Category Archives: Algemeen

Techniekonderwijs wordt populairder bij meisjes

Gepubliceerd op

Meisjes op havo, vwo en mbo kiezen vaker dan tien jaar geleden voor een technische richting. Op het vmbo en het hoger onderwijs steeg het percentage meisjes dat voor een technische richting koos licht. Technische opleidingen zijn nog steeds het meest populair bij jongens. Dat blijkt uit CBS-cijfers over het schooljaar 2017/’18.

In het schooljaar 2006/’07 koos 2 procent van de havo-meisjes en 6 procent van de vwo-meisjes voor Natuur en Techniek, waarbij wiskunde b, natuur- en scheikunde verplicht zijn. In 2017/’18 was dit toegenomen tot respectievelijk 10 procent en 28 procent. Deze stijging werd ingezet in het schooljaar 2007/’08, toen de vernieuwde tweede fase werd ingevoerd. Hierdoor werd het eenvoudiger om de profielen Natuur en Techniek én Natuur en Gezondheid te combineren in een vakkenpakket. Vooral meisjes in het vwo kozen na de invoering van de vernieuwde tweede fase voor zo’n dubbelprofiel. Natuur en Techniek is nog steeds het populairst bij jongens. Ook jongens kozen de afgelopen tien jaar vaker voor dit profiel, maar het verschil met de meisjes is kleiner geworden.

Onder meisjes op het vmbo is Techniek de minst gekozen sector. In het schooljaar 2017/’18 koos 4 procent van de meisjes en 33 procent van de jongens in de leerjaren 3 en 4 van vmbo-b, vmbo-k en vmbo–g voor zo’n opleiding. Het percentage techniekmeisjes is tussen de schooljaren 2011/’12 en 2016/’17 toegenomen van 3 procent naar 4 procent. Het percentage techniekjongens daalt al sinds 2003/’04. Sinds 2007/’08 kent het vmbo de intersectorale programma’s, die ten koste van andere sectoren populairder werden. Technische vakken zijn vaak een onderdeel van deze programma’s.

Sinds het schooljaar 2010/’11 halen meisjes op het mbo steeds vaker een technisch diploma. Toen deed 6 procent van de meisjes op het mbo zo’n opleiding en dit groeide naar 11 procent in 2015/’16. Vervolgens daalde het naar 10 procent een jaar later. Bij de jongens daalde dit aandeel juist van 46 procent (schooljaar 2010/’11) naar 41 procent (2016/’17). Meisjes halen meestal techniekdiploma’s op andere terreinen dan jongens, zoals de kleding- en schoenenindustrie en vormgeving en audiovisuele productie.

Hoewel meer meisjes (en jongens) in havo en vwo een technisch profiel kiezen, neemt de keuze voor techniek in het hoger onderwijs nauwelijks toe. Het aandeel vrouwen dat in het hoger onderwijs een diploma Techniek, industrie en bouwkunde haalt, nam tussen de studiejaren 2006/’07 en 2015/’16 toe van 2 procent tot 3 procent. In het laatstgenoemde collegejaar lag dit aandeel bij de jongens op 15 procent. Confectie, textieltechniek, stedenbouwkunde en biotechnologie zijn voorbeelden van studierichtingen die meer door vrouwen dan door mannen worden gekozen.

“De hybride warmtepomp is geen sjoemeldiesel”

Gepubliceerd op

Arie en Martin Kroon namen het vorige week in de Volkskrant op tegen de hybride warmtepomp en daarbij zijn ze behoorlijk uit de bocht gevlogen. Door de warmtepomp met een sjoemeldiesel te vergelijken, slaan ze de plank volledig mis. De warmtepomp zal de komende jaren uitgroeien tot een ware versneller van de energietransitie. Eind maart presenteerde installatiekoepel UNETO-VNI samen met diverse partners een manifest dat veel heeft losgemaakt. Helaas hebben de heren Kroon en Kroon niet de moeite genomen dat manifest ook daadwerkelijk te lezen.

In het manifest pleiten we voor een hogere rendementseis voor verwarmingsinstallaties. Dat moet ertoe leiden dat we in Nederland vanaf 2021 geen traditionele, gasgestookte cv-ketels meer plaatsen. In plaats daarvan stappen we over op hybride systemen: een elektrische warmtepomp die alleen op piekmomenten nog gebruik maakt van aardgas.

Volgens de heren Kroon wordt de elektriciteit die nodig is voor de warmtepomp grotendeels opgewekt met fossiele energie. Dat is juist, maar daarbij staren ze zich blind op de situatie van vandaag en gaan ze voorbij aan de technologische ontwikkelingen. Binnen afzienbare tijd maken we kennis met nieuwe toepassingsmogelijkheden van zonne-energie, zoals integratie in daken, gevels en ramen. De elektriciteit van zonnepanelen kunnen we binnenkort opslaan, terwijl ook het landelijk elektriciteitsnetwerk duurzamer wordt dankzij nieuwe zonnevelden en windparken. Een warmtepomp zonder CO2-uitstoot is op termijn wel degelijk bereikbaar.

Net als Arie en Martin Kroon vinden wij dat we het energieverbruik moeten terugdringen door isoleren en optimaal inregelen. Maar terwijl we dat doen, moeten we óók innoveren. Om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen, hebben we alle opties nodig. En zeker de hybride warmtepomp, die óók goed toepasbaar is in oudere, minder goed geïsoleerde huizen. 

In het manifest dat wij aan Diederik Samsom hebben overhandigd, staat niet dat wij de cv-ketel in 2021 willen verbieden. Wat we wél voorstellen is een rendementseis voor verwarmingsinstallaties. In de praktijk zal in de meeste gevallen alleen een combinatie van een cv-ketel met een duurzaam alternatief (hybride warmtepomp of zonneboiler) aan die eis kunnen voldoen. Tegelijkertijd pleiten we voor de beschikbaarheid van woning-gebonden financieringsmogelijkheden. Bovendien stellen we nadrukkelijk dat de duurzame systemen beter en compacter moeten worden en minder geluid moeten maken. Alternatieve oplossingen, zoals aansluiting op een warmtenet, sluiten wij natuurlijk niet uit.

Volgens de heren Kroon wijzen fabrikanten en installateurs duurzame koudemiddelen in de warmtepompen af. Dat is onjuist. Conform EU-afspraken uit 2013 stappen fabrikanten steeds vaker over op milieuvriendelijke alternatieven. Een andere bewering: jaarlijks lekt 6 procent koudemiddel weg. Complete onzin. Het circuit is hermetisch gesloten en volledig van metaal. Daar lekt geen druppel uit weg. Daarnaast moeten monteurs voldoen aan strenge eisen. Ze moeten beschikken over een zogenaamd F-gassencertificaat.

Als uitsmijter komen Arie en Martin Kroon aanzetten met ‘de grootste bottleneck’: het tekort aan technische vakmensen. Hadden de heren de media een béétje gevolgd, dan zouden ze weten dat wij geen gelegenheid onbenut laten om publiek en politiek op die uitdaging te wijzen. En we constateren het niet alleen, we dóen er ook iets aan. Met een grootschalig opleidingsprogramma stomen we onze technici klaar voor nieuwe technieken.

Gemopper en gebrek aan durf helpen het klimaat en de Groningers niet verder. Voor een CO2-neutrale gebouwde omgeving is een vooruitstrevend beleid nodig, veel enthousiasme én goede ideeën. Die inzet mogen we van iedereen verwachten; óók van experts zoals Arie en Martin Kroon. 

Doekle Terpstra
Voorzitter UNETO-VNI

Herziene NEN 6090 voor bepaling vuurbelasting gepubliceerd

Gepubliceerd op

NEN heeft de herziene norm NEN 6090 ‘Bepaling van de vuurbelasting’ gepubliceerd. De norm is herzien omdat de vorige versie uit 2006 verouderd was en door nieuwe ontwikkelingen niet genoeg informatie meer bood. Belangrijkste wijziging is dat er nu onderscheid wordt gemaakt tussen permanente vuurbelasting en variabele vuurbelasting.

Methode
NEN 6090 geeft voorts een methode voor de experimentele bepaling van de netto-verbrandingswaarde van materialen. Indien wordt afgezien van deze bepaling, kunnen ook de waarden worden gebruikt volgens de informatieve bijlagen B en C van deze norm.

Bouwbesluit 2012
Met de herziening is de terminologie van NEN 6090 in lijn gebracht met die van het Bouwbesluit 2012. Daarnaast is de informatieve bijlage B uit 2006 vervangen door een nieuwe bijlage met kentallen voor het bepalen van de permanente vuurbelasting. Bovendien is in de informatieve bijlage D een voorbeeldberekening opgenomen van de permanente vuurbelasting van een kantoorgebouw, waarbij gebruik wordt gemaakt van bijlage B. Tot slot is een bibliografie toegevoegd.

Legionella in aanleunwoningen aangetroffen

Gepubliceerd op

In het Zuid-Hollandse Oudewater is legionella aangetroffen in aanleunwoningen aan de Prinses Margrietstraat. Volgens de berichtgeving dreigt er geen acuut gevaar voor de bewoners. Eigenaar woningcorporatie De Woningraat heeft laten weten direct actie te zullen ondernemen. Als eerste maatregel worden de woningen gedesinfecteerd. De GGD volgt alles op de voet. Ook is een gespecialiseerd adviesbureau ingeschakeld om te adviseren over de aanpak van de bacterie.

Den Haag stopt 8 miljoen in fonds voor verduurzaming huizenvoorraad

Gepubliceerd op

De gemeente Den Haag richt een duurzaamheidsfonds op voor eigenaren die hun koopappartement willen verduurzamen. De gemeente steekt zes miljoen euro in het fonds voor kleine Verenigingen van Eigenaren (VvE). Vanuit Brussel komt daar nog eens twee miljoen euro bij. Eigenaren van appartementen of portiekwoningen onder één kap kunnen dan tegen een voordelige rente tot 15.000 euro lenen. Dat maakte wethouder Joris Wijsmuller bekend op de ‘duurzaamheidsmarkt’ in de Hofstad. Het biedt kansen voor de installateur, want de vraag naar nieuwe installaties zal alleen maar toenemen.

Momenteel is het voor de 20.000 kleine VvE’s in Den Haag nog erg moeilijk om groot onderhoud te financieren. De Hofstad heeft de ambitie om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Volgens Wijsmuller is het fonds een stap in de goede richting om de bestaande huizenvoorraad te verduurzamen, aldus het AD.

[related_post themes=”text”]

Vraaggestuurde natuurlijke ventilatie gecombineerd met doekzonwering

Gepubliceerd op

Met het oog op het ontzorgen van zowel de bewoners als het verzorgend personeel in zorginstellingen heeft Duco het ‘Duco at Care’ concept ontwikkeld. Dit concept is recent toegepast in zorginstelling ZuidEsch, een 24 meter hoge woontoren met 34 appartementen. Marketingmanager Hendrik Dejonghe van Duco: “In samenspraak met de diverse betrokken partijen hebben we het complete gebouw voorzien van een mix van Vraaggestuurde natuurlijke ventilatie – op basis van CO2- en vochtsturing – én doekzonwering.”

Meer dan 200 roosters
“Het DucoTronic System zorgt ervoor dat iedereen op elk moment van de dag kan genieten van een gezonde, comfortabele en energiezuinige leefomgeving”, vervolgt Dejonghe. “Dit systeem maakt gebruik van de TronicTwin 120 AK, een elektronisch gestuurd ventilatierooster met geïntegreerde zonwering in één, dat alleen ventileert waar en wanneer nodig, en in de juiste hoeveelheid. Er zijn 212 van deze roosters in ZuidEsch geïntegreerd, waarvan 140 met zonwering. De zonwering is verbonden met een zon-/windautomaat die de textieldoeken laat zakken als de zon doorbreekt en automatisch optrekt bij een toenemende windkracht.”

Evenwicht
De elektronisch gestuurd ventilatierooster zorgen continu voor een optimaal evenwicht tussen voldoende daglicht en een efficiënte afscherming van de zonnestralen. Extra akoestische dempingsmateriaal zorgt ervoor dat er zo min mogelijk geluidsoverlast is. Om ophoping van vervuilde en vochtige lucht te vermijden, is elk appartement voorzien van een mechanische ventilatiebox van het type DucoBox Focus, die zorgt voor een efficiënte, zonale luchtafvoer.

Tevreden
“Aanvankelijk had ZuidEsch af te rekenen met wat kinderziektes door een te hoge concentratie bouwvocht”, stelt Duco’s marketingmanager. “Maar dankzij de goede werking van het ventilatiesysteem bleek het vochtpercentage al na enkele weken te zijn gezakt van negentig naar ruim onder de beoogde zestig procent, tot volle tevredenheid van de bewoners.”

 

In mei start leerschool voor toekomstige domoticaspecialisten

Gepubliceerd op

Smart Homes start de Smart Homes Academy, een leerschool voor de toekomstige domoticaspecialist. Deze leerschool beoogt professionals tot specialist te vormen en een brug te slaan tussen installatie en technologie. In de maand mei trapt de Academy, in samenwerking met Hestia, af met een KNX basiscursus. Deze cursus richt zich op service- en onderhoudsmonteurs, projectleiders, werkvoorbereiders en E-technici.

Doel van de cursus is om deelnemers zowel technisch als commercieel inzicht te geven in een installatie opgebouwd uit KNX componenten. Bij behalen van het examen zijn cursisten in staat om een dergelijke installatie uit te leggen en vanuit een oplossingsvraag te ontwerpen, realiseren en implementeren. Per cursus kunnen maximaal acht deelnemers meedoen.

Doorpakken
“De KNX-cursus vormt een mooie start van de Smart Homes Academy maar we willen doorpakken”, vertelt Corien van Berlo, algemeen directeur Smart Homes. “IP & Domotica staat als volgende op ons verlanglijstje maar in de toekomst zullen zeker meer cursussen volgen. Momenteel voeren we met verschillende leden uit de Smart Homes Partnercommunity en ook externe partijen gesprekken over mogelijke samenwerking en opleidingsaanbod.”

De cursussen van de Smart Homes Academy vinden plaats in Eindhoven. De opleidingen worden gehouden in het Evoluon, waar zich in de achtertuin ook de Slimste Woning van Nederland bevindt. Deelname bedraagt €1.450,-. Dit is inclusief catering gedurende de cursusdagen en het examen. Data: maandag 22 mei, dinsdag 23 mei, maandag 28 mei, dinsdag 29 mei en vrijdag 2 juni.

Actualisatie ‘woning APK’ van start gegaan

Gepubliceerd op

De NTA 8025 voor korte inspecties van woninginstallaties wordt herzien. Deze Nederlandse Technische Afspraak vormt een basis voor de ontwikkeling van een nationale norm NEN 8025. Begin deze maand vond de kick-off plaats van de herziening. Tijdens deze bijeenkomst werd er vooral gesproken over de methodiek achter de periodieke beoordeling van de woninginstallatie. De planning is dat de norm binnen een jaar gepubliceerd wordt.

Werkwijze van NTA naar NEN
Een groep van specialisten uit verschillende vakdisciplines is van start gegaan om de bestaande NTA 8025 aan te laten sluiten op de huidige technieken. Om de doorlooptijd binnen de perken te houden, is ervoor gekozen om sub-werkgroepen te formeren. Elke groep behandelt één onderwerp: gas (incl. ventilatie), water (incl. riool), elektra en gebruikers. Met deze laatste groep worden de gebruikers van de inspecties bedoeld. Denk hierbij aan woningbouwcoöperaties en woningbeheer.

Klimaatbeheersing is beste remedie om klimaatschade aan kunst te voorkomen

Gepubliceerd op

Mondiaal zijn er forse veranderingen in temperatuur en luchtvochtigheid die kunnen leiden tot schade aan kostbare kunstschatten. Een groot deel daarvan ligt opgeslagen in kerken, kastelen of andere oude gebouwen zonder klimaatbeheersingssystemen. In haar proefschrift toont TU/e promovenda Zara Huijbregts aan dat in deze gebouwen klimaatverandering kan leiden tot schade aan historische kunst. De beste remedie om deze schade te voorkomen is volgens haar het aanbrengen van goede klimaatbeheersing.

In haar onderzoek analyseerde Huijbregts de impact van klimaatverandering op het binnenklimaat van gebouwen, en op het lokale klimaat binnen afzonderlijke ruimtes in gebouwen tot op de kunstobjecten zelf. Voor dit laatste onderdeel liet zij onder andere in samenwerking met het Rijksmuseum in Amsterdam en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed laboratoriumtests uitvoeren voor het vaststellen van biologische, mechanische of chemische schade.

Verhoging van de luchtvochtigheid
Uit een lokale uitwerking van de modellen van het IPCC blijkt dat in West Europa de grootste klimaatveranderingen zich zullen uiten in een verhoging van de luchtvochtigheid. Om de effecten hiervan op het binnenklimaat van historische gebouwen te bepalen onderzocht Huijbregts het 17e eeuwse Kasteel Amerongen en een 13e eeuws kasteel in België . Uit haar analyses bleek dat klimaatverandering op de lange termijn tot een drie maal snellere schimmelgroei kan leiden, veroorzaakt door zowel een toenemende temperatuur als luchtvochtigheid. Een ander groot risico zit volgens Huijbregts in overstromingen, veroorzaakt door vaker voorkomende extreme neerslag en buiten de oevers tredende rivieren. Daarbij is niet de directe waterschade de grootste boosdoener, maar vooral de extra hoge luchtvochtigheid in gebouwen wanneer vloeren blank komen te staan.

Schade aan wandschilderingen
Om de gevolgen op het niveau van de kunstobjecten te analyseren, onderzocht Huijbregts een antiek houten kabinet in het 17e-eeuws Kasteel Amerongen en wandschilderingen in het 18e-eeuwse Hofkeshuis te Almelo. De schade bij het kabinet was niet toe te schrijven aan klimaatveranderingen uit het verleden, maar uit eerdere verplaatsingen van het object en een overstroming van de slotgracht. Bij de wandschilderijen bleek een positief verband te bestaan tussen de verzeping (vermenging) van de verflagen en de hoogte van de oppervlaktetemperatuur. Hieruit volgt dat eventuele toekomstige temperatuurverhogingen als gevolg van klimaatverandering tot verhoogde schade van wandschilderingen kunnen leiden.

Goede klimaatbeheersingssystemen
De beste remedie om klimaatschade aan kunstobjecten in oude gebouwen te voorkomen is volgens Huijbregts het aanbrengen van goede klimaatbeheersingssystemen. Bij de vakgroep ‘Bouwfysica voor monumenten’ aan de faculteit Bouwkunde zijn inmiddels twee nieuwe promotietrajecten gestart om deze klimaatsystemen voor kunstbehoud binnen monumentale gebouwen te ontwikkelen.

Zara Huijbregts verdedigde op 12 april haar proefschrift ‘Experimental and numerical analysis of climate change induced risks to historic buildings and collections’ aan de Technische Universiteit Eindhoven.

Viega en Wilo organiseren webinar over circulatieleidingen

Gepubliceerd op

De circulatieleiding voor warm tapwater wordt steeds vaker toegepast. In grotere woningbouwprojecten, maar ook bij hotels, renovatie of herbestemming van leegstaande kantoren vormt de ringleiding voor tapwater en de bijbehorende techniek een uitdaging. Een goed ontwerp en correcte uitvoering bepalen het tapwatercomfort, maar hoe gaat dit zo energie-efficiënt mogelijk? Viega en Wilo organiseren hierover op 18 mei a.s. een gratis webinar.

Circulatieleiding
Circulatieleidingsystemen laten het warme water voortdurend in de warmtapwaterinstallatie circuleren en worden onder meer ingezet in de stapelbouw. Het circulatiesysteem bestaat uit ringleidingen en/of deelringen waarin warm water circuleert en uittapleidingen waarmee het warme water naar de kranen van bijvoorbeeld douche, bad, wastafel en keuken wordt gevoerd. In veel gevallen valt de keuze op een circulatiesysteem primair om comfort-overwegingen. Dat comfort uit zich bijvoorbeeld in de korte tijd die verloopt (wachttijd) tussen het opendraaien van het tappunt van warmtapwater (kraan) en het bereiken van de maximale temperatuur aan het tappunt. Maar naast comfortredenen kan het warmwatercirculatiesysteem ook uit energetisch en economisch oogpunt het meest aantrekkelijke alternatief zijn. Daarvoor moet echter wel aan een aantal spelregels worden voldaan.

Tot op componentniveau
In dit webinar knopen specialisten en ervaringsdeskundigen de theorie aan de praktijk, tot op componentniveau. Welke oplossingen biedt de techniek zodat de circulatieleiding vooral comfort en energiebesparing oplevert in plaats van klachten over drukverlies, onvoldoende warmte of zelfs legionella. De uitleg wordt gedaan aan de hand van twee concrete cases, waarbij leidingsysteem, drukverhoging, doorstroming, rol van de pomp, de appendages en de inregeltechniek ter sprake komen.

Aan het woord komt de onafhankelijk adviseur op het gebied van drinkwaterveiligheid Oeds Kuipers, directeur Kuipers Drinkwater Security. Namens Viega en Wilo treden Rober van Oosterwijk respectievelijk Hans Klopper op als ervaringsdeskundigen.  

Dit webinar is interessant voor installatie-adviseurs, installatiebedrijven, opdrachtgevers, overheid, corporaties, aannemers, bouwadviesbureaus.

Aanmelden voor het webinar

Gratis webinar over nieuwe regelingen voor woningventilatie

Gepubliceerd op

Onlangs keurde de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen goed. Een belangrijk doel daarvan is om marktpartijen in de bouw verantwoordelijk te maken voor kwaliteitsborging. KvINL en ISSO willen installatiebedrijven helpen om zich daarop voor te bereiden. Zo ontwikkelen ze uniforme KvINL-erkenningsregelingen en -certificeringsregelingen. Op donderdag 11 mei geven Wil van Ophem van KvINL en Marco Hofman van ISSO een kosteloos webinar waarin zij uitleg geven over deze nieuwe regelingen voor woningventilatie.

“We organiseren dit webinar omdat we opnieuw de aandacht willen vestigen op kwaliteit voor woningventilatie”, zegt projectleider Marco Hofman van ISSO, tevens secretaris bij KvINL. “Dat is nog steeds niet goed georganiseerd in de bouw- en installatiewereld. Als straks de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen van kracht is, naar verwachting vanaf 2018, dan zijn de bouwer met zijn installateur verantwoordelijk voor het binnenmilieu van woningen.” Omdat nu de eerste KvINL-erkenningsregeling ‘nieuwe stijl’ voor Woningventilatiesystemen klaarligt, vinden ISSO en KvINL dit een goede aanleiding om het webinar te houden. Deze nieuwe erkenning is de eerste van een reeks in de nieuwe stijl erkenningsregelingen die verschijnen. Medio 2017 komen er nog circa tien bij voor andere installatieproducten.

Voorbereiden op wetgeving
Tijdens het webinar zal Wil van Ophem onder meer toelichting geven op de instrumenten voor kwaliteitsborging die KvINL samen met ISSO ontwikkelde. Zo zal hij het verschil verklaren tussen de KvINL-certificering en –erkenning. “Dat zit hem vooral in de mate van kwaliteitsborging”, geeft Van Ophem aan. “Een erkend installateur doet heel veel controle zelf en krijgt af en toe extra controle van een externe partij. Bij de certificering is de externe controle zwaarder en veel regelmatiger. We denken dat de erkenningsregeling meer past bij installateurs op de particuliere markt, en het certificaat meer bij de business-to-business markt.” Ook zal hij uitleggen hoe bedrijven zich goed kunnen voorbereiden op nieuwe wetgeving, zoals de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen en Besluit Bouwwerken Leefomgeving.

Eisen aan vakbekwaamheid
Marco Hofman vertelt 11 mei meer inhoudelijk over woningventilatiesystemen. Hij gaat onder meer in op het verschil met de huidige erkenningsregelingen. Ook de eisen die KvINL stelt aan het installatiebedrijf, vakbekwaamheid van het personeel, meetmiddelen en controle op ontwerp, installatie en onderhoud komen aan bod. Van Ophem: “We delen op 11 mei zeer nuttige informatie kosteloos met de installatiesector. Ik hoop dat bedrijven de kennis benutten.”

Het webinar is op donderdag 11 mei van 12.00 uur tot 13.00 gratis live te volgen. Vooraf aanmelden is noodzakelijk. Het webinar komt na 11 mei beschikbaar op het ISSO YouTube kanaal. 

Vice-voorzitter Uneto-VNI Claudia Reiner wint duurzaamheidsprijs

Gepubliceerd op

Claudia Reiner heeft de ABN Amro Duurzame 50 gewonnen. De vice-voorzitter van Uneto-VNI en directeur van Caris & Reiner leidde de top 3, die verder bestond uit Biense Dijkstra (2) en Thomas Rau (3). De prijs is een jaarlijkse erkenning van een persoon die over genoeg daadkracht, charisma, contacten en visie beschikt om de gebouwde omgeving te verduurzamen. Petran van Heel, Sector Banker Bouw van ABN Amro. “Verduurzamen kun je niet alleen, goede partners en het uitwisselen van kennis zijn daarbij essentieel.”

‘Oscar’
Dit jaar bestond de vakjury uit onder anderen Marc Hopman, Natalie Hofman, Maarten Vermeulen en Maxime Verhagen. Door de Duurzame 50 te winnen vormt Claudia Reiner de juryvoorzitter van de verkiezing van volgend jaar. Reiner kreeg de prijs overhandigd door Jan Willem van de Groep en gastvrouw Pernille La Lau. “Als je je al jaren bezighoudt met verduurzaming voelt dit als een Oscar”, liet zij weten over de winst.

Actieve rol
Naast haar vicevoorzitterschap van Uneto-VNI en haar actieve rol binnen de programmacommissie Energie is Reiner initiatiefnemer van branche-overstijgend samenwerken met het convenant Ketensamenwerking Bouwsector. Als oprichter van het Platform Ketensamenwerking Zuid levert ze een actieve bijdrage aan vernieuwing en verandering in de bouwsector. Reiner is tevens voorzitter van het Platform Duurzame Huisvesting, een samenwerkingsverband tussen branche-, koepel- en kennisorganisaties die een belangrijke rol spelen bij de verduurzaming van bestaande bedrijfshuisvesting.

Young Professional Award
Nieuw dit jaar was de Young Professional Award, die werd uitgereikt aan de meest veelbelovende toekomstige groene leider. Medeoprichter Suze Gehem van De Groene Grachten won de eerste editie van deze kersverse verkiezing. Ze maakte haar passie voor duurzaamheid meteen concreet. “Over een aantal weken is de eerste all electric studentenvereniging van Nederland een feit”, aldus Gehem.

Ontbijtsessie circulaire economie met Thomas Rau

Gepubliceerd op

De ontwikkelingen in techniek gaan snel. Eén van die ontwikkelingen is de transitie naar een circulaire economie. Het verhaal van de circulaire economie heeft een enorme impact op de manier waarop we nu en in de toekomst ons geld verdienen. Het betekent nu keuzes maken én stappen vooruitzetten. Maar weten bedrijven in de bouwkolom wel de noodzakelijke stappen te zetten? BIMpuls® en stichting De Bouwcampus organiseren hierover op 20 april a.s. een ontbijt met architect Thomas Rau.

Thomas Rau en directeur van BIMpuls® Theo Ockhuijsen gaan in gesprek over de noodzaak van de transitie naar een circulaire economie, de enorme impact die circulaire economie heeft op de manier waarop we nu en in de toekomst ons geld verdienen én de eerste concrete stappen voorwaarts. Het ontbijt vindt plaats van 08.00 tot 10.00 uur op De Bouwcampus in Delft: ontmoetingsplek waar partijen samen oplossingen creëren voor vraagstukken op het gebied van wonen, werken en leven. Ook is er een mogelijkheid deel te nemen aan de aansluitende keukentafelgesprekken tussen 10.00 tot 11.15 uur met Thomas Rau en BIMpuls® om daadwerkelijk eerste concrete stappen voorwaarts te zetten. Aanmelden of meer informatie: http://debouwcampus.nl/actueel/evenementen/agenda/evenementen/ontbijtsessie

Kennis over duurzame oplossingen nog ontoereikend

Gepubliceerd op

De behoefte aan duurzame oplossingen in de woningmarkt neemt toe, maar de kennis is nog niet voldoende toereikend. Dit blijkt uit de adviesgesprekken die Vaillant Group voert middels het onlangs gepresenteerde TPAonline. Via deze tool kunnen adviseurs, architecten en aannemers gratis online adviesgesprekken voeren met deskundigen. Er blijken vooral veel vragen te zijn over warmtepompen en subsidies en het combineren van energiebesparende maatregelen bij het verduurzamen van bestaande en nieuwbouwwoningen.

Te weinig kennis duurzame oplossingen
Sinds de introductie zijn er meer dan 100 gesprekken gevoerd met klanten die vragen hebben of tegen problemen aanlopen. Ruim 60% van de gesprekken gaat over warmtepompsystemen. Dat er zoveel vragen zijn, laat zien dat adviseurs, architecten en ondernemers er alles aan willen doen om de kansen op het gebied van duurzaamheid te benutten, aldus Vaillant.

Er worden ook veel vragen gesteld over nieuwbouwprojecten van vrijstaande woningen en hoe deze zo duurzaam mogelijk gemaakt kunnen worden. Ook komen er vragen vanuit verhuurders die eraan denken om hun woningen te verduurzamen en hierbij gebruik willen maken van de beschikbare subsidies. En veel architecten inventariseren op dit moment welke systeemcombinaties er mogelijk zijn voor een zo optimaal mogelijk duurzame woning.

Laagdrempelig
Via het online boekingsformulier is het mogelijk om binnen 2 uur een gesprek te plannen met een adviseur van Vaillant. De laagdrempeligheid en mogelijkheid tot snel schakelen maakt het voor veel architecten en aannemers een interessante mogelijkheid om advies te ontvangen. Verder is het gemakkelijk om samen bijvoorbeeld te kijken naar EPC-berekeningen, omdat er kan worden meegekeken op het scherm. Zo kan de adviseur samen met de klant stap voor stap alles eenvoudig doornemen, wat veel voordelen heeft ten opzichte van een telefoongesprek.

Mark van de Ree, Sales Engineer Vaillant Group Netherlands: “De reacties die we tot nu hebben gekregen op de tool zijn zeer positief. Onze klanten zien de gesprekken als handig, informatief en prettig. De diversiteit in de gesprekken is groot, waardoor we merken dat er op veel vlakken behoefte is aan advies. De gesprekken die we voeren zijn ook voor ons zeer nuttig, omdat het inzicht geeft in de vragen die leven in de markt en de wensen van partners en eindgebruikers. Wij vinden het erg belangrijk om architecten, adviseurs en aannemers zo goed mogelijk te informeren en ondersteunen en gebruiken daarom de inzichten die we krijgen om onze informatievoorziening en advies verder te optimaliseren.”

Proef met vijf thuisbatterijen in NOM-woningen

Gepubliceerd op

BAM is een pilot gestart met de installatie van vijf thuisbatterijen in NOM-woningen in Heerhugowaard. De jaren ’70 wijk waar de woningen staan, is eerder door BAM gerenoveerd naar Nul op de Meter. Bij de selectie van de woningen is gekeken naar een zo goed mogelijke afspiegeling van het type huishoudens in de wijk, waardoor het eventuele verschil in energiegebruik goed in kaart gebracht kan worden. Naast de data die gemeten wordt, is er ook aandacht voor de ervaringen van de bewoners. Hoe bevalt het, waar lopen ze tegen aan en welke vragen zijn er? De pilot heeft een looptijd van twee jaar en de eerste resultaten worden over een half jaar verwacht.

Pieken en dalen
Bij een aardgasloze wijk met energieneutrale huizen zoals NOM-woningen is sprake van pieken en dalen in de stroom van elektriciteit. In de winter is de vraag naar stroom groot terwijl in de zomer juist een overschot aan energie wordt opgewekt. De overtollige energie die wordt opgewekt door de zonnepanelen wordt teruggeleverd aan het net. Het grootschalig opwekken van energie zorgt voor extra belasting op het energienetwerk. Met de thuisbatterij ondervangt BAM dit probleem gedeeltelijk. De opslag resulteert in een lagere belasting van het energienetwerk, wat het voor de netbeheerder eventueel mogelijk maakt kostbare investeringen, ten behoeve van de capaciteit op het elektriciteitsnetwerk, te minimaliseren.

De ontwikkeling van deze batterij is het resultaat van het REnnovates programma. REnnovates is een onderzoek – innovatieproject dat is geïnitieerd door BAM en negen Europese consortiumpartners. Lees meer op www.rennovates.com

Toegenomen werkvoorraad in woningbouw en utiliteit

Gepubliceerd op

In februari is de werkvoorraad in de bouw met twee tiende maand gestegen naar 8,5 maanden. Hiermee nadert de voorraad weer het topniveau van afgelopen december. De toename is volledig toe te rekenen aan een stijging in de burgerlijke- en utiliteitsbouw, waar de orderportefeuille met vier tiende maand toenam tot 9,5 maanden. De orderportefeuille in de woningbouw steeg met vier tiende maand tot 9,8 maanden. De werkvoorraad in de utiliteitsbouw nam met drie tiende maand toe tot 9,1 maanden.

Ongeveer driekwart van de bouwbedrijven gaf aan geen stagnatie in onderhanden werk te ondervinden. Eén op de acht bouwbedrijven ondervond stagnatie als gevolg van onvoldoende orders. In de woningbouw was een tekort aan personeel de belangrijkste reden voor stagnatie in onderhanden werk. Voor de andere sectoren was dit een tekort aan orders.

Bijna zes op de tien bedrijven beoordelen hun huidige orderpositie als normaal, ongeveer een kwart beschouwt de positie als groot. Ongeveer 70% van de bedrijven verwacht geen personeel aan te trekken, terwijl een kwart verwacht extra personeel in dienst te nemen. Ongeveer een derde van de bedrijven verwacht de tarieven te zullen verhogen, terwijl ongeveer twee derde van de bedrijven verwacht dat de tarieven gelijk blijven.

Dit blijkt uit de conjunctuurmeting in de bouwnijverheid van februari 2017 van het Economisch Instituut voor de Bouw. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ongeveer 350 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.

Offline app vereenvoudigt legionellabeheer

Gepubliceerd op

Legionellabeheersplannen blijven verplicht, ook voor kleine prioritaire installaties. De uitvoering kan en mag in veel gevallen wel eenvoudiger dan nu vaak het geval is. Dat meldde het Ministerie van Infrastructuur en Milieu onlangs in een brief aan de Tweede Kamer, als reactie op vragen om versoepeling van de regels. Voor eenvoudige en zekere legionellabeheer heeft de start-up Legionella Dossier een digitale tool bedacht. Een offline app legt de uit te voeren taken uit en begeleidt hierbij. Bevindingen komen automatisch in een online dossier terecht.
Prioritaire instellingen als recreatiecentra, ziekenhuizen, hotels, gevangenissen, zwembaden en zorginstellingen zijn verplicht om hun leidingwaterinstallaties te beschermen tegen legionellabesmetting. Daarvoor moet een gecertificeerde adviseur een risicoanalyse en een beheersplan opstellen. Daar komen weer beheersmaatregelen uit die een technische dienst of de medewerkers van de instelling wekelijks of zelfs dagelijks moeten uitvoeren. Zoals het spoelen van kranen die niet in gebruik zijn, het loggen van de bevindingen en het rapporteren richting de verantwoordelijke manager. Het zijn arbeidsintensieve en complexe procedures voor mensen waarvoor dit geen dagelijkse kost is. Gert Oussoren kwam in 2016 met een oplossing waar hij een paar jaar op had gebroed: Legionella Dossier. Een offline app legt de uitvoerders eenvoudig hun taken uit en begeleidt hen erbij. Door de digitale temperatuuropnemer onder de kraan te houden, geeft de app exact aan hoe lang ze moeten spoelen. Bij een temperatuuroverschrijding, zet de app meteen extra vervolgcontroles in de planning. Na het controlerondje synchroniseert de uitvoerder de app en komen de bevindingen automatisch in het online dossier terecht, duidelijk omschreven of vertaald in grafiekjes.

Frisse blik, pragmatische oplossing
Oussoren, bedenker en oprichter van de startup Legionella Dossier: “De praktijk is nu vaak een gebruiksaanwijzing van 90 pagina’s, onnodig lang doorspoelen uit onzekerheid, natte papiertjes met bevindingen uit tikken in een digitaal verslag en facility managers die nooit zeker weten of alles wel naar behoren is uitgevoerd. We hebben daar met een frisse blik een pragmatische oplossing voor bedacht. De tijdwinst van deze beheerstool is enorm, bij een fulltime taak kan het een halve dag per week schelen, wijst bijvoorbeeld de praktijk uit bij Rijksuniversiteit Groningen. De uitvoerders krijgen plezier in hun werk en zien hun taken niet meer als lastig, maar belangrijk. De instellingen hoeven geen boetes te vrezen bij controle van het beheer.” Legionella Dossier is niet de enige beheerstool op de markt, het is wel de enige die daarbij een app biedt die de verslaglegging naar de verantwoordelijkheden volledig uit handen neemt. Bijzonder is ook dat de app rekening houdt met leegstaande ruimtes, een groeiend probleem in ziekenhuizen, hotels en gemeentelijke gebouwen. “Leegstand zorgt voor extra legionella-gevaar. Onze app heeft een extra doorvraag- en controlefunctie op leegstand”, geeft Oussoren aan.

Door ontwikkelen
Nederland telt ongeveer 20.000 prioritaire instellingen die verpliciht zjn om preventieve maatregelen te nemen tegen legionellabesmetting. Daarnaast is er nog een groot aantal gemeenten en bedrijven dat daar niet toe verplicht is, maar het belangrijk genoeg vindt om het toch te doen. Bij ruim 500 gebouwen is de beheerstool in gebruik. Oussoren verwacht dat de teller aan het eind van het jaar op een viercijferig getal uit gaat komen. “Zoals het ministerie aangeeft: legionellabeheer kan veel eenvoudiger dan veel instellingen dat nu aanpakken. Ons product bewijst dat het kan. En we zijn nog lang niet uit ontwikkeld. Zo zijn we bezig om de beoordelingen van watermonsters door laboratoria, direct te koppelen aan het dossier. Ook gaan we het pakket uitbreiden met een gebouwautomatiseringsproduct dat de temperatuur in de waterleidingen automatisch uitleest en naar het dossier stuurt. Verder is de app binnenkort ook beschikbaar voor Android-devices en optimaliseren we die constant op basis van ervaringen. Tot slot werken we aan een tool die extra inzicht biedt in de resultaten, trends detecteert en uitlegt. Stilstand is achteruitgang, dat geldt voor stilstaand water, maar ook voor ons bedrijf.”

Over Legionella Dossier:
Legionella Dossier is een jonge startup die digitale producten ontwikkelt voor legionellapreventie. Het eerste en belangrijkste product van het bedrijf is Legionella Dossier. Deze beheerstool bestaat uit:
– een app die alle procedures uitlegt, begeleidt, plant en vastlegt (spoelen, temperatuur meten, monstername, keerklepcontrole, controle van de verzegeling van brandhaspels);
– een bluetooth temperatuuropnemer, gekoppeld aan de app;

– een abonnement op een online omgeving die alle beheersmaatregelen vanuit de app vastlegt in een digitaal, actueel logboek.
Hiermee kunnen prioritaire instellingen voldoen aan hun preventieplicht en is 75% tijdwinst te boeken ten opzichte van traditionele manieren van inspectie en registratie. Een jaar na het uitkomen van de slimme beheers-app, heeft Legionella Dossier 8 medewerkers, 21 adviseurs als klant, en is de tool in ruim 500 gebouwen in gebruik. Legionella Dossier werkt samen met een netwerk van gecertificeerde (BRL 6010) adviseurs en dealers.

Cao opwarmactie bij Strukton Workshpere

Gepubliceerd op

Voorafgaand aan de vierde onderhandelingsronde voor de cao Metaal & Techniek houden een Paashaas en een Paaskip een ludieke actie voor de deur van Strukton Workshpere in Utrecht. “De werknemers in de metaal mogen niet het haasje worden van een cao die niet op de toekomst is voorbereid”, vindt FNV Metaal. “Zij verdienen een fatsoenlijke cao die aantrekkelijk is voor jong en oud.” De FNV wil met het voorgestelde ‘generatiepact’ de metaalsector, waartoe onder andere ook de installatiebranche behoort, aantrekkelijk maken voor jongeren en er tegelijkertijd voor zorgen dat ouderen het werk tot hun pensioen vol kunnen houden. Andere eisen zijn een fatsoenlijke loonsverhoging, meer vaste banen en het stapsgewijs afschaffen van jeugdschalen.

De volgende onderhandelingsronde is 12 april. Onder de cao Metaal & Techniek vallen 285.000 werknemers uit de installatiebranche, isolatie, metaalbewerking, carrosserie en goud- en zilvernijverheid.

Plug-en-play energiemodule voor energieneutrale woningen

Gepubliceerd op

LG heeft een energiemodule ontwikkeld om woningen te verduurzamen. De module bestaat uit een warmtepomp, zonnepanelen, sanitair warm water, ventilatie, energieopslag en energiemonitoring. Daarnaast levert LG een op maat gemaakte softwareoplossing voor het bedienen van deze module. De unit is opgebouwd als prefab-oplossing. De installateur installeert een plug-en-play-module, waardoor een F gassen-certificering geen verplichting is.

LG introduceert de totaaloplossing als eerste in de Jan van Scorelstraat in Leeuwarden. De sociale huurwoningen stammen uit de jaren zestig en zijn nu nog afhankelijk van gas. Om de woning wordt nu een soort schil gebouwd, met een dak met zonnepanelen, die ervoor zorgt dat de woning goed wordt geïsoleerd. Hierdoor gaat er weinig warmte verloren. De energie die wordt opgewekt, wordt binnen het huis gebruikt, waardoor de energiemeter op nul blijft staan.

Eén aanspreekpunt
“In de markt zagen wij dat veel installateurs een oplossing probeerden samen te stellen met producten van meerdere partijen en dit levert in de praktijk de nodige uitdagingen op”, vertelt Richard de Waal, Directeur Air Solutions bij LG Electronics Benelux. “Wij bieden nu een totaaloplossing waarvan alle producten, zowel software als hardware, worden geleverd door LG. Deze zijn helemaal op elkaar afgestemd. We geven er bovendien een unieke systeemgarantie op. Onze oplossing zorgt ervoor dat een woning volledig energieneutraal en gasloos kan worden gemaakt. Dit levert niet alleen een lage energierekening op, maar draagt ook bij aan een schoner milieu.”

Nettowinst technisch dienstverlener Unica ruim verdubbeld

Gepubliceerd op

Zelfstandige technisch dienstverlener Unica heeft in het afgelopen jaar een sterke groei geboekt. De omzet groeide met meer dan 20% naar €357 miljoen (2015: €292 miljoen) en de nettowinst steeg naar €12 miljoen (2015: €5,2 miljoen). Met deze resultaten was voor Unica 2016 het beste jaar in haar meer dan 80-jarig bestaan. Unica voorziet voor 2017 en de komende jaren een verdere groei in omzet en rendement door zowel autonome groei als uit acquisities. Voor 2017 heeft Unica een of meerdere strategische acquisities op het oog die haar portfolio verder versterken. Voor 2017 rekent Unica op een omzetniveau van circa €380 miljoen.

Groeiende vraag naar slimmer en duurzamer
De groeiende vraag naar slimmer wordende gebouwen en installaties leidde tot meer opdrachten. Nieuwe initiatieven als de Transitiecoalitie om de overstap op duurzame energiebronnen te versnellen hebben naar verwachting voor de langere termijn positieve effecten op het aantal opdrachten. Dat geldt ook voor de aangescherpte wet- en regelgeving op het gebied van het verduurzamen van kantoren: elk kantoor in Nederland dient in 2023 energielabel C of beter te hebben. Dit betekent dat een kantooroppervlakte van circa 43 miljoen m2 de komende jaren energiezuiniger gemaakt dient te worden. Bovendien moeten om de doelstelling van het internationale klimaatakkoord te halen gedurende langere tijd 15.000 gebouwen per jaar gerenoveerd worden. Unica introduceerde recent nog een garantiestelling tot minimaal label C voor energie-onzuinige kantoren.

Effectieve organisatiestructuur
In het afgelopen jaar werd grote vooruitgang geboekt in de eerder ingezette versterking van de commerciële slagkracht en efficiency. Sinds 2015 past Unica een strategische oriëntatie toe op specifieke klantgroepen om deze een onderscheidende propositie te kunnen bieden. Het effect is onder meer goed zichtbaar in de zorg, waarin Unica in 2016 samen met haar ketenpartners nieuwe opdrachten verwierf bij onder meer het Amphia Ziekenhuis, Diakonessenhuis Utrecht en Zeist, HMC Bronovo, Rijnstate, Jeroen Bosch Ziekenhuis, Zorgboulevard Zaandam, Radboud UMC, IJsselland Ziekenhuis, Alrijne Ziekenhuis en het AMC.

In dat kader leverde ook de organisatiestructuur rond de drie organisatiepijlers Technisch Beheer, Gespecialiseerde Bedrijven en het Projectenbedrijf een belangrijke bijdrage. Het operationele resultaat (EBITDA) groeide van €11,7 miljoen naar €20,2 miljoen. Het aantal medewerkers van Unica steeg in 2016 met bijna 10% van 1.846 naar 2.017 FTE. Met deze resultaten behoort Unica tot de ‘Top 250 Groeibedrijven van Nederland’, een initiatief van het Ministerie van Economische Zaken.

Opnieuw groei in Technisch Beheer
Het grootste onderdeel van Unica, het technisch beheer van gebouwen en installaties, groeide in 2016 wederom, dit maal met 20% tot een omzet van €156 miljoen. Bovendien was een sterke groei in het rendement zichtbaar. Technisch Beheer wist in het afgelopen jaar een relatief groot aantal nieuwe landelijke contracten te realiseren en het aandeel langjarige contracten te verhogen.

De overname van een deel van de activiteiten van Imtech Building Services (sinds 3e kwartaal van 2015) droeg eveneens bij aan de groei van de contractenportefeuille en het resultaat. De ingezette strategie om Technisch Beheer meer te laten profiteren van haar onderscheidende positionering in duurzame en intelligente installaties heeft eveneens bijgedragen aan een verbetering van de resultaten.

Prima resultaten Gespecialiseerde Bedrijven
De Gespecialiseerde Bedrijven van Unica behaalden een omzet van €121 miljoen, een groei van 23% ten opzichte van 2015. Deze bedrijven opereren onder hun eigen naam in de markt: Unica Schutte ICT, Regel Partners, Unica Security, Unica Automatic Sprinkler, Unica Fastcom, Unica Ecopower, Unica Regeltechniek, Unica Industrial Projects, Unica Networks & Services en Hellemans Consultancy en zijn belangrijk vanwege het innovatieve karakter van het portfolio.

Alle Gespecialiseerde Bedrijven lieten goede prestaties zien en deze pijler levert bovendien een belangrijke bijdrage aan de positie van Unica als geïntegreerd dienstverlener. Ze zijn een onmisbare schakel in de missie van Unica om een topspeler te zijn op integrale oplossingen voor veiligheid, comfort & gezondheid, communicatie en energie & duurzaamheid, aldus de dienstverlener.

Licht groeiend volume in nieuwbouw en renovatieprojecten
Unica Projecten, actief in nieuwbouw en grote renovaties, opereerde in een markt waar de prijsniveaus onverminderd scherp bleven. Unica Projecten is een belangrijke pijler voor het indirect vergroten van de performance van Technisch Beheer en de Gespecialiseerde Bedrijven. De omzet groeide van €64 miljoen naar €80 miljoen. Onderliggend was sprake van een duidelijke groei van het aantal projecten dat wordt gerealiseerd op basis van ‘ondernemend samenwerken’. Hierbij zijn de betrokken partijen uit de keten bij de realisatie van een project verantwoordelijk voor het eindresultaat. De nieuwbouw van het Amphia Ziekenhuis in Breda met het consortium Four Care is hiervan bij uitstek een voorbeeld. Dit geldt ook voor een project als TU Eindhoven. Unica verwacht een verdere groei van dit type samenwerkingen in de komende jaren.

Vooruitzichten 2017
Unica wil voorop lopen bij de ontwikkeling en toepassing van technologieën als Internet of Things (IoT), Big Data, Predictive Maintenance en het Building Information Model (BIM). Deze ontwikkelingen leiden tot ‘slimmere’ gebouwen en installaties en tevens tot nieuwe behoeftes, oplossingen en verdienmodellen.

Voor 2017 rekent Unica op een omzetniveau van circa €380 miljoen, in de jaren daarna komt een omzetniveau van een half miljard euro in zicht. Daarbij wordt tevens een verdere verbetering van de winstgevendheid verwacht. De positieve verwachtingen zijn gedeeltelijk te danken aan de positieve impuls in de markten waarin Unica zich beweegt. Er is duidelijk sprake van groeiende financiële ruimte in de markt voor het upgraden, verduurzamen en transformeren van bestaande gebouwen.

 

 

Unica wil vooraanstaande data gedreven dienstverlener worden

Gepubliceerd op

Martin Misseyer (52) is benoemd tot Chief Information Officer (CIO) van Unica. Hij gaat zich toeleggen op de verdere digitalisering van de bedrijfsprocessen en bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe diensten om van het bedrijf een vooraanstaande data gedreven organisatie te maken in de technische dienstverlening. Misseyer: “Unica heeft een sterke positie in de ontwikkeling van steeds intelligentere en duurzamere gebouwen. Nieuwe ontwikkelingen als Internet of Things (IoT) kunnen hieraan sterk bijdragen.”

Misseyer was hiervoor sinds 1999 werkzaam bij ICT-dienstverlener Ordina, meest recent als Senior Principal Expert bij het onderdeel VisionWorks. In deze functie was hij al intensief betrokken bij de ontwikkeling van de ICT-strategie van Unica.

Unica is met 14 vestigingen, 10 gespecialiseerde bedrijven, 3 regionale projectenbedrijven en meer dan 2.000 medewerkers een grote zelfstandige technisch dienstverlener in Nederland. Unica biedt opdrachtgevers integrale, technologische oplossingen voor veiligheid, comfort & gezondheid, ICT en energie & duurzaamheid.

Nieuw bedrijfspand One Solution Holland

Gepubliceerd op

Warmte- en koudespecialist OSH, onder andere leverancier van het plug&play bodem-energiesysteem ONE, heeft een nieuw bedrijfspand in gebruik genomen. Het pand, met zo’n 1.600 m2 aan vloeroppervlakte, is net als de vorige locatie gevestigd in Zaltbommel. Het bestaat uit kantoor-, vergader- en presentatieruimten, een magazijn en een assemblagehal waar de onlangs geïntroduceerde distributiesets voor de ONE worden samengesteld. Directeur Toon van Engelen: “We verwarmen en koelen ons eigen pand duurzaam met de ONE. Deze installatie staat in de ontvangsthal zichtbaar opgesteld.”

Ook andere producten uit het portfolio zijn te zien, zoals de warmtepompen van Waterkotte, de ONE-distributieset, en warmtewisselaars van Alfa Laval. Op de bovenverdieping van het gebouw is een complete opleidings- en instructieruimte ingericht.

Het nieuwe adres van OSH is: Valeton 10, 5301 LW Zaltbommel

 

Legionella-veilig water voor Amelands vakantiepark

Gepubliceerd op

Vakantiepark Klein Vaarwater in Buren (op Ameland) heeft een systeem in gebruik genomen dat alle waterleidingen vrijhoudt van biofilm. Biofilm kan er de oorzaak van zijn dat zich allerlei bacteriën ontwikkelen, waaronder Legionella. Het systeem is direct na de watermeter bij de hoofdingang geïnstalleerd. Hierdoor wordt al het water dat het park ingaat behandeld. Het park beschikt over een aantal was-/douchegebouwen en de bungalows zijn vrijwel allemaal voorzien van een zwembad.

Toegepast is het Bifipro-systeem van Holland Water, waarvan er in Nederland inmiddels meer dan 350 werkzaam zijn. Dat was voor parkmanager Hans van Houten een belangrijke reden om voor dit systeem te kiezen. “Navraag leerde dat het systeem nog nooit heeft gefaald en dat is voor een park als dat van ons natuurlijk een vereiste.” Het systeem is tijdens de renovatie van het centrumgebouw aangebracht.

 

Daikin Nederland integreert ServiceNed in haar organisatie

Gepubliceerd op

Daikin Nederland breidt haar servicetak uit onder de naam Daikin Service. Daarvoor heeft het bedrijf alle serviceactiviteiten en -diensten van haar onderhoudsbedrijf ServiceNed geïntegreerd. Daikin is zich de afgelopen jaren steeds meer gaan toespitsen op de verwarmings- en koelingsmarkt. Service maakt daarbij nu een integraal onderdeel uit van de organisatie. De korte lijnen tussen de verschillende afdelingen maken het mogelijk klanten beter te ontzorgen: van levering en inbedrijfstelling tot 24/7-monitoring van installaties.

Bestaande klanten van ServiceNed zij al geïnformeerd over de met name administratieve zaken die gaan veranderen. Klanten van Daikin Nederland kunnen rekenen op uitbreiding van de serviceactiviteiten. Gedacht kan worden aan (on site) trainingen, inbedrijfstelling, storingsafhandeling, monitoring en onderhoud.

De officiële overname van ServiceNed B.V. vond al plaats in 2012, maar tot op heden focusten Daikin zich vooral op de markt van koudwatermachines.

 

Expertise in zonne-energie samengebracht

Gepubliceerd op

Energiewacht heeft een organisatie gespecialiseerd in zonne-energie overgenomen. Deze organisatie is toegevoegd aan de eigen kennis en ondergebracht in het nieuwe Energiewacht Solar, dat inhoud gaat geven aan het totaalproduct zonne-energie. Inmiddels is energiewachtsolar.nl online. De website geeft informatie over zonne-energie en er kan een ‘zonnepanelen check’ worden uitgevoerd. Online kan zo gratis en vrijblijvend een persoonlijke offerte worden aangevraagd. Energiewacht is in Noord- en West-Nederland actief met energiescans. Deze scan leidt tot een overzicht van maatregelen die het energiegebruik verlagen, zoals het toepassen van warmtepompen, zonnepanelen en zonneboilers, isolatie, ventilatie en HR++ glas, inclusief de terugverdientijd en opbrengst. De dienstverlening van het bedrijf strekt zich uit van advies en offerte tot het plaatsen van producten en nazorg om de kwaliteit te waarborgen.

 

Laadruimte-inrichter Bott Vario nu ook gecertificeerd partner van Opel

Gepubliceerd op

Opel biedt in samenwerking met Bott Vario een laadruimte-inrichting voor de Combo, Vivaro en Movano. Constructie en montage zijn op veiligheid en kwaliteit gecontroleerd door Opel Engineering. Voor deze Opel Certified Conversions geldt twee jaar fabrieksgarantie en reserve-onderdelen zullen in ieder geval 12 jaar lang leverbaar zijn. De Bott Vario-rekken en -opbergsystemen bieden een professionele basis voor een slim ingerichte laadruimte, waarin alles veilig kan worden vervoerd met snelle toegang tot gereedschap en materiaal.

De rekken en opbergsystemen zijn op vele manieren te combineren. Ook is beschermende vloer- en wandbekleding mogelijk, compleet met bevestigingspunten voor het vastzetten van de lading.  Bevestigingspunten van de laadruimte-inrichting zijn zo aangebracht dat de veiligheid in de Combo, Vivaro en Movano in het geval van een aanrijding is gewaarborgd. De Opel fabrieksgarantie van twee jaar geldt ook voor de laadruimte-inrichting. Verder is er aansprakelijkheidsverzekering voor alle schade als gevolg van een defect van de ombouw en de inrichting.

[related_post themes=”text”]

Adviesbureau DWA trekt twee adviseurs aan

Gepubliceerd op

Ir. Wilco Boonstra en Martijn Koop treden in dienst bij adviesbureau DWA, beiden als senior adviseur. Boonstra was hiervoor projectmanager elektrotechniek bij Valstar Simonis Adviseurs. Bij DWA gaat hij zich richten op elektrotechnische advieswerkzaamheden, met name ontwerpen voor duurzame herbestemming van bestaande gebouwen en monumenten, nieuwbouw laboratoria, kantoorgebouwen en onderwijshuisvesting. Koop was strategisch beleidsadviseur bij de Gemeente Amsterdam. Hij gaat zich bezighouden met de verbinding tussen bestuurlijke processen en de inhoudelijke dienstverlening van DWA. Een focuspunt binnen zijn rol als procesmanager is relatiebeheer en opbouw van het netwerk. Specifieke onderwerpen waar Koop zich op zal richten zijn relatief nieuwe diensten zoals de transitie naar een aardgasloze economie en warmtenetten.

[related_post themes=”text”]

Fabrikant klimaatbeheersing en logistiek dienstverlener zetten samenwerking voort

Gepubliceerd op

OC Verhulst en Saan Industriële Verhuizingen zetten hun samenwerking 3 jaar voort. OC Verhulst ontwikkelt, produceert en importeert systemen en componenten voor klimaatbeheersing. Saan Industriële Verhuizingen biedt een oplossing voor logistieke vraagstukken. Samen willen zij klanten volledig ontzorgen en besparing realiseren. OC Verhulst is voor klanten het aanspreekpunt van levering van het klimaatsysteem tot het transport, de plaatsing en aansluiting op de locatie.

De samenwerking betekent volgens beide bedrijven minder organisatie en regelwerk voor de klant, een kortere doorlooptijd van het proces omdat de planning beter op elkaar afgestemd kan worden, geen vertraging meer door wachttijden door aan- en afvoertijden van transporteurs die niet aansluiten, en dus vermindering van risico en kosten. ‘Dit voordeel is bleek al bij verschillende projecten die gezamenlijk zijn opgeleverd afgelopen tijd. Zoals het Prinses Maxima Centrum in Utrecht, het VLTC gebouw in Amsterdam of het Gelders Huis in Arnhem. In alle gevallen is de opdrachtgever ontzorgd door een secure overname van het logistieke traject.’

[related_post themes=”text”]

Laatste klus voor het weekend

Gepubliceerd op

“Nee joh, je hoeft ‘m echt niet vast te houden. Stevig genoeg zo.” Maar zijn maatje wist wel beter en liet niet los. Laatste klusje van de vrijdag, dacht hij. Straks is het weekend en dan wil ik wel lekker op tijd thuis zijn. Ik heb bovendien geen zin om straks alle werkspullen in mijn eentje naar de auto te brengen. Omdat meneer met een verstuikte enkel of erger zit. Bovendien, veiligheid op het werk gaat boven alles, zeg ik altijd maar.
Prettig weekend!

Thermagas versterkt directieteam

Gepubliceerd op

Na tien jaar leiding te hebben gegeven aan Thermo Actief Benelux/Nathan Projects heeft Dirk Muller op 1 maart jl. de overstap gemaakt naar Thermagas Nederland. Samen met Bert van Loenen vormt hij de directie in de functie van technisch commercieel directeur. Thermagas is gespecialiseerd in betonkernactivering, vloerverwarming en vloerkoeling. Het bedrijf wordt vaak al in een zeer vroeg stadium bij een bouwproject betrokken om te adviseren en het proces te begeleiden. Door middel van simulatieberekeningen worden maatwerkoplossingen gemaakt om tot een optimaal systeemontwerp te komen. In het vervolgtraject verzorgt Thermagas de complete montage en projectbegeleiding. Muller gaat mede vorm geven aan het uitbouwen van deze activiteiten.

 

 

 

[related_post themes=”text”]

Negende vestiging Van Walraven komt in Rotterdam

Gepubliceerd op

Van Walraven, groothandel voor woning- en utiliteitsbouw, GWW, installatietechniek en industrie, zal aanstaande september haar negende vestiging openen. Dit gebeurt in Rotterdam aan de Bijlstraat 34. Vanuit dit pand verwacht de groothandel haar Rotterdamse infra-, installatie- en maritieme relaties nog beter te kunnen bedienen. De nieuwe vestiging beschikt over eigen transport waardoor het bedrijf snelle levering uit het volledige assortiment kan garanderen. Er is een verkoopbalie en een groot buitenterrein van 1600 m2.

 

 

[related_post themes=”text”]

Hoogte subsidie voor hernieuwbare energie bekend

Gepubliceerd op

Deze week zijn de definitieve correctiebedragen 2016 in de Staatscourant gepubliceerd voor SDE of SDE+ subsidie voor hernieuwbare energie. De hoogte van de subsidie hangt onder meer af van deze correctiebedragen. Bedrijven en (non-)profit instellingen kunnen SDE+ subsidie ontvangen voor hernieuwbare energie die zij opwekken. De SDE+ vergoedt het verschil tussen de kostprijs van hernieuwbare energie en de marktwaarde van de geleverde energie. De hoogte van de SDE+ bijdrage is daarmee afhankelijk van de ontwikkeling van de energieprijs.

Bijstelling van uw subsidie
RVO.nl stelt na afloop van het kalenderjaar de uiteindelijke hoogte van de subsidie vast aan de hand van de vastgestelde definitieve correctiebedragen en de productiegegevens van het afgelopen kalenderjaar. Dit heet ‘bijstellen’. RVO.nl verrekent de subsidie met de al ontvangen voorschotten. Deze bijstelling kan zowel positief als negatief zijn.

[related_post themes=”text”]

 

Nieuwe vakbeurs voor bestelauto’s wil inspelen op groeiende vraag

Gepubliceerd op

Op woensdag 4 en donderdag 5 oktober 2017 vindt in Expo Houten de eerste editie van Bestelauto Expo plaats. Bezoekers kunnen hier kennismaken met alle aspecten van hun bedrijfswagen: van aanschaf, inruil, inrichting, inbouw en belettering tot lease, financiering, onderhoud, telematica en fleet-managementsystemen. Het nieuwe evenement speelt in op de toenemende vraag naar bedrijfswagens en daarmee een behoefte aan informatie, kennis en vergelijkingsmateriaal op dit gebied.

Aantrekkende markt
De markt voor lichte bedrijfswagens is de voorbije jaren uit het dal gekropen. Bedrijfswagens tot 3.500 kilo GVW werden voorheen relatief weinig verkocht, met 2013 als dieptepunt. Toen werden er slechts 50.537 exemplaren verkocht. “Met het aantrekken van de economie zit de verkoop nu sterk in de lift. In 2016 zijn er meer dan 70.000 stuks verkocht”, zegt beursorganisator Patrick van Tilburg. “Met name ZZP-ers en fleetowners kopen momenteel meer nieuwe bestelauto’s. Met hun vraag ontstaat een behoefte aan informatie, kennis en vergelijkingsmateriaal. Om daaraan tegemoet te komen, organiseren we Bestelauto Expo 2017.”

Bijblijven
Dat onderschrijft Henk-Jan Kienhuis, directeur van Transscope Voertuigsystemen. “De verkoop in aantallen van bestelwagens stijgt. Wij zien bij de ‘gevestigde orde’ in het bedrijfsleven nog wel wat terughoudendheid. Met een evenement als Bestelauto Expo 2017 geven wij als leverancier samen met collega’s een inkijk in de veelzijdige mogelijkheden in het segment tot 3500 kg. Dit inzicht is nu van groot belang om bij te blijven.”

Om die reden denkt directeur Frans van Diepeningen van bedrijfswagenrichter Bott Nederland dat Bestelauto Expo een belangrijke rol heeft naast de al bestaande beurzen. “Wij gaan naar de Bestelauto Expo 2017 en naar de MobiliteitsRAI. Als RAI-lid ga je natuurlijk naar de ‘eigen beurs’. Maar ons bedrijf is ook blij met Bestelauto Expo 2017. Het concept van dit nieuwe evenement is goed. Om in een compacte opzet kennis te maken met allerlei nieuwe ontwikkelingen in bedrijfsautoland, daar is zeker publiek voor. Wij verwachten dat beide beurzen succesvol zijn en elkaar aanvullen.”

Verkoopbeurs
Op de beursvloer vinden bezoekers informatie over het brede aanbod van bestelauto’s en aanverwante producten en diensten. Bijzonder is dat de Bestelauto Expo 2017 weer een verkoopbeurs is. Bezoekers kunnen ter plaatse een bestelauto aanschaffen. De verwachting is dat verschillende importeurs en dealerorganisaties met scherpe beursaanbiedingen komen. Om de handel op de Bestelauto Expo 2017 te faciliteren, verzorgt een remarketingbedrijf alle inruil-taxaties op basis van een gegarandeerd bod. Hiermee kunnen alle ondernemers die aan een nieuwe bedrijfswagen toe zijn, direct zaken doen bij alle aanwezige autoverkopers op dit vakevenement.

Workshops en informatie
Op Bestelauto Expo zullen onder meer ook toeleveranciers en dienstverleners aanwezig zijn op het gebied van belettering, bedrijfswageninrichting, accessoires, schadeherstel (ROB), lease en assurantiën. Daarnaast wordt informatie gegeven over nieuwe ontwikkelingen op het terrein van telematica, fleet-managementsystemen, brandstof en energietransities. Verder worden er verschillende workshops gehouden op de beursvloer, waar bezoekers en standhouders informatie krijgen over de laatste stand van techniek en wetgeving.

[related_post themes=”text”]

Installatiebedrijf Feenstra wil in twee jaar tijd 50 talenten opleiden tot gecertificeerd monteur

Gepubliceerd op

Installatiebedrijf Feenstra, Opleidingsbedrijf InstallatieWerk Nederland en uitzendbureau Randstad Techniek zijn eerder dit jaar een offensief gestart om technische vakmensen te werven. De bedoeling hiervan is om in twee jaar tijd 50 talenten op te leiden tot gecertificeerd monteur in de installatietechniek. Inmiddels zijn de eerste contracten met de nieuwe technische collega’s ondertekend. “We moeten flink de zeilen bijzetten om de schaarste aan technisch personeel op te lossen”, stelt directeur Henjo Groenewegen van Feenstra. Nederland telt ca. 7 miljoen cv-installaties en een half miljoen huisbeveiligingssystemen die onderhouden of vervangen moeten worden. De populariteit van zonnepanelen, warmtepompen en andere innovaties schreeuwt om nieuwe monteurs om deze ontwikkeling bij te benen. Daarnaast vereist de overgang naar de gasloze woning ook specifieke kennis. We hebben nu 800 monteurs op de weg. Dat moeten er binnen vijf jaar meer dan 1.000 worden.”

Goed humeur
Randstad Techniek neemt de selectie van de kandidaten op zich en zorgt voor de begeleiding gedurende het opleidingstraject. “Belangrijkste criteria om te worden toegelaten tot de opleiding is 100% inzet en een goed humeur. Want een monteur is dag en nacht het visitekaartje van het bedrijf”, legt Christiaan Smilde, directeur Randstand Techniek, uit.

Opleidingsbedrijf InstallatieWerk Nederland verzorgt de praktische scholing van de deelnemers. Hierbij wordt opgeleid naar de monteur van morgen. Stefan Adriaansen van opleidingsbedrijf InstallatieWerk Nederland vertelt: “Voorheen werden mensen in onze branche opgeleid om alleen de klus te klaren, tegenwoordig vragen we veel meer van onze monteurs. Denk hierbij aan een bredere opleiding, communiceren, signaleren en commerciële vaardigheden. Wij zorgen ervoor dat deze monteurs duurzaam inzetbaar zijn  en in het kader van een Leven Lang Leren worden opgeleid.”

Ondernemende mensen
“Iedereen met een passie voor techniek kon zich aanmelden. Niet alleen de standaard jongeman die in zijn tienerjaren zijn brommer uit elkaar haalde en daarna weer in elkaar zette. Een moeder die graag wil weer werken nu de kinderen al wat ouder zijn en thuis al ervaring heeft opgedaan met techniek in huis was ook zeker welkom. Net als een IT’er die op de bank zit en de computer wilde verruilen voor de waterpomptang. Monteur in de installatietechniek is een uitdagend vak. Het vergt creativiteit en analytisch vermogen. Geen enkele klus is hetzelfde. Dus een mooie baan voor ondernemende mensen die zich niet graag vervelen”, aldus Groenewegen.

Direct in dienst
De geselecteerde kandidaten treden direct in dienst bij Feenstra. Van de nieuwe Feenstra-collega’s wordt verwacht dat ze een diploma kunnen halen op mbo 3-niveau. In het voortraject is al gekeken naar het in bezit hebben van een rijbewijs en het goed Nederlands spreken en schrijven. Per 1 april starten de geselecteerden officieel hun nieuwe toekomst, waarbij zij hun intensieve opleiding combineren met het opdoen van praktijkervaring.

[related_post themes=”text”]

Rensa neemt meerderheidsbelang in Libra met oog op energietransitie

Gepubliceerd op

Rensa Groep heeft een meerderheidsbelang genomen in Libra Energy uit Uitgeest. Libra is een internationale handelsorganisatie in duurzame energiesystemen en energiebesparende producten.  “De energietransitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energie biedt de installatiesector nieuwe kansen en mogelijkheden”, aldus  Erik Heijink, directeur Rensa Groep. “Concepten als BENG en NOM zijn de standaard van morgen en daar willen we als Rensa Groep de installateur op dezelfde manier in kunnen ondersteunen als bij meer traditionele energiesystemen.”

Sterke distributiepartner
Jan Joosten van Libra Energy BV vult aan: “De toenemende vraag naar duurzame energiesystemen en zonne-energie vraagt om een sterke distributiepartner. De visie van Rensa Groep om met specialistische handelsbedrijven de markt te bedienen sluit aan bij de visie van Libra Energy.”

“De toevoeging van Libra Energy aan Rensa Groep is een schoolvoorbeeld van win-win”, vervolgt Heijink. “Rensa Groep stelt haar fijnmazige distributienetwerk beschikbaar en Libra Energy brengt kennis in van een nieuwe tak van sport binnen Rensa Groep.” Evenals de andere bedrijven binnen Rensa Groep blijft ook Libra Energy een zelfstandige onderneming.

Libra Energy BV
Libra Energy is een internationale distributeur en logistieke service provider van duurzame energiesystemen en energiebesparende producten. Libra Energy belevert de professionele installateur met een full-service concept en heeft sinds 2007 een voorname positie verworven in de Europese zonne-energie markt.

Rensa Groep
Rensa Groep is een internationale organisatie van handelsbedrijven in de installatiesector met ondernemingen in Nederland, Duitsland en Roemenië. In Nederland behoren onder andere de groothandels Technisch Handelsbureau Rensa BV, GévierDales Sanitair BV, Gafco Altron BV en Handelsonderneming J. Verholt BV tot Rensa Groep.

[related_post themes=”text”]

Alle vakinformatie nu herkenbaar ‘onder één dak’ verkrijgbaar

Gepubliceerd op

Na Installateurszaken (IZ) hebben nu ook Installatienet (IN), het Twitteraccount, de Facebookpagina en de nieuwsbrief van Installatienet een nieuwe uitstraling gekregen. IZ is het maandelijks verschijnende praktijkblad voor de installateur, Installatienet (IN) de actuele nieuwssite voor de installatiebranche. In één oogopslag is nu duidelijk dat al deze media-uitingen, die op verschillende wijze het vakgebied vakinhoudelijke informeren, bij elkaar horen. Niets missen van wat er in het vakgebied gebeurt?: meld je hier aan voor ons gratis nieuwspakket (maandelijks IZ en wekelijks de IN-nieuwsbrief). Volg ons ook op Twitter en Facebook.

FNV gaat opwarmactie voeren voor betere cao installatiesector

Gepubliceerd op

FNV Metaal gaat woensdag 22 maart op diverse plaatsen van Noord tot Zuid in de vroege ochtend langs de snelweg staan om werkende en reizende installatiemedewerkers uit de metaal bij te praten. De installatiemedewerkers waar deze opwarmactie op is gericht, vallen onder de cao Metaal & Techniek. De werkgevers doen volgens de vakbond alleen voorstellen die de sector niet vooruit helpen in tijden van tekorten aan vakkrachten. De FNV wil goede afspraken maken voor de werknemers van de cao Metaal & Techniek op het gebied van loon, minder flex en het stapsgewijs afschaffen van jeugdschalen. Eén van de speerpunten is een generatiepact, waardoor ouderen minder gaan werken en meer jongeren aan de slag kunnen in een echte baan.

De volgende onderhandelingsronde is 29 maart a.s.

De actie vindt plaats van 6.00 tot 8.00 uur op verschillende plaatsen langs de snelweg van Noord naar Zuid:
Regio Noord:
– Shell station Smalhorst aan de A28 bij Beilen richting Groningen
– Total station Veenborg aan de A7 bij Kolham richting Groningen
Regio Oost:
– Texaco station aan de A50 voorbij Renkum richting ZN
– Shell station Haerst aan de A28 richting Zwolle
Regio Zuid:
– BP station De Sonse Heide aan de A50 richting Eindhoven
– BP station Meiberg Rijksweg A2 richting Eindhoven

[related_post themes=”text”]

 

Ruim honderd bouw-, infra- en installatiebedrijven staan stil bij veiligheid op de werkvloer

Gepubliceerd op

Vrijdag 17 maart wordt voor de eerste keer ‘Bewust Veilig’ gehouden. Op meer dan 2.000 verschillende werklocaties van 125 bouw-, infra- en installatiebedrijven wordt stilgestaan bij de veiligheid op de werkvloer. In totaal doen zo’n 45.000 medewerkers, opdrachtgevers en ketenpartners mee. Aannemersfederatie Bouw en Infra, Bouwend Nederland en Uneto-VNI zijn de initiatiefnemers. Ze hebben de handen ineen geslagen om jaarlijks, op de derde vrijdag in maart, Bewust Veilig te zijn. De motivatie is dat iedereen aan het eind van de werkdag weer gezond en veilig naar huis moet kunnen en aan het eind van zijn loopbaan gezond en fit met pensioen.

Doekle Terpstra, voorzitter van Uneto-VNI, bezoekt morgen de renovatie van het Zadkine College in Rotterdam, een project van Unica. “Elk ongeluk is er een teveel. Daarom is het belangrijk dat we extra aandacht schenken aan veilig werken. Het is een belangrijk en positief signaal dat zoveel bedrijven op 17 maart meedoen aan Bewust Veilig. Veilig werken op grote projecten doe je samen: opdrachtgevers, bouwers en installateurs. Met preventieve maatregelen en optimale communicatie over de veiligheidsrisico’s kunnen we grote stappen maken. We werken op veel projecten onder grote tijdsdruk, maar dat mag nooit een excuus zijn om te beknibbelen op veilig werken. Veiligheid is topprioriteit!”

Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland: “Medewerkers, opdrachtgevers en andere ketenpartners, kortom: iedereen die op de bouwplaatsen komt, roepen we op extra aandacht aan veiligheid op de werkvloer te geven. Dat kan al door simpele afspraken na te komen zoals je te melden bij de uitvoerder vóórdat je de bouwplaats op gaat. Want díe vertelt je hoe en waar je je veilig kan begeven op het werkterrein. De bouw scoort helaas hoog in de ranglijstje van onveilige sectoren. Daarin moet verandering komen. We streven ernaar het aantal ongevallen drastisch te verminderen. Deze dag is bedoeld om iedereen weer even heel bewust te maken van het belang van veilig gedrag.” Verhagen bezoekt in Poeldijk nieuwbouwproject Groene Kreken van bouwbedrijf Weboma.

[related_post themes=”text”]

Nieuw Europees keurmerk voor HVAC-R producten

Gepubliceerd op

Eurovent Certita Certification (ECC), de Europese certificatie-instelling voor binnenklimaat, ventilatie, luchtkwaliteit, proceskoeling en koude, heeft op de vakbeurs ISH de lancering van een nieuw keurmerk aangekondigd: ‘NEx Nature of Excellence’. Het keurmerk zal een kwalificatie worden voor hoogwaardig geproduceerde producten bestemd voor verwarming, ventilatie, airconditioning en koeling (HVAC-R). Gelet zal vooral worden op criteria zoals energieprestatie, duurzaamheid en recyclevermogen. Het certificaat kan uitsluitend worden toegekend aan productseries die al een Eurovent Certified Performance erkenning hebben gekregen en gefabriceerd zijn door fabrikanten met een ISO 9001 en ISO 14001 erkenning.

Eurovent certificeert al ruim 20 jaar HVAC-R producten. Inmiddels is 67% van deze in Europa verkochte producten door dit certificeringsinstituut gecertificeerd. Het ‘Certified Performance’ certificaat garandeert dat producten een onafhankelijke controle hebben ondergaan. De nieuwe ‘NEx Nature of Excellence’ zal gaan gelden voor HVAC-R producten die 10 tot 15% van de markt vertegenwoordigen. Fabrikanten kunnen zich met deze certificering extra onderscheiden.

[related_post themes=”text”]

Doekle Terpstra presenteert raamwerk erkenningsregeling aan minister Plasterk

Gepubliceerd op

Gisteren heeft voorzitter Doekle Terpstra van Uneto-VNI de visie van de brancheorganisatie op een toekomstige wettelijke erkenningsregeling voor cv-ketels en warmwatertoestellen overhandigd aan minister Plasterk van Wonen en Rijksdienst. In de zogenaamde Uniforme Kwaliteitsregeling beschrijft Uneto-VNI onder andere de vakbekwaamheidseisen voor monteurs, een opzet voor de in- en externe kwaliteitsbewaking en sanctiebeleid bij onjuiste uitvoering van werkzaamheden. Minister Plasterk heeft toegezegd deze inbreng mee te nemen in de opzet van de toekomstige regeling.

Minister Plasterk kondigde daarnaast aan dat het ministerie volgende maand het plan van aanpak presenteert voor de regeling. Het ministerie heeft Uneto-VNI gevraagd om hieraan een bijdrage te leveren. Behalve de brancheorganisatie worden ook consumentenorganisaties, KvINL, Sterkin en Scios betrokken bij dit proces.

Uneto-VNI zegt het belangrijk te vinden dat de wettelijke erkenningsregeling er komt als antwoord op het terugdringen van het aantal ongevallen met koolmonoxide bij cv-ketels. Als het aan de brancheorganisatie ligt, bevat de regeling straks eisen die nu al onderdeel zijn van het kwaliteitskeurmerk OK CV, zoals het niveau van vakbekwaamheid van monteurs en controles van uitgevoerde werkzaamheden via steekproeven. Tegelijkertijd vindt de brancheorganisatie dat de toekomstige regeling geen onnodige administratieve rompslomp en kosten met zich mee mag brengen. Bovendien moet de erkenningsregeling zowel hanteerbaar zijn voor het grootbedrijf als voor zzp-ers.

December 2016 kondigde de toenmalige minister Blok aan dat vanaf 1 januari 2019 alleen erkende bedrijven met vakbekwaam personeel nog cv-ketels en warmwatertoestellen op gas mogen aanleggen en onderhouden. De tussenliggende tijd is nodig voor de wetgeving, het opzetten van erkenningsregelingen, het verbeteren van de kwaliteitsbewaking door bedrijven en het bijscholen van monteurs. Uneto-VNI zal haar leden ondersteunen om tijdig aan de nieuwe eisen te kunnen voldoen.

[related_post themes=”text”]

Uneto-VNI adviseert wagenpark beheersysteem aan haar leden

Gepubliceerd op

Branchevereniging Uneto-VNI heeft een overeenkomst afgesloten met Fleetmatics, leverancier van wagenparkbeheeroplossingen voor kleine en middelgrote bedrijven. De overeenkomst behelst dat de branchevereniging het wagenparkbeheersysteem Reveal als preferred systeem kenmerkt voor de installatiebranche. “Als branchevereniging zijn we altijd op zoek naar manieren om onze leden vooruit te helpen”, zegt Erik van Engelen, directeur van Uneto-VNI. “Deze samenwerking met Fleetmatics is daar een voorbeeld van. Hun systeem helpt onze leden om te besparen op brandstofkosten, de veiligheid van werknemers te verhogen en het maximale te halen uit hun onderneming.”

‘Fleetmatics Reveal geeft bedrijven inzicht in de actuele gps-locaties van hun chauffeurs’, zo legt Uneto-VNI de keuze voor dit systeem uit. ‘Deze informatie kan bijvoorbeeld gebruikt worden om effectief en snel te reageren op spoedopdrachten zonder dat de planningsafdeling eerst hoeft te bellen met de verschillende chauffeurs om te achterhalen wie het dichtst in de buurt is. In het dashboard is het voor installatiebedrijven bovendien mogelijk om te zien wat voor rijstijl hun chauffeurs erop na houden. Het betreft inzicht in rijgewoontes, zoals onnodig stationair draaien, agressief optrekken, te hard rijden en ander gedrag dat van invloed is op brandstofverbruik en veiligheid op de weg. Verder is het mogelijk om alerts in te stellen, bijvoorbeeld als een voertuig naar de garage moet voor gepland onderhoud. Dit kan bedrijven weer helpen om de kans op pech onderweg te verkleinen.’

 “Een groot aantal bedrijven in de installatiebranche is al bekend met de voordelen die Fleetmatics Reveal ze biedt”, zegt Jan Willem Doornbos, marketing manager Benelux van Fleetmatics. “Dankzij de samenwerking met Uneto-VNI verstevigen we onze positie in deze markt en kunnen nog meer bedrijven hun bedrijfsprocessen en dienstverlening naar een hoger niveau tillen.”

[related_post themes=”text”]

‘Nieuw kabinet: Energiebelasting gelijk trekken en Minister van Klimaat en Energie wenselijk’

Gepubliceerd op

Zeventig bestuurders is gevraagd naar hun visie op de huidige energietransitie en het energiebeleid van een volgend kabinet. Een meerderheid vindt energiebelasting een goed instrument om investeringen in duurzame energie en energiebesparing interessanter te maken. Ook denkt een grote meerderheid dat een Minister van Klimaat en Energie wenselijk is. Doekle Terpstra, de nieuwe voorzitter van Uneto-VNI, ziet bijvoorbeeld een belangrijke rol weggelegd voor de installatiebranche: “Wij maken Nederland het energiezuinigste land ter wereld!”

54events, organisator van Ecomobiel en Vakbeurs Energie, voerde een inventarisatie uit onder bestuurders in de sector. Het bureau vroeg de afgelopen weken 70 bestuurders van centrale & decentrale overheden, energiemaatschappijen, netbeheerders, industrie, kennisinstituten, belangenorganisaties en de financiële sector om hun kijk op actuele onderwerpen met betrekking tot de huidige energietransitie. De uitkomsten van deze interviews dienen als uitgangspunt voor de Strategie Summit Energie & Utilities op 20 & 21 maart a.s. Onderdeel van deze Strategie Summit is een debat tussen vertegenwoordigers van de jongerenorganisaties van o.a. PvdA, CDA, VDD, Groen Links en D66 en bestuurders uit de sector.

Met betrekking tot het nieuw te vormen kabinet komen de volgende zaken uit het onderzoek naar voren. Bijna drie kwart van de ondervraagde bestuurders is van mening dat Nederland een minister van Klimaat en Energie nodig heeft. De overheid moet verder de energiebelasting voor alle gebruikers gelijk trekken, om het investeren in duurzame energie en energiebesparing interessanter te maken, aldus 52% van de ondervraagden. Ook zijn er volgens meer dan de helft van de ondervraagden volop ambities, maar komt er zonder sancties en handhaving niets van de energietransitie terecht.

Als we kijken naar het huidige kabinetsbeleid, dan is meer van de helft van de ondervraagden van mening dat deze het ondernemerschap in de keten niet of nauwelijks stimuleert. De belangrijkste belemmering om te versnellen op het gebied van duurzaamheid en energietransitie is nu de wet- en regelgeving. Volgens de ondervraagde bestuurders spelen de bedrijven zelf de belangrijkste rol als het gaat om het ‘ondernemersplan van de energietransitie’. Meer dan de helft is van mening dat maatschappelijke aspecten als ‘de vervuiler betaalt’ zwaarder mee moet wegen in het berekenen van een business case.

Ook diverse branche- en belangenorganisaties hebben een duidelijke mening over de uitdagingen en kansen die de energietransitie Nederland bieden. Marcel Galjee, bestuurslid van VEMW, belangenbehartiger van zakelijke energie- en watergebruikers, en directeur energie bij AkzoNobel: “We staan met de industrie voor fundamentele veranderingen om de energietransitie te realiseren en zelfs te versnellen. De grootste uitdaging is de verduurzaming hand in hand te laten gaan met economische groei. Dit vereist leiderschap van de energiesector, overheid en industrie.”

Doekle Terpstra, de nieuwe voorzitter van Uneto-VNI, spreekt zijn ambities niet onder stoelen of banken: “Wij maken Nederland het energiezuinigste land ter wereld!” Hij ziet hierbij een belangrijke rol weggelegd voor de installatiebranche. “Techniek is onmisbaar in onze samenleving en het belang ervan neemt de komende jaren alleen maar toe. Denk aan energieneutrale woningen en gebouwen, smart cities, smart buildings, levensloopbestendige woningen; de installatiebranche heeft oplossingen in huis voor tal van maatschappelijke vraagstukken en dus enorme mogelijkheden.”

Vanuit de ondernemerszijde is er o.a. een dringende behoefte aan duidelijkheid omtrent financiering. VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer: “Investeerders in duurzame energie moeten de zekerheid krijgen dat de overheid over een langere termijn geld reserveert voor de energietransitie”. Bedrijven doen volgens de werkgeversvoorman al veel aan verduurzaming en willen daar verder in gaan. Om dat mogelijk te maken, is de bijdrage en de zekerheid van de overheid nodig.

Maxime Verhagen – voorzitter Bouwend Nederland en tevens ambassadeur van Vakbeurs Energie: “Als een nieuw kabinet duurzaam doorpakt, dan kan onze gebouwde omgeving een enorme bijdrage leveren aan klimaatdoelstellingen op de korte, middellange en langere termijn. Letterlijk dicht bij huis zijn er grote kansen voor energiebesparing, energielevering en klimaatadaptatie. En het levert ook nog eens duizenden banen op!”

[related_post themes=”text”]

Decentrale overheden willen gezamenlijk 28 miljard inzetten voor energietransitie

Gepubliceerd op

Om de overgang naar een energieneutraal en klimaatbestendig Nederland te versnellen, slaan provincies, gemeenten en waterschappen de handen ineen. Zij presenteren een gezamenlijke investeringsagenda ‘Naar een duurzaam Nederland’. De decentrale overheden willen hun jaarlijkse investeringen van 28 miljard inzetten voor deze opgaven. Ze vragen het nieuwe kabinet mee te investeren in nationale programma’s en knelpunten in wet- en regelgeving weg te nemen. Het is voor het eerst dat de decentrale overheden een gezamenlijk aanbod voor de kabinetsformatie doen.

“De overgang naar een energieneutraal en klimaatbestendig Nederland met een circulaire economie, brengt ingrijpende veranderingen met zich mee. Oude huizenblokken moeten geïsoleerd worden en woonwijken aangesloten op zonne-energie en windenergie. Ook het landschap verandert door de inpassing van zonnepanelen en windmolens”, aldus Jan van Zanen, voorzitter van de VNG. “De toename van de hoeveelheid regen en de temperatuurstijging vragen om meer ruimte voor waterberging en waterafvoer en om meer stedelijk groen. Dit vraagt een gigantische inspanning van burgers, organisaties, bedrijven en de overheid. Het gaat alleen lukken als we de handen ineen slaan,” zegt Hans Oosters, voorzitter van de Unie van Waterschappen.

Gemeenten, provincies en waterschappen investeren jaarlijks 28 miljard in wegen, openbaar vervoer, water, natuur en de bouw van huizen, sportaccommodaties en scholen. Vanaf 2018 gaan de decentrale overheden bij de besteding van dit geld investeren in energieneutrale, klimaatbestendige en circulaire oplossingen en toepassingen. Bijvoorbeeld door bij concessieverlening voor openbaar vervoer in te zetten op emissieloze bussen, afspraken te maken met marktpartijen en woningbouwcorporaties over aardgasvrije wijken, het aanleggen van energieleverende wegdekken en subsidie beschikbaar te stellen aan inwoners voor groene daken of beplanting in plaats van tegels. Ook willen ze eigen terreinen beschikbaar stellen voor het opwekken van hernieuwbare energie en grondstoffen terugwinnen uit afval en afvalwater. Het eigen vastgoed en maatschappelijk vastgoed als scholen en sportaccommodaties is voor 2040 energieneutraal.

De decentrale overheden dringen er bij het Rijk op aan een aantal knelpunten in wet- en regelgeving weg te nemen die een transitie naar duurzaamheid in de weg zitten. Zoals het toestaan dat waterschappen meer duurzame energie opwekken dan alleen voor eigen gebruik en het aanscherpen van het Europese emissiehandelssysteem, waardoor CO2-uitstoot duurder wordt; een stimulans voor duurzame energie.

De decentrale overheden vragen het nieuwe kabinet om de samenwerking aan te gaan en een Nationaal programma Energietransitie op te stellen. Ank Bijleveld-Schouten, voorzitter Interprovinciaal Overleg namens de 12 provincies: “De betrokkenheid van het Rijk is belangrijk. Het is voor het eerst dat de drie decentrale overheden op deze schaal de handen ineen slaan. Daar hoort het Rijk ook bij. Het gaat om een langdurige samenwerking, waarbij we het Rijk vragen mee te financieren, daar waar nodige belemmerende regels aan te passen en een langjarige continuïteit te garanderen.” De drie medeoverheden leggen hun aanbod na de verkiezingen neer bij de formateur. “Er is vastgelegd dat tijdens de formatie ook de medeoverheden worden gehoord door de formateur. Dan willen we zorgen dat dit aanbod op een goede manier landt in het nieuwe regeerakkoord,” aldus Bijleveld namens de drie decentrale overheden.

[related_post themes=”text”]

 

Streven naar duurzaamheid is mooi, nu nog rendabel zien te realiseren

Gepubliceerd op

Het wordt steeds meer duurzaamheid dat de klok slaat. Lees de nieuwsberichten op Installatienet van de afgelopen week er maar op na. ‘Grote technisch dienstverleners binnen Uneto-VNI nemen voortouw bij energietransitie’. ‘Minister Kamp ondertekent Green Deal aardgasvrije wijken’. En ga zo maar door. Maar vooral het bericht ‘Hoge mate van isolatie én warmtepomp niet rendabel in bestaande bouw’ trok veel aandacht en leverde ook diverse reacties op. Logisch, want zeggen dat je voornemens bent om iets te gaan doen, is niet zo moeilijk. De praktijk blijkt vaak weerbarstiger. Want hoe gaat de installatiebranche dit allemaal (rendabel) realiseren?

Eerst nog even kort terugblikken. Het blijkt dus nog niet rendabel voor huiseigenaren (bestaande bouw) om te investeren in zowel een hoge mate van isolatie als een warmtepomp. De hoge kosten van vergaande isolatiemaatregelen en een relatief lage efficiëntie van de warmtepompen zijn hieraan debet, zo bleek uit onderzoek waarop Saskia Thies afstudeerde aan de Universiteit Utrecht. ‘Een warmtepomp is niet altijd duurzamer dan een cv-ketel. Vergaand isoleren blijft nodig.’

De onderzoekster keek naar zowel de lucht-warmtepomp, grond-warmtepomp als hybride warmtepomp. Alleen de hybride warmtepomp blijkt direct bij te kunnen dragen aan de flexibiliteit van het elektriciteitsnet. Een dergelijke warmtepomp kan switchen tussen fossiele brandstof (bijvoorbeeld aardgas) en elektriciteit om warmte te produceren. Bij piekvraag kan bijvoorbeeld de hr-cv-ketel worden ingeschakeld. Is er voldoende elektriciteit beschikbaar dan neemt de warmtepomp het over. De warmtepomp kan dus draaien als het buiten niet te koud is en is daardoor veel efficiënter.

“Logisch,” reageerde Bert Bos sr. Van Bos service en installatie uit Diemen, “in de meeste van dit soort situaties moet je ook bijna altijd gaan werken met hybride systemen; het omslagpunt van WP naar gas ligt dan meestal om en nabij het vriespunt.”

Michael Beelen, eigenaar en directeur van loodgietersbedrijf Beelen, meldde kort en krachtig dat je “een oud huis gebouwd in 1930 echt niet kan verwarmen met 35 graden en oude radiatoren.”

Rody Hitzerd, servicemonteur bij v.d. Heijden klimaattechniek, ziet dat er bij het installeren van een warmtepomp vooral nog veel te veel fouten worden gemaakt. “Alles moet goed doordacht zijn: wel of geen naregelingen, wel of geen buffertank, bypass etc. Er komt zo bizar veel bij kijken om een warmtepomp goed te laten draaien. En een warmtepomp op een oude cv installeren is nog niet echt efficiënt gezien het feit dat de warmtepomp op hogere temperaturen meer gebruikt. De nieuwere warmtepompen doen dit al beter door te moduleren met de pompen. Ik ben ook niet weg van alle elektrische rommel die er in zit i.v.m. kosten bij defect raken etc.”

Riccardo Ruggiero, eigenaar van het gelijknamige installatie- en montagebedrijf, stelt tot zijn spijt vast dat “de investeringskosten om de woning te isoleren, van balansventilatie te voorzien en een laagtemperatuursysteem te installeren zeker nog niet opwegen tegen de besparingskosten. Dit geldt in ieder geval voor particuliere installaties. Bij grootschalige renovatie ligt het misschien anders. Ook het geluidsniveau van buitenunits en de uitblaasmogelijkheden ervan zijn een knelpunt. Ik zie met enige regelmaat buitenunits die hun lucht niet goed kwijt kunnen. Bij de Enviline Monoblock (Nefit, red) is de vrije uitblaas voor 6m zijkanten 2m en de luchtinlaat 40cm vanaf de muur. Bij welke rijtjeswoning haal je dat? Er zijn zat installaties die niet goed zijn geïnstalleerd en dat komt het imago van de warmtepomp niet ten goede.”

‘De installateur gaat als energieregisseur optreden’, meldde branchevereniging Uneto-VNI onlangs. ‘Hij zorgt voor duurzame energieoplossingen, installeert slimme energiemanagementsystemen, kortom staat aan de wieg van gebouwen die zo min mogelijk energie gebruiken. Een aantal grote installateurs hebben zich deze werkwijze al eigen gemaakt. Ook middelgrote en kleinere installateurs kunnen hierin een rol van betekenis spelen of doen dat al.’

Een mooie uitdaging voor het vakgebied, maar nogmaals: zeggen dat je voornemens bent om iets te gaan doen, is niet zo moeilijk. De praktijk blijkt vaak weerbarstiger. Voor menig installateur en installatie-adviseur is er een hoop werk aan de winkel.

[related_post themes=”text”]

Nieuwe testopstelling voor luchtfilters toetst onder realistische omstandigheden

Gepubliceerd op

Er is in ons land een nieuwe testopstelling in gebruik genomen om luchtfilters te testen volgens de nieuwe ISO 16890 standaard. Deze mondiale standaard vervangt zowel de EN779:2012 als de Ashrae 52,2-2.008. Daarmee verschuift de focus van filterprestaties naar het formaat van de te filteren deeltjes fijnstof (PM). De testcriteria zijn daardoor realistischer dan de op theorieën gebaseerde EN779: 2012 normering. Deze nieuwe  ISO16890 standaard sluit aan op de behoefte vanuit de markt om de prestaties van de luchtfilters te toetsen onder realistische omstandigheden. De nieuwe testfaciliteit is in gebruik genomen door Afpro Filters, fabrikant van luchtfilters.

Joost Verlaan, Vice President van Afpro Filters: “Bescherming tegen fijn stof is onderdeel van onze bedrijfsstrategie. De introductie van de nieuwe ISO 16890 standaard versterkt deze. De nieuwe testopstelling stelt ons in staat om al onze luchtfilters volgens de nieuwe standaard te testen en het is een grote stap voorwaarts voor onze R&D-afdeling.”

Onno Kooijman, hoofd R&D bij de fabrikant: “De testopstelling bevat draai- en beweegbare secties met buizen waarin de filters eenvoudig kunnen worden geïnstalleerd. Een geconditioneerde luchtstroom wordt geladen met kleine deeltjes. Op deze manier krijgen we informatie over de toenemende druk en de efficiëntie van de luchtfilters, en worden de filters in de juiste klasse ingedeeld. Met deze manier van testen kunnen we er zeker van zijn dat al onze luchtfilters voldoen aan de strikte eisen van de ISO 16890 standaard.”

Het Afpro-team werkt samen met zijn klanten om tot de optimale luchtfilteroplossing te komen. Sinds de oprichting in 1979 heeft Afpro Filters een prominente rol verworven op de internationale markt voor luchtfiltratie. De luchtfilters zijn wereldwijd verkrijgbaar via een internationaal netwerk van vestigingen en dealers. De fabrikant is ook in staat gespecialiseerd maatwerk te produceren.

[related_post themes=”text”]

Ennatuurlijk ondersteunt nationale Green Deal aardgasvrije wijken

Gepubliceerd op

Ennatuurlijk ondersteunt de Green Deal die minister Kamp samen met 30 gemeenten, 5 netbeheerders en de 12 provinciën heeft getekend. De overeenkomst stelt deze gemeenten in staat om woningen op een andere manier te laten verwarmen dan met aardgas. Met de ondertekening is een eerste concrete stap gezet in de uitwerking van de Energieagenda waarin het kabinet de route schetst naar een CO2-arme samenleving in 2050. De partijen die de Green Deal ondertekenen worden daarbij ondersteund door maatschappelijke organisaties en bedrijven. Ennatuurlijk is als partner betrokken bij de deal.

Om de energietransitie te realiseren zal onder andere het grootste deel van de huishoudens in Nederland op een andere manier het huis gaan verwarmen en gaan koken zonder daarbij aardgas te gebruiken. Om dit mogelijk te maken moeten er goede en betaalbare alternatieven geboden worden. Maar ook doorontwikkeling van de technologie en innovaties met betrekking tot duurzame warmtebronnen zijn noodzakelijk. Herman Exalto, Commercieel Directeur van Ennatuurlijk: “Hierin ligt een belangrijke taak voor alle partijen die vandaag de overeenkomst hebben getekend.”      

Ennatuurlijk koppelt lokale producenten en ontvangers van duurzame energie aan elkaar. Het bedrijf levert op deze manier warmte en koude aan circa 70.000 consumenten en ruim 1200 zakelijke klanten verspreid over heel Nederland, met de grootste concentratie in Breda, Tilburg, Enschede, Helmond en Eindhoven.

[related_post themes=”text”]

Aantal slimme thermostaten in Nederland groeit richting één miljoen

Gepubliceerd op

Het aantal slimme thermostaten in Nederland is het afgelopen jaar gegroeid met 38% naar bijna 900.000. Eén op de negen huishoudens heeft een slimme thermostaat in huis. Toon is nog steeds de onbetwiste marktleider. Dit blijkt uit de Smart Home Monitor 2017, een onderzoek van Multiscope onder 5.500 Nederlanders.

In 2016 hing in 8% van de huishoudens (ruim 600.000 huishoudens) een slimme thermostaat. In 2017 is dit met 38% gegroeid naar 11% (ongeveer 880.000 huishoudens). Deze groei wordt mede veroorzaakt doordat energiemaatschappijen actief de slimme thermostaat promoten en aanbieden bij een energiecontract. Twee op drie huishoudens geven aan de slimme thermostaat bij het abonnement te hebben gekregen.

Gemak / comfort (37%) blijft de belangrijkste reden voor het bezit van een slimme thermostaat. Slimme thermostaten zijn namelijk op afstand te bedienen met een app en kunnen er voor zorgen dat het huis bij thuiskomst op temperatuur is. Kostenbesparing speelt een belangrijkere rol bij de keuze van een slimme thermostaat dan een jaar geleden (van 27% naar 30%). Consumenten worden meer bewust dat deze thermostaat kan helpen bij het verlagen van de energie-uitgaven.

Het afgelopen jaar heeft Toon (van Eneco) het marktaandeel verder uitgebreid naar 38%. Bijna vier op de tien slimme thermostaten zijn van Toon. Daarna volgen de slimme thermostaten van Nefit (14%) en Honeywell (11%). Nest wint terrein in Nederland en groeit van 4% naar 8% marktaandeel in 2017. Hiermee is deze aanbieder de nummer 4 in de markt.

Genoemde cihfers komen uit de Smart Home Monitor 2017 en zijn tot stand gekomen door een grootschalig onderzoek onder het Multiscope online consumentenpanel, waarbij bijna 5.500 respondenten het onderzoek volledig hebben ingevuld.

[related_post themes=”text”]

Minister Kamp ondertekent Green Deal aardgasvrije wijken

Gepubliceerd op

Vandaag heeft minister Kamp van Economische Zaken samen met 30 gemeenten, 12 provinciën en 5 netbeheerders een Green Deal ondertekend die gemeenten in staat stelt om woningen op een andere manier te laten verwarmen dan met aardgas. Met de Green Deal die mede ondertekend is door minister Plasterk en staatsecretaris Dijksma, wordt een eerste concrete stap gezet in de uitwerking van de Energieagenda waarin het kabinet bij de presentatie in december vorig jaar, de route schetst naar een CO2-arme samenleving in 2050.  De partijen die de Green Deal ondertekenen worden daarbij ondersteund door maatschappelijke organisaties en bedrijven die als partner zijn aangesloten bij de deal.

Minister Kamp: “Het energiegebruik in de gebouwde omgeving beslaat ruim 30% van het totale energiegebruik in Nederland. Het gaat hier om woningen, gebouwen en tuinbouwkassen. De CO2-uitstoot die hiermee gepaard gaat, moet zoveel mogelijk worden beperkt. Om onze welvaart voor toekomstige generaties te behouden is het nodig om het concurrentievermogen van onze economie te versterken en tegelijkertijd de belasting van het milieu en de afhankelijkheid van fossiele energie en schaarse grondstoffen te verminderen. De vandaag ondertekende Green Deal levert hieraan een bijdrage.”

De energietransitie grijpt in tot achter de voordeur van de zeven miljoen huishoudens die Nederland telt. Het grootste deel van de burgers zal op een andere manier het huis gaan verwarmen en gaan koken, zonder daarbij aardgas te gebruiken. Hiervoor moet een goed en betaalbaar alternatief geboden worden. Alle gemeenten die betrokken zijn bij de Green Deal, hebben inmiddels initiatieven voorbereid om bestaande wijken, in overleg met de bewoners, aardgasvrij te maken. Zo heeft de gemeente Amsterdam het voornemen voor 1 januari 2018 10.000 bestaande woningen aan te wijzen die zullen worden omgezet naar aardgasvrij.

In het Klimaatakkoord van Parijs is in 2015 afgesproken de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder twee graden Celsius, met het streven deze tot anderhalve graad te beperken. In de Energieagenda vertaalt het kabinet deze internationale ambities naar concrete maatregelen waarmee Nederland in de komende decennia de energietransitie kan realiseren. Zo moeten nieuw te bouwen gebouwen vanaf 2021 (bijna) energieneutraal zijn en de resterende warmtevraag moet zoveel mogelijk zonder aardgas worden ingevuld. Een grotere opgave ligt er voor de warmtevoorziening in de bestaande bouw. De technologie om andere duurzame warmtebronnen voor verwarming te gebruiken is weliswaar beschikbaar, maar nog niet op grote schaal toegepast in bestaande wijken waar nu door aardgas wordt verwarmd. Doorontwikkeling van de technologie, financiële oplossingen en nieuwe samenwerkingsvormen zijn daarvoor noodzakelijk.

[related_post themes=”text”]

Rode energielabels beïnvloeden verkoopopbrengst koopwoningen meer dan groene

Gepubliceerd op

Ongunstige G-labels verlagen de verkoopopbrengst van koopwoningen met gemiddeld 18.000 euro. Woningen voorzien van gunstige A- en B-labels werden in 2016 verkocht tegen een premie van bijna 6.500 euro. Een premie gelijk aan ongeveer de helft van de toekomstige energiebesparing. Dit blijkt uit een grootschalige transactiestudie uitgevoerd door onderzoekers van TIAS Business School.

Bijna 58.000 woningen die in de tweede helft van 2016 werden verkocht met energielabel werden onderzocht. Ruim 32% van deze woningen werd verkocht met een gunstig en groen A- of B-label, terwijl 15% werd verkocht met rode F- en G-labels. Het onderscheid in de thermische kwaliteit van deze woningen wordt dankzij het energielabel vooraf bij de koper bekend gemaakt. “Die thermische kwaliteit is een belangrijke factor bij toekomstige gasverbruik. De doorsnee maandelijkse gasrekening van een gemiddelde D-label woning bedraagt ongeveer 110 euro, terwijl dit kan variëren tussen 35 en 175 euro afhankelijk van de isolatiekwaliteit van het pand. Dit was altijd al zo. Maar het energielabel helpt om deze variatie op voorhand bekend te maken”, zegt prof.dr. Dirk Brounen, de onderzoeksleider in dit project.

In deze labelimpact analyse bestudeerden de onderzoekers de invloed van het energielabel op zowel de verkoopsnelheid als op de verkoopopbrengst. Door gebruik te maken van het fijnmazige cijfermateriaal van makelaarsvereniging NVM, kon daarbij rekening gehouden worden met pand specifieke kenmerken zoals bijv. leeftijd, staat van onderhoud en woningtype. Een gunstig A-label versnelt de verkoop met gemiddeld 40 dagen. Opvallend is dat de invloed van ongunstige G-labels sterker is. De verkoop van een G-label woning vergt ruim 60 dagen langer dan gemiddeld.

Eenzelfde verschil is ook te zien wanneer de verkoopprijs onder de loep wordt genomen. Ook hier is de invloed van ongunstige labels sterker dan die van de A- en B-labels. Een ongunstig G-label gaat gepaard met een gemiddelde prijskorting van ruim 18.000 euro, terwijl een gunstig A-label niet meer dan 5.000 euro extra oplevert. “Die groene premie staat ongeveer gelijk aan de helft van wat je mag verwachten wanneer de lagere gasrekening wordt gebruikt als basis. Ongeveer de helft van het geraamde voordeel in de maandlast wordt vooruit betaald in de hogere verkoopprijs. Het lijkt erop dat kopers heftiger reageren op de waarschuwingen van de rode labels, dan dat zij zich laten verleiden door het goede nieuws van de groene premies”, aldus Dirk Brounen   

Over het onderzoek: De onderzoekers volgen de effecten van het energielabel op de koopwoningmarkt op kwartaalbasis en beschikken hiervoor over de transactiecijfers van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) en de energielabel informatie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De prijseffecten worden bestudeerd op basis van een gevalideerd onderzoekmodel zoals beschreven in On the economics of energy labels in the housing market van Brounen en Kok en gepubliceerd in de Journal of Environmental Economics and Management 2011.

[Bron: www.tias.edu]

[related_post themes=”text”]

Zes Nederlandse projecten winnen internationale prijs voor duurzame gebouwen

Gepubliceerd op

Zes Nederlandse projecten zijn gisteravond in de prijzen gevallen tijdens de uitreiking van de internationale Breeam Awards in het Marriot in London. Gebouwen van Bol.com, TU Eindhoven, Geelen Counterflow, Energy Academy Europe, Royal Agio Cigars en Heuvel Eindhoven wonnen ieder deze internationale prijs voor duurzame gebouwen. Het is voor het tweede jaar op rij dat de Nederlandse inzendingen succesvol zijn op dit podium. In 2016 wonnen drie projecten uit ons land.

De Nederlandse winnaars zijn door een jury gekozen uit meer dan veertig genomineerde projecten van over de hele wereld. De projecten blinken uit in duurzaamheidsprestatie en innovatie en zijn gecertificeerd met het wereldwijd gebruikte Breeam. Annemarie van Doorn, directeur van Dutch Green Building Council, de organisatie die voor Nederland het Breeam-NL keurmerk beheert: “Wederom laat Nederland zien internationaal een van de koplopers te zijn op het gebied van duurzaam bouwen. Een compliment voor de ondernemersgeest en innovatiekracht van alle betrokkenen.”

De Breeam Awards worden uitgereikt in verschillende categorieën. Zo won de renovatie van het hoofdgebouw van de TU Eindhoven de award in de categorie onderwijsgebouwen. Met een score van 93,9% is dit het meest duurzame ontwerp in deze gebouwcategorie.

Het meest duurzame kantoorgebouw ter wereld volgens Breeam, dat van Geelen Counterflow in Haelen, won de award in de categorie kantoorgebouwen. Geelen Counterflow heeft een Breeam-NL Outstanding oplevercertificaat met een score van 99,94%.

Ook viel Nederland in de prijzen in de categorie industriële gebouwen. De award voor deze categorie ging naar Bol.com. Het bedrijf ontwikkelt een groot distributiecentrum in Waalwijk waar aandacht is voor de gezondheid en het welzijn van de mensen die er gaan werken. Ook worden vijf windturbines gekoppeld aan het project. De jury waardeert met name de opschaalbaarheid van het project, en noemt het een voorbeeld voor andere nieuw te bouwen distributiecentra.

Gebouwen met meerdere functies dongen mee naar een Breeam Award in de categorie mixed use. Hier wonnen twee Nederlandse projecten. De ene was de Energy Academy Europe in Groningen. Met een ‘zonneschoorsteen’, aandacht voor ecologie en een ‘zero carbon’ constructie een bijzondere winnaar. De tweede was het gebouw van Royal Aigo Sigars in Duizel. Het gebouw uit 1911 is grootschalig gerenoveerd. De jury prees vooral het hergebruik van materiaal in het project.

In de categorie bestaande winkelcentra won Heuvel in Eindhoven, het grootste winkelcentrum in het Nederlandse portfolio van CBRE Global Investors. Door continu te verduurzamen en te verbeteren,

Het publiek dat tijdens de awarduitreiking in London aanwezig was, mocht bepalen welk project de publiekprijs ‘Your Breeam’ in de wacht zou slepen. Dat werd een Spaans project: Euipo Building.

[related_post themes=”text”]