateur van het warmtepompsysteem in de woning moet zijn input op een juiste wijze kunnen aanleveren bij het boorbedrijf van het bronsysteem.”

Nieuwe kennis toevoegen
“Vandaar dat ook Publicatie 73 begin volgend jaar in een nieuwe uitgave verschijnt. Deze bevat dan de praktische invulling van regels en richtlijnen uit de BRL 11000 en het bijbehorende protocol plus veel aanvullende kennis. In beide publicaties zijn nieuwe technieken en inzichten verwerkt, zoals het afdichten van de bodemlagen met grout, iets wat bij het verschijnen van de oudere publicaties nog niet werd gedaan of niet werd voorgeschreven. De nieuwe publicatie 73 behandelt hiervoor een methode. En bij ISSO-publicatie 72 over het warmtepompsysteem kijken we ook naar de boilerberekening en energiegetallen. Hierbij gebruiken we de BENG voorbeeldconcepten woningbouw van RvO. Om te zorgen dat beide publicaties zo goed mogelijk op elkaar aansluiten, hebben we enkele van dezelfde professionals in beide Kontaktgroepen zitten. Overigens zitten enkele van deze mensen ook in de Kontaktgroep voor ISSO-publicatie 51 over warmteverlies.” 

Kleintje Infraroodpanelen, elektrische stralingsverwarming

In de moderne woningbouw is all-electric het uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de klimaatinstallatie elektrisch gevoed wordt. Om die reden kijkt men steeds kritischer naar het klimaatsysteem en overweegt de ontwerper om weinig gebruikte ruimtes niet meer op een centrale verwarming aan te sluiten. In zo’n geval kiest men dan voor lokale verwarming en niet zelden zijn dit elektrische infraroodpanelen. “In de basis een slimme keuze”, zegt Dennis van der Kooij, “maar er zijn wel veel randvoorwaarden die bij de keuze en installatie komen kijken. Kortom, er is behoefte, zo blijkt ook uit onderzoek, aan goede richtlijnen voor toepassing, het benodigde vermogen en hoe dit vermogen over de ruimte(n) te verdelen. Met het ISSO-Kleintje Infraroodpanelen helpen we de markt bij het maken van al dergelijke keuzes en geven we handvatten voor het kiezen van de juiste plek en het installeren van de IR-panelen.”

Het Kleintje is binnenkort beschikbaar via open.isso.nl

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Kleine update voor ISSO-kleintje Riolering

ISSO-kleintje Riolering is laatst weer op kleine punten herzien. installateurs en servicemonteurs kunnen hierin de meest gebruikte richtlijnen voor het ...

Ook dynamisch inregelen nu opgenomen in ISSO-publicatie 65

De kennis in ISSO-publicatie 65 ‘Inregelen van ontwerpvolumestromen in klimaatinstallaties’ is herzien. De inregelmethoden die de publicatie beschrijft, zijn een ...

ISSO komt met vernieuwde publicatie voor leidingisolatie

ISSO-publicatie 64 ‘Kwaliteitseisen isoleren voor de utiliteitsbouw' is herzien. De publicatie is een referentie voor materiaalkeuze en montage van leidingisolatie ...

ISSO-publicatie 30 ‘Leidingwater-installaties in woningen’ geactualiseerd

Aan de hand van de nieuwste inzichten helpt ISSO-publicatie 30 bij het ontwerpen, aanleggen, onderhouden en beheren van leidingwaterinstallaties in ...

Historisch verwarmen

Gepubliceerd op

Door de klimaatcrisis en coronapandemie staan verduurzaming en ventilatie van gebouwen volop in de belangstelling. Tegelijkertijd is het opmerkelijk hoe weinig aandacht de beheersing van het binnenklimaat in de Nederlandse bouwhistorie en architectuurgeschiedenis heeft gekregen.

Architectuurhistoricus Natasja Hogen wil daar met haar proefschrift ‘Een nieuwe omgang met comfort’, dat recentelijk is verschenen bij de UVA, verandering in brengen. Voor IZ schreef zij een artikel over de periode van 1840 tot circa 100 jaar geleden.

Technische innovaties
De negentiende eeuw was een eeuw vol technische innovaties, onder andere op het gebied van het binnenklimaat. Waar voorheen alleen kon worden verwarmd met behulp van open vuren of eenvoudige kachels, kwam vanaf omstreeks 1840 luchtverwarming op de markt voor het verwarmen van gebouwen, al snel gevolgd door stoom- en waterverwarming. Deze systemen werden niet alleen toegepast in bijvoorbeeld ziekenhuizen en concertzalen, maar steeds vaker ook in de woonhuizen van de rijke bovenlaag van de bevolking.

Adviseurs
Waar aanvankelijk architecten verantwoordelijk waren voor het inpassen van deze systemen in het ontwerp van het gebouw, zorgde de steeds complexer wordende opgave om het binnenklimaat te reguleren ervoor dat de werktuigbouwkundig ingenieur als adviseur van de architect een belangrijke rol kreeg. Tegelijkertijd slaagden de architecten er heel goed in om deze moderne installaties nagenoeg onzichtbaar in te passen in de architectuurtaal van de negentiende eeuw.

Maatwerk
Hoewel ketels, leidingen, aansluitingen en verwarmingslichamen, zoals stoomkachels of ledenradiatoren maar ook aan- en afvoerroosters voor verse, al dan niet voorverwarmde of ‘bedorven’ lucht, op steeds grotere schaal machinaal werden geproduceerd, was elk klimaatontwerp maatwerk. De functie, bezettingsgraad, oriëntatie, vorm, hoofdstructuur, indeling en het gevelontwerp van het gebouw hadden elk grote invloed op het installatieontwerp. Het gebouw zelf maakte een essentieel onderdeel uit van het systeem: veel onderdelen, zoals verwarmingskelders, vacuümzolders en kanalen maakten deel uit van de bouwkundige structuur. Zonder deze elementen al in een vroeg stadium mee te nemen in het ontwerp van het gebouw, kon de technische installatie niet efficiënt functioneren. En aanpassingen van het systeem na oplevering van het gebouw waren over het algemeen niet te realiseren.

Voortrekkersrol
Openbare gebouwen speelden een belangrijke voortrekkersrol: dit waren bij uitstek gebouwen waar het binnenklimaat vanwege de schaal en functie zonder de toepassing van technische installaties niet voldoende comfortabel kon worden gehouden. Oververhitting en luchtverontreiniging lagen hier op de loer en een snelle opwarming van grote bijeenkomstzalen, die vaak maar een deel van de dag in gebruik waren, was gewenst, waardoor heteluchtverwarming voor veel grote gebouwen een uitkomst bood.

Ventilatie
Hierbij kon het verwarmingssysteem gecombineerd worden met de ventilatievoorziening. Nevenvertrekken werden vaak natuurlijk geventileerd en verwarmd met behulp van stoom- of warmwaterverwarming. Stoomverwarming was uitermate geschikt voor ziekenhuizen. Bij de toepassing van stoomverwarming kon warmte eenvoudig horizontaal worden verspreid vanaf een centraal punt, zoals een separaat ketelhuis. Bovendien kon de warmte op hygiënische wijze, zonder te veel warmteverlies tijdens het transport, met behulp van stoomkachels of radiatoren in het gebouw worden verspreid.

Woningen
Woonhuizen, maar ook kleine gebouwen zoals dorpsscholen, werden gedurende de negentiende eeuw nog altijd verwarmd door kachels, gecombineerd met de toepassing van natuurlijke ventilatie. Hierbij speelden met name de aanleg- en stookkosten een belangrijke rol. Op het moment dat de techniek zich rond 1900 verder ontwikkelde en de kosten langzaam maar gestaagd daalden, werden ook steeds meer woningen voor de middenklasse uitgerust met centrale verwarming. Bovendien hadden ontwikkelingen in klimaatinstallaties ook belangrijke sociale consequenties: waar voorheen slecht op een centraal punt in het huis werd gestookt, vaak in de keuken, werden nu veel meer vertrekken verwarmd, waardoor het gezinsleven zich uitwaaierde door het gehele huis 

De effectenbeurs

Bij de oplevering van de Amsterdamse Effectenbeurs in 1914 was de grootste innovatie van het gebouw ook voor de aanwezige beurshandelaren onzichtbaar. Het verwarmings- en ventilatiesysteem dat zich schuilhield in de kelder en het binnenklimaat in het gebouw regelde, was op dat moment het grootste en meest vooruitstrevende klimaatsysteem in Nederland.

Architect
De Effectenbeurs werd gebouwd naar ontwerp van architect Jos Cuypers, zoon van de gerenommeerde architect Pierre Cuypers, onder andere verantwoordelijk voor het ontwerp van het Centraal Station en het Rijksmuseum. Cuypers ontwierp in opdracht van de Vereniging voor de Effectenhandel tussen 1910 en 1914 een kantoorgebouw in Um 1800-stijl, een Duitse variant van een nieuwe, historiserende stijl, op een nagenoeg rechthoekig grondplan, met de grote beurszaal als hart van het gebouw.

Eisen binnenklimaat
Voor de aanbesteding van de ventilatie- en verwarmingsinstallatie van de Effectenbeurs was een gedetailleerd programma van eisen opgesteld. Zo werden voor de verschillende vertrekken in het gebouw de tijden genoemd waarop het systeem in gebruik moest zijn en hoe hoog de bezetting op die momenten was. De aan te voeren hoeveelheid ventilatielucht werd bij benadering vastgesteld op 100.000 kubieke meter per uur. De binnentemperatuur werd voor alle verkeers- en verblijfsruimten in het gebouw gesteld op 18 °C. Cuypers liet zich voor het installatieontwerp adviseren door ingenieur K. Erikstrup van de Brusselse firma Harten & Povel. Samen maakten Erikstrup en Cuypers in 1910 een studiereis door Europa, specifiek bedoeld om klimaatinstallaties in vergelijkbare openbare gebouwen te bestuderen en hieruit lessen te trekken voor het ontwerp van de Effectenbeurs.

Verwarming en ventilatie
De Effectenbeurs werd centraal verwarmd en mechanisch geventileerd met een luchtverwarmingssysteem. Verse lucht bereikte de beurszaal vanuit de kelder, waar de lucht van een binnenplaats werd aangezogen door een grote ventilator. Achter deze ventilator stonden zes luchtverwarmers opgesteld: cilindrische ketels waarin de lucht in kanalen, omwikkeld door warmwaterbuizen, werd voorverwarmd. Vervolgens werd de verse lucht via een groot kanaal naar de beurszaal geleid. Heel bijzonder was dat de verse, voorverwarmde lucht vervolgens niet via bouwkundige kanalen, maar via de gangen en vertrekken door het gebouw werd verspreid. Door middel van roosters in de plafonds van de kantoorvertrekken werd bedorven lucht door kanalen afgevoerd naar ventilatietorens op het dak. Omdat het restaurant op andere tijden in gebruik was dan de beurszaal en de kantoren, werd hier een tweede, kleinere luchtverwarmingsinstallatie aangelegd. Ter ondersteuning van de luchtverwarming werd daarnaast heetwaterverwarming toegepast, waarvoor zes gietijzeren ledenketels van het systeem ‘Reck’ stonden opgesteld in de kelder. In de meeste vertrekken stonden gietijzeren radiatoren opgesteld, in de beurszaal exemplaren van smeedijzer, omdat deze over een grotere verwarmingscapaciteit beschikten.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Van waterpomp tot warmtepomp: familiebedrijven in de techniek in beeld

Vorige week overhandigde directeur van Wij Techniek Sven Asijee het boek ‘Van waterpomp tot warmtepomp’ aan de voorzitter van de ...

Van antieke geisers tot een heuse bitumenketel

Jaap Schut was 15 jaar oud toen hij in het bedrijf van zijn vader stapte. Net 20 jaar geworden, werd ...

Amsterdamse grachtenpanden getransformeerd in duurzaam kantoorgebouw

TBI-onderneming J.P. van Eesteren heeft een reeks Amsterdamse grachtenpanden getransformeerd in een duurzaam kantoorgebouw. Het gaat om 6.000 m2 aan ...

BAM gaat monumentale hoofdkantoor Shell renoveren

Shell International BV en BAM Bouw en Techniek BV hebben een overeenkomst gesloten voor de grootschalige renovatie van het monumentale ...

Hybride systemen

Gepubliceerd op

Bouwinvest verduurzaamde in 2020/2021, verdeeld over elf complexen in Diemen, 567 huurwoningen en koos daarbij onder meer voor in totaal 262 combinaties van de Remeha Elga Ace hybride warmtepomp met de Tzerra Ace cv-ketel. Alle zijn voorzien van een buitenunit op het dak en een eTwist slimme thermostaat.

Institutioneel belegger Bouwinvest bezit ongeveer 20.000 woningen in Nederland. “Voor 2030 willen we de gehele portefeuille voorzien van een A-label met een energieprestatiescore lager dan 130. Kijkend naar de klimaatdoelstellingen van 2050 zetten we in op een gasvrije portefeuille in 2045”, vertelt Emile van Doorn van Bouwinvest. In afwachting van een toekomstige aansluiting op het gemeentelijke warmtenet viel voor het project in Diemen de keuze op een tussenoplossing. Daarbij werden de woningen voorzien van een hybride-opstelling, waardoor het energielabel steeg van B of C naar A.

Luisteren naar bewoners
De vrijblijvendheid van het project en het feit dat er geen huurverhoging plaatsvond, overtuigde bewoners al snel om mee te doen in dit project. Op meerdere vlakken luisterden de uitvoerende partijen bovendien naar de bewoners. Bijvoorbeeld waar het de plaatsing van de buitenunit betrof. Van Doorn: “Niet alle bewoners wilden deze in de tuin. We wijzigden daarom ons plan en ontwierpen een dakopstelling.” Compier vult aan: “We vergeleken verschillende producten en uiteindelijk is gekozen voor het kleinste product waarvoor we een nette kap konden ontwerpen.”

Meten is weten
Herman van Heusden is mede-eigenaar van Bonarius Bedrijven en verantwoordelijk voor alle technische installaties rond het project in Diemen: “De standaard kappen die we in eerste instantie op het oog hadden, worden al langere tijd aangeboden maar voldeden geen van alle aan onze wensen en eisen. Om die reden ontwikkelden we, in nauwe samenwerking met Cox Geelen, zelf een zware, massieve kap van een veel hogere kwaliteit.” Daarna volgde de volgende uitdaging. “Door de kap aan de onderzijde schuin te maken, kun je ‘m op een schuin dak monteren, maar ieder dak is anders. We moesten dus voor ieder huizenblok de hellingshoek van het dak berekenen. Op basis daarvan maakten we iedere dakkap op maat. We hebben nu de meest optimale opstelling. De positie van de kap zorgt voor een optimale balans tussen vormgeving en geluidsuitstraling. Daarnaast reduceert de kap ook nog het waarneembare geluid.”

Slimme thermostaat
In alle woningen werd een slimme thermostaat geplaatst, de Remeha eTwist. Door middel van een app bedienen de bewoners altijd en overal zelf de warmtepomp of cv-ketel en ontstaat inzicht in het energiegebruik 

Bodemwarmtepompen

Fletcher Hotel Teugel wordt al zo’n tien jaar verwarmd en gekoeld door twee door R&R Systems geplaatste bodemwarmtepompen. Onlangs verving dit installatiebedrijf ze door twee nieuwe exemplaren uit de nieuwste generatie grootvermogen bodemwarmtepompen van Nefit Bosch. Ze draaien op de al aanwezige warmte-koudeopslag. Een open bodemenergiesysteem was al aanwezig. De vervanging was nodig omdat van de bestaande warmtepompen twee van de vier compressoren versleten waren.
De keuze viel op twee Bosch Compress 7000 LW bodemwarmtepompen, de horizontale variant, met elk een vermogen van 54 kW en twee compressoren en voorzien van de optionele passieve koeleenheid. Het opgestelde vermogen kon ten opzichte van de oude situatie iets worden verlaagd. De prestaties van deze nieuwe bodemwarmtepomp zijn namelijk aanzienlijk beter. Het geleverde vermogen is hoger en dus wordt een hoger rendement behaald.
Net als in de oude situatie leveren beide warmtepompen circa zeventig procent van alle gevraagde warmte en de totale passieve koeling. Voor de laatste dertig procent benodigde warmte zorgt een elders in het pand al aanwezige hr-ketel. Deze fungeert ook als back-up. Vanuit een bestaand buffervat van 5000 liter wordt op basis van de vraag koude (10 graden Celsius) en warmte (50 graden Celsius) geleverd.
Beide bodemwarmtepompen zijn via twee Bosch Rego 5200 regelingen gekoppeld aan het gebouwbeheersysteem. Daarnaast zijn er twee bestaande boilers aanwezig van elk 500 liter voor de voorraad warm tapwater. In de verschillende ruimtes worden diverse afgiftesystemen gebruikt: ventilatorradiatoren op de hotelkamers en op de begane grond onder meer vloerverwarming én gewone radiatoren.

Verdere uitdieping van deze projecten is te lezen via onderstaande link

Werelderfgoed

Zorgverlener Reinier de Graaf koos bij de bouw van een nieuw behandelcentrum in Voorburg voor een all-electric omgeving. Het centrum bevindt zich op Unesco Werelderfgoed, wat de ontwikkeling van het zorgcentrum niet eenvoudig maakte. Zo bleek een bodemwarmtesysteem niet haalbaar. Uiteindelijk is gekozen voor een combinatie van Hybride VRF-systemen en warmtepompen.
Met de keuze voor een Mitsubishi Electric HVRF-systeem vindt de koude/warmte-uitwisseling binnen het systeem over een kort traject plaats. De distributie van verwarming en koeling door het pand verloopt via een 2-pijpsysteem dat minder risico op lekkage met zich meebrengt. In het systeem wordt energie uitgewisseld en gelijktijdig warmte en koude geproduceerd.
Het systeem wordt aangevuld met de Mitsubishi Electric Zubadan lucht/water-warmtepomp voor vloerverwarming. Bijzonder is de koeling van het fertiliteitslaboratorium. Hier is ultraschone lucht en bedrijfszekerheid een eerste vereiste. De ruimtes worden vanuit meerdere warmtepompsystemen gevoed, waardoor een redundante en bedrijfszekere oplossing mogelijk is.
Om alle Mitsubishi Electric systemen optimaal te laten aansluiten communiceren ze op basis van BACnet via de cloud met het gebouwbeheersysteem. In de toekomst is uitbreiding hierop eenvoudig mogelijk.

Geconditioneerde opslag

In Ridderkerk staat een nieuw pand van Allround Cargo Handling. Dit familiebedrijf is al dertig jaar gespecialiseerd in de geconditioneerde opslag van noten, zaden en zuidvruchten. Het pand is gasloos, optimaal geïsoleerd, heeft een dak vol zonnepanelen én wordt volledig mechanisch gekoeld, werkend met het natuurlijke koudemiddel CO2. Om ongedierte geen kans te geven, moet de temperatuur constant tussen 8 en 10 °C gehouden worden. De installatie bestaat uit een CO2 DX-koelinstallatiean van Tewis, onderdeel van de Daikin groep, met zes koelers voor elk compartiment. De luchtkoelers zijn aan beide zijden van het compartiment geplaatst om een maximale ruimtedekking middels de juiste temperatuur te garanderen. Voor maximale benutting van de stellingplaatsen zijn smalle koelers met geringe hoogte in de rijpaden gepositioneerd. De luchtgekoelde gaskoelers buiten op het dak zijn ruim gedimensioneerd en beschikken over een groot lameloppervlak en een laag ventilatorvermogen. Ze voldoen hiermee aan de gestelde eisen in aanmerking te komen voor de EIA-subsidie. De installatie is gekoppeld aan het besturingssysteem VK-Dynamics software. Hiermee kan Van Kempen Koudetechniek de installatie 24/7 op afstand monitoren en indien nodig bijregelen.

Adviseurs

Heb je vragen over veilig en gezond werken? Kun je hulp gebruiken bij jou in je bedrijf? Wil je praktische ondersteuning? Dan zijn er arbo-adviseurs die graag bij je langs komen. Neem contact op met een adviseur bij jou in de buurt via arbotechniek.nl/adviseurs

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Overstappen naar hybride: gaat dat wel lukken?

Minister Hugo de Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft gisteren de 25e editie van VSK geopend. Door een warmtepomp ...

Nederlandse startup introduceert AI gedreven hybride warmtepomp

De Nederlandse startup Quatt heeft de ambitie om de komende tien jaar één miljoen Nederlandse woningen te verduurzamen met een ...

Juiste keuze en ontwerp hybride warmtepompen

ISSO heeft een nieuw kennisproduct uitgegeven: het ISSO-kleintje Hybride warmtepompen. De kennis richt zich op de keuze, het ontwerp, de ...

Hybride oplossing heeft voorkeur bij verduurzaming

Van de duurzame verwarmingsoplossingen lijkt een hybride oplossing de voorkeur te hebben ter vervanging van de cv-ketel. Zo wil 27 ...

Hybride systemen

Gepubliceerd op

Een duurzame stap voorwaarts voor een appartementencomplex in Venlo

Aan de Laaghuissingel in Venlo staat een appartementencomplex met 24 wooneenheden waar de bewoners dagelijks met veel plezier thuiskomen in een aangename omgeving. Toch werd er gebruik gemaakt van een CV-ketel die op gas werd gestookt om ieder appartement van het nodige comfort te voorzien. Reden temeer voor de Vereniging van Eigenaren (VvE) van het appartementencomplex om de expertise van Dejatech in te schakelen.

Antwoord op bestaande uitdagingen
Om de oude CV-ketel te vervangen, heeft Dejatech gekozen om een hybride oplossing in combinatie met de warmtepomp van LG voor te stellen. Jan Janssen, Managing Director bij Dejatech, licht toe: “De hybride warmtepomp van LG is gecombineerd binnen een systeem waarbij de warmtepomp voorziet in de primaire warmtebehoefte. Mocht deze niet voldoende warmte kunnen leveren, of onvoldoende duurzaam te werk gaan, dan springt onze cv-ketel aan.”

Deze oplossing omvat een combinatie waarmee een antwoord wordt gevormd op de uitdagingen van veel oudere gebouwen. Vanwege de bestaande constructie is het vaak niet mogelijk om volledig over te gaan op een warmtepomp. “Met LG bieden we al een all-electric-oplossing, maar er zijn ook gebouwen waar dat niet goed toepasbaar is”, legt Wilco Henzen, Consulting Sales Manager bij LG, uit. “Dan is deze hybride oplossing uitermate geschikt.”

Unieke situatie en installatie
Om de oude CV-ketel op de juiste manier te vervangen, kwam er veel expertise en vakmanschap aan te pas. Ook wist Dejatech dat LG de perfecte oplossing bood voor de uitdaging in Venlo. “Uniek aan deze situatie, en aan de hybride warmtepomp, is de integratie. Het gehele systeem is zowel technisch als qua leidingwerk eenvoudig te installeren. Ook werkt de achterliggende software uiterst intuïtief. Daarmee worden de CO2-reductie en het verbeterde rendement voor de bewoners gegarandeerd”, vertelt Janssen.

Weloverwogen besluit
Ook de vereniging van eigenaren kijkt positief terug op het project om hun appartementencomplex te verduurzamen. “We gebruiken minder gas om het hele gebouw warm te houden, ook al gebruiken we wel iets meer elektriciteit”, licht Hans Derix, voorzitter van de VvE toe. “Maar dat is in verhouding een stuk goedkoper en duurzamer. Het scheelt namelijk in het totale gasgebruik waarschijnlijk zelfs 50 procent.”

Volgens de voorzitter van de VvE moet zich dat uiteindelijk vertalen in veel lagere stookkosten voor de bewoners en een vermindering van hun CO2-voetafdruk.


 

All-electric ambitie
Over de ambities van de zorgverlener vertelt Ronald van Lier: “Gas is een volatiel product en daarmee een bedrijfsrisico voor ons ziekenhuis. Dat risico wilden we bij het behandelcentrum weghalen, door een all-electric nieuwbouw neer te zetten, die ook nog eens goed is voor 75% CO2-reductie.” Het ontwerp van het pand werd gebaseerd op woningbouwformaat. Op de vraag waarom voor dat formaat werd gekozen, antwoordt Ronald van Lier: “Er is minder behoefte aan ziekenhuizen en de verblijfsduur in een ziekenhuis wordt steeds korter. Er is dan ook niemand die weet wat er over 10 jaar van een ziekenhuis wordt verwacht. Daarentegen worden de panden van ziekenhuizen ontwikkeld voor een levensduur van 50 jaar. Om voldoende zekerheid voor de toekomst in te bouwen, hebben we Deerns gevraagd een ontwerp te maken dat 50 jaar mee kan maar ook eenvoudig kan worden hergebruikt voor woningbouw. Voor het installatiewerk vertrouwden we op de specialisten van Van Dorp Installaties Rotterdam.”

Installatietechniek in teken van gebruiker
Op het terrein van de Reinier de Graaf Groep in Voorburg wordt een breed pakket geneeskunde geboden – van IVF-kliniek tot hospice. “Levensloop-geneeskunde, zou je kunnen zeggen”, aldus Ronald van Lier. “Met diezelfde levensloopgedachte hebben we ook een keuze gemaakt voor de installatietechniek en de klimaattechnologie van Mitsubishi Electric voor het nieuwe behandelcentrum.” Jan Feijes vult daarover aan: “In eerste instantie gingen de gedachten uit naar een bodemwarmte-systeem, maar door de ligging op Werelderfgoed-grond bleek dat niet haalbaar. Uiteindelijk hebben we gekozen voor een combinatie van Hybride VRF-systemen en warmtepompen. Vanaf het eerste moment is daarbij goed nagedacht op de manier waarop de eisen en wensen van gebruikers slim, economisch en duurzaam konden worden ingevuld.”

Werelderfgoed

Met gasprijzen die de pan uit rijzen, beseft iedereen ineens: gas is ‘bad business’. Dat concludeerde ook het Reinier de Graaf al ver voordat de gascrisis begon. Bij de bouw van een nieuw behandelcentrum in Voorburg, koos de zorgverlener dan ook voor een all-electric omgeving. Een omgeving die bovendien toekomstbestendig is, want door de kliniek te ontwikkelen op woningbouwformaat, kan een toekomstige transformatie naar woningen of appartementen snel en eenvoudig worden gemaakt. Voor de klimaattechniek werd bewust gekozen voor het HVRF systeem van Mitsubishi Electric.

Reinier de Graaf is het oudste ziekenhuis van Nederland en levert al bijna acht eeuwen zorg aan de inwoners van Delft en omgeving. Onder de Reinier de Graaf Groep vallen naast het ziekenhuis in Delft ook behandelcentra in Naaldwijk en Voorburg. Deze laatste bevindt zich op ‘bijzondere grond’ – de voormalige Romeinse nederzetting Forum Hadriani vormt de achtertuin van het hedendaagse behandelcentrum. Als Unesco Werelderfgoed maakt dat de ontwikkeling van het zorgcentrum niet eenvoudig. We spreken met Ronald van Lier, Projectleider Gebouwenservices van de Reinier de Graaf Groep en Jan Feijes, technisch adviseur van Adviesbureau Deerns.

 

 

Klimaat zonder zorgen
“Binnen de Reinier de Graaf Groep komt personeel op de eerste plaats”, aldus Ronald van Lier. “Een goed, eenvoudig te bedienen en comfortabel klimaat, zorgt ervoor dat personeel goed in zijn vel zit en al hun aandacht aan patiënten kunnen geven. Dat draagt weer bij aan het hoge dienstverleningsniveau dat wij nastreven. Het vormde voor ons ook de aanleiding om te kiezen voor een ‘klimaat zonder zorgen’. En dat is in een complexe omgeving als een ziekenhuis geen vanzelfsprekendheid.” Deerns stelde daarom samen met de architect voor een gebouw neer te zetten dat meekijkt en meevoelt met de gebruiker en weet wat er op elk moment gebeurt. Jan Feijes:  Zo’n ‘smart building’ zorgt niet alleen voor een klimaat zonder zorgen, maar biedt ook de mogelijkheid om maximaal te presteren op het gebied van duurzaamheid.”

Beste van twee werelden
Over de klimaatoplossing waar voor het 2.400 m2 grote nieuwe behandelcentrum werd gekozen, vertelt Ronald van Lier: “In een pand als dit is het de kunst om de warmte en koude goed te kunnen distribueren. Met de keuze voor een Mitsubishi Electric HVRF-systeem vindt de koude/warmte-uitwisseling binnen het systeem over een kort traject plaats. De distributie van verwarming en koeling door het pand verloopt via een 2-pijpsysteem dat minder risico op lekkage met zich meebrengt. In het systeem wordt energie uitgewisseld en gelijktijdig warmte en koude geproduceerd. Een zeer elegante oplossing die eigenlijk het beste van twee werelden combineert: de rust en gelijkmatigheid van een watersysteem én de mogelijkheid om zowel te verwarmen als te koelen van een VRF systeem.”

Het HVRF-systeem wordt aangevuld met de Mitsubishi Electric Zubadan lucht/water-warmtepomp voor vloerverwarming. Opmerkelijk is verder de redundant uitgevoerde koeling van het fertiliteitslaboratorium. “Hier is ultraschone lucht en bedrijfszekerheid een eerste vereiste”, aldus Ronald van Lier. “Voor de koeling en verwarming worden de ruimtes vanuit meerdere Mitsubishi Electric warmtepompsystemen gevoed, waardoor een redundante en bedrijfszekere oplossing eenvoudig te realiseren is.”

Bacnet
Om alle Mitsubishi Electric systemen optimaal te laten aansluiten op het ‘smart building’ concept communiceren de systemen op basis van BACnet via de cloud met het gebouwbeheersysteem. In de toekomst is uitbreiding hierop eenvoudig mogelijk.


 

Geconditioneerde opslag

Langs de A16 bij Ridderkerk staat het gloednieuwe pand van Allround Cargo Handling. Dit familiebedrijf is al dertig jaar gespecialiseerd in de geconditioneerde opslag van noten, zaden en zuidvruchten. Dit duurzame pand is geheel gasloos, optimaal geïsoleerd, heeft een dak vol zonnepanelen én wordt volledig gekoeld met een mechanische koeling werkend met het natuurlijke koudemiddel CO2. Hiermee beschikt het bedrijf nu niet alleen over 25.000 m² opslag, ook zijn ze klaar voor de toekomst.

De indrukwekkende loods beschikt over vijf compartimenten. Elk van de compartimenten biedt ruimte tot wel 5000 pallets. Noten en zuidvruchten vanuit alle hoeken van de wereld staan vijf liggers hoog opgestapeld. Hoewel het gebouw optimaal geïsoleerd is, was een betrouwbare koeling nog steeds noodzakelijk. Niet vanwege de bederfelijkheid van de producten, maar om ongedierte geen kans te geven. Daarvoor moet de temperatuur constant tussen 8 en 10 graden Celsius gehouden worden.

Een vereiste van de opdrachtgever was dat er een koelsysteem kwam met een natuurlijk koudemiddel. Na een weloverwogen selectie viel de keuze op Van Kempen Koudetechniek B.V. Zij kozen vervolgens voor een systeem van Tewis voor de primaire koeltechniek. Dit innovatieve bedrijf loopt voorop in ontwerp en ontwikkeling van koudetechniek met CO2 als koudemiddel en is onderdeel van de Daikin groep.

 

De installatie

- CO2 DX-koelinstallatie met zes koelers voor elk compartiment.

- De luchtkoelers zijn aan beide zijden van het compartiment geplaatst om een maximale ruimtedekking middels de juiste temperatuur te garanderen. Voor maximale benutting van de stellingplaatsen zijn
smalle koelers met geringe hoogte in de rijpaden gepositioneerd.

- De luchtgekoelde gaskoelers buiten op het dak zijn ruim gedimensioneerd en beschikken over een groot lameloppervlak en een laag ventilatorvermogen. Ze voldoen hiermee aan de gestelde eisen in
aanmerking te komen voor de EIA-subsidie.

- De installatie is gekoppeld aan het in eigen huis ontwikkelde en innovatieve besturingssysteem VK-Dynamics software. Hiermee kan Van Kempen Koudetechniek de installatie 24/7 op afstand monitoren en
indien nodig bijregelen.

De installateur vertelt: “Hoewel we vaak onze eigen installaties bouwen, kozen we hier voor de koelinstallatie van Daikin/Tewis. We wisten dat we op de kwaliteit kunnen vertrouwen. Voor een CO₂ DX-installatie heeft dit systeem echt een grote koelcapaciteit. Maar dan nog, vanwege de grootte van de compartimenten was het wel nodig aan beide zijden koelers te plaatsen. Voor de opdrachtgever een behoorlijke investering, maar met deze oplossing creëren we wel de perfecte luchtcirculatie langs de stellingen om de temperatuur in iedere hoek van het compartiment constant te houden.

Tegelijkertijd zorgden we ervoor dat de maximale opslagcapaciteit behouden bleef. Al met al best een uitdagende klus met een mooi eindresultaat. Met deze koelinstallatie kan de klant ervan op aan dat de temperatuur elke ruimte altijd optimaal is en dat daarmee de kwaliteit van de opgeslagen producten gewaarborgd is. En daar gaat het uiteindelijk om.”


 

Grootvermogen bodemwarmtepompen

Fletcher Hotel Teugel is gevestigd in het buitengebied tussen Uden en Veghel. Twee door R&R Systems geplaatste bodemwarmtepompen verwarmden en koelden al zo’n tien jaar alle vijftig hotelkamers, de bistro, de receptie en de recreatiehal met onder meer een bowling. Onlangs verving R&R Systems ze door twee nieuwe exemplaren uit de nieuwste generatie grootvermogen bodemwarmtepompen van Nefit Bosch. Ze draaien op de al aanwezige warmte-koudeopslag (WKO).

R&R Systems is specialist in duurzame energiesystemen. ‘Met name in de agrarische sector hebben wij ruime ervaring met bodemenergiesystemen’, vertelt projectleider Joris Polman. ‘Maar ook in woningbouw, utiliteit en industrie. Ook in een hotel als dit is een duurzame bron in combinatie met bodemwarmtepompen ideaal. Er is continu vraag naar warmte en koude, je kunt een hele hoge COP behalen. De bron is hier al aanwezig. Want tien jaar geleden hebben we een WKO, een open bodemenergiesysteem, aangelegd. We hebben hier dus alleen de bodemwarmtepompen vervangen. Dat was nodig omdat van de bestaande warmtepompen twee van de vier compressoren versleten waren. Ze staan net als hun voorgangers opgesteld in de installatieruimte in de kelder van het hotel.’

Nederlandse primeur in grote vermogens
De keuze viel op twee Bosch Compress 7000 LW bodemwarmtepompen, de horizontale variant. Met elk een vermogen van 54 kW en twee compressoren aan boord. En voorzien van de optionele passieve koeleenheid. Daarmee had R&R Systems de Nederlandse primeur.

Het totale systeem
Net als in de oude situatie leveren beide warmtepompen circa zeventig procent van alle gevraagde warmte en de totale passieve koeling. ‘Voor de laatste dertig procent benodigde warmte zorgt een elders in het pand al aanwezige HR-ketel’, legt Polman uit. ‘Deze ketel fungeert ook als back-up. Vanuit een bestaand buffervat van 5000 liter wordt op basis van de vraag koude (10 graden Celsius) en warmte (50 graden Celsius) geleverd. Beide bodemwarmtepompen zijn via twee Bosch Rego 5200 regelingen gekoppeld aan het gebouwbeheersysteem. Daarnaast zijn er twee bestaande boilers aanwezig van elk 500 liter voor de voorraad warm tapwater. In de verschillende ruimtes worden diverse afgiftesystemen gebruikt.

Ze zijn er weer

Gepubliceerd op

Na een korte onderbreking zijn de adviseurs van ArboTechniek weer gestart. Waar kun jij ze voor benaderen als het gaat om veilig en gezond werken in de techniek? Waar zijn ze te vinden? En waarom is het juist nu van belang om de veiligheid van werknemers in de techniek nog verder te bevorderen?

Heb je vragen over veilig en gezond werken? Kun je hulp gebruiken bij jou in je bedrijf? Wil je praktische ondersteuning? Dan zijn de adviseurs van ArboTechniek weer beschikbaar. Zij kunnen je helpen met allerlei praktische vragen over bijvoorbeeld werksituaties, het toepassen van de Arbocatalogus en stimuleren van veilig en gezond gedrag. Er is altijd een adviseur in de buurt! Een check op de website van ArboTechniek laat direct zien wie je kunt benaderen en onder welke voorwaarden. Zonder kosten voor de aanvrager.

Einde?
De ArboTechniek-adviseurs zijn niet nieuw. De afgelopen jaren ondersteunden zij al veel bedrijven. Maar toen liep het project ten einde. Projectleider ArboTechniek Theo-Jan Heesen zag het op zich afkomen, terwijl er nog steeds vragen binnen kwamen: “We zagen dat werkgevers en werknemers nog steeds actief advies zochten van de ArboTechniek-adviseurs. Maar het project, dat door zogenaamde ESF-gelden werd gesubsidieerd, liep af. En dan komt er altijd een onnatuurlijk moment van stoppen. Dat voelde ook best zo, ook al zagen we het aankomen. Immers, er is genoeg te doen als je de binnenkomende vragen mag geloven.”

Resultaten vroegen om vervolg
Het project heeft een enorm bereik gehad en de impact was groot. Vooraf werd gemikt op het bereiken van 500 bedrijven; maar dit bleek een onderschatting van het aantal vragen. Uit de evaluatie van het project blijkt dat de adviseurs kundig zijn, dat zij veel sectorkennis hebben en dat bedrijven hun diensten als heel concreet hebben ervaren. Barry Sikkens, projectmanager van de ArboTechniek-adviseurs en voorheen zelf ook als actief in het team, is enthousiast: “De basis die werd opgebouwd is goud waard; dus ik had maar één wens: koesteren en voortzetten.” Maar dat was vooral een beslissingen van de sociale partners, die onlangs besloten het project voort te zetten. Heesen: “Het duurde even omdat tussendoor ook de cao-onderhandelingen plaatsvonden. Dan staat alles even stil en voeren andere gesprekken de boventoon. Maar toen die waren afgerond was het vrij snel helder: we konden door! De persoonlijke 1-op-1-benadering en laagdrempelige ondersteuning gecombineerd met de expertise van de adviseurs overtuigden de sociale partners. Maar vooral ook de urgentie: veilig en gezond werken verdient echt aandacht.”

Genoeg te doen
En dat het doorgaat is maar goed ook! Er zijn ongeveer 10.000 bedrijven in onze branche, waarvan meer dan de helft 25 medewerkers of minder in dienst heeft. Er is dus genoeg te doen! Sikkens: “Er zijn nog veel bedrijven waar we nog niet op bezoek zijn geweest en dat blijkt ook wel uit het feit dat we nog steeds aanvragen kregen ondanks dat het project was afgerond. Dat zagen we ook aan het einde van het project niet verminderen; integendeel. We kunnen dus nog jaren vooruit. Er is ook een groep bedrijven die het misschien nog niet weten, maar ons wel nodig hebben. Die moeten we bereiken, dáár ligt de uitdaging. Al is het maar om ze aan het denken te zetten over het belang van veilig en gezond werken. Dat besef, gecombineerd met ons advies draagt bij aan een veiligere werkomgeving in de branche. En dat willen we toch allemaal?”

Juist als het druk is
Juist nu is misschien die alertheid van bedrijven en medewerkers er één die gevoed moet worden. De werkdruk is hoog nu het bouwen van woningen topprioriteit is en de energietransitie in Nederland in volle gang is. Dit terwijl er grote tekorten zijn op de arbeidsmarkt die ook de bedrijven in de techniek raken. Sikkens: “Het is een mega-opgave waar de mensen in de techniek voor staan. En natuurlijk blijven we ook innoveren, waardoor nieuwe technieken worden toegepast. Het zijn factoren die een rol spelen in het dagelijks werk van de mensen. Die leiden tot haast, snel acteren en een gevoel van overbelast zijn. Maar hierdoor kan men ook wat minder bewust omgaan met veiligheid en gezondheid. In die waan van de dag is het fijn een partner te hebben die met je meekijkt en zorgt dat iedereen elke avond weer veilig thuis komt. En die partner is de ArboTechniek-adviseur.”

Deels nieuw team
Het team van adviseurs bestaat uit bestaande én nieuwe gezichten. Sikkens: “Ja, zo gaat dat. Maar het team dat er nu staat, met een vertegenwoordiging in alle regio’s, is er klaar voor. Met hun kennis en expertise en vooral de betrokkenheid die zij voelen bij de sector, staan ze klaar voor ieder bedrijf. Ik zou zeggen: twijfel niet en benader ze gewoon. Wat voor vraag over veilig en gezond werken je ook hebt.”

Ook de leerkringen starten weer
Ook de leerkringen van ArboTechniek starten weer op. Heesen: “We weten dat mensen van elkaar leren. En de leerkringen bieden die mogelijkheid.” In de regionale leerkringen ‘Veiligheid en Gezondheid’ wisselen arbofunctionarissen, preventie- en veiligheidsmedewerkers met elkaar van gedachten over veilig en gezond werken. Ervaringen over onderwerpen zoals het vergroten van de betrokkenheid van collega’s bij het arbobeleid, de ongevallenregistratie en aanspreekgedrag van medewerkers worden tijdens leerkringen gedeeld en besproken. “Het is een fijne manier om van elkaar te leren, weten we vanuit eerdere ervaringen. Dus we zijn blij dat deze ook weer beginnen. Aanmelden kan via de website”, aldus Heesen.

Nieuwe tools
Ondertussen wordt ook gewerkt aan nieuwe instrumenten. Heesen: “We willen de ArboTechniek Veiligheidsapp verder verbeteren en uitbreiden. Die innovaties staan ook niet stil. En we gaan bijvoorbeeld werken aan een online tool die je snel kan laten zien wat je nodig hebt om in een werkbak te kunnen staan, en wanneer dit wel of niet is toegestaan. Het zijn voorbeelden waarmee we verder gaan.” 

ArboTechniek

ArboTechniek is het platform van de sociale partners in de technische isolatie- en isolatiebranche dat zich inzet voor veilig en gezond werk. Met bijvoorbeeld Arbocatalogi, activiteiten en toolboxen helpt ArboTechniek werkgevers en werknemers in onze branche.

App

Werk jij in de installatie- of isolatiebranche en wil je altijd kunnen beschikken over de laatste informatie over veilig en gezond werken? Of ben je leidinggevende en wil je dat jouw medewerkers zich altijd kunnen inlezen over veilig werken? Dan is er nu de nieuwe gratis ArboTechniek Veiligheidsapp! Download ‘m nu via arbotechniek.nl/app

Adviseurs

Heb je vragen over veilig en gezond werken? Kun je hulp gebruiken bij jou in je bedrijf? Wil je praktische ondersteuning? Dan zijn er arbo-adviseurs die graag bij je langs komen. Neem contact op met een adviseur bij jou in de buurt via arbotechniek.nl/adviseurs

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Installatiegemak en veiligheid

Een goed werkende installatie, of die nu ondersteund wordt met een elektrische warmtepomp of met een gas-hybride installatie, heeft een ...

Schijnveiligheid is het nieuwe gevaar

Brandveiligheid is meer dan alleen een rookmelder plaatsen in een woning. Er kan een vals gevoel van veiligheid ontstaan. Want ...

Maximale veiligheid rookgasafvoer, beugelen!

Het thema gasloos bouwen is ‘hot’, toch is vrijwel elke woning in Nederland nog aangesloten op gas. Jaarlijks overlijden er ...

Stilstaan bij veiligheid op de werkvloer

Vandaag wordt voor de tweede keer ‘Bewust Veilig’ gehouden. Ruim 58.000 medewerkers in de bouw- en infrasector en de installatiebranche ...

High end innovatie

Gepubliceerd op

Er komen steeds meer geïntegreerde duurzame woonconcepten op de markt. Toch blijft het voor gebruikers in veel gevallen nog pionieren. Zo ook voor Huub Lambriex en zijn vrouw Ester van Kuffeler, die een kalkhennephuis met duurzame installatietechniek lieten bouwen in het Friese Oudega.

Lambriex woonde jarenlang in Heemstede, maar had een vakantiehuis in Friesland. Daar raakte hij onder de bekoring van het landschap en de rust. Toen zich een kans voordeed om in Oudega een ecologische woning te realiseren, greep hij die met beide handen aan.

Eisen
De voormalige ondernemer legde een lijstje neer met duidelijke eisen. “We wilden een ecologisch verantwoorde woning. Niet te hoog en gestroomlijnd, omdat we hier aan het water op een windrijke locatie zitten”, vertelt hij.

Kalkhennep
Het echtpaar schakelde architectenbureau Werkstatt in voor het ontwerp. Zowel het huis als het bijgebouw zijn opgetrokken in kalhennep, dat is gestort in lagen. Een bijzondere keuze. “Kalkhennep biedt een aantal voordelen. Het ‘ademt’, haalt CO2 uit de lucht, is brandwerend, heeft isolerende en akoestische kwaliteiten en is aan het einde van de levensduur makkelijk te composteren.”

Stucwerk
De kalkhennep bestaat uit de houterige kernen van de hennepstengels, gemengd met water en kalk. Het wordt gestort in een bekisting en hardt in de lucht uit. De muren van de Oudegase woning zijn aan de binnenkant gestuct met kalk en bij het noord- en zuidwesten waar de weersinvloeden het sterkst zijn, is ook aan de buitenkant kalkstuc aangebracht.

Hout
Zowel de woning als het bijgebouw hebben een zinken dak met spouw en isolatielaag van hennepwol. Voor de constructie is gebruik gemaakt van eikenhout. Ook elders in de woning is hout toegepast, zoals Red Cedar voor de kozijnen. Het huis heeft een kanaalplaatvloer met cementdekking en een afwerklaag van kalk.

Passieve maatregelen
Door slim gebruik te maken van de lokale omstandigheden wist Werkstatt de energievraag danig te minimaliseren. Zo opent de glazen pui (HR++) aan de zuidwestelijke zijde de woning naar het zonlicht toe. Aan de andere kant is het huis juist zo dicht mogelijk van opzet. Overstekken voorkomen onnodige opwarming in de warme maanden.

RV
De ‘ademende kalkhennepgevel’ heeft nog een ander voordeel: een gunstige RV. Waar menig duurzame woning een ‘woestijnklimaat’ heeft, omdat de isolatie de luchtvochtigheid ongunstig beïnvloedt, blijft het aangenaam vertoeven in de Friese woning. Overigens heeft de woning ook een eigen natuurlijk ventilatiesysteem met schuiven onder en boven in de gevels.

PV-panelen
Het dakoppervlak is goed benut: er liggen 26 pv-panelen, daarmee heeft het echtpaar een ‘energieplus woning’. “Helemaal off-grid gaan is een optie zodra er goede accu’s op de markt zijn en de grondstoffen daarvoor kunnen worden gewonnen zonder kinderarbeid en zonder een aanslag te doen op de natuur.”

Houtkachel
Voor het koken, de productie van warm tapwater en de ruimteverwarming beschikt het huis over twee houtkachels. Ze werken op basis van het rocket stove principe. “Daardoor is er sprake van een zo schoon en efficiënt mogelijke verbranding”, vertelt Lambriex. De twee houtkachels staan aan de weerszijden van een lemen tussenwand. Deze fungeert als massa accumulator. Tegelijkertijd is ook de rookgasafvoer in de lemen wand opgenomen. Daarnaast liggen er op het dak van het bijgebouw 50 heatpipes. Deze zorgen voor de lokale verwarming en de productie van warm tapwater. Mede daarom staat er een buffervat beneden van 1000 l. Mocht het bijgebouw een overschot hebben, dan kan via een transportleiding ook een tweede buffervat (1000 l) in de bijkeuken van het huis worden gevoed. Beide buffervaten beschikken overigens ook over een elektrisch verwarmingselement voor de bovenste helft, mochten de heatpipes net iets tekortschieten. De ruimteverwarming vindt plaats via vloerverwarming op de begane grond. Daarnaast beschikt de badkamer boven in het huis over een eigen vloerverwarmingssysteem.

Sanitair
De twee gebouwen beschikken in het totaal over drie toiletten, waarvan één in een standaarduitvoering en twee composttoiletten. De composttoiletten zijn in feite houten stoelen, waaronder emmers staan met versgemaaid gras en houtzaagsel. De opbrengst wordt gebruikt voor de planten in de tuin en de eigen fruit- en groenenteelt. “Voor de rest is het sanitair vrij standaard, ja we hebben nog wel douchewater-wtw”, vertelt Lambriex.

Waterleiding
De woning heeft een eigen waterleidingaansluiting, maar die is, wonderlijk genoeg, alleen tijdens de bouw gebruikt. “We beschikken over een eigen regenwateropvang. Het regenwater gaat eerst door een helofytenfilter en komt dan in een betonnen bak van 20 kuub terecht. Voldoende om in het ergste geval 3 maanden te overleven. Als we het water willen drinken, voeren we het eerst door een koolstoffilter in de keuken. Daarnaast hebben we een septic tank voor grijs water met een overstort naar een slootje”, vertelt Lambriex.

Eindresultaat
Lambriex is erg in zijn nopjes met het eindresultaat. Hij had ook geluk met het bouwteam. De architect had al affiniteit met ecologisch bouwen, de aannemer wilde graag innoveren en de installateur was al vertrouwd met zelfvoorzienende concepten. “Het is wel een pré, heb ik gemerkt als opdrachtgever dat je weet wat je wilt en goed bent ingelezen.” Hoewel de eerste contacten al rond 2013 werden gelegd, ging de bouw pas drie jaar later van start. “We hadden veel voorbereidingstijd nodig, het was toch pionieren.” In 2019 werden de woning en bijgebouw opgeleverd. “Alles is naar wens verlopen. We hadden weliswaar alles top-geïsoleerd gebouwd, alleen het later binnen alles afstucen zette nog een keer de puntjes op de i.” 

Rocket stove

De houtkachels werken volgens het rocket stove principe, vertelt Lambriex. Wat betekent dat precies? Een rocket stove is een hittebron die gebruik maakt van een relatief kleine verbrandingskamer waarin hout wordt verbrand, en een geïsoleerde schoorsteen waarin de rookgassen vrij volledig worden verbrand voordat ze het kook-oppervlak bereiken. Door de efficiënte werking is slechts ongeveer de helft van de hoeveelheid brandstof nodig als bij een traditioneel open vuur waarboven gekookt wordt. De rocket stove wordt veel gebruikt in ontwikkelingslanden voor koken, het verwarmen van water en ruimteverwarming. De belangrijkste onderdelen van een rocket stove zijn:

1. De brandstofkamer: hierin wordt de brandstof (doorgaans hout) gestopt, van waaraf het naar de verbrandingskamer wordt aangevoerd.
2. De verbrandingskamer waar de verbranding van de brandstof plaatsvindt.
3. De schoorsteen, verticaal boven de verbrandingskamer, waarin verbrandingsgassen verbranden en waarin trek wordt opgewekt die het vuur brandende houdt.
4. De warmtewisselaar waar de warmte wordt overgedragen, bijvoorbeeld op een kookpan. Rondom de verbrandingskamer en de schoorsteen bevindt zich isolatie, waardoor de verbranding bij een zo hoog mogelijke temperatuur plaatsvindt. De brandstofkamer kan horizontaal zijn aangebracht, waarbij de brandstof handmatig wordt aangevoerd, maar hij kan ook verticaal zijn geplaatst waarbij de brandstof vanzelf door de zwaartekracht wordt toegevoerd. Als het vuur brandt, zorgt trek ervoor dat er nieuwe zuurstof door de brandstofkamer wordt aangezogen. De trek zorgt er tevens voor dat het vuur zich niet uitbreidt naar de brandstofkamer en dat er geen verbrandingsgassen in tegengestelde richting gaan stromen.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Geen planning bij woningcorporaties om woningen te verduurzamen

Woningcorporaties worstelen met de vraag hoe ze hun bestaande woningvoorraad moeten verduurzamen. Met name de onzekerheid over technische oplossingen en ...

Circulaire basisschool met duurzame installatietechniek

Basisschool De Verwondering in Almere is een circulair en duurzaam gebouw. Dat betekent dat het gebouw makkelijk is te demonteren ...

Slimme woonconcepten met BENG-ambitie

De Belgische ventilatiefabrikant Duco zal vier ‘Duco at Home’ totaalconcepten presenteren tijdens de vakbeurs Building Holland. “Energiezuinigheid wordt in de ...

Aardgasloze woonconcepten

TBI WOONlab biedt zijn woonconcepten beterBASIShuis en lekkerEIGENhuis nu aardgasloos aan. Ook kregen de woonconcepten een upgrade. Naast aardgasloos behoren ...

Koeltechniek

Gepubliceerd op

De lente is aangebroken en het wordt eindelijk weer wat warmer en zonniger. Als de trend van de afgelopen jaren doorzet, wordt het ook dit jaar een hete zomer. Met de stijging van de temperatuur in Nederland stijgt ook het aantal geïnstalleerde split-unit airco’s. Dat was de afgelopen jaren duidelijk zichtbaar, met een stijging van gemiddeld 50% per jaar. Als gevolg van hoge gasprijzen en keuzes ten aanzien van het klimaat, worden woningen steeds vaker verwarmd met een (hybride) warmtepomp. Kortom, of het nu gaat om koelen of verwarmen of allebei, koeltechniek is in opmars. Een goede gelegenheid voor NVKL, de vereniging van koeltechnische bedrijven, om een aantal zaken op een rijtje te zetten over het werken in de koeltechniek.

De meeste koudemiddelen die worden gebruikt in huidige airco’s en warmtepompen – vooral voor toepassingen in woningen – zijn gefluoreerde broeikasgassen, ook wel f-gassen genoemd (of vroeger: ‘Freon’). Deze stoffen zijn goed toepasbare koudemiddelen, maar het zijn ook broeikasgassen die een bijdrage leveren aan de opwarming van de aarde. Hoe groot deze bijdrage is, wordt weergegeven met het GWP (Global Warming Potential)-getal. R32 bijvoorbeeld heeft een GWP van 675. Dat betekent dat 1 kg R32 hetzelfde effect heeft op de opwarming van de aarde als 675 kg CO2, of met andere woorden: 1 kg R32 is gelijk aan 675 kg CO2-equivalent.

Wetgeving
Voor deze f-gassen is er Europese wetgeving die bekend staat als de f-gassenverordening. Het doel van deze verordening is het zo klein mogelijk houden van de opwarming van de aarde als gevolg van het vrijkomen van f-gassen in de lucht. Een belangrijke regel is het verplicht maken van f-gascertificering voor personen én bedrijven. Een airco of warmtepomp gevuld met f-gassen mag alleen worden geïnstalleerd door een monteur met persoonscertificering, die werkt voor een bedrijf met bedrijfscertificering. Zo is de kans kleiner dat er tijdens de installatie of onderhoud f-gassen vrijkomen. In de zomer wordt hier vaak door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de regionale omgevingsdiensten extra op gecontroleerd. Andere regels in de verordening zijn periodieke lekcontroles en het bijhouden van een logboek, hoewel die gelden vanaf een inhoud van 5 ton CO2-equivalent (7,4 kg in het geval van R32). Bedrijven die met f-gassen werken moeten het gebruik van deze gassen bijhouden en registreren, zodat kan worden nagegaan hoeveel f-gassen per ongeluk toch is gelekt, en of lekcontroles en onderhoud zijn uitgevoerd. Tenslotte wordt de hoeveelheid (ook wel quotum genoemd) f-gassen die op de markt wordt gebracht elke paar jaar teruggeschaald.

Brandbaarheid en veiligheid
De nieuwere f-gassen met een lager GWP zijn meestal mild brandbaar en daarom ingedeeld in cat. A2L: lage giftigheid en mild brandbaar. Propaan (geen f-gas maar een koolwaterstof) wordt ook steeds vaker gebruikt en is ingedeeld in cat. A3: lage giftigheid, zeer brandbaar. Naast airco’s worden er steeds meer warmtepompen geïnstalleerd en wordt er meer met koudemiddel gewerkt, ook met brandbare koudemiddelen. Dat brengt veiligheidsrisico’s met zich mee. Daarom komen er in de nieuwe versie van de f-gassenverordening (vanaf 2024) ook regels over het werken met alternatieven voor f-gassen, zoals brandbare koudemiddelen, maar ook CO2 en ammoniak. Dit zodat er milieuvriendelijk én veilig wordt gewerkt.
Om de risico’s zo klein mogelijk te houden, is het belangrijk om ontstekingsbronnen zoals vonken te voorkomen en dat er altijd een brandblusser beschikbaar is. Zorg er ook voor dat de gereedschappen en persoonlijke beschermingsmiddelen die de monteurs gebruiken geschikt zijn voor brandbare koudemiddelen, dat er voldoende ventilatie is, en dat de monteur een gasdetector gebruikt om de lucht in het werkgebied te controleren.

ACK/ACB
Monteurs die aan installaties werken met meer dan 5 kg propaan, 10 kg CO2 of 10 kg ammoniak, zijn nu al verplicht om een vakbekwaamheidscertificaat te halen. Dat kan door een ACK-opleiding te volgen. Na de zomer verandert de naam ACK (Ammoniak, CO2, Koolwaterstoffen) in ACB, omdat dan niet alleen koolwaterstoffen zoals propaan eronder vallen, maar ook andere brandbare koudemiddelen, zoals R32.

PED
Een ander punt van aandacht is de drukveiligheid. De veiligheidseisen aan drukapparatuur en samenstellen, zoals warmtepompen en airco’s, staan in de Europese PED-wet (Pressure Equipment Directive, in het Nederlands: Richtlijn Drukapparatuur). Afhankelijk van de ontwerpdruk, de grootte van de installatie en de stofgroep van het koudemiddel, valt de installatie in één van de vijf ‘veiligheidscategorieën’: ‘Artikel 4.3’ (goed vakmanschap), categorie I, II, III of IV. Bijna alle brandbare koudemiddelen vallen in stofgroep 1 (gevaarlijke stoffen). Dit betekent dat een installatie die brandbare koudemiddelen bevat bij een vrij kleine koudemiddelvulling al in PED cat. II terecht komt.
Voor installaties in categorie II, III en IV is een CE-markering verplicht met het identificatienummer van de keuringsinstantie die toezicht heeft gehouden bij ontwerp, fabricage en eindcontrole. Installaties in cat. I hebben volgens de regels van de PED óók een CE-markering, maar dan zonder identificatienummer. In deze categorie verklaart alleen de fabrikant/installateur dat de installatie is ontworpen en gemaakt volgens de eisen van de PED.
CE-markering geldt niet voor installaties die vallen onder artikel 4 lid 3 (‘goed vakmanschap’) van de PED. Hiervoor geldt dat ze ontworpen en geproduceerd moeten zijn “volgens regels van goed vakmanschap”. Installaties in cat. III en IV worden ook gekeurd voordat ze in gebruik worden genomen, daarna worden ze periodiek gekeurd (elke 4-6 jaar) 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Gebouwen koelen met waterdruppels

Adiabatische koeling, het koelen door het effect van verdampend water, is geen onbekende technologie. Maar om het ook in gebouwen ...

Verwarmen én niet-condenserend koelen

Jaga introduceert een vrijstaande radiator die kan verwarmen en niet-condenserend kan koelen. De radiator is geschikt voor plaatsing bij grote ...

NVKL ondertekent intentieverklaring ‘Koeling van Gebouwen’

De standaarden voor het ontwerp van gebouwen moeten rekening gaan houden met warmere zomers en de groeiende behoefte aan koeling ...

NVKL en Techniek Nederland gaan samenwerken in federatie

De branchevereniging voor ondernemingen op het gebied van Koudetechniek en Luchtbehandeling (NVKL) en Techniek Nederland gaan samenwerken in een federatief ...

Afgiftesystemen

Gepubliceerd op

HT-warmtepompen zijn duidelijk in opmars. Er wordt gezegd dat ze eenvoudig zijn te combineren met bestaande afgiftesystemen. Maar klopt dat wel? Volgens Jan Verdonck zijn daar de nodige vraagtekens bij te plaatsen. IZ sprak erover met de Specialist New Business van JAGA.

Verdonck volgt met grote belangstelling de ontwikkelingen in de warmtepompmarkt. JAGA verkoopt ze weliswaar zelf niet, maar wel de afgiftesystemen die eraan worden gekoppeld.

Toekomst warmtepompen
Volgens de Specialist New Business zal de warmtepomp zich op termijn stevig nestelen in de buitenstedelijke gebieden, kleine steden en dorpen. Voor de grote steden voorziet hij eerder een toekomst met warmtenetten, al dan niet gevoed met restwarmte of geothermie. Het is een geluid dat wel vaker te horen valt in de branche. Warmtepompen brengen een aantal praktische uitdagingen met zich mee, die slecht samengaan met grootstedelijke gebieden.

Uitdagingen
Denk bijvoorbeeld aan de beperkte mogelijkheden om bodemgebonden systemen aan te leggen in een historische binnenstad, of het ruimtebeslag en de geluidsproductie van buitenunits van lucht/water warmtepompen. Komt nog bij dat er een chronisch gebrek is aan vakmensen om alle systemen te installeren. Zeker aan monteurs die ook een F-gassencertificaat op zak hebben.

HT-warmtepomp
Inmiddels is er een breed scala aan warmtepompoplossingen beschikbaar. Binnen dat spectrum zal de HT-warmtepomp zich steeds meer ontwikkelen als een aparte markt denkt Verdonck. Een hoog temperatuur (HT) warmtepomp is een lucht/water warmtepomp die uit twee delen bestaat, een binnendeel die op de plek van de cv-ketel wordt gezet en een buitendeel. Het buitendeel haalt warmte uit de buitenlucht en het binnendeel maakt warm cv-water tot wel 80˚C. Een standaard lucht/water warmtepomp maakt water cv-warm tot 55˚C.

Hoge temperaturen
Met een HT-warmtepomp wordt het mogelijk om via radiatoren de woning te verwarmen met water dat een temperatuur heeft tussen de 60 en 80˚C. Deze vorm van verwarming wordt normaliter toegepast voor de cv-ketel op gas, maar kan dus zo ook met een warmtepomp.
Bestaande radiatoren
“In feite boots je de werking na van een hr-ketel”, verduidelijkt Verdonck. Dat klinkt als een ideale oplossing voor de bestaande bouw, want je ‘kan de bestaande radiatoren laten hangen’, zoals een aantal marktpartijen beweren. Maar daar blijken de nodige haken en ogen aan vast te zitten.

Innovaties
“Ja, je maakt het de consument gemakkelijk, de vraag is alleen hoe het zit met het energetisch rendement van deze oplossing”, zegt Verdonck. “Radiatoren hangen al snel een jaar of 30 in een bestaande woning. In de tussentijd hebben er tal van ontwikkelingen plaatsgevonden, waardoor het rendement en de kwaliteit van afgiftesystemen drastisch zijn verbeterd.”

Technische verbeteringen
“Denk bijvoorbeeld aan de toepassing van gelijkstroommotoren en de komst van ventilator gedreven radiatoren én convectoren. Ook ander materiaalgebruik heeft een steentje bijgedragen. Aluminium en combinaties van aluminium en koper hebben een betere geleidbaarheid dan staal dat vroeger in zwang was. Tot slot is het inregelen makkelijker geworden. Waar je vroeger handmatig ventielen moest inregelen, met alle risico’s op fouten die daarmee gepaard gaan, gebeurt dat nu automatisch.”

Isoleren
“Waar je ook rekening mee moet houden is dat bestaande afgiftesystemen zijn afgestemd op de woning ‘van toen’. “In de tussentijd kan de eigenaar maatregelen hebben genomen, waardoor de warmtebehoefte is gedaald. Denk aan isolatie, Triple glas en naad- en kierdichting.” Wordt de consument dan geen dief van zijn eigen portemonnee als hij de oude radiatoren laat hangen en bereikt hij nog wel eenvoudig het juiste comfortniveau? Verdonck: “We weten uit gedegen onderzoek dat een nieuw afgiftesysteem zo een rendementsverschil van 20% of meer kan betekenen.”

Vloerverwarming
Tot dusverre hebben we het vooral gehad over bestaande radiatoren. Maar hoe zit het met de vervanging van een cv-ketel door een HT-warmtepomp als er een vloerverwarmingssysteem in de woning ligt? Er gelden voor beide gevallen eigenlijk dezelfde randvoorwaarden. “Je moet er rekening mee houden dat het water maximaal 55°C mag zijn, anders wordt de vloer te heet en beschadig je de buizen. Je hebt een verdeler nodig die de vloerverwarming aansluit op de HT-warmtepomp, zodat het temperatuurniveau automatisch wordt aangepast”, ligt Verdonck toe. Zo op het oog is die vervangingsslag dus eenvoudig te maken, maar zeker in het laatste decennium is men echter anders gaan denken over de toepasbaarheid van trage afgiftesystemen.

Installatieconcept
Want vloerverwarming staat bekend als een systeem dat woningen voorziet van het gewenste comfort, maar wel in een traag tempo. En daar zit de bottleneck. Want waarom zou je ruimtes die slechts korte tijd verwarmd hoeven worden, voorzien van vloerverwarming? Dat brengt A ontevreden klanten met zich mee die niet het gewenste comfort ervaren en B hun energierekening wordt er niet beter op. “Vandaar dat andere installatieconcepten nu in opmars zijn. Installatieconcepten waarin ruimtes die veelvuldig worden gebruikt vloerverwarming krijgen, denk bijvoorbeeld aan de woonkamer. En ruimtes die maar een beperkte en korte warmtevraag hebben, zoals slaapkamers, radiatoren.”, verduidelijkt Verdonck. Kortom, het is dus zinvol om bij de overstap op een HT-warmtepomp ook na te gaan of het loont om in ruimtes met een beperkte warmtevraag eventueel over te stappen op radiatoren.

Alternatieve warmtepompen
Blijft over de vraag of het sowieso wel zinvol is om in bestaande woningen de cv-ketel in te wisselen voor een HT-warmtepomp. “Wij volgen het liefst de Trias Energetica. Dat betekent eerst de energiebehoefte zoveel mogelijk terugbrengen, vervolgens de aanwezige energievraag maximaal proberen in te vullen met duurzame energie en het eventuele restant zo efficiënt mogelijk met fossiele energie. De achterliggende gedachte bij de HT-warmtepomp en trouwens ook hybride warmtepomp is vaak dat een totale energetische renovatie te duur is voor de klant om in één keer door te voeren. Dus gaat hij stapsgewijs te werk. Hij vervangt eerst de cv-ketel of maakt er een hybride installatie van en gaat daarna op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij een uitbouw) isoleren en het afgiftesysteem vervangen. De volgordelijkheid is eigenlijk niet in lijn met de principes van de Trias Energetica. Daar worstel ik al mee. Bovendien is het nog maar de vraag of de consument na de aanpak van de cv-ketel wel de volgende stappen zal nemen. Stel hij zit met economische tegenwind of het loont niet meer omdat hij na verloop van tijd besluit te gaan verhuizen?” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Installatiegemak

De warmtepompmarkt ontwikkelt zich stormachtig. Met name de vraag naar hybride systemen met een luchtgebonden component neemt snel toe. Hoewel ...

IR verwarming

Er zitten diverse tools in de gereedschapskist om gebouwen aardgasvrij te verwarmen. De meest bekende zijn warmtepompen en stadswarmte. Er ...

Optimale afstemming distributie én afgifte is essentieel

Ontwerpers van werktuigkundige installaties in en rondom gebouwen kunnen in deze tijd de mouwen opstropen (of deden dat al). Immers ...

Warmtepomp met hoge afgiftetemperatuur in testfase

Vattenfall en Feenstra testen een nieuw hogetemperatuur-warmtepompsysteem dat de traditionele cv-ketel vervangt zonder noodzaak voor aanvullende maatregelen aan afgiftesysteem en ...

Flow meten

Gepubliceerd op

Het continu meten van luchtsnelheden is ingewikkeld. Dat komt door verschillende factoren, zoals temperatuur, druk en turbulente flow. Het kan ook voorkomen dat er simpelweg geen goede plek is om correct te kunnen meten. Een correcte meting is wel enorm belangrijk voor vele toepassingen waarbij een exacte luchthoeveelheid van belang is. Denk bijvoorbeeld aan energiebesparingsini­tiatieven of de inblaaslucht in een operatiekamer. Er zijn verschillende manieren om tot een correcte meting te komen.

Correct luchtstromen meten is om verschillende redenen belangrijk. Ten eerste werkt een correcte meting vaak als controle. Een luchtbehandelingskast heeft een bepaalde capaciteit, maar wordt deze wel behaald? Als je niet goed meet, kan er ook geen goede sturing plaatsvinden. Denk aan een school of kantoorgebouw waarin voldoende ventilatie belangrijk is. Daar moet voldoende verse toevoerlucht worden aangevoerd en vuile retourlucht worden afgevoerd. Daarbij wordt gelijk het proces gewaarborgd, ook belangrijk, zeker in bijvoorbeeld een operatiekamer of cleanroom. Een juiste meting kan tevens helpen om energie te besparen. Als je weet hoeveel lucht je gebruikt, kan je daarop regelen. Denk aan het aanpassen van de ventilatie op basis van belasting en bezetting.

Hoe meet je correct?
Bepaal eerst wat het beste punt is om te meten. Bij het plaatsen van een meetsensor moet je rekening houden met een paar vuistregels. De luchtsnelheid in het kanaal is niet overal hetzelfde. In het midden is de snelheid het hoogst en langs de wanden het laagst. De locatie moet daarom op de juiste wijze bepaald worden. Houd rekening met bochten, de vorm van de bocht, waar de ventilator is geplaatst en vernauwingen. Raadzaam is om een punt te kiezen met een zo lang mogelijk rechte kanaallengte voor en na de meting. Ideaal is een rechte lengte van zeven keer de kanaaldiameter voor de meting en minimaal één keer na de meting. Naast juiste plaatsing is de betrouwbaarheid afhankelijk van het gekozen meetprincipe. Er zijn vier gangbare meetprincipes.

Hittedraad
Bij de hittedraadmeting wordt een dun draadje continu verwarmd op een exacte temperatuur boven de omgevingstemperatuur. De omgevingstemperatuur wordt daarbij continu gemeten. De lucht koelt het draadje af. De mate van energie die wordt gebruikt om het draadje weer te verwarmen, is evenredig met de luchtsnelheid. De hittedraad is zeer geschikt voor het meten van lage snelheden (startsnelheid 0,15 m/s) en wordt toegepast voor bijvoorbeeld tocht- of comfortmetingen. De meting is temperatuurgecompenseerd, erg nauwkeurig en zeer snel uit te voeren.

Nadeel
Een nadeel is dat het meetelement erg kwetsbaar is, waardoor deze meting over het algemeen niet in vuile en vochtige lucht toegepast kan worden. Als deeltjes zich hechten aan het draadje, gaat het meetresultaat namelijk afwijken. Verder is de meting richtingsgevoelig en niet geschikt voor hoge (proces) temperaturen. Daarnaast meet de transmitter de luchtsnelheid maar op één ‘speldenpuntje’ in het kanaal, waardoor een vaste opstelling voor een luchtdebietmeting niet aan te raden is. Meet je in het midden van het kanaal en doe je vervolgens een berekening, dan zal de berekende capaciteit veel hoger liggen dan in werkelijkheid het geval is.

Pitotbuis
De pitotbuis is een instrument voor het meten van de snelheid van een gas- of vloeistofstroom. Dit instrument wordt toegepast als snelheidsmeter in een vliegtuig of in de Formule 1 om de luchtsnelheid te meten en vervolgens de downforce te kunnen bepalen. Als je alleen afgaat op de rijsnelheid van de auto, kunnen de wind en rijwind van invloed zijn. Je meet de dynamische druk. Dat is het drukverschil tussen de totaaldruk (tip van de buis) en de statische druk (gaatjes rondom). Om de snelheid uit te lezen heb je een transmitter of handmeter nodig die een flowcalculatie kan doen. De pitotbuis is zeer robuust, nauwkeurig en geschikt voor hogere snelheden en temperaturen.

Nadeel
Een nadeel is dat het instrument niet geschikt is voor lage snelheden (<2 m/s) en slechts op één punt in het kanaal meet. De pitotbuis is gevoelig voor vervuiling en condens, maar dit kan door middel van een purge-unit opgelost worden. Dat is een unit, die geplaatst wordt tussen de transmitter en de pitotbuis. Op vaste tijden worden de poorten van de drukverschiltransmitter kort gesloten (en houdt die de analoge uitgang vast) en wordt de buis in een instelbare tijd doorgeblazen. Daarna schakelt de solenoïdeklep weer om en meet je op een correcte manier de snelheid.

Zelfmiddelende pitotbuis
De zelfmiddelende pitotbuis is in principe hetzelfde als de standaard pitotbuis, met als verschil dat deze op meerdere punten meet. Deze flowsensor plaats je in de gehele kanaaldiameter. De flowsensor middelt over de gehele diameter de snelheid uit (er zitten meer gaatjes langs de wand dan in het midden). Dit is de beste meetmethode om het luchtdebiet te meten. In een rond kanaal plaats je vaak twee sensoren in een kruis. In een rechthoekig kanaal plaats je deze afhankelijk van de diameter naast elkaar. Vervolgens lus je de min-aansluiting en de plus-aansluitingen met elkaar door. Het voordeel van de zelfmiddelende pitotbuis is dat deze zeer robuust is en geschikt voor hoge snelheden. De flowsensoren zijn leverbaar in verschillende materialen zoals aluminium, RVS en met een epoxy coating. Hierdoor kan deze meting gebruikt worden in uiteenlopende situaties, van een cleanroom tot en met afzuiglucht van een zuurkast of proceslucht van 600°C. Door middel van een auto-zero (automatische nulstelling van de drukmeting) zijn ook lage snelheden te meten, maar meestal wordt een startsnelheid van 2 m/s aangehouden. Uiteraard is er in het veld extra montagewerk nodig, maar HVAC-installateurs komen hier altijd wel uit. Bij een applicatie met vervuiling en/of condens zijn er, net als bij de standaard pitotbuis, oplossingen in combinatie met een purge-unit mogelijk.

Vleugelrad
Bij de laatste meetmethode telt een vleugel- of schoepenrad het aantal omwentelingen per schoep. Het aantal pulsen is een maat voor de luchtsnelheid. Het voordeel van deze meetmethode is dat het instrument ook lagere snelheden meet (startsnelheid 0,3 m/s), turbulentie dempt omdat deze vergeleken met een hittedraad over een groter oppervlakte meet (rond 14, 70 of 100mm) en toepasbaar is van -20 tot 80gr. Sommige uitvoeringen zijn te gebruiken als flowrichtingsdetectie, omdat de sensor in een bepaalde richting is gekalibreerd, ‘ziet’ de sensor welke kant deze opdraait. Het nadeel is dat het vleugelrad kwetsbaar is bij continu gebruik (klein lagertje) en gevoelig is voor vervuiling en vocht 

Auteur: Teun Mulder, Specialist HVAC Instrumentatie bij Hitma

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

De flow erin houden

“Meneer de installateur, heeft u toevallig nog tijd voor één extra dingetje”, sprak de vrouw des huizes waar Karel net ...

Nieuwe flow, comfortabel binnenklimaat

Vorige jaar ging het mis. Toen begaf de pomp het met als gevolg dat een gezin uit Hoogvliet geen verwarming ...

Fantastische Flow

Ondanks de zachte winter kreeg Karel nog flink wat klachten over kou in huis. Of het nu in de woonkamer, ...

Inductie-unit met crossflow

Het unieke aan de VivèsCo-X inductie unit is het door Inteco ontwikkelde crossflow (kruisstroom) inductieprincipe. Hierbij wordt de lucht kruislinks ...

Installatiegemak

Gepubliceerd op

De warmtepompmarkt ontwikkelt zich stormachtig. Met name de vraag naar hybride systemen met een luchtgebonden component neemt snel toe. Hoewel warmtepompen steeds eenvoudiger zijn te installeren en gebruiksvriendelijker worden, zijn er nog slagen te maken. IZ sprak erover met Nefit Bosch in de aanloop naar de VSK.

De grote Game Changer kwam uit Den Haag. De regeringspartijen hebben sinds vorig jaar massaal de hybride warmtepomp omarmd. Daarnaast doen ook de regelgeving die gasloze nieuwbouw afdwingt, subsidies en de hogere gasprijzen een duit in het zakje. Dat van alle kanten vooral de overstap op hybride systemen wordt gepropageerd in de bestaande bouw en de installatie van luchtgebonden All-Electric oplossingen in de nieuwbouw, verbaast Nefit Bosch niet.

Grondgebonden oplossingen
Een andere grote kanshebber, grondgebonden systemen, vereist meer expertise. Nefit Bosch brengt zelf sinds bijna 2 jaar grondgebonden systemen op de mark en merkt dat de drempel hoger ligt dan bij luchtgebonden oplossingen. Zo leent niet iedere locatie zich voor een grondboring, zeker niet bij de bestaande bouw. Daarnaast vereist de aanleg van een grondgebonden warmtepomp een BRL-certificering. Niet iedere installateur beschikt daarover. Vandaar dat Nefit Bosch zelf de installateur de BRL-service aanbiedt Last but not least: het kostenplaatje van een grondgebonden oplossing pakt anders (lees: duurder) uit. Ook dat kan een belemmering vormen.

Monoblocks
Binnen het scala aan luchtgebonden oplossingen, doen niet alleen de splitsystemen goede zaken, maar ook Monoblock-oplossingen en HT-warmtepompen. Dat is eenvoudig te verklaren, legt Nefit Bosch uit. Ook installateurs zonder F-gassencertificaat kunnen Monoblock-systemen aanleggen. Met name traditionele installateurs werken er graag mee. Punt van aandacht blijft wel de hogere totaalprijs.

HT-warmtepompen
Het grote voordeel van HT-warmtepompen is dat het afgiftesysteem en het leidingwerk bij een overstap vaak niet hoeven te worden vervangen. HT-warmtepompen leveren een aanvoertemperatuur van 60 – 80 graden. Met dergelijke temperaturen blijft de consument ook gevrijwaard van flankerende maatregelen, zoals dure aanpassingen aan het warmteafgiftesysteem. Alleen de productie van warm tapwater verloopt anders dan voorheen, daarvoor is een warmtapwater boiler nodig.

Harder werken
Maar er kleven ook nadelen aan een HT-warmtepomp. Doordat de HT-warmtepomp het water naar een hogere temperatuur verwarmt dan een standaard warmtepomp, moet deze harder werken. Dat heeft twee consequenties. Ten eerste is het apparaat complexer en daarmee duurder. Bovendien is het elektriciteitsgebruik iets hoger.

Splitsystemen
Zo heeft iedere oplossing zijn voor- en nadelen. Inzoomend op de bekende luchtgebonden splitsystemen noemt Nefit Bosch een aantal pointers. Zo vraagt de installatie van het buitendeel om de nodige aandacht. Niet alleen vanwege de geluidsproductie, maar ook het wegblazen van lucht met zo min mogelijk hinder vereist de nodige inspanning. Ook is het belangrijk om te letten op de juiste Delta T. Voor een goed rendement houdt je die het liefst zo klein mogelijk. Daardoor wordt de volumestroom echter groter. Soms is dan een extra pomp met openverdeler of een buffervat nodig.

Ruimtebeslag en apps
De afgelopen jaren zijn fabrikanten volop bezig geweest om het de installateur makkelijker te maken. Bijvoorbeeld door Apps te ontwikkelen, waarmee je de warmtepomp via een smartphone kan configureren. Er wordt ook volop nagedacht over het ruimtebeslag en geluidsprobleem. Dat heeft er onder andere toe geleid, dat er dakoplossingen voor het buitendeel op de markt zijn gekomen. Een andere vernieuwing die op veel enthousiasme kan rekenen heeft betrekking op de leidingdiameters. Inmiddels zijn kleinere diameters tot een kwart-en-een-half-duims al gangbaar bij splitsystemen. Wel zo prettig als je leidingen moet buigen.

Interface
De volgende stap wordt nu al gezet, vertelt Nefit Bosch. De interface is rijp voor een face-lift. Zowel voor de installateur, zodat hij makkelijker remote beheerswerkzaamheden kan uitvoeren, als de consument die eenvoudig inzicht wil krijgen in zijn energiedata.

Plug & Play
Kijken we iets verder in de toekomst dan verwacht Nefit Bosch een toename van het aantal Plug & Play oplossingen. Niet alleen vanwege het gebrek aan mankracht, maar ook om de uitholling aan vakkennis het hoofd te bieden. Ook zal er meer aandacht zijn voor prefab, modulariteit en de demontabiliteit van systemen, om zo tegemoet te komen aan eisen op het gebied van circulariteit.

Onderhoudsgemak
Bij het onderhoud van warmtepompen denken we al snel aan reinigingswerkzaamheden, het checken op lekkages en het uitlezen van data om inzicht te krijgen in de daadwerkelijke energieprestaties. Nefit Bosch verwacht dat de voortgaande digitalisering ook het onderhoud eenvoudiger zal maken. Bijvoorbeeld omdat warmtepompen bij problemen al zelf op basis van hun datastroom diagnoses uitvoeren of tijdig waarschuwen dat er vervangingswerkzaamheden nodig zijn (Predictive Maintenance).

Natuurlijke koudemiddelen
Tot slot: natuurlijke koudemiddelen zijn duidelijk in opmars. Wat zijn de grote kanshebbers en welke impact heeft deze ontwikkeling op het installatiegemak? Zowel lucht- als bodemgebonden warmtepompen als warmtepompboilers zullen steeds vaker met propaan als koudemiddel worden uitgevoerd, verwacht Nefit Bosch. Als tussenstap zal het koudemiddel R32 gebruikt gaan worden. Dat is al aanzienlijk minder belastend voor het milieu dan de huidige traditionele koudemiddelen, zoals R410A. Voor CO2 liggen de kaarten minder gunstig, omdat je met hogere drukken moet werken en de systemen bij lagere drukken minder presteren. Ammoniak, ook wel genoemd als kanshebber, heeft relatief veel nadelen. Vanwege het agressieve karakter valt het niet te combineren met koper en messing, bovendien moet je veel beter opletten bij laswerkzaamheden.

Certificering
Sluiten we af met een waarschuwing. Een installateur moet beschikken over een F-gassencertificering om te werken met chemische koudemiddelen. Maar dat betekent niet dat hij zomaar aan de slag kan met natuurlijke koudemiddelen. Voor het werken met een natuurlijk koudemiddel moet een monteur namelijk een vakbekwaamheidscertificaat in bezit hebben. In concreto: PGS13 voor ammoniak, NPR7600 voor brandbare koudemiddelen en NPR 7601 voor kooldioxide 

Update

Recentelijk bracht Remeha de vernieuwde warmtepompen Mercuria Ace en Eria Tower op de markt. Nu ook in een uitvoering met Monoblock-buitenunit. Deze specifieke buitenunits zijn verkrijgbaar in de capaciteiten 6, 8 en 11 kW en passen zowel bij de Mercuria Ace als ook bij de uitvoeringen van de Erica Tower Ace. Zowel de Monoblocks als de gewone buitenunits zijn praktisch allemaal enkele dB’s stiller dan de nu gebruikte buitenunits.

 

Ventilatiewarmtepomp

Bij een klassieke ventilatiewarmtepomp wordt alle lucht uit de woning gehaald wanneer er een warmtevraag of warmtapwatervraag is. Dat kan leiden tot overventilatie met onnodig warmteverlies en extra kosten, zegt DUCO. Bij koude buitentemperaturen en beperkt vermogen draait zo’n warmtepomp soms zelfs louter om zijn eigen verliezen te compenseren. Van overventilatie is bij de nieuwe DucoBox Eco geen sprake. In basis werkt de DucoBox Eco 100% op buitenlucht. Om echter geen energie verloren te laten gaan wordt de beschikbare ventilatielucht ook over de warmtewisselaar gezogen. Hierdoor zijn de luchttemperatuur én het rendement hoger, waardoor maximale energieterugwinning mogelijk is.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Monoblock warmtepompen met aanvoer tot 75 °C

Onlangs is NIBE gestart met de levering van de NIBE S2125-serie. Deze modulerende lucht/water monoblock warmtepompen kunnen breed worden toegepast ...

Nederlandse startup introduceert AI gedreven hybride warmtepomp

De Nederlandse startup Quatt heeft de ambitie om de komende tien jaar één miljoen Nederlandse woningen te verduurzamen met een ...

Warmtepomp met prefab installatieframe

De nieuwe warmtepomp Eria Tower Ace S van Remeha is een combitoestel dat vergezeld gaat van een installatieframe om de ...

Installatiegemak en veiligheid

Een goed werkende installatie, of die nu ondersteund wordt met een elektrische warmtepomp of met een gas-hybride installatie, heeft een ...

Drijvend clubhuis

Gepubliceerd op

In de Tweede Haven te Scheveningen ligt sinds kort een drijvend clubhuis. Het nieuwe onderkomen van de lokale Jachtclub sluit architectonisch goed aan bij de omgeving en zit bordenvol duurzame techniek. Het absolute hoogtepunt vormt de warmtepomp die zijn thermische energie onttrekt aan zeewater. IZ sprak erover met architect Maarten Thewissen.

Eerst leek het alleen te gaan om een simpele verbouwing. Al snel werd duidelijk dat de Jachtclub Scheveningen beter kon gaan verhuizen. Daarmee veranderde ook de uitvraag: Studio Komma kreeg de opdracht om een geheel nieuw, drijvend clubhuis te ontwerpen, met een clubruimte voor 200 leden. Architect Maarten Thewissen was gelijk enthousiast. Hij ontwierp een alzijdig, energieneutraal gebouw en gaf zo invulling aan alle wensen van de opdrachtgever.

Ontwerpfase
“We hebben het bijzondere gebouw met veel oog voor stedenbouwkundige facetten en de lokale context ontworpen. De horizontale gevelbanden begeleiden de blik richting de weidse zichtlijnen langs de havenkades. De eenvoud van de volumes sluit aan bij de robuuste bouwwerken in de haven en speelt bij de materialisatie in op de schepen in de haven. Als Studio Komma hebben we het project uitgewerkt in Revit. Vervolgens hebben we de esthetische begeleiding van de uitwerking en bouw voor onze rekening genomen.”

Materialisatie
In het pand zijn verschillende materialen verwerkt. Van hout tot beton, composiet, glas en staal. Onder de waterlijn ligt een betonnen drijfbak, met daarop een staalskelet met HSB-elementen. De eerste verdieping heeft een houten vloer en ook het dak is van hout. “In eerste instantie wilden we een houten constructie. Dat bleek echter financieel gezien niet haalbaar te zijn. Vandaar dat we toen gekozen hebben voor HSB-elementen.”

Zeeklimaat
Qua materialisatie luisterde het overigens nauw. Het zeeklimaat stelt hoge eisen aan de gebouwde omgeving. De Steni-gevelplaten voor de luifel bestaan uit polymeercomposiet met een kern van gemalen natuursteen, versterkt door een laag glasvezel. Het materiaal is met name geschikt voor een omgeving met een hoge luchtvochtigheid, daarnaast is het ook binnen toepasbaar en uitstekend bestand tegen diverse chemicaliën. De houten gevelbekleding is van Padouk. Deze houtsoort is populair, omdat het schitterend zilvergrijs vergrijst, nauwelijks werking kent en duurzaamheidsklasse 1 heeft. De glasplaten tot slot zijn 5 centimeter dik, mede om te voldoen aan de akoestische eisen. “Er wordt wel eens een feestje gevierd.”

Functies
In het gebouw zijn verschillende functies ondergebracht. Onder de waterlijn liggen de sanitaire voorzieningen, de berging en de technische ruimte. Het feitelijke clubleven speelt zich grotendeels af op begane grondniveau. Hier is ook de keuken. Een verdieping hoger is de Regatta-office, waar alle wedstrijden worden gecoördineerd. Ernaast ligt het dakterras dat uitkijkt over de haven.

Trias Energetica
Geheel trouw aan de principes van de Trias Energetica is eerst door een slim samenspel van zon oriëntatie, kleurkeuze en passieve bouwkundige maatregelen de energievraag aan banden gelegd. “De zuidgevel, aan de kopse kant hebben we dichtgezet. Aan de Oost- en Westzijde daarentegen opent het gebouw zich naar de omgeving toe met veel ramen. Daardoor is er wel het bijzondere uitzicht, maar vermijden we oververhitting. Daarnaast houden zonwerende beglazing en de luifels ook een deel van de ongewenste zoninstraling tegen.” De luifel doet dat ‘dubbel zo goed, omdat de lichte kleur reflecterend werkt.

Elektriciteit
Op het dak van de Regatta-office liggen 30 PV-panelen. Ze voorzien in een deel van de stroombehoefte. De rest wordt ingevuld door het reguliere net. Dat was trouwens nog een fikse uitdaging voor de installateur, omdat hij vanaf de kade een flexibele 125 kVA kabel moest aanleggen naar het clubgebouw, vertelt Thewissen.

Verlichting
Dankzij de grote glaspanelen stroomt het zonlicht rijkelijk naar binnen. Uiteraard heeft het gebouw ook kunstlicht in de vorm van lichtlijnen en lokale ruimteverlichting. Allemaal uitgevoerd met LED-lampen. “Hierbij is rekening gehouden met het specifieke gebruik van de ruimte.” De verlichting is dimbaar.

Warmteopwekker
Deerns nam het installatieontwerp voor zijn rekening. De adviseur had al ooit een warmtepompinstallatie ontworpen die zijn energie ontleende aan zeewater. “We wilden dat kunststukje graag herhalen. In het concept van destijds, werd de warmte via een spiraal onttrokken aan het zeewater. Op deze locatie zou er echter veel aangroei komen, waardoor de onderhoudskosten zouden oplopen. Vandaar dat er we een andere weg zijn ingeslagen. In het huidige concept, staat de warmtepomp opgesteld in een drijfbak. In de bodem zijn de bronleidingen ingestort. Het zeewater heeft een temperatuur van ongeveer 17°C. Het leidingenstelsel fungeert als warmtewisselaar en geeft de warmte af aan de Techneco AquaTop S22 warmtepomp. Deze heeft een maximaal vermogen van 17kW.”

Afgifte
In het beton van de begane grondvloer liggen de leidingen van de vloerverwarming. In de Regatta-office zijn LT-radiatoren geplaatst. Een logisch installatieconcept, als je bedenkt dat vooral de ruimte op de begane grond wordt gebruikt.

Ventilatie
Het drijvende clubgebouw heeft gebalanceerde ventilatie. De clubruimte en keuken hebben een WTW-installatie met een vermogen van 3500 m3/uur. De luchtbehandelingskast is boven het plafond van de keuken geplaatst. Een tweede WTW-unit voor de kelderverdieping en de eerste verdieping staat in een technische ruimte in de kelderbak. Deze heeft een capaciteit van 500 m3/uur. Zowel de aan- als afvoerkanalen zijn verwerkt in de luifel en het dak.

Detectie
Het pand heeft geen bijzondere sanitaire oplossingen, vertelt Thewissen. “We hebben wel overwogen om een grijswatersysteem aan te leggen, maar het leidingenwerk zou te veel complicaties met zich meebrengen. Wel aanwezig is CO2-, rook- en, in de kelder, aanwezigheidsdetectie. Dat klinkt de lezer misschien raar in de oren, want het pand was toch gasloos? Waarom zou je dan een CO2-melder installeren? “Die is nodig om het drijfgas van de bierinstallatie te detecteren”, legt Thewissen uit.

Doorlooptijd
Al met al heeft het project vanaf de ontwerpfase tot en met de uiteindelijke realisatie een doorlooptijd gehad van 2 jaar en 9 maanden. De prestaties van het gebouw worden sinds de oplevering afgelopen mei gemonitord met een GB-systeem. Daar is vooralsnog weinig chocola van te maken, want de coronatijd levert een vertekend beeld op. Thewissen is dan ook erg benieuwd welke data de post-coronaperiode gaat opleveren. Hij kijkt met een tevreden gevoel terug op het project. “Het was een echte uitdaging om een alzijdig gebouw te ontwerpen waarbij je rekening moest houden met het zeeklimaat en alle verschillende stakeholders. Gelukkig is het eindresultaat in goede aarde gevallen.”

Warmtepomp

De Aquatop is een energiezuinige, geluidsarme en compacte warmtepomp. Deze aardwarmte warmtepomp is zowel in de nieuwbouw als in bestaande woningen toe te passen. De Techneco Aquatop brijn/water of water/water warmtepomp wordt normaliter aangesloten op een bodemenergiesysteem. In het beschreven project is gekozen voor een ander installatieconcept. De warmtepomp kan worden ingezet voor verwarmen en koelen. Eventueel kan de warmtepomp ook het tapwater bereiden, maar de warmtepomp is bij een zeer grote tapwatervraag ook goed te combineren met een gasketel. Er zijn 2 modellen leverbaar, namelijk de Aquatop S en de Aquatop T. De Aquatop S is compact en kent 5 typen waarvan de verwarmingsvermogens uiteenlopen van 6 kW tot 22 kW. De Aquatop S kan passief koelen aansturen. Middels een externe warmtewisselaar (optie) wordt dan de warmte van het gebouw naar de bodem gevoerd. Hier is alleen energie nodig voor de circulatiepompen; de compressor van de warmtepomp staat uit. Met beide modellen warmtepompen is gelijktijdig verwarmen en koelen mogelijk, mits de totale installatie en regeltechniek buiten de warmtepomp hiervoor geschikt zijn.

Thermische ontkoppeling en toch geen stagnatie

Doorstromende muurplaten beperken stagnatie tot een minimum in koudwater- en warmtapwatercirculatieinstallaties. Zo kan de vereiste temperatuur tot aan het laatste ...

Thermische laadstations vervangen boilers in flatgebouw

Solide Vastgoed Beheer vervangt in de Groningse Vondelflat 164 grote boilers door de compacte FlexTherm Eco toestellen van Flamco. De ...

Thermische energie uit water kan in helft warmtevraag gebouwde omgeving voorzien

Uit onderzoek naar verschillende vormen van aquathermie, blijkt de potentie van thermische energie uit water als alternatief voor aardgas groter ...

Gemeente Soest laat haalbaarheid geothermische energiecentrale onderzoeken

De gemeente Soest en Larderel Energy, onderdeel van Ingenieursbureau Herman de Groot, hebben een Letter of Intent getekend voor de ...

IR verwarming

Gepubliceerd op

Er zitten diverse tools in de gereedschapskist om gebouwen aardgasvrij te verwarmen. De meest bekende zijn warmtepompen en stadswarmte. Er is echter ook een andere mogelijkheid die aandacht verdient: infrarood verwarming. In dit artikel vertelt Branchevereniging IG-Infrarood over de werking, normering en belangrijke ontwikkelingen in deze sector.

Met infrarood verwarming wordt in de bouw directe elektrische stralingsverwarming bedoeld. Dat betekent dat het niet water-gevoerd is en verwarming met infrarood straling geschiedt.

Stralingsverwarming
Warmteafgiftesystemen zoals radiatoren, convectoren en vloerverwarming beïnvloeden vooral de luchttemperatuur in een ruimte. Stralingsverwarming daarentegen heeft vooral invloed op de stralingstemperatuur. De (warmte)comfortbeleving van de mens wordt bepaald door een samenspel van de gemiddelde luchttemperatuur en de gemiddelde stralingstemperatuur. Voor behoud van comfort is een lagere luchttemperatuur te compenseren met een hogere stralingstemperatuur (en omgekeerd). Dit kan omdat met convectie de luchtdeeltjes verwarmd worden, terwijl met infrarood straling objecten verwarmd worden. Daarmee kunnen infrarood panelen een goed comfort bieden bij lagere kamertemperaturen. De energetische voordelen van infrarood verwarming berusten onder andere op dit principe.

NEN-norm
Infrarood panelen zijn de meest voorkomende toepassing van infrarood verwarming. Mag elk elektrisch verwarmingssysteem met een stekker zich infrarood verwarming/paneel noemen? Nee, zeker niet. In februari 2021 is de lang verwachte norm NEN-EN-IEC 60675-3 gepubliceerd, die antwoord geeft op twee belangrijke vragen: 1. Wat is een infrarood paneel en 2. Hoe meet je het stralingsrendement van een infrarood paneel. Het stralingsrendement is het aandeel energie dat aan de voorzijde van een paneel als infrarood straling wordt afgegeven. Alleen een paneel met een stralingsrendement hoger dan of gelijk aan 40% mag een infrarood paneel genoemd worden.

Volledige oplossing
Infrarood verwarming kent verschillende toepassingen. De toepassing als lokale verwarming lijkt bekend te zijn. Over het volgende punt heerst echter grote onduidelijkheid, die we direct maar wegnemen: een woning mag volledig met infrarood panelen verwarmd worden, mits per ruimte aangestuurd. De toelichting van RVO op de ‘Systeemeisen technische bouwsystemen - EPBD III’ erkent dit.

Energie-investeringsaftrek
Infrarood panelen kunnen in de woningbouw, utiliteit en industrie toegepast worden. Veelzijdigheid en flexibiliteit zijn belangrijke eigenschappen van de panelen. Ze kunnen namelijk snel warmtecomfort leveren op de plek waar dat nodig is. Vooral in grote ruimten met beperkte menselijke bezetting en in ruimten met hoge(re) plafonds is dit voordelig. Bij traditionele convectie verwarming zou namelijk de lucht in de gehele ruimte of zone verwarmd moeten worden. Met infrarood verwarming kan dat effectief beperkt worden tot de werkplek. Hierin zijn verschillende oplossingen mogelijk: plafondpanelen, wandpanelen, maar ook panelen onder een bureau. Het plaatselijk verwarmen met infrarood panelen is daarom ook onderdeel van de Energielijst 2022 (code 270103), waarmee het in aanmerking komt voor de Energie-investeringsaftrek (EIA).

Installatieconcepten
Hoe ziet een ‘infrarood woning’ er uit? In het geval van hoofdverwarming wordt - in de meeste gevallen - de ruimteverwarming verzorgd door infrarood panelen, wordt warm water bereid middels een warmtepomp-/zonneboiler (met elektrische naverwarming) en zijn zonnepanelen toegepast voor hernieuwbare opwekking. Dit concept is duurzaam en voldoet aan de bouwregelgeving. In de lokale toepassing verwarmt een warmtepomp (of cv-ketel) met lage temperatuur afgifte de woonkamer, waarbij infrarood panelen worden toegepast in de overige ruimtes, zoals badkamer, slaapkamers of kantoorkamer. Het grote voordeel hiervan is dat er relatief snel ‘comfort’ geleverd kan worden in ruimten met beperkte aanwezigheid.

Ontwerp en montage
Zoals bij alle installaties is het bij infrarood verwarming van belang dat het installatieconcept goed ontworpen wordt en alles deugdelijk wordt geïnstalleerd. Het monteren van infrarood panelen is relatief eenvoudig. Qua handelingen is het vergelijkbaar met het ophangen van een plafondlamp, dus ophangpunten boren, aansluiten en monteren. De meeste aandacht gaat uit naar het ontwerp. Denk bijvoorbeeld aan bepaling van benodigd vermogen en het verdelen van het vermogen over de ruimte. Daar moet een goed plan voor opgesteld worden.

Praktisch document
De branche ziet het als haar verantwoordelijkheid om professionals de handvaten te bieden om overweg te kunnen met infrarood verwarming. Zo wordt er in samenwerking met een gerenommeerd kennisinstituut de laatste hand gelegd aan een praktisch document over infrarood verwarming in de bouw: van uitleg over de werking tot praktische ontwerp- en installatieadviezen.

Comfortonderzoek
We weten nu wat het is, hoe het werkt, hoe je het kunt toepassen en dat je het mag toepassen. Maar de grote vraag is natuurlijk: hoe zit het met de comfortbeleving en energieprestaties van infrarood panelen in de praktijk? In de meest recente studie is in opdracht TKI Urban Energy en RVO door W/E adviseurs onderzoek gedaan naar het energiegebruik en de comfortbeleving van residentiële verwarming met infrarood stralingspanelen. In de winter van 2020/2021 zijn 52 woningen met infrarood panelen als hoofdverwarming gemonitord. Diverse aspecten zijn daarbij in ogenschouw genomen, waaronder energiegebruik, comfortbeleving en het vermogen van de panelen in verhouding tot de woning.

Aandachtspunten
Er zijn veel interessante bevindingen. Zo is – binnen de beperkingen van het onderzoek – de comfortbeleving overwegend positief te noemen. De onderzoekers stellen ook dat het energiegebruik een stuk minder is dan bij de gemiddelde gasgestookte woning. Aandachtspunten zijn er uiteraard ook, zoals piekbelastingen en de plaatsing van panelen in relatie tot (dis)comfort. Voor meer informatie zie: www.topsectorenergie.nl/agenda/webinar-onderzoek-naar-infraroodverwarming-woningen.

Onderhoud
Infrarood verwarming kan een belangrijke bijdrage leveren aan de nationale klimaatdoelstellingen en de reductie van het aardgasgebruik. De voornaamste energetische voordelen zijn het kunnen leveren van comfort bij lagere kamertemperaturen en het snel kunnen verwarmen. De aanschafkosten zijn relatief laag en de onderhoudsbehoefte verwaarloosbaar. Er zitten geen bewegende/mechanische onderdelen in infrarood panelen. Twee keer per jaar de panelen afnemen met een zachte doek is voldoende qua onderhoud. Dit maakt infrarood verwarming vanuit een Total Costs of Ownership (aanschaf, beheer en onderhoud tijdens de levensduur) benadering een interessante en nodige optie. Er zijn echter belangrijke voorwaarden waaraan voldaan moet worden bij toepassing van infrarood panelen om discomfort en een hoog energiegebruik te voorkomen: een genormeerde warmte transmissie berekening en een goede plaatsing van panelen in een ruimte.

Ontwikkeling keurmerk
Er is nog een belangrijke ontwikkeling gaande die zal helpen om het kaf van het koren te scheiden: de uitwerking van een kwaliteitskeurmerk voor infrarood panelen. IG Infrarood werkt samen met deskundige partijen aan een keurmerk volledig gebaseerd op de nieuwe norm NEN-EN-IEC 60675-3. Zo wordt in een oogopslag duidelijk dat een paneel inderdaad een infrarood paneel is en wat de minimale efficiency is 

Elektrisch verwarmen, ook via Wifi

Vasco brengt een breed programma elektrische verwarming op de markt, waaronder elektrische radiatoren met wifi-module. Met de nieuwe module E-Volve ...

Elektrische bijverwarming of stand-alone oplossing

 De nieuwe elektrische convectorverwarmer Heat Convector 4000 van Nefit Bosch maakt het mogelijk om bijna elke ruimte snel te verwarmen ...

Infrarood verwarming: kansrijk of discutabel?

Over de waarde van infraroodverwarming in de energietransitie in de gebouwde omgeving is nog veel discussie. Voorstanders claimen dat infrarood ...

Energieneutrale appartementen krijgen infrarood in plaats van warmtepompen

De West-Friese woningcorporatie De Woonschakel uit Medemblik bouwt 24 nieuwe energieneutrale appartementen voor de sociale woningsector in Bovenkarspel. Het gaat ...

Parametrisch ontwerpen

Gepubliceerd op

In de installatiebranche is het nog zelden een onderwerp van gesprek. Maar volgens Marjet Rutten gaat parametrisch ontwerpen minstens net zo’n impact hebben als BIM. IZ sprak met de auteur, marketeer en innovator in de bouwsector. Rutten onderzocht voor BNA hoe parametrisch ontwerpen de bouw zal veranderen. De eerste vraag is natuurlijk wat deze ontwerpmethodiek precies behelst.

Omschrijving
“Parametrisch ontwerpen is een ontwerpproces waarbij op basis van data en relaties tussen onderdelen een ontwerp wordt gegenereerd. Het gaat om het leggen van relaties. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als ik de beukmaat van mijn pand verander? Bij een parametrisch model rekent het systeem de gevolgen voor je door. Wat verandert er dan nog meer? Alle kennis die we hebben is intelligent verwerkt in een datamodel. Het is dus een dynamisch systeem”, legt ze uit.

Tool
“Het is feite een ‘tool’, waarbij je aan de knoppen kan draaien. Mensen voeren de parameters in. Verander je de parameter, zoals bijvoorbeeld de grondoppervlakte voor een vloerverwarmingssysteem, dan rekent het model door wat dat bijvoorbeeld betekent voor de benodigde capaciteit van het verwarmingssysteem.”

Handig
Dat is reuze handig. “Stel je hebt een plot waarop woningen komen te staan en randvoorwaarden gelden voor de maximale hoogte en oppervlakte, dan berekent het systeem alle mogelijkheden.” Deze ontwerpmethodiek is ook uitstekend toe te passen voor installatietechniek, vertelt Rutten. “Zo heeft de TU/E software ontwikkeld om door te rekenen wat in een gegeven situatie de meest duurzame woning is, rekening houdend met isolatie, soort installaties, kosten en dergelijke.”

BIM
Parametrisch ontwerpen gaat een stap verder dan bimmen. “Daarbij maak je gebruik van 3D-software met extra dimensies, maar zonder intelligentie. Er vindt geen automatische doorberekening plaats.”

Andere voordelen
Dat parametrisch ontwerpen legio voordelen biedt, is dus wel duidelijk. Naast snelheid en een verruiming van de mogelijkheden, zodat je kan ‘customizen’, betreedt je ook een nieuwe esthetische dimensie. “Met parametrisch ontwerpen kan je spannendere ontwerpen maken, waardoor gebouwen er anders gaan uitzien.” Ook wordt het ontwerpproces transparanter, waardoor de faalkosten omlaag gaan. “Uiteraard alleen als de juiste parameters worden ingevoerd”, voegt Rutten toe. En de initiële bouwkosten gaan omlaag, omdat er bijvoorbeeld minder installatieadvies nodig is.

Installateurs
Waar de architecten en ontwikkelaars al aan de slag gaan met parametrisch ontwerpen, blijft de installatiebranche wat achter. De omslag maak je ook niet van de ene op de andere dag, vertelt Rutten. “Je moet onder andere kennis hebben van modelleren, ICT, procesbeheersing en installatietechniek.” De innovatie-expert raadt de kleine en middelgrote installateur aan om voorlopig de ontwikkelingen voornamelijk te volgen. Zie je kansen om een en ander te vertalen naar praktische toepassingen, dan kan je op een rijdende trein springen. “Bijvoorbeeld door gebruik te maken van bestaande modellen als van de TU/E of door met een aantal andere kleine bedrijven de krachten te bundelen.”

Toekomst
“Ik denk dat parametrisch ontwerpen over circa 5-10 jaar is ingeburgerd. Het wordt een belangrijke tool om advies te geven, aan klanten en medespelers in de bouwkolom. Parametrische modellen zullen bovendien in toenemende mate gekoppeld worden aan productiefaciliteiten, zodat er in fabrieksmatige omstandigheden aan de hand van een specifieke klantvraag een oplossing van de band komt rollen. En daardoor zal de bouwplaats nog meer dan nu al het geval is, veranderen in een montageplaats.

Ontwerpen en realiseren van legionellaveilige gebouwen

ISSO heeft nieuwe kennis toegevoegd aan de productenreeks Legionellapreventie. Het gaat om de CUR-aanbeveling 120 ‘Legionellaveilige gebouwen: Bouwkundig ontwerp en ...

Terpstra presenteert app voor digitaal ontwerpen en installeren in 3D

De eerste commerciële UOB-app is gepresenteerd op het online innovatie event Building Holland Digital. De app maakt het mogelijk om ...

Datagedreven ontwerpen, installeren en beheren via app

Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland, presenteert op 27 oktober tijdens Building Holland Digital de eerste volledig werkzame app voor ...

Online compacte lbk’s ontwerpen

Om tijd te besparen bij het ontwerpen van compacte units heeft Wolf de ‘5-minuten Compact-configurator’ ontwikkeld. Vanaf de bouwplaats of ...

Een tree hoger

Gepubliceerd op

De Veiligheidsladder is veelbesproken in de technische installatiebranche. Over het nut ervan lijkt iedereen het wel eens, maar de praktische uitvoering zorgt voor nogal wat hoofdbrekens. Wat is verplicht en wat niet? Hoeveel geld gaat het de bedrijven kosten? En wat levert het concreet op?

Vanaf 1 januari van dit jaar hanteren opdrachtgevers die hun opdracht aanbesteden volgens de afspraak Veiligheid in Aanbestedingen (ViA) de zogenoemde Veiligheidsladder (NEN Safety Culture Ladder). De Veiligheidsladder is een methode om veiligheidsbewustzijn en bewust veilig handelen in bedrijven te meten en beoordelen. De nadruk ligt hierbij op de veiligheidscultuur. De Veiligheidsladder verdeelt veiligheidsbewustzijn en -gedrag over vijf treden. Hoe meer verantwoordelijkheid, visie op en investeringen in veiligheid, hoe hoger de score. Maar wat betekent het in de praktijk? We peilden de meningen.

Positief en kritisch
Henk Boltendal werkt al 11 jaar bij Telecom Service Groep, een all-round bedrijf voor o.a. technische beveiligingsoplossingen met de hoofdvestiging in het Groningse Leek. In de ongeveer 125 mensen tellende organisatie heeft Henk twee functies; hij is Hoofd Bedrijfsbureau, dus leidinggevende over ongeveer 25 mensen. Anderzijds is hij als KAM-coördinator voor alle collega’s het aanspreekpunt voor veilig en gezond werken. “Twee uitdagende rollen waarin altijd wat te doen is!” Hij is ‘positief-kritisch’ over de Veiligheidsladder. “Ik vind veiligheid heel belangrijk en de Veiligheidsladder zorgt ervoor dat veiligheid een gespreksonderwerp wordt in alle geledingen van een bedrijf. De verantwoordelijkheid ligt daardoor niet alleen bij bijvoorbeeld de KAM-coördinator, maar ook bij de uitvoerenden én het management. De Veiligheidsladder leidt tot een aanpak op de niveaus van beleid, strategie én uitvoering.”
Daarentegen vindt Henk de manier waarop de Veiligheidsladder wordt ingevoerd op sommige vlakken te rigoureus. “De basis is bij ons op orde: we hebben een actuele RI&E inclusief plan van aanpak, we zijn VCA-gecertificeerd en de risico’s binnen ons bedrijf zijn laag.” Dan is de Veiligheidsladder wel een heel zwaar instrument.” De Veiligheidsladder wordt daarnaast als een bureaucratisch drukmiddel ervaren, aldus Henk. “Je kunt het ook niet doen, natuurlijk. Maar dan kun je op den duur niet meer meeschrijven in aanbestedingen; iets dat sommige bedrijven de das om zou doen.”

Trainer aan het woord
Harm van Heukelum geeft workshops over de Veiligheidsladder en is in het dagelijks leven werkzaam als adviseur bij Aboma en gespecialiseerd in het thema veiligheidsgedrag en -cultuur. In twee dagdelen neemt hij vakmensen mee door het hele certificeringsproces.” Harm is enthousiast over zijn ervaringen tot dusverre. “Als je ziet hoeveel bedrijven inmiddels aan de slag zijn gegaan met het thema veilig­heidsgedrag en -bewustzijn en het uiteindelijk heel waardevol vinden, dan zal dat je misschien verbazen. Ik zeg altijd: ‘als bedrijf moet je je bezighouden met je veiligheidscultuur, en de Veiligheidsladder is dan de meetlat.’ Veiligheidscultuur raakt bovendien aan zoveel andere thema’s, of het nu gaat om visie, leiderschap of communicatie. Daar wíl je op inzetten!” Maar is de branche er klaar voor om nog een extra stap te zetten? Wat zijn zijn ervaringen? “Ja, de branche is er klaar voor. Of beter gezegd: de branche heeft geen keus. Gewoon omdat het verplicht is.” Harm heeft wel een tip. “Zoek de dialoog op. Deel best practices maar ook je behoeftes. Want de kans is groot dat je niet de enige bent. Dus blijf met elkaar in gesprek!”
Het moet groeien
José Hoedemakers, KAM-coördinator bij Installatietechniek Louwer en deelnemer aan één van de workshops van Harm, geeft aan dat het vertrouwen in de Veiligheidsladder in haar bedrijf moest groeien. “Aanvankelijk waren er twijfels, maar achteraf gezien was het eigenlijk een heel mooi proces! Het heeft ons veel positieve dingen gebracht, en uiteindelijk wordt het systeem gedragen door al onze 40 medewerkers. Inmiddels zijn we op trede twee gecertificeerd en is iedereen overtuigd van het nut, dat zie je op de werkvloer terug!” Als QHSE-manager bij Feenstra (1500 medewerkers) houdt Danny den Brok zich al langere tijd bezig met het thema veiligheidscultuur. “Ik vind de Veiligheidsladder hiervoor wel echt een mooi instrument. Het zet aan tot denken én actie. Om kritisch te blijven en voortdurend te verbeteren.” Voor collega-deelnemer Marvin van Dijk, KAM-coördinator bij Mossink Elektrotechniek in Hoevelaken kwam het instrument als een verrassing. “Het viel een beetje rauw op ons dak. We werken al lang op dezelfde manier, waarom moeten we dat in bepaalde hokjes plaatsen? Maar nu we ermee aan de slag zijn gegaan merk ik wel: dit gaat ons op de lange termijn veel opleveren.”

De wetenschapper
Dr. Frank Guldenmund werkt al bijna 30 jaar bij de sectie Veiligheidskunde van de TU Delft. “Sinds halverwege de jaren ’90 houd ik mij bezig met het onderwerp veiligheidscultuur, wat toen nog relatief nieuw was. Ik ben geïnteresseerd in het gedrag van mensen in onder andere industriële omgevingen.” Frank is daarnaast coördinator van de post-initiële masteropleiding genaamd Safety, Health and Environment (MoSHE) én zit in het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde. Van meet af aan was Frank, dankzij zijn expertise, betrokken bij de Veiligheidsladder. “Toen de Veiligheidsladder werd geïntroduceerd, ben ik gevraagd deze te beoordelen. Ik kwam destijds tot de conclusie dat het meer een systeemaudit is dan een cultuuraudit. Wees je ervan bewust dat de Veiligheidsladder slechts één weg naar Rome laat zien, maar er zijn er natuurlijk meer. Ik raad aan altijd zelf te blijven nadenken met de Veiligheidsladder als leidraad.”

Basis versterken
De Veiligheidsladder biedt veel kansen. Frank: “De veiligheidsstructuur is het fundament onder de daadwerkelijke veiligheid binnen je bedrijf. De Veiligheidsladder is een methode om deze basis te versterken. Met een kwalificatie op de Veiligheidsladder kun je meedoen in meer aanbestedingen, maar je kunt er zelf ook actief mee aan de slag om de veiligheid in je bedrijf te verbeteren. Wat de ladder beoogt, is dat je veilig en gezond werken onder de loep gaat nemen. En dat is, heel simpel, uiteindelijk waar het om draait. Dat je een gezamenlijk beeld hebt van wat veiligheid is en hoe je dat met elkaar creëert. Niet met een houding van ‘ik doe het zo, en dat is veilig’, maar dat je open staat voor andere invalshoeken en van elkaar leert. En dan zul je vanzelf zien dat veiligheid ook een heel leuk thema is!”

Niet extra
Frank constateert dat sommigen ervaren dat veiligheid ‘bovenop’ hun werk komt. Dat je er moeite voor moet doen. “De meeste mensen denken bij veiligheid aan helmen, schoenen en hesjes. Maar naar mijn mening gaat het over kwaliteit, over vakmanschap, over zorg hebben voor elkaar. Door een sterkere veiligheidscultuur te creëren kunnen we hier met z’n allen stappen in zetten. Daarnaast wordt veiligheid vaak gezien als het ‘probleem’ van de afdeling veiligheid. Terwijl je ook kunt zeggen: ‘veiligheid hoort bij ons werk, en we beschouwen het een uitdaging om hier zo goed mogelijk mee om te gaan’. Als we de discussie op dat niveau krijgen, worden mensen gretig om te leren hoe het beter moet. Daar ben ik van overtuigd. En als de Veiligheidsladder daarbij kan helpen, prima toch?” 

Alle informatie over veilig en gezond werken in één app

ArboTechniek heeft een app gelanceerd met daarin alle informatie over veilig en gezond werken Deze veiligheidsapp is gratis te gebruiken ...

Online escaperoom op digitale Bewust Veilig-dag

Op woensdag 24 maart wordt voor de vijfde keer de Bewust Veilig-dag georganiseerd. Op die dag staan aannemers, installateurs, onderhoudsbedrijven, ...

Gezond en veilig aan het werk na de coronacrisis

Carrier introduceert een pakket oplossingen voor het helpen realiseren van een gezonde, veilige, efficiënte en productieve binnenomgeving voor gebouwen. Via ...

Veilig en gezond een duurzame toekomst in

Een jong bedrijf met een duurzame ambitie. WARP Systems in Nieuwkoop heeft groen bloed. Door de dunste watergedragen vloer-, wand ...

Luchtverwarming

Gepubliceerd op

Zuiniger omgaan met energie. In de praktijk betekent dat meer dak-, vloer- en spouwisolatie en kierdicht bouwen. Daarnaast moeten gebouwgebonden energiesystemen zuiniger en bij voorkeur fossielarm of -vrij worden. We verwarmen daardoor onze gebouwen vrijwel uitsluitend nog via convectie. Stralingswarmte is in deze systemen volledig verdwenen, zegt adviseur Rob Verbrugge. Maar levert dit wel het gewenste comfort op? Verbrugge heeft er ernstige twijfels over.

Lucht als medium is in gebouwen bijna alles bepalend geworden. Enerzijds wordt het gebruikt om te verwarmen en anderzijds om te ventileren. We hebben de dominantie positie van luchtverwarming ongemerkt geaccepteerd. Het gaat niet meer om de mens, maar om het gebouw. Vreemd eigenlijk. Als een gebouw nooit door mensen zou worden gebruikt, dan zou verwarmen onnodig zijn.

Ontstaan
Hoe heeft eigenlijk luchtverwarming haar dominante positie verworven? Daarvoor moeten we teruggaan naar de jaren ’90. De cv-ketels van destijds moduleerden nog niet en verwarmden meestal centraal, via radiatoren. De watertemperatuur was hoog, waardoor radiatoren warmte overdroegen via straling en convectie (lucht).

Trendbreuk
Toen midden jaren ’90 cv-ketels gingen moduleren, veranderde ook de warmteoverdracht. Via de bijbehorende modulerende kamerthermostaat, vermogensreductie en lage watertemperaturen werd de kamertemperatuur tot op de tiende graad constant gehouden. Waar de branche aannam dat dit het meest comfortabel was, constateerden gebruikers daarentegen een negatieve verandering. Zij ervaarden een gemis aan stralingswarmte. “Het is met de nieuwe ketel, net zoals met de oude, nog altijd twintig graden, maar het lijkt wel alsof het vroeger warmer was dan nu”, was een veel gehoorde opmerking. Moduleren zorgde ervoor dat verwarmen van lucht (convectie) steeds belangrijker werd. De jaren erna is het medium lucht vrijwel alleenheerser geworden in onze centrale verwarming. Door het gebruik van LT-afgiftesystemen en de grootschalige toepassing van warmtepompen is ieder beetje aangename stralingswarmte verdwenen.

Voor- en nadelen
Lucht als verwarmingsmedium lijkt zo logisch. We kunnen het meten in graden Celsius. Daardoor kunnen we de temperatuur regelen en er makkelijk mee rekenen, wat bij stralingswarmte veel moeilijker is. Je kan, mits de woning goed geïsoleerd is, met lagere temperaturen eenvoudig de gewenste kamertemperatuur realiseren. Toch zegt dat lang niet alles over het ervaren van behaaglijke warmte. Feitelijk is lucht een slechte opnemer van warmte. Het kost veel energie om lucht te verwarmen. Toch heeft dit ook voordelen. Doordat lucht slecht warmte opneemt, verliest de mens zijn warmte minder snel. Verwarmen met lucht is eigenlijk helemaal geen verwarming, maar isolatie. Hogere luchttemperaturen zorgen ervoor dat het verschil tussen de lucht en onze huid kleiner is, waardoor wij minder warmte verliezen. Een hele ruimte met lucht verwarmen voor de warmtebehoefte van de mens is echter uiterst inefficiënt. Daarnaast heeft convectie de nare eigenschap dat de warmste lucht zich boven in een ruimte bevindt en er ook altijd luchtcirculatie ontstaat. Dit zorgt er tevens voor dat vervuilende stoffen gaan circuleren en zich eenvoudig kunnen verspreiden.

Strijdtoneel
Voor wie het ontgaan is, de ventilatiebranche vertegenwoordigd in diverse normcommissies, is in een ‘burgeroorlog’ verwikkeld. De luchtoorlog gevoerd door de C-en D-troepen is al jaren gaande en zorgt nu voor uitstel van een nieuw te ontwikkelen norm. Raamroosters wel of niet acceptabel, niet tijdig of helemaal niet filters vervangen bij balansventilatie, een halve of hele meter vanaf de gevel rekenen voor de leefzone of niet, eenvoudig te ontregelen ventielen na schoonmaken, meer of minder lucht... alles zal de revue passeren voor de nieuwe norm. Ik vraag me echter af of ze daar nog wel beseffen dat ventileren vooral gaat om onze gezondheid. CO2 meten en regelen is aardig, maar koolstofdioxide is niet snel ziekmakend. De echte vervuiling zit in de vluchtige organische stoffen, in fijnstof en in bacteriën en schimmels. En deze stoffen meten en regelen we nog zelden of nooit. Laten de krijgsheren zich eens buigen over de fijnstofconcentraties die na het bereiden van onze avondmaaltijd nog urenlang in de lucht blijven hangen, zoals 5 jaar geleden is aangetoond door TNO. Ik hoop dat men bij de normcommissies ook in de gaten heeft dat balansventilatie in de nieuwbouw vaak leidt tot te droge lucht en dat luchtbevochtiging een serieuze zaak wordt. En misschien moet men zelfs nog verder in de toekomst kijken en tot de conclusie komen dat zelfs het reinigen van binnenlucht niet te vermijden zal zijn, als we een echt gezond binnenklimaat willen creëren.

Niet zaligmakend
Het EPC nul tijdperk en het tijdperk NTA 8800 hebben ons laten geloven dat balansventilatie met warmteterugwinning de beste vorm van ventileren is. Of dit gebaseerd is op gezondheid, energiegebruik of thermisch comfort is mij nog niet geheel duidelijk. Bij gezondheid heb ik nog geen leverancier gezien die stuurt op de eerder beschreven schadelijke stoffen. Het energiegebruik is lager dan bij natuurlijke ventilatie met een MV-box. Maar bij toepassing van ventilatiewarmtepompen is het gebruik voor natuurlijke- en balansventilatie in evenwicht. De geïntegreerde gebouwgebonden energie-oplossing StralendWARM is hiervan een zeer goed voorbeeld. Hier geen vallende koude lucht door raamroosters, maar stijgende warme lucht via ventilatieradiatoren en terugwinning van warmte via een ventilatiewarmtepomp. Dan blijft over het thermisch comfort. Raamroosters worden vaak genoemd als bron van thermisch discomfort. Met name als ze gecombineerd worden met ultra lage temperatuur vloerverwarming. De echte oorzaak is, dat de roosters veelal onjuist zijn gedimensioneerd en door onjuiste toepassing dwarsventilatie realiseren. Daarnaast zijn lage vloertemperaturen medeverantwoordelijk voor deze thermische comfortklachten, tijdens periodes van menselijke inactiviteit. En dit komt ook voor bij balansventilatie.

Verkeerde aanname
Hoe komen we op het idee, dat lucht met een constante temperatuur van 20 graden zo comfortabel is? Vloerverwarming is wellicht de meest voorkomende vorm van afgifte in onze nieuwste warmtepompwoningen. De op korte afstand naast elkaar gepropte vloerverwarmingsslangen hebben ten opzichte van de warmteverliezen (te) veel vermogen. Hierdoor kan dit thermisch actieve bouwoppervlak met slechts één graad meer de gewenste kamertemperatuur realiseren. De vloer, mede afhankelijk van het soort bekleding, zal niet als koud ervaren worden, maar geeft de bewoner ook geen enkele warmtebeleving. Daarnaast gaat het om een traagwerkend systeem. Snel en tijdelijk de temperatuur aanpassen, is simpelweg onmogelijk. Dit alles zou weleens de reden kunnen zijn, waarom gebruikers steeds vaker hun kamerthermostaat structureel op 22 of 23 graden hebben ingesteld. Het is bijna onbegrijpelijk dat in deze moderne tijd alles te regelen is behalve onze cv-systemen. Het mogelijk zuinige energetische karakter dat aan deze systemen wordt toegeschreven is blijkbaar belangrijker dan de warmtewensen. En, het werkelijke comfort van warme lucht wordt duidelijk overschat door de bouw- en installatiebranche.

Warmtecirculatie
De tweede vorm van warmteafgifte via LT-systemen is pure luchtverwarming. Daar zijn convectoren ook specifiek voor ontworpen. Overigens hebben LT-convectoren nog maar nauwelijks iets te maken met convectie. In het verleden verwarmden HT-convectoren de passerende lucht, waardoor deze ging stijgen en er circulatie ontstond. Met de huidige lage systeemtemperaturen is het voor een convector vrijwel onmogelijk om warmtecirculatie te realiseren. Daarom zijn deze convectoren voorzien van kleine ventilatoren. Hiermee wordt luchtcirculatie geforceerd gerealiseerd. Alleen nu met nauwelijks aanwezige warmte. Relatief koele bewegende droge lucht is voor ons thermisch comfort zeker niet aangenaam. Bovendien zorgt droge circulerende lucht bij de mens voor onttrekking van warmte via evaporatie.

Armoedige aanpassingen
Uitsluitend verwarmen met lucht is voor de mens zelden comfortabel. Wanneer stralingswarmte ontbreekt, is er voor de mens geen mogelijkheid echt warm te worden. De resultaten van deze manier van verwarmen laten zich dan ook zien. Bewoners stellen de kamerthermostaat 2 à 3 graden hoger in. Houtkachels worden ingezet ter compensatie. Bewoners zitten tijdens inactieve momenten onder fleecedekens of hebben een warmtekussen aangeschaft. Maar ondanks dit discomfort worden er nog steeds nieuwe projecten opgeleverd met dezelfde klachten. De problematiek wordt in de branche nog maar nauwelijks onderkend. Bij de eerste klachten worden bewoners vaak het bos ingestuurd met de mededeling, ‘u moet nog wennen aan de nieuwe manier van verwarmen’. En dat is natuurlijk klinkklare onzin.

Alternatieven
Als je in Nederland kritisch bent over het gebruik van warmtepompen, lt-afgiftesystemen en balansventilatie, wordt je al snel verketterd. Toch moeten we naast de energie-efficiëntie van warmtepompen ook de nadelen durven te benoemen. De traagheid van een warmtepompsysteem met LT-afgifte is voor velen zeer irritant en onwenselijk. Daarnaast leidt een 3 graden hogere instelling van de kamerthermostaat al snel tot 20% tot 25% meer energiegebruik. Bewoners die dit hebben ervaren, blijken wel dolenthousiast te zijn over lokaal inzetbare infraroodpanelen, als ze die aanschaffen. Op die manier zijn ze namelijk op de plek waar hun inactieve momenten plaatsvinden weer voorzien van stralingswarmte. Stralingswarmte is voor de mens de meest behaaglijke vorm van verwarmen. Niet voor niets zien we bijna iedereen in maart bij zonnig weer en zelfs relatief koele temperaturen, een plekje in de zon en uit de wind zoeken.

Toekomst
Ondanks de heftige weerstand, winnen infraroodverwarmingsoplossingen stukje bij beetje terrein. En dat wordt ondersteund door binnenlandse en buitenlandse rapporten. Nu ook de bouw verandert van puur steen en beton naar steeds vaker hout, zal dat consequenties hebben voor de wijze waarop we verwarmen en het soort systeem dat we inzetten. Doordat de accumulatie van warmte en stralingsasymmetrie van houten woningen anders is, zal ook de manier van verwarmen gaan veranderen. Stralingswarmte via infraroodpanelen zou dan weleens een betere vorm van verwarmen kunnen blijken te zijn. Tot die tijd zullen we ook in de traditionele bouw langzaam maar zeker steeds meer combinaties gaan zien. Denk bijvoorbeeld aan een basis luchtverwarming met warmtepompsystemen gecombineerd met lokale verwarming via infraroodpanelen. In dat geval kan de kamerthermostaat weer terug naar 19 of 20 graden en gaat tijdens inactieve perioden het lokale infraroodpaneel aan voor de echte warmte-ervaring. Net zoals het altijd is geweest; stralingswarmte en convectiewarmte in de juiste samenhang met elkaar en natuurlijk regelbaar voor het hoogst mogelijke thermische comfort. De behoudende installatiebranche zal deze comfortabele mogelijkheden hopelijk sneller gaan omarmen dan dat men deed bij het acceptatieproces van warmtepompen 

Tomaten telen dankzij speciale luchtbehandelingskasten

Technokas is deze week gestart met de assemblage en installatie van de eerste van in totaal 16 luchtbehandelingskasten op de ...

Warme lucht

Gisteren was in het nieuws dat de Techniek Nederland, natuur en milieu en Netbeheer Nederland vinden dat de verkoop van ...

Warmtepompboilers gebruiken lucht vanuit WTW

In Leiden worden de komende maanden honderden woningen voor studenten en ‘young professionals’ opgeleverd. Er worden ruim 550 warmtepompboilers geïnstalleerd ...

Van het gas af? Met luchtverwarming zit je goed

Een brede coalitie dringt aan op het verbod van standaard cv-ketels vanaf 2021, want Nederland moet van het gas af ...

Project starten

Gepubliceerd op

Stel je krijgt een projectaanvraag binnen, hoe pak je het dan vervolgens aan? Ron Bosch, HBO-docent Installatietechniek en installatieadviseur legt uit waar je op moet letten om zonder kleerscheuren een offerte- en uitvoeringstraject te doorlopen.

Alles begint met een opdrachtgever die contact zoekt. Dat gebeurt meestal via de reguliere post, email, telefoon, Social Media of face-to-face. Probeer eerst de vraag achter de vraag van de opdrachtgever te ontleden en om te zetten naar een programma van wensen (PVW). Check vervolgens bij de opdrachtgever of je hem of haar goed begrepen hebt.

Voorbeeld
Zo kan je bijvoorbeeld het volgende verzoek krijgen via Social Media:

Goedemiddag,

Ik zou graag mijn huis gasloos willen maken. Ik wil weten hoe energiezuinig mijn huis nu is en welke maatregelen ik moet nemen om helemaal van het gas af te gaan. Ik wil ook graag weten wat dit gaat kosten.

Met vriendelijke groet

Jan Janssen

Registreren
Registreer eerst de nieuwe opdrachtgever in je administratiesysteem en maak voor hem of haar een nieuwe projectmap aan. Stuur je opdrachtgever een bevestiging met reflectie waarin je de vraagstelling herhaalt:

Geachte heer Janssen,

Dank voor uw aanvraag.

U wilt aan de hand van de beschikbare gegevens, zie verzoek hieronder, weten of uw huis energiezuinig is. Daarna wilt u gaan kijken hoe u het beste van het gas af kunt gaan, door de voorgestelde maatregelen door te voeren. U wenst ook vooraf een kostenoverzicht te krijgen.

Kunt u ons de volgende zaken opsturen:
Tekeningen plattegronden en gevelaanzichten van uw woning;
Foto’s van uw woning met aanzichten voor, achter en zijkanten;
Voor minimaal 3 referentiejaren de afrekeningen van uw energiebedrijf;
Tevens treft u in dit schrijven onze algemene voorwaarden aan.

Wij zullen na ontvangst van alle gegevens uw vraag binnen twee weken in behandeling nemen en vervolgens naar u terugkoppelen.
Mocht onze verwoording van uw opdrachtgeverwens niet juist zijn, dan horen wij het graag van u.

Met vriendelijke groet,

Jan Slijptol,
Installatiebedrijf Duurzaam Goud

Toewijzen
Als alle gegevens binnen zijn, wordt er een werkvoorbereider aan het project gekoppeld. Deze expert gaat analyseren of alle stukken compleet zijn en of hij op basis van de aangeleverde informatie een goed advies kan opstellen. Mocht hij over onvoldoende gegevens beschikken, dan zal hij zelf/een collega vragen om in contact te treden met de opdrachtgever met het verzoek om de aanvullende informatie aan te leveren.

PVE
De werkvoorbereider zal vervolgens het PVW vertalen naar een Programma van Eisen (PVE). Hierin zit een technische omschrijving van het project verwerkt op basis waarvan hij weer de offerte opstelt. De offerte wordt met een controleerbare begroting opgestuurd naar de opdrachtgever. Bij het schrijven zitten wederom de algemene voorwaarden van het bedrijf in besloten.

Uitvoering
Indien de opdrachtgever akkoord gaat met de prijs, zal hij je de opdracht geven. Vervolgens bedank je de opdrachtgever schriftelijk voor de opdracht, waarbij je nog eens verwijst naar de offerte en de daarin gestelde voorwaarden. Het is raadzaam om direct de betalingscondities te vermelden. Je moet materialen inkopen en een schatting maken, bijvoorbeeld dat die 30% bedragen van de totale uitvoeringskosten van het werk. Indien de opdrachtgever daarmee akkoord gaat, kan je de eerste deelfactuur, uiteraard voorzien van betalingstermijn, sturen, zodat jouw aankoop geborgd is. Al naar gelang de omvang van jouw onderneming, kan eventueel de afdeling Inkoop of de projectleider van het bedrijf betrokken worden bij de inkoop van materialen.

Betalingsvoorstel
Hoe formuleer je nu een betalingsvoorstel? Je kan het bijvoorbeeld als volgt aanvliegen:
30% bij opdracht;
30% bij aanvang van de werkzaamheden;
30% bij levering van de materialen;
10% bij inbedrijfstelling,- oplevering.

Uitvoering
Na de opdracht voor het werk begint de uitvoeringsfase. De projectleider en de werkvoorbereider zorgen samen voor de procesplanning, het budget en mogelijke subsidies, het Programma van Eisen en de kwaliteitsbewaking van het uit te voeren werk. Tijdens de uitvoering van het werk zal de projectleider op locatie bij de opdrachtgever dus toetsen of er voldaan wordt aan hetgeen de opdrachtgever in opdracht heeft gegeven aan installatiebedrijf Duurzaam Goud.

Bijsturen
De projectleider heeft regelmatig overleg met verschillende stakeholders. Waar nodig zal hij het proces bijsturen, al dan niet in overleg met de opdrachtgever. Als onderdeel van zijn werk houdt hij zich tevens bezig met de projectadministratie. Hij bewaakt de kosten en stelt de financiële eindafrekening op.

Oplevering
Het traject naar de oplevering verloopt als volgt:
• De installateur Duurzaam Goud meldt het werk gereed aan de opdrachtgever;
• De opdrachtgever zelf of diens waarnemer doet de opneming;
• De opdrachtgever keurt het werk goed en daarmee wordt het werk geacht te zijn opgeleverd en kan de laatste factuur de deur uit.
Waar gaat het verkeerd?
Bij deze de meest voorkomende oorzaken waardoor projecten vertraging oplopen:

1. verkeerd aangeleverde gebouwgebonden informatie;
2. te veel functionarissen bezig met de opdracht;
3. kwaliteitscontroles van opleverattesten overslaan;
4. te optimistische planningen;
5. aan teveel projecten tegelijk werken en daardoor het overzicht missen;
6. slecht uitgevoerde ontwerpen;
7. onbekwaam personeel;
8. opdrachtgever komt afspraken niet na;
9. spanning tussen opdrachtgever en ontwikkelaars, installateur en dergelijke;
10. niet goed geluisterd naar de opdrachtgever;
11. nota van vragen wordt niet verwerkt in de nota van inlichtingen;
12. transportvertraging, voorraden niet op orde;
13. slechte afstemming tussen de betrokken disciplines, waardoor bijvoorbeeld een luchtrooster tussen wal en schip valt, omdat BK en WT van elkaar dachten dat de ander die zou opnemen in de calculatie.

Bouwsectoren
De aanvliegroute van een project is afhankelijk van de bouwsector en de bedrijfsgrootte. Zo rekenen bedrijven verschillende calculatietoeslagen. Deze verschillen hangen samen met de grootte van bedrijven, overhead, specialisatie en de aard van het werk. Dit zal in de toekomst niet veranderen. Daarentegen kunnen technologische innovaties of marktveranderingen wel leiden tot een andere aanvliegroute van een project. Te denken valt dan onder andere aan de impact van robotisering en automatisering op het aanvraag-, uitvoerings- en opleveringstraject.

Marktveranderingen
Als sector hebben we nu te maken met leveringsproblemen en sterke prijsverhogingen. Ik adviseer om toekomstige tegenvallers (prijsstijgingen) in te kunnen calculeren. Kijk daarnaast eens goed naar de opbouw van de winst en andere risico’s waar je mee te maken krijgt. Neem dit ook mee in de nacalculatie van het door jouw gerealiseerde project en controleer achteraf of je jouw winstpercentage hebt veiliggesteld. Normaliter bedraagt de W&R tussen de 3 en 6% 

Tips

Probeer jezelf voortdurend te verbeteren. Analyseer bijvoorbeeld eens een project dat je al hebt uitgevoerd. Wat ging er goed en waar ging het mis? Kijk eens of je verbeteringen, versnellingen of het verlagen van faalrisico’s kan bewerkstelligen. Waar praten we trouwens over als we het hebben over faalkosten, heb je daar wel voldoende inzicht in? Wat kan je nu al doen; de zogenaamde quick wins? Welke adviezen kan je verstrekken aan de directie van jouw bedrijf, de bouwkundig aannemer of onderaannemers? Wees creatief en probeer eens out of the box te denken. Het zal jou helpen projecten anders aan te vliegen.

Circulaire basisschool met duurzame installatietechniek

Basisschool De Verwondering in Almere is een circulair en duurzaam gebouw. Dat betekent dat het gebouw makkelijk is te demonteren ...

Wedstrijdje circulair bouwen, renoveren en installeren

Het team Kuijpers/HvA//ROC Tilburg mag zich de winnaar noemen van de Techathon 2021, een prestigieuze wedstrijd voor installatiebedrijven en technische ...

Strategisch framework voor circulaire bestaande gebouwen beschikbaar

Het framework voor circulaire bestaande gebouwen is beschikbaar. Met dit internationale framework wil DGBC de circulaire bouwoplossingen verbreden en toepasbaar ...

Circulair verwarmen

Het was één van de vaktermen van 2020: circulariteit. Overal in de branche beginnen producenten en fabrikanten zich te roeren ...

De Verwondering

Gepubliceerd op

Basisschool De Verwondering in Almere kan met recht een landmark worden genoemd. Het gebouw is circulair, duurzaam en opgetrokken volgens de principes van Biophilic Design. Dat was best wennen voor de installateur. IZ sprak erover met Architect Guus Degen.

De Verwondering presenteert zichzelf als een “ecologische school. Dit ecologische gedachtegoed ziet u terug in ons gebouw, in het gebruik van materialen en bijvoorbeeld door het zelf energie opwekken met zonnepanelen”, aldus de website.

Biobased
ORGA architect nam het ontwerp voor zijn rekening. “ORGA maakt moderne biobased architectuur. Hout is het materiaal, gezonde en groene gebouwen zijn het doel. Circulariteit en comfort zijn vanzelfsprekend. Oplossingen zijn natuurlijk waar het kan en technisch waar het moet”, aldus het architectenbureau.

Houtskeletbouw
Veel hout dus en dat is te merken. Het gebouw heeft een hybride CLT/houtskeletbouw constructie. De kolommen zijn gemaakt van geschaafde boomstammen. Ook de kanaalplaatvloeren, buitenwanden en kozijnen zijn van hout. Daarbij is onder meer gebruik gemaakt van vuren, accoya en lariks, deels voorbehandeld. Overigens zijn de binnenwanden van ongebakken leemsteen.
Demontabel
“Bijna alle materialen zijn biobased, dat wil zeggen op korte termijn hernieuwbaar”, licht architect Degen toe. Dat geldt ook voor de kurkwanden, die het gebouw opsieren. Een circulair gebouw is in principe makkelijk te demonteren aan het einde van zijn levensduur. Vandaar dat men alleen bout-moer verbindingen heeft toegepast. “Pen-gat verbindingen zijn theoretisch gezien ook mogelijk bij een circulair gebouw, maar in dit geval niet, omdat ze de krachten niet aan zouden kunnen.”

Zonverkaveling
Het gebouw bestaat de facto uit 3 clusters met een middenruimte. Bij de oriëntatie is rekening gehouden met zonverkaveling. Zo zijn de grote gevelramen van de middenruimte gericht op het oosten, westen en zuiden voor optimale daglichttoetreding. Ook de lokalen zijn zodanig gepositioneerd dat de glaspartijen het zonlicht onder de meest gunstige omstandigheden kunnen binnenlaten.

Passieve maatregelen
Uiteraard zijn er de nodige passieve bouwkundige maatregelen genomen om ongewenste opwarming of warmteverlies te voorkomen. Rondom het gebouw staan bomen die het daglicht filteren. De centrale ruimte heeft overstekken. Klaslokalen met glaspartijen op het zuiden en zuidwesten hebben passieve zonwering bestaande uit een semitransparante luifel die directe zoninstraling verhindert. Ook de vegetatie op het dak en de klimrekken met beplanting op zonrijke gevels gaan oververhitting van het gebouw tegen.

Isolatie
De ramen zijn van dubbel of triple glas. De lemen binnenwanden hebben als extra voordeel dat ze de warmte of koude langer vasthouden. Ze fungeren dus dankzij hun thermische massa als buffers.

Stroom
Op het dak liggen onder andere PV-panelen. Ze leveren voldoende energie om aan de gebouwgebonden vraag te voldoen. De Verwondering kan de resterende stroomvraag invullen via het reguliere net. Het is behoorlijk druk op het dak. Naast de PV-panelen, liggen er ook zonnecollectoren en wordt een deel benut als groen dak. De Verwondering heeft daar een buitenspeellokaal op laten plaatsen, bovendien lopen er kippen rond en worden er onder andere tomaten gekweekt.

Verlichting
De Verwondering heeft aanwezigheidsdetectie voor de verlichting. Bovendien schakelt het systeem terug bij grote gevelopeningen, zodat het licht minder fel wordt, legt Degens uit.

Warmteopwekking
De verwarmingsinstallatie heeft een ijsbuffertank, een innovatieve variatie op een warmteopslagsysteem. Het ijsbuffer warmteopslagsysteem is geïntegreerd ontworpen met zonnecollectoren en andere energiebesparende systemen. Het ijsbuffer warmteopslagsysteem verwarmt en koelt gebouwen door slimme toepassing van bestaande natuurwetten. De clou: bij de overgang van koud water naar ijs wordt een enorme hoeveelheid energie omgezet, de zogenaamde kristallisatiewarmte. Zodra het volledig geautomatiseerde systeem signaleert dat de energie van de zon en de lucht niet langer toereikend is om de warmtebehoefte te dekken, onttrekt het systeem extra energie uit de ijsbuffer. De ijsbuffertank staat in een betonnen kelder onder het buitenterrein.

Afgiftesysteem
Voor de warmteafgifte zijn verschillende opties de revue gepasseerd. Vloerverwarming lag voor de hand, maar viel af, “omdat het een te traag werkend systeem is”. Vandaar dat er is gekozen voor een combinatie van luchtverwarming met elektrische naverwarming. Het pand heeft een gebalanceerd ventilatiesysteem met WTW, per cluster staat er een LBK opgesteld. Via airsocks worden in de lokalen grote hoeveelheden lucht aangevoerd met een lage snelheid. De gebruikte lucht gaat via de gangen naar de centrale ruimte en wordt daar afgezogen.

Zomernachtventilatie
De basisschool heeft daarnaast een natuurlijk ventilatiesysteem van Duco. Projectadviseur Edwin Pelkman: “Ieder lokaal heef een ventilatienachtluik DucoGrille NightVent. Dat is een inbraakwerend ventilatierooster met thermisch onderbroken klep. Deze is zo hoog mogelijk in het raamkozijn geïntegreerd. Als je overdag intensief wilt ventileren, dan zet je het luik open en schakelt de basisventilatie uit. Noodzakelijk, want anders krijg je kortsluiting in de luchtstroom. ‘s Avonds gaan sowieso de luiken open, maar ook de dakkappen. Zo ontstaat er een thermische trek, waardoor de school ieder uur met 5 à 7 keer het gebouwvolume aan lucht ververst wordt. En dat met een snelheid vanaf 2 meter per seconde. Voor alle duidelijkheid: De Verwondering heeft twee Duco 130HP dakkappen waarin de DucoGrille Close 105 is opgenomen. Dit om de volumestroom te reguleren.”

BENG
Nachtventilatie wint aan populariteit, merken ze bij Duco. “Het sluit aan bij de TOJuli-eis om terug te koelen met natuurlijke ventilatie. Je hebt het als het ware nodig om de BENG dichtgerekend te krijgen.” De projectadviseur plaatst overigens een opmerking over de toepassing van die nieuwe regels door architecten: “Je kunt oververhitting ook, deels, met architectonische maatregelen tegengaan. Glaspartijen op het zuiden leveren tussen januari en mei maar een minimaal aantal zonne-uren en opwarming op. Daar zou je eigenlijk al rekening mee moeten houden bij het ontwerp. Bij de Verwondering is daar gelukkig op de juiste manier naar gekeken.”

Water
Architect Degen wilde graag een helofytenfiltersysteem laten installeren om zo het water te reinigen. De gemeentelijke regelgeving liet dit helaas niet toe. Het is wel gelukt om op een hele speelse manier de kinderen vertrouwd te maken met het regenwater. Bij regen loopt het hemelwater via spuwers over het schoolplein naar de nabijgelegen beek. Binnen, zijn waterbesparende urinoirs geïnstalleerd. “Maar dat is vrij standaard sanitair”, aldus Degens.

Monitoring
De energieprestaties worden deels gemonitord met een GB-systeem. Er hangen infoborden in de school, waarop onder andere valt terug te vinden hoeveel energie de PV-panelen opwekken.

Samenwerken
Terugkijkend kan Degen wel een aantal lessen trekken uit het project. “Allereerst dat we op de goede weg zitten met onze werkmethodiek. Bij een ecologisch bouwproject grijpen Biophilic Design, bouwkunde en installatietechniek zo sterk in elkaar, dat je al vanaf het prille begin met elkaar moet samenwerken. Wij hebben dan ook in de ontwerpfase gebimd en daarbij ook de gebruiker betrokken. Pas daarna volgde de aanbesteding.” De installateur had tijd nodig om te wennen aan de werkwijze en de andere installatieconcepten. “Hij was aanvankelijk bang dat de nachtventilatie de werking van het balansventilatiesysteem zou verstoren.” Uiteindelijk zijn beide systemen geïnstalleerd. En kunnen ze, zoals eerder uitgelegd, uitstekend met elkaar samenwerken 

Biophilic Design

Biophilic Design is een concept dat binnen de bouwsector wordt gebruikt om de connectiviteit van eindgebruikers met de natuurlijke omgeving te vergroten door natuurlijke elementen of verwijzingen naar de natuur op te nemen in en rondom het gebouw. Dit idee, dat zowel op gebouw- als stedelijk niveau wordt gebruikt, heeft gezondheids-, milieu- en economische voordelen voor de gebruikers van gebouwen en stedelijke omgevingen. Hoewel de naam van recente datum is, waren er architectonisch gezien bijvoorbeeld al in de hangende tuinen van Babylon kenmerken van Biophilic Design te zien.

Circulaire basisschool met duurzame installatietechniek

Basisschool De Verwondering in Almere is een circulair en duurzaam gebouw. Dat betekent dat het gebouw makkelijk is te demonteren ...

Wedstrijdje circulair bouwen, renoveren en installeren

Het team Kuijpers/HvA//ROC Tilburg mag zich de winnaar noemen van de Techathon 2021, een prestigieuze wedstrijd voor installatiebedrijven en technische ...

Strategisch framework voor circulaire bestaande gebouwen beschikbaar

Het framework voor circulaire bestaande gebouwen is beschikbaar. Met dit internationale framework wil DGBC de circulaire bouwoplossingen verbreden en toepasbaar ...

Circulair verwarmen

Het was één van de vaktermen van 2020: circulariteit. Overal in de branche beginnen producenten en fabrikanten zich te roeren ...

Toekomstbestendig

Gepubliceerd op

Door de klimaatverandering neemt het aantal hete zomers toe. Daardoor groeit de vraag naar koelingsoplossingen. Consumenten blijken massaal airco’s aan te schaffen. Maar volgens onderzoekster Lenneke Kuijer van de TU/E zijn er betere alternatieven.

Kuijer onderzocht het gedrag van Nederlandse huishoudens tijdens de hittegolf van 2020. Uit haar onderzoek kwam naar voren dat eindgebruikers bij temperaturen “hoog in de twintig tot 35 graden hun koelsysteem gemiddeld op 20-21 graden instellen.” En dat is funest.

Klap
Waarom? “Als het temperatuurverschil tussen binnen en buiten zo groot is, hebben mensen minder snel de neiging om naar buiten te gaan, want hun lichaam krijgt een enorme klap. En wagen ze zich wel buitenshuis, dan zijn ze eerder geneigd de auto te nemen dan de fiets.”

Geleidelijk wennen
Het temperatuurverschil is dus te groot voor het menselijk lichaam. Volgens de richtlijnen van de NVKL mag er maar maximaal 8 graden verschil zitten tussen de binnen- en buitentemperatuur. “Dan kunnen we namelijk geleidelijk aan wennen aan de warmte. Ons lichaam is namelijk in staat om zich aan te passen aan hoge en lage temperaturen. Maar we moeten het wel de kans geven. Wanneer je zorgt dat je niet constant in de verkoeling zit en ook naar buiten gaat, geef je je lichaam de kans om de interne natuurlijke processen aan te passen.”

Run op airco’s
Uit cijfers van de NVKL blijkt er echt een enorme run te zijn geweest op airco’s de afgelopen jaren. Waar er in 2016 nog 75.000 airco’s verkocht werden, waren dat er in augustus 2020 al 185.000. Zonder actief in te grijpen zal die trend zich onherroepelijk voortzetten. “We zouden met onze ambitie om de uitstoot van CO2 terug te brengen minder energie moeten gebruiken, maar doordat er steeds meer airconditioners zijn, wordt de energievraag juist groter. Bovendien verergeren ze zelfs het hitteprobleem in steden door het zogenaamde ‘Heat Island effect’.”

Heat Island effect
Daarmee doelen deskundigen op het feit dat al die aircosystemen de hitte naar buiten verplaatsen, wat weer effect heeft op de directe omgeving. In steden waar veel airco’s zijn, zie je namelijk dat de temperatuur meer oploopt.

Trias Energetica
Met een overstap op groene energie, bijvoorbeeld in de vorm van PV-panelen die de airco voeden, wordt dit Heat Island probleem niet opgelost. Daarnaast doe je de principes van de Trias Energetica geweld aan, omdat je niet zoekt naar kansen om de energievraag te beperken. “Met name de mobiele AC-systemen scoren minder goed qua energie-efficiëntie. Daar zit bovendien veel tweedehands handel in, waarbij de kans net iets groter is dat het systeem niet meer het oorspronkelijke rendement behaalt.” Tot slot zijn dergelijke mobiele airco’s erg gevoelig voor interferentie; open een raam en het rendement vliegt omlaag.

Richtlijnen NVKL
Hoe beperk je dan wel de energievraag? Een minder groot verschil tussen de binnen- en buitentemperatuur levert al winst op. Maar houdt je de richtlijnen van de NVKL aan, dan zou je bij een buitentemperatuur van 35 graden dus de AC op maximaal 27 graden mogen instellen. Dat is toch onhoudbaar? “Nee, dit is een cultureel probleem. In landen waar men gewend is aan hoge temperaturen, zoals Japan en Griekenland wordt een binnentemperatuur van 27 graden als comfortabel ervaren. Het lichaam kan het dus wel aan.”

Bouwkundige maatregelen
“Bovendien hebben dergelijke landen hun bouwstijl aangepast aan de klimatologische omstandigheden. Bijvoorbeeld door te bouwen met fikse overstekken, veel groen in de omgeving te planten, wat zorgt voor extra beschaduwing en een goed zonweringssysteem aan te brengen. Ook hebben huizen vaak ruime kelders, waarin je zelfs kan slapen of zijn ze zodanig geconstrueerd dat ze van onderen frisse lucht kunnen aanzuigen.”

Haalbaarheid
Dat klinkt allemaal mooi, maar in hoeverre is het mogelijk om één op één dergelijke maatregelen over te nemen in Nederland? Zeker in de bestaande bouw. Stel je maar voor dat je in een monumentaal pand woont, waar je niks aan het gevelbeeld mag veranderen (geen buitenzonwering dus, wat het meest efficiënt is). Of tien hoog in de Bijlmer.

Herbezinning
“Er is inderdaad geen ‘one size fits all’ oplossing”, zegt Kuijer. “Zo is buitenzonwering beter dan binnenzonwering, maar met een monumentaal pand ligt de keuze vaak aan banden. Misschien is er in zo’n geval een herbezinning nodig over onze perceptie wat een fraai gevelbeeld inhoudt. Daarnaast heeft de markt een enorme behoefte aan innovatieve oplossingen en dan vooral oplossingen die betaalbaar zijn voor consumenten.”

Installaties
Het is onontkoombaar. Naast bouwkundige maatregelen blijven installaties noodzakelijk om een aangenaam binnenklimaat te garanderen. Kuijer pleit ook hier voor duurzame oplossingen. Zo ziet zij meer heil in grondwarmtepompen dan traditionele split-units.
“Dit is een efficiënte oplossing, omdat deze systemen warmte opslaan. Het verkoelen van je huis is dus eigenlijk een bijeffect van wat ze doen. De opgeslagen warmte kan daarnaast in de winter gebruikt worden om het huis weer op te warmen.” Helaas is niet iedere woning geschikt om een grondwarmtepomp te plaatsen. Zo kan de grondsamenstelling niet aan de vereiste voorwaarden voldoen of gelden er soms wettelijke beperkingen.

Verdere suggesties
Andere duurzame oplossingen die bijdragen aan een beter binnenklimaat in de hete maanden zijn fans, zomernachtventilatie, de bypassregeling activeren van de WTW-unit van een gebalanceerd ventilatiesysteem of stralingskoeling toepassen. Bijvoorbeeld in de vorm van vloerkoeling.

Conclusie
“Adviseer altijd om de NVKL-richtlijnen aan te houden”, zegt Kuijer tegen installateurs. “Dus maximaal 8 graden verschil tussen de binnen- en buitentemperatuur. Ben je betrokken bij een omvangrijk renovatietraject of nieuwbouw van woningen, zet dan in op een integrale samenwerking met de architect, eventuele installatieadviseur, bouwkundige aannemer en andere relevante partijen. Probeer, als het kan een geïntegreerde offerte uit te brengen waarin je zomercomfort aanbiedt, in plaats van koeling. Zo werk je ook mee aan de cultuuromslag waar ik het al eerder over had en kan je met je bouwpartners afstemmen over het verdienmodel.” 

Toelichting onderzoek

Het onderzoek bestond uit diepgaande interviews bij 21 Nederlandse huishoudens, uitgevoerd tijdens de hittegolf van augustus 2020. Deze huishoudens vertegenwoordigden met zorg geselecteerde categorieën – variërend in type woning en installaties, bouwjaar, locatie en soort huishouden. Samen geven deze interviews een kwalitatief overzicht van hoe Nederlandse huishoudens omgaan met heet weer. Dit overzicht is getoetst in interviews met experts werkzaam op het gebied van installatietechniek, architectuur, overheidsbeleid en fysiologie (wetenschap van temperatuurhuishouding van het menselijk lichaam). In samenwerking met partners uit een breed scala aan sectoren, waaronder de HVAC-branche, wordt op basis van dit onderzoek gewerkt aan nieuwe, integrale manieren voor het bereiken van gezond en efficiënt zomercomfort in Nederlandse huishoudens. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door ervaren onderzoekers van de afdeling Industrial Design van de TU Eindhoven, en is gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het loopt nog tot juni 2023.

Past meer en beter ventileren in het klimaatakkoord?

De normen en regelgeving voor het bouwen van huizen worden steeds verder aangescherpt. Zo is onlangs de BENG (Bijna Energie ...

‘De overheid moet meer maatregelen nemen voor een gezond binnenklimaat’

Binnenklimaattechniek, het platform voor professionals die te maken hebben met binnenklimaatinstallaties, heeft op dinsdag 26 oktober de petitie ‘Meten is ...

Kantoor DWA Gouda voorzien van eerste Binnenklimaat Label

Het verduurzaamde kantoorgebouw van DWA aan de Harderwijkweg in Gouda is als eerste in Nederland voorzien van een gecertificeerd Binnenklimaat ...

Robuuste maatregelen cruciaal om klimaatdoelen te halen

Maar liefst 88 procent van de ondernemers in de energietransitie vindt dat het nieuwe kabinet stevig aanvullend beleid moet ontwikkelen ...

Waterstofketel

Gepubliceerd op

Dat er nog een lange weg te gaan is, daarover bestaat geen twijfel. Maar de eerste stappen op weg naar een waterstofeconomie worden al gezet. Onder andere in Hoogeveen en directe omgeving, waar het Waterstof Tiny House recentelijk de mogelijkheden toonde om de overstap te maken.

Het project was een gezamenlijk initiatief van gemeente Hoogeveen, Alfa-college en Vrienden van Techniek Hooge­veen en maakte onderdeel uit van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe.

Circulair bouwen
IZ bezocht begin november de demonstratiewoning, die 12 bij 3,5 m meet en op een stalen constructie staat. Voor de bouw zijn zoveel mogelijk circulaire materialen gebruikt (ongeveer 60%). Zo was de vloer ooit de lambrisering van een sporthal en komen de keuken en het sanitair uit oude huurwoningen. Tijdens de ‘oogstfase’ kwamen ook gelijk de obstakels aan het licht, waar je als circulair bouwer én installateur mee te maken krijgt. Zo waren niet alle bouwdelen een-op-een uitwisselbaar. De gewonnen kozijnen moesten opnieuw worden geprofileerd en de deuren worden verlengd. En geschikt meubilair bleek makkelijker op Marktplaats te vinden dan via traditionele aanvoerkanalen. Het onderstreept nog maar eens dat er veel zoekwerk en improvisatievermogen nodig is om in het huidige tijdsbestek circulair te willen bouwen en installeren.

Isolatie
De isolatie bestaat uit milieuvriendelijke cellulose. Met eco-verf is het woninkje voorzien van een kleurtje. De verschillende bouwdelen zijn aan elkaar geschroefd, zodat het Tiny House eenvoudig kan worden gedemonteerd en aan het einde van zijn levensfase geschikt is voor circulair hergebruik. Volgens de aanwezige deskundigen heeft het huisje een levensduur die vergelijkbaar is met een reguliere woning.

Nieuwbouwwijk
Tijdens ons bezoek aan het Tiny House in Hoogeveen was het een komen en gaan van nieuwsgierige buurtbewoners. Aan de overkant van de Noorddreef in de wijk Erflanden verrijst namelijk de nieuwbouwwijk Nijstad-Oost met in het totaal 100 woningen. Deze woningen worden níet op aardgas aangesloten, maar maken voor de verwarming van de woning en warm tapwater gebruik van waterstof.

Retrofitten
Van de 100 woningen krijgen 84 woningen een waterstof cv-ketel en een aansluiting op een waterstofdistributienet. Met deze demonstratiewijk wil men draagvlak creëren voor het uiteindelijke doel: het toepassen van groene waterstof in bestaande Nederlands aardgaswijken met hergebruik van het huidige aardgasnetwerk en het vervangen van de aardgasgestookte cv-ketel door een waterstofvariant.

Zelfvoorzienend
Naast deze ‘retrofitoplossing’ is er ook een zelfvoorzienend waterstofproject gepland van een ontwikkelaar voor 16 woningen. Met de zonnepanelen op de woningen wordt zelf waterstof gemaakt en opgeslagen in een gemeenschappelijke micropowerplant. Als er in de winter energie nodig is, wordt de waterstof omgezet met een brandstofcel naar warmte en elektriciteit. De warmte gaat via een warmtenet naar de 16 woningen en met de elektriciteit wordt de gezamenlijke batterij opgeladen. In de winter levert een kleine windmolen nog duurzame elektriciteit voor de productie van waterstof.

Beide systemen
Het Tiny House demonstreert beide systemen. Voor de zelfvoorzienende oplossing liggen 8 PV-panelen op het dak. Deze voeden een thuisbatterij van 7 kW. Met het overschot aan zonnestroom wordt waterstof gemaakt. Hiervoor is een elektrolyser aanwezig. De waterstof gaat in twee flessen waar, gecomprimeerd, 7000 l waterstof in kan. Deze flessen bevatten metaalhydride. Dat werkt als een spons die de waterstof absorbeert en vrijgeeft. Dankzij het metaalhydride zijn geen hoge drukken nodig om de waterstof op te slaan.

Brandstofcel
Een brandstofcel zet de waterstof om in elektriciteit en warmte. In de technische ruimte van het Tiny House staat een warmtepompboiler met een inhoud van 200 l voor de productie van warm tapwater en ruimteverwarming. Samen met een balansventilatiesysteem van Brink wordt zo gezorgd voor luchtverwarming.

Bestaande woningen
Het Tiny House laat daarnaast een installatieconcept zien voor bestaande woningen, met de aanvoer van waterstof door een gasleiding. Een Xtreme H2-ketel van Intergas produceert warm tapwater en zorgt voor ruimteverwarming met radiatoren.

Makkelijk retrofitten
In het huisje zijn dus ook radiatoren aanwezig. Aangezien de aanvoertemperatuur van het water tussen de 60 – 75 graden ligt, is er geen LT-variant nodig. Dat maakt het retrofitten ook zo aantrekkelijk. In principe is het cv-ketel eruit en waterstofketel erin. Er zijn geen flankerende maatregelen nodig, zoals extra isolatie of de installatie van een nieuw afgiftesysteem.

Cursus
Ook hoeft de installateur geen uitgebreid omscholingstraject te doorlopen om aan de slag te gaan met waterstofketels. In principe zou een cursus van 1 of 2 dagen en uiteraard de nodige vlieguren al toereikend zijn, zeggen de aanwezige deskundigen. Het is daarbij wel belangrijk dat er op korte termijn erkende waterstofopleidingen komen.

Bekend
Een monteur is in principe evenveel tijd kwijt met de installatie van een waterstofketel als met een aardgasgestookte variant. Nemen we het Tiny House als voorbeeld, dan zijn zowel de dimensionering, omkasting en het vermogen (28 kW) min of meer hetzelfde als van een conventionele cv-ketel. Dat geldt ook voor de ophanging en de koppelingen aan de radiatorbuizen.

Verschillen
Waarin zitten dan de verschillen? Een woning met een waterstofketel heeft een grotere klasse gasmeter, een andere brander en vlambewaking nodig. Vindt de dichtheidsbeproeving plaats, dan moet er eerst stikstof op het leidingenwerk worden gezet om de lucht eruit te persen, daarna volgt pas de waterstof. Ook is er een LEL meter nodig. In algemene zin zijn de beheersmaatregelen erop gericht om te voorkomen dat waterstof zich ophoopt bij een lekkage. Dit kan bijvoorbeeld door extra ventilatie, automatische gaskleppen of een waterstofverklikker. Tot slot vereist de ‘zelfvoorzienende variant’ de nodige kennis van slimme systemen, aangezien er gewerkt wordt met controllers. Hier is dus enige verdieping noodzakelijk.

Gasnet
Uit het vooronderzoek bleek overigens dat bij het gebruik van het reguliere gasnet er geen ingrijpende veranderingen nodig zijn. Bovendien kan er met dezelfde drukken worden gewerkt.

Doorbraak
Hoe nu verder? Waterstof zal met name interessant zijn voor binnenstedelijke gebieden en het platteland. 95% van de Nederlandse huishoudens heeft nog een hr-ketel in huis. Daar liggen dan ook de kansen om te retrofitten en het aardgasnet te hergebruiken. Om zo met duurzaam gas naast all-electric oplossingen en warmtenetten tot een goeie energiemix te komen voor de bestaande wijken. Naast installatie en onderhoud, zal ook beheer grote kansen opleveren voor de installateur, zeggen de aanwezige deskundigen. Ze verwachten op termijn een grootscheepse doorbraak van de waterstofeconomie. Er zijn nog wel de nodige bottlenecks. Allereerst de prijs; de zelfvoorzienende variant kost nu tienduizenden euro’s. Ook is het de vraag hoe de waterstofprijs zich zal ontwikkelen en verhouden ten opzichte van aardgas. Hoe dan ook: subsidie is onontkoombaar, zeker in de beginfase.

Tiny House
Hoe gaat het nu verder met het Tiny House? Zijn rondreis is begin december ten einde gekomen. Waarschijnlijk zal het huisje een permanente plek krijgen als demowoning in Hoogeveen, om precies te zijn aan de overkant van de huidige locatie bij de nieuwbouwwijk Nijstad-Oost 

Eerste woning met individuele aansluiting op ondergronds waterstofnet

Medio november krijgt voor het eerst in Europa een bestaande woning een individuele aansluiting op een lokaal, ondergronds waterstofnet. Daardoor ...

Remeha in documentaire National Geographic over waterstof

Remeha is betrokken bij de National Geographic documentaire ‘Waterstof, onze nieuwe energie? Hierin onderzoekt presentatrice Anic van Damme de mogelijkheden ...

Fabriek Bosch Deventer geleidelijk over van gasketels op systeemoplossingen en waterstof

De overheidsdoelen voor de energietransitie zijn ambitieus en als gevolg hiervan zal de Nederlandse markt voor verwarmingsoplossingen de komende jaren ...

Brede coalitie van bedrijven wil dat waterstof sneller volwassen wordt

Meer dan 80 Nederlandse bedrijven hebben de handen ineengeslagen om te laten zien dat waterstof in Nederland een succes gaat ...

Schone lucht

Gepubliceerd op

Al jarenlang wordt er gehamerd op het belang van een goed binnenklimaat in scholen, voor het welzijn van leerlingen en personeel. Sinds de uitbraak van de pandemie lijken meer en meer scholen ook daadwerkelijk extra maatregelen te nemen. Een sys­teem dat nu rap aan populariteit wint, maakt gebruik van verticale ventilatie. IZ sprak erover met GoFlow-CEO Norbert Vroege.

Vroege kende de installatiebranche al van haver tot gort, toen hij in 2020 GoFlow opstartte. In 1998 stond hij aan de wieg van Innosource, een ventilatiespecialist. Later leidde hij onder meer Brink Climate Systems en Plugwise (energiemanagement). “Toen ik in 2020 terugkeerde in de ventilatiebranche, viel het me op hoe weinig er was veranderd. Zo zag ik nog steeds dezelfde namen die destijds in mijn telefoonklapper stonden.”

Verbijsterd
Vroege was naar eigen zeggen verbijsterd over het slechte binnenklimaat van scholen. Hij citeert een RIVM-publicatie uit 2021, waaruit naar voren kwam, dat in 80-88% van de lokalen de binnenlucht niet aan de referentiewaarde (1200 parts per million CO2) voldoet. Vroege bedacht daarom een nieuw ventilatieconcept dat gebaseerd is op verticale verdringingsinstallatie. In de glastuinbouw wordt al langer gewerkt met soortgelijke oplossingen, voor de gebouwde omgeving daarentegen is dit een innovatief concept.

Opbouw
In feite bestaat het systeem uit 4 elementen. Het klaslokaal krijgt een systeemvloer van houten delen of keramiek tegels. Deze vloerdelen hebben geperforeerde gaten. De vloer heeft een opbouwhoogte van maximaal 20 centimeter. Ieder lokaal krijgt ook een systeemplafond, “dat 20 cm, maar ook 10 cm kan zijn”, vertelt Vroege. Ook alle plafonddelen zijn voorzien van geperforeerde gaten.

Modulaire opbouw
Achter in de lokalen komt (vaak) een modulair opgebouwde luchtbehandelingskast te staan. Iedere module heeft dezelfde afmetingen, weegt 20-50 kg en is dus goed te dragen. “We hadden bij de ontwikkeling al rekening gehouden met het feit dat veel scholen geen liften hebben. De monteurs moeten het systeem dus via een trap naar boven kunnen tillen”, licht Vroege toe. De modules worden opgestapeld tot de luchtbehandelingskast compleet is en zijn via 2 geboorde gaten van circa 300-350 mm verbonden met de buitenkant van het gebouw.

Geluid
De luchtbehandelingskast heeft ventilatoren van EBM Papst. “We hebben bewust gekozen voor extra grote, zware ventilatoren. Dit betekent dat er op een laag toerental efficiënt een hoog debiet behaald kan worden (maximaal 2500 m3/h). Door gebruik te maken van vier warmtewisselaars van Recair, een fors oppervlak, kunnen we met lage luchtsnelheden zeer efficiënt energie overdragen. Dat pakt gunstig uit voor het rendement en uiteindelijk de Total Costs of Ownership. Bovendien produceert het GoFlow-systeem beduidend minder geluid dan andere ventilatiesystemen. Om precies te zijn, zo rond de 34-36 dB(A), maar we willen nog lager uitkomen.”

Fijnstoffilters
De luchtbehandelingskast is voorzien van G4 en F9 fijnstoffilters. “We hebben bewust gekozen om de lat hoog te leggen, wat dat betreft, omdat fijnstof een groot gezondheidsrisico oplevert en menige school vlakbij drukke wegen ligt”, licht Vroege toe.

Werking
De verse lucht wordt onder de vloer ingeblazen. Door permanente overdruk realiseert het systeem een verticale en laminaire luchtstroom. Tafeltjes, stoelen, kasten en dergelijke kunnen de luchtstroom een afwijkende route opsturen, maar het netto-effect op de werking en effectiviteit van het systeem is miniem, volgens Vroege.

Luchtvochtigheid
In de airsocks onder de vloer zitten druppelaars, “een principe dat we aan de kassenbouw hebben ontleend”, die de luchtvochtigheid van de toevoerlucht op peil houden (rond de 40%). Ook hier is goed geanticipeerd op een veelvoorkomend probleem, want zoals bekend is luchtvochtigheid, met name in de wintermaanden, vaak een drama in de gebouwde omgeving. Te vaak hebben gebruikers last van droge lucht. “Als de gebruikte lucht is opgestegen, voert het systeemplafond alles af.”

Monitoring
“In elke GoFlow-geventileerde ruimte hangt een gebruiksvriendelijke interface waarmee het binnenklimaat te reguleren en te controleren is. Hierop stel je gemakkelijk de temperatuur, hoeveelheid ventilatie en tijdschema’s in. Elke ruimte is voorzien van sensoren die de luchtkwaliteit monitoren. We zien dit ook bij concullega’s, maar die monitoren vaak alleen op CO2. Wij hebben bewust gekozen om naast CO2 ook de temperatuur, luchtvochtigheid en het fijnstof- en VOC-gehalte te monitoren. Bij VOC’s kan je bijvoorbeeld denken aan onwenselijke stoffen die zitten in schoonmaakmiddelen.”

Aerosolen
Uiteindelijk wordt de binnenlucht, met een stroomsnelheid van 1 cm per seconde, vijftien keer per uur ververst. “Zo vindt er geen circulatie van binnenlucht plaats en zal besmetting via aerosolen veel minder snel plaatsvinden”, zegt Vroege. Op de eerste meter boven de vloer is er een afname van aerosolen in de lucht gemeten van 97 procent. Een stukje hoger in het lokaal op 1 meter en 15 centimeter is dit percentage 68%, volgens TNO-onderzoek. Scholen die het systeem laten installeren, nemen hiermee dus extra voorzorgsmaatregelen tegen coronabesmettingen.

Beheer en onderhoud
Het GoFlow-systeem krijgt jaarlijks een grote onderhoudsbeurt, waarbij bijvoorbeeld de ruimte onder de vloer wordt schoongemaakt en de fijnstoffilters worden vervangen. Ook onbehandelde houten vloerdelen gaan, bij wijze van spreken, onder het vergrootglas om een goed beeld te krijgen van de mogelijke impact van slijtage. “Wij leggen uiteindelijk de verantwoordelijkheid niet bij de gebruiker. We bieden ‘lucht als een service aan’, waarbij wij met onze partners verantwoordelijk zijn voor de installatie, de prestatiegaranties en het beheer en onderhoud.”

Verdienmodel
Vaak hikken scholen tegen de initiële investeringen aan. GoFlow neemt ook die voor haar rekening, om de klant nog verder te ontzorgen. Goflow biedt naast verkoop ook Rental Services aan, zoals eerder vermeld. Hierbij kunnen scholen voor een vast bedrag per kind per jaar gezonde lucht in abonnementsvorm afnemen.

Verwarming
Het GoFlow-systeem ontleent zijn warmte aan een warmtepomp. Ook hier is dus sprake van een duurzame oplossing. Bij de installatie werkt men niet volgens de principes van de Trias Energetica. “Wij gaan niet eerst aansturen op extra isolatiemaatregelen om bijvoorbeeld ongeïsoleerde vloeren te voorkomen.” De kerngedachte achter het systeem, legt Vroege uit, is om op een snelle en efficiënte manier de kwaliteit van het binnenklimaat fors te verbeteren met een ‘an sich’ energie-efficiënt systeem dat een aantrekkelijke levensduur heeft van zeker 50 jaar. En die opzet slaat aan, want “het aantal aanvragen is gigantisch”, vertelt Vroege 

Pilotproject

In de Heerenwegschool in Wassenaar liep recentelijk een pilotproject in klaslokaal 3b. “Dit was het slechtst geventileerde lokaal van de school. Het aantal PPM kon daar oplopen tot maar liefst 2200”, vertelt Vroege. De installatie van het GoFlow-systeem was een behoorlijke uitdaging. “Zo bleken de muren en vloeren niet in een rechte lijn te lopen, waren stopcontacten verkeerd gekoppeld en moest de oude kastenwand worden verwijderd.” Na de voorbereidende werkzaamheden kreeg het klaslokaal een aparte elektragroep met een 1-fase-aansluiting (16 Ampère). Er werden 2 gaten geboord in de gevel voor de toe- en afvoer van lucht. De modulaire luchtbehandelingskast kwam op de linoleumvloer te staan. “Boven, moesten we deels het plafond in, vanwege de opbouwhoogte. Ook hebben we een aparte koof aan de muur bevestigd voor de afvoer van retourlucht.” Al met al duurden de voorbereidende werkzaamheden en installatie vier werkdagen. De eerste meetresultaten lieten al zien dat de CO2-concentratie in een volle klas onder de 550 PPM bleef. De pilot is onlangs afgerond. Inmiddels hebben directie en bestuur gevraagd om ook de andere 14 klaslokalen te voorzien van een GoFlow-systeem.

Tomaten telen dankzij speciale luchtbehandelingskasten

Technokas is deze week gestart met de assemblage en installatie van de eerste van in totaal 16 luchtbehandelingskasten op de ...

Effectiviteit luchtreinigers tegen virussen vastgesteld

Daikin Europe heeft zijn luchtreinigers door het Franse laboratorium Institut Pasteur de Lille laten testen en certificeren. Daaruit bleek dat ...

Kennis over luchtfilters voor comfortinstallaties herzien

ISSO-publicatie 27 ‘Luchtfilters voor comfortinstallaties’ is recent herzien. De publicatie is een informatiebron voor professionals die luchtfilters in ventilatiesystemen en ...

Zuivere lucht voor Roosendaalse basisschool

Voor de renovatie van de openbare basisschool De Gezellehoek in Roosendaal is het WTU balansventilatiesysteem van Orcon toegepast. Bijzonder aan ...

Energie uit damwanden

Gepubliceerd op

Door stalen damwanden te voorzien van collectoren, kunnen havenkades, kanaaloevers, bouwkuipen, dijken en alle andere waterkeringen ons van warmte en koude voorzien. Aardwarmteboringen zijn niet nodig. Bij de jachthaven van Enkhuizen is een testopstelling neergezet. Het eerste gebouw wordt zelfs al verwarmd en gekoeld met energie uit de eigen jachthaven.

Het principe van geactiveerde damwanden werd tien jaar geleden bedacht en gepatenteerd door het Duitse SPS Energy. Damwandleverancier Gooimeer zag de potentie. Patrick Stoelhorst, directeur van het bedrijf: “We hebben veel water in stedelijk gebied en de grootste damwanddichtheid ter wereld. Dus als het in Nederland niet werkt; dan werkt het nergens! Twee en een half jaar geleden kwam ik met SPS Energy in contact en besloot ik het hier in Nederland uit te gaan dragen.” Voor de kennis van geothermie en warmtepompen werd Nathan ingeschakeld. Nathan-projectleider Robert Nagelhout hierover: “We zagen een mooie uitdaging in het mee-ontwikkelen van het totaalconcept met de damwanden.”

Test én eerste opdracht
In de Enkhuizer Compagnieshaven van havendirecteur Jeroen Mulder, vonden de bedrijven een welwillende testlocatie voor het concept. Mulder: “De damwanden waren toe aan en vernieuwing en we zijn hier veel met verduurzaming bezig. In de toekomst wilden we het havengebouw met kantoren, supermarkt, douches, restaurant, watersportwinkel en zeilmakerij gasloos gaan maken, dus het was interessant om daar nu al de eerste stappen voor te zetten.” Door corona gingen die eerste stappen echter wat harder dan gepland. Toen het havenrestaurant haar deuren moest sluiten, werd het renovatieplan naar voren gehaald. Al voordat de eerste testresultaten binnen waren, werd het restaurant als eerst gerenoveerde gebouw aangesloten op de kade. En nu zijn we de eerste jachthaven wereldwijd waar dit wordt toegepast.”
Nagelhout: “Naast een ontwerp voor de testopstelling hebben we meteen een installatieontwerp voor het aansluiten van de damwanden op de toekomstige warmtepompen in de verschillende gebouwen gemaakt. Met nauwelijks garanties van opbrengsten of werking van het systeem, heeft de jachthaven de damwanden laten installeren. Men werkt overal aan mee en we krijgen alle ruimte om aan onze testopstelling te werken.”

Gesloten stalen collector
De werking van de energie-damwanden verschilt feitelijk niet van de techniek die Nathan al jaren toepast. Het grootste verschil is het materiaal en de prefab productie van de collectoren. In de Almeerse Gooimeer-fabriek worden goed geleidende stalen collectoren op de stalen damwanden gelast. Op locatie worden de wanden vervolgens geplaatst en de collectoren gekoppeld. De bovenste meter damwand is niet van een collector voorzien, waardoor kleine niveauverschillen in het waterpeil geen effect hebben. In Enkhuizen werden maar liefst 72 geactiveerde damwanden – goed voor een 115 meter lange kade – geplaatst, vervolgens aangesloten op rvs-verdelers en afgevuld met een water/glycolmengsel.

Aansluiting op de gebouwen
Op de kade metselde de haven zelf een put voor de twee rvs-verdelers. Normaal is dit een kunststof put met een deksel. De haven koos voor een betonplaat als afdichting, zodat het grote havenmaterieel als kranen en heftrucks er probleemloos overheen kunnen rijden. Nathan-partner Braakman gebruikte kunststof Uponor PE-Xa-leidingen om de geactiveerde damwanden aan te sluiten op de rvs-verdelers. Nagelhout: “Op de ene verdeler is de testopstelling aangesloten, op de andere verdeler zit het restaurant. De verdelers zijn met een PE 110 mm verzamelleiding gekoppeld waarop de haven in de toekomst haar gebouwen kan aansluiten. Na het testen wordt het één collectief systeem.” Edwin de Haan; Sales Advisor van Nathan: “Met het systeem dat nu klaarligt, kan de haven stap voor stap werken aan verduurzaming. Dat doen ze heel mooi; één voor één worden de gebouwen energetisch verbeterd en met een aftakking aangesloten op deze verzamelleiding. Na het restaurant volgt de watersportwinkel en over vier jaar het hoofdgebouw. Dat kan gewoon want de energie ligt letterlijk klaar voor de deur!”

Testen
Voor Nathan en Gooimeer zijn vooral de cijfers interessant. Nagelhout: “De testopstelling is aangesloten op het net, zodat we hem op afstand kunnen besturen, monitoren en uitlezen en ook de bodem- en watertemperatuur wordt gemeten. Er waren natuurlijk al cijfers vanuit Duitsland, maar omdat we bij Nathan 25 jaar garantie op een werkend bodemsysteem geven, stonden we erop om het ook zelf te testen. Die ruimte bood de haven ons. We testen vooral of de Duitse theorieën kloppen. Inmiddels hebben we twee tests gedraaid die een goed beeld hebben gegeven van wat er nou gebeurt. Er volgen nog vier tests. Tot nu toe hebben we op maximaal vermogen in continubedrijf gedraaid. De volgende tests worden onder andere aan-uit-aan-uit-tests, wat meer de daadwerkelijke werking weergeeft. In de testcontainer en op de damwanden zitten sensoren waarmee wij verschillende parameters continu meten en registreren. Zo weten wij wat er in het water en met de warmtepomp gebeurt.”

Kansen
Nagelhout: “In Nederland moet nog zó veel kade vervangen worden. Alleen in Amsterdam gaat het al om zo’n 700 kilometer kademuur, waarvan 200 kilometer acuut is. Als ze bij de vervanging preventief kiezen voor damwanden met wisselaars erin, dan ligt de plug & play oplossing voor de het verduurzamen van grachtenpanden al klaar. De meerprijs daarvoor valt reuze mee als je toch je wanden al moet vervangen.” De Haan: “Die locaties langs grachten zijn typische plekken waar aardwarmteboringen uitdagend of zelfs helemaal niet mogelijk zijn. Voor gemeenten is dit dan de perfecte manier om een goed alternatief voor gas te bieden.

Opschalen: van BENG naar BELG

Het idee voor ChargeFreeHome ontstond bij grondlegger Henk van Houten toen hij zag wat een BENG-woning inhoudt en dat vergeleek ...

Geothermie bundelt krachten in nieuwe brancheorganisatie

De brancheorganisatie Geothermie Nederland gaat vanaf 1 januari 2021 van start. De bestaande organisaties Platform Geothermie (2002) en DAGO (2014) ...

Branche verdiept zich nog nauwelijks in geothermie

Uit een studie van Energie Beheer Nederland blijkt dat 2,6 miljoen huizen en gebouwen van warmte kunnen worden voorzien door ...

De toekomst van de warmtepomp

Opleidingscentrum GO0 organiseerde in samenwerking met brancheorganisatie NVKL onlangs een online variant van de Dag van de Warmtepomp. In twee ...

Mag het een graadje hoger?

Gepubliceerd op

Hij haalde er de landelijke pers mee en dat overkomt een wetenschapper niet dagelijks. Wouter van Marken Lichtenbelt was dan ook betrokken bij een bijzonder onderzoek. Zes jaar later lijken de resultaten enigszins te zijn ingedaald bij de installatiebranche. Maar er is nog een lange weg te gaan.

In 2015 publiceerde Nature Climate Change een artikel dat de wereld over ging. De auteurs Boris Kingma en Wouter van Marken Lichtenbelt van de Universiteit Maastricht suggereerden dat de gemiddeld kantoortemperatuur voor een man prettig is, maar voor een vrouw ‘ongerieflijk’.

‘Mannenklimaat’
Wouter van Marken Lichtenbelt is in het dagelijks leven hoogleraar Ecologische Energetica en Gezondheid. “Mannen en vrouwen ervaren de temperatuur op een andere manier”, vertelt hij. “Heel kort door de bocht kan wel gesteld worden dat het binnenklimaat vaak een mannenklimaat is. Met name dan als het om de beleving van kou gaat. Vrouwen hebben het sneller koud dan mannen, omdat ze minder warmte produceren.”

Studie uit 2015
In de studie van 2015 was het metabolisme van zestien licht geklede vrouwen onder de loep genomen. Uit de resultaten bleek dat zij liever werken onder een temperatuur van ongeveer 3° C hoger dan mannen. Van Marken Lichtenbelt en Kingma concludeerden destijds dat de normen voor het binnenklimaat moeten worden aangepast, waarbij rekening wordt gehouden met de metabolische waarden voor vrouwen. Dit levert een beter thermisch comfort én energiebesparing op.

Andere factoren
Overigens blijken niet alleen sekseverschillen van invloed te zijn op de temperatuurbeleving. Er zijn meer factoren, legt Van Marken Lichtenbelt uit. “Denk bijvoorbeeld aan fitheid. Als je regelmatig traint, kan je lichaam zich makkelijker aanpassen aan temperatuurverschillen. Bovendien gaat je weerstand omhoog.”

Leeftijd
Daarnaast speelt ook leeftijd een rol. Iedere lezer is waarschijnlijk wel eens bij bejaarde klanten geweest die hun thermostaat op een tropische temperatuur hadden staan. “Bij ouderen is de thermoregulatie kritischer, ze hebben sneller de neiging om af te koelen. Vandaar dus.”
Onontgonnen gebied
En dan is er nog obesitas. “Mensen met drastisch overgewicht hebben het sneller warm.” Ook etniciteit lijkt van invloed te zijn op de temperatuurbeleving. “Eigenlijk is dit nog onontgonnen gebied. Mensen uit de Tropen hebben de neiging om meer te stoken, maar dat blijkt vooral gebaseerd te zijn op temperatuurverschillen en gewenning.” Evenals andere etniciteiten hebben mensen uit de Tropen namelijk ook bruin vet.

Bruin vet
Bruin vet, voor alle duidelijkheid, is een vetweefsel dat energie omzet in warmte - het verbrandt calorieën. Het vet wordt actief als het lichaam het koud heeft en zorgt er dan door verbranding voor dat de lichaamstemperatuur op peil blijft. Zoogdieren die een winterslaap houden, gebruiken hetzelfde bruin vet om tijdens hun winterslaap warm te blijven.

Persoonlijke klimatisering
Met deze kennis in het achterhoofd, snapt de lezer wel hoe belangrijk het is om het binnenklimaat af te stemmen op de persoonlijke wensen van gebruikers. Dat is ook precies wat Van Marken Lichtenbelt betoogt. “Systemen die centraal geregeld worden, leveren vaker klachten op en gebruiken netto ook meer energie.” De wetenschapper is eerder gecharmeerd van zonering en persoonlijke klimatiseringsoplossingen, waarbij bijvoorbeeld het bureaublad wordt verwarmd en een persoonlijk ventilatiesysteem het hoofd koelt.

Stralingswarmte
Niet voor niets geeft Van Marken Lichtenbelt een voorbeeld met stralingsverwarming. “Mensen ervaren dit als zeer comfortabel. Vandaar ook de populariteit van vloerverwarming. Enige nadeel is wel dat het systeem weinig dynamisch is en traag werkt. Het is wenselijk als je het een en ander kan bijsturen, bijvoorbeeld met infraroodpanelen en ventilatie.”

Koelingsbehoefte
Tot dusverre hebben we het vooral gehad over de warmtebehoefte, hoe zit het met de koelingsbehoefte? “We zien daar kleinere verschillen tussen de seksen, maar merken bijvoorbeeld wel dat ouderen sneller last hebben van warmte of zoals ik al eerder zei; mensen met obesitas.”

Indalen
Inmiddels zijn we 6 jaar verder. Zijn de inzichten van de wetenschappelijke studie destijds al doorgedrongen tot de installatiebranche? “Ik heb het idee van wel. Ik heb al talloze Webinars en lezingen over het onderwerp gegeven. Daarnaast lijkt comfort ‘an sich’ een belangrijker thema te zijn geworden in de installatiebranche. Kijk bijvoorbeeld maar de populariteit van slimme ventilatiesystemen en het toenemende aantal WELL Building Standard certificeringstrajecten.”

Smart Technology
Niet alleen de ventilatiesystemen worden slimmer, eigenlijk is er over de gehele breedte sprake van een groeiende populariteit van Smart Technology. “Ik zie allerlei nieuwe beheer- en monitoringssystemen op de markt komen. Op zich een prima ontwikkeling, maar er kleven wel wat risico’s aan vast. Allereerst heb je het hackgevaar, daarnaast moet de gebruiker goed worden geïnstrueerd over de werking van het systeem en die moet ook de wil hebben om allerlei aanvullende handelingen te plegen. Bijvoorbeeld het regelmatig vervangen van filters in gebalanceerde ventilatiesystemen. Ook blijken die slimme systemen een bepaalde kwetsbaarheid te hebben.”

Zelf regelen
“Al met al zou ik nooit de algehele controle van het binnenklimaat overlaten aan Smart Technology. De mens moet de mogelijkheid behouden om in te grijpen, bijvoorbeeld door een raam open te kunnen zetten. Bovendien is het verstandig om op individueel niveau aandacht te blijven besteden aan de gezondheid. Als gebruikers fit zijn, kunnen ze, zoals ik al eerder aangaf, beter omgaan met temperatuurverschillen. En, uiteindelijk blijkt uit ons onderzoek dat zowel af en toe in de kou als in de warmte goed is voor onze gezondheid/weerbaarheid en dat ook daarom een dynamisch binnenklimaat wenselijk is.”

Meeschakelen
“De branche loopt vaak voor op de politiek”, heeft Van Marken Lichtenbelt gemerkt. En dat levert de nodige frustraties op. Hoeveel druk is er vanuit Den Haag en Europa om er echt werk van te maken? “Het is belangrijk dat de politiek mee schakelt”, merkt Van Marken Lichtenbelt terecht op. “Laten we vooral doorgaan met Green Deals en dergelijke.”

Adviezen

Van Marken Lichtenbelt heeft een aantal duidelijke adviezen voor de installatiebranche om het gewenste comfortniveau te bereiken in gebouwen.
1. Zorg voor een dynamisch binnenklimaat met ruimte voor persoonlijke regeling.
2. Zorg voor een eenvoudig te bedienen installatie met een gebruiksvriendelijke interface.
3. Zorg dat de ramen open kunnen en gebruik zo min mogelijk de Airco-installatie.
4. “In feite ontwerp je een installatieconcept dat uit twee lagen bestaat. Er is een centraal beheerd systeem en een tweede systeem dat fluctuaties aan kan. Maak je gebruik van sensoren, beperk je dan niet tot CO2, maar let ook op vocht en Vluchtige Organische Stoffen. Ze hebben bijvoorbeeld in een kantooromgeving allemaal invloed op de productiviteit.”

‘Ook tijdens koude week draaide warmtepomp als een zonnetje’

De afgelopen week stond de warmtepomp vanwege het koude weer extra in de belangstelling. Dit vanwege de vraag of een ...

Nederlanders springen zuinig om met hun verwarming

Uit onderzoek van Jaga en Markteffect blijkt dat bijna de helft van de Nederlanders eerst warme kleding aantrekt als ze ...

Elektrische bijverwarming of stand-alone oplossing

 De nieuwe elektrische convectorverwarmer Heat Convector 4000 van Nefit Bosch maakt het mogelijk om bijna elke ruimte snel te verwarmen ...

Ondanks toegenomen thuiswerken slechts 5% meer verwarming

Nederlanders gebruikten hun verwarming vorige maand 5% meer dan in maart 2019, blijkt uit recent onderzoek onder ruim 1.500 woonhuiseigenaren ...

Adsorptiewarmtepomp

Gepubliceerd op

Waar de cv-ketel al helemaal is uitontwikkeld, kan de warmtepomp nog grote slagen maken. In 2023 komt er een nieuw soort warmtepomp op de markt die werkt op basis van adsorptietechnologie. Fabrikant Cooll werkte meer dan tien jaar aan de ontwikkeling ervan. IZ sprak met CEO Stefan van Uffelen (zie foto).

Het begon allemaal in 2003. De universiteit Twente kreeg een aanvraag binnen van ruimtevaartorganisatie ESA om een trillingsvrije koeler voor -270 graden Celsius te ontwikkelen, die onderhoudsvrij zou zijn en geen bewegende delen zou bevatten. De technologie die hieruit voortkwam, vormt in feite de basis van de nieuwe warmtepomp. Daarom heet het bedrijf ook Cooll.

Marktkansen
In eerste instantie wilden de initiatiefnemers een systeem ontwikkelen voor duurzame verwarming en koeling op basis van de adsorptietechnologie. Uit onderzoek bleek dat de koelingstoepassing markttechnisch lgezien astig was, omdat het een toepassing is voor buitenlandse markten, maar dat de verwarmingstoepassing erg interessant is. In 2009 hebben Johannes Burger, Stefan van Uffelen en Robert Jan Meijer toen Cooll opgericht.

Testen
In 2018 is het eerste wandtoestel ontwikkeld. Deze opstelling heeft inmiddels twee winters het eigen hoofdkantoor verwarmd. In de winter van 2020- 2021 is voor het eerst een woning in Uden verwarmd met een stand alone opstelling inclusief meetapparatuur en veiligheidssystemen.
Momenteel bouwt het team van Cooll aan de versie van de warmtepomp zoals die in een eerste beperkte oplage in 2022 op de markt komt. Deze wordt komende winter in een aantal woningen getest.

Impact maken
De warmtepomp werkt op basis van gas. Dat klinkt als een anachronisme, nu we juist bezig zijn om massaal van het gas af te gaan. Van Uffelen: “Van het gas af is echt een hype. In feite draaien al die elektrische warmtepompen op de stroom die gemaakt wordt in traditionele energiecentrales. Op die manier verschuift in feite alleen maar het gebruik van fossiele brandstoffen. Wij willen echt impact maken en kunnen dat ook met onze adsorptiewarmtepomp.”

Warmtepomptechnologie
Hoe werkt de Cool warmtepomp dan precies? Daarvoor is het zinvol om eerst nog eens wat dieper te duiken in de warmtepomptechnologie in het algemeen. Zoals bekend haalt een warmtepomp warmte uit de lucht, de bodem of het grondwater. Hiervoor gebruikt hij stroom, maar veel minder dan bij elektrisch verwarmen zonder warmtepomp het geval is. In feite werkt een warmtepomp als een omgekeerde koelkast. Hij voert geen warmte af, maar haalt juist warmte van buiten naar binnen.

Varianten
Warmtepompen worden ingedeeld op basis van hun warmtebron. De lucht/water-warmtepomp haalt middels een buitenunit warmte uit de buitenlucht. De warmte wordt overgedragen aan een koudemiddel en in een binnenunit doorgegeven aan het verwarmingssysteem. De andere luchtgebonden variant, een ventilatiewarmtepomp, kan de vervuilde, warme lucht die wordt afgevoerd gebruiken. Zo’n model is echter alleen geschikt als er mechanische ventilatie aanwezig is in de woning.

Grondgebonden systemen
De water/water-warmtepomp haalt warmte uit het grondwater. Voor deze warmtepompen worden twee putten geboord. Uit de ene haalt de pomp warmte omhoog, het afgekoelde water gaat weer de bodem in via de andere put. Om de warmtebalans van de bron te herstellen, moet je de woning in de zomer koelen met de warmtepomp (hij werkt dan omgekeerd). De bodem/water-warmtepomp haalt warmte uit de bodem via buizen die gevuld zijn met een vloeistof. Meestal is het een verticale buis diep in de grond, maar ook soms met een stelsel van horizontale buizen niet heel diep onder de grond. De warmte die de vloeistof opneemt wordt via een warmtewisselaar afgegeven aan het verwarmingscircuit.

Hybride warmtepomp
Heel kort door de bocht kunnen we wel stellen dat de elektrische, luchtgebonden warmtepomp vooral opgang maakt in de nieuwbouw. In de bestaande bouw zien we vooral de hybride warmtepomp aan populariteit winnen. In dat geval komt er naast de reeds aanwezige Hr-ketel een luchtgebonden warmtepomp te staan. Alleen voor het verwarmen van tapwater en het verwarmen van de woning tijdens extreem koude dagen, springt de Hr-ketel bij.

Adsorptietechnologie
Cooll’s adsorptiewarmtepomp bevat een vergelijkbare continue cyclus als een normale elektrische warmtepomp. Compressie van het koudemiddel vindt nu echter plaats met een door warmte aangedreven adsorptiecompressor in plaats van een elektrisch-mechanische compressor. De benodigde warmte is hiervoor afkomstig uit een brander.

Werking
De adsorptiecompressor bestaat uit twee drukvaten gevuld met hoogwaardige actieve kool die cyclisch worden verwarmd en afgekoeld; een complete cyclus duurt ongeveer 10 minuten. Tijdens verwarming van zo’n drukvat (tot ongeveer 180 °C) wordt het koudemiddel onder hoge druk uit het adsorptiemateriaal geperst en via een passief ventiel naar de hogedrukzijde van de warmtepomp geleid. Het koudemiddel condenseert in de condensor en geeft daar zijn warmte af aan het verwarmingscircuit van de woning (op bijvoorbeeld 60 °C), waarna de druk van het koudemiddel wordt verlaagd via het expansieventiel. Het koudemiddel verdampt weer in de verdamper bij een lage temperatuur (bijvoorbeeld 0 °C van de buitenlucht) en neemt zo energie op uit de koude omgeving.

Volgende stap
Daarna stroomt het koudemiddel via een passief ventiel naar het andere drukvat dat op de begintemperatuur staat (60 °C in dit voorbeeld), waarbij het koudemiddel weer aan het adsorptiemateriaal adsorbeert. Na ongeveer 5 minuten draait de functie van de twee drukvaten om en zo ontstaat een continu proces. Ten opzichte van een standaard verbrandingsketel zit de winst in de extra warmte die via de verdamper en de condensor beschikbaar komt. Voor de productie van warm tapwater switcht de driewegklep, analoog aan een Hr-ketel, en wordt de cyclus versneld. “Daardoor gaat het vermogen omhoog en het rendement omlaag”, vertelt Van Uffelen. “Het beste resultaat behaal je met een compact buffervat erbij.”

Bestaande woningen
De adsorptiewarmtepomp is uitermate geschikt voor bestaande woningen, vertelt Van Uffelen. “Je kan de bestaande afgiftesystemen en thermostaat blijven gebruiken.” Bovendien hoeft de woning niet eerst extra te worden geïsoleerd om er zeker van te zijn dat het comfortniveau behouden blijft. “Met deze adsorptiewarmtepomp behalen we een 30% hoger rendement dan met een Hr-ketel. Dat kunnen we nog naar 50% tillen door ook gebruik te gaan maken van de binnenlucht of radiatoren te vervangen door een LT-vloerverwarmingssysteem.” En daar zit ‘m ook de impact die Cooll wil hebben met hun warmtepomp. Een hoger rendement impliceert immers minder gasgebruik.

Ruimtebeslag
De adsorptiewarmtepomp bestaat uit één unit van ongeveer 50 kg die 40 x 50 cm meet. Dat is vergelijkbaar met een Hr-ketel. “We willen een compactere versie ontwikkelen die 47 cm diep is, dan kan het systeem ook de kast in.” De doorvoer door het dak valt iets groter uit dan bij een Hr-ketel het geval is met 2 pijpen die elk een diameter hebben van 25 centimeter. Het geluidsniveau is vergelijkbaar met een Hr-ketel, zegt Van Uffelen. “Er zijn geen bewegende delen.” Ook het inregelen verloop op een vergelijkbare manier als bij een Hr-ketel. “Er is dus geen extra kennis nodig.”

Concurrentie
De voordelen ten opzichte van een Hr-ketel zijn dus duidelijk. Maar hoe zit het met de twee andere grote concurrenten in de bestaande woningbouw: de HT- en de hybride warmtepomp? “De Hoge Temperatuur warmtepomp bestaat uit twee units en heeft dus meer ruimte nodig. Bovendien is het maar de vraag of die dezelfde rendementen behaalt onder alle omstandigheden. Een HT-warmtepomp heeft ongeveer tweemaal zoveel warmte van buiten nodig vergeleken met de gaswarmtepomp. Dat is dus een fundamenteel lastige uitdaging. Wat betreft de hybride variant; ook die heeft meer ruimte nodig dan de adsorptiewarmtepomp, bovendien krijg je daar te maken met energie- en gasprijzen. Dat zijn twee variabelen die kunnen fluctueren. Tot slot gaat het om een complexe technologie die zeker de nodige kennis vereist van de installateur op het gebied van inregelen.”

Gas
De adsorptiewarmtepomp kan zowel op aardgas, biogas als waterstof draaien, vertelt Van Uffelen. “Voor biogas moet alleen de branderinstelling worden veranderd. Waterstof is ook geen issue, even de vlamdetectie en controls wijzigen en je kunt aan de slag. In principe willen we in 2023 een versie op de markt brengen die al ‘waterstof ready’ is.”

Servicen
Ook het onderhoud is eenvoudig en vergelijkbaar met een Hr-ketel, vertelt Van Uffelen. “Denk aan de driewegkleppen controleren en dergelijke. Alleen het elektrische deel zit wat dieper in het toestel vanwege de hoge temperatuur en de dakdoorvoeren zijn natuurlijk net iets anders.”

Belangstelling
Over gebrek aan belangstelling hoeft de gedreven ondernemer niet te klagen. Zowel de reguliere als vakmedia hebben al de nodige aandacht besteed aan de adsorptiewarmtepomp. En voordat Cooll daadwerkelijk de markt betreedt zijn er al 55 exemplaren verkocht. “Het gaat om uiteenlopende klanten, van woningcorporaties tot bij wijze van spreken eigenaren van monumenten. Wij verwachten stevig door te groeien. Temeer daar wij nog in tegenstelling tot de hr-ketel en bestaande warmtepompen een enorme potentie hebben om ons systeem door te ontwikkelen.” 

Online zoekgedrag naar warmtepompen blijft toenemen

Marktdata.nl heeft een analyse uitgevoerd naar de online oriëntatie en interesse van de Nederlandse consumenten met betrekking tot verwarmingssystemen en ...

PVT-warmtepomp met propaan als koudemiddel

Tijdens de beurs Duurzaam Verwarmd introduceert Triple Solar een warmtepomp met propaan als koudemiddel. De warmtepomp werd specifiek ontwikkeld voor ...

Slimme warmtepomp concepten tijdens Vakbeurs Energie

Van dinsdag 12 tot en met donderdag 14 oktober a.s. vindt de 16de editie van Vakbeurs Energie plaats in de ...

Topinstrumenten voor de koeltechnische en warmtepomp-installateur

Fieldpiece is marktleider in de VS met koeltechnisch gereedschap en meetinstrumenten. EURO-INDEX en Fieldpiece zijn een samenwerking aangegaan, waarbij niet ...

Tastbare energietransitie

Gepubliceerd op

De energietransitie stelt het vakgebied voor interessante uitdagingen, zowel technisch als operationeel. Aalberts hydronic flow control participeert in DreamHûs op The Green Village. Hoe presteren haar innovaties in een bestaande woonomgeving?

“Mijn grootvader heeft de meeste ondergrondse aardgasleidingen in Nederland gelegd en nu help ik ons land van het aardgas af”, zegt Jan Cnossen met een knipoog. Energietransitie zit de innovation manager van Aalberts hydronic flow control in het bloed. Hij bedenkt graag baanbrekende concepten en is nauw betrokken bij het testen van diverse technologieën in The Green Village. Technologieën die Nederlandse woningen aardgasloos helpen maken maar het hoofdgasleidingennet in tact laten.
Lidewij van Trigt, projectmanager van The Green Village, is ‘heel blij’ met de deelname van Aalberts hydronic flow control. “Voor het energiesysteem van de toekomst is een mix van oplossingen nodig. Die kun je wel verzinnen, maar moet je ook testen.” Aalberts hydronic flow control is in dat opzicht een veelzijdig partner. “Het is een innovatief bedrijf met veel interessante dingen om te testen. Wij vormen een erg mooie match.”

The Green Village en DreamHûs
The Green Village is een fieldlab voor duurzame innovatie op Technische Universiteit Delft Campus. Hier onderzoeken en testen kennis- en onderwijsinstellingen, bedrijven, overheden, netwerkbeheerders en andere belangstellenden duurzame innovaties voor de gebouwde omgeving op wijk-, straat- en gebouwniveau. De proeftuin omvat diverse bewoonde woningen om technologieën te testen. Eén daarvan is DreamHûs, een experimenteel woonblok van drie replica woningen uit de jaren zeventig, gerealiseerd door WoonFriesland, Bouwgroep Dijkstra Draisma, The Green Village en de Bewonersraad Friesland. The Green Village bracht Aalberts hydronic flow control met hen in contact met als resultaat dat zij in de middelste woning de toepassing van thermische energieopslag en waterstof kan testen. Van Trigt bewondert die deelname van Aalberts hydronic flow control: “Ze maken het zichzelf best moeilijk door in een bewoond huis te testen en daar systemen te integreren. Maar dat is ook leerzaam.”

Warm(tap)water
Vorig jaar introduceerde Flamco een duurzame boiler die geen water maar anorganisch zout als opslagmedium gebruikt: de FlexTherm Eco. Dit ultracompact, thermisch laadstation zet elektriciteit efficiënt om in warmte en slaat die op voor warm water. De thermische batterij wordt al op meerdere locaties in Nederland toegepast voor warm tapwatervoorziening. Aalberts hydronic flow control voorziet echter meer mogelijkheden voor de toepassing van anorganisch zout als fase-overgangsmateriaal (PCM). Daarom staan er drie in serie geschakelde FlexTherm Eco’s met elk twee warmtewisselaars in de middelste DreamHûs-woning. Twee zorgen er voor warm tapwater en alle drie voor verwarming. De resultaten in de matig geïsoleerde woning (energieklasse B) zijn goed, vertelt director innovation Ben Mureau van Aalberts hydronic flow control: “Het lukt om de woning met weinig voorzieningen op een comfortabele manier van voldoende tapwater te voorzien én te verwarmen.”

Grid ontlasten
De volgende uitdaging is om de thermische accu’s voor verwarming in te zetten zonder het elektriciteitsnet extra te belasten. Dat grid wordt al genoeg belast en er zullen meer fluctuaties ontstaan als er meer groene energie wordt gebruikt. “Met PCM kun je daarop anticiperen door bij een piekvraag de PCM-batterijen aan te zetten en bij een tekort uit te zetten. Beide geven een boost aan het elektriciteitsnet en op deze manier kunnen elektriciteitsbedrijven sturen op het grid en de elektriciteitsvoorziening stabiliseren”, voorziet Cnossen. “En onze FlexTherm Eco’s zijn zo rendabel en onderhoudsarm dat dit goedkoper is dan bijvoorbeeld met elektrische batterijen.” Komende zomer worden de resultaten van de vervolgtesten verwacht. Volgens Mureau zullen vooral corporaties en netbeheerders interesse hebben in de bevindingen.

Nieuwe inzichten
The Green Village is meer dan een technisch fieldlab, benadrukt Van Trigt. Voor het installeren van de PCM-batterijen moesten allerlei vragen beantwoord worden: kan de batterij via de vlizotrap naar boven, moet de bouwconstructie versterkt worden, moeten de bewoners erbij kunnen, enzovoorts. Dat leverde wat aanloopproblemen op, maar vooral waardevolle inzichten: “Die kunnen leiden tot productverbetering en economische afwegingen, zoals de kosten van implementatie. Op basis van die twee kun je vervolgens bepalen welk product voor welke woning geschikt is.”
Juist hier onderscheidt The Green Village zich van elke willekeurige testlocatie. “Wij gaan ook in op een onderwerp als de business case. PCM bijvoorbeeld kan het net ontlasten, maar daarvan profiteert alleen de netbeheerder, niet de corporatie of particuliere woningeigenaar. Daar kun je afspraken over maken. Wij kijken ook of er partijen in het netwerk zitten om met elkaar in contact te brengen om dit soort zaken inzichtelijk te maken.” Mureau onderschrijft dat: “Wij zoeken naar mogelijkheden om corporaties hiervan te laten profiteren door betere prijsafspraken met de netbeheerders te maken of hen aan de investeringskosten te laten bijdragen. Als beide partijen profiteren, kunnen we sneller van het gas af.”

Waterstof
Die netwerkfunctie bewijst zich ook bij het waterstofproject van Aalberts hydronic flow control. Om de middenwoning geschikt te maken voor waterstoftechnologie werken twee The Green Village-participanten, gAvilar en Aalberts hydronic flow control, samen. “Het is een meerwaarde van The Green Village dat zij ons hebben samengebracht; wij sluiten perfect op elkaar aan”, aldus Mureau. gAvilar levert de drukregeling en waterstofmeter terwijl bedrijfsonderdelen van Aalberts hydronic flow control alle waterstofgeschikte leidingen, koppelingen en gasvoerende beugels vanaf het hoofdnet naar de meterkast en de waterstofverwarmingsketel leveren. Cnossen: “In de woning komen drie parallelle leidingen die waterstofgeschikt zijn en waarvan wij er telkens één testen.” De woning wordt aangesloten op het lokale waterstofnet dat Alliander, Enexis Groep en Stedin al op het terrein hebben aangelegd.

Spannend en leerzaam
Cnossen is erg blij met het regelluwe fieldlab, waar het mogelijk is om de toepassing van waterstoftechnologie gecontroleerd te onderzoeken en te testen: “Het is vergunningstechnisch nergens mogelijk om waterstoftechnologie in een bewoonde omgeving te testen, behalve hier. Bovendien is dit beter dan een simulatie.” Dat er nu vertraging is ontstaan in de vergunningsverlening betreuren Cnossen en Mureau ondertussen wel, al beseffen ze dat onbekend hier nog onbemind maakt.
Van Trigt relativeert de vertraging ook: “Dat hoort bij het innovatieproces. Je moet nu eenmaal voor dingen een vergunning krijgen om aantoonbaar veilig te werken en dat kost tijd. Je kunt alles technisch regelen, maar het moet ook maatschappelijk geaccepteerd worden. Je wilt weten waaraan je moet toetsen en welke regels er worden gesteld. Dat is juist spannend en ongelooflijk leerzaam.”

Warmtenetten
Dit voorjaar beslist de stuurgroep van DreamHûs over het aansluiten van een van de woningen op een lage temperatuur open warmtenet. Cnossen voorziet hier nieuwe testmogelijkheden. “Met de warmteafleversets van Flamco kunnen we woningen verwarmen. Maar omdat we daarvoor het liefst restwarmte benutten, moeten we onze interface-units afstemmen op lagere temperaturen. Dat betekent dat we deze units, net als bij de FlexTherm Eco, moeten modificeren. Wie wil innoveren om de energietransitie te faciliteren, moet zichzelf continu uitdagen en opnieuw uitvinden 

Energietransitie vergt meer aandacht voor groepenkasten in woningen

In het kader van de energietransitie vervangen we steeds meer fossiele brandstoffen door duurzame energiebronnen. In de praktijk leidt dit ...

De energietransitie: waterstof

De energietransitie gaat niet over één oplossing. Waterstof is één van de oplossingen. Jan Wijbenga van het bedrijf Feenstra is ...

Consortium wil energietransitie gebouwen versnellen

Een consortium van tien Nederlandse bedrijven en instellingen start een samenwerking die met de toepassing van ‘Internet of Energy’ de ...

Kabinet versterkt onderzoek naar energietransitie

Het kabinet maakt €18,3 miljoen vrij voor versterking van de onderzoeksfaciliteiten gericht op de energietransitie. Deze middelen worden verleend aan ...

Vers bloed

Gepubliceerd op

Uit onderzoek van TechniekOpleiding.nl blijkt dat het animo voor omscholing naar een technisch beroep laag is. Opleider ROVC is niet verbaasd. Directeur John Huizing: “Elke sector vist nu in dezelfde vijver.” Het is kortom dringen geblazen om nieuwe mensen te vinden. Maar er is nog meer aan de hand. Wat nu?

Een vijfde van de Nederlanders heeft serieuze interesse in technische omscholing. Mannen (29%) overwegen omscholing naar de techniek vaker dan vrouwen (11%), zo blijkt uit onderzoek door TechniekOpleiding.nl onder ruim 1.500 werkende Nederlanders.

Coronacrisis
Het animo in verschillende sectoren die bovengemiddeld onder druk staan door de coronacrisis is opvallend genoeg laag. Van de Nederlanders die actief zijn in de sector toerisme & luchtvaart zegt slechts 17 procent omscholing naar de techniek serieus te overwegen. Ook in de horeca en de cultuur-, sport- en recreatiesector is er weinig interesse in omscholing naar een technisch beroep (respectievelijk 21% en 3%).

Andere sectoren
Mensen werkzaam in sectoren die minder hard geraakt zijn door de coronacrisis lijken wel bovengemiddeld geïnteresseerd in omscholing naar de techniek. Van de mensen werkzaam in de financiële dienstverlening, landbouw, bos en visserij, telecommunicatie en industrie- en nutsbedrijven overweegt 30 tot 33 procent serieus om zich om te scholen naar de techniek.

Praktische drempels
Het zijn met name praktische drempels die Nederlanders lijken te weerhouden van een omscholing naar de techniek. Zo weet vier op de tien (39%) niet waar ze zouden moeten beginnen bij een omscholing en zegt de helft (49%) niet te weten waar ze terecht kunnen voor een omscholingssubsidie. Een kwart (26%) denkt dat omscholen te lang duurt.

One-stop-shop
TechniekOpleiding.nl is een initiatief van ROVC, dat een breed scala aan technische opleidingen aanbiedt. De website is recentelijk gelanceerd en wil een “overzichtelijk one-stop-shop voor technici, bedrijven en intermediairs, starters en zij-instromers zijn. Wij willen dé vindplaats zijn voor hulp en ondersteuning bij opleidings- en ontwikkelvraagstukken in de techniek.”

Doolhof
Meer overzichtelijkheid dus, de vraag is echter of opleiders zelf ook niet verantwoordelijk zijn voor het doolhof waardoor belangstellenden zich nu moeten manoeuvreren om informatie te vergaren over cursussen en opleidingen. Kijk alleen al naar de installatiesector en je ziet dat naast het reguliere onderwijs ook nog eens ISSO, TVVL, Techniek Nederland, fabrikanten en installatiebedrijven zelf allerlei cursussen en opleidingen aanbieden. Moet die wildgroei niet worden aangepakt? Huizing: “Dat brengt weer veel overheidsbemoeienis met zich mee. Als ondernemer zie ik daar weinig heil in.”

Competenties
Liever zet hij naast zijn eigen initiatief TechniekOpleiding.nl in op competentiegericht leren en inzetten van personeel. Het is een koers die de opleider al langere tijd voorstaat en die ook hout snijdt. Het achterliggende idee is om omscholers korte trajecten te laten volgen, zodat ze vervolgens met de basisvaardigheden die ze zich eigen maken direct inzetbaar zijn. In een later stadium kunnen deze nieuwe vaklieden zich dan verder specialiseren met vervolgcursussen of opleidingen. Klinkt logisch en laten we wel wezen, ook als een interessant verdienmodel voor ROVC en andere opleiders.

Dieperliggend probleem
Maar los je hiermee een dieperliggend sociaal-cultureel probleem op? In een welvaartsmaatschappij als Nederland genieten cognitief ingestelde beroepen per definitie een hogere status dan hun manuele tegenhangers. Zo bleek al uit een eerder artikel in IZ 2013, waarin we spraken met Opleidingsbedrijf InstallatieWerk dat er een onbenut potentieel ligt bij de groep jongeren met een migratieachtergrond. Hun ouders pushen ze echter vaak om opleidingen te volgen die leiden tot een baan als advocaat, arts, manager of equivalenten daarvan met een hoge maatschappelijke status (zie ook onder andere: https://www.leerloopbanen.nl/home/uploads/Documenten/Handreiking-ouders-en-lob.pdf).

Idolen
Een ander probleem is het gemis aan aansprekende voorbeeldfiguren. Vakmensen van vlees en bloed die authentiek zijn, weten te enthousiasmeren en niet uit de koker van een marketingafdeling komen rollen. Het ontbreekt de installatiebranche kortom aan een Elon Musk, Steve Jobs of een Richard Branson. Enige tijd geleden wist kickbokser Rico Verhoeven wel de nodige aandacht te genereren door techniek in de spotlights te zetten voor Heelnederlandwerkt.nl. Maar laten we wel wezen, als je iconen van buiten de sector moet inzetten om op het netvlies te komen van de doelgroep is dat toch eigenlijk een teken van armoede. Natuurlijk doen branche- en vakverenigingen wel hun best – wie heeft Techniek Nederland voorman Doekle Terpstra nog niet horen langskomen bij BNR? – maar ze lijken niet echt het verschil te kunnen maken.

Onderwijs
Huizing is bekend met het problematische imago van de branche. “Eigenlijk moet techniek in zijn algemeenheid al direct onder de aandacht worden gebracht in het basisonderwijs”, zegt de topman van ROVC en met hem vele anderen. En uiteraard heb je daarna ook inspirerende, goed onderlegde vakdocenten nodig die de leerlingen richting hun diploma en een interessante baan weten te loodsen. Of cursisten helpen om hun vakkennis op te poetsen en het werk interessant te houden. Ook daar schuurt het, weet Huizing uit ervaring. Zo moeten er nu duizenden installateurs hun CO-certificering halen. “Zorg er maar eens voor dat je dan voldoende docenten hebt.”

Financiering
Daarnaast moet het allemaal betaalbaar blijven. Zeker als het om omscholings- en bijscholingstrajecten gaat. Huizing onderstreept nogmaals het belang van competentiegericht leren. “Op die manier kunnen mensen al na korte trajecten aan de slag, wat gunstig uitpakt voor het kostenplaatje en de motivatie van werkgevers, leerlingen en cursisten.”

Gunstige tekenen
Ondanks deze slepende problemen zijn er ook lichtpuntjes aan de horizon. Hoewel het animo voor omscholing naar een technisch beroep dus laag is, blijkt de belangstelling voor een technische opleiding ‘an sich’ wel degelijk een stijgende lijn te vertonen. Huizing merkt dat onder andere aan het groeiende aantal cursisten dat een opleiding volgt op het gebied van bijvoorbeeld klimaat- en elektrotechniek. “4 jaar geleden hadden wij 12.000 cursisten, dat zijn er dit jaar 15.000.”

Toekomst
Ondanks alle inspanningen zal het tekort aan technisch personeel blijvend zijn, verwacht Huizing. “Sowieso vist elke sector nu al in dezelfde vijver”, er is sprake van een krappe arbeidsmarkt in verschillende sectoren. Door de toenemende automatisering – denk onder andere aan prefab bouwen en installeren – kan dit deels worden ondervangen. Ook zal de krapte leiden tot een verdere stijging van salarissen, denkt Huizing tot slot. Wie weet zal dan een aantal ouders die nu nog twijfelen of er geen brood in zien, wel eerder geneigd zijn hun kinderen een opleiding in de technische installatiebranche te laten volgen 

Masterclass ‘Ventilatie in Scholen’

Het ventileren van klaslokalen is integraal onderdeel geworden van de strijd tegen corona. Met de masterclass ‘Ventilatie in Scholen’ speelt ...

‘Véél technische vakmensen nodig voor One Planet plan van Eneco’

Er moet snel een Deltaplan komen voor de instroom van technische vakmensen met green skills. Alleen dan zijn de plannen ...

‘Overheid moet fors investeren om tekort aan technici op te lossen’

Ruim 83 procent van de technische bedrijven vindt dat de overheid fors moet investeren om het tekort aan technici op ...

Techniek Nederland pleit voor meer vrouwen in techniek op Girls day

De carrièrekansen voor meisjes en vrouwen in de techniek zijn groter dan ooit. Toch is op dit moment nog maar ...

Innovatie

Gepubliceerd op

De pandemie en klimaatverandering fungeren op veel fronten als een katalysator. Zowel in de sanitaire technieken als in de klimaattechniek worden grote sprongen gemaakt om veiligheid en comfort naar een hoger niveau te tillen. IZ sprak erover met twee experts.

De bouwkolom is al een aantal jaar bezig om zichzelf opnieuw uit te vinden, zegt Jan Verdonck. De gedreven techneut is in het dagelijks leven werkzaam als Specialist New Business bij JAGA/Konvektco Nederland. Daarnaast hanteert hij de voorzittershamer bij branchevereniging de Nederlandse Verwarmingsindustrie D&A en de NEN 35107407 ventilatiecommissie en was hij jarenlang lid van de NTA 8800 projectgroep. Kortom een professional die vanuit een vogelvluchtperspectief goed zicht heeft op alle ontwikkelingen in de klimaattechniek.

Trends
Verdonck signaleert een aantal trends die zowel hun impact hebben op de bouwkolom in zijn totaliteit als specifiek de installatiebranche. “Allereerst neemt de populariteit van prefab toe. Ook in de renovatiesector. Met de industrialisatie neemt de kans op faalkosten af, maar we moeten er ons niet op blind staren. Naast prefab moet er ook meer aandacht komen voor procesoptimalisatie. Kennisgebrek en slechte planning leiden namelijk al snel tot spanningen tussen aannemers en installateurs, installaties die slecht samenwerken en uiteindelijk klachten van de gebruikers.”

BENG
Daarnaast houdt de invoering van de BENG-eisen de gemoederen flink bezig. Verdonck merkt dat veel spelers in de bouwkolom nog zoekende zijn hoe ze die eisen precies moeten invullen. “In de installatiebranche gaat het dan met name om de derde eis oftewel welke duurzame energieopwekker ga ik gebruiken in mijn project. Menig installateur is nog bezig zich de noodzakelijke nieuwe kennis eigen te maken.” Dat geldt ook voor wat op de werkvloer wel de BENG 4 eis wordt genoemd, maar in de vakwereld de TOJuli-eis wordt genoemd. Deze nieuwe regel is ingevoerd om ongewenste opwarming van gebouwen te voorkomen.

Comfort
Het is indicatief voor een bredere ontwikkeling die Verdonck signaleert: meer aandacht voor comfort. “Jarenlang golden de minimale eisen van het Bouwbesluit als richtsnoer. Daar komt nu verandering in. Dat merk je al bij architecten. De populariteit van enorme glazen gevels neemt af. Tegelijkertijd neemt de toepassing van passieve zonwering en actieve koelingsoplossingen juist toe.”

Personeel
Als laatste grote trend noemt Verdonck het gigantische personeelstekort. Dit zet niet alleen een rem op de groei van bedrijven, maar gooit ook de nieuwbouw op slot. Mede vanwege het gebrek aan vakmensen lukt het al jaren niet om de beoogde aantallen nieuwe woningen te bouwen.

Gecompliceerd
En de energietransitie maakt het er niet makkelijker op. “Waar je vroeger als branche nauwelijks hoefde na te denken, want met gas was je lekker simpel snel klaar, heeft de installateur nu een breed pallet aan mogelijkheden. Wordt het een warmtepomp, een hybride oplossing, een infraroodpaneel of toch maar een warmtenet? Daarnaast blijft energieopslag een heikel issue als we massaal overstappen op duurzame systemen. Ik denk dat Smart Grids en accu’s slechts een deel van het probleem kunnen oplossen. We zitten te springen om duurzame opslagmethodes, zoals waterstof of warmtebuffering in water.”

Maatwerk
Maar Verdonck wil niet gaan somberen. De energietransitie biedt ook juist enorme kansen. Kansen bijvoorbeeld om meer maatwerk te leveren aan klanten. Zo lijkt de warmtepomp bijvoorbeeld een prima oplossing voor buitenstedelijke gebieden, terwijl warmtenetten eerder op een plekje kunnen rekenen in binnenstedelijke gebieden. Voor elk wat wils dus.

Afgiftesystemen
Ook op het gebied van afgiftesystemen zijn interessante ontwikkelingen te bespeuren, vertelt Verdonck. “We zien een nieuwe typologie van gebouwen, waarbij mensen terstond warmte willen. Dat zorgt voor een omschakeling. De afzet van LT-radiatoren neemt toe, ten koste van de tragere vloerverwarmingssystemen. Op dit moment is de verhouding ongeveer 65% vloerverwarmingssystemen in de nieuwbouw en 35% LT-radiatoren. Over pak ‘m beet 2,5 jaar is dat denk ik fiftyfifty.”

Hak- en breekwerk
Ook de verduurzaming van de bestaande bouw werkt de stijgende populariteit van LT-radiatoren en convectoren in de hand. “LT-vloerverwarming brengt al snel hak- en breekwerk met zich mee, je verliest opbouwhoogte en bent vaak duurder uit”, legt Verdonck uit.

Omzet
Door naar de ventilatiebranche: de pandemie heeft JAGA/Konvektco en concullega’s geen windeieren gelegd, vertelt de Specialist New Business. “Maar de eindklant moet zich wel realiseren dat het geen wondermiddel is. Daarnaast blijft het noodzaak dat we als branche een goede uitleg geven over de werking van het systeem om verstopte filters, gesloten ventilatieroosters en dergelijke te voorkomen.” Verdonck ziet hoe de branche door innoveert, waardoor de kwaliteit van ventilatiesystemen steeds beter wordt. Onder andere door de komst en toepassing van nieuwe sensoren. Daarnaast nemen woningcorporaties en zakelijke klanten ventilatiesystemen vaker mee in hun meerjarenonderhoudsbegrotingen, wat ook de kwaliteit ten goede komt.

Passieve oplossingen
Enerzijds neemt het installatiequote in gebouwen toe en worden steeds meer processen geautomatiseerd. Anderzijds is er ook een tendens in de bouwkolom om meer natuurlijke elementen te integreren in de gebouwde omgeving. Het zogenaamde ‘Biophilic Design’, waarover meer in een komende editie van IZ. Dat brengt verschillende voordelen met zich mee. Zo kunnen groene daken water bufferen en helpen om de binnentemperatuur te reduceren en zorgt de juiste daglichttoetreding voor warmte en een gezond biologisch ritme van de gebruikers van een gebouw. “We zitten op een kantelpunt”, meent Verdonck. “De vraag is welke kant we nu opgaan. Biophilic Design levert voordelen op, maar valt volgens mij vaak duurder uit. En in een branche waar veel spelers al snel de minimale eisen van het Bouwbesluit als maatstaf nemen, om zo kosten te besparen, levert dat een spanningsveld op.”

Toekomst
De komende jaren zal duurzaamheid doordringen tot in de haarvaten van de bouwkolom. Verdonck: “Opdrachtgevers zullen steeds meer gaan investeren in groene plannen voor hun gebouwen. Daarnaast verwacht ik dat de Milieudatabase een grote impact gaat hebben op de materiaalkeuze bij projecten. En dankzij prestatieafspraken, monitoring en meerjarenonderhoudsbegrotingen zal de effectiviteit en efficiëntie van klimatiseringssystemen naar een hoger niveau worden getild. Overigens blijft betaalbaarheid wel een issue.”

Sanitaire technieken
Ook in de sanitairbranche staat de energietransitie hoog op de agenda. Dat geldt eveneens voor drinkwatertekorten tijdens droge periodes én de afvoer van hemelwater bij heftige buien. De aandacht voor energiebesparing komt op verschillende manieren tot uiting. Zo loopt er nog steeds een discussie of het onder bepaalde omstandigheden mogelijk is om de temperatuur van warm tapwater te verlagen tot 40 graden. Dit is een heikel thema vanwege eventuele legionellarisico’s. “De Tweede Kamer gaat zich buigen over rapporten waarin wordt gepleit voor een herziening van de wetgeving, maar tot die tijd valt er weinig over te zeggen”, vertelt Eric van der Blom, die werkzaam is als Vakspecialist Sanitaire Technieken bij Techniek Nederland.

Waterbesparing
Een ander gevoelig onderwerp is de 4 liter spoeling van toiletten. Van der Blom ziet de bouwkolom nog nauwelijks gebruik maken van deze mogelijkheid om water te besparen. “Er kleeft een groot afbreukrisico aan vast. Een verstopping en daardoor een onhygiënische situatie kan snel optreden. Opdrachtgevers zijn niet zonder reden erg voorzichtig. Bovendien moeten toiletten met 4 liter spoeling dicht bij de standleiding staan en meer afschot hebben. Dat beperkt de ontwerpvrijheid van een architect.”

Waterprestatienorm
Een landelijke invoering van de Waterprestatienorm kan een incentive zijn om meer onderzoek te doen naar dit soort waterbesparende oplossingen en ze veelvuldiger te gaan toepassen, maar Van der Blom ziet dat niet gebeuren. “Ik was destijds, in 2001 nauw betrokken bij de ontwikkeling van de waterprestatie coëfficiënt (WPC) van een woning (NEN 6922), maar er wordt nauwelijks gebruik van gemaakt bij projecten. Er is geen dwingende regelgeving, bovendien kan je ook vraagtekens zetten bij de effectiviteit van de Waterprestatienorm. Zowel de EPC als de WPC leiden namelijk aan hetzelfde euvel: het zegt weinig over het daadwerkelijke gebruik van respectievelijk energie en drinkwater in een gebouw. Komt nog bij dat drinkwater een stuk goedkoper is dan energie. Er wordt dus ook geen noodzaak gevoeld. Daarnaast wordt comfort steeds belangrijker. Waar wel water mee wordt bespaard, is het gebruik van hemelwater en hergebruik van grijs water voor specifieke toepassingen.”

Overlast
Hoe anders ligt het voor wateroverlast. De beelden uit Limburg van afgelopen zomer staan nog op ons netvlies. Er is een algemene consensus dat er geïnvesteerd moet worden in waterberging, infiltratie en afvoer van hemelwater. Daarbij kan je denken aan infiltratiekratten, wadi’s en infiltratie via roosters in de tuin. Of aan opvang in de schutting van hemelwater voor hergebruik. “In de nieuwbouw zie ik steeds vaker groene en blauwe daken verschijnen”, vertelt Van der Blom. Deze daken hebben meerdere functies, waaronder tijdelijke berging en isolatie, zodat het binnenklimaat aangenaam blijft. Van der Blom staat positief tegenover deze ontwikkeling, maar benadrukt wel dat onderhoud een aandachtspunt is en er vaak een intelligente besturing nodig is.

Circulariteit
Tot slot: Het afgelopen jaar hebben we al in diverse nummers van IZ de nodige aandacht besteed aan circulariteit en klimatiseringssystemen. Hoe is het eigenlijk gesteld met het hoogwaardig hergebruik van sanitaire oplossingen? “Daar zijn de nodige hobbels”, merkt Van der Blom op. “Allereerst zijn sanitaire systemen vaak niet zo omvangrijk, de vraag wordt dan al snel in hoeverre het financieel aantrekkelijk is om materialen terug te winnen. Toch is er het een en ander mogelijk. Denk aan het recyclen van kunststofleidingen en het terugwinnen van metalen als messing, koper en lood. Het hergebruiken van drinkwaterleidingen of toiletpotten daarentegen wordt al snel problematisch. Bij drinkwaterleidingen krijg je te maken met hygiënische aspecten. En wie wil er nu in zijn peperdure nieuwbouwwoning op een gebruikte toiletpot zitten? Naar mijn mening kan je in dergelijke gevallen beter inzetten op recycling”, aldus Van der Blom 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Regelgeving sanitair

Zorgwoningcomplexen worden vanuit de Regeling Legionellapreventie weer opgenomen in de lijst met prioritaire installaties en daarmee weer verplicht een risicoanalyse en beheersplan te hebben en na te leven. Het rapport van Berenschot en KWR over de (wetenschappelijke) inzichten die zijn opgedaan na de invoering van de Legionellawetgeving in 2000 geeft aan dat er op het gebied van de legionellawetgeving verbeteringen mogelijk zijn. Samen met het rapport over de hoe de legionellawetgeving in de praktijk functioneert en de mogelijke verbeteringen die hierin worden gesignaleerd, zal dit de komende tijd de agenda’s vullen. In NEN 3215 zal geëist gaan worden dat ook bij grondgebonden woningen in de aansluiting van een hemelwaterafvoerleiding op de buitenriolering voor uitsluitend de afvoer van hemelwater, een ontlastvoorziening moet worden toegepast.

Kentallen energiegebruik en -besparing compleet herzien

ISSO heeft het Praktijkboek Energiecijfers en -tabellen (versie 2021) uitgebracht. Dit Praktijkboek bevat kentallen over energiegebruik en de energiebesparing van ...

Slimmer en efficiënter werken

Ruim een jaar na het uitbreken van de coronacrisis zien we langzaam wat licht aan het einde van de tunnel ...

Woonstad Energie Challenge oplossing in de praktijk gebracht!

Eind 2019 zijn Breman en Itho Daalderop met hun Collectief Hybride Systeem uitgeroepen tot winnaars van de Woonstad Energie Challenge ...

Grohe voorziet eerste 3D-geprinte woning in ons land van sanitair

De badkamer en de toiletruimte van de eerste Nederlandse woning van 3D-geprint beton, onderdeel van het ‘Project Milestone’, is voorzien ...

Eisen aan cv-systemen

Gepubliceerd op

Warmtepompsystemen, lagetemperatuurverwarming, zoneregelingen, testen van de luchtdoorlatendheid. Stuk voor stuk nieuwe onderwerpen die de afgelopen 15 jaar belangrijker zijn geworden. En met de verduurzaming van vastgoed ontstaan er ook nieuwe eisen aan de cv-systemen.

“15 jaar geleden waren de gasgestookte cv-ketel en de aansluiting op de stadsverwarming de bepalende elementen voor de achterliggende cv-installatie”, vertelt Jos de Leeuw, projectcoördinator bij ISSO. “Inmiddels zien we de dominantie van deze opwekkers langzaam maar zeker veranderen. De warmtepomp is al geruime tijd aan een opmars bezig, ook in hybride verwarmingsinstallaties, waarmee tegelijk de eisen aan het afgiftesysteem veranderen. Maar ook bouwkundige verbeteringen aan woningen, zoals meer isolatie en kierdichting, maken dat het cv-systeem anders gaat functioneren. Dit zijn stuk voor stuk veranderingen die ingrijpende gevolgen kunnen hebben, ook voor andere onderdelen in een cv-systeem.”

Kennis op de werkvloer
Over die veranderingen kunnen professionals, na een update van de kennis in ISSO-kleintje CV, weer alles terugvinden. ISSO-kleintje CV, voor het eerst in 2006 gepubliceerd, bood de installateur en monteur op de werkvloer altijd veel hulp en houvast bij het installeren van cv-installaties, maar ook bij onderhoud en service. De laatste jaren werd dat wat lastiger omdat er in 2006 nog weinig aandacht was voor warmtepompen, lage afgiftetemperaturen of meerdere klimaatzones in de woning. Vandaar dat het tijd werd om deze kennis, en nog enkele actuele thema’s, in het nieuwe Kleintje CV op te nemen.

Achter de opwekker
Het zwaartepunt van dit vernieuwde Kleintje Individuele centrale verwarmingsinstallaties in woningen, zoals de publicatie van ISSO officieel heet, ligt vooral bij de installaties achter de opwekker. Jos de Leeuw: “Met de Kleintjes Gas en de twee Kleintjes voor warmtepompinstallaties hebben we al enkele actuele publicaties die de techniek rondom de opwekkers behandelen. Dit nieuwe Kleintje CV focust daarom vooral op de techniek daarachter, waarbij natuurlijk het opwekconcept ook belangrijk is en net zo goed aandacht krijgt.” De Leeuw geeft aan dat de gebruikers kunnen lezen hoe ze het benodigde vermogen moeten bepalen, en vervolgens ook uitgebreid tot welke opzet en dimensionering dit leidt voor het afgiftesysteem. “Er zijn echt verschillende onderdelen die daarin van belang zijn. Zaken als drukverlies, waterzijdig inregelen, beveiligen maar ook corrosie en waterkwaliteit komen aan de orde. Dit doen we op een zo praktisch mogelijke wijze. Vandaar dat we teksten zo kort als mogelijk houden en waar mogelijk de informatie beeldend met illustraties en schema’s weergeven.”

Gericht op praktijkmensen
ISSO heeft inmiddels een uitgebreide reeks ‘Kleintjes’, die op een compacte wijze technische kennis voor de werkvloer beschikbaar maken. Afhankelijk van het onderwerp, zijn deze uitgaven opgebouwd via een structuur die de verschillende fases behandelen: van programmafase naar ontwerpfase om vervolgens van de uitwerkingsfase naar de realisatiefase en de beheerfase te gaan. Kennisontwikkelaars kijken bij de ontwikkeling van de uitgaven nauwgezet welke informatie past bij de lezer en welke kennis in welke fase voor hen echt van belang is. “De bron voor de kennis in Kleintje CV zijn de oude Kleintjes over cv-ketel en warmtenet, de ISSO-publicatie 50 Warmwaterverwarmingsinstallaties en de ISSO-publicaties 72 en 98 die de kennis voor warmtepompsystemen in woningen uitgebreid behandelen. Met het samenstellen van het Kleintje CV halen we uit al die uitvoerige documenten de praktisch relevante informatie die we vervolgens logisch bundelen.”

Opnieuw inregelen
“Zodra je tijdens verduurzaming en nieuwbouw van een woning of bij de vervanging van een cv-toestel de achterliggende installatie wilt updaten, ontkom je niet aan het opnieuw inregelen van het afgiftesysteem. Het is tegenwoordig via het Bouwbesluit ook wettelijk vastgelegd dat je waterzijdig inregelt als je een ketel of opwekker vervangt of wanneer je een nieuwe cv-installatie aanlegt. Het is sowieso belangrijk om goed in te regelen”, vindt De Leeuw, “ook als je na-isoleert, kieren dicht of je ramen vervangt.” De komende jaren zal de stap naar een hybride cv-installatie, zo is de verwachting, door steeds meer woningbezitters worden gemaakt. Dat betekent dat ook het temperatuurtraject in het afgiftesysteem in veel woningen wat lager zal liggen. Van een aanvoer en retour met 80/60oC kun je in veel situaties best terug naar 60/40oC en soms zelfs naar 50/30oC als je vloerverwarming of convectoren plaatst of aanpast. “Wil je dit doen, moet een installateur of monteur ook weten aan welke randvoorwaarden hij of zij moet voldoen. Vandaar dat we aandacht besteden aan het testen van de luchtdoorlatendheid en aan infraroodmetingen. Dit zijn methoden die een goed inzicht geven in het warmteverlies, op basis waarvan je kunt beslissen of je probleemloos met een lagere aanvoertemperatuur kunt werken. Gaat er nog veel warmte verloren, dan komt het comfort in geding bij een lagere aanvoertemperatuur.”

Verschillende klimaatzones
Naast het waterzijdig inregelen en het variëren in aanvoertemperatuur behandelt het nieuwe Kleintje ook het regelen van het klimaat per ruimte. “Met moderne thermostaatknoppen en zoneregelaars kunnen we het comfort voor veel bewoners flink vergroten als we ruimtes apart regelbaar maken. Je merkt ook dat die vraag groter wordt. De coronaperiode heeft daar aan bijgedragen. Wanneer mensen vaker thuis werken - en dat lijkt toch een blijvende trend - zullen installateurs merken dat de vraag naar een beter regelbaar comfort in studeer-, zolder- en slaapkamers gaat toenemen.” De Leeuw vertelt dat dit een van de geluiden is die ook vanuit de Kontaktgroep komt. In de Kontaktgroep zitten diverse installateurs die mede bepalen welke huidige thema’s belangrijk zijn, en voor een actuele inhoud van het Kleintje onmisbaar.

Wetgeving en kwaliteitseisen
Het vernieuwde Kleintje CV, dat in september via ISSO Open beschikbaar is, heeft na de grondige update een inhoud die voor ongeveer de helft uit nieuwe informatie bestaat en voor de andere helft uit bestaande informatie. Tegelijk is hij ook compacter geworden, vertelt De Leeuw, “omdat we informatie hebben weggelaten die nu in andere Kleintjes uitgebreid te vinden is. Bijvoorbeeld het berekenen van de dimensie van gasleidingen of de verouderde EPC-concepten. Een andere reden voor het updaten waren nieuwe of aangepaste, wetgeving en kwaliteitseisen. Zoals aanpassingen in het Bouwbesluit, maar ook de eisen die we tegenwoordig stellen aan de kwaliteit in het kader van erkennings- of certificeringsregelingen. In eindtermen voor vakbekwaamheidseisen wordt bijvoorbeeld ook verwezen naar het Kleintje CV. Ook een opleverchecklist, die ISSO heeft opgesteld, hebben we in dit Kleintje opgenomen.” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Sanitaire installaties

Door de coronalockdown staat in veel gebouwen het water in leidingen stil. Bijkomende zorgen om de legionellabacterie maakt legionellapreventie nóg ...

Visie All-Electric

Is All-Electric de heilige graal? LG en Alklima-Mitsubishi Electric, twee toonaangevende spelers, geven hun visie op de ‘Road to All-Electric’ ...

Water recyclen

Met de Hydraloop is Nederland een interessante innovatie rijker. Het systeem recyclet douche- en badwater en daar profiteren zowel het ...

Gasverbranding

De nieuwe certificeringsregeling voor gasverbrandings-installaties, de Wet Kwaliteitsborging, aangepaste richtlijnen voor rookgasafvoer. Ontwerpers, installateurs en monteurs van gasverbranding-sinstallaties hebben met ...

Installatieconcepten

Gepubliceerd op

Als we het over comfort hebben, kan er naast wettelijke eisen ook sprake zijn van persoonlijke wensen waaraan een bouwproject moet voldoen. De opdrachtgever kan bijvoorbeeld wensen dat er energiezuinige installaties toegepast worden en dat het ontwerp minimaal moet voldoen aan de BENG- of NOM-eisen. Ron Bosch, HBO-hoofddocent Installatietechniek en installatieadviseur zal aan de hand van enkele voorbeelden ingaan op mogelijke installatieconcepten.

Wat is comfort eigenlijk? Bij thermisch comfort hebben we het binnen ons vakgebied over de mate van tevredenheid met het thermisch binnenklimaat. Er zijn diverse factoren die het thermisch binnenklimaat beïnvloeden, zoals het buitenklimaat (wind, zon en temperatuur), de isolatie, de hoeveelheid en oriëntatie van de beglazing (zoninstraling) en de kwaliteit en capaciteit van de verwarmings-, koel- en ventilatiesystemen die de woning op basis van de transmissie- en ventilatieberekening nodig heeft.

Warmwater comfort
Behalve thermisch comfort is er tegenwoordig ook volop aandacht voor warmwater comfort bij het ontwerp van installaties. Enerzijds moeten we het energiegebruik voor de productie van warm water zoveel mogelijk zien te beperken, anderzijds mag dat niet ten koste van het comfortniveau gaan. Daarbij is het belangrijk om te letten op de juiste temperaturen en aanleg plus dimensionering van ww-installaties om bijvoorbeeld legionella en leidingverliezen te verminderen. De gevraagde warmwater hoeveelheden hangen geheel af van de grootte en het aantal warmwater tappunten in de woning. Tegenwoordig is er sprake van een grote vraag naar warm water: de regen- en watervaldouches en de mini spa zijn immers niet meer weg te denken in de ‘Baderie-opstellingen’ in onze woningen.

Eisen
Voor warmwater comfort worden dus hoge eisen gesteld, te weten:
1. de juiste hoeveelheid warm water in de buffervoorziening om aan de vraag te voldoen;
2. korte wachttijden om zo min mogelijk energie te verliezen;
3. constante temperatuur van het warmwater;
4. constante druk op onze sanitaire toestellen;
5. het voorkomen van stilstandsverliezen door goede isolatie van appendages en leidingen;
6. het voldoen aan de BENG-regelgeving, meer specifiek:
● energiebehoefte – in kWh/m2 (EP1-indicator/ BENG 1)
● primaire fossiele energiegebruik – in kWh/m2 (EP2-indicator / BENG 2)
● aandeel hernieuwbare energie – in % (EP3-indicator / BENG 3)

Installatieontwerp
Zoals gezegd zullen isolatie van het gebouw, de hoeveelheid en oriëntatie van de beglazing en de kwaliteit en de benodigde capaciteit van de verwarmings-, koel- en ventilatiesystemen bepalende factoren zijn voor het installatieontwerp. Daar komen dus aanvullende warmwaterwensen van de opdrachtgever bij. Als we dit allemaal hebben doorgerekend zijn de belangrijk parameters bekend.

Ruimtecondities
Alvorens hiermee aan de slag te gaan, moeten we echter eerst de te behalen ruimtecondities per ruimte bepalen, waarbij we rekening houden met klimatologische buitencondities. Pas dan kunnen we op basis van een ruimtestaat bepalen wat waar nodig is en welke eisen er van kracht zijn, zodat we de juiste capaciteit kiezen.

Proven Technology
Als we dat weten, kunnen we uit alle mogelijke varianten het juiste installatieconcept kiezen voor die bepaalde woning. Wat wordt de warmteopwekker, het distributiesysteem waar wij het koel- en/of verwarmingsmedium door heen laten gaan, welke materialen gebruiken we, wat worden de warmte en koude afgifte elementen plus welke regeling passen we toe. Gebruik zoveel mogelijk Proven Technology. Het is daarnaast belangrijk om alvast te bedenken hoe de installaties later worden onderhouden en beheerd.

Praktijk tips
Aan de hand van Afbeelding I kan je op basis van de door jou bedachte installatievarianten bepalen hoe alles geregeld is rekening houdend met:
- ontwerp;
- uitvoering;
- beheer;
- gebruik.

Waarbij telkens van belang is:
- wat voor een energieopwekker er is gekozen;
- hoe de energiedistributie plaats vindt;
- welk afgiftesysteem is er gekozen.

Tot slot: houd ook rekening met aanvullende eisen voor een installatieconcept, zoals:
- vermogenseisen,
- uitvoeringseisen,
- regeltechnische eisen,
- energie-eisen 

Iedereen kan het dak op

Esther Wienese (foto) wordt de DakenDiva genoemd. Zij schreef Het Rotterdamse Dakenboek: nieuw gebruik van dak en stad, is daarnaast ...

Tien jaar diffuus ventileren van grote gebouwen

 BaOpt Nederland bestaat tien jaar. Het oorspronkelijk in Duitsland ontwikkelde principe van diffuus ventileren, brengt klimaatproblemen in grote, hoge en ...

Happy met All-electric?

Het lijkt erop dat de introductie van de NTA 8800 (BENG) leidt tot een blikvernauwing op het gebied van warmteafgiftesystemen ...

Remontabele houten huizen voorzien van vraaggestuurde ventilatie

Een huis dat comfortabel, gezond, circulair, energieneutraal, onderhoudsarm en levensloopbestendig is? Hiermee ging Bouw•Novum drie jaar geleden aan de slag ...

Iedereen kan het dak op

Gepubliceerd op

Esther Wienese (foto) wordt de DakenDiva genoemd. Zij schreef Het Rotterdamse Dakenboek: nieuw gebruik van dak en stad, is daarnaast spreker, adviseur en gids. Een gesprek over de ontwikkelingen op de daken in Nederland, de kansen die er liggen en de inzet van techniek.

Esther Wienese kreeg voor het eerst interesse in daken tijdens haar werk voor Rijkswaterstaat. Het spel tussen ruimte en water heeft impact op de inrichting van de stad, en het dak is hierbij bepalend. Als journalist kreeg ze samen met een ambtenaar van de gemeente Rotterdam het idee om te werken aan het Rotterdamse Dakenboek. “En direct was het kippenvel. Ik was gefascineerd. In 2030 woont wereldwijd naar verwachting 70% van alle mensen in een stad, waarvan 50% alleen. Ook in een stad als Rotterdam. Eenzaamheid, ontmoeten, drukte en behoefte aan stilte worden belangrijke thema’s in de stad. Steden moet zich hierop voorbereiden en dat betekent ook de daken benutten. Voor woningen, recreatie, daktuinen, daktuinbouw, wateropvang, duurzame energieopwekking. En als dat ergens kan, dan is dat in Rotterdam. Want Rotterdam heeft de meeste platte daken van Nederland: 18,5 km² ligt smachten te wachten op invulling.”

Rotterdamse aanpak
Het benutten van die daken is belangrijk, want Rotterdam groeit. En om de stad leefbaar, gezond, bereikbaar en aantrekkelijk te houden, is het dak van groot belang. Een multifunctioneel dak is een dak waarop meerdere functies te vinden zijn. Bij nieuwbouwprojecten heeft Rotterdam als voorwaarde dat elk dak minimaal twee extra functies heeft. Elke functie heeft een eigen kleur:
- Groene daken zorgen voor vergroening, dragen bij aan de luchtkwaliteit en bieden kansen om zelf groente of fruit te verbouwen.
- Blauwe daken kunnen water opvangen, vertragen overtollig regenwater, wat het riool ontlast en de kans op overstroming terugdringt.
- Gele daken wekken duurzame energie op uit zon of wind.
- Rode daken hebben allerlei sociale functies, zoals een terras, speelplek of een bar op het dak.
- Oranje daken worden gebruikt voor mobiliteit, zoals bijvoorbeeld een dakverbinding of dakbrug.
- Paarse daken zijn woondaken.
- Grijze daken zijn voor technische functies, zoals luchtbehandelingskasten en schoorstenen.

Rotterdam is koploper in het benutten van daken met een Multifunctioneel Dakenprogramma en een visie op het Rotterdamse Dakenlandschap. Wienese: “En dit kan de stad niet alleen natuurlijk. Bij het ontwikkelen van een dakenlandschap is het zaak nauw samen te werken met de dakeigenaren, -ontwikkelaars, en -makers. En de vakmensen in de techniek zijn de sleutelpersonen die het mogelijk maken. Een dak ligt er voor circa 30 jaar, dus alle partijen moeten zich ervan bewust zijn dat aanleg of vervanging van de dakbedekking hét moment is om er meer mee te doen.”

Een dak is meer
Wienese praat vol passie. Het gaat namelijk niet alleen om het dak zelf, maar vooral om de brede maatschappelijke impact. “Groene daken zorgen voor afkoeling in de stad. Het kweken van groente, fruit en bloemen in op daken heeft veel voordelen; zo kan de productie van groente en fruit lokaal afgezet worden zodat transportafstanden worden verkort. Een dakpark draagt bij aan biodiversiteit en kan een ontmoetingsplek zijn voor mensen en eenzaamheid verminderen. En wonen in een groene stad is beter voor de mens.” Als Rotterdams dakengids leidt ze mensen rond en bezoekt ze met groepen verschillende daken. “Altijd is er verwondering wat er allemaal mogelijk is, hoe prachtig een dak kan zijn. Het is pionieren met een goede missie: bijdragen aan een leefbare stad.”

Stappen zetten
Om daken zo multifunctioneel mogelijk in te zetten is er wel wat nodig. “Het begint bij bewustwording bij architecten, projectontwikkelaars, woningcorporaties, bedrijven, bewoners. Het dak is geen sluitpost, maar een extra kans om ruimte op een duurzame en kwalitatieve manier in te zetten. Er moet hier meer bewustwording voor komen. Omdat er kansen liggen, maar ook omdat het nodig is. We hebben met elkaar de opdracht om een leefbare stad te realiseren in een veranderend klimaat.” Maar het is ook nodig om samen te werken. “Een multifunctioneel dak vraagt om samenwerken met iedereen die een rol heeft.” Vakmensen in de techniek horen daar absoluut bij. Hoe meer functionaliteiten, hoe meer techniek en hoe meer vakmanschap nodig zijn. Samenwerken aan duurzaamheid en klimaatadaptie. Een thema dat ook in het Huis van Sarah aan de orde komt, een nieuwe multimediale productie voor de vakmensen in de techniek. Zes grote verhuiskisten met ieder een eigen kamer en verhaal, waar je geconfronteerd wordt met uitdagende vragen over de toekomst van technische installatiebranche en die van jezelf, op weg naar 2025 en verder.

Samenwerken
En er is volgens Wienese ook een opdracht aan de overheid. “Regels belemmeren nu vaak namelijk de mogelijkheid om écht multifunctionele daken te realiseren. Ze werken elkaar nu soms tegen. Maar dat is ook logisch op het moment dat je nieuwe mogelijkheden gaat benutten en disciplines in elkaar verweven raken.” Het is noodzakelijk dat regels meebewegen met nieuwe mogelijkheden en dat partijen met elkaar samenwerken om nieuwe totaalconcepten te ontwikkelen. “Er bestaan al voorbeelden van bedrijven die met elkaar samenwerken, juist omdat ze elkaar hard nodig hebben. Maar ook om duidelijk te maken aan overheden wat er nodig is.”

Inspiratie
Er is veel mogelijk. En het vraagt soms om in onbeperkte mogelijkheden denken. Maar het dak is er klaar voor. “Architectenbureau MVRDV – van bijvoorbeeld het Depot Boijmans van Beuningen – heeft net in opdracht van de gemeente Rotterdam een Dakencatalogus ontwikkeld met bijna 150 voorbeelden ter inspiratie. Daar heb ik een adviesrol in gehad. Denken in oneindige mogelijkheden voor fantastische steden. Deze catalogus verschijnt tijdens de Rotterdamse Dakendagen en ik zou zeggen: ‘bekijk ‘m, want je wordt er enthousiast van!’”
Dan rest er nog één vraag: waar staan we over 10 jaar? Wienese is voorzichtig optimistisch. “Ik denk dat we dan echt stappen hebben gezet. Misschien niet zover als we hopen, maar onze daken zullen niet langer lege bitumen daken zijn! We hebben ingezien dat het dak een fantastische plek is om een leefbare stad te realiseren.” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Artist impression:
Studio Walden

Rotterdams dakentour: een unieke tour door Rotterdam Je ziet wat er al her en der gebeurt op de daken en hoort over de ambities van de stad. Onderweg geniet je van prachtige uitzichten op de skyline van Rotterdam. Ook leuk voor bedrijven. Meer info via:
www.insiderotterdam.com

Woonstad Energie Challenge oplossing in de praktijk gebracht!

Eind 2019 zijn Breman en Itho Daalderop met hun Collectief Hybride Systeem uitgeroepen tot winnaars van de Woonstad Energie Challenge ...

Wasco breidt zonnepanelen op distributiecentrum flink uit

Technische groothandel Wasco heeft op zijn distributiecentrum op bedrijventerrein aan de Ecofactorij in Apeldoorn 1100 extra zonnepanelen geplaatst. Deze uitbreiding ...

Test met opwekking én opslag van duurzame energie in pilotwoning

Een geïntegreerd systeem voor PV-thermische energieopwekking met seizoensgebonden energieopslag. In Helmond bouwen studenten van de TU EIndhoven samen met woningcorporatie ...

Hemelwater afvoeren bij gebouwen met gecombineerd gebruik

Bij gebouwen met gecombineerde functies worden steeds hogere eisen gesteld aan functionaliteit, brandveiligheid en vandaal-bestendigheid van dakafvoeren- en leidingsystemen. Hoe ...

Luchtgebonden warmtepompen

Gepubliceerd op

Enkele jaren geleden geloofde een groep warmtepompadepten nog heilig dat grondgebonden systemen de toekomst hadden. Die tijd lijkt nu voorbij te zijn. Ja, ze zijn belangrijk, maar het zijn vooral de luchtgebonden systemen die in een rap tempo innoveren en de markt veroveren. IZ sprak erover met twee specialisten.

Martin Wendels is sinds 2010 directeur van WOLF Energiesystemen. Ze verkopen zowel lucht- als bodemgebonden warmtepompen. Jan Bosch werkt sinds 2007 als Manager Marketing Communications bij Nefit Bosch. Ook deze fabrikant zet lucht- en bodemgebonden systemen in de markt.

ISH
Ze hebben beiden net de digitale ISH achter de rug. De beurs bij uitstek om alle trends op het gebied van warmtepompen te achterhalen. “Het was wel wennen, die digitale formule”, vertelt Wendels. “Ik ben er niet bijzonder enthousiast over. Zowel het aantal exposanten (373) als bezoekers (69.000) viel erg tegen. Bovendien draait de ISH om de ervaring, bezoekers willen noviteiten zien en aanraken en dat kon niet. Tot slot, alle respect voor de inspanningen van de beursorganisator, maar de interface was wel voor verbetering vatbaar qua gebruiksvriendelijkheid.”

Gemis
Ook Jan Bosch heeft gemengde gevoelens overgehouden aan de digitale beurs. “Het was ‘by far’ niet te vergelijken met een normale ISH. Een digitale beurs in deze opzet voegt weinig toe. Het onderscheidende karakter van een vakbeurs zit ‘m juist in de fysieke ervaring, zowel voor de bezoekers als exposanten. Samenvattend zou ik zeggen: ‘een leuke poging er iets van te maken’, maar ik denk dat iedereen uitkijkt naar een normale editie in 2023.” Wat Bosch en Wendels ook misten ‘was het traditionele rondje over de beurs’. Even kijken bij de concurrent welke noviteiten hij lanceert, waar hij de accenten legt en in de toekomst naartoe wil. Toch is ook zonder beurs wel in grote lijnen te schetsen welke trends de warmtepompwereld domineren en welke kant we opgaan.

Bodemgebonden systemen
“Bij de bodemgebonden systemen vindt weinig innovatie plaats”, vertelt Bosch. “Het zijn vooral de luchtgebonden systemen die in een rap tempo doorontwikkelen.” Wendels komt min of meer tot dezelfde conclusie. “De markt groeit gestaag door. Ik merk echter dat luchtgebonden systemen sneller marktaandeel veroveren. Dat gaat ten koste van de bodemgebonden varianten.”

Rendement
Dat heeft onder andere te maken met de dimensionering, het ruimtebeslag en de kosten van bodemgebonden systemen. In alle gevallen ben je ongunstiger uit dan met een luchtgebonden variant. Bovendien kruipen die qua rendement zo zoetjes aan ook meer in de richting van bodemgebonden systemen.

Koudemiddelen
Een heet hangijzer zijn de koudemiddelen. De regelgeving stuurt steeds meer aan op het gebruik van koudemiddelen met een lagere GWP, om het milieu te beschermen. Tegelijkertijd proberen fabrikanten, uiteraard, het rendement omhoog te krijgen. Dat leidt tot een verwoede zoektocht naar nieuwe alternatieven voor bestaande populaire koudemiddelen als R410A. “Natuurlijke koudemiddelen zijn duidelijk in opkomst”, vertelt Wendels. “Zeker bij luchtgebonden varianten, waarvoor ik denk dat R290 hét koudemiddel van de toekomst is.” Knelpunt blijft natuurlijk de beschikbaarheid van monteurs met een F-gassen certificaat. Hoewel opleiders en fabrikanten aangeven dat er veel animo is voor trainingen, blijkt menig installateur nog niet over de juiste papieren te beschikken. Dat verklaart ook de groeiende populariteit van monoblock-systemen, die zonder F-gassen handelingen worden geïnstalleerd.

Totale oplossing
Bosch signaleert dezelfde ontwikkelingen. Naast propaan (R290), ziet hij ook R32 en R454C aan populariteit winnen. Daarnaast lijkt de luchtgebonden warmtepomp steeds meer als een onderdeel van een totale systeemoplossing te worden beschouwd. “Dat heeft ook te maken met de pandemie. Er is meer aandacht voor het binnenklimaat, dus ook voor de samenhang tussen bijvoorbeeld lucht-lucht warmtepompen, ventilatie en airconditioning.”

Digitalisering
Overigens heeft diezelfde pandemie ook een gigantische push gegeven aan de digitalisering van de installatiebranche. Denk bijvoorbeeld in de aanpalende sanitairsector aan bewegingssensors en aanrakingsvrije kranen. Wat betreft warmtepompen neemt de behoefte aan software en tools voor online monitoring, bediening en integratie met GB-systemen toe, vertelt Bosch. Energiemanagement gaat een cruciale rol spelen in de toekomst. Naar verwachting komen er meer decentrale opslagslagsystemen – lees accu’s – die geïntegreerd worden in Smart Grids. Vroeg of laat worden warmtepompen zelfsturend, waardoor ze in staat zijn zelfstandig beslissingen te nemen over het tijdstip én de draaiuren die ze maken. Bijvoorbeeld op momenten dat er een overcapaciteit is aan groene energie op de markt. Op die manier bespaart de eindgebruiker op zijn energierekening.

Geluidsnorm
Er verschijnen regelmatig horrorverhalen in de media over de geluidsproductie van warmtepompen. Vandaar dat de Rijksoverheid heeft ingegrepen. “Per 1 april worden nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco’s die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Met deze landelijke geluidsnorm worden buren beter beschermd tegen geluid van warmtepompen en wordt de ontwikkeling van stillere warmtepompen bevorderd”, aldus de Rijksoverheid.

Haalbaarheid
Deze nieuwe eisen vormen geen belemmering voor de verdere doorgroei van luchtgebonden systemen, geven zowel Wendels als Bosch aan. “Door een ander type ventilator te gebruiken met roterende waaiers en een vast schoepenwiel kunnen wij bijvoorbeeld prima voldoen aan de eisen”, legt Wendels uit.

Design
En daarmee komen we op het gebied van design. Niet alleen vanbinnen verandert er het een en ander, maar ook de buitenkant van warmtepompen oogt tegenwoordig frisser, meer bij de tijds, ja soms zelfs flitsend. “Het oog wil ook wat”, zegt Bosch. “Nu warmtepompunits meer deel gaan uitmaken van het straatbeeld en het interieur, wordt het belangrijk om ook naar de esthetische kant te kijken.” Bij WOLF zijn ze vanwege die reden de samenwerking aangegaan met een designer die zich normaliter bezighoudt met jachten. Wendels: “aansprekend design bevordert de acceptatie”.

Voice-control
We zien overal in ons leven al virtuele assistenten opduiken, die we met voice-control kunnen bedienen. Denk aan Apple’s Siri, Google Assistent of Bixby van Samsung. “Het Smart Home komt gestaag ons huis binnen”, zegt Bosch. “Wij hebben ook een Virtual Assistant, op termijn gaan we steeds meer naar platforms toe, waarvan de functionaliteiten met voice-control zijn aan te sturen.” Wendels signaleert ook een toenemende integratie van slimme systemen met voice-control. “Het zal uiteindelijk echter van de persoon afhangen of hij die daadwerkelijk wil bedienen met zijn stem.”

Tijdwinst
We kampen als sector met een chronisch gebrek aan monteurs. Fabrikanten reiken de helpende hand door Plug&Play systemen te ontwikkelen. Waar nu nog echter het accent ligt op individuele warmtepompen, zal op termijn de warmtepomp vaker deel gaan uitmaken van integrale Plug&Play oplossingen. Kant-en-klare prefabunits. Op die manier boek je extra tijdswinst. In de nieuwbouw is dit relatief eenvoudig te realiseren, denk aan de ‘woonfabrieken’ die grote bouwers als BAM, VolkerWessels en Van Wijnen al hebben neergezet. Maar ook voor bestaande woningen met een seriematige opbouw zijn soortgelijke concepten te bedenken voor een duurzame renovatie. De bouw zal hierdoor niet eentonig worden, verwacht Wendels. “Op de markt zie je al verschillende concepten en er komen alleen maar meer bij.” Er blijft dus wel wat te kiezen voor de opdrachtgever.

Waterstofketel
Gaat de waterstofketel op termijn een bedreiging vormen voor het marktaandeel van warmtepompen? Zowel Bosch als Wendels verwachten van niet. Zo zijn er nog fikse stappen te zetten voordat er een waterstofeconomie is in Nederland, zegt Wendels. “Denk aan de productie van groene waterstof en het gereedmaken van de bestaande gasinfrastructuur voor het transport van waterstof.” Bovendien zit ‘de concurrentie’ ook niet stil, zegt Bosch. Ook warmtenetten en elektrische verwarming zijn of worden aantrekkelijke alternatieven om de warmtevraag in de gebouwde omgeving in te vullen. Tot slot verwachten beide experts dan er meer warmtepompsystemen op de markt komen die aansluiten bij binnenstedelijke condities. En dat is nu juist net de omgeving waarvoor veel experts de waterstofketel in gedachten hadden.

Hybride oplossingen
Het zou overigens ook zomaar kunnen dat waterstofketels deel gaan uitmaken van hybride oplossingen, merkt Bosch terecht op. Op dit moment worden hybride systemen met ketels en warmtepompen door een deel van de markt gezien als de ideale oplossing om in een sneltreinvaart de energietransitie te doorlopen in de bestaande bouw. Op die manier hoef je namelijk minder/geen geld te investeren in flankerende maatregelen, zoals extra isolatie en een ander afgiftesysteem. Bovendien wordt er ook geanticipeerd op een groeiende koelingsbehoefte in de gebouwde omgeving.

Kennisniveau
Het wordt steeds meer noodzaak voor de installateur om zich in warmtepomptechnologie te gaan verdiepen. De meeste installatiebedrijven hebben dat ook wel door, vertellen Wendels en Bosch. Wendels: “Het is wel belangrijk dat ze daarbij de juiste ondersteuning
krijgen. Ook wij als fabrikanten spelen een belangrijke rol in dat proces. Onder andere door kennisoverdracht.” Bosch zit precies op dezelfde lijn. “Inmiddels hebben al duizenden monteurs trainingen bij ons gevolgd. Sommige hebben nog koudwatervrees, maar de warmtepomp wordt steeds belangrijker, je kan er niet omheen. Mede omdat de klant er nu zelf ook al om vraagt.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

CHT-monoblock

Het CHT-monoblock van WOLF combineert een warmtepomp, centrale woonhuisventilatie en een voorraadvat in een compacte opstelling. De CHT-monoblock van WOLF kent 10 varianten, daarmee is een passende oplossing altijd beschikbaar. De grootte van het voorraadvat en de warmtepomp (7/10 kW) kunnen naar behoefte worden geconfigureerd en door het compacte ontwerp neemt de installatie weinig ruimte in. Het royale voorraadvat van 180 of 280 liter biedt voldoende capaciteit voor huishoudens met een grotere behoefte aan warm tapwater. De CHT-monoblock maakt een aanzienlijke besparing op energiekosten ten behoeve van verwarming mogelijk, dankzij het hoge rendement op warmteterugwinning en een SCOP van ruim boven de 5 voor ruimteverwarming.

De opkomst van luchtgebonden warmtepompen

Enkele jaren geleden geloofde een groep warmtepompadepten nog heilig dat grondgebonden systemen de toekomst hadden. Die tijd lijkt nu voorbij ...

Imago-risico warmtepomp

De warmtepomp is aan een gestage opmars bezig, maar loopt een flink imagorisico. Dat zegt Michel van Bronkhorst van het ...

Warmtepomp met actieve koeling

Vorig jaar introduceerde Vasco de warmtepomp Vica 8 AW E (Air Water Extern). Deze oplossing biedt nu meer comfort en ...

Plug and play warmtepomp doorstaat strenge winterperiode

“De strenge vorstperiode deze winter was voor ons een geschenk uit de hemel; en niet alleen vanwege de ijspret buiten”, ...

Imago-risico warmtepomp

Gepubliceerd op

De warmtepomp is aan een gestage opmars bezig, maar loopt een flink imagorisico. Dat zegt Michel van Bronkhorst van het Opleidingscentrum GOº voor de koudetechniek. “We zien helaas dat het vaak mis gaat bij het berekenen, plaatsen en inregelen van deze systemen. Het gevolg is dat installaties slecht presteren en daardoor ook nog eens energie gaan slurpen in plaats van besparen”.

Meten, weten en goed inregelen zijn essentieel voor het goed functioneren van warmtepompen en airco-units die vaak worden gebruikt om ’s winters te verwarmen maar ook om ’s zomers te koelen. Van Bronkhorst: “Om die installaties goed te laten functioneren is voldoende elementaire kennis nodig van de natuurkundige processen waarmee deze installaties werken. Alles wat koeltechnisch niet goed presteert wordt elektrisch gecompenseerd. De klant krijgt daarvan de rekening gepresenteerd.”

Ins en outs
Van Bronkhorst: “We zien dat installatiebedrijven zich steeds meer toeleggen op het plaatsen van warmtepompen. Dat is een goede ontwikkeling, omdat deze nieuwe techniek een bijdrage kan leveren aan energiebesparing en energietransitie. Het gevaar is dat installateurs vaak nog onvoldoende kennis hebben van de ins en outs van de techniek. Wij zijn ervoor om die kennis toe te voegen.”

Regelmatig fout
Er zijn fabrikanten en groothandels die inzien dat de werking van hun installaties staat of valt met deskundigheid waarmee de benodigde capaciteit is uitgerekend, in combinatie met het plaatsen en inregelen. En nog gaat het regelmatig fout, zegt Van Bronkhorst. Hij constateert dat de fabrikant dan ten onrechte de schuld krijgt. “Bij Opleidingscentrum GOº (zie kader, red) leiden we honderden installatiemonteurs op. Het vereist specifieke kennis om te begrijpen hoe warmtepompen en aircosystemen in de winter verwarmen en in de zomer kunnen koelen en hoe dat energie-technisch werkt. Het energiegebruik dat je in de winter bespaart, kun je in de zomer aanwenden om te koelen. Dat is heel fijn in zomers waarin hittegolven steeds vaker voorkomen. Maar het werkt alleen als de capaciteit goed is berekend en de installatie nauwkeurig is ingeregeld. Doe je dat niet goed, dan krijg je ontevreden klanten.”

Halvering
Van Bronkhorst noemt een voorbeeld uit zijn eigen omgeving. Voor een goede kennis had hij een berekening gemaakt voor een lucht/lucht-warmtepomp in huis. Hij kwam uit op een installatie van 6 kW. “Die kennis schrok wel van de aanschafprijs van de benodigde installatie en vroeg nog wat andere offertes aan. Een paar weken later kwam hij bij me met de berekening van een installateur. Volgens die offerte was 3,5 kW voldoende. Het betekende voor hem een halvering van het investeringsbedrag, dat is natuurlijk nogal wat. Maar wat ik hem met grote moeite kon duidelijk maken was dat de capaciteit van de installatie niet alleen bepalend is voor het warmtecomfort in huis, maar ook voor het elektriciteitsgebruik. Met een kleinere capaciteit zou hij opgescheept zitten met een energieslurper van jewelste”.

Verantwoordelijkheid
Van Bronkhorst vindt dat de installatiebranche en zijn eigen branche samen de verantwoordelijkheid moeten nemen om met voldoende kennis en expertise klanten te adviseren over plaatsing en werking van de steeds geavanceerdere apparatuur die momenteel op de markt komt. “Het draait allemaal om kennis en kunde. De klant – zeker particulier – let meestal vooral op het investeringsbedrag. Ik weet dat er bedrijven zijn daar handig gebruik van maken, de doos uitpakken, de installatie aan de muur schroeven en er weer vandoor gaan. Dan praten we ook over het veilig omgaan met koudemiddel, waarvoor installateurs wettelijk gecertificeerd moeten zijn. Die bedrijven berokkenen niet alleen onze sectoren schade, maar dragen ook bij aan scepsis over de klimaatdoelstellingen. Dat moeten we niet willen.” De certificering zoals in het voorbeeld hiervoor beschreven geldt overigens alleen voor synthetische koudemiddelen tot 3 kg koudemiddelinhoud of 5 ton CO2 equivalent (training f-gassen categorie 2)

Goed inregelen is bepalend
De meet- en regeltechniek in de installaties is geavanceerd, maar bepalend voor het succes is de kennis van degene die inregelt, zegt Van Bronkhorst. “Moderne warmtepompen hebben een gemiddeld rendement van 4 SCOP. Zet dat even af tegen een moderne gasgestookte cv-ketel met een rendement van 0,9. Het rendement van een cv-ketel haal je door het directe karakter van het systeem eigenlijk altijd; een cv-ketel heeft altijd overcapaciteit en kan pieken. De opbrengst van de warmtepomp staat of valt met het inregelen en het begrip van de werking van het warmtetransport in het koelsysteem.”

Veilig gebruik
De nieuwste trend bestaat uit de opkomst van warmtepompen die werken met natuurlijke koudemiddelen, zoals koolwaterstoffen, waaronder propaan. Die installaties hebben het voordeel dat ze functioneren met een traditionele warmteafgifte, zodat deze warmtepompen een cv-ketel één-op-één kunnen vervangen. De installateur en de gebruiker moeten zich dan wel bewust zijn van de risico’s omdat propaan bij onjuist gebruik een explosie- en brandgevaar geeft. Ook hiervoor geldt dat kennis en kunde bepalend zijn voor een effectief en veilig gebruik” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Techniek Nederland pleit voor meer vrouwen in techniek op Girls day

De carrièrekansen voor meisjes en vrouwen in de techniek zijn groter dan ooit. Toch is op dit moment nog maar ...

“Er zijn méér technici nodig op alle opleidingsniveaus”

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen wijst Techniek Nederland voorzitter Doekle Terpstra de politiek op het belang van het ...

Nederlander ziet zichzelf niet snel in de techniek werken

Hoewel Nederlanders de kansen kennen van het technische vakgebied, laten ze werken in de technische branche liever aan een ander ...

Welkom vakman of vakvrouw!

Op één van de publieke omroepen volgde ik eens een tweedelige uitzending over het vmbo-onderwijs. Ik heb met belangstelling en ...

Blijven ontwikkelen

Gepubliceerd op

Voor veel vakmensen in de technische installatiebranche heeft corona gezorgd voor een veelbewogen jaar. De vakmensen in de techniek komen immers vaak bij mensen thuis. Het werk gaat grotendeels door. Maar hoe? Welke obstakels zijn er? En liggen er ook kansen? Drie vrouwelijke installateurs vertellen over hoe de coronacrisis impact heeft op hun werk en privéleven, en hoe ze ondanks de maatregelen tóch bezig blijven met hun ontwikkeling.

Malon Mettenich

Na haar mbo- en hbo-opleidingen in installatietechniek werkte Marlon Metternich (35) als engineer bij verschillende bedrijven. Inmiddels werkt ze 3,5 jaar als consultant duurzame energie bij Kuijpers in Den Bosch. “Ik heb altijd interesse gehad in techniek en werk daarnaast graag met mensen. De technische installatiebranche is dus perfect voor mij!” Esther van Dam (22) werkt al vijf jaar voor het Papendrechtse familiebedrijf Van Dam Verwarming en geniet net als Marlon van haar werk. “Ik houd mij vooral bezig met het onderhoud van cv-ketels en het oplossen van storingen. Een super leuke baan dus!” Beheertechnicus Mariska van Leest (26) begon op haar 19e in de elektrotechniek, na de mbo-opleidingen elektrotechniek en installatietechniek gevolgd te hebben. “Ik heb de kans gehad om bij veel afdelingen van ENGIE rond te kijken en ben nu helemaal op mijn plek als beheertechnicus!”

Een bewogen jaar
Met het uitbreken van de coronacrisis hebben de drie vrouwen er ieder een bewogen jaar opzitten. Toen Marlon begin januari 2020 voor het eerst hoorde over corona, voelde het nog ver weg. “Maar nadat het virus in maart Nederland bereikte, veranderde ook mijn werk bij Kuijpers. Dat ging vrij gemakkelijk; Kuijpers was al grotendeels gewend aan digitaal werken. Overigens bevalt het prima; drie jaar geleden hebben we alles gedigitaliseerd en de kasten meteen afgebroken, zodat we niet meer teruggaan naar de bergen papier.” Het creëren van de thuiswerkplek ging Marlon en haar man ook gemakkelijk af omdat zij over een kantoorruimte aan huis beschikken. “Afhankelijk van de maatregelen gaan we wel of niet bij klanten op bezoek. En we doen veel online; dat plant makkelijk en scheelt veel reistijd!”

Mariska van Leest

Even zoeken
Mariska ondervond meer hinder van de pandemie, omdat zij veel in verzorgingstehuizen kwam op het moment dat de crisis uitbrak. “Het was in het begin echt wel even onduidelijk wat wel en niet mocht. Bij verzorgingstehuizen wilden ze liever niet dat we langskwamen om onderhoud te doen. Daar kwamen we alleen als er een echte storing was.” Ook voor Esther was het aanvankelijk even zoeken. “Wij waren bang dat we niet mochten werken, omdat we veel bij mensen thuis komen. Bovendien zijn we een familiebedrijf; wat als één van ons in quarantaine moet? Wat doet dat met het bedrijf?” Gelukkig zijn de gevolgen beperkt gebleven, zo geeft Esther aan. “Corona heeft gelukkig weinig impact gehad op de werkzaamheden die we kunnen doen. Met inachtneming van de maatregelen is het goed te doen.”

Nieuwe uitdagingen
Wat merken de drie op de lange termijn van de gevolgen van corona? “Ik verwacht dat deze manier van werken in de toekomst wel zal blijven bestaan”, aldus Marlon. “Het wordt nu nóg makkelijker om thuis- en kantoordagen te combineren.” Mariska geeft aan dat ze helemaal gewend is aan de maatregelen. “We weten inmiddels dat we elke dag te maken krijgen met nieuwe uitdagingen. Panden zijn bijvoorbeeld leeg, waardoor lekkages soms lastig te detecteren zijn. En we moeten af en toe wat shifts van elkaar overnemen als collega’s in quarantaine moeten.” Voor Esther valt de hinder op dit moment mee. “Het was aanvankelijk gek dat je klanten geen hand mocht geven. Maar inmiddels tref je alle voorzorgsmaatregelen zonder erbij na te denken.”

Creatieve oplossingen
Zoals bij iedereen is de impact van de pandemie ook op het privéleven groot. Marlon ging op zoek naar creatieve oplossingen toen de kinderdagverblijven sloten. “Mijn zussen en ik hebben het om de beurt opgevangen. Op mijn vrije dag was mijn huis opeens een kinderdagverblijf!” Mariska geeft aan dat thuiswerken er als beheertechnicus niet inzit en ze dus veel op pad is. “Ik woon op mezelf, dus als ik wel thuis ben probeer ik – binnen de maatregelen – nog wat vrienden te zien. En ik probeer veel online te doen. We moeten leuke dingen blijven doen met elkaar, ook al is het op afstand!” De impact op Esthers leven is groot, zo vertelt ze. “Het leven buiten het werk ligt een beetje stil. Ik ben dus heel blij dat ik dankzij mijn werk veel buiten de deur ben. Werk is daardoor een fijne uitlaatklep, zeker ook omdat ik het op mijn werk zo naar mijn zin heb.”

Esther van Dam

Blijven ontwikkelen
Ondanks alle beperkingen proberen Marlon, Mariska en Esther zich te blijven ontwikkelen in hun vak. Voor de crisis hadden Marlon en haar collega’s vier keer per jaar een kennissessie. “Dat doen we nu minder vaak, want online mis je toch die interactie en mogelijkheid om te sparren.” Wel heeft ze onlangs een online training gehad over elektrotechniek. “Ook in tijden van crisis moet je doorgaan met je ontwikkeling als vakmens.” Mariska onderschrijft dit en geeft aan dat corona ook nieuwe kansen biedt. “Juist omdat het pand nu leeg staat, kunnen we innoveren en testen hoe we ons systeem beter kunnen maken.” Ook Esther blijft bezig met haar ontwikkeling als vakvrouw. “Jazeker! Ik heb onlangs mijn CO-certificaat gehaald. Het was even afwachten of het praktijkexamen kon plaatsvinden, maar gelukkig lukte het!”

Een vak voor mannen én vrouwen
Esther en Marlon zetten zich naast hun werk in voor VHTO, het Expertisecentrum genderdiversiteit in bèta, techniek en IT. Esther: “Voor VHTO kun je gastlessen geven op scholen om hen te inspireren de techniek in te gaan. Deze gastlessen zijn er vooral op gericht een einde te maken aan het beeld dat techniek alleen voor mannen is, en het vakgebied daarmee onder vrouwen te promoten. Inmiddels heb ik zelf ook een gastles gegeven op een school en ik vond het heel leuk om te doen!” Esther is benieuwd naar de verdere mogelijkheden met betrekking tot haar eigen ontwikkeling. “Via VHTO ben ik in aanraking gekomen met Wij Techniek. Ik ken hen nog maar net, maar kijk er uit mij verder te verdiepen in hun aanbod!”

Een geweldig vak
Wat willen Marlon, Mariska en Esther meegeven aan vrouwen die overwegen de stap te zetten naar de techniek? Marlon: “Ik was zelf als kind al erg geïnteresseerd in installatietechniek, en dat is in de loop der jaren alleen maar gegroeid. Naast mijn passie voor de techniek zelf haal ik veel energie uit klantcontact. Servicegericht werken, adviseren, uitleggen welke keuzes de klant heeft. Deze dingen maken het vak boeiend en heel divers!” Hier sluit Mariska zich bij aan: “De techniek is een geweldig vak en ik kan het iedereen aanraden!” Esther kan dit alleen maar beamen. “Ik zou willen meegeven: als je iets leuk vindt, doe het gewoon! Ons vak is prachtig, want je bent lekker met je handen bezig, je hebt veel contact met klanten en iedere dag is anders! 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Overweeg jij de (over)stap te maken naar de techniek?
Kijk op www.wijtechniek.nl voor de mogelijkheden die er voor jou liggen!

Techniek Nederland pleit voor meer vrouwen in techniek op Girls day

De carrièrekansen voor meisjes en vrouwen in de techniek zijn groter dan ooit. Toch is op dit moment nog maar ...

“Er zijn méér technici nodig op alle opleidingsniveaus”

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen wijst Techniek Nederland voorzitter Doekle Terpstra de politiek op het belang van het ...

Nederlander ziet zichzelf niet snel in de techniek werken

Hoewel Nederlanders de kansen kennen van het technische vakgebied, laten ze werken in de technische branche liever aan een ander ...

Welkom vakman of vakvrouw!

Op één van de publieke omroepen volgde ik eens een tweedelige uitzending over het vmbo-onderwijs. Ik heb met belangstelling en ...

De Waterrevolutie

Gepubliceerd op

De EPC ging ten onder aan zijn eigen succes. Op meer hadden we niet kunnen hopen als sector. Maar nu de energierevolutie al een flink eind op weg is, wordt het ook tijd om de waterhuishouding onder de loep te nemen. Moeten we de Waterprestatienorm verplicht gaan stellen?

Door klimaatverandering regent het veel meer en komen er steeds vaker hevige regenbuien voor. Dat levert overlast op. Tegelijkertijd zien we dat er zelfs in Nederland tekorten aan drinkwater kunnen ontstaan. Naast verdroging merken drinkwaterbedrijven bovendien dat een significant deel van hun bronnen onder druk staat door vervuiling. De overlast aan regenwater en de bedreiging van de drinkwatervoorziening maken verandering van onze watersystemen noodzakelijk. En die veranderingen zullen vooral in de gebouwde omgeving gaan plaatsvinden. Oftewel op het terrein van de installateur.

Pionier
Sinds 2017 nemen we ieder jaar de stand van zaken door met Johan Bel. Hij had al in een vroeg stadium door dat er een watertransitie aankwam en is de eigenaar van Mijn Waterfabriek. Het bedrijf levert intelligente systemen voor het gebruik van regenwater en voor het hergebruik van grijs water en zwart water.

Decentrale oplossingen
Volgens Bel is de watertransitie inmiddels al gaande. “We zitten nu op het punt waar we pakweg 10 jaar geleden zaten met de energietransitie. Daar verschoof de aandacht geleidelijk aan naar decentrale duurzame oplossingen, zoals PV-panelen en warmtepompen. In de watersector zien we nu een groeiende belangstelling voor regenwater- en grijswatersystemen, infiltratie-oplossingen voor het eigen perceel en waterbesparende technieken.”

Voortrekkersrol
Daarbij spelen grote steden als Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven en Utrecht een voortrekkersrol, vervolgt Bel. “Deze steden willen klimaatadaptief worden, onder andere om hun waterhuishouding op orde te houden.” Ook de drinkwaterbedrijven doen een duit in het zakje, bijvoorbeeld door in toenemende mate campagnes te lanceren voor verantwoord watergebruik.

Doel
Het uiteindelijke doel is wat Bel betreft om waterneutrale gebouwen te realiseren. Analoog aan de Trias Energetica bedacht hij daarvoor de Trias Aqua als leidraad, die aangeeft welke stappen je zet als installateur om het gewenste doel te bereiken:
- Ten eerste pas je zoveel mogelijk waterbesparend sanitair toe.
- Vervolgens maak je gebruik van schoon, zacht en gratis hemelwater
- Blijft er dan nog een watervraag over, dan kun je ook het afvalwater gaan hergebruiken. Voor alle duidelijkheid: hieronder verstaan we grijs (licht verontreinigd) en zwart afvalwater.

Waterprestatienorm
Opvallend genoeg vinden de grote veranderingen nu juist plaats in de woningbouw. “Het Drinkwaterbesluit biedt meer ruimte om te sleutelen aan individuele leidingsystemen dan collectieve leidingsystemen”, legt Bel uit. Beleid kan dus een aanjager zijn van de watertransitie. In dat kader zou de waterspecialist graag zien dat de Waterprestatienorm verplicht wordt gesteld. Analoog aan de EPC is de WPN een rekenmethode waarmee voor een gebouw het theoretische watergebruik kan worden berekend, onder een bepaald gebruikerspatroon. Evenals bij de EPC zou een voortdurende aanscherping van de WPN uiteindelijk leiden tot waterneutrale gebouwen. “Het is wel broodnodig dat er dan eerst stappen worden gezet op beleidsmatig niveau, zodat verduurzaming van de waterhuishouding in de gebouwde omgeving wettelijk is ingebed. Daarnaast heb je een ‘sense of urgency’ nodig, om alle stakeholders en de consument aan boord te krijgen. Ik denk dat de WPN de eerstkomende 5 jaar nog geen verplichtend karakter zal krijgen.”

Waterkwaliteit
Maar niet alleen waterschaarste in de zomer of overvloedige regenbuien in andere seizoenen leveren uitdagingen op. Ook de waterkwaliteit komt meer en meer ter discussie te staan. Door verontreinigingen, denk onder andere aan medicijnresten, kost het drinkwaterbedrijven steeds meer moeite om de zuiverheid te garanderen. Dat zorgt onder andere voor een groeiende vraag naar filtersystemen, merkt Bel. Al met al meer business voor de installateur.

Installateur
En daarmee komen we bij de hamvraag: welke marktkansen brengt de watertransitie met zich mee voor de installateur? “De watertransitie moet nog op stoom komen, maar het kan geen kwaad om alvast kennis binnen te halen”, adviseert Bel. “Ik voorzie vooral extra vraag naar filteroplossingen, regenwater- en grijswatersystemen op termijn.” Het zal met name lastig worden voor de kleine installateur om al die ontwikkelingen bij te benen, want er gebeurt al zoveel in het vakgebied en we komen heel veel handen tekort.” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Regenwatersystemen

Door veranderende regelgeving worden particulieren bij nieuwbouw verplicht om het regenwater op eigen terrein te verwerken. De meest zinvolle manier om dat te doen is het opvangen en gebruiken van het regenwater binnen de woning. Bij Mijn Waterfabriek resulteert dat in een sterk toenemende vraag naar regenwatersystemen zoals de HOME Comfort. Dat is het basis regenwatersysteem dat geschikt is voor toiletspoeling, wasmachine en buitenkraan bij woningen. Het regenwater wordt opgevangen in een betonnen regenwatertank van 5 of 6m3, die voorzien is van een filter (nr.1) voor de verwijdering van blad en zand. Een krachtige onderwaterpomp (nr.3) perst het regenwater naar de aangesloten tappunten. In de tank hangt een niveaumeting (nr.4) die een signaal doorgeeft naar een LED-indicator (nr.6) in de woning. Als het niveau in de tank te laag wordt, schakelt deze een magneetventiel open. Dan wordt de tank met 10% leidingwater bijgevuld. De plaatsing van een dergelijk regenwatersysteem is typisch een klus voor installateurs.

Aqua Nederland Vakbeurs en RioleringsVakdagen gaan samen

Aqua Nederland is de nieuwe naam voor de gezamenlijke vakbeurzen Aqua Nederland Vakbeurs en RioleringsVakdagen. De eerste editie onder de ...

Watertransitie volgt energietransitie

De energietransitie houdt installateurs dagelijks bezig, we zitten er al middenin. Nieuw is de watertransitie. Daarvan staan we aan het ...

Verduurzaam de waterhuishouding: Trias Aqua

Terwijl de energietransitie in volle gang is, dient zich alweer een nieuwe revolutie aan. Diverse experts op het gebied van ...

Van toiletspoeling tot bierproductie

Klimaatverandering noodzaakt ons anders om te gaan met regenwater; steeds meer burgers en bedrijven worden door hun gemeente verplicht het ...

Een nieuwe sanitaire revolutie?

Gepubliceerd op

Gezondheid en sanitaire oplossingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door de corona-epidemie is dat besef nu sterker dan ooit, merken drie deskundigen van Grohe, Wavin en Geberit. Welke trends signaleren zij?

Tot 1870 lag de gemiddelde levensverwachting rond de 40 jaar. Daarna zien we een stijgende lijn die erin heeft geresulteerd dat we tegenwoordig gemiddeld 81,56 jaar oud worden. Vaak wordt er daarbij gewezen op medische ontwikkelingen. Die zouden verantwoordelijk zijn voor de verbetering van de volksgezondheid. Hoewel antibiotica en vaccinaties om maar twee voorbeelden te noemen zeker een rol hebben gespeeld, is het voor een groot deel aan de verbeterde sanitatie te danken dat het vroegere 40 nu 81 is geworden.

Op het netvlies
Je zou zeggen dat we als installatiebranche doordrongen zouden moeten zijn van deze geweldige prestatie. Dat valt tegen. Hoewel sanitaire technieken en gezondheid onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, merken experts dat de installateurs het maar “ergens op hun netvlies hebben staan”, zoals René Offringa het treffend verwoordt.

Veiligheid en gezondheid
De zestiger is al ruim 40 jaar werkzaam bij Wavin, onder andere als technisch adviseur en productontwikkelaar. “Installateurs zijn toch vooral met de techniek van de systemen bezig, veiligheid en gezondheid zijn geen hoofdthema’s voor hen.”

Praktijk
Offringa onderbouwt zijn verhaal met enkele praktijkvoorbeelden. “Hoe vaak zien we niet dat keurig verpakte Tigris of Hep2O fittingen uit de verpakking los in open kratten of boxen worden overgegooid en dan meteen vuil worden? Ook hotspots blijven een item, hoewel je daarvoor niet altijd naar de installateur kan wijzen. Vaak ligt het ook aan het ontwerp. Tot slot hoor ik nog regelmatig dat ontspanningsleidingen te dicht bij de inlaat van een ventilatiesysteem worden gemonteerd, waardoor er stankklachten optreden.”

Impact pandemie
Hoewel dus zeker voor verbetering vatbaar, lijken de branche, professionele opdrachtgever en ook reguliere consument wel iets meer oog te krijgen voor gezondheidsaspecten. Rogier van Dis wijst daarbij op invloed van de coronapandemie. Volgens de topman van Grohe Benelux en UK zijn bijvoorbeeld musea en horecagelegenheden naarstig op zoek naar aanrakingsvrije kranen. Dat heeft natuurlijk ook zijn weerslag op de inkoop en adviesrol van groothandelaren. Daarnaast schaft de consument bijvoorbeeld sneller bedieningspanelen aan met een antibacteriële laag. En de verkoop van de douche-wc, die al in de lift zat voor crisis, heeft eveneens een hoge vlucht genomen. Maar ook Van Dis kraakt een kritische noot, die eigenlijk goed aansluit bij de bevindingen van Offringa: “De installateur verstaat zijn vak, maar zou de klant daarin meer kunnen meenemen door het delen van kennis en kunde. Wij kunnen de installateur helpen met het geven van een goed advies, wat een positief effect heeft op hun verkoopresultaten en klanttevredenheid.”

Doorontwikkeling
Jeroen Bosman, Productmanager bij Geberit, neemt de gelegenheid te baat om de installateur nog maar eens te waarschuwen zich vooral te houden aan de NTR 3216, nu er een pittige discussie woedt over opspattend water en het gevaar op corona in toiletten. Hij verwacht dat de pandemie een impuls zal geven aan de verdere doorontwikkeling van sanitaire oplossingen, maar in de brede zin des woords. “Bijvoorbeeld door de fabricage van hogere tussenschotten voor urinoirs, zodat ook de adem wordt geblokkeerd.” Ook zal het onderhoud meer onder de loep komen te liggen. “Denk aan de regelmatige reiniging/vervanging van luchtfilters in sanitaire voorzieningen.”

Brede range
De geïnterviewden brengen een brede range aan sanitaire producten op de markt die een duidelijke link hebben met gezondheid. Behalve douche-wc’s en aanrakingsvrije bedieningsplaten en kranen kan er dan bijvoorbeeld gedacht worden aan perssystemen, sifons, inbouwsystemen, maar ook aan rainshowers om een wellness-ervaring te creëren tijdens het douchen.

Inzoomen
Die producten zoomen allemaal in op een ander gezondheidsaspect. Een waterloos sifon is bijvoorbeeld erg handig als je te maken krijgt met een warme omgeving. Zo voorkom je immers de stankklachten, die optreden als een doorsnee sifon opdroogt. Een perssysteem met trekvaste en waterdichte fittingen zorgt ervoor dat je eenvoudig lekkage kan voorkomen. En met een inbouwsysteem heb je geen randjes, waardoor het oppervlak schoner blijft. Douchegoten met een makkelijk te verwijderen haarzeef tot slot maken zowel de reiniging als het onderhoud een stuk eenvoudiger.

Versnelling
Bosman gaf het al aan: de pandemie zal zeker de doorontwikkeling van oplossingen stimuleren en eventueel versnellen. Van Dis onderschrijft zijn mening. Zo brengt Grohe onder andere nieuwe sensorkranen op de markt. Daarnaast komen langlopende vraagstukken, zoals het legionellaprobleem, wat meer in de spotlights te staan. Bij Grohe merken ze dat aan de grote belangstelling voor trainingen die ingaan op het belang van legionellapreventie bij de installatie en het onderhoud van drinkwatersystemen. Maar ondanks die groeiende aandacht, zijn er nog fikse obstakels te nemen. Offringa wijst bijvoorbeeld op rubbers in thermostaatkranen, “die een bron van zorg blijven”.

Waterbesparing
Uiteraard zijn er meer thema’s die hun stempel drukken op het vakgebied. Soms hebben die ook duidelijke raakvlakken met gezondheid. Denk aan waterbesparing. Offringa: “Toiletten met een 4 l spoeling blijken in de praktijk de nodige problemen met zich mee te brengen in de leidingsystemen bij de afvoer van urine en poep. Vaak gooien ze het toch weer omhoog naar 7 l.” Theoretisch gezien valt het probleem wel op te lossen met een vacuümriolering, maar dan raak je een ander heikel thema in de branche: energiebesparing. “Je gebruikt namelijk meer energie”, legt Bosman van Geberit uit.

Waterkwaliteit
Ook de waterkwaliteit zelf mag zich verheugen op toenemende belangstelling. Van Dis: “Het kost steeds meer moeite om de kwaliteit op peil te houden, door toenemende vervuiling. Microplastics, medicijn- en drugsresten zijn daar onder andere debet aan. Wij merken het onder andere aan de stijgende verkoop van filtersystemen, vooral in Zuid- en Oost-Europa.”

Milieuvriendelijk
En dan is er nog circulariteit of iets ruimer genomen: milieuvriendelijke productie. “Hier wordt op uiteenlopende manieren vorm aan gegeven. Zo dwingt de regelgeving ons nu om regenwater te verwerken op het eigen perceel. De belangstelling voor infiltratiesystemen is daarom booming”, vertelt Offringa van Wavin. En Grohe produceert al sinds vorige jaar haar kranen op een CO2-neutrale manier.

Grenzen
De consument en professionele opdrachtgever haken aan, maar stellen wel hun grenzen, blijkt uit het relaas van Bosman. “Op het moment dat bijvoorbeeld waterbesparing het comfortniveau beïnvloedt, is het andere koek. Uiteindelijk leven veel mensen wel voor hun comfort.”

Conclusie
De coronapandemie heeft de belangstelling voor sanitaire systemen en gezondheid in een stroomversnelling gebracht. Dit proces zal nog een fikse impuls krijgen door de watertransitie, die in navolging van de energietransitie de komende jaren haar stempel gaat drukken op de installatiesector. Gevolg: nog meer business voor de branche 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Sanitaire installaties

Door de coronalockdown staat in veel gebouwen het water in leidingen stil. Bijkomende zorgen om de legionellabacterie maakt legionellapreventie nóg ...

Sanitairfabrikant toont innovaties dit jaar online

Vanwege de coronapandemie presenteert Geberit haar innovaties dit keer online. De sanitairfabrikant toont haar nieuwste producten wel in een fysieke ...

Flinke donatie voor betere waterhygiëne en sanitair in Nigeria

Sanitairmerk Grohe BeNeLux doneert 141.000 euro aan Nigeria voor een betere waterhygiëne en sanitaire voorzieningen. In dit land overlijden elk ...

Intelligente kranen voor drinkwater en sanitair winnen aan populariteit

Digitalisering maakt sanitaire kranen steeds intelligenter. Smartphone-apps verhogen niet alleen de productfunctionaliteit maar maken de kranen ook gebruiksvriendelijker. Tegelijkertijd zijn ...

Sanitaire installaties

Gepubliceerd op

Door de coronalockdown staat in veel gebouwen het water in leidingen stil. Bijkomende zorgen om de legionellabacterie maakt legionellapreventie nóg urgenter. Onno Leever houdt zich al ruim twintig jaar met Legionella bezig. Sinds januari zet hij zijn expertise in bij ISSO.

“Qua kennisontwikkeling op het gebied van Legionella, en sanitaire installaties in bredere zin, staat er voor 2021 weer van alles op stapel”, vertelt Onno Leever, van Leever installatie adviseurs. “Zo verschijnt er een nieuwe versie van ISSO-kleintje Legionellapreventie en wordt de ISSO-publicatie 55.1 ‘Handleiding legionellapreventie in leidingwater’ aangepast. Ook komt er een aanpassing op publicatie 55.2 ‘Zorgplicht legionellapreventie’. Daarnaast is een commissie bezig om de regelgeving voor legionellapreventie te evalueren, wat aangepaste legionellawetgeving zal opleveren.” Leever zit in deze begeleidingscommissie.

Kennisontwikkeling
In januari heeft hij het stokje overgenomen van Irene van Veelen, voormalig specialist Sanitair en Legionellapreventie bij ISSO. “Ik kende Irene onder andere al van de commissie NEN 1006 en ook vanuit de Waterwerkbladen hadden we al samengewerkt. Daarnaast hadden Irene en ik al eens samengewerkt bij een innovatiebijeenkomst over warmwatercirculatiesystemen”, vertelt Leever. “Toen ISSO een vervanger zocht voor de functie van Irene, heeft zij mijn naam laten vallen. Zo ging het balletje rollen. Ik was gelijk enthousiast. Binnen mijn eigen bedrijf doen we veel aan kennisdeling en aan zelf kennis opdoen. Als er een nieuw normblad of een nieuwe NTR uit is, sluit ik me bij wijze van spreken drie dagen op om hem te lezen. Daarna deel ik binnen mijn team wat de belangrijkste wijzigingen zijn. ISSO is ook zeer gericht op kennisontwikkeling. Het past daarom ontzettend goed; de missie van ISSO en die van mijzelf zijn gelijk.”

Waterschade-onderzoek
Leever startte zijn bedrijf in 1991 als zelfstandige. Destijds maakte hij vooral technische berekeningen en tekeningen voor installateurs. Het specialisme Legionella kwam er in 1999 bij. Inmiddels is zijn adviesbureau uitgegroeid tot een flinke organisatie die tekeningen en installatieberekeningen maakt voor wonen, werken en recreëren. “Overal waar het ingewikkeld wordt, komen wij kijken”, zegt Leever. “Zo bemiddelen we ook bij geschillen en we doen bijvoorbeeld waterschade-onderzoek.”
Verbrandingsgevaar door warm tapwater
Een thema waarvoor Leever een lans breekt en dat hij ook als discussiepunt heeft ingebracht in de NEN 1006 (waterwerkbladen) commissie, is dat van verbrandingsgevaar door te warm tapwater. Leever: “Het gaat bijvoorbeeld fout als in het warmwatergedeelte van de installatie wel een pomp zit maar in het koudwatergedeelte niet. Toch kun je dergelijke temperatuurschommelingen van tapwater, en dus verbrandingsgevaar tijdens het douchen, voorkomen. In ISSO-publicatie 55 ‘Leidingwaterinstallaties voor woon- en utiliteitsgebouwen’ staan daarover bijvoorbeeld adviezen. De technieken om dergelijke verbranding te voorkomen zijn er zeker, maar preventie is niet in de wet opgenomen. Deze huidige richtlijnen over de temperatuur voor warm tapwater in drinkwaterleidingen zijn vooral bedoeld om de groei van de legionellabacterie in leidingwaterinstallaties te voorkomen. Dat is inderdaad van groot belang, maar de focus moet eigenlijk op allebei liggen: én legionellapreventie, én het voorkomen van verbranding door warmtapwater. Er zijn zeker situaties waarin het verantwoord is om de taptemperatuur legionellaveilig te verlagen.”

Waterbesparing
Een tweede onderwerp dat de nieuwe specialist Sanitair en Legionellapreventie bij ISSO inbracht bij de NEN 1006 commissie, is waterbesparing. Zijn ideaalbeeld is om de balans te vinden waar installaties nog optimaal werken, met een maximum aan waterbesparende mogelijkheden. “Ik zou daarvoor graag ontwikkelingen terugzien in zowel producten, als wet- en regelgeving. Ook van thema’s als het scheiden van waterstromen van verschillende kwaliteit, dus huishoudwater en drinkwater, verwacht ik dat we de komende jaren meer gaan horen.”

Nieuwe wetgeving
Voor zijn nieuwe functie bij ISSO, die hij parttime invult naast zijn werk als adviseur Installatietechniek en legionellapreventie bij Leever installatie adviseurs, hoopt de specialist flinke stappen te zetten in gezondheid, veiligheid en comfort voor sanitaire installaties. Leever: “Ik zou het fantastisch vinden als we voor elkaar kunnen krijgen dat bepaalde delen uit ISSO-publicaties als wetgeving worden opgenomen. Bijvoorbeeld als het gaat om preventie van verbranding door te warm tapwater. En daarnaast vind ik het erg interessant om nu namens ISSO in de commissie te zitten voor de nieuwe legionellawetgeving.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

 

Legionellaspecialist haalt UV-technologie in huis

Holland Water, specialist in legionella-beheersende watertechnologie, neemt de UV-activiteiten en handelsnaam Uvidis® over van branchegenoot WaterZorg Friesland. Het is de ...

Legionellabestrijder vindt investeerder voor verdere groei

Holland Water, specialist in de bestrijding van Legionella, is een samenwerking aangegaan met investeringsmaatschappij OxGreenfield. De maatschappij verschaft het benodigde ...

Corona en legionella; alertheid blijft geboden

De coronacrisis brengt ook een ander gevaar met zich mee. Door de leegstand van gebouwen neemt het gevaar op legionella ...

Hotel Oud Londen in Zeist kiest voor steunpakket om legionella te voorkomen

Hotel en restaurant Oud London in Zeist maakt als eerste horecabedrijf in Nederland gebruik van het Steunpakket Veilig Drinkwater dat ...

Brein buiten de douche

Gepubliceerd op

Ieder gezinslid zijn eigen doucheprofiel, met een instelmogelijkheid voor een maximale douchetijd of maximale temperatuur. Per persoon bekijken wat de kosten zijn van elke douchebeurt. De nieuwe Aqualisa elektronische mengkraan maakt bewust en duurzaam watergebruik mogelijk. De mengkraan is bovendien voorzien van connectiviteitsfuncties zoals Wi-Fi, App en spraakbesturing en kan worden verbonden met andere slimme toestellen in huis, zoals de slimme speakers als Amazon Alexa en Google Nest.

“Hey Google, zet mijn douche aan”, zal snel een vertrouwd commando worden in woningen met een nieuwe Aqualisa Smart Quartz Collectie Douche”, zegt Aqualisa Head of International Development, Zoe Nguyen. “Elektronische mengkraantechnologie bestaat al sinds 2001. Wij waren de eerste fabrikant die hiermee op de markt kwamen en denken dat landen zoals België en Nederland er nu klaar voor zijn. Zeker omdat woningen kleiner worden gebouwd en alles slimmer zal worden.”

‘Brein’ buiten doucheruimte
Het thermostatische gedeelte van deze mengkraan wordt letterlijk en figuurlijk weggetrokken vanuit de douche- of bad-omgeving (zie afbeelding). Alleen de bediening blijft zichtbaar. De controller staat in verbinding met een datakabel die aangesloten is op de SmartValve™; het effectieve brein van de installatie, die tot 10 meter van de doucheruimte geplaatst kan worden. Integreren in het plafond, onder het bad of in een kast behoort tot de opties.

Eén leiding voor warm en koud
In tegenstelling tot een klassiek thermostatisch ventiel, mengt het ventiel het koude en warme water elektronisch en gaat er slechts één leiding naar de hand- of regendouche. Indien er meerdere uitgangen zijn, is er een ‘omsteller’ beschikbaar. Zoe Nguyen: “Dit betekent een enorme kostenverlaging in accessoires en installatie-uren. Diepte in de wand is bij deze mengkraan niet meer nodig en dankzij de omsteller kunnen hand- en regendouches eenvoudig worden omgeleid zonder de leidingen aan te passen.” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

 

Minder waterverbruik, toch royaal douchen

Grohe voegt een nieuwe hoofddouche toe aan haar assortiment. De Tempesta 250, geproduceerd in Lahr, Duitsland, is een royale hoofddouche ...

Huis verwarmen via doucheputje wint duurzame startup prijs

Een systeem voor het recyclen van warmte uit water is in de prijzen gevallen tijdens de dertiende editie van de ...

Hoe lang kun je douchen met een Itho Daalderop warmtepomp voorraadvat?

Voor all-electric toepassingen met warmtepompen is een voorraadvat nodig voor het bufferen van het warme tapwater. Bij de keuze van ...

Handdouche met drie straalsoorten

Grohe introduceert de nieuwe Rainshower SmartActive handdouche. Deze douche bevat slimme functies en intuïtieve bediening. De bijpassende glijstang kan door ...

Salestechneut

Gepubliceerd op

Meer dan ooit zijn opdrachtgevers bereid om geld te steken in een goed werkend ventilatiesys­teem. Dat hebben we deels te danken aan de coronapandemie. Specialisten, zoals Kouwer Installatietechniek, draaien nu topdagen, vertelt bedrijfsleider Tom Bruins.

Hij was ooit automonteur. Maar altijd met dezelfde mensen werken op dezelfde plek gaat vervelen, ondervond Bruins. Door een gelukkig toeval kon hij de overstap maken naar de installatietechniek. Inmiddels is hij alweer 18 jaar werkzaam in de branche.

Begintijd
Je ziet Bruins bijna glimlachen achter de telefoon, als hij vertelt over die begintijd. Hoe hij nadat hij afscheid had genomen bij de garage, toevallig hoorde dat ze een monteur zochten bij Ouderdorp Service. Er was gelijk een klik en Bruins mocht de volgende dag al meelopen. Eenmaal de smaak te pakken, haalde hij zijn papieren en werkte vervolgens bij verschillende installatiebedrijven.

Plezier
“Een geweldig vak”, vertelt hij enthousiast aan de lijn. “Veel op weg, verschillende klanten, uitdagende klussen...” Terugkijkend vond hij de storingsdiensten nog het leukste. “Het gevoel dat je kreeg als je iemand uit de penarie kon helpen, daar kon eigenlijk niks tegenop.”

Kouwer Installatietechniek
Bruins groeide door en werd vorige jaar bedrijfsleider bij Kouwer Installatietechniek. Het bedrijf bestaat nu pakweg 14 jaar en telt 15 medewerkers. Met als thuisbasis Huizen opereert de installateur vooral in ‘T Gooi. Kouwer Installatietechniek biedt een breed palet aan diensten aan, van cv-ketel installaties tot elektrotechnische en dakdekkers werkzaamheden. “Het zwaartepunt ligt bij de particuliere sector en dan doel ik vooral op renovaties.”

Waterstofketel
Bruins volgt de ontwikkelingen in de branche op de voet. Hij wordt enthousiast zodra de waterstofketel ter sprake komt. Volgens de gedreven techneut ligt er een grote toekomst in het verschiet voor deze warmteopwekker. “Deze techniek is uitstekend toe te passen in de bestaande bouw, ik vind de warmtepomp meer iets voor de nieuwbouw.”

Rijdende trein
Het is nog even afwachten welke weg de energietransitie zal inslaan. Vandaar dat Kouwer nog niet investeert in het bijspijkeren van medewerkers en de marketing van nieuwe diensten. “We springen liever op een rijdende trein”, legt Bruins uit.

Ventilatie
Voorlopig heeft hij trouwens al zijn handen vol aan bestaande opdrachten. Bruins merkt, evenals concullega’s, dat de corona-pandemie Nederlanders meer bewust heeft gemaakt van het belang van goede luchtkwaliteit. “Ze merken het ook sneller als er iets niet in de haak is, omdat ze veel thuiswerken.” En daar vloeit direct of indirect weer werk uit voort.

Project
Zo mag Kouwer Installatietechniek nu voor een opdrachtgever in maar liefst 690 woningen het ventilatiesysteem een opknapbeurt geven. Broodnodig, want “we liepen aan tegen verstopte kanalen en MV-boxen die dichtgeslibd waren. Het onderhoud lag al een jaar of 10 stil, vandaar.” Bruins heeft er vier man volcontinu opgezet. Ze doen eerst een beginmeting bij de afzuigventielen. Vervolgens worden de kanalen met roterende borstels schoongemaakt. Ook de MV-box gaat onder de loep. “Eerst wordt de bestaande box gedemonteerd en afhankelijk van de situatie krijgt hij een schoonmaakbeurt of wordt het apparaat vervangen.” Daarna is het tijd om een CO-sensor in de woonkamer te installeren en alle ventielen in te regelen. Kouwer Installatietechniek sluit af met een gedegen instructie aan de bewoners hoe ze in het vervolg met het ventilatiesysteem moeten omgaan.

Toekomst
Deze maand wil Bruins de werkzaamheden afronden. En dan in volle vaart naar de toekomst. “We zouden wel willen uitbreiden, doorgroeien tot een man of 20. En natuurlijk ook in de breedte een slag maken door er duurzame technieken bij te gaan doen.”

Vakcentrum voor erkend ventilatiemonteur van start

Op donderdag 24 september zijn de deuren geopend van het allereerste Vakcentrum Binnenklimaattechniek in Amersfoort. Aankomende en ervaren ventilatiemonteurs krijgen ...

Alleskunners

Sipke Hoekstra stapte van E over op W. De Friese vakman is daardoor van alle markten thuis, wat hem onlangs ...

Midden in de corona-hel

Een week geleden lachte het leven hem nog toe, maar sinds twee dagen ziet de toekomst er zorgelijk uit. Erg ...

Tekort aan handjes?… Hou daar eens over op!

Een tekort aan handjes. Hoe vaak hebben we dit al niet gehoord? Alsof we het hebben over een blikje mais ...

Spierkracht sparen met een exoskelet

Gepubliceerd op

Verantwoord en gezond werken is voortdurend in beweging. En de techniek levert hier met de ontwikkeling van nieuwe hulpmiddelen een belangrijke bijdrage aan. Dat geldt zeker voor het exoskelet Skelex 360, een relatief recent ontwikkeld hulpmiddel dat met name gebruikt kan worden bij bovenhandse werkzaamheden. Hoe werkt het? Waar liggen de kansen en wat zijn de beperkingen? En hoe draagt het exoskelet bij aan veilig en gezond werken?

ArboTechniek heeft samen met SPIE Fire Protection & Security gewerkt aan een pilotproject om antwoord te geven op deze vragen. Hierbij is het exoskelet uitvoerig getest tijdens de installatie van sprinklers. Een mooi verhaal over de huidige stand van zaken.

Futuristisch instrument
Wat is een exoskelet? Albert Vullers en Carin van den Bosch kunnen deze vraag ieder vanuit hun perspectief uitgebreid en enthousiast beantwoorden. Albert is procesmanager bij SPIE Nederland en Carin is als ergonoom verbonden aan ArboTechniek. Beiden zijn betrokken bij een innovatief project waarin de Skelex volledig wordt getest. Gekeken wordt hoe het hulpmiddel benut kan worden in de technische installatie- en isolatiebranche. Albert: “Het exoskelet, de Skelex 360, is een op het oog futuristisch instrument dat ik tegenkwam op een techniekbeurs. Ik was meteen geïnteresseerd: hoe kan een installatiebedrijf als SPIE dit praktisch inzetten? In dit soort exoskeletten zorgen veren en bandjes ervoor dat bepaalde spiergroepen worden ontlast. Werkzaamheden hebben dan minder belasting op het lichaam en je kunt het langer onvermoeid volhouden.”

Gezamenlijke pilot
Carin zag ook al snel de waarde ervan in. “Het exoskelet wordt al veel gebruikt in de automotive industrie. Ook daar wordt ingezien dat je er onder andere je nekspieren, armspieren en schouderspieren mee ontlast. Voor mij was de vraag: hoe kan de installatie- en isolatiebranche hier in de breedte van profiteren? Het gaat hier immers om andere werkzaamheden. Deze pilot kan ons de antwoorden geven.” Hoe ziet de pilot eruit? Carin: “We hebben de pilot gezamenlijk opgezet. We weten dankzij onderzoek van TNO al hoeveel spierkracht je ongeveer bespaart met de Skelex, dus richt ons onderzoek zich op de praktijk. We zijn begonnen met een vragenlijst voor de monteurs die de Skelex testen. Hoe comfortabel zit het? Hoe is je bewegingsvrijheid? Welke werkzaamheden worden makkelijker? Welke lastiger? Deze vragen hebben we vergeleken met hun ervaringen zónder het exoskelet.”

Zorgvuldig
Zijn er al eerste resultaten van de pilot? Carin: “Ja, we zijn al flink wat wijzer geworden. Een gemengde groep van 9 monteurs heeft de Skelex getest; sommigen hebben het ook meerdere keren aangehad. Mensen die snel klachten krijgen merkten een heel sterk verschil. Anderen merkten weinig verschil, en weer anderen vonden het een lichte beperking bij sommige werkzaamheden. Naast de vragenlijst heb ik ook opnames gemaakt van monteurs die de Skelex gebruikten. Ik ga hun houding analyseren: hoeveel procent van de tijd werken ze boven schouderhoogte of met hun hoofd achterover gebogen? Je hebt het meeste profijt van de Skelex als je boven je hoofd werkt. Het heeft dus te maken met de werkzaamheden die je verricht. En met de bewegingsvrijheid. Als je bijvoorbeeld veel tussen stellingen moet werken, kan de Skelex juist een beperkende factor zijn. Je moet er daarom zorgvuldig mee omgaan.”

Sociale acceptatie
Volgens Albert kan een exoskelet ervoor zorgen dat het ziekteverzuim omlaag gaat. “We zien dat de Skelex bij mensen met bestaande lichamelijke klachten meteen curatief goed werkt. Daarnaast is het bij gezonde mensen een preventief hulpmiddel. Jonge, fitte mensen die aan het einde van een werkdag geen last hebben zullen op latere leeftijd minder klachten ervaren. De sociale acceptatie van het exoskelet is van belang, maar daarin is al een eerste stap gezet. Een jonge monteur die heeft mee-getest verwoordde het mooi: ‘Het maakt mij niet uit hoe het exoskelet eruitziet, als ik hiermee tien jaar langer met mijn zoontje kan voetballen is dat mij alles waard!’”

Een exoskelet in iedere bus
Carin beaamt dit. “Monteurs beginnen op relatief jonge leeftijd met werken. Je ziet dat ze rond hun 50ste, sommigen al eerder, last krijgen van fysieke klachten. Ze worden daar niet gelukkig van en op termijn kan het ook leiden tot psychische problemen.” Carin geeft aan dat het haar uitdaging is om uit te zoeken bij welke werkzaamheden het exoskelet gaat helpen, en dat vakmensen in de installatie- en isolatiebranche weten dat dit soort hulpmiddelen bestaan. En dat bedrijven voor zichzelf nagaan of zij het kunnen inzetten voor hun werkzaamheden.” Albert vult aan: “Het zou prachtig zijn als ieder techniekbedrijf in de toekomst een exoskelet in de bus heeft liggen om te gebruiken bij klussen waar dit het werk makkelijker, veiliger en gezonder maakt.”

Verdere implementatie
Hoe gaat Albert verder? “Ik zie graag voor me dat er verschillende pilots ontstaan om per werkzaamheid te ondervinden waar en hoe het exoskelet wel en beter niet ingezet kan worden. Dit kan in samenwerking met de fabrikant van de Skelex. Die heeft al veel ervaring met andere bedrijven en in verschillende branches. Hoe implementeer je de Skelex grootschalig en zorg je ervoor dat het goed gebruikt blijft worden? De eerste stap is nu gezet, proefondervindelijk zullen we verder onderzoeken. Het is een kostbaar hulpmiddel, maar als je het hebt over het terugdringen van ziekteverzuim dan is het in een mum van tijd terugverdiend.”

Unieke samenwerking
Carin is benieuwd of deze pilot kan leiden tot een breder gebruik van de Skelex. “Dit type is er al een paar jaar en wordt steeds beter. Veel bedrijven hebben er al een aangeschaft en aan de hand van de feedback wordt het product steeds verder verbeterd. Monteurs in de installatie- en isolatiebranche werken bijvoorbeeld vaak op hoogte. Daarom onderzoekt de fabrikant van de Skelex in hoeverre deze te integreren is met alle soorten van valbeveiliging.” De pilot met het exoskelet is een unieke samenwerking tussen installatiebedrijven, ontwikkelaars, brancheorganisaties, arbodeskundigen en zelfs verzekeraars. Albert: “Zorgverzekeraars zijn in het kader van gezond werken geïnteresseerd in het exoskelet. Onze verzekeraar heeft de aanschaf van ons eerste exoskelet alvast vergoed. Daar spreekt veel vertrouwen uit!” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.n

 

Wat is een exoskelet?

Een exoskelet is een draagbaar skelet dat je zelf kunt aansturen. Exoskeletten worden toegepast in werksituaties waar fysieke belasting hoog is. De belangrijkste functie van een exoskelet is het ondersteunen van een of meerdere lichaamsdelen waardoor het lichaam minder wordt belast.

Gezond en veilig werken

Meer weten over veilig en gezond werken in de technische installatie- en isolatiebranche? Kijk dan op de site van ArboTechniek. Daar vind je onder andere de Arbocatalogus en het Toolboxplatform.

Gezond en veilig aan het werk na de coronacrisis

Carrier introduceert een pakket oplossingen voor het helpen realiseren van een gezonde, veilige, efficiënte en productieve binnenomgeving voor gebouwen. Via ...

Veilig en gezond een duurzame toekomst in

Een jong bedrijf met een duurzame ambitie. WARP Systems in Nieuwkoop heeft groen bloed. Door de dunste watergedragen vloer-, wand ...

Eerste Friese monteurs op praktijkexamen Vakmanschap CO

Zeven installatiemonteurs leggen vandaag het nieuwe, verplichte praktijkexamen Vakmanschap CO af. Dat gebeurt voor het eerst bij ROC De Friese ...

Vaillant gaat installateurs certificeren met ‘Bewijs van Vakmanschap’

Vaillant gaat installateurs van cv-ketels certificeren met een ‘Bewijs van Vakmanschap’. Sinds 1 oktober 2020 is de Gasketelwet van kracht ...

Ventileren en stank

Gepubliceerd op

Het komt regelmatig voor dat gebruikers last hebben van stank. In hun woning, kantoor of op school. Vaak wordt de installateur dan ingeschakeld om de oorzaak te achterhalen. Hoe doe je dat? Twee experts uit het veld geven tips.

Lino Noya Mahn is eigenaar van installatiebedrijf Noya Installatietechniek. Als installateur voert hij de meest uiteenlopende projecten uit, maar zijn hart ligt toch bij de ventilatietechniek. Wouter Wijma is directeur van Ned Air en voorzitter van Binnenklimaat Nederland. Sinds zijn aantreden probeert hij het belang van ventilatie meer tussen de oren te krijgen bij opdrachtgevers en bouwpartners. IZ sprak met beide ventilatiedeskundigen, die gezamenlijk meer dan 40 jaar ervaring hebben in de installatiebranche.

Corona
De coronacrisis blijft de gemoederen bezighouden. Nadat er aanvankelijk vooral aandacht was voor de overdracht van het virus via de fysieke weg, nam gaandeweg ook de belangstelling toe voor een andere, mogelijke transmissieroute: via de lucht. Dat heeft geresulteerd in “meer interesse voor ventilatie”, vertelt Wijma. “Maar helaas vloeien er vooralsnog weinig concrete opdrachten uit voort.” Wijma weet wel waaraan dat ligt: geld. “Scholen zeggen vaak geen budget te hebben en in de kantoorsector gaat men niet investeren in gebouwen als het merendeel van de zakelijke gebruikers thuis werkt.”

Woningbouw
Ook in de woningbouw lijken opdrachtgevers meer doordrongen te raken van het belang van goede ventilatie. “Toch hangen ze in nieuwbouwprojecten uiteindelijk vaak weer eenvoudig te installeren ventilatiesystemen op, zonder aan de kwaliteit van de lucht te denken. Men kiest voor de goedkoopste oplossingen,” vertelt Wijma.

Onderhoud
Installateur Noya Mahn merkt ook dat de belangstelling voor ventilatie toeneemt, zeker in de particuliere woningbouw. “Klanten lijken zich vooral zorgen te maken over het onderhoud.” In zijn geval vloeien daar ook de nodige werkzaamheden uit voort. Het gaat dan veelal om het vervangen van filters, wisselaars én het reinigen van kanalen.

Belang reinigen
Dat is niet verwonderlijk, zowel Wijma als Noya Mahn kunnen met gemak de meest afschrikwekkende voorbeelden geven van achterstallig onderhoud. Uit de verhalen komt naar voren dat het vooral schort aan regelmaat en frequentie. Noya Mahn: “Van klanten die ventilatiesystemen hebben waarbij nog nóóit een filter of slecht functionerende wisselaar van een WTW is vervangen of een kanaal is gereinigd kijk ik inmiddels niet meer op.”

Stankklachten
Door gebrekkig onderhoud neemt de kans op klachten toe. Gebruikers krijgen eerder last van allergieën, ziektes, maar ook van stank. “Neem bijvoorbeeld de wisselaar van een WTW-unit waaraan vuil is vastgekoekt, daar hangt een geur omheen. Als je daar verse lucht overheen laat gaan, komt er stank in het pand.” Noya Mahn ziet ook klanten die zelf hun keukenafzuigkap aansluiten op een ventilatieventiel. “De motor van het de afzuigkap zorgt ervoor dat de vuile lucht dan weer het toilet of de badkamer wordt ingeduwd, met wederom stankoverlast.”

Mobiele airco
De afgelopen zomer steeg het kwik naar nieuwe hoogtes. Noya Mahn kwam bij klanten over de vloer die de afvoerslang van hun mobiele airco-units op een ventilatieventiel hadden aangesloten. Ook dat zorgde in een aantal gevallen voor de nodige stankklachten elders in de woning, vertelt hij.

Stilstand
Soms is een gebouw of alleen het ventilatiesysteem tijdelijk buiten gebruik. Ook dat levert in een aantal gevallen stankklachten op. “Heeft het gebouw een ventilatiesysteem met kanalenwerk, dan kan zich in de tussentijd allerlei ongedierte en/of vogels hebben genesteld in de kanalen. Neem je het systeem vervolgens weer in gebruik, dan komen de geurtjes van de achtergelaten resten het gebouw in.”

Riool
Wijma kent de horrorverhalen. Hij wijst nog op een andere veelvoorkomende oorzaak van stankoverlast: perikelen die te maken hebben met de riolering. “Neem nu de sifon, als die uitgedroogd is, gaat het stinken. Adviseer daarom altijd als installateur aan de bewoners om er een laagje slaolie in te doen, dan voorkom je dit soort klachten.” Ook gebeurt het regelmatig dat de beluchting van de riool wordt aangesloten op een gedeelde ventilatieschacht in een appartementencomplex, vertelt Wijma. “En dat is vragen om problemen.”

Remedies
Hoe kom je nu de oorzaak op het spoor en verhelp je vervolgens de klachten? “Eigenlijk zou ik nog een stap verder terug willen gaan en beginnen met preventie”, zegt Noya Mahn. “Zo weten veel mensen niet eens het verschil tussen luchten en ventileren. Ze snappen niet waarom de geurtjes in hun pand blijven hangen, als ze de ramen hebben opengezet. Maar zolang er geen sprake is van een drukverschil, ben je niet aan het ventileren, maar aan het luchten. Daarnaast krijgen bewoners bij de oplevering van een gebalanceerd ventilatiesysteem zelden een goede uitleg over de werking ervan en de noodzaak om filters te vervangen. Ook is er weinig nazorg. Daar vallen al slagen te maken.”

Voorlichting
Wijma is het eens met de installateur, maar merkt wel op dat het een uitdaging is om bewoners zover te krijgen dat ze zich gaan verdiepen in het ventilatiesysteem. “Als je ze een handleiding meegeeft, is de kans groot dat ze die niet gaan lezen. De jongere generatie bereik je sowieso beter via Youtube filmpjes. Eigenlijk zou je van tevoren al onderhoudsmomenten moeten inplannen. Maar ja, ook daar loop je al snel tegen een weerbarstige praktijk aan. Zo is het vaak bij scholen een ‘crime’ om een geschikt tijdstip te vinden. Overdag gaat niet omdat het gebouw in gebruik is, dus dan moet het ‘s avonds of in het weekend gebeuren. Die afstemming gaat niet altijd even makkelijk.”

Opsporen
Er zijn zogenaamde ‘snuffelaars’ op de markt waarmee de bron van de stank kan worden achterhaald, vertelt Wijma. “Maar meestal is het een kwestie van gezond verstand. Redeneer terug naar de bron.” Noya Mahn is het met hem eens. “Het is belangrijk om goed door te vragen bij klanten. Probeer erachter te komen hoe lang ze al last hebben van stank of het continu is of periodiek, op welke plekken en neem het ventilatiesysteem of de LBK grondig onder de loep.” Soms zijn klanten wat weifelend, zien ze op tegen al die inspectiewerkzaamheden. “Het kan helpen als je ze nog eens duidelijk maakt dat een goed werkend ventilatiesysteem energie bespaart en daarmee dus ook geld”, weet Noya Mahn uit ervaring.

Regelmaat
Daarnaast is het van belang om uit te leggen wat er gebeurt als ze het probleem niet aanpakken of sowieso het onderhoud laten versloffen. “Wijs je klanten op de gezondheidsklachten waar ze last van kunnen krijgen. Oogirritatie, vermoeidheid, benauwdheid, meer problemen met astma en dergelijke...” Zelf adviseert de installateur zijn klanten altijd om 1x per jaar onderhoud te laten plegen als ze een gebalanceerd ventilatiesysteem hebben. “En bij natuurlijke ventilatiesystemen raad ik aan om minimaal 1x per jaar 2 jaar, maar liever nog 1x per jaar onderhoud te laten plegen”, vult Wijma tot slot aan 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.n

 

Gezond binnenmilieu

Vanwege de huidige corona-crisis ligt de focus bij scholen veelal op CO2 gestuurde regelingen. Ook de overheid stelt dit als ...

Slim klimatiseren: kinderen verwarmen school

In deze tijden van Corona is er volop aandacht voor ventilatie. Ook bij scholen. Volgens Carl-peter Goossen wordt het tijd ...

Luchtreiniger voor filteren aerosolen

WOLF lanceert de nieuwe AirPurifier: een luchtreiniger voor het filteren van aerosolen uit de lucht. De luchtreiniger is ontworpen voor ...

Toilet met ingebouwde geurafzuiging

Het DuraSystem premium plus biedt naast een hygiënische spoeling een bijzondere functie: een geïntegreerde geurafzuiging waardoor onaangename luchtjes direct bij ...